KamerkringInloggen
Laura Bromet

Officieel Kamerprofiel

Laura Bromet

PRO →
509debatten
9.371bijdragen
6.177interrupties
586.929woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: PRO (2026-06-10–heden) · GroenLinks-PvdA (2023-10-27–2026-06-09) · GL (2018-06-07–2023-10-26) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
7 sep 2026 · Kamerstuk

33 529 Gaswinning Nr. 1385 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 7 september 2026 De vaste commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de brief van Subsidieregeling isolatie en ventilatie provincie Groningen en gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo (Kamerstuk 33529, nr. 1302) van 2 juni 2026 en Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe (Kamerstuk 30196, nr. 859) van 21 april 2026. De vragen en opmerkingen zijn op 18 juni 2026 aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voorgelegd. Bij brief van 7 september 2026 zijn de vragen beantwoord. De voorzitter van de commissie, Bromet Adjunct-griffier van de commissie, Beekmans I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie II Antwoord/ reactie van de minister I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de brieven over de voortgang van de Isolatieaanpak in Groningen en Noord-Drenthe (Kamerstuk 30 196, nr. 859) en over de subsidieregeling voor isolatie en ventilatie (Kamerstuk 33 529, nr. 1302). Deze leden onderschrijven het belang van maatregel 29 uit Nij Begun: een goed geïsoleerd huis betekent meer comfort, lagere lasten en een stap richting aardgasvrij, en draagt bij aan het herstel van vertrouwen in de regio. Tegelijk vinden zij het van belang dat de aanpak voor bewoners snel, eerlijk en merkbaar verloopt. Zij hebben daarover enkele vragen. De leden van de D66-fractie lezen dat de doorlooptijd bij het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) voor sommige aanvragen met terugwerkende kracht langer was dan de wettelijke termijn van 13 weken, en dat de capaciteit inmiddels is vergroot. Deze leden vragen de minister of die termijn nu structureel wordt gehaald. Op het nieuwe spoor is tot nu toe ongeveer een kwart van de aanvragen toegekend, mede doordat veel capaciteit naar de terugwerkende kracht ging; zij vragen hoe de toekenning zich sindsdien ontwikkelt. De leden van de D66-fractie lezen voorts dat er rond de zomer van 2026 voldoende isolatieadviseurs moeten zijn en dat de wachttijd voor een afspraak naar ten hoogste zes weken zou moeten dalen. Acht de minister deze doelstellingen nog haalbaar, en is zij bereid de Kamer over de feitelijke wachttijden te informeren? Ook vragen deze leden vanaf welk moment eigenaren van een monument daadwerkelijk een isolatieplan kunnen laten opstellen. De leden van de D66-fractie lezen dat het aanvraagproces niet altijd soepel verliep en dat bewoners aanvankelijk een afwijzing ontvingen wanneer facturen of betaalbewijzen ontbraken, zoals op 24 november 2025 aan de Kamer toegelicht. In lijn met de motie Beckerman en Bushoff (Kamerstuk 33529, nr. 1295) over het uitgaan van vertrouwen richting woningeigenaren vragen deze leden welke ruimte bewoners sindsdien krijgen om een onvolledige aanvraag eenvoudig aan te vullen voordat tot afwijzing wordt overgegaan. De minister presenteert de doorgevoerde vereenvoudigingen als invulling van de moties over het verminderen van bureaucratie; deze leden vragen of de minister de uitkomsten van de klankbordgroepen met de Kamer kan delen en of de ervaren bureaucratie aantoonbaar is afgenomen. Tot slot hechten de leden van de D66-fractie eraan dat de regeling álle bewoners bereikt, ook degenen die niet uit zichzelf de weg naar het loket vinden. Deze leden lezen dat circa 12.000 woningeigenaren ondersteuning hebben aangevraagd en dat met twee derde van hen contact is opgenomen. Zij vragen hoe de minister ervoor zorgt dat ook het resterende deel actief wordt benaderd. De brieven stellen dat gemeenten de ontzorging gericht inzetten bij de huishoudens die deze het hardst nodig hebben; de leden van de D66-fractie vragen hoeveel van die huishoudens inmiddels daadwerkelijk zijn bereikt. De evaluatie van de regeling zou na één jaar plaatsvinden, met concrete cijfers over huurwoningen (Kamerstuk 33529, nrs. 1298 en 1299); deze leden vragen of die cijfers inmiddels beschikbaar zijn, wat zij laten zien, en hoe wordt voorkomen dat huurders achterblijven bij eigenaar-bewoners. Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de voorgenomen subsidieregeling voor isolatie en ventilatie in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo. Deze leden hebben daartoe nog enkele vragen. De leden van de VVD-fractie vragen zich af wanneer de tool voor de opname van woningen gereed is. Daarnaast lezen deze leden dat slechts een kwart van de aanvragen tot nu toegekend is. Zij vragen hoe het kan dat er een langere behandeltermijn was, en in hoeverre wordt verwacht dat de resterende aanvragen worden behandeld. De leden van de VVD-fractie erkennen dat bureaucratie in dit soort gevallen zoveel mogelijk moet worden voorkomen, maar dit niet gepaard moet gaan met ongecontroleerde verstrekking van subsidies. Deze leden vragen hoe dit wordt voorkomen. Daarnaast vragen zij op basis waarvan is gekozen voor een subsidiesom van 10.000 euro. De leden van de VVD-fractie vragen tevens welke voorwaarden hieraan verbonden zijn, met name in het kader van een isolatieplan gezien het voornemen om burgers te stimuleren een isolatieplan op te stellen. Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de regeling en de voortgangsbrief. Deze leden hadden liever een betere regeling gezien met meer vertrouwen en minder bureaucratie. De ongelijkheid die dreigt te ontstaan in de aanpak blijft een zorg voor deze leden. Zij vragen de minister in te gaan op hoe deze ongelijkheid wordt voorkomen. Ook hebben de leden van de PRO-fractie zorgen over de uitvoering. Deze leden herkennen bijvoorbeeld dat isolatieplannen nog te vaak niet in één keer goed opgeleverd worden. Zij vragen de minister op welke termijn zij nader worden geïnformeerd door de minister over hoe de uitvoering en dit punt in het bijzonder worden verbeterd. Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de Subsidieregeling voor isolatie en ventilatie in de provincie Groningen en de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo en hebben over een aantal onderwerpen nog vragen voor de minister. Op blz. 2 van de brief inzake de genoemde subsidieregeling valt te lezen dat het Rijk de komende periode met bewoners, bedrijven, gedragsexperts en de Hanzehogeschool in gesprek gaat om onder andere de leesbaarheid van het isolatieplan te verbeteren waar nodig. Deze leden zouden de minister willen vragen in hoeverre een vergelijkbare werkwijze binnen het ministerie van BZK wordt toegepast om de leesbaarheid van beleidsstukken te verbeteren. Op blz. 3 van de brief inzake de genoemde subsidieregeling staat opgetekend dat woningeigenaren tot 10.000 euro zonder isolatieplan aan de slag kunnen met losse maatregelen, indien woningen gebouwd zijn tussen 1965 en 1991 en welke geen monument zijn. De leden van de PVV-fractie zouden van de minister gedetailleerd willen weten waarom de periode tussen 1965 en 1991 is gehanteerd en niet is gekozen voor een langere periode die verder terugloopt in de tijd en/of verder in de toekomst. Op blz. 1 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe valt te lezen dat bewoners die na 25 april 2023 al kosten hadden gemaakt voor de noodzakelijke isolatie en ventilatie van hun woning vanaf dat moment direct een aanvraag voor subsidie met terugwerkende kracht konden indienen. Deze leden zouden graag willen vragen waarom is gekozen voor de grens van 25 april 2023, alsmede waarom niet is gekozen voor een verder terug in de tijd liggende grens en in hoeverre de minister zicht heeft hoeveel huishoudens door de gehanteerde grens buiten de boot vallen. Op blz. 2 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe staat dat woningeigenaren die de isolatie- en/of ventilatiemaatregelen willen laten uitvoeren door een bedrijf, een aangesloten bedrijf uit het bedrijvennetwerk moeten kiezen en dat deze bedrijven zich hebben gecommitteerd aan de werkwijze en aan de maximumprijzen uit de maatregelencatalogus. De leden van de PVV-fractie zouden van de minister willen weten of inzake de gehanteerde werkwijze duurzaamheidseisen zijn opgenomen en zo ja, welke. En mochten er duurzaamheidseisen zijn opgenomen in de werkwijze, heeft de minister dan zicht wat eventuele negatieve effecten van deze eisen zijn voor de te behalen doelstellingen en de betreffende bedrijfstak? Op blz. 2 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe valt te lezen dat van de 3.374 ingediende aanvragen er nog maar 991 zijn toegekend, ofwel slechts een kwart. Daarnaast valt te lezen dat SNN haar capaciteit heeft vergroot, waardoor de behandeltermijn korter wordt. Deze leden zouden de minister willen vragen welke lessen zijn geleerd om in de toekomst eventuele capaciteitsproblemen bij uitvoerende instanties beter in te schatten. Op blz. 3 van de brief inzake de Voortgang isolatieaanpak Groningen en Noord-Drenthe staat dat inmiddels met twee derde van de woningeigenaren die via het online portaal ondersteuning hebben aangevraagd contact is opgenomen door een ondersteuner en dat gemeenten in de regio ook mogelijkheden hebben om specifieke doelgroepen te ondersteunen. De leden van de PVV-fractie willen de minister vragen wanneer de deadline is om ook de resterende groep van een derde te benaderen, alsmede wat exact wordt bedoeld met mogelijkheden om specifieke doelgroepen te ondersteunen. Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de JA21-fractie constateren dat bij aanvragen met terugwerkende kracht soms facturen of betaalbewijzen ontbraken, waardoor bewoners aanvankelijk een afwijzing ontvingen. Kan de minister aangeven hoeveel aanvragen hierdoor zijn afgewezen, hoeveel daarvan alsnog zijn hersteld, en hoe wordt voorkomen dat goedwillende bewoners door administratieve fouten buiten de regeling vallen. Deze leden constateren dat bewoners alleen mogen werken met bedrijven uit het aangesloten bedrijvennetwerk, die zich committeren aan maximumprijzen. Hoe waarborgt de minister dat dit niet leidt tot beperking van concurrentie, hogere uitvoeringskosten of minder keuzevrijheid voor bewoners? Zij lezen tevens dat circa 12.000 woningeigenaren ondersteuning hebben aangevraagd en dat met twee derde contact is opgenomen. Wat gebeurt er met het resterende derde deel, wat is de gemiddelde wachttijd voor ondersteuning, en hoeveel bewoners hebben uiteindelijk daadwerkelijk maatregelen laten uitvoeren na ondersteuning? De leden van de JA21-fractie constateren dat de regeling mede wordt gepresenteerd als stap richting aardgasvrij. Kan de minister bevestigen dat woningeigenaren niet via deze isolatieregeling direct of indirect worden gedwongen om van het gas af te gaan? Deze leden vragen of de minister bereid is de Kamer bij de volgende voortgangsrapportage concreet te informeren over: het aantal aanvragen, toekenningen, afwijzingen, gemiddelde doorlooptijden, wachttijden voor adviseurs, uitvoeringskosten, daadwerkelijk uitgevoerde maatregelen en het aantal bewoners dat nog in de wacht staat. Zij vragen hoe de minister controleert op mogelijk misbruik of fraude binnen deze subsidieregeling. Welke waarborgen zijn ingebouwd om te voorkomen dat onjuiste facturen, opgehoogde prijzen, niet uitgevoerde maatregelen of oneigenlijk gebruik van subsidie worden goedgekeurd, en hoeveel signalen van mogelijk misbruik zijn tot nu toe onderzocht? De leden van de JA21-fractie lezen dat isolatie en lichte versterking in Groningen in bepaalde gevallen gelijktijdig kunnen worden uitgevoerd. Kan de minister aangeven in hoeverre deze koppeling leidt tot vertraging binnen de versterkingsoperatie, hoeveel woningen hierdoor later worden versterkt dan oorspronkelijk gepland, en hoe wordt voorkomen dat bewoners die wachten op versterking extra vertraging oplopen door de toevoeging van isolatie en ventilatiemaatregelen. Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van de subsidieregeling. Deze leden onderschrijven het belang van het isoleren van woningen, zeker in Noord-Nederland, maar hebben enkele kritische vragen. De regeling stelt dat woningen na uitvoering voldoen aan de standaard en daardoor niet opnieuw geïsoleerd hoeven te worden om voorbereid te zijn op aardgasvrij verwarmen. Bij aardgasvrij verwarmen wordt echter veelal gekozen voor lage-temperatuurverwarming, waarbij op de begane grond vaak vloerverwarming wordt toegepast. Milieu Centraal adviseert bij vloeren met vloerverwarming een minimale isolatiewaarde van Rd 5 m²K/W, terwijl de regeling vloerisolatie tot Rc 3,5 m²K/W stimuleert. Hoe verhoudt de keuze voor Rc 3,5 m²K/W zich tot de belofte dat woningen toekomstvast worden geïsoleerd? Erkent de minister dat woningen met vloerverwarming bij Rc 3,5 m²K/W niet voldoen aan het door Milieu Centraal geadviseerde niveau? Erkent de minister dat bewoners die later overstappen op vloerverwarming hierdoor alsnog aanvullende vloerisolatie nodig kunnen hebben, en dus opnieuw moeten investeren? Hoe verhoudt dat zich tot de wijze waarop de regeling de toekomstvastheid presenteert? Is onderzocht welke gevolgen de keuze voor Rc 3,5 m²K/W, in plaats van het geadviseerde Rd 5 m²K/W, heeft voor het elektriciteitsverbruik van toekomstige warmtepompen, voor de winterse piekbelasting van het elektriciteitsnet en voor het risico op netcongestie in Noord-Nederland? Indien dit niet is onderzocht, is de minister bereid dit alsnog in kaart te brengen? Het opvolgen van het advies van Milieu Centraal legt geen extra beslag op het subsidiebudget. De subsidie voor vloerisolatie is gelijk, ongeacht of wordt gekozen voor Rc 3,5 m²K/W of Rc 5,0 m²K/W. Eventuele meerkosten van een hogere isolatiewaarde komen voor rekening van de woningeigenaar. Waarom worden subsidieadviseurs en woningeigenaren dan niet actief gewezen op het advies van Milieu Centraal om bij vloerverwarming minimaal Rd 5 m²K/W toe te passen? Is de minister bereid de regeling en de voorlichting zo aan te passen dat bewoners hierover standaard worden geïnformeerd, zodat zij zelf een afgewogen en toekomstbestendige keuze kunnen maken? Zo nee, waarom niet? In de voortgangsbrief van 21 april 2026 stelt de minister invulling te geven aan de motie Beckerman en Bushoff (Kamerstuk 33529, nr. 1295) over het verminderen van bureaucratie. De leden van de SP-fractie constateren dat de minister hiermee vooral procesverbeteringen aankondigt, maar dat de toegezegde inhoudelijke evaluatie van de ervaren bureaucratie en de betrokkenheid van de klankbordgroepen in deze brief niet terugkomen. Kan de minister toelichten in hoeverre de aangekondigde verbeteringen voortvloeien uit de eerder toegezegde gesprekken met de klankbordgroepen van bewoners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen, en wat daaruit naar voren is gekomen. Wordt de ervaren bureaucratie, zoals de motie beoogt, ook daadwerkelijk gemeten, en zo ja, op welke wijze en met welke uitkomsten tot nu toe? Beschouwt de minister de motie Beckerman en Bushoff hiermee als afgedaan, of blijft zij de ervaren bureaucratie en de wachttijden actief monitoren en hierover aan de Kamer rapporteren? II Antwoord / reactie van de minister Allereerst bedank ik mede namens de minister van BZK de leden van de fracties van D66, VVD, PRO, PVV, JA21, en SP voor de gestelde vragen. In de beantwoording zal ik eerst ingegaan op verschillende vragen die zijn gesteld over de behandelingstermijnen, de wachttijden bij isolatieplannen en de ondersteuning van bewoners. Daarna wordt ingegaan op overige specifieke vragen die per fractie zijn gesteld. Reactie op de vragen en opmerkingen over behandeltermijnen van de aanvragen en verbeteringen om bureaucratie te verminderen De fracties van D66, VVD en JA21 hebben gevraagd naar de behandeltermijn die in sommige gevallen langer is dan de termijn van 13 weken en mogelijke verbeteringen. Ook PRO en SP hebben vragen gesteld over ervaren bureaucratie en mogelijke verbeteringen van de regeling. Op dit moment worden de aanvragen bij SNN binnen de reguliere behandeltermijn en/of binnen de wettelijke toegestane verlenging afgehandeld. Bewoners die langer op een besluit moesten wachten, hebben bericht ontvangen dat extra tijd nodig was. De uitvoering van de regeling is in september 2025 echt van start gegaan. Na de openstelling van het subsidieloket bij SNN bleek niet alles direct soepel te verlopen. Zo kwam het eerste jaar het merendeel van de aanvragen nog niet in één keer goed, of onvolledig binnen, waardoor het meer tijd heeft gekost om deze te behandelen. Een belangrijke belemmering is dat offertes en facturen van de bedrijven niet altijd gespecificeerd waren op basis van de maatregelencatalogus. Daardoor was het voor SNN niet mogelijk om te beoordelen of de maatregelen goed waren geprijsd. Ook nam het aantal aanvragen harder toe dan de capaciteit bij SNN. Alle aanvragen die bij SNN binnenkomen worden behandeld. Als de aanvraag onvolledig, of niet geheel in orde is krijgen woningeigenaren altijd de kans om aanvullende informatie aan te leveren. SNN doet in dat geval een verzoek om aanvullende informatie (genaamd herstel van de aanvraag) bij de aanvrager. Dit verzoek om aanvullende informatie is van invloed op de behandeltermijn, omdat het ook tijd kost voordat bewoners de aanvullende informatie kunnen aanleveren. Alleen in het geval dat deze informatie niet wordt aangeleverd, kan een aanvraag alsnog worden afgewezen. Ook dan krijgt de woningeigenaar eerst nog weer de kans om dit alsnog aan te leveren, voordat er tot een definitieve afwijzing wordt overgegaan. Samen met uitvoerders en bedrijven zijn we deze processen aan het verbeteren. We hebben met SNN afgesproken maatregelen te blijven nemen om tot een versnelling te komen en te waarborgen dat we – bij voorkeur ruim - binnen de wettelijke termijnen kunnen blijven. Zo breidt SNN het team uit en zorgen we in samenwerking met de bedrijven dat er betere offertes en facturen worden opgesteld. Zo worden bedrijven via de nieuwsbrief en een speciaal Webinar geïnformeerd over hoe zij facturen moeten aanleveren, zodat SNN deze sneller kan beoordelen. Ook wordt contact met bedrijven opgenomen om hen aan te sporen om op de gevraagde wijze te factureren en te offeren. Hierdoor kan SNN de aanvragen sneller goedkeuren. Inmiddels hebben de medewerkers van SNN meer ervaring met de regeling en de aanvragen, waardoor ze de regeling en casuïstiek goed kennen en aanvragen beter en sneller kunnen beoordelen. Bij het opstellen van de regeling en het inrichten van het aanvraagproces is rekening gehouden met zo min mogelijk bewijslast voor de woningeigenaar, juist om administratieve lasten voor bewoners en bedrijven te beperken. Tegelijkertijd willen we waarborgen dat de middelen aan de doeleinden van de regeling en de aanpak worden besteed, en terecht komen bij woningeigenaren die daadwerkelijk verduurzamen. De woningeigenaar moet daarom wel aantonen dat er daadwerkelijk isolatie- en/of ventilatiemaatregelen toegepast worden. Er vindt dus geen ongecontroleerde subsidieverstrekking plaats. SNN beoordeelt iedere aanvraag volgens de afspraken en voorwaarden in de subsidieregeling. Daarbij wordt onder meer gecontroleerd of de aanvrager, de woning, de maatregelen en de kosten in aanmerking komen en of geen sprake is van dubbele subsidiëring. Het aanvraagproces, de uitvoering en de ervaren bureaucratie zijn besproken met klankbordgroepen waarin vertegenwoordigers van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties deelnemen. De passages uit de verslagen van de bijeenkomsten waar deze onderwerpen in 2025 zijn besproken, zijn in de bijlage toegevoegd. Op dit moment is het nog niet aantoonbaar bewoners al minder bureaucratie ervaren. In lijn met de motie van Bushoff c.s.[voetnoot 1] wordt er in het najaar een evaluatie uitgevoerd van de Isolatieaanpak, waarbij ook de ervaringen van woningeigenaren die gebruik hebben gemaakt van de subsidie worden meegenomen. Ook zullen concrete cijfers over huurwoningen opgenomen worden. Eind van dit jaar wordt u nader geïnformeerd over de uitkomsten van de evaluatie. Reactie op de vragen en opmerkingen over het opstellen van isolatieplannen en mogelijke verbeteringen De fracties van PRO, VVD en PVV hebben gevraagd naar de wachttijden bij het opstellen van isolatieplannen en de mogelijkheid om zonder isolatieplan aan de slag te gaan. Op dit moment is de wachttijd op een adviseur gemiddeld 5-6 maanden, waarbij sommige adviseurs wel uitzonderingen maken voor mensen met urgentie, bijvoorbeeld omdat ze gaan verhuizen. Dat betekent dat de doelstelling van 6 weken wachttijd op een isolatieadviseur die een isolatieplan kan opstellen rond de zomer van 2026 helaas niet is gehaald. We doen er op dit moment alles aan om de wachttijd zo veel als mogelijk te verminderen. Er wordt momenteel een verbeterplan uitgevoerd, waarna in het najaar blijkt of de gewenste resultaten gehaald worden. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het vergroten van de inzet van bestaande adviseurs en het verbeteren van de opleiding voor adviseurs. We kijken continu naar de uitvoerbaarheid van de aanpak, en vereenvoudigen waar nodig en mogelijk. Met de uitkomsten van de evaluatie zal ik u eind dit jaar ook verder informeren over de stappen die zijn gezet om de kwaliteit van de isolatieplannen te verbeteren en de voortgang van de uitvoering. Het is daarnaast mogelijk om tot € 10.000 te isoleren zonder isolatieplan. Er is in afstemming met de regio voor gekozen om een grens van 10.000 euro te stellen, omdat voor dit bedrag gemiddeld één of twee maatregelen genomen kunnen worden. Boven de 10.000 euro wordt er een grote investering in de woning gedaan, vaak ook met een eigen bijdrage van de woningeigenaar. Om te waarborgen dat er bij een dergelijk grote investering kosteneffectieve maatregelen genomen worden die leiden tot de isolatiestandaard en woningeigenaren te helpen bij de keuze voor de meest voordelige combinatie van maatregelen, wordt daarom boven dit bedrag een isolatieplan opgesteld. Tot 10.000 euro mag er zonder isolatieplan subsidie aangevraagd en maatregelen uitgevoerd worden, als aan 5 voorwaarden wordt voldaan: de woning is gebouwd op of voor 31 december 1991; de woning is geen monument; de totale kosten van de maatregelen lager zijn dan € 10.000; er is nog niet eerder subsidie aangevraagd waarvoor een isolatieplan verplicht was; de maatregelen voldoen aan de doelisolatiewaarden (zoals Rc, Rd- en U-waarden) die gelden volgens de regeling. In eerste instantie gold als voorwaarde dat de woning gebouwd moest zijn tussen 1965 en voor 31 december 1991. Deze periode werd gehanteerd, omdat woningen voor 1965 ouder zijn en vaak een complexere bouw hebben. In die gevallen is het handig dat er een isolatieadviseur met de woningeigenaar mee kijkt, om te voorkomen dat de maatregelen niet op de juiste manier worden toegepast, of dat de verkeerde maatregelen worden genomen. Deze eis is bij de laatste wijziging van de regeling echter komen te vervallen, zodat meer bewoners vooruitlopend op het maken van een isolatieplan aan de slag kunnen om maatregelen te nemen. Daarmee geldt dat er voor woningen met een bouwjaar na 1991 en voor monumenten altijd een isolatieplan opgesteld dient te worden. Huizen van na 1991 zijn doorgaans al redelijk tot goed geïsoleerd volgens de toenmalige normen. Dat betekent dat extra maatregelen voor die woningen vaak niet kosteneffectief, of nodig zijn om de standaard te halen. Een deskundige kijkt daarom naar de huidige isolatiewaarde (de Rc-waarde) wat er nog in de woning nodig is om de isolatiestandaard te halen. Dit zorgt ervoor dat de aanpassingen nuttig en kosteneffectief zijn. Ook voor monumenten is het zonder een isolatieplan te ingewikkeld om te bepalen hoe de isolatiestandaard op een goede en kosteneffectieve manier kan worden gehaald. Sinds 1 juli 2026 kunnen monumenteigenaren een afspraak inplannen met een monumentregisseur. De monumentenregisseur stelt het isolatieplan voor het monument op. Reactie op de vragen en opmerkingen over de ondersteuning van bewoners Door D66, PVV en JA21 zijn ook vragen gesteld over de ondersteuning aan bewoners. Ik deel de notie van de leden van de D66-fractie dat het belangrijk is dat de regeling álle inwoners bereikt en daar is de aanpak ook op gericht. Er zijn in opdracht van rijk en regio ondersteuners voor bewoners beschikbaar in de regio, die alle woningeigenaren ondersteunen. Woningeigenaren kunnen zich aanmelden als zij ondersteuning willen bij het gehele proces. De keuze om een ondersteunende partij in te schakelen ligt daarom bij een bewoner. Wel wordt de ondersteuning op verschillende manieren aangeboden aan bewoners, juist om te zorgen dat bewoners die het nodig hebben worden bereikt. Gemeenten zetten via deze ondersteuners acties uit om specifieke doelgroepen te bereiken. Bijvoorbeeld via deur-tot-deur acties, buurtacties, bewonersavonden, enz. In samenwerking met de gemeenten in de regio wordt uitgewerkt hoe de ondersteunende partijen de bewoners uit de doelgroep met voorrang kunnen benaderen. Wanneer woningeigenaren zich aanmelden voor ondersteuning, wordt binnen 3 werkdagen na aanmelding contact opgenomen. Wanneer iemand uitgebreide ondersteuning wenst (aan de keukentafel) vindt de afspraak gemiddeld binnen drie weken plaats. Door grote belangstelling voor deze ondersteuning moest een deel van de bewoners iets langer op een reactie wachten. Inmiddels is met het resterende deel van woningeigenaren die, ten tijde van de vorige Kamerbrief (kamerstukken II, 2025/2026, 30196, nr. 859), ondersteuning hadden aangevraagd contact opgenomen. Informatie over hoeveel bewoners uiteindelijk maatregelen hebben laten uitvoering na ondersteuning is niet volledig bekend. Dit komt doordat niet elke woningeigenaar van A-Z ondersteuning gebruik maakt. In sommige gevallen wordt door de ondersteunende partij op verzoek van de woningeigenaar bij één stap in het proces hulp geboden. Wanneer de woningeigenaar vervolgens de subsidieaanvraag of uitvoering zelfstandig uitvoert, wordt dit niet geregistreerd bij de ondersteuners. Reactie op de overige vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie De D66 fractie vroeg naar de verduurzaming van huurwoningen. Verhuurders vormen een belangrijke doelgroep, om ervoor te zorgen dat huurders ook kunnen profiteren van een goed geïsoleerde woning en een lager energieverbruik. Met de aanvullende subsidie van Nij Begun worden woningcorporaties gestimuleerd om isolerende en ventilerende maatregelen te nemen in de woning zonder hiervoor huurverhogingen toe te passen. Over de voortgang hiervan wordt jaarlijks gerapporteerd in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Woningcorporaties zijn daarnaast conform de nationale prestatieafspraken per 2029 ook wettelijk verplicht om woningen met slechte energie labels te verduurzamen. Op dit moment zijn er geen cijfers over de verduurzaming van private huurwoningen beschikbaar, omdat in de aanvraag geen onderscheid wordt gemaakt tussen een reguliere woningeigenaar en een verhuurder. De komende periode wordt gezamenlijk met de woningcorporaties, huurders, private verhuurders en gemeenten verder verkend hoe verhuurders nog meer geactiveerd kunnen worden om op korte termijn al aan de slag te gaan. Reactie op de overige vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie De leden van de VVD-fractie hebben gevraagd wanneer de tool voor woningopname gereed is. Deze is gereed. Op dit moment is er één partij die een goede tool voor woningopname aanbiedt. Er wordt momenteel een tool van een tweede partij gevalideerd, zodat we die ook kunnen toevoegen en aanbieden. Reactie op de overige vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie De zorgen over de ongelijkheid in de regio zijn begrijpelijk. Het doel van maatregel 29 is het isoleren en ventileren van woningen in de provincie Groningen en Noord-Drenthe, zodat huizen voldoen aan de isolatiestandaard en klaar zijn om te stoppen met aardgas. Hiermee wordt gestreefd naar een gelijkwaardige uitkomst voor de bewoner, volgens het advies van de commissie Verschillen o.l.v. Van Geel[voetnoot 2]. Omdat een bewoner bij deze aanpak subsidie krijgt voor maatregelen tot de isolatie standaard, kan dit betekenen dat de ene woningeigenaar meer maatregelen moet nemen en dus ook meer subsidie kan krijgen dan de andere. Verschillen zijn daarom goed te verklaren. Daarbij is extra aandacht voor woningeigenaren met een laag inkomen en voor bewoners die het meest hebben geleden onder de aardbevingen, zoals de commissie Verschillen heeft geadviseerd. Reactie op de overige vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie De eerste vraag gaat over het betrekken van externe stakeholders bij de leesbaarheid van beleidsstukken. Externe stakeholders worden betrokken bij het maken van beleid als dit inhoudelijk relevant is en daarbij worden beleidsstukken gedeeld. Op die manier kunnen zij aangeven als zij vinden dat de stukken onduidelijk zijn. Communicatie over beleid wordt voor deze aanpak regelmatig getoetst bij externe stakeholders, waaronder bij de klankbordgroepen. Daarnaast zijn bij regelgeving, afhankelijk ook weer van de inhoud, diverse adviseurs betrokken, die ook op de leesbaarheid (kunnen) letten. Verder stelde de fractie een aantal specifieke vragen over de aanpak, waaronder over de aanvangsdatum van de subsidieregeling. Er is gekozen voor 25 april 2023 als startdatum van de Isolatieaanpak en de terugwerkende kracht, omdat 25 april 2023 de datum van het uitkomen van de kabinetsreactie Nij Begun is. Er is, in samenspraak met de regio, voor gekozen om deze datum te hanteren als grens voor de terugwerkende kracht, omdat woningeigenaren na die datum en op basis van de kamerbrief over Nij Begun (Kamerstuk 35561, nr. 52) voor het eerst zijn geïnformeerd over de Isolatieaanpak. Vanaf die datum konden bewoners dus besluiten om met het voortuitzicht van een extra subsidie hun woning te verduurzamen. Het is voor een subsidieregeling noodzakelijk dat er sprake is van een stimulerende werking. Dat is alleen het geval als bewoners na 25 april 2023 een opdracht hebben gegeven om te verduurzamen. Woningeigenaren die voor deze datum hebben verduurzaamd konden ISDE-subsidie aanvragen. Daarmee zijn er dus geen woningeigenaren die helemaal buiten de boot vallen en geen enkele subsidie konden aanvragen. Vervolgens worden er vragen gesteld over het bedrijvennetwerk. Het bedrijvennetwerk is bedoeld om bedrijven te committeren aan de aanpak. Bedrijven die aangesloten zijn moeten werken met de prijzen uit de maatregelencatalogus. Daarbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat alle maatregelen uit de maatregelencatalogus door minimaal 90% van de uitvoerende bedrijven met bestaande middelen uitvoerbaar is. Er worden geen duurzaamheideisen gehanteerd. Er is dus geen sprake van negatieve effecten voor de te behalen doelstellingen en de desbetreffende bedrijfstak. Wel wordt nog gekeken naar mogelijkheden om eisen op te nemen voor kwaliteit en deskundigheid van aangesloten bedrijven om de bewoners te behoeden voor slechte uitvoering van maatregelen. De relevante sectoren zijn nauw betrokken en adviseren tijdens periodieke gesprekken en klankbordgroepen juist om de voorwaarden meer aan te scherpen om de kwaliteit van de uitvoering beter te kunnen waarborgen. De leden van de PVV-fractie vragen welke lessen er zijn geleerd om eventuele capaciteitsproblemen bij uitvoerende instanties in de toekomst beter in te schatten. Elke regeling en de uitvoering hiervan is uniek. Ook de Isolatieaanpak in Groningen en Noord-Drenthe, onder andere omdat hier gewerkt wordt met een isolatieplan en een verplichte maatregelencatalogus. Dit is zowel voor woningeigenaren als de uitvoeringsinstantie nieuw. Daarbij is gebleken dat, ondanks dat de aanpak uitgebreid met diverse klankbordgroepen is besproken, de regeling vooraf beter getest had kunnen worden met de doelgroep en uitvoerende partijen om het moment van openstelling te bepalen. Hierbij geldt ook altijd de afweging tussen het nemen van meer voorbereidingstijd versus het tijdig starten van de aanpak zodat woningeigenaren sneller konden profiteren en bedrijven sneller aan de slag zouden kunnen. In het najaar wordt de uitvoering nader geëvalueerd en worden mogelijk meer lessen opgehaald, die breder inzetbaar zijn. Reactie op de vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie De leden van de Ja21-fractie vroegen naar de maximumprijzen en beperking van concurrentie. Het instellen van maximumprijzen en het werken met een maatregelencatalogus is bedoeld om prijsopdrijving door stimulerende regelingen tegen te gaan. Bij woningen waar de maatregelenkosten 100% wordt gesubsidieerd, zoals in het kerngebied van de aardbevingsschade, is er geen prikkel voor bewoners en bedrijven om tegen de laagst mogelijke kosten te werken, wat snel kan leiden tot hogere prijzen. Bij woningen waar 50% wordt gesubsidieerd is wel sprake van normale concurrentie, omdat bewoners de helft van de investering uit eigen middelen dienen te betalen. Het bedrijvennetwerk is opgezet vanuit een zogenaamde Open House aanbestedingsvorm, hierdoor kunnen isolatiebedrijven uit de regio toetreden tot het bedrijvennetwerk en committeren zij zich aan de aanpak. Daarnaast biedt het mogelijkheden om bedrijven uit te sluiten die bij de aanpak de mist in gaan. Woningeigenaren worden via deze isolatieregeling niet gedwongen worden om van het gas af te gaan. Wel kunnen zij hun woning isoleren zodat deze gereed is om deze te kunnen verwarmen zonder aardgas. De stap om helemaal van het aardgas af te gaan, volgt daarna en is geen onderdeel van deze aanpak. Daarnaast zijn woningeigenaren op geen enkele manier verplicht om maatregelen uit te voeren. Zij kunnen ervoor kiezen om geen gebruik te maken van de regeling of om maar één of enkele maatregelen uit te (laten) voeren. Wel proberen we alle woningeigenaren in de regio bekend te maken met de Isolatieaanpak via campagnes en informatie. Op de vraag of de minister bereid is om bij een volgende voortgangsrapportage concrete informatie aan te leveren, is het antwoord ja, mits deze informatie beschikbaar is. Daarnaast zijn er vragen gesteld over fraude en misbruik binnen de regeling. Controle op mogelijk misbruik en fraude maakt deel uit van de reguliere subsidiebeoordeling en de controle bij vaststelling. SNN toetst of de aanvraag en de uitvoering voldoen aan de subsidieregeling, controleert de aangeleverde stukken en let op onregelmatigheden en dubbele subsidiëring. Bij signalen wordt aanvullende informatie opgevraagd of nader onderzoek gedaan. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de subsidie geweigerd, lager vastgesteld, ingetrokken of teruggevorderd. Bij SNN komen nauwelijks signalen van fraude binnen. Recent is een eerste geval van fraude bekend geworden, waarbij de offertedatum is aangepast om in aanmerking te komen voor een hogere subsidie. In dit geval is geen subsidie verleend en is het verantwoordelijk bedrijf uit het netwerk gehaald. Binnen de reguliere dossierbehandeling wordt gelet op mogelijke fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik en worden concrete signalen onderzocht. Tot slot zijn er vragen gesteld over de koppeling met de versterking. Bij het besluit om isolatie te combineren met lichte versterking is rekening gehouden met een beperkte vertraging op de einddatum van de versterkingsopgave. NCG geeft invulling aan de wens van de bewoners om isolatie gelijktijdig mee te nemen met de versterking van hun woning. De bewoner beslist zelf of isolatie wordt meegenomen. Een precies aantal woningen dat vanwege het meenemen van isolatiemaatregelen later wordt versterkt dan gepland, is niet vast te stellen. De vertraging vertaalt zich vooral in een verschuiving van de volgorde waarin de circa 3.400 daarvoor in aanmerking komende adressen worden versterkt, niet in een verschuiving van de einddatum van de versterkingsoperatie als geheel. Om te voorkomen dat bewoners die nog wachten op hun versterking onnodige extra vertraging ondervinden, voert NCG alleen de maatregelen uit die nodig zijn voor het behalen van de isolatiestandaard. Extra mogelijkheden die de subsidieregeling wel biedt voor de bewoner, maar niet nodig zijn voor het behalen van de isolatiestandaard, biedt NCG niet aan. Reactie op de overige vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie De leden van de SP-fractie stellen vragen over de isolatiewaarde van vloerverwarming. In de regeling wordt een doelwaarde van Rd 3,5 m²K/W bij vloerisolatie gehanteerd. Dit sluit aan bij een pakket waarmee de isolatiestandaard bereikt wordt. De doelwaarde geldt voor bewoners die zonder isolatieplan aan de slag willen gaan. Dat kan het geval zijn als zij snel aan de slag willen en een eerste maatregel willen nemen. Deze doelwaarde is gekozen, zodat bewoners voldoende isoleren als zij zelf aan de slag willen gaan. De doelwaarde van 3,5 sluit tevens aan op de streefwaarde van het RVO en is ook gelijk aan de waarde vanuit de ISDE-regeling, die voor heel Nederland geldt. Milieu Centraal adviseert een hoger niveau, als een woningeigenaar wil overstappen op vloerverwarming. Als een woningeigenaar zonder een gratis isolatieplan op te stellen aan de slag wil gaan en daarnaast vloerisolatie wil aanleggen is het altijd mogelijk om een hogere isolatiewaarde te behalen. Echter de meerkosten zijn dan voor eigen rekening. Als bewoners wel een isolatieplan laten maken kijkt de isolatieadviseur wat nodig is om de woning tot de standaard te isoleren. Het hangt daarmee af van de woning of het isoleren van de vloer nodig is om tot de standaard te komen. Door te isoleren tot de standaard is een woning voldoende geïsoleerd voor verwarming zonder aardgas. Deze standaard staat los van het verwarmingssysteem dat hiervoor wordt gekozen. Vloerverwarming is geen voorwaarde of noodzakelijkheid voor aardgasvrije verwarming. Dit kan ook via lage temperatuur radiatoren of andere oplossingen. Hiermee blijft de regeling toekomstvast. Als vloerisolatie in het isolatieplan is opgenomen kan een bewoner ervoor kiezen om de vloer verder te isoleren dan wat nodig is volgens het isolatieplan. Ook hiervoor geldt dat de kosten voor eigen rekening zijn. Als vloerisolatie niet is opgenomen in het isolatieplan kan de bewoner alsnog ervoor kiezen om deze zelfstandig zonder isolatieplan aan te vragen. Als aan bovenstaande 5 voorwaarden wordt voldaan, ontvangen bewoners dan dezelfde subsidie als wanneer deze in het isolatieplan had gestaan. Als dat niet het geval is ontvangen zij 30% van de maximale (forfetaire) kosten voor die maatregel. Er is niet onderzocht welke gevolgen de keuze voor Rd 3,5 m²K/W, in plaats van het geadviseerde Rd 5 m²K/W, heeft voor het elektriciteitsverbruik van toekomstige warmtepompen, voor de winterse piekbelasting van het elektriciteitsnet en voor het risico op netcongestie in Noord-Nederland. In lijn met de ISDE-regeling, die voor heel Nederland beschikbaar is, wordt in Groningen en Noord-Drenthe een Rd-waarde van 3,5 voor vloerisolatie gehanteerd. Wat de impact hiervan voor het elektriciteitsverbruik, piekbelasting en netcongestie is, is daarmee een vraag die niet alleen voor Noord-Nederland geldt. Meer isoleren kan helpen om energieverbruik, piekbelasting en netcongestie te verminderen, maar het effect daarvan is in absolute zin moeilijk te kwantificeren in algemene conclusies, laat staan voor zeer specifieke maatregelen in een regio. Het doel van de standaard is wel om te voorkomen dat alsnog extra isolatie nodig is nadat alle benodigde maatregelen zijn genomen. Daarom zullen in de communicatie op de website duidelijk aangeven wat Milieu Centraal adviseert over isolatie van de vloer als een bewoner vloerverwarming wil aanleggen. Op die manier kunnen woningeigenaren zelf een afgewogen keuze maken. Bewoners hebben binnen de regeling namelijk altijd de mogelijkheid om zelf verder te isoleren naar een Rc-waarde van 5. In dit geval zijn de meerkosten voor eigen rekening. Daarnaast zijn we aan het verkennen of adviseurs meer ruimte kunnen krijgen om bewoners te adviseren als zij wensen hebben, bijvoorbeeld ten aanzien van vloerverwarming. De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O'Sullivan Kamerstuk II 2024/25, 33529, nr. 1298 Kamerstuk 33529 nr. 1195 | advies Commissie Verschillen ‘Veilig, schadevrij en verduurzaamd’

Bron, video en gesprek →