Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het invoeren van diverse maatregelen die zijn gericht op een betere aanpak van rijden onder invloed (Wet verbetering aanpak rijden onder invloed) (36586)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: SGP (2023-12-06–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Diederik van Dijk (SGP): Ik heb een vraag aan mevrouw Faber over het amendement dat ik net zag langskomen. Mevrouw Faber heeft het over een nullimiet voor het alcoholgebruik. De doelen daarvan zijn natuurlijk absoluut sympathiek en helemaal helder, want in het verkeer gebruik je gewoon geen druppel. Ik heb niet helemaal in de achtergrond kunnen duiken, maar als ik me niet vergis, is het voorstel niet nieuw. Onder meer de SWOV, de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid, heeft het hele voorstel doorgeakkerd en concludeerde dat het uiteindelijk niet tot meer verkeersveiligheid leidt, omdat het aantal controles et cetera zo veel tijd kost voor de handhaving dat je achteruitboert. Heeft mevrouw Faber dat meegewogen?
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Mevrouw Faber zegt heel veel dingen waar ik het helemaal mee eens ben. Het is altijd goed om naar meerdere stemmen te luisteren. Tegelijkertijd is de SWOV zeer neutraal en wel echt een autoriteit op dit punt. Ik ga nu niet het hele rapport samenvatten, want ik heb mezelf er niet goed genoeg in verdiept, maar naar mijn weten lopen zij al deze argumenten ook langs. De conclusie is uiteindelijk dat het in de praktijk gaat leiden tot minder controles, omdat het zo veel bewerkelijker wordt. Je boert dan achteruit. Stel dat dat zo is en dat het kabinet dat ook op zo'n manier weet uit te leggen, is mevrouw Faber dan bereid om daarnaar te kijken? Dat heeft dan misschien ook consequenties voor het amendement en de opstelling daarvan.
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u wel, voorzitter. Soms is één seconde genoeg om een leven voorgoed te veranderen. Een bestuurder die onder invloed achter het stuur stapt, weet dat hij een risico neemt. Maar het slachtoffer dat hem op een kruispunt tegemoetkomt, heeft die keuze niet gemaakt. Met rijden onder invloed ga je niet alleen zelf de grens over, maar kun je de grens van een ander leven voorgoed overschrijden. De SGP pleit daarom voor een snelle invoering van beide wetsvoorstellen. Rijden onder invloed moet steviger worden aangepakt. Het overtreden van de rijontzegging mag niet zonder consequenties blijven. Daarnaast moet een alcoholverbod niet alleen worden opgelegd, maar daadwerkelijk gecontroleerd en gehandhaafd worden. Zo zorgen we ervoor dat iemand die door alcoholgebruik een gevaar vormt voor anderen daadwerkelijk van de weg gehouden wordt en dat Nederland veiliger wordt. Ook daarin heeft de overheid de dure plicht om het leven te beschermen. Voorzitter. Met de Wet verbetering aanpak rijden onder invloed wil de regering de aanpak van rijden onder invloed aanscherpen. De huidige recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten wordt vervangen door onder meer een direct uitvoerbare rijontzegging, vervangende hechtenis bij het rijden tijdens een ontzegging en een nieuwe mogelijkheid voor de rechter om het rijbewijs ongeldig te verklaren. Het kabinet lijkt hier het roer om te gooien en koers te kiezen voor een daadkrachtigere aanpak. De SGP waakt ervoor dat we, als we afscheid nemen van een regeling die onvoldoende heeft gebracht wat ervan werd verwacht, over enkele jaren opnieuw met dezelfde constatering zitten. Daarom heb ik een amendement ingediend om deze wet binnen vijf jaar na inwerkingtreding te evalueren en te bezien of deze wet daadwerkelijk iets heeft opgeleverd voor de verkeersveiligheid. Kan de minister toezeggen dat er bij aanvaarding van dit amendement niet alleen naar de uitvoering wordt gekeken, maar ook naar de effecten op recidive, overtredingen van rijontzeggingen, de handhaving en uiteindelijk het aantal verkeersslachtoffers? Voorzitter. De SGP heeft eerder gevraagd of de huidige maatregelen voldoende zijn om rijden onder invloed van drugs vast te stellen. Daarbij moeten we verder kijken dan de drugs die we inmiddels goed kennen. De opium van nu vindt men in designerdrugs of in het inhaleren van lachgas, lijm, aanstekers, gas, of vluchtige stoffen, zoals antistofspray. Het ligt niet voor de hand om op deze middelen te controleren bij verkeerscontroles, maar ze kunnen wel degelijk het rijgedrag beïnvloeden. Na inademing hebben deze middelen vrijwel direct effect. De effecten treden zeven tot tien seconden na inademing op en duren meestal enkele minuten. Gebruikers raken in een roes die vergelijkbaar is met alcohol. Bij een hogere dosis kan de gebruiker zelfs gaan hallucineren of het bewustzijn verliezen. Kan de minister aangeven of wij deze vorm van intoxicatie altijd tijdig kunnen vaststellen? Als na een ongeval een vermoeden bestaat van het gebruik van een dergelijke stof, zijn de politie en de forensische keten dan voldoende toegerust om het noodzakelijke bewijsmateriaal veilig te stellen? Zo deed de rechter vorige week uitspraak in een zaak waarbij een 19-jarige bestuurder acht maanden gevangenisstraf en vijf jaar rijontzegging opgelegd kreeg nadat hij met 115 kilometer per uur, waar 50 was toegestaan, een 33-jarige zwangere vrouw aanreed. Zowel de vrouw als haar ongeboren kindje overleefde het niet. Uiteindelijk kon de rechtbank niet vaststellen of hij tijdens het rijden onder invloed was. Wel werden in zijn auto busjes antistofspray aangetroffen, die gebruikt kunnen worden voor een korte roes. Dat roept bij de SGP de vraag op of onze bewijsvoering en onze procedures voldoende zijn toegesneden op dit soort situaties. Is het wetsvoorstel voldoende toegerust om ook deze nieuwe vormen van intoxicatie te weren uit het verkeer? Artikel 8 van de Wegenverkeerswet spreekt immers niet alleen over alcohol en specifieke drugs, maar ook over andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Is de minister het ermee eens dat ook het gebruik van vluchtige snuifmiddelen onder artikel 8 kan vallen, wanneer zij de rijvaardigheid zodanig beïnvloeden dat iemand niet meer tot behoorlijk besturen in staat is? Hoe voorkomen we dat met het introduceren van nieuwe stoffen een hiaat in de wetgeving ontstaat? Kunnen ook bij deze vorm van middelengebruik de maatregelen worden toegepast die dit wetsvoorstel introduceert, zoals de straks uitvoerbare rijontzegging en de vervangende hechtenis bij het overtreden daarvan? Voorzitter. De Kamer heeft eerder, op initiatief van mijn collega Stoffer, gevraagd om het aantal automobilisten dat gecontroleerd wordt op rijden onder de invloed van alcohol of drugs, significant te verhogen en jaarlijks inzicht te geven in het aantal controles, staandehoudingen en processen-verbaal. Kan de minister aangeven hoe het staat met de uitvoering van deze motie? Hoeveel automobilisten worden daadwerkelijk gecontroleerd op alcohol- en drugsgebruik? Welke mogelijkheden ziet de minister om de pakkans verder te vergroten, bijvoorbeeld door de controles risicogestuurd en zichtbaar in te zetten? Voorzitter. Dit wetsvoorstel biedt ook de mogelijkheid om direct over te gaan tot rijontzegging. In de huidige praktijk kan bij een ernstig verkeersongeval het rijbewijs ook al worden ingevorderd, maar als een strafzaak langer dan zes maanden duurt, wordt het rijbewijs niet zelden teruggegeven alvorens de rechter zich over de zaak heeft uitgesproken. Dat betekent dat iemand die wordt verdacht van rijden onder invloed en daarbij een ernstig ongeval heeft veroorzaakt, na zes maanden weer de weg op kan, zonder tussenkomst van de rechter. Dat is een zeer onbevredigende situatie voor de samenleving en onverteerbaar voor slachtoffers en nabestaanden. Welke mogelijkheden ziet de minister om bij invordering van het rijbewijs in dergelijke ernstige gevallen het rijbewijs niet terug te geven totdat de rechter uitspraak heeft gedaan? Daarnaast zien we in de huidige praktijk voorbeelden van personen van wie het rijbewijs is ingetrokken, die toch weer de weg opgaan. Zeker in gevallen waarbij zij een ongeluk met dodelijke afloop hebben veroorzaakt, mogen zij hier niet met een lichte straf van afkomen. Gaat de minister hierop samen met de minister van IenW stevig beleid op voeren? Is de minister bereid er bij het OM op aan te dringen dat hier daadwerkelijk afschrikwekkende straffen voor geëist worden? Deelt de minister de opvatting van de SGP dat een levenslang rijverbod een reële optie moet zijn? Voorzitter. Bij mensen bij wie alcoholgebruik een terugkerend probleem vormt, is het noodzakelijk om een alcoholverbod nauwlettend te controleren. Wat de SGP betreft moeten we de inzet van de Alcoholmeter niet enkel loszien van de inzet van het alcoholslot. De Alcoholmeter controleert of iemand zich aan een alcoholverbod houdt; het alcoholslot grijpt in op het moment dat iemand de auto wil starten. Deze verschillende maatregelen kunnen het verschil maken tussen een stilstaande auto en een dodelijke aanrijding. De SGP heeft zich daarom al eerder uitgesproken voor een integrale aanpak van de verkeersveiligheid, met daarbij expliciet een voortvarende invoering van het alcoholslot. De regering heeft inmiddels laten weten dat de bestuursrechtelijke route voor herinvoering volgens haar niet haalbaar is en dat daarom de strafrechtelijke variant nader wordt uitgewerkt. Daarvoor wordt onder meer gekeken naar het aantal opleggingen en de kosten. Is de minister bereid om bij het opleggen van een alcoholslot de bestuurder, net als in het oorspronkelijke voorstel, te laten opdraaien voor de kosten waarmee dit gepaard gaat, zodat de kosten van deze maatregel geen belemmering kunnen zijn voor herinvoering? Tegelijkertijd heeft de Kamer in juli een motie aangenomen om de Raad van State te laten adviseren over de vraag of en zo ja, onder welke voorwaarden, een alcoholslot in het bestuursrecht juridisch houdbaar en evenredig kan worden vormgegeven. Zeker als het gaat om de bescherming van het leven verwacht de SGP daadkracht van het kabinet, zeker om het in het coalitieakkoord heeft vastgelegd dat het alcoholslot terugkomt. Het kabinet heeft zelf aangegeven dat beide instrumenten in principe naast elkaar kunnen bestaan, waarbij per zaak moet worden bekeken welk instrument passend is. Experts — ik verwijs u naar het artikel uit het Nederlands Juristenblad van juli 2025 —geven aan dat invoering van het alcoholslot naast strafrechtelijke bestraffing mogelijk is zolang hier duidelijke wet- en regelgeving aan ten grondslag ligt. De SGP roept het kabinet op hiermee voortvarend aan de slag te gaan. Bij herinvoering van deze maatregel moeten we voorkomen dat we opnieuw jarenlang blijven praten over de vorm, terwijl het doel duidelijk is: voorkomen dat iemand die onder invloed heeft gereden opnieuw achter het stuur kruipt. Waar staan we nu? Wanneer kan de Kamer een concreet besluit over de herinvoering van het alcoholslot tegemoetzien? Is de minister bereid alle juridisch houdbare mogelijkheden te benutten om het alcoholslot zo breed mogelijk inzetbaar te maken? Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank voor deze vraag. Ik zag uw voorstel langskomen. Het is waar: hoe eerder je resultaten kunt zien, hoe beter. De resultaten moeten echter wel deugdelijk zijn. Wat betreft recidive en dat soort zaken denk ik dat je een bepaalde periode nodig hebt om echt goede, degelijke conclusies te kunnen trekken. Daar vragen we om. Dat deed mevrouw Van der Plas ook in haar amendement. Ik ben benieuwd hoe het kabinet erop reageert. Dat is in ieder geval de reden waarom ik dacht dat vijf jaar meer passend is en ons meer oplevert dan drie jaar.
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Nogmaals, ik ben zeker niet voor onnodig uitstel. Ik vind het een volstrekt niet-politiek punt, maar dat zal voor mevrouw Van der Plas ook gelden. Ik heb behoefte aan een goede evaluatie. Ik hoor gewoon heel graag van het kabinet wat het vindt van die wens van de Kamer, die volgens mij heel breed wordt gedeeld. Wat is het meest effectief? Wat levert ons het beste, het meeste op?
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Ik ben blij met het geruststellende antwoord van de minister: ook nieuwe vormen van intoxicatie, zoals het gebruik van vluchtige middelen die de rijvaardigheid beïnvloeden, vallen allemaal onder de wet. Zijn er nog veel problemen op het punt van het detecteren, dus het vaststellen van dat soort stoffen? Of kan dat nog problemen oproepen?
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Helder; dank daarvoor. Daaropvolgend: zijn de politie en de forensische keten in dat soort gevallen ook voldoende toegerust, bijvoorbeeld om bewijsmateriaal veilig te stellen? Ik noemde het voorbeeld dat iemand een ander had doodgereden en dat er vervolgens allerlei antistofspray in zijn auto werd gevonden. Hoe ga je daar qua bewijsvoering et cetera mee om? Kan de minister daar nog iets over zeggen? Heeft de opsporing ook daartoe voldoende middelen?
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Toch even een vraag, want we moeten natuurlijk gaan stemmen en een keuze maken. Mijn gedachte was dat vijf jaar nodig was voor een echt goede evaluatie. Ik begrijp dat de minister mij bijvalt. Vijf jaar, is zijn verhaal, leidt tot een betere evaluatie. Tegelijkertijd vind ik het uitstekend dat er meer aspecten bij worden opgenomen, zoals in de toelichting door mevrouw Van der Plas werd gezegd. Maar wat betekent dat straks voor het stemmen?
Bron, video en gesprek →De heer Diederik van Dijk (SGP): Nog even over dat bestuursrechtelijke spoor. Ik heb die uitspraak van de Hoge Raad ook gezien. Daarom wees ik in mijn bijdrage ook op het artikel in het Nederlands Juristenblad van mevrouw Brouwer, die gepromoveerd is op het alcoholslot. Die zegt dat het bestuursrechtelijk wel degelijk mogelijk is, naast de strafrechtelijke aanpak, zolang er maar duidelijke wet- en regelgeving aan ten grondslag ligt. Dat is het ontbrekende spoor. Dus als we het als wetgever zouden willen, dan zouden we het kunnen realiseren.
Bron, video en gesprek →