Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2026Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN INFRA-STRUCTUUR EN WATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 13 januari 2026Een goede bereikbaarheid in en van Nederland is van groot belang. Dewinterse omstandigheden van afgelopen week hebben nog eens extraonderstreept hoe essentieel een goed werkend mobiliteitssysteem is inons dagelijks leven. De fysieke infrastructuur in Nederland vormt deruggengraat van onze samenleving én houdt onze delta veilig. Zonderinfra geen nieuwe woningen, zonder infra geen militaire mobiliteit, enzonder infra geen economische ontwikkeling. Als we willen investeren inwoningbouw, de weerbaarheid van Nederland en ons verdienvermogen,zijn ook investeringen in mobiliteit nodig.De afgelopen jaren zijn scherpe keuzes noodzakelijk gebleken in hetinvesteringsprogramma van het Mobiliteitsfonds (MF), onder meervanwege financiële tegenvallers bij lopende projecten en programma’s,onvoldoende stikstofruimte en krapte op de arbeidsmarkt. Door een deelvan het investeringsprogramma te pauzeren, is het mogelijk gewordenom basiskwaliteitsniveaus vast te stellen voor de instandhouding van denetwerken en verder te werken aan diverse aanlegprojecten in(naderende) realisatie. In de Miljoenennota 2026 heeft het kabinetbesloten dat een deel van de prijsbijstelling tranche 2026 opnieuw wordtingezet als dekking van structurele problematiek Rijksbreed.1 Eerder is bijde Voorjaarsnota 2025 door het kabinet besloten om de helft van deprijsbijstelling tranche 2025 (€ 2,1 miljard) in te houden. De taakstellingenhebben een structurele doorwerking, omdat de verplichtingen meerjarigvastliggen. Indicatief betekent het inhouden van de prijsbijstelling dat toten met 2039 (huidige looptijd fondsen) circa € 3,9 miljard aan prijsbij-stelling wordt ingehouden op het MF en Deltafonds (DF) samen. Dit effectloopt ook na 2039 door. Dit leidt tot nieuwe keuzes binnen het MF. UwKamer wordt hierover bij de Voorjaarsnota 2026 geïnformeerd.1Kamerstuk 36 800 XII kst-36800-A-11ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 111 Zoals in de Kamerbrief Langetermijnperspectief infrastructuur enwoningbouw is aangegeven, neemt het budgettair kader van het MF af enis er een steeds groter deel nodig voor de exploitatie, onderhoud envernieuwing van infrastructuur.2 Hierdoor is er nauwelijks ruimte omtegenvallers op te vangen en is er geen ruimte voor nieuwe investeringenbinnen het MF. In juli jl. is de Kamer geïnformeerd over de financiëleopgaven en beleidswensen op het MF die optellen tot tientallen miljardeneuro’s.3 Tegelijkertijd zijn er uitvoeringsbeperkingen, zoals onvoldoendestikstofruimte en de krapte op de arbeidsmarkt waardoor ook niet allesuitgevoerd kan worden. Dit terwijl er steeds meer beheersmaatregelennodig zijn om de infrastructurele netwerken veilig en beschikbaar tehouden, zoals onlangs aan de Kamer is gemeld in de Staat van deInfrastructuur.4De bereikbaarheid en mobiliteit van Nederland staan hiermee ondertoenemende druk. Als een nieuw kabinet een goed functionerend netwerkwil waarborgen, zijn voldoende structurele middelen een belangrijkerandvoorwaarde, zowel voor instandhouding als voor nieuwe groot-schalige structuurversterkende projecten. Tijdens de BestuurlijkeOverleggen MIRT hebben de regio’s opnieuw opgeroepen om structureelmeer geld voor aanleg en instandhouding van infrastructuur vrij temaken. Binnen de huidige financiële kaders kunnen urgente en maakbareinstandhoudingopgaven van het MIRT-programma niet zoals geplandworden uitgevoerd. Dit kan onverwachte afsluitingen, omleidingen envertragingen tot gevolg hebben. Ten aanzien van de capaciteit vanRijkswaterstaat (RWS) begrijpen de regio’s de keuze van het prioritairinzetten van capaciteit op exploitatie en onderhoud alsmede vernieuwing.Ze vragen tijdens de bestuurlijke overleggen echter wel om meer inzichtin de afweging die gemaakt wordt bij de inzet van de capaciteit van RWS,ook omdat dit consequenties heeft voor (gepauzeerde) aanlegprojecten.Het rijk zal hierover in 2026 in gesprek gaan met de regio’s om dezeafweging en prioritering meer inzichtelijk te maken.Ondanks de demissionaire status van het kabinet en de beperkendeontwikkelingen (o.a. beperkte stikstofruimte en beschikbare arbeidscapa-citeit) blijft IenW werken aan de instandhouding van de netwerken en aanprojecten die wél maakbaar zijn. Hiervoor werkt IenW samen met anderedepartementen, provincies, gemeenten, vervoerregio’s en waterschappen.De langetermijninvesteringen in de bereikbaarheid, veiligheid enleefbaarheid van Nederland zijn opgenomen in het MeerjarenprogrammaInfrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Samen met de vijfMIRT-regio’s en de goederenvervoercorridorpartijen vinden elk jaar deBO’s MIRT plaats. Deze overleggen vormen daarmee een belangrijkmoment om opgaven te agenderen, te bespreken en afspraken te makenmet regionale bestuurders, en om – waar mogelijk – (investerings)beslis-singen te nemen over toekomstige projecten en programma’s.De combinatie van afnemende budgetten, toenemende instandhoudings-opgaven en grotere nationale behoeften aan mobiliteit voor woningbouw,economie en (militaire) weerbaarheid maakt een herziening van deMIRT-systematiek nodig. Met de MIRT-brief eind 2026 zal de Kamer overde voorgenomen richting worden geïnformeerd. Hierbij wordt voortge-bouwd op de verkennende gesprekken die de afgelopen tijd zijn gevoerdmet partijen die bij het MIRT betrokken zijn.5 Herziening van de2Kamerstuk 29 435, nr. 2703Kamerstuk 29 435, nr. 2704Kamerstuk 36 800 A, nr. 95Kamerstuk 36 600 A, nr. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 112 MIRT-systematiek wordt in overleg met de regio’s nader onderzocht om zohet MIRT toekomstvast vorm en inhoud te geven.Van 5 tot en met 8 januari 2026 hebben de BO’s MIRT plaatsgevonden. Indeze BO’s zijn afspraken gemaakt met de regio’s over de € 2,5 miljard dievanuit het kabinet beschikbaar is gesteld voor de bereikbaarheid vannieuwe woningen, zowel in stedelijke gebieden als in kleinere kernen. DeKamer is eerder geïnformeerd over de verdeling van de middelen.6€ 1,3 miljard wordt ingezet voor voorstellen gericht op Woningbouw opKorte termijn (WoKT). Hiermee wordt de bouw van ongeveer 145.000nieuwe bereikbare woningen ondersteund. € 1,2 miljard wordt gereser-veerd voor bereikbaarheidsmaatregelen in de grootschalige woningbouw-gebieden. Vanuit het Gebiedsbudget van het Ministerie van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) zal daarnaast nog € 877 miljoenworden geïnvesteerd in grootschalige woningbouwgebieden. Dit allesdraagt bij aan de realisatie van ongeveer 128.000 woningen tot 2035.Het geheel van afspraken is te vinden in de afsprakenlijst die bij deze briefis bijgevoegd.Er zijn aanzienlijk meer, veelal kwalitatief goede, voorstellen ontvangendan aan financiële middelen beschikbaar is. Dat betekent dat er ook veelgoede voorstellen nu niet gehonoreerd zijn, zoals die van de in deOntwerpnota Ruimte aangewezen nieuwe grootschalige woningbouwge-bieden Alkmaar Kanaalzone, BSK Apeldoorn, Helmond Centrum+ enSpoorzone Hengelo-Enschede (SHE). Met deze gebieden blijven we ingesprek. Het is aan een nieuw kabinet hier keuzes op te maken, waarbij deingediende proposities als basis kunnen dienen. Daarnaast is geconclu-deerd dat het zinvol is om gezamenlijk met de regio te onderzoeken wathet effect is van het toepassen van generieke rendementseisen voor delandelijke WoKT-regeling op de WoKT-voorstellen in de provinciesGroningen, Fryslân, Drenthe en Zeeland. Onderdeel van dit onderzoek isde vraag of een landelijke WoMo-regeling met generieke criteria recht kandoen aan de verschillen in woningbouwopgaven in verschillende regio’s,mede in het licht van de activiteiten in het kader van Elke Regio Telt. Deonderzoeksopzet hiervoor zal op korte termijn door het Rijk in samen-werking met de betreffende regio’s worden uitgewerkt.Verder is onder meer afgesproken een MIRT-verkenning te starten voor deN33 Appingedam – Eemshaven (uit kabinetsreactie «Nij Begun»)waarvoor € 252,5 miljoen beschikbaar is binnen het MF. Hiermee moet deverkeersveiligheid en bereikbaarheid van en naar de Eemsdelta verbeterdworden. Daarnaast is afgelopen oktober de A16 bij Rotterdam geopend.Hierdoor stroomt het verkeer vlotter door en wordt de leefbaarheid voorde bewoners langs de A13 en A20 versterkt. Ook is onlangs de startbe-slissing genomen voor de Nedersaksenlijn. Met de komst van deNedersaksenlijn verbetert de bereikbaarheid en ontstaan kansen voorverbetering van de ruimtelijk-economische ontwikkeling en bredewelvaart in de regio. Verder zijn met regionale overheden onder meerafspraken gemaakt voor € 38 miljoen voor het streven om de komendetien jaar op de tien drukste knelpunten op het spoor en de weg de spitsaan te pakken.De Kamer wordt, mede namens de Minister van VRO, geïnformeerd overde uitkomsten van de BO’s MIRT voor zover die betrekking hebben op hetMeerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). DeMinister van VRO informeert de Kamer met een separate brief over deuitkomsten van de BO’s ten aanzien van volkshuisvesting en ruimtelijke6Kamerstuk 32 847, nr. 1389Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 113 ordening. Een volledig overzicht van alle bestuurlijke afspraken is tevinden in de bijlage bij deze brief.Met deze brief informeren we de Kamer over de volgende zaken:1.Voortgang MIRT-projecten en -programma’s1.1.Regio Oost1.2.Regio Noordwest1.3.Regio Zuidwest1.4.Regio Noord1.5.Regio Zuid1.6.Goederenvervoercorridors1.7.Algemeen/regio-overstijgend2.Moties en toezeggingen in het kader van het MIRT3.SlotVOORTGANG MIRT-PROJECTEN EN -PROGRAMMA’SRegio OostIn het BO MIRT Oost is gesproken over verkeersveiligheid, doorstromingen bereikbaarheid van steden en het landelijk gebied. Ook kwam aan deorde dat er mogelijk infrastructurele opgaven kunnen voortvloeien uit hetprogramma Ruimte voor Defensie, bijvoorbeeld bij Zeewolde. DeMinisteries van Defensie en IenW bezien waar deze opgaven al een plekhebben of kunnen krijgen in het MIRT. Daar waar de MIRT-systematiek nietpassend is, zal gezamenlijk worden gekeken naar de mogelijkheden voortijdige ingebruikname van benodigde infrastructuur gelet op de noodzake-lijke versterking van de krijgsmacht. De betreffende regio’s zullen daarbijworden betrokken.Verder zijn er afspraken gemaakt voor grootschalige woningbouwge-bieden in Nijmegen, Zwolle en Arnhem. Er is gesproken over de nieuwegrootschalige woningbouwgebieden. In landsdeel Oost betreft dat degebieden Spoorzone Hengelo-Enschede (SHE) en Apeldoorn Binnenstad-Spoor en Kanaalzone (BSK), waar geen inframiddelen zijn toegekend. Rijken regio gaan in het eerste kwartaal van 2026 verder met elkaar in gesprekover mogelijkheden binnen bestaande afspraken en richting de toekomst.Voor woningbouw op korte termijn worden onder meer in de gemeentenDalfsen, Doetinchem en Raalte middelen toegekend. Zowel via groot-schalige woningbouwgebieden als woningbouw op korte termijn zijn erbijdragen afgesproken voor het realiseren van goed ontslotenwoningbouw in verstedelijkingsgebieden in NOVEX-gebied Arnhem-Nijmegen-Foodvalley.Vrije kruising Arnhem-OostBij het BO MIRT 2022 is afgesproken om een MIRT-onderzoek uit te voerennaar een vrije spoorkruising ten oosten van Arnhem Velperpoort om hetgroeiende personenvervoer te accommoderen. Dit MIRT-onderzoek is inde afgelopen periode afgerond en als bijlage bijgevoegd. Uit hetonderzoek en de bijbehorende participatiebijeenkomsten komt naar vorendat er zeker ruimtelijke kansen zijn te creëren bij het ontwerpen van eendergelijke vrije kruising middenin Arnhem, maar dat er ook nog belang-rijke knelpunten zijn. Het is dan ook belangrijk dat de omwonenden hier tezijner tijd goed bij betrokken worden. Vanwege de samenhang met hetMIRT-onderzoek naar de gehele spoorcorridor Utrecht – Arnhem – Duitsegrens waarvan de resultaten en bestuurlijke bespreking in 2026 wordenverwacht, hebben de betrokken partijen nu geen vervolgafsprakengemaakt rondom de vrije kruising Arnhem-Oost.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 114 BerlijntreinProRail heeft recent met IenW en de regio de tussenresultaten gedeeldvan hun onderzoek naar de robuuste inpassing van de versneldeBerlijntrein en van 740 meter lange goederentreinen conform deTEN-T-verplichting op hetzelfde traject. ProRail heeft daarbij aangegevendat voor station Deventer een extra onderzoeksslag nodig is. Hierover ismet de regio een BO MIRT afspraak gemaakt.Uit de tussenresultaten blijkt een vierde perron op station Deventer(€ 95–135 miljoen) en een snelheidsverhoging tussen Hengelo enOldenzaal grens (€ 25–65 miljoen7) nodig om het huidige knelpunt bijDeventer op te lossen.8 Een vierde perron draagt ook bij aanmeer/snellere (inter)nationale treinen en eventuele dubbelsporigheidZwolle – Deventer.9 Van de snelheidsverhoging Hengelo – Oldenzaalprofiteren ook de regionale treinen. Een snelheidsverhoging Amersfoort –Apeldoorn (€ 60–85 miljoen) zal de robuustheid en de reistijd verderverbeteren en de overstap op Amersfoort voor bijvoorbeeld reizigers uitTwente naar Schiphol versterken. Deze laatste maatregel is ook nodigvoor verdere groei van treinfrequenties bovenop de PHS-dienstregeling.Uit de studie volgt ook dat met aanpassingen op het emplacementDeventer het mogelijk wordt om aldaar 740 meter lange goederentreinente faciliteren, waarmee zowel de Weesp-route als de IJssellijn geschiktworden voor 740 meter goederentreinen richting Bad Bentheim. In hetToekomstbeeld Spoorgoederenvervoer wordt deze aanpassing gezien alsprioriteit. Aangezien binnen het huidige 740 meter programma geenfinanciële middelen beschikbaar zijn voor het emplacement Deventer zal,na oplevering van de studie in 2026, binnen de uitvoeringsagenda van hetToekomstbeeld Spoorgoederenvervoer met prioriteit worden gezocht naarfinanciële middelen om het project voort te zetten.Regio NoordwestIn het BO MIRT Noordwest zijn belangrijke besluiten genomen die eenimpuls geven aan de grote opgaven op het gebied van bereikbaarheid enwoningbouw. Voor de Metropoolregio Utrecht (MRU) zijn afsprakengemaakt over de bereikbaarheid in relatie tot de grootschalige ontwik-keling van Groot Merwede en Rijnenburg. Daarbij is onder meer eenvoorlopig voorkeursalternatief vastgesteld voor de Merwedelijn incombinatie met stappen voor het hoofd- en onderliggend wegennet enhet fietsnetwerk in Utrecht Zuidwest. Voor het gepauzeerde projectA1/A28 knooppunt Hoevelaken is geconstateerd dat ondanks de breedgedeelde ambitie de randvoorwaarden nu niet kunnen worden ingevuldvoor een (gefaseerde) herstart. Gezien de urgentie van het project en dewil van partijen om er de schouders onder te zetten, is afgesproken datrijk en regio gezamenlijk de mogelijkheden in de aanpak van de stikstof-opgave verkennen. Verder zijn onder meer de uitkomsten van deeindrapportage van het Gebiedsonderzoek Spoorzone Amersfoort enHeuvelrugzone onderschreven en zijn vervolgafspraken gemaakt.In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is afgesproken eenMIRT-verkenning A27 Zeewolde – Eemnes te starten. Daarnaast zet hetRijk zich in om het project A6 Almere Oostvaarders – Lelystad op eengepast moment te herstarten. Voor beide projecten is door het Rijk(aanvullend) budget beschikbaar gesteld. Hiermee worden stappen gezet7Exclusief eventueel benodigde maatregelen rondom overwegen en baanstabiliteit.8Kamerstuk 29 984, nr. 12019Kamerstuk 36 600 A, nr. 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 115 ter verbetering van de bereikbaarheid van Flevoland en de ontsluiting vande grote woningbouwopgave in deze provincie. De nieuw aangewezengrootschalige woningbouwlocatie Alkmaar krijgt een impuls door eenbijdrage uit het gebiedsbudget van het Ministerie van VRO. De regio heefthaar teleurstelling uitgesproken dat er vanuit het Rijk geen middelen zijntoegewezen voor de ontsluiting van het nieuw aangewezen grootschaligwoningbouwgebied Alkmaars Kanaal. De regio Noord-Holland Noordheeft voorgesteld in de regio een gezamenlijke Rijk-regio pilot te startenmet de inzet van drones bij incidentmanagement op de infrastructuurnet-werken. Het Rijk heeft toegezegd hierop terug te komen betreftmogelijkheden.Tenslotte heeft de regio Noordwest aandacht gevraagd voor het beterbenutten van Europese subsidies, zoals het Social Climate Fund,bijvoorbeeld voor investeringen in de passage van hoofdinfrastructuurdoor doorfietsroutes.ZuidasdokEr zijn verdere stappen gezet in de realisatie van het programmaZuidasdok. In de bijlage is de eerste halfjaarrapportage 2025 over hetprogramma Zuidasdok opgenomen. In de eerste zes maanden van 2025hebben grootschalige werkzaamheden plaatsgevonden aan de OpenbaarVervoer Terminal en Knooppunt De Nieuwe Meer. Op 31 oktober 2025 isKnooppunt Amstel gegund aan Boskalis, Mobilis en Van Gelder. Hetintegraal definitief ontwerp van de tunnel wordt opgesteld.In december 2023 is een verwacht tekort op Zuidasdok van € 600 miljoentot € 800 miljoen gerapporteerd. In 2024 zijn in opdracht van hetbestuurlijk overleg Zuidasdok versoberingsmogelijkheden in beeldgebracht en is gekeken of onderdelen van het project kunnen wordengetemporiseerd. Toen is afgesproken een taakstelling door te voeren van€ 70 miljoen die behaald wordt door het soberder realiseren van deprojectscope. Ook hebben de bestuurders verzocht de mogelijkheid vaneen robuustere bouwmethode te onderzoeken. Inmiddels is gebleken dateen aangepaste bouwmethode onvoldoende aanvullende besparingoplevert en deels niet veilig toepasbaar is. De opdrachtgevers blijvengericht op maatregelen om verdere kostenstijgingen te voorkomen. Metoog op de opdrachtverlening voor de tunnel hebben de opdrachtgevers in2024 afgesproken hierover uiterlijk in de tweede helft van 2025 een besluitte nemen.Tijdens de realisatie van het programma en het ontwerpproces van detunnel is meer duidelijkheid ontstaan over risico’s, planning en kosten.Ondanks de inzet op versoberingen en het voorkomen van meerkosten, ishet verwachte tekort begin 2025 helaas verder toegenomen naar€ 1.150 miljoen tot € 1.300 miljoen. De door het programma Zuidasdokgemelde oorzaken sluiten aan bij eerder gemelde factoren bij kostenstij-gingen in het programma zoals inflatie, schaarste en risico-avers gedragvan de markt, toenemende indirecte kosten, de grote bouwcomplexiteit,de staat van het areaal en de ondergrond. Een structurele omstandigheidbij de kostenstijgingen is ook dat Zuidasdok in hoogstedelijk gebiedgerealiseerd wordt. Het gebied moet tijdens de bouw op een veiligemanier bereikbaar blijven. Het station en de snelweg blijven open terwijlze worden uitgebreid. Het gaat om een kostenprognose die nog kanwijzigen en niet om onherroepelijke externe verplichtingen. Er zijnoptimalisaties mogelijk, maar er kunnen ook nieuwe tegenvallersoptreden. Er wordt in 2026 een externe toets uitgevoerd naar de door hetprogramma Zuidasdok toegepaste processen, methoden en techniekenvoor het ontwerpen en beprijzen van het programma en welkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 116 waarborgen daaromheen zijn ingericht. De bouw van de Minervapassagevertraagt, met gevolgen voor project tunnel en project OVT-3. Devertraging heeft gevolgen voor het risicoprofiel op de eindmijlpaal.Rekening houdend met deze onzekerheden verschuift de eindmijlpaal vanZuidasdok naar 2035–2037.In een BO op 5 november hebben Rijk en regio de scope van Zuidasdokzoals opgenomen in het Tracébesluit Zuidasdok nogmaals bevestigd. Hetis duidelijk geworden dat het besluit over de noordelijke tunnel enKnooppunt Amstel noord pas in 2026 nodig is. Eind 2026 is er ook meerzekerheid rondom de uitvoeringsprijs van de tunnel en het ontwerp voorKnooppunt Amstel Zuid. Ondertussen wordt doorgewerkt aan eenintegraal definitief ontwerp voor realisatie van tunnel zuid en tunnelnoord, waarbij met het nu beschikbare budget in ieder geval tunnel zuidgerealiseerd wordt. Er is afgesproken dat het besluit over fasering enfinanciering van tunnel noord en KNA-noord uiterlijk eind 2026 wordtgenomen. De gehele scope kan alleen worden gerealiseerd metaanvullend budget.Herijking planning project A9 Badhoevedorp – HolendrechtHet project A9 Badhoevedorp – Holendrecht is het laatste project van hetweguitbreidingsprogramma Schiphol – Amsterdam – Almere (SAA). Bij deopdrachtnemer is vertraging opgetreden bij de uitvoering van dewerkzaamheden aan de verdiepte ligging nabij de gemeente Amstelveen.Oorzaken hiervan liggen in vertraagde vergunningen, gewijzigdewetgeving en onverwachte omstandigheden zoals het aantreffen van eenoude onbekende weg. Hierdoor verschuift de openstellingsmijlpaal vanzowel het project als het programma SAA van eind 2027 naar medio 2029.OV-verbinding Amsterdam – HaarlemmermeerOp 7 oktober jl. heeft een bestuurlijk overleg over de MIRT-verkenningOV-verbinding Amsterdam Haarlemmermeer (OVAH) plaatsgevonden. Deopdrachtgevers (Vervoerregio Amsterdam, Schiphol, Schiphol AreaDevelopment Company (SADC), gemeenten Amsterdam, Haarlem-mermeer, Provincie Noord-Holland, NS en Ministerie van IenW) hebbenmet elkaar gesproken over de tussenresultaten van de MIRT-verkenning.In het BO MIRT 2024 is met elkaar afgesproken om te komen tot eenrichtinggevend conceptbesluit voor een voorlopig voorkeursalternatief.Rijk en regio zijn het eens dat van de vijf alternatieven, zoals beschrevenin de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, ingezet wordt op het alternatief«bovengrondse metro». De huidige inschatting komt erop neer dat er intotaal € 4–7 miljard nodig is voor de OV-verbinding, afhankelijk van delengte van het tracé en nadere uitwerking. Het is een uitdaging omgezamenlijk voldoende financiële middelen beschikbaar te hebben terdekking van het voorlopig voorkeursalternatief. Rijk en regio gaan er dekomende periode gezamenlijk aan werken om de financiering rond tekrijgen. Vanaf 2039 wordt structureel € 200 miljoen vanuit de extrapolatiegereserveerd voor de OV-verbinding Amsterdam – Haarlemmermeer opde begroting van IenW. Het is aan een volgend kabinet om een vervolgbe-sluit te nemen voor dit project. De Voorkeursbeslissing is volgens dehuidige planning eind 2026 voorzien.Het belang en de urgentie van het project voor het (spoor)netwerk alsgeheel en voor de bereikbaarheid van Nederland staat niet ter discussie.Sterker nog, het project OVAH is noodzakelijk voor een goede bereik-baarheid van nieuwe woon- en werklocaties in de MetropoolregioAmsterdam, voor een toekomstvast spoornetwerk voor Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 117 Groot Merwede en RijnenburgRijk en regio zetten in op grootschalige ontwikkeling van in totaal 63.000tot 75.000 woningen en 30.000 tot 41.000 arbeidsplaatsen in GrootMerwede en Rijnenburg. Grootschalige ontwikkeling is afhankelijk vandiverse voorwaarden (bijvoorbeeld water, bodem en energie op orde) envan benodigde maatregelen en investeringen voor bereikbaarheid enleefbaarheid. Rijk en regio stellen daarom een ontwikkelstrategie op.Vooruitlopend op de ontwikkelstrategie en voortbouwend op zowel hetMIRT-onderzoek A12-zone in samenhang met Rijnenburg als deMIRT-verkenning OV en Wonen, is op het BO MIRT afgesproken omvervolgonderzoek te doen naar de toekomstige OV- en autobereikbaarheidvan Groot Merwede en Rijnenburg. Enerzijds wordt een startbeslissingvoorbereid voor een MIRT-verkenning naar het doortrekken van deMerwedelijn als «Rijnenburglijn» naar Rijnenburg. Anderzijds wordtvervolgonderzoek uitgevoerd naar de ontsluiting van Rijnenburg per autoin samenhang met het functioneren van het hoofdwegennet. Voor demaatregelen die uit beide vervolgonderzoeken volgen, is nog geenfinanciële dekking beschikbaar.Voor de MIRT-verkenning OV en Wonen hebben Rijk en regio hetvoorlopig voorkeursalternatief vastgesteld van een Merwedelijn met eenverdiepte ligging. Hiertoe reserveert het Rijk een taakstellend budget van€ 562 miljoen inclusief btw extra en de regio € 160 miljoen exclusief btwextra. Met het vaststellen van het voorlopig voorkeursalternatief wordenvóór 2035 tenminste 10.000 extra woningen in Groot Merwede gereali-seerd, aanvullend op de 25.500 woningen die zijn afgesproken in het BOMIRT 2022. Daarnaast spant de regio zich in om vanaf 2035 te starten methet ontwikkelen van Rijnenburg (22.000 tot 25.000 woningen). Hiermee isook uitvoering gegeven aan de motie van de leden Koerhuis en Minhasom afspraken met Utrecht en Nieuwegein te maken over de afspraken inhet coalitieakkoord en het aantal te bouwen woningen vóór en na 2030.10Rijk en regio werken toe naar een zo spoedig mogelijk voorkeursbesluitvoor de MIRT-verkenning waarna de MIRT-planning en -studiefase kanstarten.ERTMS Schiphol – Amsterdam – Almere – Lelystad (SAAL)In de afgelopen periode is met de regio gesproken over de landelijke uitrolvan ERTMS en de frequentieverhoging op de SAAL-corridor. Daarbij isuitgebreid stilgestaan bij de complexiteit, onzekerheden en verwachtingenvan de betrokken partijen. Het rijden van extra treinen in 2033 (conformDienstregelingsmodel II) is de gezamenlijke ambitie, maar vormt eengrote uitdaging. De uitrol van ERTMS op de SAAL-corridor is noodzakelijkom hoogfrequent vervoer mogelijk te maken.De programmadirectie ERTMS werkt samen met partners in de spoor-sector en de regio aan de verdere uitwerking hiervan. Daarnaast wordtgewerkt aan mogelijke alternatieve verbeteringen van de bereikbaarheiden wordt de ontwikkeling van het aantal reizigers onderzocht. Het strevenis om in 2026 te komen tot verdere keuzes.Regio ZuidwestIn het BO MIRT Zuidwest zijn voor € 276 miljoen in totaal 17WoKT-afspraken gemaakt waarmee wordt bijgedragen aan de versnelderealisatie van ruim 30.000 woningen. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt10Kamerstuk 36 200 A, nr. 19Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 118 voor € 277 miljoen voor de goede bereikbaarheid en ontsluiting van degrootschalige woningbouwgebieden Rotterdam Oostflank, Den Haag CIDBinckhorst en de Oude Lijn. Vanuit het gebiedsbudget is € 236 miljoen inZuidwest toegekend. In totaal draagt dit bij aan de start realisatie van18.650 extra woningen tot en met 2034 in de grootschalige woningbouw-gebieden. In navolging van de WoKT-besluiten die zijn genomen metZeeland en met de regio Noord wordt er een onderzoek gestart tussen Rijken regio naar de effecten van de toepassing van rendementseisen voor deWoKT-regeling.De regio heeft het belang van een goed functionerend infranetwerkbenadrukt, ook vanwege de financiële tekorten en de vele ruimtelijkeopgaven waaronder woningbouw. Vanuit de regio is aangegeven dat deprijsbijstelling op de indexatie vanuit het Rijk op termijn tot tekorten zalleiden en dit een opgave is. Hierbij is aandacht gevraagd voor degepauzeerde wegenprojecten (A4 Haaglanden – N14, A4 Burgerveen –N14, A15 Papendrecht – Gorinchem, A16 Van Brienenoordcorridor) en eenoproep gedaan strategische keuzes te maken bij de prioritering wanneerer weer geld (en stikstof en maakcapaciteit) beschikbaar is. Benoemd isook de resterende gezamenlijke opgave om het eindbeeld van de geheleschaalsprong voor de Oude Lijn te kunnen realiseren. Voor de gebiedsont-wikkeling Cortelande heeft de regio het belang van een nieuw stationZuidplas-Westergouwe benadrukt in verband met de regionale ambitievoor de modal shift van 5 procent. De regio neemt initiatief om na te gaanof een station bijdraagt aan deze ambitie. Het Rijk heeft aangegevenvanuit landelijke afweging nu geen nut en noodzaak van een nieuwstation te zien. Het Rijk neemt daarom en vanwege het ontbreken vanpersonele capaciteit niet deel aan onderzoek naar een stationZuidplas-Westergouwe.Er is doorgepraat over de ruimtelijke keuzes (o.a. woningbouw, economie,energie, landbouw, water) die in het kader van Zeeland 2050 gemaaktmoeten worden en de (mogelijke) implicaties daarvan voor de MiddenZeelandroute en de Zeelandbrug. Met de toekenning van € 20 miljoenvoor de Deltaweg bij Goes, vanuit het budget voor «kleine verbeteringenautonetwerk of doorstroming», kan Zeeland de verkeersdoorstromingverbeteren op één van de drukke delen van de Midden Zeelandroute. Indeze route is de Zeelandbrug een belangrijke schakel, waarvan het eindevan de technische levensduur dichterbij komt. Rijk en regio startendaarom gezamenlijk een variantenonderzoek naar de oeververbindingOosterschelde.Zeeland heeft aangegeven het gesprek over hun ambitie voor een vierdeIntercity trein per uur vanuit Vlissingen te willen blijven voeren. Het Rijkdoet hier ook onderzoek naar en staat open voor het gesprek. Daarnaastheeft Zeeland aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid bij calamiteitenen onderhoud van Zeeland en specifiek voor stremmingen van deVlaktetunnel. Afgesproken is om binnen de kaders van de Tunnelwet tekijken wat mogelijk is in de procedures en te kijken naar de aanleg vancalamiteitendoorsteken. Ook bekijkt het Rijk wat mogelijk is in relatie totde renovatie van de Vlaketunnel. Gesprekken hierover vinden binnenZeeland Bereikbaar plaats.Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en hetHavenbedrijf Rotterdam hebben afgesproken een verkenning te startennaar verschillende oplossingsrichtingen voor het ruimtegebrek in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 119 haven en de impuls voor de leefomgeving van het Rotterdamse haven-gebied (NOVEX Rotterdamse Haven).11Hierbij staat niet de groei, maar de transitie van de haven centraal. Hettoekomstbestendig maken van de haven is essentieel voor Nederland enNoordwest-Europa vanwege de bijdrage aan het verdienvermogen, destrategische autonomie, leveringszekerheid, Defensie en het realiserenvan duurzaamheidsdoelstellingen.Opening A16 RotterdamIn oktober 2025 is een mijlpaal bereikt: de A16 Rotterdam is volledig ingebruik genomen. Op maandag 6 oktober reden de eerste auto’szuidwaarts richting Dordrecht en Breda over de gloednieuwe snelweg;drie weken later volgde de noordelijke rijrichting naar Delft en Den Haag.Met deze 11 kilometer lange verbinding tussen de A13 bij Rotterdam TheHague Airport en de A16 bij het Terbregseplein is de bereikbaarheid vanRotterdam en Lansingerland verbeterd. Het verkeer stroomt vlotter dooren de leefbaarheid voor de bewoners langs de A13 en A20 is versterkt.De A16 Rotterdam is bovendien innovatief aangelegd. Het is de eersteenergieneutrale snelweg van ons land met tunnel: de 2,2 kilometer langeRottemerentunnel draait volledig op zonne-energie, ondersteund doorbatterijen, en is tijdens de bouw al zoveel mogelijk emissieloos gereali-seerd. Het resultaat is een duurzame snelweg. Als Ministerie van IenW zijnwe er bijzonder trots op.Oude LijnRijk en regio zijn in 2022 gestart met de MIRT-verkenning Oude Lijn waarinverschillende alternatieven worden onderzocht voor een schaalsprong opde spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht. Het betreft de opwaardering vanvier bestaande stations, de toevoeging van vier nieuwe stations opverstedelijkingslocaties en de uitrol van een hoogfrequente citysprinter ophet tracé van Den Haag Centraal naar Dordrecht. Deze schaalsprong israndvoorwaardelijk voor de bouw van ca. 200.000 woningen en ca. 85.000arbeidsplaatsen in de Zuidelijke Randstad en kent een ongekend hogemaatschappelijke kosten-baten score. Alle opdrachtgevers onderschrijvenhet belang van deze schaalsprong. Om de gehele schaalsprong terealiseren is aanvullend ca. € 2 miljard nodig. Rijk en regio hebben eengezamenlijke verantwoordelijkheid om hiervoor financiering te vinden.Het is aan een volgend kabinet om een vervolgbesluit te nemen voor ditproject.Rijk en regio hebben afgesproken verder te werken aan alle onderdelenvan de Oude Lijn. Dit betekent dat voor de bestaande stations LeidenCentraal, Den Haag Laan van NOI en Schiedam Centrum op korte termijngestart kan worden met de planstudiefase. Voor knooppunt Dordrecht zijnpartijen het eens over de benodigde maatregelen, maar moeten nadereafspraken worden gemaakt over de daarbij behorende kostenverdeling.Parallel wordt verder uitgewerkt wat nodig is voor frequentieverhogingnaar 8 sprinters per uur. De verkenning naar de aanleg van de nieuwestations Dordrecht Leerpark, Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel enRotterdam Van Nelle en de daarvoor benodigde spoorverdubbelingtussen Delft en Schiedam wordt in 2026 afgerond. Partijen houden eensubstantieel deel van het budget gereserveerd om hier volgend jaarverdere afspraken over te kunnen maken. Een deel van dat budget is11Het startdocument is te vinden op https://www.novexrotterdamsehaven.nl/downloads/startdocument.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1110 geoormerkt voor station Rijswijk Buiten. Afhankelijk van de besluit-vorming over station Dordrecht wordt ook een reservering gemaakt voorhet nieuwe station Dordrecht Leerpark.MerwedeLingelijnDe MIRT-verkenning voor het project Inframaatregelen MerwedeLingelijnis in 2024 gestart met het uitbrengen van de startbeslissing. In deMIRT-verkenning worden de kansrijke oplossingsrichtingen verderuitgewerkt. Eind 2025 wordt de nota kansrijke oplossingen verwacht,waarna toegewerkt kan worden naar het uitwerken van een voorkeursva-riant. De keuze hiervan is voorzien voor medio 2026.BRT Leiden – ZoetermeerRijk en regio hebben afspraken gemaakt over de uitvoering van de aanlegvan het traject Bus Rapid Transport (BRT) Leiden – Zoetermeer. Het projectis van meerwaarde voor de ontwikkeling van het gebied tussen Leiden enZoetermeer en voor de ontsluiting van woongebieden. De totale kostenworden geraamd op € 74 miljoen waarbij Rijk en regio ieder de helftbijdragen.Suppletie GalgeplaatDe planuitwerking is afgerond voor het PAGW-project (ProgrammatischeAanpak Grote Wateren) zandsuppletie Galgeplaat en Slikken van denDortsman. De planuitwerking resulteert in 2025 in een afgestemd ontwerpvan de zandsuppletie Galgeplaat en omgeving. Het project wordt naarverwachting in de winter van 2026/2027 opgeleverd.Regio NoordIn het BO MIRT Noord is het startdocument voor de verkenning gebieds-ontwikkeling Nedersaksenlijn vastgesteld en is teruggeblikt op het nemenvan de startbeslissing voor de MIRT-verkenning voor de Nedersaksenlijnop 6 oktober 2025. Ook is kort stilgestaan bij de stand van zaken van hetMasterplan Lelylijn en vooruitgeblikt naar de presentatie van het adviesvan de Lelylijn-gezant Klaas Knot op 30 januari 2026.Daarnaast is gesproken over de voortgang van de vervanging van debruggen in de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl. De regio heeft daarbijhaar zorgen uitgesproken over de staat van de Friese bruggen en deplanning om tot vervanging van deze bruggen te komen. Er is ookdoorgepraat over de Gerrit Krolbrug in Groningen en het besluit om geentijdelijke verbinding te realiseren tijdens de bouw van de nieuwe brug.Verder is gesproken over de verdeling van de WoMo-middelen. Degrootschalige woningbouwgebieden Groningen Suikerzijde en GroningenStadshavens/Eemskanaalzone krijgen beide een bijdrage uit het gebieds-budget. Voor de woningbouw op korte termijn worden in de gemeentenLeeuwarden, Midden-Drenthe en Westerkwartier middelen toegekend. Deregio heeft haar teleurstelling uitgesproken over deze uitkomst. Er isgeconcludeerd dat het zinvol is om gezamenlijk te onderzoeken wat heteffect is van het toepassen van generieke rendementseisen voor delandelijke WoKT-regeling op de WoKT-voorstellen in de provinciesGroningen, Fryslân, Drenthe en Zeeland. Onderdeel van dit onderzoek isde vraag of een landelijke WoMo-regeling met generieke criteria recht kandoen aan de verschillen in woningbouwopgaven in verschillende regio’s,mede in het licht van de activiteiten in het kader van Elke Regio Telt. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1111 onderzoeksopzet hiervoor zal op korte termijn door het Rijk en debetreffende regio’s worden uitgewerkt.N33Rijk en regio hebben afgesproken om een Samenwerkingsovereenkomst(SOK) op te stellen om gezamenlijk invulling te geven aan de programma-tische benadering voor de N33. Het streven is om de SOK najaar 2026 teondertekenen.3.1.1.1. Gefaseerde herstart N33 Midden (Zuidbroek – Appin-gedam)In 2021 is het project N33 Midden stilgelegd vanwege een gebrek aanstikstofruimte en financiën.12 In 2023 heeft het kabinet in het kader van«Nij Begun» € 145 miljoen aanvullend beschikbaar gesteld voor de N33Midden, bovenop de door Rijk en regio al gereserveerde middelen.13Afgelopen periode zijn Rijk en regio in overleg getreden over eengefaseerde herstart van de N33 Midden en de randvoorwaarden hiertoe,met daarbij een focus op de financiën, vergunningsruimte voor stikstof enmaakcapaciteit. Afgesproken is dat de provincie Groningen een financiëlebijdrage van € 39,8 miljoen levert aan de N33 Midden en het voortouwneemt om de benodigde vergunningsruimte voor realisatie van de weg teverwezenlijken. Ook is afgesproken om reeds gedane grondaankopendoor de provincie bij het vervolg te betrekken. Het totale taakstellendbudget voor de realisatie van de N33 Midden bedraagt € 201,9 miljoen.14Partijen werken de komende periode verder aan de herstart van deplanning- en studiefase van de N33 Midden. Hiervoor wordt een plan vanaanpak opgesteld inclusief scenario’s voor het omgaan met eventuelefinanciële tekorten.3.1.1.2. Startbeslissing N33 Noord (Appingedam – Eemshaven)De afgelopen twee jaar hebben Rijk en regio gezamenlijk gewerkt aan hetMIRT-onderzoek N33 Noord. Tijdens het BO MIRT is afgesproken tot hetstarten van een MIRT-verkenning. Voor de oplossing is er een taakstellendbudget van € 252,5 miljoen15 beschikbaar (op artikel 11 reserveringen vanhet MF). Zoals gebruikelijk bij een MIRT-verkenning zal er breed gekekenworden naar diverse oplossingsrichtingen, zowel voor de weg als voor deoeververbinding. Ook de samenhang met de ruimtelijke ontwikkeling inde Eemshaven, de Oostpolder en Delfzijl zal beschouwd worden. Hetstreven is om de startbeslissing van de verkenning uiterlijk eind Q2 2026te publiceren. De uitkomsten van de MIRT-verkenning worden naarverwachting tijdens het BO MIRT van 2028 geagendeerd, met het doel omeen (bestuurlijke) voorkeursbeslissing vast te stellen.Haak om Leeuwarden Zuid – knooppunt WerpsterhoekOp het knooppunt Werpsterhoek, dat een onderdeel vormt van de Haakom Leeuwarden Zuid, is sprake van scheurvorming in het wegdek endeformatie van de kunstwerken. Het project Haak om Leeuwarden Zuid isin 2014 gerealiseerd en opengesteld voor gebruik. Er lijken meerdereoorzaken voor de geconstateerde scheurvorming en deformatie te zijn,waaronder de wijze waarop destijds in het project staalslakken zijn12Kamerstuk 36 200 A, nr. 7813Kamerstuk 35 561, A14Van dit budget is reeds € 4,3 miljoen besteed aan voorbereidende werkzaamheden.15In 2023 heeft het kabinet in het kader van «Nij Begun» € 250 miljoen beschikbaar gesteld.Vanwege indexatie is dit bedrag inmiddels € 252,5 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1112 toegepast. Op meerdere plekken zijn lokale uitlogingseffecten geconsta-teerd. Vanwege de civieltechnische en (potentiële) milieugevolgen, treftRWS beheersmaatregelen om de beschikbaarheid en veiligheid van hetknooppunt te borgen en de milieu-impact op de directe omgeving teminimaliseren. Zo worden de constructies intensief gemonitord, wordt hetverhoogde pH-water uit de terpen onttrokken en zijn er afrasteringengeplaatst. Over deze situatie en de getroffen maatregelen is afstemmingmet de bevoegd gezagen en belangrijkste stakeholders (gemeenteLeeuwarden, Wetterskip Fryslân, Provincie Fryslân en ProRail).Er wordt door RWS – in nauwe afstemming met de eerdergenoemdepartijen – ook gewerkt aan een definitieve oplossing. Op dit momentworden nog meerdere scenario’s onderzocht. Zodra er meer duidelijkheidis over het vervolg, wordt de Kamer hierover geïnformeerd. Overalgemene informatie over staalslakken is de Kamer eerder geïnfor-meerd.16MIRT-verkenning Bereikbaarheid AmelandDe Kamer is op 3 september jl. geïnformeerd over de voortgang van deMIRT-verkenning en de in te stellen commissie van onafhankelijkedeskundigen.17 Dhr. Sander de Rouwe (burgemeester Kampen) is bereidgevonden om de commissie te leiden. De commissie bestaat verder uit deleden: dhr. Dirk Roukema Msc., Prof. Dr. Ir. Zheng Bing Wang en Prof. Dr.Erik Verhoef. Daarnaast krijgt de commissie ondersteuning van eensecretaris. Tijdens de verkenning zal de commissie op de zeefmomenten(de zogenaamde «trechteringsmomenten» binnen de MIRT-verkenning)adviseren. Het Ministerie van IenW zal het advies vanuit de commissiebetrekken bij de verdere besluitvorming, ten einde een voorkeursbe-slissing vast te stellen. De opdracht van de commissie loopt af bij hetuitbrengen van een two-pager over de voorkeursbeslissing. Dit is naarverwachting eind 2027.HRMK-spoorbrugTijdens het BO MIRT 2024 hebben Rijk en regio geconstateerd dat hetbudget niet toereikend is voor het uitvoeren van een MIRT-verkenning.Hieruit is de afspraak gemaakt om de mogelijkheden voor aanvullendefinanciering in beeld te brengen om voor eind 2025 een eventueleMIRT-startbeslissing te kunnen nemen. Rijk en regio hebben zich in hetafgelopen jaar ingezet om verschillende financieringsopties in beeld tebrengen. Dit heeft niet geleid tot aanvullende middelen die wel nodig zijnom een MIRT-verkenning te starten.Bruggen Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl (HLD)De afgelopen periode heeft IenW besluiten genomen over diversebruggen van de Hoofdvaarweg Lemmer – Delfzijl (HLD). Afgelopen juniheeft IenW een voorkeursbesluit genomen voor de Friese bruggenUitwellingerga, Spannenburg en Kootstertille. De bruggen blijvenbeweegbaar en krijgen een doorvaarhoogte van minimaal 7,40 meter.Hiermee is vervanging van deze bruggen een stap dichterbij gekomen.Daarnaast heeft IenW in september de projectbeslissing voor deGroningse Gerrit Krolburg genomen, waardoor de vervanging van dezebrug de realisatiefase ingaat. De verwachting is dat de nieuwe brug eind2029 af is, waarmee een belangrijke verbinding in de stad Groningen ishersteld.16Kamerstuk 30 015, nr. 13717Kamerstuk 36 600 A, nr. 68Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1113 Regio ZuidIn het BO MIRT Zuid zijn afspraken met de provincie Noord-Brabant en degemeente ’s-Hertogenbosch gemaakt over Bosch Centraal. Aanvullend opde middelen die dit project vanuit het programma Woningbouw enMobiliteit ontvangt, wordt ook een extra bijdrage uit het MF beschikbaargesteld. Hierdoor kan de MIRT-verkenning naar de volgende fase gebrachtworden. Ook de regio verhoogt haar bijdrage aan het project. Het station’s-Hertogenbosch is een belangrijk knooppunt in het nationale spoor-netwerk. Met deze bijdrage wordt onder andere een nieuw busstation, eenbrede en veilige Interwijkverbinding met toegang tot de perrons enverbreding van die perrons mogelijk gemaakt.Met Limburg zijn afspraken gemaakt over het verder uitwerken van deVerstedelijkingsstrategie Limburg Centraal. Binnen 1,5 kilometer van de ICstations in Limburg is voldoende ruimte voor verdere verstedelijking enverdichting. Door die tegelijk op te laten gaan met economische en socialeontwikkeling, geven Rijk en regio invulling aan de VISTA-strategie van deNota Ruimte.18 Hiermee benutten we de beschikbare capaciteit van hetspoornetwerk ook beter. Rijk en regio blijven daarbij oog houden voorverdere ontwikkelpotentie van het spoor- en OV-netwerk, waarbijnadrukkelijk ook aandacht is voor het verbeteren van grensoverschrij-dende verbindingen zoals naar Aken, Düsseldorf en Luik.BrainportIn 2024 is het Beethovenconvenant gesloten. Daarmee benadrukt hetkabinet het belang van de Brainportregio voor heel Nederland.19 Dit jaar isverder vervolg gegeven aan de afspraken uit het Beethovenconvenanttijdens het BO MIRT. In mei 2025 is de startbeslissing genomen voor deintegrale MIRT-verkenning A2/N2, Brainportlijn en Noordwestelijkeontsluiting, waarbij het eerste besluit onder verantwoordelijkheid valt vanhet Rijk en de andere twee onder verantwoordelijkheid van de regio.20 Deverkenning naar de Noordwestelijke ontsluiting wordt versneld uitge-voerd. Dit is nodig vanwege de voorziene opening van de eerste fase vande uitbreiding van ASML op de Brainport Industries Campus Noord(BIC-Noord). Het Bus op Vluchtstrook-traject A67 is gerealiseerd en vanafjanuari 2026 kunnen er ook bussen op de vluchtstrook bij de A2 tussenknooppunt Leenderheide en Leende rijden. Het Bus op Vluchtstrooktrajectop de A50 wordt in 2026 gerealiseerd. Voor het traject A58 Eindhoven –Tilburg zijn afspraken gemaakt over een doorstart en zijn voorbereidendewerkzaamheden opgestart om de doorstart in 2027 mogelijk te maken. Deregio heeft aandacht gevraagd voor de samenhang tussen deMIRT-verkenning A2/N2 Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting en deA58 Eindhoven – Tilburg. In de bestuurlijke kerngroep over deMIRT-verkenning A2/N2 Brainportlijn en Noordwestelijke ontsluiting zullenrijk en regio nadrukkelijk aandacht aan de samenhang besteden. Geziende snelle ontwikkeling van de Noordwestelijke ontsluiting en de fysiekeverbinding met de verbreding A58, maken Rijk en regio nadere (financiële)afspraken in BKG hierover.Voor het in 2023 gepauzeerde MIRT-project Leenderheide – Geldrop op deA67 zijn afspraken gemaakt over een pakket van mitigerende maatregelen.Dit vanwege het pauzeren van dit wegenproject.18Kamerstuk 29 435, K.19Kamerstuk 33 009, nr. 14120Kamerstuk 36 600 A, nr. 61Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1114 Voor de MIRT-Verkenning Spoorknoop Eindhoven (SKE) heeft het Rijkaanvullend € 10 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag maakt hetmogelijk om stap 1 van deze verkenning naar de planning- en studiefasete brengen. De gemeente Eindhoven heeft voor dit project aandachtgevraagd voor het tempo en de samenhang tussen de verschillendestappen van de MIRT-Verkenning naar de Spoorknoop en de MultimodaleKnoop.Tot slot is het geactualiseerde MIRT-onderzoek Verstedelijking enMobiliteit Brainport vastgesteld. Dit onderzoek geeft aan wat er voor 2040(met een doorkijk naar 2050) nodig is op het gebied van wonen, werken,mobiliteit en energie om de schaalsprong van de Brainportregio mogelijkte maken.A2 Het Vonderen – KerensheideHet project A2 Het Vonderen – Kerensheide wordt geconfronteerd met eenaantal uitdagingen die tot € 178 miljoen aan extra kosten en twee jaarvertraging leiden. Het betreft onder meer het nemen van noodzakelijkemaatregelen ten behoeve van een beschermde vleermuissoort en enkeletegenvallers door onder andere bodemsaneringen, bestrijding vanongewenste plant- en diersoorten en benodigd archeologisch onderzoek.Uit aanvullend ecologisch en juridisch onderzoek blijkt dat het projectzonder de extra maatregelen voor de vleermuizen niet kan doorgaan.Daarom zijn de extra middelen vrijgemaakt uit het MF. De MIRT-mijlpaalopenstelling ligt nu op eind 2029.Ingebruikname tijdelijk spoor VughtIn het kader van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) is eenbelangrijke mijlpaal bereikt op de PHS Goederencorridor Zuid Nederland:in oktober is het tijdelijk spoor in Vught gerealiseerd waarmee hettreinverkeer kan blijven rijden gedurende de bouw van de verdiepteligging van het spoor. De ingebruikname van het tijdelijk spoor is eenbelangrijke mijlpaal in dit complexe project, waarbij in goede afstemmingmet de regionale partners en omgeving is gewerkt. Deze tijdelijke liggingvan het spoor in Vught heeft helaas een aantal jaren forse impact in degemeente Vught. Ook voor de dienstregeling levert dit een uitdaging op.Uiteindelijk zal er met de verdiepte ligging van het spoor in Vught en deextra sporen tussen Den Bosch en Vught meer capaciteit zijn op het spooren minder impact op de omgeving, waarbij ook een aantal overwegen zalzijn verdwenen.GoederenvervoercorridorsDe internationale multimodale goederenvervoercorridors en de daaraangelegen zeehavens en knooppunten in het achterland vormen debelangrijke ruggengraat van onze economie en logistieke stromen. BijVoorjaarsnota is een bedrag van € 150 miljoen aanvullend vrijgemaaktvoor veiligheid en goederenvervoer.21 Hiervan is € 43 miljoen gereser-veerd voor truckparkings en € 79 miljoen voor het ImpulsprogrammaGoederenvervoer. Bij het BO Goederenvervoercorridors zijn afsprakenover de besteding van deze middelen gemaakt om de internationalemultimodale goederenvervoercorridors en knooppunten verder teversterken, de benutting ervan te vergroten en te verduurzamen.21Kamerstuk 36 725 A, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1115 Modal shift-aanpakIenW heeft de afgelopen jaren verladers ondersteund bij het verplaatsenvan transport van goederen via de weg naar spoor of vaarwegen. Voor devoortzetting van het stimuleren van een modal shift in het goederen-vervoer op de corridors is voor 2026 en 2027 een bedrag beschikbaargesteld van € 7 miljoen voor een modal shift van weg naar water en€ 2 miljoen voor een modal shift van weg naar spoor. Deze middelen zijnbij Voorjaarsnota 2025 gereserveerd.KijfhoekBinnen het Impulsprogramma Goederenvervoer is een bedrag van€ 30 miljoen gereserveerd voor Kijfhoek. Met de beschikbaar gesteldemiddelen wordt een vernieuwd perspectief voor het wagenladingvervoergecreëerd. ProRail kan hiermee een neutrale dienstvoorziening opKijfhoek realiseren en heeft de ruimte om bij de vaststelling van hetheuveltarief op Kijfhoek tot een voldoende concurrerend heuveltarief tekomen. Verschraling van het vervoersaanbod op het spoor en een reversemodal shift van ladingstromen wordt hiermee voorkomen.Bereikbaarheidsaanpak Haven RotterdamDoor een sterk toegenomen verkeersaanbod, waaronder groeiendgecontaineriseerd goederenvervoer, zal naar verwachting de komendejaren de congestie op de aan- en afvoerwegen naar de Rotterdamse havensterk toenemen. De bereikbaarheid van de haven, de logistieke efficiëntieen leveringszekerheid van bedrijven, en de toppositie van de Rotterdamsehaven als de logistieke toegangspoort tot Europa, komen daarmee in hetgedrang. Om blijvend een goede bereikbaarheid te kunnen borgen werkenIenW, Havenbedrijf Rotterdam, de Topsector logistiek en de logistiekesector aan een maatregelenpakket. Over dit pakket zullen in het voorjaarvan 2026 met de sector nadere afspraken worden gemaakt. Voor deuitvoering van eerste maatregelen vanuit dit pakket is voor 2026 eenbudget van € 2 miljoen beschikbaar gesteld.Emplacement IJsselmondeEr kan uitvoering gegeven worden aan een pakket aan projecten op deMaasvlakte door de afspraak om middelen beschikbaar te stellen voor deuitplaatsing van een deel van het emplacement IJsselmonde. Het gaat omde aanleg van bundel 2 op Maasvlakte Zuid, elektrificatie van de Distri-driehoek en aanpassing van de C2 bocht. Dit besluit biedt zo niet alleenruimte voor de gebiedsontwikkeling van Feijenoord XL, maar draagt ookpositief bij aan de capaciteit, verdere verduurzaming en de concurrentie-positie van het spoorgoederenvervoer.TruckparkingsVoor vrachtwagenchauffeurs moeten er zowel op de korte als langetermijn meer veilige rustplekken komen. Dat komt de verkeersveiligheidten goede en daarmee wordt invulling gegeven aan Europese regelgeving(TEN-T). Hierbij is het ook van belang dat er voldoende voorzieningen zijnvoor chauffeurs. Hiervoor wordt in totaal € 43 miljoen gereserveerd vanaf2027. De financiële middelen voor truckparkings zijn onder anderebedoeld voor de aankoop van nieuwe gronden en het uitbreiden enherinrichten van bestaande parkeerplaatsen om zo meer rustplekken voorchauffeurs te creëren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1116 Regeling Clean Energy HubsHet doel van de SPUK Clean Energy Hubs is om provincies te stimulerende realisatie van Clean Energy Hubs te versnellen en daarmee bij tedragen aan de verduurzaming van zwaar wegtransport en de binnenvaart.De SPUK Clean Energy Hubs gaat van start op 1 april 2026 en de looptijdvan de regeling is vijf jaar. Afgesproken is dat de provincies cofinancieringbijdragen, wat maakt dat de totaal beschikbare overheidsmiddelendaarmee om en nabij de € 40 miljoen zijn. Er geldt een prioritaire uitrol opde corridors en een verdeling van 50 procent voor de weg en 50 procentvoor water.Beter Benutten Last Mile SpoorDoor het gebruik van sensoren en camera’s kan de capaciteit op emplace-menten beter worden benut. Eerder zijn middelen beschikbaar gesteldvoor pilotprojecten bij de spooremplacementen Botlek, Maasvlakte West,Moerdijk en Amsterdam Houtrakpolder. Vanwege positieve resultatenwordt een bedrag van € 300.000 beschikbaar gesteld voor de verderedoorontwikkeling van de pilots in Moerdijk en Amsterdam Houtrakpoldermet de ontwikkeling van een toepassing voor de verkeersleiding.Haalbaarheidsonderzoek 740 meter BotlekHet kabinet heeft eerder middelen beschikbaar gesteld voor diverseinvesteringen om het netwerk geschikt te maken voor het rijden met 740meter lange treinen. Met de eerder door ProRail opgestelde uitrolstrategiewordt ingezet op het geschikt maken van de drukste corridors voor hetrijden met 740 meter lange treinen en het doen van investeringen in eenaantal herkomsten/bestemmingen met een grote 740 meter potentie,waaronder emplacement Botlek. Een bedrag van € 500.000 wordt doorIenW beschikbaar gesteld voor de uitvoering van een haalbaarheidson-derzoek naar de realisatie van 740 meter lange sporen op Botlek. HetHavenbedrijf van Rotterdam draagt € 50.000 in-kind bij.Optimalisatie WHK Kraaiven – LovenIenW heeft besloten om vanuit het programma GVC een aanvullendebijdrage toe te kennen aan het project Optimalisatie WHK Kraaiven-Lovenwaarmee Tilburg zal worden ontsloten voor grote klasse IV schepen. Dedefinitieve afspraken over de decentrale projectfinanciering van dit projecten de reservering van € 10 miljoen voor een fonds gericht op hetstimuleren van natte bedrijventerreinen zullen begin 2026 officieel doorIenW, Noord-Brabant en Tilburg worden bekrachtigd.SPUK Versterking havenvoorzieningenDe bestaande SPUK Versterking havenvoorzieningen draagt bij aan het(structureel) stimuleren van een modal shift van weg naar water doorinvesteringen in haveninfrastructuur te ondersteunen. De SPUKVersterking Havenvoorzieningen GVC Oost en Zuidoost wordt met€ 2 miljoen verhoogd ten behoeve van enkele aanpassingen, zoals detoevoeging van Corridor Zuid.Knooppunten op de Realisatiepacten Multimodale Goederenver-voercorridorsBij het BO MIRT zijn afspraken gemaakt over de uitvoering van derealisatiepacten bij de zeehavens van Amsterdam, Moerdijk, North SeaPorts en de logistieke knooppunten van Nijmegen en Sittard-Geleen/Stein.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1117 De realisatiepacten voor Tilburg, Venlo en Rotterdam gingen hen voor. Inde realisatiepacten zijn logistieke afspraken tussen Rijk en regio gemaaktover gezamenlijke prioritaire opgaven. Hiermee gelden bij acht van denegen grote multimodale knooppunten op de achterlandverbindingenafspraken voor het versterken van de rol van het knooppunt als aanjager(regionaal en op de corridor) van efficiënt, snel, duurzaam en veiliggoederenvervoer. Dit gebeurt vanuit de lokale situatie met inzet op hetversterken van de hub-functie, «het juiste bedrijf op de juiste locatie» inbinnenhavens, het digitaliseren van het logistieke proces en het bevor-deren van modal shift naar de binnenvaart en het spoor. Vanuit IenWwordt een bedrag van € 1 miljoen per pact bijgedragen. De regionalepartijen zorgen voor cofinanciering van eveneens € 1 miljoen perknooppunt. De start van realisatiepact Tiel – als laatste grote multimodaleknooppunt – is voorzien voor besluitvorming in 2026.Algemeen/regio-overstijgendLandelijke aanpak spitsspreiden en-mijdenHet Rijk gaat – samen met de regio – aan de slag met de uitwerking van deaanpak spitsspreiden en -mijden. Dit programma streeft ernaar dekomende tien jaar op de tien drukste knelpunten op het spoor en de wegde spits aan te pakken. Met concrete oplossingen wordt gewerkt aan hetspitsprobleem door het optimaler benutten van de bestaande netwerken.Lessen die daaruit getrokken kunnen worden, kunnen daarna een plaatskrijgen in het reguliere bereikbaarheidsbeleid.Het programma zet in op de stimulering van ander gedrag voor wie datkan, zodat er ruimte ontstaat voor wie in de spits moet reizen. De motievan het lid Olger van Dijk verzoekt de regering om samen metwerkgevers, werknemers en onderwijsinstellingen tot een landelijkeaanpak te komen om woon-werkverkeer beter te spreiden over de dag ende week.22 De aanpak spitsspreiden en -mijden23 geeft uitvoering aandeze motie. Daarbij wordt niemand beperkt in zijn mobiliteitskeuzes. Deauto heeft en houdt een belangrijke plek in ons mobiliteitssysteem die weblijven faciliteren. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie vanhet lid Heutink die verzoekt de regering te erkennen dat het mijden van despits niet voor iedereen is weggelegd en dat de overheid autogebruik, opwelk moment dan ook, moet faciliteren.24We nemen initiatieven richting werkgevers en onderwijsinstellingen omwerknemers en studenten buiten de spits te laten reizen als dat mogelijkis. Daarnaast werkt het Rijk samen met partners zoals RWS, ProRail en NSaan een landelijke aanpak waarin zij kijkt naar haar eigen rol alswerkgever, reisalternatieven, fiscale mogelijkheden en communicatie. Decampagne Rij spitsvrij wordt vervolgd, waarbij de inzichten uit deevaluatie van de eerste campagne worden meegenomen. De evaluatievan de campagne is in de bijlage te vinden. Het publiceren van deevaluatie geeft uitvoering aan de toezegging aan het lid Van Dijk om deevaluatie van de campagne Rij spitsvrij toe te sturen.25Gezien de nu beschikbare middelen zijn in de BO’s MIRT afsprakengemaakt met de regio voor 2025, 2026 en 2027, met de intentie tot eenvervolg voor 2028 en 2029. Op basis van de eerste resultaten zalomstreeks na twee jaar de aanpak worden verfijnd, en zal worden bezien22Kamerstuk 36 410 XII, nr. 4323Programmaplan spitsspreiden en -mijden24Kamerstuk 31 305, nr. 51425TZ202504-063Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1118 welke mix van maatregelen kan worden doorontwikkeld. Daarnaast wordtonderzocht welke investeringen nodig zijn om de gestelde ambities verderin te vullen.De Kamer is eerder geïnformeerd dat de motie van het lid Minhas c.s.26 ende motie van de leden Van der Graaf en Krul27 betrokken zouden wordenbij het onderzoek naar het spreiden van reizigers en het verlichten van despits.28 In het najaar van 2024 heeft de Kamer een stand van zaken vandeze moties ontvangen.29 In de brief is vermeld dat het Kennisinstituutvoor Mobiliteitsbeleid (KiM) begin 2025 een onderzoek naar de reisbewe-gingen van studenten en scholieren is gestart. Naar verwachting wordt ditonderzoek begin 2026 afgerond, waarna het wordt gepubliceerd. Op basisvan de uitkomsten van dit onderzoek, wordt verkend of nader onderzoeknaar kortingen op abonnementen voor deze doelgroepen opportuun is enhoe uitvoering wordt gegeven aan beide moties.Kleine verbeteringen autonetwerk of doorstromingMet de MIRT-regio’s zijn afspraken gemaakt over het uitvoeren van kleinemaatregelen, gericht op het verbeteren van het autonetwerk of dedoorstroming op het nationale netwerk. Met de beschikbare Rijksbijdragevan € 280 miljoen worden 48 maatregelen, verdeeld over Nederland,gerealiseerd waar de weggebruiker positief effect van ervaart. Het gaatdaarbij om maatregelen zoals het verbeteren van de afritten, het ongelijk-vloers maken van enkele aansluitingen, het verbeteren van kruispunten/rotondes rond de snelwegen en het verbeteren van regionale verbindings-wegen nabij de snelweg. Zo wordt onder meer in Oost Nederland voor€ 16 miljoen de huidige aansluiting van de N35 met de Oostwegongelijkvloers gemaakt, wat zorgt voor een verbeterde doorstroming enoplossing van een verkeersveiligheidsknelpunt. In Noordwest Nederlandwordt voor € 25 miljoen een nieuwe verbindingsweg bij de A6 ten zuidenvan Lelystad aangelegd, waarmee de doorstroming op delen van de A6verbetert en er wordt bijgedragen aan de bereikbaarheid van gebiedsont-wikkeling Zuiderhage. In Noord Nederland wordt € 17 miljoen bijge-dragen aan de realisatie van een fly-over bij verkeersplein GietenN34/N33. Afgesproken is dat de regionale partijen deze maatregelen in deperiode tot 2030 zullen uitvoeren.Toekomstperspectief HoofdwegennetHet Toekomstperspectief Hoofdwegennet is het langetermijnbeleidskadervan IenW voor het beheren en ontwikkelen van het hoofdwegennet, insamenhang met de ruimtelijke ontwikkeling en met andere netwerken envervoerswijzen, als onderdeel van de Mobiliteitsvisie en de OntwerpnotaRuimte. Rijk en regio werken het Toekomstperspectief gebiedsgericht uit.Doel is in het BO MIRT 2026 een gezamenlijk beeld van de gewenstefunctie van de hoofdwegen vast te stellen en een eerste beeld van debelangrijkste opgaven (bereikbaarheid, betrouwbaarheid/robuustheid,veiligheid en leefomgeving) richting 2050 te bepalen. De werkzaamhedenen resultaten worden ook benut voor de Rijk-regio inbreng in de Uitvoe-ringsagenda Nota Ruimte en de gezamenlijke programmering in deMIRT-gebiedsagenda’s.26Kamerstuk 29 984, nr. 114327Kamerstuk 29 984, nr. 115028Kamerstuk 29 984, nr. 117629Kamerstuk 31 305, nr. 483Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1119 Rapportage dodelijke ongevallen en letselongevallen op rijks-wegen in 2023SWOV heeft recent haar jaarlijkse analyse van dodelijke verkeers-ongevallen op rijkswegen opgeleverd.30 De Kamer wordt hierovernormaal gesproken geïnformeerd via de verzamelbrief verkeersveiligheid,maar die verscheen hiervoor te vroeg. In aanvulling op voorgaande jarenonderzocht SWOV dit keer ook letselongevallen op rijkswegen uit 2023,waarbij minstens één persoon in het ziekenhuis belandde. Het rapportgeeft onder andere inzicht in hoeverre de infrastructuur een rol heeftgespeeld bij het ontstaan en de afloop van dodelijke ongevallen oprijkswegen.Op basis van de aanvullende informatie van de politie heeft het SWOVgeconcludeerd dat er in 2023 in totaal 59 dodelijke verkeersongevallen opeen rijksweg plaats vonden, waarbij 68 verkeersdeelnemers kwamen teoverlijden.31 Van deze 59 dodelijke ongevallen zijn kop-staartaanrijdingenhet meest voorkomende type, gevolgd door obstakelongevallen enfrontale ongevallen. Het aantal (en aandeel) obstakelongevallen was nieteerder zo laag als in 2023, terwijl het aandeel frontale aanrijdingen relatiefhoog lag.Net als in voorgaande jaren ontstonden de meeste dodelijke ongevallendoor een combinatie van onoplettendheid of (bewust) risicogedrag van deweggebruiker en een weginrichting die weinig ruimte laat voor menselijkefouten. Infrastructurele aspecten die in 2023 het meest een rol speeldenbij het ontstaan van ongevallen op rijkswegen waren een te smallevluchtzone, het ontbreken van een fysieke rijrichtingscheiding openkelbaanswegen en het ontbreken van openbare verlichting. De ernstvan de afloop werd voor een belangrijk deel bepaald door de inrichtingvan de berm en het niet (correct) gebruik of functioneren van beveiligings-middelen zoals een motorhelm, airbags en gordels.Bij de vergelijking met de bestudeerde letselongevallen valt op dat deletselongevallen vaker kop-staart of eenzijdige aanrijdingen zijn dan bijdodelijke ongevallen. Frontale ongevallen kwamen minder vaak voor bijde letselongevallen. De rol van de infrastructuur bij het ontstaan van deletselongevallen is vergelijkbaar met die bij de dodelijke verkeers-ongevallen.Verkeersveiligheid Rijks-N-wegenEr is binnen het MF € 200 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van deverkeersveiligheid van Rijks-N-wegen. Hiermee worden maatregelengetroffen in twee verschillende tranches.32 De Kamer wordt hieroverjaarlijks geïnformeerd en in juni jl. is de Kamer geïnformeerd over devoortgang.33 Enkele maatregelen uit de eerste tranche die afgelopennajaar zijn uitgevoerd, zijn de verkeersveiligheidsmaatregelen op de N57,N59 (in oktober), N33 (in oktober/november) en N99 (in november). Alsonderdeel van tranche twee zijn ook maatregelen op de N44 voorzien.Onlangs is duidelijk geworden dat de oorspronkelijke scope (hetaanleggen van een parallelbaan tussen de kruising bij Houtweg/30SWOV (2025), Dodelijke ongevallen en letselongevallen op rijkswegen in 2023.31Volgens het Bestand geRegistreerde Ongevallen Nederland (BRON) vonden er in 2023 oprijkswegen 61 dodelijke verkeersongevallen plaats, waarbij 70 verkeersdeelnemers zijnoverleden. Na correctie met RWS-data en het uitsluiten van ongevallen door suïcide,onwelwording of een ongeval dat niet op een rijksweg plaatsvond, concludeert SWOV dat in2023 in totaal 59 dodelijke ongevallen waren op rijkswegen met 68 slachtoffers.32Kamerstuk 29 398, nr. 101433Kamerstuk 36 600 A, nr.63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1120 Raaphorstlaan naar de Eikenlaan) niet haalbaar is gezien de beperktefysieke ruimte en de wens om daar in het kader van het Meerjarenpro-gramma Geluidsanering geluidsschermen te plaatsen. Momenteel wordtverkend welke andere maatregelen een bijdrage kunnen leveren aan hetverbeteren van de verkeersveiligheid op de N44. Hierbij wordt gedachtaan bijvoorbeeld maatregelen bij kruispunten om de gereden snelheidomlaag te brengen inclusief gedragsbeïnvloeding en mogelijkhandhaving.Spoorcapaciteit 2030In de afgelopen periode is in het kader van het programma Spoorcapa-citeit 2030 voortgang geboekt. Zo zijn maatregelen genomen om langeretreinen in te kunnen zetten (zoals tussen Hoorn en Amsterdam) en de inzetvan meer Intercity’s Nieuwe Generatie (ICNG) mogelijk te maken in dedienstregeling 2026. Zo wordt de ICNG nu ingezet op Den Haag –Eindhoven, Breda -HSL-Amsterdam Zuid – Amersfoort Schothorst en alstweede IC Brussel met doorkoppeling over de HSL naar Amsterdam Zuiden Lelystad. Bovendien is op de trajecten Den Haag – Eindhoven enRotterdam – Lelystad (over de HSL) op basis van monitoring mogelijkgemaakt dat de ICNG met 16 rijtuigen kan rijden, in tegenstelling tot deeerdere maximale hoeveelheid van 13. Dit biedt een verhoogdezitplaatskans op deze trajecten. Vanuit het programma Spoorcapaciteit2030 zijn bovendien maatregelen aan de HSL verricht om de hogerefrequenties met 200 km/u te rijden (de daadwerkelijke implementatiedaarvan hangt af van het opheffen van de tijdelijke snelheidsbeperking opde HSL). Het is ook de bedoeling dat het ICNG-materieel in de toekomstverder doorrijdt naar het noorden en oosten van Nederland.Behandelen & OpstellenHet MIRT-programma Behandelen & Opstellen, bedoeld om emplace-mentscapaciteit te vergroten op meerdere locaties in Nederland, kent eentaakstellend budget. Bij kostenoverschrijdingen betekent dit dat hetprogramma in beginsel moet versoberen op de scope van de onderlig-gende projecten. Dit is in het verleden ook meermaals gebeurd, waarbijprojecten uiteindelijk in hun totaliteit geschrapt zijn om het programma-budget weer sluitend te krijgen. Er zijn momenteel nog twee projecten die(definitief) over moeten naar realisatiefase, te weten Roosendaal enRotterdam Noord Goederen. Vanwege het taakstellende budget engenoemde versoberingsexercities uit het verleden is de scope van dezeprojecten al zeer sober.Het programma loopt momenteel aan tegen een budgetspanning van€ 2,3 miljoen. Er wordt onderzocht of deze twee projecten nog verderversoberd kunnen worden, maar vanwege de voorgeschiedenis wordt diteen zeer lastige klus; er dient wel een werkbare scope over te blijven. Hetintegraal schrappen van één van de projecten is vanuit het spoorsysteemen de gewenste productstappen op het hoofdrailnet namelijk zeeronwenselijk. De prognose eindstand van het programma Behandelen &Opstellen is daarom nu niet sluitend.SpoortrillingenZoals eerder met de Kamer gedeeld werkt IenW aan het in beeld brengenvan mogelijkheden voor een landelijke aanpak van spoortrillingen.34 In datkader zal de Gezondheidsraad in 2026 op verzoek van het ministerieadvies uitbrengen over een gezondheidskundige advieswaarde voor34Kamerstuk 29 984, nr. 1130Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1121 spoortrillingen. Ook zullen in een plan-mer-procedure de milieueffectenvan verschillende mogelijkheden nader worden onderzocht. De resultatenvan beide trajecten zullen worden betrokken in de afweging over eenlandelijke aanpak.Plan van Aanpak Regionale Bereikbaarheidsanalyses en -profielenIn het kader van «Bereikbaarheid op Peil» hebben Rijk en regio’s deafspraak gemaakt dat de regio’s komende periode regionale bereikbaar-heidsanalyses gaan uitwerken.35 Het doel hiervan is het centraal stellenvan de bereikbaarheidsopgave in de onderlinge samenwerking tussen hetRijk en de regio’s. Het nationale bereikbaarheidspeil en de nulmeting diedaarvoor is gemaakt dienen als het referentiekader voor de analyses. Metde ontwikkeling van dat referentiekader is al inzichtelijk geworden datvoorzieningenbeleid en ruimtelijke ordening (nabijheid) naast mobiliteitcruciaal zijn bij het werken aan bereikbaarheidsopgaven. In het Plan vanAanpak, dat de onderlegger is van deze afspraak, is ook specifiekaandacht voor het meenemen van de belemmeringen die mensen ervarenom mobiel te zijn en dus bereikbaarheid te genieten. Hiermee wordt ookuitvoering gegeven aan de motie van het lid Pierik die de regeringverzoekt om bij verdere uitwerking van de regionale ontwikkelstrategieënen MIRT-investeringen structureel rekening te houden met bereikbaar-heidsongelijkheid.36 Het Plan van Aanpak is als bijlage bij deze briefmeegestuurd, zoals toegezegd aan het lid Van Dijk.37 Op basis van hetwerken aan de regionale bereikbaarheidsanalyses zal komend jaar doorRijk en regio’s samen een voorstel worden uitgewerkt over de invullingvan de vervolgstap, waarin de analyse wordt omgezet in een hande-lingsperspectief.Prijsindexatie MIRT-overzichtDe Kamer heeft in september jl. het MIRT-overzicht 2026 ontvangen. HetMIRT-overzicht geeft inzicht in de achtergrond, de voortgang en deplanning van de Rijksprojecten en Rijksprogramma’s uit het MIRT. In definanciële tabellen van de eerdere versie van dit overzicht is bij enkeleprojecten de laatste prijsindexatie nog niet helemaal correct verwerkt. Opwww.mirtoverzicht.nl zijn de meest recente cijfers te vinden.MOTIES EN TOEZEGGINGEN IN HET KADER VAN HET MIRTInstandhouding in het MIRTWaar er vernieuwingswerkzaamheden worden uitgevoerd, is weerge-geven in het jaarlijkse MIRT overzicht dat in september naar de Kamerwordt gestuurd. Ook wordt ieder jaar de Staat van de Infrastructuur metde Kamer gedeeld waarmee zichtbaar is waar RWS aan de slag gaat en/ofwaar hinder voorzien is, hetzij door werkzaamheden hetzij door gebruiks-beperkingen.38 Daarnaast beschrijft het Meerjarenplan Instandhoudingvoor de infrastructuur, in beheer bij RWS, het plan van aanpak en deurgentie voor de instandhoudingsopgave. Dit plan is voor de zomer metde Kamer gedeeld.39De omvang en impact van de instandhoudingsopgave neemt toe. Ookwordt een belangrijk deel van de middelen uit het mobiliteits- en35Kamerstuk 31 305, nr. 48936Kamerstuk 31 305, nr. 49437TZ202507-08338Kamerstuk 36 800 A, nr. 939Kamerstuk 29 385, nr. 143Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1122 deltafonds hieraan besteed. Borging van de rol en inspraak van regionalepartners bij de instandhouding van de infrastructuur is daarom vanbelang. In dit licht verzoekt de motie Krul en Van der Graaf het kabinet deinstandhoudingsopgave te integreren in de MIRT-cyclus.40Over de uitvoering van de motie is de Kamer eerder geïnformeerd.41 RWSheeft de aanpak verder doorontwikkeld. De bespreking van de program-mering met de decentrale overheden is hierbij geïntegreerd in derelevante bestaande overlegstructuren, zoals de gebiedstafels. Ook dehinderaanpak wordt daarin tot op detailniveau besproken, inclusief deafstemming met ProRail. Waar nodig kunnen de onderwerpen vervolgensworden ingebracht in de reguliere directeuren- en bestuurlijkeMIRT-overleggen.Beheersing Programma Woningbouw en MobiliteitDe investeringsruimte voor goede ontsluiting van woningbouwlocaties isbeperkt. Dit maakt dat Rijk en regio zich maximaal inspannen om degemaakte afspraken over de inzet van € 2,5 miljard voor infrastructurelemaatregelen ten behoeve van woningbouw goed te monitoren engezamenlijk te sturen op resultaat. Voor de afspraken voor het ontsluitenen goed bereikbaar maken van nieuwe woningen vormt de reguliereverantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheden de basis. Definanciële risico’s voor de uitvoering van maatregelen die via deSPUK-regeling worden uitgekeerd, liggen bij de decentrale overheden.Hierbij zijn de bedragen vastgesteld op prijspeil 2025 incl. btw, tenzijanders is aangegeven. Tot aan het moment van uitkeren wordt deRijksbijdrage jaarlijks geïndexeerd met het door het Ministerie vanFinanciën uitgekeerde IBOI-percentage. Het btw-compensabele deel vande Rijksbijdrage wordt uitgekeerd aan het btw-compensatiefonds.De voortgang van de gemaakte afspraken voor zowel de eerder verdeelde€ 7,5 miljard als de nieuw gemaakte afspraken voor de € 2,5 miljard aanwoningbouw en mobiliteit, worden beheerst en gemonitord volgens dekaders van het Plan van Aanpak Beheersing Woningbouw en Mobiliteit.De voortgang van de nieuwe afspraken wordt separaat inzichtelijkgemaakt en toegevoegd aan de jaarlijkse voortgangsrapportageWoningbouw en Mobiliteit. Deze wordt jaarlijks met de Tweede Kamergedeeld, zoals bij de voortgangsrapportage over 2024 is onlangs isgebeurd.42 De bestaande programmabeheersing is ook van toepassing opde nieuwe afspraken die onderdeel uitmaken van de € 2,5 miljard Ditbetekent dat de Rijksbijdrage taakstellend is en dat gemeenten verant-woordelijk zijn voor de uitvoering van de infrastructurele maatregelen ende realisatie van de woningbouwaantallen. Het plan van aanpakbeheersing programma Woningbouw en Mobiliteit is geactualiseerd metde toevoeging van de € 2,5 miljard en is als bijlage toegevoegd aan dezeMIRT-brief. Ook voor de nieuwe afspraken worden er periodiek voort-gangsgesprekken gevoerd met de betrokken gemeenten en projectorgani-saties, over de uitvoering van de mobiliteitsmaatregelen en de voortgangvan de woningbouw. Tijdens deze gesprekken is er aandacht voor hetmitigeren van risico’s en het benutten van kansen. Op specifieke thema’s,zoals mobiliteitshubs, kunnen experts worden ingezet om andereinzichten en oplossingsrichtingen te verkennen en eventuele knelpuntente verhelpen.40Kamerstuk 29 385, nr. 13141Kamerstuk 36 600 A, nr. 1642Kamerstuk 32 847, nr. 1399Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1123 Evaluatierapport «Vinger aan de pols» werkwijze programmaWoningbouw en MobiliteitHet eerste externe evaluatierapport «Vinger aan de pols programmaWoningbouw en Mobiliteit» is met grote waardering ontvangen. Departijen Arcadis en Berenschot hebben in opdracht van IenW de werkwijzeen werking van het programma WoMo geëvalueerd. Het doel hiervan isom te leren als organisatie en verbeteringen aan te brengen in deuitvoering van het meerjarige programma. De bevindingen en conclusiesdie in het evaluatierapport zijn opgenomen, worden door het program-mateam herkend en sluiten aan op de ervaringen in de samenwerkingtussen Rijk en regio.Gedurende de evaluatie zijn belangrijke leerpunten doorgevoerd in hetrecente proces van het beoordelen van nieuwe proposities die onderdeeluitmaken van de € 2,5 miljard voor de ontsluiting van nieuwe woningen.Voorbeelden hiervan zijn het vroegtijdig betrekken van provincies engemeenten bij de vastgestelde criteria en afweegkaders, het toetsen vande uitvoerbaarheid van plannen door RWS en ProRail en door te werkenaan meer flexibiliteit in de programmabeheersing.Zoals toegezegd aan de rapporteur Woningbouw en mobiliteit43 zal IenWop basis van de aanbevelingen van het evaluatierapport de komendejaren verder investeren in de samenwerking met andere ministeries enregiopartners om het doelbereik van het programma WoMo te vergroten.Het programmateam zal de werkwijze periodiek blijven evalueren, om zoeffectief mogelijk te kunnen sturen op de realisatie van infrastructurelemaatregelen ten behoeve van goed bereikbare woningen. Het evaluatie-rapport is als bijlage toegevoegd aan deze MIRT-brief.Restbudgetten gepauzeerde WoMo-projectenAan het lid Veltman is toegezegd, voor het notaoverleg MIRT, verder in tegaan op de vijf extra gepauzeerde wegenprojecten.44 IenW heeft dezeprojecten toegevoegd aan de aanpak herstart. Deze projecten kennenhiermee dezelfde herstartvoorwaarden als de zeventien in 2023 gepau-zeerde projecten. Op 22 mei jl. is de Kamer geïnformeerd dat nog€ 357 miljoen aan middelen vanuit de vijf gepauzeerde wegenprojectenresteert.45 Deze middelen zijn afkomstig uit de € 7,5 miljard voorWoningbouw en Mobiliteit van het kabinet Rutte IV. De resterende€ 357 miljoen is herbestemd, evenals een eerdere WoMo-reservering van€ 17 miljoen.•Ten eerste wordt een deel van de middelen ingezet om tekorten binnenhet bestaande WoMo-programma op te vangen, bij de projectenOV-knoop Haarlem Nieuw-Zuid (€ 14 miljoen) en gebiedsontwikkelingMaasterras (€ 25 miljoen). Bij de BO’s Leefomgeving 2025 zijn hier alafspraken over gemaakt door Rijk en regio.46•Ten tweede heeft het kabinet in 2025 besloten om de helft van deprijsbijstelling uit te keren en het resterende deel in te zetten voorRijksbrede problematiek. Hierdoor heeft IenW € 2,1 miljard minder aanprijsbijstelling ontvangen voor de projecten en programma’s in het MF.Ook is er in het Regeerprogramma een budgetkorting van 10 procentop specifieke uitkeringen (SPUK’s) opgenomen. Hierdoor is er op hetbestaande WoMo-programma budgetspanning ontstaan: € 77 miljoen(inhouden prijsbijstelling tranche 2025) en € 53 miljoen (SPUK-43TZ202501-05144TZ202507-06545Kamerstuk 36 725 A, nr. 446Kamerstuk 36 600-A, nr. 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1124 taakstelling). Deze spanning diende opgelost te worden om uitvoeringte kunnen geven aan afspraken met regionale partijen.•Ten derde reserveert het Rijk € 131 miljoen vanuit de resterendeWoMo-middelen voor een toekomstige herstart van het in 2025gepauzeerde project A6 Almere Oostvaarders-Lelystad, mede met hetoog op de ontwikkeling van woningbouw in Lelystad. In combinatiemet de nog bij RWS aanwezige middelen is een taakstellend, planflexi-bel budget van € 152,8 miljoen voor het project A6 beschikbaar. Rijk enregio zijn in overleg over de stikstofopgave en benodigde personelecapaciteit.•Tot slot wordt een bedrag van € 59 miljoen toegevoegd aan hetbudget voor woningbouw en mobiliteit om het mogelijk te maken datrekening houdend met programmakosten nog steeds € 2,5 miljardgeïnvesteerd kan worden in de realisatie van bereikbare nieuwewoningen.•De resterende € 15 miljoen komt weer beschikbaar voor het pro-gramma Woningbouw en Mobiliteit.De toezegging aan het lid Veltman is hiermee uitgevoerd.Verkeersveiligheidsmaatregelen N36 en N50De motie van het lid Pierik verzoekt de regering te onderzoeken hoe en opwelke manier op de gehele N50 (Kampen – Ramspol) en de gehele N36(Wierden – Ommen) de rijbanen veiliger gemaakt kunnen worden, enhiervoor concrete plannen en ook een tijdspad op te stellen.47 RWS bezietop dit moment of het met versoberingen mogelijk is om de rijbanen op deN50 Kampen – Ramspol en de gehele N36 veiliger te maken. Ook de€ 115 miljoen die voor de N36 (Almelo/Wierden – Ommen) extrabeschikbaar is gekomen met de Voorjaarsnota 2025 is namelijk nietvolledig toereikend om de hele N36 volgens de richtlijnen in te richten.Daarom zal naast de gedeeltelijke aanpak van de N36 (volgens de huidigeplannen) ook gekeken worden naar manieren om het project goedkoper temaken zonder substantieel in te leveren op de verkeersveiligheid, door opdelen van de N36 te werken met fysieke rijbaanscheidingen die nietvoldoen aan de RWS-richtlijnen, maar wel frontale ongevallenvoorkomen. Ook voor de N50 geldt dat het beschikbare budget van€ 21 miljoen onvoldoende is om dit gehele wegvak te voorzien vanfysieke rijbaanscheiding. Daarom wordt ook daar gekeken naar mogelijk-heden om te versoberen. Wanneer de resultaten van deze versoberings-onderzoeken beschikbaar zijn, zal IenW in overleg treden met de regionalepartijen.De motie van het lid Veltman c.s. verzoekt de regering om in overleg metde regio het perspectief voor de verbetering van de verkeersveiligheid vande gehele N36 uit te werken met een beschrijving van concrete vervolg-stappen en dit nadrukkelijk mee te nemen in de bredere afweging binnenhet Mobiliteitsfonds.48 Met de bij Voorjaarsnota 2025 extra beschikbaargekomen € 115 miljoen voor de aanpak van de N36, is nu in totaal€ 240 miljoen beschikbaar. In overeenstemming met de motie van het lidPierik49 zal worden bekeken op welke manier de gehele N36 verkeersvei-liger gemaakt kan worden met dit budget. Dit betekent dat niet overalrijbaanscheiding volgens richtlijnen toegepast zal gaan worden. Deresultaten van dit nadere onderzoek maken onderdeel uit van hettoekomstperspectief op de N36. Eind mei is met de regionale bestuurdersgesproken over de aanpak van de N36 en ook in het vervolg zijn weblijvend in overleg met de regionale bestuurders. Medio 2026 zal naar47Kamerstuk 29 398, nr. 116848Kamerstuk 36 600 A, nr. 3049Kamerstuk 29 398, nr. 1168Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1125 verwachting een besluit worden genomen over de definitieve aanpak vande N36. De Kamer zal hier per brief over worden geïnformeerd.Aan het lid Veltman is toegezegd om in gesprek te gaan met de regio overmogelijkheden voor een realistische variant van het aanpakken van deN36 en de Kamer hierover te informeren voor het NO MIRT.50 IenW isblijvend in overleg met de regionale partijen over de aanpak van de N36.De regio zal ook betrokken worden bij de uitwerking van het onderzoeknaar versoberingen voor de N36, dat op dit moment uitgevoerd wordt.Medio 2026 verwacht IenW hierover – in overleg met de regionale partijen– een besluit te nemen.BodegravenboogDe motie van het lid Veltman c.s. verzoekt de regering met de regio inoverleg te treden over de optie van een korte lus voor de verbinding vande A12 naar de N11, en dit te betrekken bij de gesprekken over kleineremaatregelen in het kader van de inzet van restbudgetten (zie ookparagraaf 1.7.2).51 De regio zuidwest heeft de zogenoemde «korte lus voorde verbinding van de A12 naar de N11» niet ingediend als maatregel voorde besteding van het restbudget van € 280 miljoen voor kleine verbete-ringen aan het autonetwerk. De regio heeft prioriteit gegeven aan ondermeer de Deltaweg in Zeeland en de N57 ten zuiden van de A15. Hiermeewordt de motie als afgehandeld beschouwd.Aan het lid Vedder is toegezegd om langs te gaan bij het project Bodegra-venboog en de Kamer te informeren over de uitkomsten van diegesprekken.52 Op verzoek van de Kamer, is de regio bezocht en deproblematiek besproken met de provincie Zuid-Holland en gemeenteBodegraven – Reeuwijk. Er is geconcludeerd dat er op dit moment geenbudget, personele capaciteit en stikstofruimte beschikbaar is om deBodegravenboog aan te leggen. Hiermee wordt de toezegging alsafgehandeld beschouwd.HoevelakenDe Kamer heeft via meerdere moties de regering verzocht om KnooppuntHoevelaken onverkort en met urgentie uit te voeren en een plan vanaanpak op te stellen voor een mogelijk gefaseerde aanpak.53 In lijn metdeze moties en in vervolg op de afspraken uit de BO’s Leefomgeving vanjuni 2025 heeft het Rijk, in afstemming met de regio, een plan van aanpakopgesteld. Hierin zijn de vervolgstappen opgenomen om de A1/A28Knooppunt Hoevelaken-variant 4 uit te werken naar een projectbesluit.Daarbij dient zicht gehouden te worden op realisatie van het geheleMIRT-project A1/A28 knooppunt Hoevelaken.Rijk en regio onderkennen nogmaals dat de urgentie van de realisatie vanhet MIRT-project A1/A28 Knooppunt Hoevelaken onverminderd groot blijftvoor de (nationale) opgaven rondom woningbouw, werkgelegenheid,bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en ontwikkelingen vandefensie in de regio. Voor het starten van een projectprocedure moetvoldoende perspectief zijn op de randvoorwaarden stikstofruimte,financiën en maakcapaciteit. Dit perspectief ontbreekt echter, waardoor debreed gedeelde ambitie om Knooppunt Hoevelaken versneld (gefaseerd)aan te pakken, niet gehaald wordt. De huidige moties zijn daarmee op dit50TZ202507-09151Kamerstuk 36 600 A, nr. 3252TZ202507-09553Kamerstukken 36 410 XII, nr. 58; 36 600 A, nr. 31; 31 305, nr. 493Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1126 moment niet volledig uitvoerbaar, maar blijven het uitgangspunt voor hetvervolg. Actieve inspanning is nodig om alle randvoorwaarden op orde tebrengen, om te komen tot (gefaseerde) herstart van het project. Gezien deurgentie van dit project en de wil van Rijk en regio om er de schoudersonder te zetten, worden gezamenlijk de mogelijkheden in de aanpak vande stikstofopgave verkend. Daarbij worden de voor de opgave benodigdeprovincies betrokken.Vooruitlopend op een herstart, zal het Rijk ook verkennen welkeontwerpstappen voor variant 4 mogelijk zijn, zodat er tijdig een ontwerpligt dat als basis kan dienen voor het vervolg.Gepauzeerde projectenIn 2023 en 2025 heeft IenW besloten om respectievelijk zeventien en vijfMIRT-projecten te pauzeren, omdat er geen oplossing in beeld is voor destikstofopgave, gebrek aan maakcapaciteit en grote budgetspanning ophet MF.54 Conform de motie van het lid Krul wordt de Kamer jaarlijksgeïnformeerd over de stand van zaken.55Onlangs heeft de Kamer een aanpak herstart zeventien gepauzeerdeMIRT-projecten ontvangen.56 Voor de mogelijkheden van een herstart kijktIenW naar de kansen die er zijn ten aanzien van de randvoorwaardenstikstof, financiën en maakcapaciteit. In het licht van de beperkingen is hetde ambitie van IenW ieder jaar één gepauzeerd project op te starten, mitsvoldaan kan worden aan deze randvoorwaarden. Het streven is om in hetvoorjaar van 2026 de kennisgeving van de verkenning A27 Zeewolde –Eemnes te publiceren waarna gestart kan worden met de verkenning endaarvoor de gereserveerde € 200 miljoen vanuit de restbudgetten van dein 2023 gepauzeerde wegprojecten in te zetten.In lijn met de motie van de leden Grinwis en Vedder57 en de toezeggingaan het lid Pierik58 verkent IenW de mogelijkheid om projecten gefaseerdop te pakken. Voor de A1/A28 Knooppunt Hoevelaken is een Plan vanAanpak opgeleverd (zie paragraaf 2.7). Voor de A2 Deil-Vught is IenWsamen met de regio een onderzoek gestart naar alternatieve oplossings-richtingen voor de wegverbreding. De resultaten hiervan worden volgendvoorjaar verwacht.Ring UtrechtAan het lid Bamenga is toegezegd dat de Minister van IenW zich zalverdiepen in het alternatief voor Amelisweerd en in gesprek zal gaan metde regionale bestuurders,59 en aan de leden Van Dijk, Bamenga en Kostiçom nogmaals met de provincie Utrecht in gesprek te gaan over hetalternatief voor de A27 en daarbij specifiek aandacht te besteden aan deverkeersveiligheid, de capaciteit van het onderliggend wegennet, hetonderzoek van Arcadis, financiën, impact, gezondheid en draagvlak.60Tussen IenW en de regio is gesproken over het regio-alternatief en dekabinetsreactie hierop. Het Tracébesluit ligt bij de rechter. Het is nu aan de54Op dit moment zijn hiervan nog veertien projecten gepauzeerd.55Kamerstuk 29 385, nr. 13256Bijlage bij Kamerstuk 36 600 A, nr. 6357Kamerstuk 31 305, nr. 49258In de toezegging aan het lid Pierik (TZ202507-084) zijn ook de projecten Amelisweerd/A27 enN50 benoemd. Dit zijn echter geen gepauzeerde MIRT-projecten. Zie paragraaf 2.5 en 2.9 voormeer informatie over deze projecten.59TZ202507-08960TZ202501-059Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1127 rechter om tot een oordeel te komen. Op verzoek van de Raad van Stateheeft IenW een nadere motivatie van het Tracébesluit gegeven. Na eenpositief besluit van de Raad van State gaat de schop nog niet in de grond.De voorbereiding kost naar verwachting minimaal 2 jaar. Op verzoek vande Kamer wordt de Kamer n.a.v. de nog op te stellen hernieuwde raminggeïnformeerd. Over de bredere mobiliteitsopgaven blijven Rijk, provincieen gemeente met elkaar in gesprek. Gelet op de grote gezamenlijkeopgave op het gebied van onder andere woningbouw en bereikbaarheidhebben de bestuurders gezamenlijk geconcludeerd dat nauwe onderlingesamenwerking nodig blijft. Hiermee is uitvoering gegeven aan beidetoezeggingen.AfsluitdijkHet werk op en aan de Afsluitdijk gaat onverminderd door de komendejaren, waaronder vernieuwing van de draaibruggen, de aanleg van denieuwe spuimiddelen en onderhoud aan de bestaande spuimiddelen.Tijdelijke fietsbruggenDe motie van de leden Grinwis c.s. verzoekt de regering om de Kamer teinformeren over de mogelijkheid tot aanleg van tijdelijke fietsbruggen alsalternatief voor de huidige fietsbussen.61 Dit onderzoek is uitgevoerd enhieruit volgt dat het realiseren van tijdelijke fietsbruggen complex maartechnisch mogelijk is. Het gaat om het plaatsen van wegneembarebrugdelen op een stalen constructie. Deze brugdelen moeten bij een grotestorm worden weggenomen. Realisatie van deze tijdelijke bruggen is opzijn vroegst mogelijk in 2027, omdat eerst de werkzaamheden aan denieuwe spuimiddelen en pompgemalen in Den Oever afgerond moetenzijn. Ook moeten de pijlers van de bestaande spuimiddelen in Kornwer-derzand worden versterkt, aangezien deze nu niet geschikt zijn voor hetdragen van tijdelijke fietsbruggen. De kosten voor het aanleggen vantijdelijke fietsbruggen tot 2035 zijn lager (huidige raming ca. € 5 miljoen)dan het blijven financieren van een fietsbus (€ 14 miljoen tot en met2035).Daarom is besloten tot de aanleg van de tijdelijke fietsbruggen vanaf2027.Vanaf dan kan na jaren weer gefietst worden over de volledige 32kilometer van de Afsluitdijk. Tegelijk worden er de komende jaren nogveel werkzaamheden aan de Afsluitdijk verricht. Om de veiligheid vanzowel de werknemers als de fietsers te garanderen tijdens dezewerkzaamheden worden verkeersmaatregelen getroffen, zoals hetplaatsen van verkeerslichten en inzet van verkeersregelaars.Bestaande spuimiddelen AfsluitdijkIn mei 2022 is de Kamer geïnformeerd over het feit dat de renovatie enversterking van de bestaande spuimiddelen (BSM) uit deDBFM-overeenkomst met bouwconsortium LEVVEL is gehaald. Er is doorRWS vervolgens nader onderzoek gedaan naar de bestaande spuimid-delen. Tijdens deze nadere uitwerking van de renovatieopgave is geblekendat de uitvoeringsrisico’s groot zijn. Ook zal renoveren niet leiden tot eentoekomstbestendige oplossing als gevolg van klimaatverandering enzeespiegelstijging. Dit terwijl de kostenraming voor de renovatie verdertoeneemt. Op dit moment wordt levensduur-verlengend onderhoud61Kamerstuk 36 600 A, nr. 43. Er is ook een toezegging aan het lid Grinwis gedaan(TZ202507-086) om de Kamer hierover te informeren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1128 uitgevoerd aan de bestaande spuimiddelen en gelijktijdig wordt gekekennaar een passend vervolgtraject, ook in het licht van de extra afvoercapa-citeit die in de toekomst nodig is. Daarbij wordt rekening gehouden metde samenhang met andere opgaven, effecten en keuzes elders in hetwatersysteem, zoals in de afvoerverdeling Rijntakken en het peilbeheervan het IJsselmeer en Markermeer.OV-verbinding Amsterdam – HaarlemmermeerAan het lid Bamenga is toegezegd de Kamer voor het Notaoverleg MIRT teinformeren over hoe er budgettair zal worden omgegaan met het projectNoord/Zuidlijn.62 In de Miljoenennota is aan de Kamer gemeld dat erstructureel € 200 miljoen wordt toegevoegd aan de reservering van deVerkenning OV-verbinding Amsterdam-Haarlemmermeer (OVAH) middelsextrapolatie. Deze toevoeging is een eerste stap om de financierbaarheidvan het project OVAH rond te krijgen. Hiermee wordt invulling gegevenaan de toezegging.Spoorinfrastructuur MeppelAan de leden Grinwis en Vedder is toegezegd een overzicht te geven overde benutting van de financiële middelen voor spoorknooppunt Zwolle –Meppel.63 Via twee amendementen64 is in totaal € 75 miljoen beschikbaargemaakt voor het verbeteren van de robuustheid en de spoor- enperroncapaciteit. Naar aanleiding hiervan heeft ProRail in een bredepre-verkenning concrete verbetermaatregelen voor korte-, middellange-en lange termijn onderzocht. Tijdens het BO MIRT in het najaar van 2024zijn afspraken gemaakt over de maatregelen voor de korte en middellangetermijn. De verdere uitwerking van deze maatregelen loopt. Er wordt zosnel als verantwoord mogelijk gestart met de uitvoering van demaatregelen.Hiernaast onderzoekt ProRail wat nodig is voor meer treinen op detrajecten Zwolle – Groningen en Zwolle – Leeuwarden. Hiermee wordtuitvoering gegeven aan de toezegging aan het lid Veltman om demogelijkheid van open toegang voor andere vervoerders in de spoorinfra-structuur op en rond Meppel te bekijken en de Kamer hierover teinformeren.65 De resultaten worden begin 2026 verwacht en zullen danmet de regio worden besproken. Dan zal er ook besluitvorming kunnenplaatsvinden over het aanvullende budget van € 100 miljoen datbeschikbaar is gesteld bij de Voorjaarsnota 2025.66Internationale spoorverbinding Zwolle – Enschede – MünsterIn 2022 heeft de Kamer verzocht in gesprek te treden met de deelstaatNoordrijn-Westfalen en te onderzoeken of de internationale spoorver-binding Zwolle – Enschede – Münster toegevoegd kan worden aan de lijstvan projectvoorstellen die mogelijk in de periode 2021–2023 voormedefinanciering vanuit de CEF in aanmerking komen. Daarbij is ookverzocht om tijdens het BO MIRT 2022 terug te koppelen of en op welketermijn elektrificatie van de lijn tussen Enschede en Gronau gerealiseerdkan worden.67 In verschillende brieven over het MIRT en over internati-62TZ202507-09463TZ202505-05464Kamerstuk 36 200 A, nr. 49; 36 410 A. nr. 4365TZ202507-08866Kamerstuk 36 725 A, nr. 467Kamerstuk 35 925 A, nr. 48Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1129 onaal spoor is de Kamer op de hoogte gehouden over de elektrificatie vandeze lijn.Met het vrijkomen van Rijksmiddelen voor dit project eind 2022 is met deprovincie Overijssel aan ProRail opdracht gegeven om zowel de elektrifi-catie als een eventuele doorkoppeling verder Nederland in te onderzoekenin een verkenning. Deze verkenning loopt momenteel, uitkomsten wordenrichting de zomer van 2026 verwacht. Daarbij wordt, in de contacten metNoordrijn-Westfalen, deze verbinding en de voortgang hierop regelmatigbesproken. Helaas is het niet interessant gebleken om voor dezeverkenning CEF-subsidie aan te vragen voor de genoemde periode. Dekans op een beperkte bijdrage aan de verkenning zou niet in verhoudingstaan tot het vele werk dat hiervoor nodig is. Uiteraard zullen wegedurende de looptijd van dit project onze ogen openhouden vooreventuele nieuwe mogelijkheden bijvoorbeeld voor EU-subsidiering vaneventuele realisatie van maatregelen. Hiermee wordt de motie beschouwdals afgedaan.Potentiële knelpunten HRN-concessieIn het CD Spoor van 18 december 2025 is aan de Kamer toegezegd eeneerste beeld te schetsen van potentiële knelpunten voor het uitvoeren vande HRN-concessie, onder andere vanwege de aanpak van het spoor-knooppunt Haarlem. Binnen het programma Spoorcapaciteit 2030 wordendiverse frequentieverhogingen mogelijk gemaakt door investeringen aande infrastructuur. Hiervoor is bij de BO’s MIRT van november 2022incidenteel € 585 miljoen beschikbaar gesteld68 en inmiddels grotendeelsgealloceerd. Denk hierbij onder meer aan het verbeteren van de baansta-biliteit, het verzwaren van de tractie-energievoorziening en het plaatsenvan geluidsschermen. De Kamer is geïnformeerd over de voortgang vanSpoorcapaciteit 2030 bij de vaststelling van de begrotingsstaat van het MFvoor 2025.69Binnen de beschikbare middelen van Spoorcapaciteit 2030 worden ookfrequentieverhogingen zoals beoogd in de HRN-concessie gefaciliteerd.Vanwege de schaarse middelen moeten keuzes gemaakt worden. Wat ernodig is om de tot nu toe ongedekte frequentieverhogingen mogelijk temaken, wordt de komende maanden met ProRail en vervoerders verderuitgewerkt. Onderdeel van deze afweging zijn de volumeontwikkelingenna 2033 (einde looptijd huidige HRN-concessie), waarvoor investeringsbe-slissingen ook al aan de orde zijn om knelpunten te voorkomen. Eendergelijk pakket zal een mix van investeringen bevatten die met gerichteingrepen spoornetwerk (waar nodig ook buiten het HRN) naar een hogercapaciteitsniveau kunnen tillen en onze spoorinfra qua capaciteit enrobuustheid gereed maakt voor het volgende decennium (tijdshorizon2040). Dit legt ook de basis voor verdere doorgroei van het spoornetwerkrichting het Toekomstbeeld OV.De exacte aard, omvang en fasering van de maatregelen zal ook bepaaldworden door de financiële (on)mogelijkheden van het nieuwe kabinet;zoals aangegeven in bovengenoemd CD Spoor zijn er nu geen financiëlemogelijkheden hiertoe binnen het MF. Ook de maakbaarheid zal metProRail worden besproken, waaronder de inpasbaarheid in de totaleprojectenportefeuille en de beschikbaarheid van mensen en (technische)middelen.68Kamerstuk 36 200 A, nr. 969Kamerstuk 36 600 A, nr. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1130 Bus Rapid Transit (BRT)De motie van de leden Bamenga en Vedder verzoekt de regering om inkaart te brengen tussen welke locaties BRT-potentie hebben.70 In deactie-agenda BRT van 2023 zijn twaalf kansrijke verbindingen benoemddie via de betrokken overheden en vervoerders als kansrijk wordengezien.71 Daarnaast zijn in het BO MIRT 2024 en ook dit jaar weerafspraken gemaakt over (maatregelen voor) BRT-verbindingen, bijvoor-beeld de verbindingen Breda – Gorinchem – Utrecht en Haarlem –Schiphol – Amsterdam. Bovendien wordt er dit najaar een onderzoekopgestart waarin via een brede analyse van beschikbare data (van onderandere bevolkingsgroei, woningbouw, arbeidsplaatsen en beleidsplannen)en modellering daarvan aanvullende BRT-verbindingen in kaart wordengebracht en de huidige kansrijke BRT-verbindingen worden getoetst. Deverwachting is de resultaten van dit onderzoek komend voorjaar met deKamer te kunnen delen.Plan Emissievrij Reizigerstreinvervoer Noord- en Oost-NederlandTer uitvoering van motie Pierik en De Hoop72 en een toezegging aan deleden Pierik en Grinwis73 wordt bijgevoegd Plan Emissievrij Reizigerstrein-vervoer met de Kamer gedeeld. Dit Plan is in opdracht van IenW doorProRail met de relevante provincies en in overleg met vervoerdersopgesteld. Bij het opstellen van het Plan heeft IenW de (co)financierings-mogelijkheden in beeld gebracht, die als bijlage bij het plan zijn gevoegd.Op basis van dit Plan wordt komend jaar de integrale aanpak vanverduurzaming van het spoor onderzocht, onder meer in relatie totgoederenvervoer, militaire mobiliteit, de uitrol van het European RailTraffic Management System (ERTMS) en de verplichtingen vanuit het EUTrans Europees Netwerk voor Transport (TEN-T).Basiskwaliteitsniveau FietsDe Kamer is per brief toegezegd op de hoogte te worden gehouden overde voortgang van het basiskwaliteitsniveau fiets.74 De uitwerking hiervanis momenteel in volle gang, maar vraagt meer tijd dan eerder gedacht.Het dossier is complex vanwege de versnippering van fietstoegankelijkeinfrastructuur binnen het IenW-areaal. In het voorjaar van 2026 ontvangtde Kamer een nieuwe update over de stand van zaken.Ontwerprichtlijnen doorfietsroutesDe motie van het lid van Ginneken verzoekt de regering opdracht te gevenaan het CROW om ontwerpprincipes vast te stellen voor doorfietsroutesen daarbij voorzieningen zoals laad- en pomppunten, straatmeubilair entoiletten mee te nemen in het ontwerp.75 Mede naar aanleiding van dezemotie is een update gemaakt van het Inspiratieboek Snelle Fietsroutes.76Dit nieuwe handboek «Door met doorfietsroutes» dat is uitgekomen op13 oktober 2025, voor de realisatie van doorfietsroutes, bevat zowelprocesaanbevelingen voor de totstandkoming van doorfietsroutes alsontwerpaanbevelingen. Hierbij is ook aandacht voor het realiseren vanvoorzieningen. Rustpunten met voorzieningen zijn vooral relevant voor70Kamerstuk 23 645, nr. 82571Kamerstuk 23 645, nr. 81772Kamerstuk 29 984, nr. 124873TZ202505-08174Kamerstuk 36 410 A, nr. 4975Kamerstuk 31 305, nr. 38976Te raadplegen op https://www.crow.nl/kennisproducten/inspiratieboek-snelle-fietsroutes/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1131 routes die in sterke mate recreatief gebruikt worden. Forenzen enscholieren, die meestal korte afstanden afleggen, geven aan geenbehoefte te hebben aan voorzieningen op doorfietsroutes. In 2026 zal ookeen nieuwe CROW Ontwerpwijzer Fietsverkeer uitkomen. Ook hierin zaluitgebreid aandacht besteed worden aan de ontwerprichtlijnen voordoorfietsroutes. Hiermee is uitvoering gegeven aan de motie.DieraanrijdingenDe motie van de leden Kostic en Eerdmans verzoekt de regering om ingesprek te gaan met o.a. de Dierenbescherming, Stichting DierenLot enSoortenNL om te verkennen of en hoe een werkbaar landelijk registratie-systeem kan worden opgezet van aanrijdingen met dieren en de getroffenpreventieve maatregelen.77 Ter uitvoering van de motie is de afgelopentijd een inventarisatie gedaan van de bestaande registratiesystemen enheeft een gesprek plaatsgevonden met de genoemde organisaties. Hieruitbleek dat verschillende instanties in Nederland data verzamelen waarindieraanrijdingen zijn geregistreerd. Meestal is het registreren vandieraanrijdingen evenwel niet het primaire doel, zodat niet alle aanrij-dingen worden geregistreerd en per bron de verzamelde data verschillen.Om een beeld te geven:•RWS beheert het Uniform Droog Logging Systeem (UDLS) voorincidentenregistratie door wegverkeersleiders, en het BestandgeRegistreerde Ongevallen in Nederland (BRON) met daarin geregis-treerde verkeersongevallen.•De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bundelt natuurwaarne-mingen en is in beheer bij de gelijknamige stichting in opdracht vanBIJ12 (provincies).•De Stichting Wildaanrijdingen Nederland (SWN) voert een eigendataset waarin de aanrijdingen zijn geregistreerd die zijn afgehandelddoor de faunabeheereenheden aangesloten bij de SWN.•Tenslotte beheert het Verbond van Verzekeraars een dataset metschadeclaims vanwege dieraanrijdingen.Kortom, er vindt op diverse plaatsen registratie plaats van dieraanrij-dingen, maar de data worden niet centraal verzameld, noch geanalyseerd.Uit de gesprekken die hebben plaatsgevonden is gebleken dat er veel (eneveneens verschillende) ideeën zijn over de mogelijkheden om eencentrale registratie op te zetten. Tegelijk is het opzetten van een systeemwaarin het totale wegenbestand wordt opgenomen, geen sinecure.Volgens het CBS beslaat het wegenbestand 148.996 km, waarvan 5.594km Rijkswegen, 8.065 km provinciale wegen, 129.427 km gemeentelijkewegen, en 5.910 km waterschapswegen. Geen van de geraadpleegdepartijen voelt op dit moment dan ook de urgentie of heeft de middelen omde ideeën daadwerkelijk tot uitvoering te brengen.Op 17 maart 2023 heeft de Kamer een brief over het basiskwaliteitsniveauRWS-netwerken ontvangen, waarin de keuzes zijn toegelicht die nodigwaren om budget en prestaties rond onder meer het Hoofdwegennetmeerin evenwicht te brengen.78 De omstandigheden uit die brief zijn nietwezenlijk veranderd. Dit brengt met zich mee dat IenW niet in de positie isom een landelijk registratiesysteem dieraanrijdingen in te richten.Herplantplicht RWS en ProRailIndien als gevolg van infrastructurele werken bomen dienen te wordengekapt, geldt een herplantplicht op grond van de Omgevingswet77Kamerstuk 36 600 A, nr. 3878Kamerstuk 29 385, nr. 119Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1132 (voorheen op grond van de Wet natuurbescherming). Sinds 2021 wordthierover jaarlijks gerapporteerd in de MIRT brief. Hiermee wordtuitvoering gegeven aan de motie van het lid Schonis.79 In deze MIRT-briefwordt over de stand van zaken over het jaar 2024 gerapporteerd. Hetkappen van bomen wordt gemeld bij het bevoegd gezag; dit is veelal deRijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De compensatieopgavedie volgt uit de herplantplicht wordt vervolgens berekend en uitgedrukt inhectaren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de herbeplantings-opgave die volgt uit de Omgevingswet en «extra herplant», die nietverplicht is, maar aanvullend is overeengekomen tussen partijen.Het afgelopen jaar is de registratie geactualiseerd en afgestemd met deRVO. De gerapporteerde omvang is daardoor en als gevolg van uitge-voerde herbeplanting en nieuwe projecten gewijzigd ten opzichte van devorige opgave. De herbeplantingsopgave zag er per 1 januari 2025 alsvolgt uit:•Voor RWS bedraagt deze opgave 518 hectare. Voor circa 436 hectare isde wettelijke termijn voor herbeplanting verstreken. Daarnaast is ersprake van 524 hectare onverplicht (extra) aangeplante bomen. RWS isin overleg met het Ministerie van LVVN in hoeverre deze als invullingvan de herplantplicht kan worden gezien.•Voor ProRail bedraagt de herbeplantingsopgave 5,5 hectare. In 2024 is0,9 hectare herbeplant. Voor 3,0 hectare is de wettelijke termijn voorherbeplanting verstreken, maar deze zal in 2025 alsnog wordenuitgevoerd. Daarnaast is sprake van 0,2 hectare onverplicht (extra)aangeplante bomen.SLOTMet de hierboven genoemde stappen blijven we – ondanks alle beper-kingen op het gebied van financiën, stikstofruimte en maakcapaciteit –werken aan de bereikbaarheid, veiligheid, het verdienvermogen en deweerbaarheid van Nederland. Dit bespreken we graag met de Kamertijdens het jaarlijkse Notaoverleg MIRT.In het voorjaar van 2026 wordt de Kamer zoals gebruikelijk per briefgeïnformeerd over de voortgang van het MIRT, in aanloop naar hetvolgende Commissiedebat MIRT. Waar relevant worden daarbij ook deuitkomsten van de BO’s Leefomgeving in meegenomen.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanDe Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen79Kamerstuk 35 300 A, nr. 43Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 1133
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c49eddcf-3f41-4161-a94d-b4cb91c4b4a6
20debatten
893bijdragen
8interrupties
120.486woorden in uitspraken