KamerkringInloggen
Mirjam Sterk

Officieel Kamerprofiel

Mirjam Sterk

39debatten
1.240bijdragen
12interrupties
226.586woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
27 mei 2026 · Kamerstuk

Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter, dat kan ik zeker. Ik heb eigenlijk gewoon de blokjes aangehouden zoals ze ook in de volgorde van het wetsvoorstel zijn behandeld, maar ik zal ze even noemen. Het eerste blokje gaat over de samenloop van de Wlz en de Wmo. Het tweede gaat over de terugvorderingsbepaling in de Jeugdwet. Ik realiseer mij overigens dat dat het derde blokje is in de wet, maar goed. Dan ga ik naar het blokje gegevensverstrekking in verband met zorg aan onverzekerden. Het volgende blokje is de grondslag voor het RIVM ten aanzien van bevolkingsonderzoeken en screenings. En dan heb ik nog een blokje met opt-out en beroepsgeheim. Voorzitter, ik begreep dat u eraan hecht dat ik in de eerste termijn alvast de amendementen apprecieer, maar het zou kunnen dat er in de tweede termijn moties komen. Dan doen we die nog een keer apart.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter. Voor goede zorg en een effectieve samenwerking van zorgpartijen is het belangrijk dat de juiste partijen beschikken over de juiste gegevens. Daarmee lijkt deze wet in die zin vrij voor zichzelf te spreken, maar de wet is ook wat technisch. Ik vond het wel mooi hoe mevrouw Tijmstra en mevrouw Wendel aangaven dat het ook gaat over een heleboel zaken waar wij als burgers aan hechten. Wij hechten er bijvoorbeeld aan dat we fraude kunnen tegengaan, dat we mensen die een gevaar zijn voor zichzelf en voor anderen, snel een veilige plek kunnen geven, dat we de registratiedruk naar beneden brengen en dat we er vooral voor zorgen dat de kwaliteit van zorg echt geleverd kan worden als daar vraag naar is. Dat is eigenlijk waar dit wetsvoorstel op ziet en waar wij het vandaag over hebben. Voorzitter. Daarmee kom ik bij mijn eerste blokje. Voordat ik inhoudelijk op dit onderdeel inga, wil ik in ieder geval even zeggen dat de samenloop waar dit over gaat — ik kijk even naar de heer Bushoff, want die heeft volgens mij mijn blokjes gemist; dit blokje gaat over de samenloop van de Wlz en de Wmo — terecht of onterecht kan zijn. Zorg op grond van de Wlz gaat altijd voor op zorg uit de Wmo 2015 of de Jeugdwet. Maar er zijn ook situaties mogelijk waarin iemand naast Wlz-zorg recht heeft op specifieke zorg op grond van de Wmo of de Jeugdwet. Dit wetsvoorstel helpt gemeenten om duidelijk te krijgen waar iemand precies recht op heeft. Ik ga naar het eerste wetsonderdeel. Gemeenten hebben onvoldoende inzicht in Wlz-indicaties van inwoners. Daardoor wordt de overlap tussen Wmo-voorzieningen en Wlz-zorg soms te laat ontdekt. Dit kan tot onterechte toekenning leiden of juist tot voortzetting of beëindiging van Wmo-voorzieningen. Daarom is het belangrijk dat gemeenten daar nu van horen. De VNG heeft overigens ook gevraagd om een duidelijke wettelijke grondslag om de gegevensuitwisseling tussen de zorgkantoren en de gemeenten te regelen. Dat is wat dit wetsvoorstel doet. Daarover had de heer Bushoff een vraag. Het was best een lange vraag, maar volgens mij heb ik die wel begrepen. De vraag was of je ervoor kan zorgen dat je niet ineens zonder zorg zit als je de verkeerde indicatie gebruikt, maar er voor de andere indicatie nog een wachtlijst is. Nee, je zou in principe niet zonder zorg moeten zitten. Er is gewoon een zorgplicht van het zorgkantoor om de benodigde zorg te regelen. Het zorgkantoor kan hierover afspraken maken met de betreffende gemeenten, zodat de hulp enige tijd kan doorlopen ter overbrugging. Dat is het antwoord op de vraag van de heer Bushoff. Dat was ook het eerste blokje, voorzitter. Ik weet overigens niet of ik dit tempo ook bij de andere blokjes volhoud.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Het volgende blokje is de terugvorderingsbepaling in de Jeugdwet. De gemeente kan een pgb herzien of intrekken als blijkt dat er onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt door de jeugdige of zijn ouders en de juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zouden hebben geleid. Daarbij is ten onrechte niet voorzien in een bevoegdheid tot terugvordering. Met deze wetswijziging wordt dat gerepareerd. Daarmee wordt ook aangesloten bij de Wmo 2015. Het is misschien goed om nog even te melden dat gemeentes natuurlijk niet zomaar kunnen gaan terugvorderen: daarvoor hebben we waarborgen in de Algemene wet bestuursrecht. Mevrouw Tijmstra had op dit punt een vraag. Zij stelde dat dit alleen maar kan als er sprake is van onjuiste gegevens, dus niet bij bijvoorbeeld veranderende omstandigheden. Ze vroeg ook of er nog aanvullende maatregelen worden voorbereid. Jazeker. Het gaat hier ook over het tegengaan van fraude. We zijn op dit moment ook bezig om de AZWA-uitspraken over zorgfraude verder uit te werken. Daarin zit onder andere een verkenning naar de verbreding van de vergunningplicht en ook de aanpak van criminaliteit in de zorgfraude. Dan doel ik in het bijzonder op diplomafraude; dat heeft echt onze aandacht. Ik hoop u al voor de zomer te informeren over de stappen die we daarin willen zetten. De heer Claassen vroeg waarom het AP-advies ten aanzien van de terugvordering niet is opgevolgd. Op dit onderdeel van het wetsvoorstel heeft het AP niet geadviseerd, omdat het geen verband houdt met verwerking van persoonsgegevens. Ik begrijp de verwarring dus wel een beetje. Een heleboel onderdelen van deze wet gaan over gegevensuitwisseling, maar dit is eigenlijk nou net een onderdeel dat daar niet over gaat. Maar dit was iets wat we wel wilden regelen. Het regime van die gegevensuitwisseling is dus niet van toepassing op de terugvordering. Dat is ook waarom het AP hier geen advies over heeft gegeven. De heer Claassen vroeg ook: waarom moet het terugvorderingsdoel, dat wij steunen, gekoppeld worden … Nou ja, eigenlijk heb ik die vraag net al beantwoord. Het is volgens mij wel goed dat u deze vraag even heeft gesteld; dank daarvoor. Het is inderdaad goed om even te beseffen dat dit dus niet over die gegevensdeling gaat. Dat is wat ik net heb gezegd. De heer Bushoff had ook nog een vraag. Dat was ook best wel weer een lange: "Je wilt geld dat gepaard gaat met fraude, terugvorderen, maar je wil wel dat er terughoudendheid is als het gaat om ouders van jeugdigen als zij bijvoorbeeld onbedoeld de onjuiste gegevens hebben verstrekt. In het geval van cliënten op grond van de Wmo en in het geval van jeugdigen en hun ouders op grond van de Jeugdwet moet duidelijk zijn dat er alleen in geval van opzet mag worden teruggevorderd." Het wetsvoorstel schrapt "opzet", of het nou gaat om de zorgaanbieder of om de cliënt. In beide gevallen hoeft er dus niet opzettelijk frauduleus handelen te worden aangetoond. Maar ik snap heel goed dat je natuurlijk niet wil dat mensen op het moment dat ze fouten maken of uit onhandigheid misschien dingen niet goed invullen, ineens in de situatie terechtkomen dat er geld wordt teruggevorderd. Uit de Algemene wet bestuursrecht volgt dat zoiets heel zorgvuldig moet gebeuren en dat er goed moet worden gekeken naar de feiten, de individuele omstandigheden van het geval, en de vraag of terugvordering in het individuele geval wel proportioneel en evenredig is. Er is natuurlijk ook voorzien in rechtsbescherming. Dat is via de Algemene wet bestuursrecht geregeld. U heeft op dit punt ook een amendement ingediend, met als doel om te verduidelijken dat het bij die terugvordering bij cliënten alleen om opzet mag gaan. Ik zal dit straks ook nog wel even bij de behandeling van alle amendementen zeggen, maar dat amendement laat ik aan het oordeel van de Kamer.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, dat zou je eigenlijk kunnen zeggen. In de memorie van toelichting hebben we dat natuurlijk al beschreven. Maar ik begrijp dat de heer Bushoff eraan hecht om dat explicieter in de wettekst op te nemen. Daarom geef ik ook oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dan ben ik bij het volgende blokje, dat gaat over gegevensverstrekking in verband met zorg aan onverzekerden. In dit wetsonderdeel gaat het om medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden. Dat zijn natuurlijk vaak dak- en thuislozen. Die hebben vaak meer zorg nodig dan straatartsen kunnen bieden. Daarom is het ook belangrijk dat gemeenten weten wie deze zorg ontvangt, zodat ze ook die bemoeizorg kunnen bieden. Het wetsvoorstel verplicht zorgaanbieders om op verzoek van gemeentes en GGD'en gegevens te delen over deze groep. Dit doorbreekt in specifieke gevallen het beroepsgeheim. Zo kunnen gemeenten beter beoordelen of bemoeizorg nodig is, bijvoorbeeld als het gaat om het afsluiten van een zorgverzekering. Hierover zijn best een aantal vragen gesteld, in de eerste plaats door mevrouw Maeijer. Zij vroeg of de minister kan aangeven hoe vaak in het verleden door de onverzekerde patiënt toestemming is gegeven voor het delen van de gegevens met de GGD. Die cijfers heb ik niet, dus die kan ik u helaas ook niet geven. Voor 2022 ging het verkrijgen van gegevens van de onverzekerde patiënt via toestemming. Die verplichting is later komen te vervallen. Sorry, voorzitter. Ik kom hier zo nog even op terug. Ik vermeng nu even twee antwoorden met een vraag die verderop ook is gesteld. Het is denk ik beter dat ik dat daar dadelijk even doe. Mevrouw Maeijer vroeg ook of de minister kan aangeven hoe de voorlichting plaatsvond over het geven van toestemming voor gegevensdeling en wat de consequenties waren van die keuze. Dat gaat dan inderdaad over die periode van voor 2022, waarin toestemming moest worden gegeven. De manier waarop dat werd gevraagd en werd vastgelegd, werd grotendeels aan de zorgaanbieder zelf overgelaten. We hadden wel een concreet hulpmiddel daarbij en dat was een modeltoestemmingsformulier dat beschikbaar werd gesteld. Dus zo ging dat voor 2022. Het Kamerlid Maeijer zegt ook dat de ggz pleit voor initiatief bij de zorgverlener en gegevensverstrekking in samenspraak met toestemming van betrokkene. Ze vraagt waarom de minister er dan niet voor heeft gekozen om dat op die manier te doen. Die gegevensdeling is noodzakelijk, omdat gemeenten de taak hebben om openbare geestelijke gezondheidszorg te bieden. Zorgaanbieders als straatartsen kunnen de brede hulp die deze groep nodig heeft vaak niet zelf bieden en gemeenten kunnen dat wel. En als het dan gaat over of je dat zou kunnen regelen via toestemming: dat is eigenlijk geen werkbare oplossing, omdat de AVG dit eigenlijk niet toestaat. De AVG die zegt dat mensen uit vrijheid moeten kunnen kiezen, maar de mensen over wie het hier gaat hebben al een afhankelijke positie omdat ze een relatie hebben met een zorgverlener, en ze kunnen dus in die situatie niet zo goed de consequenties overzien. Daarom is er een wettelijke basis nodig en dat is wat we hier nu regelen, omdat we anders dus niet kunnen voldoen aan het AVG-vereiste van vrijwilligheid bij het geven van toestemming. Dat is ook waarom dat in 2022 is aangepast. Overigens wordt daar in de schriftelijke beantwoording van uw vragen al op ingegaan. Mevrouw Maeijer vroeg ook bij wie die gegevens nou terechtkomen als ze worden gedeeld. Het is aan de gemeenten om vast te leggen hoe die gegevens worden verwerkt en hoe zij die hulp willen aanbieden aan de onverzekerde persoon. Die gegevens worden vastgelegd in ICT-systemen, maar we hebben natuurlijk ook regels voor hoe dat moet en dat is die NEN-norm 7510. Voorheen kwamen die gegevens doorgaans terecht bij wijkteams. Dat we dit nu doen, heeft er natuurlijk ook mee te maken — mevrouw Tijmstra zei dat ook al — dat bij dakloosheid vaak meerdere problemen spelen. Je wilt heel graag iemand helpen om uiteindelijk weer een plek in de samenleving te vinden. Een straatarts kan die hulp vrij beperkt geven. Daarom is het nodig dat er ook gekeken kan worden door gemeentes, die meer instrumenten hebben, hoe een persoon in ieder geval van zijn dakloosheid afgeholpen kan worden, maar ook aan goede zorg geholpen kan worden. De heer Vervuurt vroeg ten aanzien van het medisch beroepsgeheim voor medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerden hoe wordt gecontroleerd of de veiligheid wordt nageleefd. We hebben gewoon een algemeen toezichtkader op grond van de Wet op de geneeskundige behandelovereenkomst en de AVG. Dat kader is van toepassing en daar zien de inspectie en de AP dan weer op toe. Dat doet ieder natuurlijk vanuit zijn eigen expertise en taak. Zij hebben onderlinge werkafspraken gemaakt over hoe die bevoegdheidsverdeling er dan precies uitziet. Zij zien dus toe op de uitvoering en de controle daarvan. Mevrouw Tijmstra had de vraag of de minister het beeld herkent van terughoudendheid bij huisartsen ondanks de vereenvoudigde digitale afhandeling. Ik herken het eigenlijk niet meer, want wij zien dat er de afgelopen jaren in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van deze SOV. Dat is dus op zich positief. Tegelijkertijd vind ik het wel een punt van aandacht en blijven we er ook constant over in gesprek om goed in de gaten te houden dat we daar inderdaad zo veel mogelijk gebruik van maken en er geen belemmeringen zijn om dat te doen. Mevrouw Tijmstra, maar ook de heer Bushoff, vroeg zich af hoe het staat met de uitwerking van die nieuwe SOV-regeling en de beoogde integratie met de OVV-regeling. Ik kan u toezeggen dat de Tweede Kamer op zeer korte termijn de tweede voortgangsbrief over die aanpak onverzekerden krijgt en de uitwerking van de nieuwe regeling. Ik wil dus eigenlijk graag naar die brief verwijzen. In die brief zullen we ook inzicht geven in de vraag die ook door mevrouw Tijmstra is gesteld, namelijk hoe we de spreiding van deze zorg kunnen verbeteren. Daar kom ik ook in die brief op terug. Mevrouw Tijmstra had ook nog een vraag over het feit dat in de Voorjaarsnota staat dat de bezuiniging op deze regeling slechts beperkt kan worden ingevuld, en wat dat precies betekent voor de verdere vormgeving. Ik kom met die nieuwe regeling en daar zal ik dit dus ook in meenemen. Voorzitter. Ten slotte nog een vraag van de heer Bushoff. Hij zegt dat veel onverzekerden een enorme drempel ervaren om zorg te vragen. Hij vroeg of we niet bang zijn dat we door het nu makkelijker te maken om die gegevens uit te wisselen een averechts effect krijgen en mensen bang zijn dat er partijen achter ze aankomen. Zijn vraag was dus of we hiermee die drempel niet verhogen. U had het er volgens mij in een interruptiedebatje onderling zojuist over: in het verleden hebben we in ieder geval niet gemerkt dat dat leidt tot zorgmijding, want van 2017 tot 2022 hadden we een vergelijkbare meldplicht en van de straatartsen hebben we daar verder geen signalen over gekregen. Natuurlijk blijven we ook hierover in gesprek met straatartsen. Mochten we nou inderdaad zien dat het het juist ingewikkelder maakt, dan hebben we volgens mij een nieuw gesprek te voeren. Tegelijkertijd hebben deze mensen vaak juist veel behoefte aan zorg en brengen ze in ieder geval problematiek met zich mee die erom vraagt dat er breder wordt gekeken dan naar wat alleen straatartsen doen. Daarom is het belangrijk dat we dat mogelijk maken. Ik snap het dilemma dat er is, dus of het geen averechts effect heeft, maar in het verleden is dat niet gebleken en ik denk dat we de ontwikkelingen gewoon goed moeten volgen. Voorzitter. Dat was dit blokje.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik wil absoluut toezeggen dat ik u die informatie in die brief doe toekomen. Ik vraag even of ik er van mijn ondersteuning een signaal kan krijgen over wanneer wij denken dat die brief naar de Kamer komt, want dat heb ik niet helemaal scherp.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: De zorgverlener kan zelf nog altijd de afweging maken of hij het gevoel heeft dat hij daarmee niet de juiste hulp kan geven. Daar zeggen we in de memorie ook iets over. Tegelijkertijd ziet een gemeente natuurlijk soms dat er bij iemand die bijvoorbeeld hulp heeft gekregen en bij de eerste hulp is binnengekomen en daar wel geholpen wordt, veel meer problemen zijn, zoals een schuldenproblematiek of problemen bij het zoeken van een woning. Dan is het belangrijk dat de gemeente ook een adres heeft en gegevens over wie die persoon is en hoe ze die persoon kunnen helpen. Er is denk ik ruimte bij de zorgverlener om soms de afweging te maken om het niet te doen. In die zin is het geen absolute verplichting, maar ik denk dat het belangrijk is dat wij dit wel mogelijk maken, juist om ook de taak die de gemeente heeft, namelijk die openbare gezondheidszorg, mogelijk te maken.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Daar heb ik het net al een kort interruptiedebatje met de heer Bushoff over gehad. Ik zie op zich dat het een drempel kan zijn en dat er wantrouwen is bij mensen, niet alleen tegen de zorg maar juist vaak de overheid in brede zin. Tegelijkertijd voel ik ook de verantwoordelijkheid die ook gemeentes vooral voelen om die bemoeizorg te geven, juist als je ziet dat mensen op straat zwerven, misschien heel ziek zijn, schuldenproblematiek hebben of verslaafd zijn. Daar hebben we ook de openbare gezondheidszorg voor. Maar wat we nu zien is dat gemeentes dat niet altijd goed kunnen doen. Straatartsen hebben zelf ook gevraagd om een soort wettelijke bepaling, omdat het voor hen vaak lastig is om hun beroepsgeheim te doorbreken. Dat doen we hiermee, zodat gemeentes dat ook kunnen vragen. Daarmee hoop ik eraan bij te dragen dat we nog beter kunnen zorgen voor deze mensen, wat straatartsen met hun beperkte mogelijkheden ook al proberen te doen.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Maar dan kom je dus in de situatie die we vroeger hadden, namelijk dat je zegt: er moet toestemming worden gegeven. Volgens de AVG kan je dat alleen maar doen als je de vrijheid hebt om dat te kunnen doen. Hier constateren we dat het gaat om mensen die een relatie hebben met een zorgverlener en daarin dus niet meer vrij zijn, omdat ze afhankelijk zijn. In zo'n situatie, zegt de AVG, mag je dat dus niet doen op grond van een toestemming, maar moet je dat op een andere manier regelen. Dat doen we nu op deze manier, met een wettelijke verplichting. Daarmee maken we mogelijk dat straatartsen of anderen dat doen, ook op verzoek van de gemeente. Het is dus niet zo dat iedere willekeurige persoon zomaar die gegevens op kan vragen. Dit is juist om het beter te regelen. Uiteindelijk kan de zorgverlener er nog altijd van afzien als dat iets zou kunnen belemmeren, maar wij denken het hiermee wel beter geregeld te hebben, in ieder geval ook zoals ons vanuit het veld is gevraagd.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, dat klopt, voorzitter. Wij zijn bij het blokje grondslag RIVM ten aanzien van de bevolkingsonderzoeken en de screenings. De wijziging van de Wet op het RIVM regelt gegevensdeling bij bevolkingsonderzoeken en screening. Zorgverleners mogen diagnostische gegevens trapsgewijs delen met de uitvoerder van het onderzoek. De uitvoerder koppelt die gegevens dan weer gepseudonimiseerd door aan het RIVM. Het gaat dus om mensen die na een bevolkingsonderzoek of screening worden doorverwezen of om mensen met een later gebleken afwijking na een negatieve uitslag. Zo kan dus worden beoordeeld of uitslagen juist waren of dat er juist sprake was van foute, positieve of gemiste gevallen. Dat is gewoon ontzettend belangrijk, want als wij goede zorg willen verlenen, dan zullen we er ook goed naar moeten kijken dat de kwaliteit van die bevolkingsonderzoeken en de volksgezondheid op orde blijft. Dat doen we dus op deze manier. Toestemming is hiervoor geen geschikte grondslag, omdat dit tot vertekende of onvolledige evaluaties kan leiden. Het komt namelijk relatief weinig voor dat dit soort fouten worden gemaakt of dat dit soort verkeerde gegevens worden doorgegeven. Hoe meer je er daar van hebt, hoe onbetrouwbaarder die onderzoeksresultaten zijn. Daarom brengen wij deze wettelijke grondslag hierin nu aan. Mevrouw Maeijer vroeg of ik nog eens kan uitleggen waarom er is gekozen voor het doorbreken van het medisch beroepsgeheim en niet voor het geven van toestemming bij het bevolkingsonderzoek en screening. Dat heb ik eigenlijk net al geprobeerd aan te geven. Het is heel erg belangrijk dat het RIVM zijn monitoring en evaluatie daarbij kan uitvoeren. Daarbij is het afhankelijk van individuele afwegingen van betrokken personen op dit moment. Als wij die goede zorg willen kunnen blijven geven en de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek op orde willen houden, dan moeten we ervoor zorgen dat wij volledige en zo veel mogelijk verzamelde gegevens hebben. Dat is op dit moment onvoldoende het geval. Dat heb ik net gemeld. De heer Vervuurt vroeg hoe we er nou voor kunnen zorgen dat het voor mensen heel duidelijk is waartegen zij precies bezwaar maken en wat de implicaties precies zijn. Ik heb zelf onlangs ook geconstateerd: als je een uitnodiging krijgt voor een bevolkingsonderzoek zit er standaard een informatiefolder bij waarin dat staat. Bij de uitnodiging zit dus ook de informatie over hoe je het eventueel zou kunnen doen. Dat doen we in begrijpelijke taal. De folders zijn er ook nog eens in verschillende talen. Eigenlijk is het al heel lang gebruikelijk in de zorg dat we het op die manier doen.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb hier nog wat vragen liggen, dus misschien kunnen we na de beantwoording constateren of ze allemaal beantwoord zijn.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik kom daarop terug in het blokje opt-out. Ik begrijp uw vraag nu. Excuses. Dan ben ik bij het blokje verwerkingsgrondslag voor het Rijksvaccinatieprogramma. De wijziging van de Wet publieke gezondheid regelt gegevensuitwisseling over vaccinaties binnen het Rijksvaccinatieprogramma. Jeugdgezondheidszorguitvoerders en het RIVM mogen gegevens delen als dat noodzakelijk is. Nu is daarvoor nog expliciete toestemming nodig, die niet altijd wordt gegeven. Daarom zijn sommige vaccinaties alleen anoniem bekend bij het RIVM. Dat belemmert het goed uitvoeren van RIVM-taken, zoals monitoring van de vaccinatiegraad en uitnodigingen. De gegevens mogen alleen worden verstrekt als dat noodzakelijk is en als de betrokkene geen bezwaar maakt tegen de verstrekking. In dit geval gaat het dus over een opt-out.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Eigenlijk vraagt Kamerlid Maeijer mij dat we goed uitleggen waarom we dit eigenlijk doen, waarom het nodig is en waarom het op deze manier geregeld is. Ik vind dat heel terecht. Ik heb net het belang aangegeven van het hebben van voldoende data om iets te kunnen zeggen over de kwaliteit van het onderzoek. Volgens mij verschillen we niet van mening over dat het belangrijk is dat dat gebeurt. Ik denk dat ik kan toezeggen dat we kijken hoe we dit goed kunnen communiceren, zodat mensen goed op de hoogte zijn en ook weten dat ze eventueel bezwaar kunnen aantekenen. Het is niet zo dat er geen mogelijkheid is om te zeggen dat je dit niet wil. Het is alleen een andere mogelijkheid dan bij het Rijksvaccinatieprogramma, waarbij het gaat om een opt-out. Dat is een soort absolute mogelijkheid. Als je een opt-out vraagt, krijg je die gewoon. Bij een bezwaar zal er altijd een afweging gemaakt worden tussen enerzijds het belang van zo'n bevolkingsonderzoek en de monitoring, de kwaliteit en de data die daarvoor nodig zijn en anderzijds de bezwaren die iemand zelf heeft. Ik hoop dat ik u hiermee enigszins tegemoet ben gekomen.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Wetsonderdeel 7 en de verwerkingsgrondslag van het Rijksvaccinatieprogramma. Die heb ik volgens mij net al ... Ik was bij de vragen. Mevrouw Maeijer heeft de vraag gesteld of ik kan aangeven hoe groot het percentage anonieme vaccinaties nu is en wat volgens mij het kritieke percentage is. Het meest recente percentage dat wij kennen is het percentage uit 2024. Dat is 3%. 3% à 4% is een landelijk gemiddelde. De variatie tussen regio's en vaccinsoorten is groot. In sommige regio's is het aandeel anonieme vaccinaties veel kleiner dan 1%, terwijl het in andere regio's soms zelfs kan oplopen tot meer dan 25%. Dit leidt dus tot een vertekend beeld van de werkelijke vaccinatiegraad, vooral in gebieden waar de vaccinatiegraad al onder druk staat. U vraagt aan mij wanneer ik tevreden ben, mevrouw Maeijer. Nou, volgens mij hebben we nog wel een weg te gaan, aangezien er in sommige regio's nog zo'n hoog percentage anonieme registraties is. Wat mij betreft gaan we daar dus nog geruime tijd mee door. Kamerlid Maeijer vroeg ook waarom er is gekozen om in 2022 eerst een opt-in voor het RIVM te implementeren en die nu te wijzigen in een opt-out. Ook vroeg ze waarom we niet inzetten op het beter voorlichten van cliënten, om het aantal anonieme vaccinaties terug te dringen. Ik denk dat we dat laatste sowieso moeten doen. Het is belangrijk om die voorlichting te doen. Om te kunnen voldoen aan de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de AVG wordt sinds 2022 geregistreerd of er toestemming is gegeven voor de uitwisseling. Doordat toestemming voor gegevensuitwisseling met het RIVM niet altijd wordt gevraagd of niet altijd juist wordt geregistreerd, ontvangen ze dus relatief veel anonieme vaccinatiegegevens. Wij zullen gaan inzetten op intensieve publieksvoorlichting, training en inzet van jgz-personeel, om het aandeel anonieme vaccinaties terug te brengen. We hebben wel een soort weg naar beneden, maar nog niet genoeg en ook nog niet overal. Door de vaccinatiegegevens standaard met persoonsgegevens uit te wisselen zal het RIVM naar verwachting meer gepersonaliseerde vaccinatiegegevens ontvangen. Dat resulteert in een nauwkeurigere berekening van de vaccinatiegraad, die noodzakelijk is voor een goede monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Door de opt-in te veranderen in een opt-out krijgen we veel meer data. Met meer data wordt de kwaliteit van de monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma verbeterd, hopen we. Dat kan alleen maar door een wettelijke grondslag voor die gegevensuitwisseling te geven, met daarbij dus die opt-out als mogelijkheid. U vraagt ook of dit nou noodzakelijk en proportioneel is. Ja, ik denk dus van wel. Daarom hebben we dit ook gedaan. De wettelijke taak van het RIVM is om zorg te dragen voor de regie op en de coördinatie van het Rijksvaccinatieprogramma, en om zorg te dragen voor de registratie, de bewaking en de evaluatie van het programma. Het RIVM treedt ook op bij de bestrijding van uitbraken van infectieziekten. Deze taken zijn belangrijk voor de bescherming van de Nederlandse volksgezondheid, zodat, waar nodig, gericht actie kan worden ondernomen om uitbraken van infectieziekten te voorkomen. Voor een goede monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is optimale beschikbaarheid van gepersonaliseerde vaccinatiegegevens noodzakelijk. Daarvoor hebben we dus ook die wettelijke grondslag gegeven. We denken dat het daardoor niet alleen noodzakelijk, maar ook proportioneel is om dit te doen. De heer Bushoff heeft bij deze uitwisseling opnieuw gevraagd hoe we dat wantrouwen jegens de instanties gaan aanpakken. Je ziet dat er wantrouwen is rondom het toedienen van vaccinaties. Dat verklaart misschien ook voor een deel waarom mensen niet gevaccineerd willen worden en waarom dat percentage relatief laag is. De verwachting is in ieder geval dat er weinig mensen zullen zijn die hun gegevens daadwerkelijk niet willen delen met het RIVM. Voor degenen die dat wel willen, blijft de mogelijkheid van die opt-out bestaan. Daarnaast vinden we het natuurlijk belangrijk om het vertrouwen in de gezondheidsinstanties te versterken. Dat geldt, denk ik, niet alleen voor het vertrouwen in de gezondheidsinstanties, maar ook voor het vertrouwen in de werking van vaccins. Dit geldt vooral voor kwalijke bijwerkingen die soms worden vermoed. Ik zeg niet dat die bijwerkingen er zijn, maar dat is wat mensen soms denken. Daarom is de aanpak "Vol vertrouwen in vaccinaties" ingezet, met daarin onder andere een intensivering van de wijkgerichte aanpak. Ik gaf net al aan dat de vaccinatiegraad in sommige wijken relatief laag ligt. Met maatwerk gericht op verschillende doelgroepen en met samenhangende interventies wordt er gebouwd aan meer vertrouwen. Meneer Bushoff, voordat u mij nog meer gaat vragen: het is de portefeuille van mijn collega. Dan kom ik daar later graag nog een keer schriftelijk op terug. Dan kom ik bij het een-na-laatste blokje, over de opt-out en het beroepsgeheim. De heer Vervuurt vroeg of de minister van plan is om in Nederland een centraal opt-outsysteem mogelijk te maken en daarbij de bevolkingsonderzoeken te betrekken. De EHDS redeneert ook vanuit een opt-outsysteem; daar refereerde u net al aan. Ik ben in ieder geval van plan om dat zo breed en makkelijk mogelijk voor iedereen in te richten. Ik ben op dit moment aan het onderzoeken hoe we dat het beste kunnen doen, en op welke onderdelen we dit het beste kunnen doen. Daar hebben we vorige week al even over gewisseld. Het gaat dan om de vraag of het gaat om bevolkingsonderzoeken en hoe je die daarbij betrekt. Ik kijk ook naar het systeem waarin dit dan moet worden geregistreerd. Daar moeten we echt wel even goed naar kijken. Ik zal u daar na de zomer nader over informeren. Mevrouw Maeijer vroeg hoe de mogelijkheid voor de opt-out uit het Rijksvaccinatieprogramma wordt vormgegeven en hoe ik mensen ga voorlichten over de mogelijkheden om bezwaar te maken. Het voornemen is om cliënten te informeren over de mogelijkheid van een opt-out op dezelfde manier als de manier waarop ze werden geïnformeerd over de mogelijkheid om toestemming te geven. Ik heb u net al iets verteld over de informatiefolder die wij daar standaard bij aanbieden. Verder gebruiken we natuurlijk ook de kanalen die daarvoor kunnen worden gebruikt, zoals het RIVM, de jeugdgezondheidszorg, via de websites, in de brieven en in de brochures van het Rijksvaccinatieprogramma. Maar de jgz-uitvoerders zijn zelf natuurlijk ook verantwoordelijk voor het informeren van hun individuele cliënten. Daar worden ze ook voor bijgeschoold. Ze bekijken ook per cliënt wat de beste manier is om hen daarover voor te lichten. Mevrouw Maeijer vroeg ook hoe de minister zorgt voor de veiligheid van de gegevens en hoe we hacks gaan proberen te voorkomen. Volgens mij is daar ook vorige week uitgebreid over gesproken. Cyberveiligheid is iets wat wij als Rijksoverheid niet alleen kunnen. Dat is een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Dat doe je dus ook samen. Zorgaanbieders zijn er zelf primair verantwoordelijk voor om dit goed te regelen. De belangrijkste stap is de basale cyberhygiëne, die inhoudt dat mensen zich ervan bewust zijn welke regels je behoort te volgen om te voorkomen dat dingen misgaan. Daarbij gaat het om sterke en unieke wachtwoorden, om tweefactorauthenticatie, om het regelmatig draaien van updates, om het scheiden van je back-up van je dagelijkse operatie en om het beveiligen van je back-up. Wat ik daar als minister aan doe, is dat wij de zorgaanbieders daarbij ondersteunen via een versteviging van Z-CERT, het Computer Emergency Response Team voor de zorg. Ik stimuleer ook informatieveilig gedrag van zorgprofessionals en ik zorg ervoor dat de wettelijk verplichte normen voor informatieveiligheid in het zorgveld worden doorontwikkeld. De inspectie houdt daar ook toezicht op. De Cyberbeveiligingswet gaat daarbovenop ook zorgen voor een uitbreiding en een intensivering van de maatregelen om de impact van cyberaanvallen specifiek te beperken. Dan de vraag van mevrouw Maeijer hoe de opt-out in dit wetsvoorstel zich verhoudt tot de opt-out onder de EHDS. Dit wetsvoorstel regelt de grondslag voor verstrekking van de vaccinatiegegevens aan het RIVM. Het RIVM gebruikt deze data voor secundaire doelen. Dat wil zeggen: voor onderzoek. Op die verstrekking wordt middels dit wetsvoorstel een opt-out geregeld. Als een burger dit recht inroept, zou bijvoorbeeld het consultatiebureau die gegevens niet mogen verstrekken aan het RIVM. De EHDS verhindert lidstaten niet om naast de systematiek van de EHDS nationale grondslagen te hebben en te houden voor de verstrekking van gegevens van secundair datagebruik. Dit is dus ook het geval bij verstrekkingen aan het RIVM of bijvoorbeeld voor de kwaliteitsregistraties. Ik onderzoek op dit moment de reikwijdte en de implicaties van die opt-out onder de EHDS, maar dat zei ik net al in reactie op de vraag van de heer Vervuurt. Na de zomer kom ik middels een brief bij u terug. Mocht ik tot de conclusie komen dat de opt-out in dit wetsvoorstel niet kan blijven bestaan naast de opt-out onder de EHDS, dan kom ik daar uiteraard bij de Kamer op terug. Dan nog een vraag van de heer Claassen. De burger verliest zeggenschap over zijn gegevens. Kan de minister toelichten waarom er zo'n zwaarwegende keuze wordt gemaakt, vroeg hij. Onder dit wetsvoorstel wordt die beslissing bij uitzondering weggehaald bij de burger. Ik deel dat het van groot belang is dat de burger zeggenschap houdt over zijn gegevens. Daarom is er ook in alle zaken die we vandaag hebben besproken een mogelijkheid voor de burger om zich daarop te beroepen, hetzij via een bezwaar, hetzij via een opt-out. Alleen is als het gaat om de toestemming gebleken dat die grondslag niet altijd juridisch houdbaar en praktisch uitvoerbaar is. Daarom hebben we ook een wettelijke grondslag gemaakt, zodat die gegevens wel verwerkt mogen worden. Ten slotte vroeg de heer Claassen waarom de minister, in zijn woorden, het medische beroepsgeheim overboord gooit. Volgens mij is het medische beroepsgeheim een groot goed en deelt de Kamer dat ook. Met dit wetsvoorstel zorgen we er vooral voor dat er in specifieke gevallen een verplichting tot verstrekking van persoonsgegevens wordt geregeld, omdat het soms echt noodzakelijk kan zijn om dat te doen, juist ook in het belang van de persoon. Kijk, dat medische beroepsgeheim is ook niet een soort absoluut verbod om gegevens te delen. Bij infectieziekten wordt het medische beroepsgeheim bijvoorbeeld ook een soort van overruled, juist vanuit het belang van het melden van klachten. We hebben onlangs bij het hantavirus nog gezien hoe dat werkt. Dat was het op één na laatste blokje, voorzitter. Dan ga ik door naar het blokje overig. Dat mapje is heel dun, zie ik. In dit blokje overig heb ik alleen nog een vraag van de heer Claassen over de horizonbepaling te beantwoorden. Ben ik bereid om de termijn van de horizonbepaling in te korten? Dit wetsvoorstel kent überhaupt geen horizonbepaling. Ik ben dus ook niet bereid om die in te korten. Dan hebt u nog de bespreking van de amendementen tegoed, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Als mevrouw Tijmstra het goedvindt, kom ik hier in de tweede termijn nog even op terug.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Wij moeten nog gaan bepalen op welke manieren we die opt-out willen gaan inzetten. Ik heb ook gezegd dat we dat eigenlijk zo breed mogelijk willen doen. Mocht er nou een conflict ontstaan op dit punt, dan zullen we de Kamer daarover informeren. Ik heb niet de verwachting dat dat het geval gaat zijn, hoor. Dat misschien ter geruststelling.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, voorzitter, en dan hoop ik dat de nummers die ik hier op de amendementen heb staan, kloppen met de nummers die u voor zich heeft. Ik begin bij het amendement op stuk nr. 8. Klopt dat?

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat is het amendement van de heer Bushoff. Dat gaat over de voorhangprocedure die hij graag wil regelen. Kort gezegd: dat geef ik oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Nogmaals, ik vind het vanzelfsprekend dat de Kamer hierbij betrokken is, dus daarom denk ik dat het een hele terechte vraag is. Voorzitter. Dan het amendement op stuk nr. 10. Ik heb geen amendement op stuk nr. 9, klopt dat?

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Oké, dat was oordeel Kamer. Dan ga ik naar het amendement op stuk nr. 11. Dat is van mevrouw Maeijer. Dat amendement schrapt het artikel over gegevensverwerking ten behoeve van monitoring en uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma. Ik denk dat het u niet zal verbazen dat ik dat amendement ontraad.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat geldt ook voor het amendement op stuk nr. 12, eigenlijk om dezelfde reden. We hebben daar net al een aantal keer de visies over gewisseld. Dat amendement wil ik dus ook ontraden.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat geldt ook voor het amendement op stuk nr. 13. Ik denk dat we gewoon echt een andere visie hebben op die gegevensdeling, de noodzaak daarvan en de mogelijkheid om daar een uitzondering op te maken.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat geldt ook voor het amendement op stuk nr. 14. We hebben hier echt bewust gekozen voor die verplichting.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat heb ik inmiddels ook. Dat is het amendement van de heer Claassen. Dit amendement bevat een veelheid van onderdelen die hier per onderdeel worden besproken. Het gaat over de cliëntondersteuning op grond van de Wmo en dat we die ook beschikbaar willen stellen voor niet-ingezetenen. Het ingezetenebegrip is al heel breed. Dit hiervoor nu ook nog inzetten en de gemeente dus verplichten voor een nog grotere groep te voorzien in cliëntondersteuning, past gewoon echt niet binnen de reikwijdte van de Wmo. Bovendien kost het ook extra geld en levert het ook weer extra taken op. Daarvoor zie ik verder geen onderbouwing in dit amendement. Dit amendement vraagt ook om een opt-out voor de verstrekking van gegevens over onverzekerden voor bemoeizorg. Ik denk dat we daar net het debat over hebben gevoerd. Wij vinden dat juist wel heel belangrijk. Voorhang voor de AMvB waarin de gegevensverwerking over onverzekerden kan worden uitgewerkt. Tegen dat onderdeel heb ik geen bezwaar, maar omdat het allemaal in één amendement zit, heb ik niet de mogelijkheid om dat in het oordeel te verwerken. Een verplichting voor het college en de GGD om een verstrekkingsregister bij te houden voor het college en de GGD. Ik ben hier ook om de regeldruk terug te dringen, ook juist voor gemeentes en zo. Dit levert gewoon een grote administratieve lastenverzwaring op. Bovendien zijn de uitvoeringsconsequenties voor gemeentes en GGD's niet te overzien. Ik vind het daarnaast ook nog eens keer onnodig en niet proportioneel, want de AVG regelt zelf al dat een verwerkingsverantwoordelijke op verzoek inzage moet geven in de gegevens die over iemand worden verwerkt. Daarnaast gelden uiteraard ook alle andere waarborgen uit de AVG. Het laatste onderdeel van dit amendement is een evaluatiebepaling voor het artikel over de gegevensverwerking over onverzekerden voor bemoeizorg. Ik vind een evaluatiebepaling een te zwaar middel, temeer omdat het veld zelf om deze grondslag voor de gegevensverwerking heeft verzocht. Dat neemt niet weg dat ik natuurlijk de vinger aan de pols hou als het gaat om deze gegevensverwerking en de daaraan gekoppelde bemoeizorg. Dat heb ik net ook al in het debat toegegeven. Vanzelfsprekend valt deze verwerking ook onder het toezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens. Voorzitter. Ik heb inmiddels ook een antwoord op de vraag van het CDA.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja. Mevrouw Tijmstra vroeg of de gegevens voor bemoeizorg alleen voor dat doel gebruikt mogen worden. Gemeentes en GGD'en zijn gebonden aan doelbinding op grond van de AVG. Het wetsvoorstel regelt ook dat het specifiek gaat om het doel van de bemoeizorg, dus die gegevens mogen alleen daarvoor gebruikt worden. Dat is wat mij betreft het einde van de eerste termijn.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik hoop dat u inmiddels zelf ook allemaal de motie heeft ontvangen. In principe ben ik positief over de motie op stuk nr. 16. Er is één maar: in de motie wordt gesproken over een AMvB, maar in deze wet is het een ministeriële regeling. Vandaar dat ik net ook even overleg had met Kamerlid Bushoff. Ook hij ziet dat het eigenlijk inderdaad een ministeriële regeling zou moeten zijn, dus hij is bereid om die motie aan te passen. Mijn oordeel is dan gewoon oordeel Kamer, als hij inderdaad de ministeriële regeling bedoelt, zoals die ook in de wet staat. Dan is het namelijk, denk ik, een prima motie.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Precies. Dank u wel, voorzitter. Ten slotte nog even de vraag van mevrouw Maeijer. Ik vind dat u een hele terechte vraag stelt. Ik hoop natuurlijk als minister dat deze wet het haalt, omdat ik denk dat die belangrijk is. Daar hebben we net ook het debat over gevoerd. Maar u heeft natuurlijk ook een punt als u zegt: het is ook belangrijk dat mensen goed weten wat er nou precies gebeurt en wat we hier doen. Die informatieverstrekking — daar heb ik een aantal van u al wel in de eerste termijn over gehoord — is gewoon belangrijk. Ik ga dus ook goed kijken naar de communicatie. We moeten het ook echt goed duidelijk maken. Als deze wet inderdaad wordt aangenomen, moeten mensen weten waar het over gaat en welke ruimte er voor hen is om daar wel of niet mee in te stemmen. Tot zover, voorzitter.

Bron, video en gesprek →