KamerkringInloggen
Tjebbe van Oostenbruggen

Officieel Kamerprofiel

Tjebbe van Oostenbruggen

74debatten
1.921bijdragen
809interrupties
207.057woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2024-11-14) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
26 jun 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 396VliegbelastingNr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 26 juni 2025Hierbij bied ik u, mede namens de Minister van Infrastructuur enWaterstaat, de onderzoeksrapporten aan over de beleidseffecten vanverschillende varianten van een afstandsafhankelijke vliegbelasting.Daarnaast bied ik u het internetconsultatieverslag aan van de gedifferenti-eerde vliegbelasting. In deze brief worden de onderzochte varianten en debelangrijkste bevindingen uit het onderzoek samengevat. Vervolgenswordt ingegaan op de uitkomsten van de internetconsultatie over devoorgestelde differentiatie van de vliegbelasting. Tot slot schetsen wij hetvervolgproces bij de verdere uitwerking van het voorstel.Onderzochte variantenIn het onderzoek zijn vijf beleidsvarianten uitgewerkt voor een vliegbe-lasting die afhankelijk is van de gevlogen afstand. Daarbij is voor iederevariant gekeken naar twee uitvoeringsvormen: een a-variant, waarbijwordt uitgegaan van de eindbestemming van de passagier, en eenb-variant, waarbij wordt uitgegaan van de eerste bestemming. Devarianten verschillen in de manier waarop vluchten in afstandsklassenworden ingedeeld, en in de behandeling van specifieke passagiers-groepen zoals transferpassagiers. In varianten 2 en 4 dragen ooktransferpassagiers bij. Ook zijn in variant 4 aanvullende toeslagentoegepast, voor business class en privéjets. Hieronder volgt een overzichtvan de onderzochte varianten:•Variant 1 – Trapsgewijs: Drie afstandsklassen met oplopendetarieven. Het tarief voor de kortste afstand is gelijk aan het huidigetarief.•Variant 2 – Trapsgewijs met transferbelasting: Gelijk aan variant1, maar met een verlaagd tarief (€ 2,50) voor transferpassagiers.•Variant 3 – U-vorm: Vijf afstandsklassen. Vluchten onder 500 kmkrijgen een relatief hoog tarief; overige tarieven nemen toe metafstand. kst-31396-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 396, nr. 71 •Variant 4 – EU ETS-regiovariant1 met toeslagen: Indeling op basisvan ligging binnen of buiten het EU ETS-gebied; bevat een toeslag van100% voor businessclass en privéjets, en een verlaagd tarief (€ 2,50)voor transferpassagiers.•Variant 5 – EU ETS-regiovariant zonder toeslagen: Gelijk aanvariant 4, maar zonder toeslagen en zonder belasting van transferpas-sagiers.Samenvatting van bevindingen van de onderzoekersHet onderzoeksrapport beschrijft de verwachte effecten van verschillendevarianten van een afstandsafhankelijke vliegbelasting. Hieronder volgt eensamenvatting van de belangrijkste conclusies die de onderzoekers trekkenop basis van hun analyses.Effecten op passagiersaantallen, netwerk en klimaatDe invoering van een afstandsafhankelijke vliegbelasting leidt tot eenbeperkte daling van het aantal passagiers dat vanaf Nederlandseluchthavens vliegt: tussen 0,1 en 0,7% in 2030. Deze afname treedt vooralop bij vrijetijdsreizigers. Het aantal zakelijke reizigers verandert nauwe-lijks, met uitzondering van variant 4, waarin een toeslag van 100% voorbusinessclass-tickets geldt.De vraag naar vliegen is in de toekomst hoger dan de capaciteit op deNederlandse luchthavens, waardoor het totale aantal vluchten gelijk blijft.In alle varianten vindt een lichte verschuiving plaats van lange naarkortere vluchten. De gemiddelde reisafstand daalt maximaal met 1,3%,wat bijdraagt aan een afname van 1 tot 3% van Nederlandse luchtvaarte-missies ten opzichte van de referentieprognose (41 Mton CO2-eq in 2030).Door de beperkte impact op het aantal vluchten zijn de gevolgen voorgeluidsoverlast en de luchtkwaliteit minimaal.Daarnaast draagt de afstandsafhankelijke vliegbelasting in beperkte matebij aan een betere beprijzing (internalisering) van de externe kosten2,doordat vluchten met een langere afstand en daarmee hogere totaleCO2-uitstoot relatief zwaarder worden belast. Volledige internalisatie dezekosten wordt daarmee echter niet bereikt. De wijziging van de vliegbe-lasting van een vlak naar een afstandsafhankelijk tarief zorgt er wel voordat langere afstanden in grotere mate worden beprijsd.Budgettaire en economische effectenAlle varianten zijn zodanig vormgegeven dat ze leiden tot de beoogdeextra opbrengst van € 257 miljoen in 2027 (prijspeil 2025). In varianten 1,3 en 5 is de bijdrage van OD-passagiers3, ongeveer gelijk verdeeld tussenNederlandse en buitenlandse reizigers. In varianten 2 en 4 dragen ooktransferpassagiers bij aan de totale opbrengst, circa 14%. Dit aandeel zal1Varianten 4 en 5 maken onderscheid op basis van het EU ETS-gebied. Het EU EmissionsTrading System (EU ETS) is het Europese systeem voor emissiehandel, waarin bedrijven –waaronder luchtvaartmaatschappijen – verplicht zijn om rechten aan te kopen voor hunCO2-uitstoot binnen de Europese Economische Ruimte. Vluchten binnen dit gebied vallendaarmee al onder een prijsprikkel voor uitstoot, terwijl vluchten van en naar bestemmingenbuiten het EU ETS dit vaak niet doen.2Externe kosten zijn de kosten waarvoor op de markt geen prijs tot stand komen en die dus(zonder overheidsingrijpen) niet door luchtvaartmaatschappijen of reizigers worden meege-nomen in hun transportbeslissingen. Dit zijn bijvoorbeeld geluidskosten, de kosten vanluchtvervuiling of de kosten van klimaatemissies.3Origin-Destination-passagiers: reizigers die hun reis starten in NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 396, nr. 72 naar verwachting in de tijd afnemen, omdat het aantal transferpassagiersminder hard groeit dan het aantal OD-passagiers.Gezien de beperkte impact op het aantal vluchten zijn de gevolgen voorde werkgelegenheid gering. De bredere economische effecten, zoals deeffecten op het vestigingsklimaat en de agglomeratie-effecten zijn lastig tekwantificeren. Een afname van de netwerkkwaliteit van de Nederlandseluchthavens kan effect hebben op het Nederlandse vestigingsklimaat, endaarmee de Nederlandse economie. De onderzoekers verwachten eengeringe impact.Effecten op netwerkkwaliteit, internationale spreiding en CaribischeeilandenDoor de verschuiving van lange naar korte vluchten neemt het aantalverre bestemmingen licht af, terwijl het aantal vluchten naar nabijgelegenbestemmingen toeneemt. De totale impact op de netwerkkwaliteit blijftnaar verwachting beperkt.Bij de a-varianten wordt belasting geheven op basis van de eindbe-stemming; bij b-varianten op basis van de eerste bestemming. In vrijwelalle varianten (behalve Variant 3) leidt dit in de b-variant tot ontwijk-gedrag: reizigers kiezen voor een overstap op buitenlandse luchthavensom belasting te vermijden. Dit kan negatieve effecten hebben op denetwerkkwaliteit van Schiphol, het marktaandeel van Nederlandsemaatschappijen en de kosten voor reizigers. Tegelijkertijd zorgen dehogere tarieven in b-varianten voor een iets sterkere daling in deklimaatimpact van 2 tot 3%. In variant 3 doet dit effect zich nauwelijksvoor, omdat overstappen bij korte vluchten financieel niet aantrekkelijk is.Een apart onderzoek is uitgevoerd naar de effecten op het Caribisch deelvan het Koninkrijk. De reden hiervoor is dat de luchtverbindingen tussenNederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk belangrijk zijn voor dedemografische, culturele en economische verbondenheid. Voor hetCaribisch deel van het Koninkrijk geldt dat in alle onderzochte variantenhet aantal vluchten afneemt, met een daling van de directe bestedingenop de eilanden met naar schatting tussen de € 13 en € 37 miljoen,waarvan naar schatting € 5 tot € 15 miljoen terecht komt bij eilandbe-woners. Ook wordt een lichte afname van de werkgelegenheid (0,1% tot0,9%) en een negatieve impact op het bruto binnenlands product (BBP)van de eilanden voorzien.Verslag internetconsultatie differentiatie vliegbelasting Naast het uitgevoerde onderzoek zijn het afgelopen half jaar directbetrokkenen, belanghebbenden en geïnteresseerden op verschillendemanieren betrokken bij de beleidsvoorbereiding voor een gedifferenti-eerde vliegbelasting. Er zijn gesprekken met stakeholders geweest, eenrepresentatief draagvlakonderzoek onder burgers, een bijeenkomst meteen divers gezelschap aan stakeholders en een internetconsultatie diebreed onder de aandacht is gebracht.Het verslag van deze internetconsultatie geeft een goed beeld van deverkregen inbreng. De internetconsultatie is van 15 januari tot en met25 februari 2025 een gehouden. In totaal zijn 8.326 reacties ontvangen,afkomstig van zowel burgers als andere stakeholders. De consultatieleverde een breed palet aan inhoudelijke reacties op.Verschillende indieners ondersteunen differentiatie naar afstand, omdatdit beter aansluit bij de hogere CO2-uitstoot van langere vluchten.Tegelijkertijd uiten tegenstanders zorgen over de betaalbaarheid en hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 396, nr. 73 risico dat hogere belastingtarieven nauwelijks tot minder vluchten leiden,terwijl ze wel de concurrentiepositie van Nederlandse luchthavens kunnenraken.Ten aanzien van het Caribisch deel van het Koninkrijk pleiten veelindieners voor een uitzondering gezien het ontbreken van alternatievevervoersmogelijkheden, terwijl anderen juist voor eenvoud zonderuitzonderingen pleiten. Rond transferpassagiers lopen de standpuntenuiteen: voorstanders van belastingheffing op transferpassagiers wijzen ophun bijdrage aan uitstoot en infrastructuurgebruik; tegenstanders vrezennegatieve gevolgen voor de hubfunctie en concurrentiepositie.Bij differentiatie naar reisklasse pleiten diverse indieners voor hogeretarieven voor businessclass en privévluchten vanwege de relatief hogereuitstoot per passagier. Tegelijkertijd wordt gewezen op de uitvoerings-complexiteit hiervan.Tot slot wordt door meerdere indieners gepleit voor differentiatie naarvlieggedrag, waarbij veelvliegers zwaarder worden belast. Andereindieners wijzen hier op praktische uitvoerbaarheid en privacy-aspecten.VervolgDe uitkomsten van dit onderzoek bieden waardevolle inzichten voor deverdere besluitvorming over de vliegbelasting. De uiteindelijke besluit-vorming is gebaseerd op drie pijlers: de resultaten van dit onderzoek, deinput van belanghebbenden (via internetconsultatie, draagvlakonderzoek4onder burgers en de overleggen met diverse (sector)partijen) en deuitvoerbaarheid. Op basis van deze input zal het kabinet de komendeperiode de maatregel verder uitwerken. Het is de bedoeling om hetvoorstel op Prinsjesdag aan uw Kamer te presenteren.De Staatssecretaris van Financiën,T. van Oostenbruggen4Motivaction (2025), Maatschappelijk draagvlak voor mogelijke beleidsmaatregelen van IenW,onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, januari2025.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 396, nr. 74

Bron, video en gesprek →