KamerkringInloggen
Mirjam Sterk

Officieel Kamerprofiel

Mirjam Sterk

40debatten
1.788bijdragen
12interrupties
227.921woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Zeker, zeker. Dank u wel, voorzitter. Bon dia, good morning of goedemorgen — of eigenlijk moet ik dat veranderen in bon dia, good afternoon en goedemiddag. Ik kan het namelijk op twee manieren zeggen. Terwijl wij hier in de middag het debat voeren, zitten er misschien wel mensen op de eilanden naar ons te kijken. Ik weet in ieder geval dat onze ambtenaren daar op dit moment zitten te kijken, want as we speak hebben zij ook geholpen met het beantwoorden van de vragen. Vandaar dat dit debat ook pas in de middag kon plaatsvinden. Inmiddels is het later, maar het was daar 8.00 uur toen wij hier begonnen. Dat was best wel vroeg. Ik ben heel blij dat we vandaag spreken met elkaar over de zorg in Caribisch Nederland. Ik ben vooral heel blij dat dit gebeurt nadat we daar zelf op bezoek zijn geweest. Dat geeft veel meer kleur en misschien ook wel geur aan waar het over gaat vandaag dan wanneer je dat alleen maar uit de papieren moet vernemen. Dank ook voor de herkenbare beelden die een aantal van u schetsten. Ook heb ik op Mount Scenery gelopen, dus dat maakt er twee in deze ruimte. Dat is absoluut een aanrader, zeker als het gaat over bewegen en gezond leven. Een mooie uitdaging, maar het wordt echt beloond met een prachtig uitzicht. Ook ik herken de landing op Saba — ik heb die inmiddels drie keer gedaan — waarbij je als je enige neiging tot vliegangst hebt, heel onrustig in het vliegtuig zit. Elke keer ben je weer blij als het vliegtuig weer op tijd stopt op die baan. Maar ook dat herkennen jullie vast. Ik ken de eilanden eerlijk gezegd al veel langer, want ook ik heb aan jullie kant gezeten en heb met enige regelmaat de eilanden bezocht toen ik Kamerlid was. Maar als minister ben ik opnieuw erg onder de indruk van het leven daar, van de mooie kanten ervan, het mooie weer, de vrolijkheid van de mensen daar, maar tegelijkertijd zie je ook waar het heel ingewikkeld is. Dat geldt zeker voor waar het vandaag over gaat. Aan de ene kant heb je te maken met mensen die zorg nodig hebben, maar aan de andere kant heb je te maken met de context waarbinnen die zorg moet plaatsvinden, die gewoon echt wel anders is dan het land waar hij hier in leven. Eén moment daar is mij extra bijgebleven. Dat vond ik ook wel mooi. Ik vertel het in reactie op de vraag die ik van de heer Van Dijk kreeg over wat ik heb gezegd over de bijdrage die kerken kunnen leveren. Ik heb in Rincon een speeltuin geopend. Dat heb ik onder anderen samen met de pastoor gedaan. Op het terrein van de kerk is namelijk een soort inclusieve speeltuin geopend, "inclusief" in de zin dat er ook plek is voor jongeren en kinderen met een beperking, maar er ook tafeltjes voor ouderen zijn. Er zit daar namelijk ook een ouderencentrum. Die ouderen kunnen daar eventjes gaan zitten en kijken. Ook is er volgens mij een plek waar je kunt schaken of dominoën. Het is daarmee een hele mooie gemeenschapsplek geworden. Ik vond het ook een mooi voorbeeld van hoe je dat juist, zoals u ook stelt, met elkaar kunt verbinden. Ik durf te stellen dat er vanaf 2010 door mijn voorgangers echt grote stappen zijn gezet — dat herkende ik ook nadat ik daar de vorige keren was geweest — om de zorg te verbeteren. De realiteit is ook dat in zestien jaar niet alles kan en dat we er gewoon nog niet zijn. Sommige opdrachten zijn soms ook moeilijker dan gedacht. U heeft, denk ik, allemaal de brief gezien die we gestuurd hebben voorafgaand aan dit debat. Daarin ben ik daar natuurlijk ook op ingegaan. Net als mijn voorgangers streef ik naar een voorzieningenniveau dat gelijkwaardig is aan dat in Europees Nederland. Daaraan koppel ik de vraag die de heer Van Dijk daarover heeft gesteld: wat betekent dat dan? Het betekent in ieder geval niet dat op iedere locatie exact dezelfde voorzieningen beschikbaar moeten zijn. Dat wordt namelijk ook best wel ingewikkeld voor sommige voorzieningen. Ik noem maar even het voorbeeld van een kraamverzorger of een verloskundige. Dan heb je gewoon nodig dat je met enige regelmaat je bekwaamheid kunt oefenen, om niet alleen bevoegd te zijn, maar ook inderdaad dat te kunnen doen wat gevraagd wordt. Ik kijk daarbij naar de heer Claassen, want wij hadden daar laatst ook een debatje over. Op een eiland waarop relatief weinig bevallingen zijn, is dat best ingewikkeld. Dat is ook de reden waarom je die niet op dat eiland laat plaatsvinden, maar op een plek waar juist wel verloskundigen zijn die dat met grote regelmaat doen, waardoor ze ook bekwaam zijn om dat te doen, zodat er veilige en passende zorg wordt verleend. Dit betekent wel dat passende zorg en ondersteuning altijd beschikbaar moeten zijn, zoals we dat ook in Nederland hebben. Dat betekent: dicht bij huis als het kan, van hoge kwaliteit, en wat verder weg als dat noodzakelijk is. Dat kan zijn op Sint-Maarten, Aruba, Curaçao of Bonaire, of wat verder weg, in Colombia of soms zelfs in Nederland. Uit de rapporten die zijn verschenen blijkt ook dat we nog …

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Uit de rapporten die zijn verschenen blijkt ook dat we nog stappen te zetten hebben. Er zijn verschillende commissies geweest, waaronder de commissie-Goedgedrag en vele andere betrokken partijen, die aanbevelingen hebben gedaan voor hoe we dat doel van die gelijkwaardigheid kunnen bereiken. Ik heb net al gezegd dat het insulaire karakter van de eilanden natuurlijk om maatwerk vraagt, maar ik wil in ieder geval ook mijn dank uitspreken aan iedereen die de afgelopen periode heeft bijgedragen aan die rapporten, adviezen en gesprekken, want al die inzichten hebben mij geholpen om een heldere agenda op te stellen met concrete stappen voor de komende jaren. Dan denk ik niet alleen aan alle bestuurders, maar ook aan al die mensen die daar met hart en ziel invulling geven aan de zorgen op de eilanden. Volgens mij moeten we even zwaaien naar een aantal jongeren die daarbuiten naar binnen zitten te kijken. Ten slotte vroeg mevrouw Van Brenk: hoe kijkt u hiernaar en wat wilt u nou gaan doen? Ik zie in ieder geval dat je op de eilanden best wel een hele sterke maatschappelijke civil society hebt, om een moeilijk woord te gebruiken, dat er heel veel maatschappelijk initiatief is. Dat is door een aantal van u ook al benoemd. Volgens mij is het ontzettend belangrijk dat we dat goed verbinden met het openbaar lichaam, dus met het eilandbestuur kijken hoe we dat kunnen verstevigen en versterken. Ik moet het even goed zeggen: Rosa di Sharon is zo'n mooi voorbeeld in de jeugdzorg. Een ouder stel is daarmee begonnen. Zij wilden jongeren in hun huis opvangen. De IGJ heeft daar ook op getoetst en zegt: het klopt gewoon helemaal en daar willen we ook mee verdergaan. Ik denk dat je op die manier die samenlevingen moet stutten. Daar hebben we allemaal een rol in te spelen, denk ik. Dat is wat mij betreft ook de agenda voor de komende jaren. Je hebt op elk eiland natuurlijk weer andere uitdagingen. Ik ga die nu niet allemaal noemen, want die heeft u ook kunnen lezen in de brief, maar ik wil het doen vanuit dat oogpunt: hoe kunnen we die driehoek met elkaar verbinden? Wij moeten onze rol pakken, het openbaar lichaam heeft een eigen rol en de samenleving moet daar vooral ook in worden ondersteund waar ze het kan. Voorzitter, dat was mijn inleiding. Dan zou ik nu even willen benoemen welke blokjes ik heb. Ik hou eigenlijk de lijn aan van de brief die ik heb gestuurd. Ik begin dus met preventie. Daarna behandel ik zwanger en kraamzorg, dan de curatieve zorg en medische uitzendingen, dan langdurige zorg, jeugdzorg en huiselijk geweld en ten slotte nog de andere belangrijke vragen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Het mooie van digitale zorg is dat het dan heel dichtbij gebracht kan worden. In die zin vond ik de uitspraak van mevrouw Wendel wel heel mooi: digitaal waar het kan, fysiek waar het moet. Dat is een soort parafrase van wat ik net zei. Ik denk dat de digitale mogelijkheden die er steeds meer komen juist op de eilanden heel veel kunnen betekenen, omdat je daarmee heel snel en heel makkelijk zorg dichtbij kunt bieden. Ik zal daar dadelijk wat verder op ingaan.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik denk dat u een heel terecht punt maakt. Dat is ook waarom we het hebben over een gelijkwaardige situatie. Dat is omdat je natuurlijk ook te maken hebt met culturen, met gewoontes. Een eiland als Saba is weer heel anders dan een eiland als Sint-Eustatius en dat is weer heel anders dan Bonaire. Dat zijn de zachte aspecten die je mee moet nemen als het gaat over digitalisering. Maar bij digitalisering gaat het ook over de vraag wat überhaupt geschikt is om te digitaliseren, welke taken et cetera. Ik zal daar dadelijk wat verder op ingaan. Ik weet overigens niet precies in welk blokje dat zit. Ik hoop niet dat u mij daarop aanspreekt. Dan preventie. De heer Van Dijk had een vraag over gezonde voeding. Dat had een aantal van u, overigens. Dat snap ik ook heel goed, want aan de ene kant is er sprake van overgewicht en aan de andere kant is het aanbod van verse producten best een vraagstuk. Misschien heeft u dat zelf ook wel gezien in de supermarkten. Dat is natuurlijk relatief; volgens mij komt er op Saba elke week een boot met verse groente, maar na een week is groente niet meer zo vers als op de eerste dag. Het is dus best een vraagstuk. Daarom werkt het kabinet aan de structurele kant: omdat die sterke afhankelijkheid van de import van vers voedsel dat voedsel ook duur maakt. Daarom is er ook 24 miljoen euro uitgetrokken om de voedselzekerheid op de zes eilanden te vergroten. Het ministerie van BZK coördineert dat dossier, samen met het ministerie van LVVN, om te kijken hoe je dat het beste kan doen. Uitgangspunt is natuurlijk dat dit een duurzaam effect heeft, dus meer lokaal voedsel tegen lagere prijzen. 18 miljoen komt in een revolverend fonds voor ondernemers voor de lokale productie van verse producten. Met 6 miljoen euro worden lokale overheden ondersteund bij hun eigen initiatieven. Ik ben zelf ook bij zo'n initiatief geweest, bij Made op Sint-Eustatius. Ik weet niet of jullie daar zijn geweest, maar dat was een soort boerderij, niet een boerderij met allemaal koeien, maar een boerderij waar ze allemaal groenten verbouwden. Daarvan verkopen ze een deel. Daar laten ze ook mensen met een beperking werken. Ik heb toen inderdaad de vraag gesteld of zij misschien niet voor een deel zouden kunnen voorzien in het schoolfruit op dit eiland. Er zijn nu ook gesprekken met LVVN om te kijken of dat inderdaad met elkaar te verbinden is. Overigens stuit je daarbij wel weer op een cultuurprobleem, want mensen vinden het soms best wel ingewikkeld om te moeten gaan werken om hun groenten te verbouwen, omdat dat weer oude beelden van vorige generaties oproept. Daar zie je dus hoe het soms echt uit heel goede bedoelingen bestaat, maar je best nog wel even wat te doen hebt met elkaar op dat punt. Ik weet niet of voor iedereen duidelijk is wat ik hiermee bedoel. Ik geloof dus heel erg dat die integrale aanpak zorgt voor het duurzaamste effect. Vandaar de samenwerking met de andere ministeries. Dat brengt me bij de vraag van mevrouw Tijmstra welke kansen ik zie om lokale voedselproductie nadrukkelijker te verbinden met de preventieve gezondheidsaanpak op de eilanden. Ik noemde net al het bezoek dat ik aan Made heb afgelegd. Medewerkers wezen mij er toen op dat het eten van groente niet vanzelfsprekend is, ook al is het lokaal geproduceerd en goedkoop. Het gaat dus ook over het eten van groente. Hier is een belangrijke taak weggelegd voor de afdelingen publieke gezondheid van de openbare lichamen. Die waren overigens ook ter plaatse toen ik daar was. Zij moeten mensen wijzen op de voordelen van lokaal geproduceerde groente. Verder wil ik ook inzetten op het uitbreiden van schoolmaaltijden en schoolfruit, bij voorkeur via lokale productie. Maar dat vraagt wel een investering in de lokale voedselproductie om ervoor te zorgen dat er continuïteit van aanbod is, want als je als school afhankelijk wordt van lokaal schoolfruit, moet je wel weten dat het er ook steeds is. Daarover ga ik in gesprek met de openbare lichamen en mijn collega-bewindspersonen die zich met voedselzekerheid bezighouden. Mevrouw Wendel vroeg wat nou het resultaat van het programma schoolmaaltijden was en of er een positief effect zichtbaar is. Het aanbod van gezonde voeding op scholen is via het programma tot 2025 … Sorry, even mijn bril opzetten. Het is in 2025 opgeschaald naar alle onderwijsinstellingen op de BES-eilanden. De eerste bevindingen zijn positief. Scholen en leerlingen beoordelen het aanbod als waardevol en effectief en willen het graag voortzetten. Een succesfactor daarbij is de integrale aanpak. Het aanbod van gezonde voeding gaat dus ook gepaard met gezondheidscampagnes. Op Bonaire worden bijvoorbeeld op iedere school watertappunten geïnstalleerd en kookworkshops aangeboden. Daardoor leren kinderen vaardigheden voor een gezonde leefstijl. Mevrouw Wendel vroeg zich ook af wat ik ga doen om te stimuleren dat mensen meer bewegen en dat mensen ook worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid in plaats van dat we enkel publiek gefinancierde projecten uitvoeren. Dat is overigens een vraag die je ook hier in Nederland zou kunnen stellen. Het is best wel ingewikkeld om als overheid mensen op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken. Volgens mij proberen we dat al heel vaak. We proberen in ieder geval, net als in Nederland, een aanpak te hebben die uitnodigt tot sporten, bewegen en spelen. Ik noemde al de speeltuin, maar misschien hebben jullie op Bonaire ook het zwembad in zee gezien. Dat is ook gefinancierd door Nederland. Je ziet dat heel veel mensen worden uitgenodigd om te zwemmen in zee. Soms krijgen ze daar ook zwemles. Op Bonaire is daar ook een speciale stichting voor en er is een heel rijk verenigingsleven. Denk bijvoorbeeld aan voetbal, honkbal, softbal, atletiek en zwemmen. Je hebt daar ook veel Cruijffveldjes, waarop veel wordt gevoetbald. Ook op Saba en Statia wordt gesport in georganiseerd verband. Op Saba wordt overigens ook een nieuwe sporthal gebouwd. Ik weet niet of jullie die hebben gezien toen jullie daar waren. Dat gebeurt allemaal om het sporten op Saba te verbeteren. De inwoners kunnen natuurlijk ook op eigen initiatief sporten en bewegen. De eilanden hebben prachtige wandel- en fietsroutes, om maar een voorbeeld te noemen. Denk bijvoorbeeld aan Mount Scenery. Mevrouw Van Brenk zei dat het belangrijk is dat de jongste generatie ook de goede, gezonde, kant opgaat. Daar ben ik het van harte mee eens. Dat geldt voor Nederland, maar net zo goed voor de Cariben. Daarom werk ik ook met de eilanden aan een gezamenlijke uitvoeringsagenda voor preventie en gezondheidsbevordering, waarin de jeugd vooropstaat. We beginnen bij de basis, namelijk een sterke jeugd- en gezondheidszorg op ieder eiland, gezonde voeding op scholen en de kinderopvang en meer bewegen gedurende de dag. Ik investeer ook in meer sporten en spelen, dus een beter bewegingsonderwijs, meer zwemlessen, meer aanbod van sport en bewegen na school en nieuwe speelplekken op ieder eiland, zoals die in Rincon. We hebben er nog meer op de planning staan. Mevrouw Wendel zei: hoe kijkt u naar de grote reclames voor alcohol en tabak op het vliegveld en hoe gaan we naar een wat gelijkwaardiger niveau? Ik ben het er heel erg mee eens dat we ook op het gebied van preventie naar gelijkwaardigheid moeten streven. De bewoners in Caribisch Nederland horen dezelfde wettelijke bescherming te genieten als we in Europees Nederland hebben. Daarom verken ik of de Alcoholwet, die in Europees Nederland geldt, ook in Caribisch Nederland kan worden geïmplementeerd en in hoeverre de verouderde tabakswetgeving kan worden gemoderniseerd. Dat kan ook gevolgen hebben voor de reclames die je ziet. Ik verwacht hier in de komende weken meer duidelijkheid over te hebben. Ik zal hier in de eerstvolgende brief die ik naar uw Kamer stuur meer informatie over geven. De heer Vervuurt bracht een thema op dat ontzettend belangrijk is, namelijk de weerbaarheid van het zorgsysteem in Caribisch Nederland. Ik denk dat we hier in Europees Nederland allemaal een beetje wakker zijn geworden naar aanleiding van corona. Het kabinet heeft een brief in voorbereiding over de weerbaarheid en crisisbeheersing in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Dat gaat verder dan alleen de BES-eilanden. Het gaat ook over de andere drie landen. Mijn collega van BZK zal hier voor de behandeling van de BZK-begroting een brief over sturen. Die zal gaan over de strategische noodvoorraden in Caribisch Nederland en over de crisismanagementcapaciteiten. Ik heb daar ook aandacht aan besteed in de recente brief die u heeft gekregen. Ik zal dit najaar samen met de zorginstellingen risicoanalyses en baselinestudies laten uitvoeren. Daarmee bedoelen we dat we kijken hoe het er in de basis voor staat. We werken daarnaast beheersmaatregelen uit en we zullen ervoor zorgen dat die worden uitgevoerd. Ik richt me daarbij op het structureel versterken van de crisisbestendigheid van de zorg in Caribisch Nederland en, waar relevant, op de samenwerking binnen het Caribisch deel van Nederland. We doen het voor een deel binnen de BES-eilanden, maar we proberen natuurlijk ook goed te kijken naar hoe we kunnen samenwerken met de drie andere landen. Nieuwe dreigingen en geleerde lessen — denk aan Venezuela — worden verwerkt in de voorbereiding. Ik bereid me verder voor op uiteenlopende crises die de zorgcontinuïteit kunnen raken. Het gaat dan om natuurrampen, grote branden en ongevallen, geopolitieke spanningen, hybride dreigingen, cyberincidenten, uitval van vitale voorzieningen en de grote instroom van migranten. Daarnaast zet ik in op een gerichte versterking van de infectieziektebestrijding op de eilanden en op de pandemische paraatheid. Dat doe ik samen met de andere eilanden van het Koninkrijk via het samenwerkingsverband Dutch Caribbean Public Health Expertise Network. Ik zal u de afkorting besparen. De voorbereiding richt zich steeds op dezelfde kern, namelijk noodzakelijke zorg laten doorgaan en kwetsbare patiënten beschermen. Voorzitter. Ik heb nog twee vragen in dit blokje. De heer Vervuurt vroeg: als de basis niet op orde is, hoe moet je dan zorg bieden als het stroomnet eruit ligt? Dit heeft absoluut de aandacht, want dit is heel relevant. We zien in ieder geval dat de zorginstellingen op de eilanden zijn voorbereid op stroomnetuitval. Dat is een scenario waar ze vaker mee te maken hebben in het kader van stormen of orkanen. De zorginstellingen beschikken over generatoren die ervoor zorgen dat de noodzakelijke zorg doorgang kan vinden bij stroomnetuitval. Als het leveren van noodzakelijke zorg in gevaar zou kunnen komen, zorgen we ervoor dat kwetsbare patiënten per direct kunnen worden geëvacueerd. Ten slotte had mevrouw Van Brenk nog een vraag over Selibon. U zegt: kunnen de omwonenden rekenen op een medisch onderzoek en een jaarlijkse check? Als de inwoners die daar in de buurt wonen klachten hebben, dan is het natuurlijk belangrijk dat ze onmiddellijk naar de huisarts gaan. Daar kunnen ze direct medische zorg krijgen. Ik vind het ook belangrijk dat de gevolgen voor de volksgezondheid betrokken worden bij de aanpak van de vuilstortcrisis. Het gaat niet alleen om het probleem van de vuilstort, maar ook om de directe gevolgen voor de gezondheid van mensen. Het RIVM heeft daar voor de zomer advies over uitgebracht, maar het is aan het bestuurscollege van Bonaire om daar een besluit over te nemen. Dat ligt niet bij het kabinet, maar bij het lokaal bestuur. Op grond van de Wet publieke gezondheid BES, die op de eilanden geldt, ligt die verantwoordelijkheid niet bij mij. Ik zal hier wel op aandringen bij het bestuurscollege. Mijn collega van IenW, staatssecretaris Bertram, is onlangs nog bij Selibon geweest. Dat was volgens mij afgelopen weekend of het weekend daarvoor. Hier is afgelopen week ook over gesproken in een Kamerdebat. Volgens mij hebben we het allemaal best goed in beeld, maar de eerste verantwoordelijkheid voor de gezondheid ligt bij de eilandsraad en het bestuur. In het najaar ontvangt de Kamer in ieder geval meer informatie over de stappen die zijn gezet door het Openbaar Lichaam met betrekking tot het gezondheidsonderzoek.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik zie vooral kansen, om heel eerlijk te zijn. Ook op de andere eilanden ... Ik moet eigenlijk "landen" zeggen. Het zijn natuurlijk eilanden, maar ook landen. Ik merk dat daar de bereidheid is om te kijken hoe er samenwerking kan plaatsvinden. De ziekenhuizen zijn ook met elkaar in gesprek over de vraag: hoe kunnen we elkaar versterken? In Nederland kiezen we er bijvoorbeeld voor om bepaalde specialismen bij bepaalde ziekenhuizen te beleggen, zodat je goede zorg hebt van hoge kwaliteit, maar niet allemaal in hetzelfde ziekenhuis. Ik zie dus vooral heel veel samenwerking. De landingsrechten liggen bij IenW. Daar heb ik niet onmiddellijk een antwoord op. We hebben één keer in het jaar een vierlandenoverleg, waarin ik met de ministers van de landen spreek. Dat zal dit jaar in november zijn. We zullen het daar ook over dit soort thema's hebben. Ik zie belemmeringen, maar ik zie ook absoluut kansen om met elkaar de problemen op te pakken.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Op beide vragen is het korte antwoord: ja, dat kan ik. Het perspectief waar u om vraagt, zal ook in de brief zitten die u krijgt. U zegt dat ik op elke vraag een antwoord heb. Tot nu toe blijkbaar wel, maar dat durf ik niet helemaal te garanderen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Het is mijn beeld dat ze zich daar heel constructief in opstellen. Het is iets wat veel meer speelt bij de bevolking en wat we met elkaar moeten leren te veranderen. Dat begint bij de jeugd, bij kooklessen en door te laten zien hoe fijn en lekker het kan zijn als je verse groenten hebt. Daar werken we goed in samen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Daar krijgt u inderdaad bericht over, maar dat gaat vooral via de lijn van BZK. Zij gaan daarover rapporteren. U vraagt wat het Openbaar Lichaam precies doet. Dat nemen we mee. Voorzitter. Ik kom bij het blokje zwanger en kraamzorg. Ik had eerlijk gezegd niet anders verwacht, want ik ken mevrouw Vliegenthart als iemand die daar echt hart voor heeft. Het is mooi om dat ook bij dit dossier terug te zien. U zegt dat de kraamzorg niet toegankelijk is. Ik denk dat dat niet het geval is. Dat is ook niet te rijmen met de ambities van Kansrijke Start. U vraagt vooral of ik bereid ben om de kraamzorg zo snel mogelijk op te zetten en om het aanbod te verbeteren. Een kansrijke start voor ieder kind is ontzettend belangrijk. Dat wordt al uitgerold op de eilanden en daar gaan we mee verder. Kraamzorg is daar natuurlijk een essentieel onderdeel van. Het is heel belangrijk dat de geboortezorg op de eilanden goed wordt geregeld. Vrouwen uit Saba en Sint-Eustatius die op Sint-Maarten bevallen, kunnen daar gebruikmaken van de beschikbare kraamzorg via het Wit Gele Kruis. Op de kleine eilanden, zoals Saba en Sint-Eustatius, is het aantal geboortes per jaar gering. Daar refereerde ik net al even aan. Het ging er heel erg over of de mensen daar wel bekwaam zijn om dat te doen. Daarom is het ook niet haalbaar om dezelfde grote flexibele schil van kraamverzorgenden paraat te hebben zoals we hier in Europees Nederland en op Bonaire kennen. Daarom kijken we in afstemming met de lokale partijen, zoals SEHCF op Sint-Eustatius en Saba Cares, naar een maatwerkoplossing door de nazorg na de bevalling structureel te beleggen bij de lokale thuiszorg en getrainde verpleegkundigen. Daarmee willen we de continuïteit borgen, ook bij een klein aantal geboortes. Op Bonaire wordt de kraamzorg aangeboden vanuit het ziekenhuis, vanuit de Fundashon Mariadal. Ik doe ze tekort door het alleen een "ziekenhuis" te noemen. Zij hebben net als de zorgaanbieders in Europees Nederland te kampen met tekorten in de verloskundige zorg, maar dit heeft geen invloed op de kraamzorg thuis. Ik ga wel in gesprek met Fundashon Mariadal over mogelijke verbeteringen in het kraamzorgaanbod.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Wat betreft uw eerste vraag gaf ik volgens mij net al aan in mijn antwoord dat we daar nu over in gesprek zijn op Sint-Eustatius om te kijken hoe we via de thuiszorg en speciaal opgeleide verpleegkundigen die kraamzorg kunnen gaan bieden. Dan uw vraag over Bonaire. Ik heb niet zo scherp hoe dat zich nou precies in uren laat uitdrukken. Ik heb wel gezegd dat we ook gaan kijken met het ziekenhuis daar, of tenminste met het gezondheidscentrum daar, hoe we de kraamzorg kunnen verbeteren. Dus in die zin kan ik dat toezeggen, maar dat hele specifieke is mij niet helemaal bekend. Ik denk dat dat iets is om gewoon mee te nemen in dat gesprek en eens even uit te zoeken hoe dat er nou precies uitziet en of we inderdaad wel de kwaliteit kunnen leveren die we ook gewoon graag willen dat er geleverd wordt. Ik heb nog meer vragen van u, mevrouw Vliegenthart. U vraagt of ik het ermee eens ben dat een private ruimte tijdens een bevalling een minimale voorwaarde is voor de geboortezorg en of ik kan toezeggen dat die er in het nieuwe ziekenhuis op Sint-Maarten ook komt. Ja, ik denk dat het inderdaad heel prettig is — ik heb zelf ook drie bevallingen gedaan — om dat in een private ruimte te kunnen doen als dat mogelijk is. Dus dat onderschrijf ik volledig. Ik kan niet toezeggen dat iedere zwangere vrouw uit Saba en Sint-Eustatius die nu op Sint-Maarten bevalt gedurende de gehele bevalling en de periode daarna over een privé- of eenpersoonskamer kan beschikken, maar ik heb wel begrepen dat de actieve bevalling altijd in een privékamer plaatsvindt. De precieze inrichting en capaciteit van het nieuwe ziekenhuis zijn natuurlijk in principe de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis op Sint-Maarten zelf. Ik weet wel dat er in het nieuwe ziekenhuis bevallingssuites zijn gepland, waar de vrouw vanaf de actieve fase verblijft en waar zij ook na de bevalling samen met haar baby en partner kan blijven. Met de geplande bevallingssuites wordt meer privacy en continuïteit geboden tijdens en na de bevalling. Ik zie mevrouw Vliegenthart aarzelen, voorzitter. Dus ik weet niet of ik door moet gaan.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, ik heb nog drie vragen van mevrouw Vliegenthart op dit gebied of, nee, vier vragen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Even kijken, hoor. U vraagt of een programma als Nu Niet Zwanger voldoende aansluit bij de Caribische context of dat daar maatwerk nodig is. Daar is inderdaad maatwerk nodig. De openbare lichamen implementeren dit nu zelf. Zij hebben ook het beste zicht op hoe dat het beste aansluit bij de specifieke context op het eiland en kunnen het programma daar dan ook op aanpassen. We weten wel welke werkzame elementen er in dat programma zitten. De basis van het programma blijft wel in stand, maar krijgt vooral een lokale vertaling. Zo koos bijvoorbeeld Bonaire voor de aangepaste naam Mijn toekomst, mijn bewuste keuze: Mi futuro, mi eskoho konsiente. Ik kijk even of ik dat goed zeg. Ja, er wordt ja geknikt. Dat is daarmee gestart en verbreedt de implementatie ook verder in de keten. Eind dit jaar zullen ook Saba en Sint-Eustatius daar een start mee gaan maken. U zegt dat het belangrijk is om een goede en complete voorlichting tijdens de zwangerschap te hebben als onderdeel van een kansrijke start voor ieder kind en vraagt of ik bereid ben om in kaart te brengen wat daarvoor nodig is. Ik ben het met u eens dat het heel belangrijk is dat de kennis en de voorlichting rondom zwangerschap verbeterd worden. We weten dat groepszorg en CenteringPregnancy in Europees Nederland werkzame elementen kennen. De opgave is wel om te toetsen of deze elementen ook zomaar overplaatsbaar zijn, omdat we nu eenmaal wel lage geboorteaantallen hebben op die eilanden. Dat is dus wel een uitdaging voor het vormen van een groep. Het moet ook aansluiten bij de culturele en de sociale context op de eilanden. Ik ben wel bereid om binnen de geboortezorgketen te bespreken of groepszorg en CenteringPregnancy tegemoet kunnen komen aan die lokale behoeften. U had ook nog een vraag over de lactatiekundige zorg. U zegt dat die nu niet vergoed wordt, maar die wordt wel vergoed op basis van de Regeling aanspraken zorgverzekering BES. Dus vrouwen op Bonaire kunnen gebruikmaken van de lactatiekundige zorg die wordt aangeboden door Fundashon Mariadal en vrouwen op Saba en Statia kunnen gebruikmaken van lactatiekundig advies op afstand, aangeboden door datzelfde centrum. Ik ben ook bereid om te onderzoeken hoe we die lactatiekundige zorg verder kunnen verbeteren. Daar neem ik dan de digitale manieren in mee die we daarbij zouden kunnen inzetten. Ten slotte vroeg mevrouw Vliegenthart hoe het zit met het geboorteverlof. Om het kort te zeggen: ik zal in ieder geval bij mijn collega het belang van het partnerverlof onder de aandacht brengen. Ik weet dat hij op dit moment bezig is met een gefaseerde invoering van het aangenomen wetsvoorstel. Dat gaat om partnerverlof van tweeënhalve dag bij een volledige werkweek. Dus dat loopt. Ik ga nog even onder de aandacht brengen dat het ook op de eilanden van belang is. Dat waren de vragen op dit onderwerp, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Wat ik kan garanderen, is dat die bevallingssuites daar komen. Maar het heeft natuurlijk wel een beetje te maken, net zo goed als dat in Nederland geldt, met hoeveel vrouwen zich daar dan voor aanmelden. Dat laat zich soms lastig plannen. Stel dan dat je zegt: we garanderen dat er een privésuite is. Wat ga je dan doen? Ga je dan vrouwen naar Bonaire brengen of naar Curaçao? Dat zijn volgens mij dan vragen. Dat vind ik dan ook wel weer ingewikkeld, want de vraag is of een vrouw en haar hele familie daar dan op zitten wachten. Dus wat ik kan garanderen, is dat die suites er komen. Dat is natuurlijk ook gebaseerd, ga ik vanuit, op de vraag die er is. Daar moet het aanbod in voorzien. Maar ik kan hier niet die garantie geven dat dat in alle gevallen altijd zo zal zijn.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, dat klopt helemaal. Ik begin bij een vraag van mevrouw Van Brenk. Zij zegt dat transport op eilanden een heel belangrijke factor is en vraagt of ik duidelijkheid kan geven over of alle problemen worden aangepakt en of het ook betaalbaar blijft voor de bevolking, waar armoede een belangrijke rol speelt. Dit is natuurlijk belangrijk, want als bewoner van Caribisch Nederland kom je vaak alleen maar van het eiland via de lucht, want met de boot is best bumpy. Ik weet niet of jullie dat pontje hebben gezien tussen Statia en Saba. Er worden geloof ik zakjes uitgedeeld als je met die boot meegaat, omdat het zo ontzettend onstuimig is. Het gaat dus vaak via de lucht. Mijn collega's van IenW en BZK zijn daar heel hard mee bezig. Van mijn kant wil ik in ieder geval benadrukken dat wij als VWS al jaren continuïteit in het medisch vervoer waarborgen. Dus er zijn contracten met verschillende maatschappijen, niet alleen Winair, om patiënten naar hun behandelaars op andere eilanden te kunnen brengen. Dat gaat grotendeels met charters, maar soms reizen patiënten zelfstandig en regelen wij of ZJCN de tickets. Patiënten hoeven hier niet voor te betalen en er is ook geen eigen bijdrage. Dat geldt ook voor medisch grondvervoer bij ziekenhuisafspraken. Wat het vervoer op de eilanden zelf betreft, organiseert ZJCN op elk eiland vervoer van en naar de dagbesteding. Cliënten hoeven daar ook niets voor te betalen. Op Saba en Sint-Eustatius hebben de openbare lichamen sociaal transport georganiseerd, waar kwetsbare inwoners gebruik van kunnen maken voor bijvoorbeeld een kappersbezoek of boodschappen. Bonaire is ook bezig om dat in te richten. Ook daar hoeven bewoners niet voor te betalen. Dat vind ik overigens een mooi sociaal initiatief. De gezagvoerder daar vertelde mij ook dat je gewoon langs de weg kunt staan en altijd wel wordt meegenomen door iemand. Dat is natuurlijk weer het voordeel van zo'n eiland. Mevrouw Tijmstra en mevrouw Van Brenk vroegen naar de nieuwbouw op Sint-Eustatius. Ik ben daar ook geweest. Ik denk dat ik dezelfde presentatie als u heb gezien van het geïntegreerd woonzorgcentrum. Ik vind het ook ontzettend belangrijk dat dat er gaat komen op Sint-Eustatius. Er zijn al wel flinke stappen gezet in het nieuwbouwproces. Zo is de eerste ronde al afgerond. Dat betekent dat het programma van eisen klaarligt. Binnenkort zal de tweede fase gaan starten. Dat gaat over het functioneel ontwerp, over milieuonderzoek et cetera. Daarnaast loopt het fusieproces, waar een aantal van u ook al over spraken, tussen de St. Eustatius Health Care Foundation en het Auxiliary Home. Het klopt dat het Openbaar Lichaam recentelijk heeft besloten dat het een kavel beschikbaar wil stellen aan een nieuw te vormen organisatie. Daarmee heeft het dus eigenlijk die fusie geëist. Dat is ook wel een besluit waar ik achter sta. Wij hebben in dit fusieproces inmiddels een fusiebegeleider aangezocht die op Sint-Eustatius de eerste fase van de fusie gaat begeleiden. De verwachting is dat in september en oktober de kaders voor deze fusie helder zullen worden. Dat gaat natuurlijk ook helpen om dat hele planvormingsproces te versnellen en om ervoor te zorgen dat er zich baten zullen voordoen; dat hebben we ook op Saba gezien bij Saba Cares. Wat mij betreft is daarom afzonderlijk doorgaan geen optie, ook omdat het Openbaar Lichaam de kavel voor het nieuwe woonzorgcentrum alleen aan de nieuwe organisatie beschikbaar stelt. De benodigde middelen tot en met het bouwrijp maken van de kavel zijn beschikbaar tot en met 31 december 2028. Wat de kosten van de nieuwbouw gaan zijn, is op dit moment nog niet helder. Dat heeft er alles mee te maken dat het functioneel ontwerp gewoon nog niet af is. Het gesprek over de financiën ga ik starten als de kosten bekend zijn.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dit is een vrij theoretische vraag. In theorie zou dat namelijk zo zijn, maar de partijen willen graag fuseren. Volgens mij wordt er op dit moment vooral onderzocht hoe we die fusie op een goede manier kunnen vormgeven. Daarom hebben we ook een onafhankelijke fusiebegeleider daarvoor aangesteld, die nu met de partijen om tafel zit om te zorgen dat dit er gewoon gaat komen. Ik denk dat het op dit eiland ongelofelijk belangrijk is dat we daar zo'n integraal en geïntegreerd centrum hebben. Volgens mij heeft iedereen daar belang bij. Wat ons betreft is daar op dit moment ook helemaal geen ruis over, maar wel over de vraag hoe je dat dan doet en op welke voorwaarden je die fusie aangaat. Mocht dat later in het proces toch tot iets leiden wat we niet willen, dan kom ik daar uiteraard op terug, maar op dit moment zie ik dat niet.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, zover mij op dit moment bekend is, is dat inderdaad het geval. Wij hebben overigens die fusie niet voorgesteld. Dat is een eis vanuit het Openbaar Lichaam. Dat heeft dat ook weer verbonden aan de grond die het beschikbaar heeft gesteld voor de bouw van dit centrum. Volgens mij is iedereen erbij gediend dat dit centrum er gaat komen. Zo heb ik ook geluisterd naar de mensen die er toen waren en met wie ik sprak. Het is nu vooral even zaak om te kijken hoe je nou die twee organisaties op een goede manier in één organisatie vormgeeft. Voorzitter. Dan had mevrouw Wendel een vraag, om even naar een heel ander onderwerp te gaan. Die vraag ging over de resultaten van de pilot met Carib Health en of dat schaalbaar is. Ik heb net al gezegd: digitaal waar het kan, fysiek waar het moet. Die pilot heeft ook laten zien dat hybride huisartsenzorg technisch, organisatorisch en medisch goed uitvoerbaar is. Die toepassing werd ook door patiënten en zorgverleners positief gewaardeerd. We hebben daarvan geleerd hoe je het ook kunt toepassen binnen de eerstelijnszorg. Ik ben aan het bekijken hoe we wat we daar geleerd hebben, kunnen benutten voor de drie eilanden en hoe we daar betere digitale toegang kunnen verzorgen. Tegelijkertijd is niet elke vorm van zorg een-op-een vergelijkbaar met huisartsenzorg, maar dat zult u wel met mij eens zijn, denk ik. Je zult per zorgvorm moeten bekijken hoe je dat kunt vormgeven. Wat kun je digitaal doen? Wat moet je misschien fysiek blijven doen? Wat is er nodig in de organisatie en in de samenwerking met zorgverleners? Tegelijkertijd zien we dat innovatie op dit vlak echt heel hard gaat. Ik verwacht dat we er de komende jaren nog veel meer gebruik van kunnen maken.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik snap op zich het ongeduld van mevrouw Wendel. Dat heb ik ook, omdat ik echt denk dat dit helpt om zorg dichtbij te brengen. We moeten ook niet doen alsof we nu helemaal op nul beginnen. We hebben namelijk al digitale dermatologie, we hebben al slaaponderzoek dat digitaal wordt ingezet en er lopen op dit moment al projecten voor oogheelkunde en radiologie op de Bovenwindse Eilanden. Er lopen dus al heel veel projecten. Maar het ingewikkelde hierbij is dat je per zorgvorm zult moeten bekijken waar je dit al snel kunt zetten en waar al innovaties zijn die je kunt gebruiken. Voor welke zorgvorm kan het nog helemaal niet? Ik denk niet dat je zomaar een datum kunt stellen, zo van: dan hebben we duidelijk waar het wel of niet kan. Dan zijn gewoon processen die lopen in gesprekken met zorgaanbieders en ontwikkelaars van die innovatie. Maar ik wil in ieder geval toezeggen dat ik bekijk of ik er in de tweede termijn nog iets preciezer over kan zijn, of ik daar iets meer over kan melden, ook in relatie tot de vraag van de heer Vervuurt. Voorzitter. Mevrouw Van Meetelen had een vraag over de medische uitzendingen en de klachten die daar soms over zijn. Ik herken dat die klachten er zijn. Het is gewoon ontzettend belangrijk dat mensen goed en tijdig worden geïnformeerd. Zo'n medische uitzending is natuurlijk best spannend, zeker als het helemaal in Colombia is en je al niet in orde bent. Het is dus belangrijk dat de patiënt vooraf weet wat die kan verwachten en waar die terechtkan. We proberen daarbij in de voorbereiding — dat doen wij als ZJCN — zo goed mogelijk rekening te houden met de persoonlijke situatie en de behoefte van de patiënt. Daar hebben we een speciale casemanager voor. Als er klachten zijn, nemen we die echt heel serieus. Die worden gebruikt om te bekijken hoe we die processen kunnen verbeteren. Zit het soms in de communicatie die verbeterd moet worden? Iedereen moet er uiteindelijk op kunnen vertrouwen dat er voldoende rekening wordt gehouden met de situatie van de patiënt. Maar het gaat niet altijd goed; dat is ook gewoon het eerlijke verhaal. Daar moeten we vooral van leren. Mevrouw Vliegenthart vroeg naar controles dicht bij huis. Die kennen we in Europees Nederland veel, maar op Saba en Statia is dat niet vanzelfsprekend, want voor echo's en complicaties moet men naar Sint-Maarten. Daar heb ik net al een beetje over aangegeven dat ik die geografische en logistieke kwetsbaarheden herken. De zorg op Saba en Sint-Eustatius is nu zo ingericht dat het ziekenhuis op Sint-Maarten fungeert als het primaire ziekenhuis voor specialistische consulten, echo's en opvang van zwangerschapscomplicaties. Ik doe mijn uiterste best om die kwaliteit en veiligheid te borgen. Als zorg dicht bij huis door complicaties niet veilig kan worden aangeboden, is het juist van belang dat er plekken zijn waar ze dan naartoe kunnen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat zat in mijn toezegging, maar dat bevestig ik bij dezen nog even.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb toegezegd dat ik na de vierlandenbijeenkomst eind november met een brief kom. Ik zal na die bijeenkomst een brief sturen met alles daarin. Dan kom ik ook terug op de toezeggingen die hier zijn gedaan.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter. Mevrouw Van Meetelen vroeg hoe de aansprakelijkheid is geregeld wanneer een patiënt naar Colombia gaat. Moet de patiënt zelf in Colombia zijn recht halen? Als er schade wordt ondervonden als gevolg van medisch handelen, ligt de verantwoordelijkheid voor dat medisch handelen in beginsel gewoon bij de betreffende zorgaanbieder en behandelaar, ook als dat in Colombia is. Maar dat betekent niet dat de verzekerde er vervolgens alleen voor staat. Juist omdat die behandeling plaatsvindt in het kader van de medische uitzending vanuit Caribisch Nederland vind ik het belangrijk dat een verzekerde ondersteuning krijgt. Daarbij heeft ZJCN een faciliterende rol, bijvoorbeeld door de verzekerde te helpen met het verkrijgen van relevante informatie en medische stukken, het leggen van contact met de zorgaanbieder en het vinden van de juiste route voor een klacht of eventuele aansprakelijkheidsstelling. Daarbij kan ook bekeken worden welke verdere ondersteuning nog eventueel nodig en passend is. Dat staat los van de vraag wie juridisch aansprakelijk is voor eventuele schade, want de juridische aansprakelijkheid ligt in dit geval echt bij de zorgaanbieder.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: U refereerde aan de brief, die inderdaad gaat over een casus die in 2012 heeft gespeeld. Ik kan natuurlijk niet op die casus ingaan, maar dat vraagt u ook niet van mij. Ik kan in ieder geval wel aangeven wat wij nu precies doen. Met u constateer ik dat gedupeerden al heel lang wachten op een oplossing. In zijn algemeenheid kan ik zeggen dat er op dit moment zeventien lopende dossiers zijn in die zaak. Alle patiënten worden bijgestaan door dezelfde belangenbehartiger. Er is goed contact met de landsadvocaat namens VWS en de belangenbehartiger van de patiënten. We willen als VWS zo snel mogelijk een passende oplossing voor de betrokkenen. We hebben daarvoor een schikkingsvoorstel gedaan ten aanzien van alle zeventien patiënten. De belangenbehartiger van de patiënten zal hier schriftelijk op reageren. Daar wachten we op dit moment op. Meer in zijn algemeenheid blijft gewoon nog steeds staan dat een zorgaanbieder in beginsel altijd verantwoordelijk is voor het leveren van goede zorg. Maar u kunt hier ook aan zien dat wij, als er echt grote misstanden zijn, daar ook zelf onze verantwoordelijkheid in nemen. De heer Vervuurt had ook een vraag over de zorginnovatie, waar we het net ook al wel over hebben gehad. Misschien moet ik dit even meenemen voor de tweede termijn. Mevrouw Van Brenk vroeg wat de huidige stand van zaken is en hoe ik de toekomst van de palliatieve zorg voor mij zie. Er is palliatieve zorg beschikbaar in Caribisch Nederland via ziekenhuizen, huisartsen, thuiszorg, ouderenzorg, het hospice en naasten. Op Bonaire is dat beschikbaar via Kas Flamboyan en op Saba en Sint-Eustatius wordt palliatieve zorg en hospicezorg op andere manieren aangeboden. Omdat we verwachten dat het toe gaat nemen, werken we aan verdere versterking, onder andere door zorgprofessionals beter te scholen en palliatieve zorg structureel in de opleidingen te verankeren. Daarnaast wordt de samenwerking tussen zorgaanbieders verbeterd door de palliatieve zorg beter in de keten te organiseren en een kaderhuisarts aan te stellen voor de verdere afstemming van beleid en afspraken. Voorzitter. Dan ga ik naar het blokje langdurige zorg. Ik begin met een vraag van mevrouw Van Brenk over dementiezorg. Zij zei dat het in de kinderschoenen staat en vroeg welke plannen ik zie. Het staat misschien in de kinderschoenen, maar ik heb wel hele mooie voorbeelden gezien van hoe het er ook uit kan zien daar. Ik ben in Villa Henna geweest. Daar woont een groep van twaalf of vijftien mensen met dementie. Dat was letterlijk rond een pleintje, waar de hele dag activiteiten waren voor deze mensen. Het was een hele vrolijke bijeenkomst. Mensen gingen dansend langs het buffet om eten op te scheppen. Het voordeel was dat ze dan niet stil zouden blijven staan. Het was echt ontzettend vrolijk, dus dat vond ik een hele mooie, hele warme manier van hoe je om kunt gaan met mensen met dementie. Tegelijkertijd is het inderdaad belangrijk om die progressie te verstevigen en de eilanden te professionaliseren voor deze doelgroep en ook de mantelzorgers daarbij. Vanuit ZonMw zijn er een aantal projecten uitgevoerd. In 2025 zijn er trainingen over dementie gegeven aan zorgverleners. Het Zorgpad Dementie Bonaire is opgesteld en de palliatieve benadering in de dementiezorg is geïntroduceerd op Bonaire en Sint-Eustatius, maar overigens ook op Aruba en Curaçao. Op Bonaire werken specialisten ouderengeneeskunde via de samenwerking die we met het Amsterdam UMC hebben vanuit het verpleeghuis voor mensen met dementie. Er was in 2025 ook een pilotproject voor een specialist ouderengeneeskunde op Sint-Eustatius. Naar aanleiding van deze pilot werk ik momenteel aan het structureel beschikbaar stellen van een specialist ouderengeneeskunde op Saba en Sint-Eustatius in 2027. Verder is ook het Openbaar Lichaam Bonaire een beleidsplan dementiezorg aan het opstellen in samenspraak met ZJCN en diverse zorgaanbieders. Ik wil bekijken hoe ik de lessen van dit Bonairiaanse traject ook kan doen gelden voor Saba en Sint-Eustatius. Mevrouw Van Brenk had ook een vraag over respijtzorg en palliatieve zorg. Zij vroeg wat de plannen daarvoor zijn. Bonaire heeft een hospice en Saba en Sint-Eustatius nog niet. Op Sint-Eustatius wordt wel binnen het Auxiliary Home ruimte vrijgehouden om palliatieve zorg en hospicezorg te kunnen bieden. Mensen worden ouder, ook op de eilanden, dus je zult waarschijnlijk meer vraag krijgen. We werken eraan om die vraag goed op te kunnen vangen. Mevrouw Tijmstra vroeg hoe mensen met een beperking op de eilanden worden betrokken bij de werkagenda en hoe daar wordt omgegaan met de verschillen. Net zoals ik het hier belangrijk vind, vind ik het ook hartstikke belangrijk dat het daar gebeurt. Er worden ook mensen met een beperking betrokken bij de beleidsontwikkeling en de doorontwikkeling. Dat doen ze met de ondersteuning van Ieder(in). Die is bezig met het versterken van de belangenbehartiging op de eilanden door middel van de subsidie die wij hebben verstrekt. Mevrouw Van Brenk had een vraag over respijtzorg. Ik zit even te bekijken of ik die niet al heb beantwoord. Die is in ieder geval beschikbaar op Bonaire en wordt geleverd door de ZW-groep. Er zijn twee locaties waar cliënten terechtkunnen gedurende drie maanden per jaar ter ontlasting van de mantelzorger. Op Saba en Sint-Eustatius wordt er op dit moment hard aan gewerkt. We hopen dat het begin volgend jaar beschikbaar is. Voorzitter. Dan het blokje jeugdzorg, het een-na-laatste blokje. Dat is een heel dun blokje. De heer Van Dijk vroeg hoe het staat met de realisatie van het gezinshuis bij Rosa di Sharon. Die realisatie staat te gebeuren. We hebben structureel middelen beschikbaar gesteld vanaf het einde van dit jaar. De nieuwbouw gaat nog dit jaar van start, zodat er volgend jaar al jeugdigen in het gezinshuis kunnen worden opgevangen. Mevrouw Van Meetelen had een vraag over projecten op Bonaire. De kwaliteit van jeugdzorg bij Stichting Project heeft al langer mijn aandacht. Ik vond het net een interessante discussie, maar wij hebben er vanuit de continuïteit van zorg vooral voor gekozen om te bekijken hoe je de zorg zo kunt verbeteren dat het ook doorgang kan blijven vinden, zodat de kinderen daarmee die zorg kunnen krijgen. Sinds het verscherpte toezicht van negen maanden in 2023 heeft Stichting Project met hulp van het Verwey-Jonker Instituut hard gewerkt om de kwaliteit te verbeteren, met positief resultaat. Het toezicht van de inspectie begin 2026 bevestigt dat de kwaliteit aanzienlijk is verbeterd en de goede kant opgaat. Er is dus geen enkele reden om de boel dicht te gooien. Ten slotte had mevrouw Van Meetelen nog een vraag over de aanpak van huiselijk geweld. Ik heb zelf gezien hoe de vrouwenopvang op de drie eilanden eruitziet. Ik was daar wel van onder de indruk. Ook van Saba zag dat er echt heel mooi en goed uit. We zijn er natuurlijk mee bezig om de wettelijke grondslag geregeld te krijgen. Maar wat ik eigenlijk bedoel aan te geven, is dat het niet pas met die wettelijke grondslag begint. We zijn er echt al mee bezig. Er gebeurt al veel. Mijn streven is in ieder geval om dat wetgevingstraject begin volgend jaar te starten.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Volgens mij is het korte antwoord ja. We hebben inderdaad ingegrepen en dat heeft gevolgen gehad. Het goede nieuws is dat het niet dicht is gegaan, maar dat het nog steeds een plek is voor jongeren om opgevangen te worden. Voorzitter. Dan ga ik naar het laatste blokje. Ik heb nog wat andere belangrijke vragen. De heer Claassen is inmiddels verdwenen, maar ik wil hem nog even vertellen hoe de 208 miljoen is verdeeld.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, maar voor de Handelingen is het wel handig dat hij antwoord krijgt op zijn vragen, denk ik.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: 168 miljoen euro is beschikbaar voor zorg op Caribisch Nederland. Dat is ongeveer 80% van het totale budget. De rest is bedoeld voor de logistiek van medische uitzendingen. Dat gaat om 40 miljoen. De heer Claassen had ook een vraag over de ongecontracteerde zorg wanneer de voorschotplicht verdwijnt. In principe werkt het hetzelfde als in Nederland, maar als mensen het echt niet zelf kunnen betalen en ze wel bepaalde zorg nodig hebben, wordt daar wel een regeling voor getroffen. Ik zal medio volgend jaar een terugkoppeling geven met de bevindingen van het onderzoek naar de keuzemogelijkheden met betrekking tot wat wij op dit moment doen. Mevrouw Van Brenk had een vraag over de arbeidsvoorwaarden in Caribisch Nederland. Ik denk dat mevrouw Van Brenk als geen ander weet dat arbeidsvoorwaarden in eerste instantie iets is tussen de werkgevers en de vakbonden. Daarnaast laten wij als VWS op dit moment wel onafhankelijk onderzoek doen naar arbeidsvoorwaarden en contractvormen in de zorg. Daarbij wordt er ook gekeken naar de verschillen met Europees Nederland en de regionale arbeidsmarkt daar. We hebben een werkgroep ingericht met zorgaanbieders en VWS om te bespreken wat er nodig is om de arbeidsvoorwaarden en de continuïteit van zorg verder te versterken. Zodra daar meer duidelijkheid over is, zal ik u daarover berichten. Mevrouw Tijmstra had in diezelfde range ook een vraag: hoe behouden we dat jonge talent? Ik ben samen met OCW — het is natuurlijk ook een verantwoordelijkheid voor OCW — en de CAS-eilanden, dus Curaçao en de andere landen, aan het bekijken hoe we die braindrain kunnen tegengaan. We zetten in op uitbreiding van het lokale opleidingsaanbod, zowel op mbo- als op hbo- en wo-niveau. We zetten ook digitale en hybride vormen van onderwijs in. Naast de POH-opleiding zijn er ook een aantal andere hybride trajecten gestart, zoals de Basis Acute Zorgopleiding, de GZ-opleiding en de HBO-V-opleiding. Het blijft natuurlijk wel belangrijk dat er een goede match is tussen de student en de gekozen onderwijsvorm. De heer Van Dijk en mevrouw Van Brenk vroegen: hoe zorg je dat er voldoende zorgprofessionals beschikbaar zijn? Eigenlijk heb ik net al een beetje aangegeven wat ik daaraan doe. De cao-zorgpartijen werken overigens ook binnen het arbeidsmarktplatform Unite in Care samen aan werving, behoud en ontwikkeling. Ik laat onderzoek doen naar die arbeidsvoorwaarden en die contractvormen. Dan waren er een aantal vragen gesteld over de BIG-registratie. Ik weet niet zo goed wat precies het verschil is tussen het beeld van het werkbezoek en het beeld in mijn brief. Maar ik weet in ieder geval wel wat de praktijk is, zoals het in ieder geval op papier geregeld is en zoals het volgens mij ook zo werkt. Ik denk dat het goed is dat ik dat nog eventjes toelicht. Om te mogen werken op de eilanden is een BIG-registratie geen vereiste, maar als je BIG-geregistreerd bent, kun je ook gewoon een BES-ontheffing aanvragen. Als je niet BIG-geregistreerd bent, bijvoorbeeld omdat je uit een ander land komt, heb je gewoon een ander pad te lopen, zoals we dat ook doen met buitenlandse artsen die hierheen komen en die we hier ook graag aan het werk willen zien. Daarbij worden een aantal eisen gesteld, maar het oponthoud dat vaak wordt geconstateerd — waarom duurt het zo lang? — zit er vaker in dat niet de juiste diploma's of de juiste informatie wordt overhandigd. Dat is vaak de oorzaak van de weken die doortikken; dat is niet zozeer de procedure op zichzelf. Ik ben uiteraard bereid om hierover in gesprek te gaan met eilandbesturen, maar vooral ook met de zorgaanbieders, om te bekijken of de toelichting die wij hebben, aansluit bij de praktijkervaring op de eilanden. Waar nodig kunnen we die verbeteren.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik snap ergens wel dat die tweespalt bestaat, maar we hebben natuurlijk deze BES-ontheffing omdat wij staan voor een bepaalde kwaliteit van zorg. Die wil je ook kunnen toetsen. Als wij dus inderdaad toestaan dat een arts voor ons gaat werken, of dat nou in Caribisch Nederland is of hier, wil je ook zeker weten dat die arts bekwaam is, dus kan wat hij of zij zegt te kunnen. Daarom hebben we die BES-ontheffing. Dat doen we op die manier. Daarnaast toetsen wij natuurlijk ook vanuit ons. Onlangs is er nog een bezoek geweest aan Colombia van mijn dg en artsen uit Amsterdam om te checken of die kwaliteit in Colombia voldoende op orde is. Dat gaat ook over bekwaamheid. Een arts uit Colombia kan prima komen werken op Bonaire, maar wij willen natuurlijk wel zeker weten dat die arts ook echt kan wat hij of zij zegt te kunnen. Daarom hebben we een procedure ingericht. Ons beeld is dat niet zozeer de procedure zelf veel tijd kost, maar dat het hem vaker zit in problemen met de documenten of dat niet de goede stukken worden aangeleverd. Volgens mij is het goed om daar eens naar te kijken en te bezien of we wellicht in de communicatie iets kunnen doen. Het zijn natuurlijk vaak zorgaanbieders die deze mensen in dienst nemen; dat zijn wij natuurlijk niet. Ik denk dat het goed is om eens te kijken of er in die driehoek nog verbeteringen mogelijk zijn. Maar ik zou niet willen afzien van die BES-ontheffingen, want die hebben we juist om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de geboden zorg ook voldoet aan de Nederlandse normen. Dat is ook wat we willen. Mevrouw Van Meetelen vroeg ... O, sorry, er zijn nog interrupties.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat laatste wil ik zeker toezeggen. Tegelijkertijd denk ik dat het ook eerlijk is om te zeggen dat je als bestuurder de kwaliteit van zorg niet altijd op waarde kan schatten, omdat je daar niet voor opgeleid bent. Dat kan ik ook niet. Daar hebben we natuurlijk mensen voor en daarom hebben we die procedure, die moet borgen dat de kwaliteit op orde is. Maar ik wil toezeggen dat we daarover nog eens met die bestuurders in gesprek gaan, om in ieder geval die verschillende beelden toch even naast elkaar te leggen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ja, dat is prima. Ja. Dank u wel, voorzitter. Ik ben overigens bijna aan het einde.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Mevrouw Van Meetelen had de vraag hoe we er zeker van kunnen zijn dat die zorg in Colombia wel op orde is. Wij selecteren de ziekenhuizen waar mensen naartoe gaan natuurlijk nauwkeurig. Daarbij letten we ook op de kwaliteit en de veiligheid. Een belangrijk criterium is het JCI-keurmerk. We betrekken dus ook artsen vanuit het Amsterdam UMC daarbij. Mevrouw Van Brenk had nog een vraag over de diplomacheck. Zij vroeg waarom dat zo lang moet duren. Ik denk dat ik daar net ook al wel het nodige over heb gezegd. Ik snap dat het soms frustrerend is dat het tijd kost, maar ik heb net ook aan u aangegeven waar dat 'm soms in zit. Dan waren er ook nog een aantal opmerkingen over het bsn-nummer. Een aantal van u zei net al dat het niet gebruikt mag worden, omdat de juridische grondslag nog ontbreekt. Dat klopt. Ik zie ook het belang van het zo snel mogelijk invoeren. Wetgeving gaat gewoon best wel een tijd duren, want de verwachting is dat die pas in 2029 in werking zal treden. Daarom ga ik in afstemming met het zorgveld en de relevante stakeholders, waaronder de Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES, de Autoriteit Persoonsgegevens, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, verkennen wat de mogelijkheid is om het bsn al eerder gefaseerd en onder voorwaarden te kunnen gebruiken voor belangrijke zorgverleners op de BES-eilanden. Mevrouw Van Brenk had nog gevraagd of er geen hulp kan komen bij de EU-subsidieaanvragen. Die is er. Al sinds 2023 hebben we een speciaal gezant die de BES-eilanden vertegenwoordigt bij de Europese Unie en de Verenigde Naties. Een van de taken is dat die de eilanden ondersteunt bij het aanvragen van EU-subsidie. Er zijn ook al voorbeelden van ten gevolge daarvan toegekende subsidies. Ten slotte. Mevrouw Van Meetelen had nog een vraag over het geld en vroeg hoe we nou meten of het echt resultaat oplevert. Dat gebeurt volgens mij op een heleboel manieren. Natuurlijk kijken wij daar ook naar. Wij contracteren via de zorginkoop en subsidierelaties, maar ook, en misschien nog wel belangrijker, de IGJ, die kijkt of er ook kwaliteit geleverd wordt voor wat er wordt uitgegeven. Volgens mij is dat dus op orde. Tot zover, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb natuurlijk al een toezegging gedaan. Ik zeg daarbij toe dat het CBG ook meekijkt. Maar volgens zit er ook een verschil van opvatting tussen u en mij hierover. We gaan in ieder geval daarover in gesprek.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb een aantal dingen toegezegd, dus ik ben daar ook mee bezig. Ik zie de problematiek daarvan ook. Ik heb ook mensen gesproken op het eiland. We zijn dus onderzoek aan het doen naar de arbeidsvoorwaarden in de zorg en wat er eventueel kan. Daarnaast blijft het in eerste instantie een zaak van de werkgevers en werknemers, maar we zijn echt bezig om te kijken hoe we dit kunnen doen. Het probleem is natuurlijk breder dan alleen financieel, want we willen ook gewoon dat de zorg op orde blijft.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Volgens mij heb ik een termijn genoemd, namelijk dat het wetsvoorstel in 2029 naar uw Kamer komt. Ik heb ook gezegd dat ik nu in overleg ben met al die partijen om te kijken hoe we dat zo snel mogelijk kunnen gaan invoeren, eventueel gefaseerd. Maar dat is best nog wel een ingewikkeld vraagstuk, dus ik durf daarover niet zomaar te zeggen: dat heb ik volgende week geregeld. Ik beloof wel dat ik in de brief die ik u stuur, even terugkom op hoever we zijn in dat proces. Ik herken ook dat er belang bij is om daar haast mee te maken.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Daar ben ik natuurlijk altijd toe bereid. Volgens mij is het belangrijk dat zij ook aan tafel zitten bij overleggen. Ze zitten ook aan tafel bij ons, want anders was dit project nooit op die manier van de grond gekomen. Maar het kan altijd meer.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: U overvraagt mij nu een beetje. Ik heb ook wel even laten navragen hoe vaak het nu is misgegaan in het verleden met die — hoe heette dat nou? — sédula. Zo heet het bsn-nummer dat ze nu hanteren. Hoe werkt dat dan en waarom is dat zo kwetsbaar? Dat is vooral kwetsbaar omdat een nummer opnieuw uitgegeven kan worden. Dat gaat op geboortedatum, op plaats waar je hebt gewoond en op eiland. Het kan best zo zijn dat je naar een ander eiland gaat en iemand anders jouw nummer krijgt. Dan kun je dingen gaan verwisselen, maar dat is eigenlijk theorie, want wij herkennen niet dat dat gebeurt. Niettemin is dat risico er wel, maar dat is een risico dat ik op dit moment gewoon niet kan uitsluiten, behalve dat wij proberen zo snel mogelijk dat bsn-nummer in te voeren om dit soort gevallen daarmee uiteindelijk te voorkomen. Ik denk dat het wel om een bepaald bewustzijn vraagt, ook van patiënten en zorgverleners zelf, dat zo'n nummer niet altijd per se de persoon hoeft te zijn die jij denkt voor je te hebben zitten.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat vind ik ook heel positief, want volgens mij moet vooral ook daar het bewustzijn bestaan dat het nummer misschien niet altijd klopt. Het klinkt dus goed, denk ik, dat zij juist degenen zijn die dit aankaarten. Volgens mij is onze taak gewoon om ervoor te zorgen dat we dat bsn-nummer zo snel mogelijk kunnen gaan invoeren, hetzij stapsgewijs, hetzij uiteindelijk via dat wetgevingstraject.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dat is ook waarom we nu vanuit VWS dat onderzoek doen. We kijken hoe het ermee staat in de zorg en wat dat eventueel betekent. Daarmee voldoe ik volgens mij ook aan uw verzoek. Op de uitkomsten daarvan kan ik nu niet vooruitlopen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Voorzitter. Ik wil de vragen beantwoorden in de volgorde waarin ze zijn gesteld. Ik begin dus bij mevrouw Van Brenk. Zij zegt dat fuseren geen vertraging mag opleveren. Daarom gaan we door met de planvorming van het woonzorgcentrum, zodat dat in ieder geval doorgaat. Dat gesprek over de fusie is ook wel echt nodig. Ik heb heel goed gehoord wat u zei. Het is overigens ook mijn wens dat dat centrum er komt, omdat dat een enorme verbetering zou opleveren van de zorg op dat eiland. Dat herken ik dus helemaal. Als wij het goed hebben begrepen, had u nog een vraag over casemanagement dementie. Dat klopt, hè? Fundashon Mariadal verzorgt de opleiding voor casemanagement dementie op Bonaire. Er zijn twee zorgverleners op Statia die de opleiding hebben gevolgd bij Fundashon Mariadal. We zien dat de vraag zal toenemen, dus die moeten we ook kunnen gaan beantwoorden. U zei net dat de eilandsraadsleden u hadden aangesproken over de zorgen over de ruggenproblematiek. Dat besprak ik net met mevrouw Van Meetelen, want zij heeft het over diezelfde casus. We zijn op dit moment zover dat we een schikkingsvoorstel hebben gedaan aan die zeventien patiënten. Hun vertegenwoordiger, die wij overigens ook financieren, zal met een reactie komen op die schikking. We zitten hopelijk dus echt aan het eind van de keten. Hopelijk leidt dat tot een bevredigende oplossing voor iedereen. Dan kom ik bij de vragen van de heer Vervuurt. De heer Van Dijk merkte trouwens op dat een scheiding van kerk en staat geen scheiding van kerk en straat is. Die moet ik onthouden! Dat helpt volgens mij ook bij mijn verhaal, want dat is eigenlijk waar het over ging.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik blijf bij wat ik zei over het onderzoek. Het simpele antwoord is daarnaast dat ik niet zomaar 30 miljoen structureel heb hiervoor. Dat is gewoon een enorm bedrag. Dat kunnen wij hier niet zomaar ophoesten. Daarom is het eerst van belang om te kijken … Zij hebben ons een brief gestuurd. Daar moeten wij goed naar kijken. We doen ook dat onderzoek daarbij. We blijven dat gesprek met elkaar aangaan, maar ik kan niet zomaar zeggen: hier is 30 miljoen. Dat heb ik gewoon niet voorhanden. En er is een gezamenlijke werkgroep waar zij ook in zitten, maar dat is eigenlijk wat ik in eerste termijn al heb gewisseld.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Dan ga ik naar de heer Vervuurt, die nog een antwoord tegoed had op de vraag hoe de innovatie precies werkt. Ik hoop dat ik de vraag een beetje goed heb geïnterpreteerd, want het was best een grote vraag.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik heb het maar geïnterpreteerd als: hoe werkt dat op de eilanden? Innovatie begint natuurlijk met de praktijk op de eilanden. Samen met de zorgaanbieders gaan we goede voorbeelden delen, ook tussen de eilanden. Waar nodig ondersteunen wij zorgaanbieders bij het doorontwikkelen en toepassen van de innovaties. Wij leren ook van de voorbeelden die ik net al noemde, zoals van dermatologie en oogheelkunde. Een voorbeeld van zo'n innovatie is dat de ggz in Caribisch Nederland werkt met Therapieland. Daarmee hebben patiënten toegang tot een meertalige zelfhulpmodule. Bij die ontwikkeling en inzet is ook nadrukkelijk aandacht voor de cultuur. Ik weet niet of dat helemaal antwoord geeft op uw vraag, maar anders moeten we dat in een ander debat nog maar eens wat verder verkennen. De heer Vervuurt had ook nog een vraag over de denguevaccinatie en waarom die niet programmatisch wordt aangeboden in Caribisch Nederland. Dat is omdat de Gezondheidsraad heeft geadviseerd om dat vooralsnog niet te doen. Er zijn nog te veel onzekerheden over de werkzaamheid, de effectiviteit en de veiligheid van de vaccinatie. We blijven dat vaccin wel nauwlettend volgen. Als er nieuwe gegevens zijn die aanleiding geven om het wel in te gaan voeren, dan kunnen we dat opnieuw beoordelen en doen.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Ik denk dat daarvoor gewoon meer onderzoek nodig is. Ik neem aan dat dat op dit moment ook plaatsvindt. Als dat aantoont dat het vaccin wel veilig is op de criteria die ik net noemde, zullen wij ook overgaan op implementatie. Op dit moment kan de Gezondheidsraad niet bevestigen dat dat zo is. Ik begrijp uw vraag. Laat ik in de brief terugkomen op de stand van zaken. Dan ga ik iets specifieker in op hoe dat precies werkt met dit vaccin, en of we in de gaten houden dat het op een gegeven moment misschien wel mogelijk is om in te voeren. Dat is de achtergrond, denk ik.

Bron, video en gesprek →
9 sep 2026 · Spreekbeurt

Minister Sterk: Eigenlijk was ik aan het einde. De vraag van mevrouw Van Meetelen heb ik namelijk al beantwoord bij mevrouw Van Brenk, dus tot zover.

Bron, video en gesprek →