Begrotingsonderzoek Infrastructuur en Waterstaat
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c49eddcf-3f41-4161-a94d-b4cb91c4b4a6
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Tieman: Dank u wel, voorzitter en commissieleden. Ik zal overgaan tot de beantwoording van de vragen die zojuist gesteld zijn door de rapporteurs en de staatssecretaris zal straks ook een aantal zaken die daarover gaan, toelichten. Ik begin met de eerste vraag van de heer De Hoop, over de onderuitputting. Waarom creëert de minister geen overprogrammering? Nou, dat is een duidelijke vraag. Die is ook eerder al gesteld. Mijn antwoord daarop is het volgende. In het Mobiliteitsfonds werkt Infrastructuur en Waterstaat met een stevige overprogrammering. Er worden extra projecten geprogrammeerd. Bij de afgelopen Najaarsnota is gebleken dat er mede door de overprogrammering in 2025 vorig jaar zelfs meer is uitgegeven dan het beschikbare budget. Ik zie hier dus een trendbreuk. Er is dus sprake van overuitputting in plaats van onderuitputting op het Mobiliteitsfonds. Er blijft dus geen geld meer op de plank liggen. Ten aanzien van de onderuitputting van het Mobiliteitsfonds was de vraag welke mogelijkheden er zijn om de productie van Rijkswaterstaat te vergroten en de overprogrammering verder te realiseren. Ik kom ook weer hier met dat de programmering verder verhoogd is. Om het productiepeil te verhogen, is een stabiele, oplopende, toerekenende en structurele reeks nodig. Dat houdt in dat duidelijkheid en stabiliteit met betrekking tot de langjarige programmering nodig zijn. Voor Rijkswaterstaat specifiek geldt dat wordt doorgegaan op de ingeslagen weg van slimmer en dus ook efficiënter werken, oftewel, de portfolioaanpak waar we nu echt goede stappen mee zetten, en het efficiënter inrichten van de RWS-organisatie — lees ook: efficiënter — zoals omschreven in het meerjarenplan instandhouding dat uw Kamer heeft ontvangen. Voor ProRail geldt dat die de meerjarige programmeringen jaarlijks met het masterplan bekendmaakt. Voor het uitvoeren van langjarige programmering is de beschikbaarheid van voldoende structurele middelen ook een randvoorwaarde. Weet ook dat we daarvoor behoorlijk op de trom hebben geslagen. Ook de Algemene Rekenkamer heeft de cijfers die u net heeft genoemd bevestigd. Wij hebben die message ook echt naar de formerende partijen gebracht: hoe de stand van zaken is. Ten aanzien van de onderuitputting van het Mobiliteitsfonds en de gevolgen daarvan voor het aangaan van miljarden minder verplichtingen dan begroot, was de vraag wat hier de invloed van is op de toekomstige onderuitputting. Als verplichtingen vertragen, dan kunnen deze in latere jaren alsnog worden aangegaan. Er wordt met een meerjarige overprogrammering gewerkt om zeker te stellen dat er dan ook geen onderuitputting ontstaat, ook niet in de latere jaren. De toelichting ten aanzien van de grote mutaties. Kan de minister bij grote mutaties voortaan aangeven wat nu de werkelijke argumenten zijn en ook de concrete gevolgen? U noemt ook specifiek de kasschuif van 1 miljard van 2026 naar 2027, die later weer is teruggedraaid. Dat is een uitkomst van een politieke onderhandeling geweest rondom de Voorjaarsnota. Het verzoek aan IenW was om te kijken of de kasschuif in te passen was door de infrastructuur te faseren. Uit een toets bij zowel ProRail als Rijkswaterstaat bleek dat de gevraagde fasering op zo'n korte termijn gewoon niet uitvoerbaar was. De kasschuif is vervolgens in de ontwerpbegroting 2026 dus ook niet teruggedraaid en had daarmee geen verder consequenties. Om die reden zijn de toelichtingen vrij algemeen van aard gebleven. Dan de voeding. Wat zijn de nadelen van de wijziging van de voedingssystematiek voor de voeding van het Mobiliteitsfonds alsook het Deltafonds en wat zijn de gevolgen voor het zicht van de Kamer op deze begrotingen? De oude begrotingswijze van zowel het Mobiliteitsfonds als het Deltafonds via de zogenaamde voedingartikelen was omslachtig. Dat leidde tot een onduidelijke presentatie aan uw Kamer. Ook zorgt dit voor onnodige administratieve handelingen aan onze zijde. Samen met het ministerie van Financiën is besloten om de werkwijze te versimpelen en de reguliere administratieve werkwijze van departementale begrotingen te gaan hanteren. Concreet betekent dit dat zowel het Mobiliteitsfonds als het Deltafonds in het vervolg direct gevoed gaat worden via de uitgavenkant in plaats van via een omweg via de ontvangstkant, dus vanuit de reguliere IenW-begroting. Defensie en Economische Zaken hebben hun voedingartikelen op fondsen in de ontwerpbegrotingen in 2025 ook afgeschaft. Ten aanzien van het voedingartikel vroeg de heer De Hoop of in de toekomst kasschuiven vanuit het kabinet — de 1 miljard die aan de orde kwam — nog goed inzichtelijk blijven voor de Kamer. Het antwoord daarop is ja. De tabel met de majeure mutaties, vooraan in de begroting, zal worden gehandhaafd. Alle grote kasschuiven zijn hierin zichtbaar en zullen ook worden toegelicht. Ten aanzien van het voedingartikel vraagt de heer De Hoop ook of de wijziging van de voeding van de fondsen tot een verminderde samenhang tussen de beleidsbegroting en de fondsbegrotingen leidt. In hoeverre verschuift de verantwoordelijkheid voor de fondsbegrotingen naar het ministerie van Financiën? Het antwoord is nee. De wijziging van de voeding van de fondsen leidt niet tot een verminderde samenhang tussen beleidsbegroting en de fondsbegroting. De minister en de staatssecretaris zijn na de wijziging nog steeds hoofdverantwoordelijk voor de drie begrotingen van IenW. Er wordt geen verantwoordelijkheid naar het ministerie van Financiën verschoven. Een andere vraag was of de extracomptabele verwijzingen naar de fondsbegrotingen in de beleidsbegroting gehandhaafd blijven. Het antwoord is: ja, die zullen worden gehandhaafd. Dan de verdiepingsbijlage. Kan ik bij de begrotingen van het ministerie de verdiepingsbijlagen bij het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds weer opnemen dan wel handhaven, zowel bij de ontwerpbegrotingen als bij de eerste en tweede suppletoire begroting? Mijn antwoord is als volgt. Bij het opstellen van de rijksbegrotingsvoorschriften is er door het ministerie van Financiën kritisch gekeken naar de bijlagen in de rijksbegroting in relatie tot de informatiebehoefte van uw Kamer. In lijn met die analyse is aangekondigd dat de verdiepingsbijlage bij het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds naar de toekomst toe uit de ontwerpbegroting en de suppletoire begrotingen wordt geschrapt. U geeft aan dat dit een achteruitgang zou zijn van de informatiepositie. U schetst daarbij terecht ook de context van de parlementaire onderzoekscommissie Onderhoud en innovatie spoor. Mijn conclusie is dat het schrappen van de verdiepingsbijlage het doel dan ook voorbij lijkt te schieten. Ik zal dan ook met het ministerie van Financiën in overleg treden over de wijze waarop wij invulling kunnen geven aan uw verzoek. Dan de instandhoudingsopgave van Rijkswaterstaat. De heer Van Asten had daarover de volgende vraag. Klopt het dat de capaciteit van Rijkswaterstaat momenteel niet meer de beperkende factor is voor de instandhoudingsopgave, maar dat dit meer een gebrek aan budget is? Dit is ook naar aanleiding van de briefing die u heeft gekregen van Rijkswaterstaat op 16 december. De afgelopen jaren is de productie van Rijkswaterstaat verhoogd. De maakbaarheid is inmiddels groter dan het financiële kader van het Mobiliteitsfonds alsook het Deltafonds. Een aanzienlijk deel van de noodzakelijke vernieuwing kan daardoor nog niet worden uitgevoerd. Het programmeren van nieuwe vernieuwingsprojecten is inmiddels alleen nog mogelijk door de uitvoering van andere vernieuwingsprojecten te vertragen of uit te stellen. Om de productie ofwel de maakbaarheidscapaciteit van Rijkswaterstaat verder te vergroten is een stabiele, oplopende structurele reeks nodig. "Treintjes vormen" noemen we dat in het projectmanagement. Hiervoor zijn een aantal zaken van groot belang: duidelijkheid en stabiliteit met betrekking tot de langjarige programmering van projecten, doorgaan op de ingeslagen weg om slimmer en efficiënter te werken — een portfolio-aanpak had ik al genoemd — en verdergaan met het efficiënter inrichten van de Rijkswaterstaatorganisatie, zoals voor instandhouding is omschreven in het Meerjarenplan Instandhouding. Maar ook voldoende structurele middelen zijn hiervoor een randvoorwaarde. Daarbij noem ik ook echt de fiches en de communicatie die vanuit het ministerie richting het publieke domein en richting de formerende partijen de laatste maanden is uitgegaan om een zo goed mogelijk beeld te schetsen. De instandhouding van Rijkswaterstaat. De heer Van Asten: in hoeverre is de capaciteit van de markt nog een beperkende factor? Hoewel er sprake is van krapte op de markt, hoeft de capaciteit van de markt geen beperkende factor te zijn. Dit vraagt dat Rijkswaterstaat als opdrachtgever meerjarig perspectief biedt op het werk dat eraan komt. Wij geven in de instandhoudingsbrief, waarin een link staat naar de website, aan dat de markt via een preconsulatie ook al ziet wat er allemaal aan de hand is. Ook bij grote beurzen, zoals InfraTech in Ahoy iedere twee jaar, hebben we uitvoerige marktconsultaties met toekomstige projecten, zodat de markt precies weet wat eraan zit te komen. Op basis daarvan kunnen marktpartijen tijdig investeren in personeel en materiaal, maar ook in automatisering, digitalisering en circulariteit. Voorspelbaar werken geeft de markt de zekerheid die nodig is om de capaciteit in de markt daar waar nodig te vergroten. De werkwijze van Rijkswaterstaat is om gelijksoortig werk aan onder meer tunnels, sluizen en bruggen gebundeld te doen: niet één brug, maar meteen ook de vier bruggen die erachter liggen en die nagenoeg hetzelfde zijn; de "treintjes" van zojuist. Deze werkwijze en langlopende contracten komen tegemoet aan de wensen van de markt. De heer Van Asten vroeg over de instandhouding van Rijkswaterstaat: hoeveel meer productie en uitgave voor de instandhoudingsopgave zou jaarlijks maakbaar zijn? Het door de Algemene Rekenkamer berekende tekort van 34,5 miljard voor de instandhoudingsopgave bestaat uit tekorten op exploitatie en onderhoud, maar ook vernieuwing. De tekorten voor exploitatie en onderhoud en het inlopen van het uitgesteld onderhoud zijn maakbaar. Voor de vernieuwing geeft Rijkswaterstaat een aanzienlijk deel in voorbereiding van de projecten die nog niet gefinancierd zijn. De Kamer is hierover geïnformeerd in het Meerjarenplan Instandhouding. Het is tot slot de ambitie — daarover wordt steeds nagedacht — om de efficiëntie verder te vergroten. Het is aan het nieuwe kabinet om te besluiten over de toekomstige additionele investeringen. Denk dan bijvoorbeeld ook aan 800 miljoen extra productie die gedraaid zou kunnen worden in 2027, maar daar kom ik in een uitvoeriger document nog op terug, zodra het plaatje duidelijker wordt van wat die cijfers precies behelzen. De heer Van Asten: hoeveel meer productie voor de markt zou jaarlijks maakbaar zijn? Indien Rijkswaterstaat meerjarig inzicht en zekerheid kan geven over de dealflow, is de verwachting dat de markt aankan wat Rijkswaterstaat naar de markt brengt. In de vorige antwoorden heb ik aangeven onder welke voorwaarden dat zou kunnen. Ga ik op zoek naar extra middelen om in de toekomst een neerwaartse spiraal bij de instandhouding te voorkomen? Om te voorkomen dat deze neerwaartse spiraal ontstaat, is verdere productieverhoging van Rijkswaterstaat nodig. Ik zie daartoe mogelijkheden. Voldoende structurele middelen zijn toch — daar kom ik weer — een randvoorwaarde. Ik kan, wij kunnen maar zoveel dichtlopen, de organisatie kan maar zoveel dichtlopen met efficiëntie. Dan gaat het niet over de bedragen waarover we het zojuist hadden. Informatiewaarde en ideeën daarover. Wij zijn op zoek naar een alternatieve wijze van bekostiging, maar er zijn inderdaad belangrijke stappen gezet in de doorontwikkeling van de informatiewaarde. Fijn dat de Algemene Rekenkamer en de rapporteurs dit ook zien en omarmen; mijn dank daarvoor. U merkt op dat de informatie over de koppeling en de doelen beschikbaar is, maar dat de presentatie nog niet altijd even overzichtelijk is. Door de uitwerking van de moties zijn de beleidsartikelen inderdaad omvangrijk geworden. In de verdere doorontwikkeling kunnen we kijken waar teksten beknopter kunnen worden vermeld en hoe er meer inzicht gecreëerd kan worden. We gaan daarmee aan de slag. U zult van mij een voorstel ontvangen middels de ontwerpbegroting voor 2027. Er is mij gevraagd of ik de evaluaties over de volgende zaken kan toevoegen aan de SEA: infrastructuurprojecten voor scheepvaart en spoor, de brede doeluitkering en de projecten uit het Nationaal Groeifonds. U vraagt terecht aandacht voor een dekkende SEA. Zoals u zelf ook aangeeft, hebben we hierin de afgelopen jaren stappen gezet, waardoor ook het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds beter worden afgedekt. Zoals u terecht constateert, zijn we er ook nog niet. Ik zeg u dan ook toe dat ik me er hard voor maak om de door u genoemde evaluaties toe te voegen. Voor het openbaar vervoer en het spoor geldt dat in Q1 van dit jaar de periodieke rapportage van openbaar vervoer en IenW wordt aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor infrastructuurprojecten voor de scheepvaart geldt dat ik richting de begroting voor 2027 nader zal bezien welke individuele infrastructuurprojecten of instandhoudingsprojecten er in de scheepvaart en bij havens zijn en wanneer dat in de Strategische Evaluatie Agenda, SEA, opgenomen kan worden. Inzake de projecten uit het Groeifonds zijn er meerdere evaluaties geagendeerd voor projecten die worden gefinancierd uit het Nationaal Groeifonds. Zo is er een tussenevaluatie van het project Luchtvaart in Transitie opgenomen, als ook van het zero-emissieproject voor de binnenvaart en van de subsidie aan Zero Emission Services. Ik zal dit in de SEA beter inzichtelijk maken. Wanneer kan de Kamer de evaluatie van het Zuidasdok tegemoetzien? Dit is een dossiertje van heb ik jou daar. Vanwege de complexe en ingrijpende aard van het project Zuidasdok wordt de Kamer apart over dit project geïnformeerd. Alle hens aan dek. In lijn hiermee zal er ook een separate evaluatie worden uitgevoerd. De totale evaluatie vindt uiteraard aan het einde van het project plaats. Zolang de realisatie loopt, kan het exacte moment van evaluatie nog niet worden vastgesteld. Tijdens de realisatie wordt de Kamer via de halfjaarlijkse voortgangsrapportages in de eerste helft van dit jaar geïnformeerd. In 2026 vindt ook een externe toets plaats op de door het Zuidasdok gehanteerde processen en de methoden en de technieken voor ontwerp en kostenraming, inclusief de daarbij ingerichte waarborgen. Naar verwachting wordt de Kamer hierover in de tweede helft van 2026 geïnformeerd. Daarnaast wordt er een onderzoek uitgevoerd naar de economische meerwaarde van dat Zuidasdok. Dan kom ik bij de vraag van de heer Van Asten: kan de minister de bijlage met een overzicht van de Nationale Groeifondsprojecten weer opnemen in de begroting? Het schrappen van de bijlage is een uitvloeisel van de rijksbegrotingsvoorschriften. Bij het opstellen van de rijksbegrotingsvoorschriften is er kritisch gekeken naar de bijlagen in de rijksbegroting in relatie tot de informatiebehoefte van uw Kamer. De projecten van het Nationaal Groeifonds worden nu in één gecentraliseerd overzicht opgenomen bij de begroting van Economische Zaken. Dit scheelt in het aantal bijlagen en geeft ook meer overzicht. Dit lijkt mij een verbetering. Mijn voorstel is dus om deze wijziging te omarmen. Tot zover mijn bijdrage, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dank u wel. Ik begin even met het laatste onderwerp, het halverwege de oceaan zijn, want daar was wat twijfel bij mij. We hebben echt gekeken of we de scope zouden moeten gaan afschalen. Weet dat er ook regionale partijen met geld zijn ingestapt. We zijn inderdaad ook al van de kant af, zoals u weet. We hebben daar niet voor gekozen. Maar we wilden echt nog even toetsen of we de scope zoals die is afgesproken niet aan moesten passen. Er komen nog momenten waarop je dat kunt doen, maar we willen ook echt die meerwaarde daar nog meepakken. We zien namelijk ook dat dit regionale project ten aanzien van die kosten ook echt een nationale uitstraling heeft. Dat Zuidasdok, dat is toch echt iets des Amsterdams? Nee, het is echt breder dan dat. Dat hebben we daar ook mee willen doen. Daarom wordt ook dat extra onderzoek gedaan om gewoon robuuster te kijken wat de meerwaarde is van de zaken die gaan komen. Dit is echt het onderwerp, het dossier, waardoor ik 's nachts weleens wat hoofdpijn heb. Dat gaan we managen. Wij kunnen dit managen. Dat gaan we doen. Ik zeg dat ook een beetje stoer. We zetten hier al onze kennis in om gezamenlijk met de regio dit project tot een goed einde te brengen. Ik kom op de vraag over de onderuitputting. De kasschuiven geven realistisch het projectritme aan. Ik wil hier aanbieden dat we dit anders ook nog een keer wat verder kunnen toelichten op een technische wijze ten aanzien van de vragen die over dit technische onderwerp gesteld worden. Ik kan ook een brief voor u maken waarin we dit echt even goed uitleggen, zodat er geen misverstand is over die terminologie. Dan gebruik ik nu een andere term. Het is vrij technisch. Ten aanzien van het eerste onderwerp zet ik dat dan even op papier of gaan we daar nog een keertje specifiek op in. De tweede vraag ging over een toezegging over een tijdslijn. Dat doen we dit voorjaar.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Helder. Ik ben daarvan overtuigd, maar dat vergt ook management, projectmanagement en coördinatie met de markt, binnen de kaders van de Autoriteit Consument & Markt wat je mag afstemmen met elkaar in dat ritme. Wij zijn echt een grote partij. Ik weet ook dat de waterschappen in diezelfde vijver vissen. U gaf net zelf ook een aantal voorbeelden. Maar wij werken daar hard aan. Ik heb veel contact met de markt. Ik ben hiervan overtuigd. Het wordt spannend, maar dit kunnen wij.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dank u wel, voorzitter. Ook dank aan de commissieleden voor de vragen en het technische aspect. Ik merk dat we enigszins langs elkaar heen praten als we het hebben over "onderuitputting" en "overuitputting", de definitie daarvan en de vraag wat je daarmee kunt doen. Hierbij speelt het unieke karakter van een investeringsfonds een rol. Je moet kijken naar de gehele looptijd van vijftien jaar en niet naar elk afzonderlijk jaar. Ondanks het beeld dat bij de heer De Hoop is ontstaan, is door de kasschuiven geen budget uit het Mobiliteitsfonds weggehaald. Dat budget is verplaatst naar latere jaren en wordt dan voor dezelfde projecten ingezet. Dat is de kern van een investeringsfonds en daarbij moet je de gehele looptijd in het oog houden. Ook als je het budget in de oorspronkelijke jaren zou laten staan, zou dat geen ruimte geven voor extra projecten. Het budget is immers in latere jaren bestemd voor de oorspronkelijke doelen. Voor wat betreft het totaal van het fonds komen we onder aan de streep juist budget tekort voor alle prioriteiten, bijvoorbeeld voor de instandhouding. Zoals u weet, heeft de Algemene Rekenkamer dit becijferd op 34,5 miljard. Overigens is het beeld dat er sprake is van onderuitputting van het Mobiliteitsfonds aan het kantelen. De realisatie loopt op, wat zich uit in een nadelig saldo van 2025, waarover u in de Najaarsnota bent geïnformeerd. Wel wordt er af en toe budget verplaatst naar doelen die meer prioriteit hebben gekregen, maar dan geven we in de begroting expliciet aan dat deze herprioritering heeft plaatsgevonden.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dat klopt: prijsbijstellingen en kortingen.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dat doen wij op een jaarlijkse basis met een projectoverzicht met daarin budget en mijlpalen.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dat is inzichtelijk gemaakt in de begroting en in het MIRT-overzicht, meneer Heutink.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Ik stel voor dat ik dat op papier ga zetten, zodat we hier geen misverstand over hebben. Ik zal het goed toelichten en dan komen we ook terug op die technische briefing. We kijken nog even en-of. Dan gaan we hier verder stappen mee maken, want hier moet gewoon geen misverstand over bestaan.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dus een briefing en een brief.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Wat dat betreft zit u goed, maar we nemen de kortingen er altijd in mee. Dan moeten we ook minder kunnen doen. Ik ga dit duidelijk voor u maken in die brief en in die technische briefing. Binnenkort hebben we hier meer inzicht in. Transparantie ten top!
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Ik zeg toe dat we die deep dive met elkaar gaan doen, in het bijzonder met de rapporteurs en het rapporteurschap in de breedste zin. Dan doel ik op een document waar uw opvolgers mogelijk ook wat aan hebben.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Ik ga naar de vraag van de heer Schutz. Daar staat in dat het Mobiliteitsfonds en het Deltafonds in 2025 te maken hadden met overschrijdingen van 89 miljoen en 100 miljoen euro. Deze overschrijding komt, zo werd aangekondigd, ten laste van de begroting van 2026. Er is sprake van een nadelige overuitputting op de fondsen van 2025. Op de fondsen is er sprake van een saldowerking. Een voordelig of nadelig saldo van het vorige jaar wordt ten laste gelegd aan de begroting van het jaar erna. Dit is een werkwijze die is vastgelegd in de begrotingsregels die ervoor zorgen dat de uitgaven binnen het financieel kader beheerst worden. Dan nog een vraag van de heer Schutz. Voor het jaar 2025 blijkt nu meer kasbudget nodig te zijn dan geraamd. Dit resultaat wordt betrokken bij de evaluatie van de verhoging van de overprogrammering. Ook zijn dit punten in samenhang die verschillende richtingen op lijken te wijzen. De heer Schutz wil graag een nadere toelichting. Op de fondsen werkt IenW, in afstemming met het ministerie van Financiën, sinds 2025 met een hogere overprogrammering. Dit is gedaan om ervoor te zorgen dat er geen onderuitputting meer optreedt. Mede dankzij deze hogere overprogrammering in 2025 is bij de afgelopen Najaarsnota gebleken dat er vorig jaar zelfs meer werd uitgegeven dan het beschikbare budget. Dit resultaat en de toekomstige hoogte van de overprogrammering worden betrokken bij de voorjaarsbesluitvorming van 2026. Daarbij hebben we als doelstelling dat we alle middelen die ons beschikbaar worden gesteld, daadwerkelijk uitgeven. Mevrouw Boelsma van het CDA vroeg naar de kasschuif en de uitvoeringscapaciteit en of de minister duidelijkheid kan geven over de verschuiving van 1 miljard en de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat. De kasschuif van 1 miljard van 2026 naar 2027 was een uitkomst van de politieke onderhandelingen rondom de Voorjaarsnota 2025. Het verzoek aan IenW is te kijken of de kasschuif was in te passen door de infrastructuur te faseren naar 2027. Rijkswaterstaat en ProRail hebben in de loop van de ontwerpbegroting 2026 een uitvoeringstoets gedaan waaruit bleek dat de gevraagde fasering niet op korte termijn mogelijk was. Die kasschuiffasering is dus, in overeenstemming met het ministerie van Financiën, teruggedraaid. Het heeft geen gevolgen gehad voor onze uitvoeringscapaciteit. Daarnaast wordt er een toezegging gevraagd dat er geen overprogrammering meer plaatsvindt door budgetverlaging. Overprogrammering is nooit het instrument om budgetverlagingen mee op te vangen. Overprogrammering is een instrument dat we al jaren op de investeringsfondsen toepassen om voorziene en onvoorziene vertragingen in projecten en programma's op te vangen. Op deze manier blijft de productie op stoom en gaan we onderuitputting tegen. Daarom is het instrument overprogrammering in mijn ogen noodzakelijk. Elk jaar bekijken we met het ministerie van Financiën welk niveau van overprogrammering verantwoord is.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Ja, dat ben ik met u eens.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Hier gaan we duidelijkheid over krijgen, op korte termijn; laat daar geen misverstand over bestaan. Dan kunt u al uw vragen kwijt. Dan heb ik mijn technische mensen er ook bij. Ik maak een brief voor u. Hier komt binnenkort duidelijkheid over.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Die toezegging kan ik doen aan de heer Heutink.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Mevrouw Boelsma vroeg om de toezegging dat er geen overprogrammering meer plaatsvindt door budgetverlaging. Overprogrammering is nooit het instrument om budgetverlagingen mee op te vangen. Op deze manier blijft de productie op stoom en gaan we onderuitputting tegen. Dan ga ik naar het kopje begrotingssystematiek. Ik begin met een vraag van mevrouw Boelsma. Zij vroeg: volgen we niet de omgekeerde route door de begrotingen te behandelen terwijl de MIRT nog niet in de Kamer besproken is? Normaal stel je eerst de kaders vast in een begroting en dan behandel je dat daarna. Welke risico's neemt dit met zich mee? Mijn antwoord is als volgt. We behandelen op dit moment de begroting IenW voor 2026, die op Prinsjesdag met de Kamer is gedeeld. De begroting geeft weer binnen welke financiële kaders ik als minister opereer en welke keuzes de staatssecretaris en ik voor 2026 op voorhand hebben gemaakt. Deze financiële kaders geven ook weer waar nog ruimte zit voor inhoudelijke keuzes. In feite is het dus een kip-eidiscussie en is er niet direct een ideale inhoudelijke volgorde. Wat wel vaststaat, is dat wij zonder vastgestelde begroting geen uitgaven kunnen doen in de echte wereld. Dan komt ons beleid dus stil te staan. Hierin zie ik vooral het risico dat wij, totdat de Tweede en Eerste Kamer onze begroting hebben vastgesteld, niet geautoriseerd zijn om uitgaven te doen voor nieuw beleid. De heer Huidekooper vroeg: hoe kan de Kamer haar controlerende rol uitvoeren als niet helder is welke projecten worden geraakt en wat deze prijsbijstellingen betekenen voor de vooruitgang en de kwaliteit? Kan de minister een overzicht toezeggen van projecten die hier wel en niet door worden geraakt? Nagenoeg alle projecten, zowel aanleg als instandhouding, worden geraakt door het inhouden van loon- en prijsbijstellingen. De kostenstijgingen zitten in loon en materiaal, alsmede materiaalkosten. Enkele uitzonderingen zijn contracten waar in het verleden langjarige indexatieafspraken over zijn gemaakt, zoals een aantal DBFM-contracten. De heer Duijvenvoorde zei: stop met groene projecten en stop met het stoppen van geld in groene projecten, en gebruik dat geld om het onderhoudsgat te dichten en te investeren in de verbetering van de infrastructuur. Het kabinet, zelfs als het demissionair is, neemt zijn verantwoordelijkheid voor het verduurzamen van onze samenleving, inclusief de infrastructuur. Informatiewaarde en SEA, daar had de heer Schutz een vraag over. De oproep aan de rapporteur — tenminste, een onderschrijving daarvan — is: behoud deze informatie en haar toegankelijk. Mijn reactie daarop is als volgt. Het vergroten van de informatiewaarde en het toegankelijk maken van de begrotingen is een voortdurend proces. In de begroting voor 2027 wordt verder ingezet op het verhogen van de toegankelijkheid en het vergroten van de informatiewaarde. Zoals aangegeven in de beantwoording aan de rapporteurs, concentreren we ons daarbij eerst op het overzichtelijker maken van de koppeling tussen doelen en middelen. Drinkwaterbesparing. De Algemene Rekenkamer wijst op een aantal hiaten in de Strategische Evaluatie Agenda, SEA, en de risico's rondom drinkwaterbesparing. Op dit moment kijken wij, zoals ook is aangekondigd, naar een besparing van 20% in 2035 voor de industrie, voor de grootverbruikers. Maar zoals aangegeven streeft de ILT, de Inspectie Leefomgeving en Transport, er steeds meer naar om informatiegedreven te werken op alle gebieden, waarbij in 2026 actief wordt ingezet op databeheer, data-analyse en verantwoordelijk gebruik van AI. Er wordt continu gewerkt aan het beschikbaar stellen van die data, zodat we die doelen wel gaan halen. Voor drinkwaterbesparing heeft de Algemene Rekenkamer vorig jaar een evaluatie uitgevoerd. In reactie daarop heeft mijn voorganger aangegeven het inzicht in drinkwatergebruik te willen vergroten door met het Centraal Bureau voor de Statistiek onderzoek te doen naar het gebruik per huishouden en bedrijf. Op dit moment zijn wij met de vereniging van drinkwaterbedrijven, Vewin, in gesprek om het beeld van drinkwatergebruik en watergebruik thuis te actualiseren. We gaan kijken wat we kunnen doen om dat beter te benutten. De heer Schutz had ook een vraag over de risico's rondom ruimtelijke preventie en overstromingen achter dijken. Dijken op orde houden is de meest doelmatige en kosteneffectieve manier om Nederland te beschermen. Dit onderhoud valt onder de verantwoordelijkheid van het Rijk. We doen dat natuurlijk samen met de waterschappen, via het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Maatregelen in laag 2 — dat is de ruimte — alsmede in laag 3 — dat is de crisisbeheersing — van de meerlaagse veiligheid vallen onder de verantwoordelijkheid van verschillende overheden. Ik herken niet dat er een gebrek zou zijn aan informatie. Daar waar maatregelen nodig zijn, wordt er altijd gebiedsgericht en breed naar oplossingen gekeken. Nog een vraag van de heer Schutz. De Algemene Rekenkamer staat ook stil bij de evaluatieprogrammering. De Algemene Rekenkamer wijst ons terecht op de hiaten in de evaluatieprogrammering. In de afgelopen jaren hebben wij hier stappen in gezet. We zijn echter nog niet bij het doel. Ik zal mij met de staatssecretaris hardmaken om de witte vlekken in de evaluatieprogrammering aan te pakken richting de begroting van 2027, zoals ik ook heb aangegeven in mijn reactie op de rapporteurs. Duidelijkheid over de planning van enkele onderzoeken zal geboden worden in de begroting van 2027. Mevrouw Boelsma had een vraag over de bijlage moties en toezeggingen. Bij het schrappen van de bijlage in de rijksbegroting heeft het ministerie van Financiën naast de verdiepingsbijlage tevens het overzicht van moties en toezeggingen geschrapt. U geeft aan dit als een achteruitgang te ervaren ten aanzien van uw informatiepositie. U schetst daarbij terecht de context uit het rapport Grip op informatie. Ik zal dan ook met het ministerie in overleg treden in Q1. Brede welvaart. Bij de afweging rondom een nieuwe investering wordt het volgende afwegingskader gebruikt. Er wordt gekeken naar politieke richting, zoals vastgelegd in een regeerprogramma, en de mate waarin iets past binnen de Mobiliteitsvisie, waarin brede welvaart verankerd is, en er wordt ook een maatschappelijke kosten-batenanalyse gebruikt waar brede welvaart onderdeel van is. De huidige context van het Mobiliteitsfonds zorgt er echter voor dat de afweging noodzakelijk pragmatisch is. De focus ten aanzien van die projecten ligt de laatste jaren op wat echt doorgang kan vinden. Verder over brede welvaart ...
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dank u. In de voorgaande begrotingen stond een verwijzing naar de Factsheets Brede welvaart van het CBS over de IenW-beleidsterreinen. De minister van Financiën heeft op 8 oktober 2024 met de brief verbetering verantwoording en begroting de Tweede Kamer geïnformeerd dat deze factsheets in het vervolg tegelijk verschijnen met de jaarverslagen. Om deze reden ontbreekt de verwijzing naar de factsheets in de begroting van 2026. U vraagt naar de koppeling van brede welvaart in de begroting. Brede welvaart is een methode en een graadmeter voor welzijn, welvaart, duurzaamheid en ongelijkheid in de samenleving, waarbij de belangen van nu, later en elders gebalanceerd worden afgewogen. Ik kan u toezeggen om in de volgende beleidsbegroting van IeW per beleidsartikel een koppeling te maken met de 17 SDG's.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: We gaan u meenemen in die SDG's; laat ik het zo formuleren. We nemen u mee in hoe wij die Sustainable Development Goals met die koppeling zien en hoe Elke regio telt!, de koppeling die u maakt, daarin verweven is. Het lijkt mij prima om u daarin mee te nemen.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Dan de vraag van de heer De Hoop over een overzicht van grote projecten met tekorten. De heer De Hoop wil een overzicht ontvangen van alle grote projecten op weg-, water- en spoorinfra van boven de 100 miljoen die recent zijn begonnen of nog moeten beginnen, met een reële inschatting van tekorten. Ik heb uw Kamer — wij hebben uw Kamer — medio juli vorig jaar op verzoek van de heer Grinwis een bijgewerkte opgave van de financiële opgaven gestuurd, naar aanleiding van een toezegging. Dat is nog niet heel lang geleden. We kunnen die lijst nogmaals sturen. Het is een vrij overzichtelijke lijst. Er was destijds ook om gevraagd als input voor uw verkiezingsprogramma's.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Ja, dat lijkt me een goed idee.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Het kopje instandhouding en maakbaarheid. De heer Schutz zei dat ook dit begrotingsjaar de kernvraag blijft hoe ervoor wordt gezorgd dat het gekozen verhoogde budget daadwerkelijk de norm blijft. In het jaar 2026 zijn er weer forse budgetten voor infrastructuur: ruim 10 miljard voor het Mobiliteitsfonds en 2 miljard voor het Deltafonds. Dit zijn middelen die geïnvesteerd worden in de grote opgaven in Nederland op het terrein van bereikbaarheid en waterveiligheid. Ondanks de schaarste in capaciteit en in de markt lukt het ons om deze middelen ook weg te zetten. Mevrouw Boelsma had het over een grote instandhoudingsopgave. Dat klopt. U wilt in een strategisch commissiedebat het gesprek aangaan over hoe wij er grip op kunnen houden en of die systematiek nog past bij de huidige tijd. Uw Kamer heeft al een commissiedebat gepland over de staat van de infrastructuur en de aanpak van deze grote opgave. Dat staat gepland op 19 maart. Dan kunnen we op deze systematiek ingaan. De heer Heutink vroeg naar het tekort van tientallen miljarden. "Maakbaarheid was een groot probleem, maar ligt het nu aan het financiële kader? Waar zit de bottleneck? Zit die bij stikstof, geld of capaciteit?" Het is een combinatie van stikstofproblematiek, de financiële opgave en de uitvoeringscapaciteit. Personele krapte heeft geleid tot de keuze om met middelen te schuiven binnen dat Mobiliteitsfonds, van aanleg naar instandhouding en binnen de aanlegportefeuille. Nu de aanlegprojecten gepauzeerd zijn, is er ook capaciteit naar de instandhouding geschoven. Sec voor de maakbaarheid is in het meerjarenplan instandhouding uiteengezet hoe we die productie verhogen. Die is inmiddels op stoom. De budgetten voor E&O en de vernieuwing in 2025 werden volledig uitgeput. De Tweede Kamer is in juni van vorig jaar geïnformeerd over het meerjarenplan instandhouding, waarmee we deze productie verhogen.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: De pauzering is echt volledig toe te schrijven aan stikstof. Per jaar proberen we er eentje op te starten met ruimte. We hebben bijvoorbeeld LVVN-geld gebruikt voor natuurzaken in de Rotterdamse haven, om meer stikstofruimte te creëren. We puzzelen nog steeds. We komen bijvoorbeeld bij het project Hoevelaken 29 mol tekort. Het gaat om het hele project. Dat is dan even een effect of life. We checken wel iedere keer wat er kan. Op dit moment is dat het antwoord.
Bron, video en gesprek →Minister Tieman: Nog een tweetal. De heer Heutink vroeg wat er nodig is voor de aanleg van nieuwe infra. Hij zei: de schop moet de grond in en de schouders moeten eronder. Het Mobiliteitsfonds staat op dit moment zwaar onder druk, zoals we allemaal al weten. Er is allereerst voldoende budget nodig voor de toenemende instandhoudingsopgave en het afdekken van de tegenvallers in het lopende programma. Wat betreft het starten van nieuwe MIRT-projecten: ik kom dan terug bij wat ik net heb gezegd. Dat stond erachter, inderdaad. De heer Van Duijvenvoorde van FVD vroeg een bevestiging betreffende de Schipholtunnel. Op 1 juli van vorig jaar heb ik uw Kamer het meerjarenplan instandhouding van Rijkswaterstaat toegestuurd. De Schipholtunnel staat op het lijstje met zaken die in voorbereiding zijn maar waarvoor nog geen financiële dekking is. Besluitvorming hierover zal aan een volgend kabinet zijn. Indien er niet tijdig middelen worden gevonden, kunnen we daar verder geen commitment op aangaan. Dit zal ook negatieve economische effecten hebben. U vraagt: wat zijn de effecten? Nou, die zijn met name economisch. Zonder financiële dekking kunnen er geen nieuwe opdrachten aan de markt worden verstrekt voor dit essentiële object. Tot zover mijn beantwoording, voorzitter.
Bron, video en gesprek →