Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2415Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Ministers van Justitie en Veiligheiden van Financiën over de weigering van een stichting om openheid van zakente geven over de financiële afwikkeling van de stichting en het vermogen datmede bestaat uit giften van derden (ingezonden 15 april 2025).Antwoord van Staatssecretaris Struycken (Justitie en Veiligheid), medenamens de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 11 juni 2025). Zie ookAanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2024–2025, nr. 2181Vraag 1Wat is uw reactie op het bericht dat de Stichting Kanjer Wens weigertopenheid van zaken te geven over de financiële afwikkeling van de stichting?1Kunt u zich voorstellen dat veel mensen willen weten wat er met hundonaties is gebeurd?Antwoord 1Het kabinet meent dat een transparante, efficiënte, effectieve en controleer-bare filantropische sector bijdraagt aan het creëren en behouden vanvertrouwen van donateurs. Het kabinet kan zich daarom goed voorstellen datdonateurs ook inzicht willen hebben in de gang van zaken omtrent definanciële afwikkeling en vereffening van een ontbonden stichting. Hetregelgevend kader voor transparantie in de filantropische sector bestaat uitformele wetgeving (zoals de ANBI-regelgeving en het verenigingen- enstichtingenrecht in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), waarop hierondernader wordt ingegaan) en zelfregulering vanuit de filantropische sector zelf(zoals het toezicht van het CBF (Centraal Bureau Fondsenwerving, Toezicht opgoeddoen)).Vraag 2Klopt het dat een stichting na het intrekken van de ANBI-status (AlgemeenNut Beogende Instelling) door de Belastingdienst geen openheid hoeft tegeven over de financiële afwikkeling van de stichting en de vereffening vanhet aanwezige vermogen, waaronder giften van derden? Kortom, mag ditzomaar wat deze stichting hier doet?1Omroep Flevoland, 14 april 2025, Geen verantwoording, geen antwoorden: de stilleverdwijning van Stichting Kanjer Wens (https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/423178/geen-verantwoording-geen-antwoorden-de-stille-verdwijning-van-stichting-kanjer-wens). ah-tk-20242025-2415ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 Antwoord 2In algemene zin kan worden opgemerkt dat een instelling (voormalig ANBI)verplicht is een aantal gegevens aan de Belastingdienst te verstrekken als deANBI-status van die instelling is beëindigd en de waarde van het ANBI-vermogen op dat moment niet lager dan € 25.000 is.2 Die gegevens zijn:1.de hoogte van het ANBI-vermogen van de instelling op het moment datde ANBI-status beëindigd werd;2.het verloop van het ANBI-vermogen vanaf het moment dat de ANBI-status beëindigd is;3.het bedrag dat de instelling heeft uitgegeven aan de ANBI-doelstellingen;4.het bedrag dat de instelling besteed heeft aan beheerkosten; en5.de hoogte van de gedane schenkingen en de ontvangers daarvan.De voormalige ANBI dient daartoe jaarlijks het formulier Opgaaf Vermogenen schenkingen Voormalige algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s)3 inte vullen en aan de Belastingdienst te verstekken. Deze verplichting geldtvoor ieder jaar dat het ANBI-vermogen € 25.000 of meer bedraagt. Het jaardat het ANBI-vermogen onder de € 25.000 uitkomt, is het laatste jaar waarinhet formulier dient te worden ingevuld en verstrekt. Indien de gegevens eninlichtingen niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig zijn verstrekt, wordt ditaangemerkt als overtreding waarvoor onder omstandigheden een bestuurlijkeboete kan worden opgelegd.4Vraag 3Wat is uw reactie op de opmerkingen van verschillende hoogleraren endeskundigen dat inzicht in de financiële afwikkeling en vereffening lastig is afte dwingen doordat wetgeving hieromtrent te beperkt is?Antwoord 3Naast de in het vorige antwoord genoemde verplichting voor bepaaldevoormalige ANBI’s tot het verstrekken van gegevens aan de Belastingdienst,wijst het kabinet op de bestaande regelgeving in het BW op basis waarvaninzicht in de financiële afwikkeling en/of vereffening van een ontbondenstichting kan worden verkregen. Een stichting kan worden ontbonden doormiddel van een ontbindingsbesluit van het bestuur van die stichting. Indiener in dat geval nog baten (te verwachten) zijn, wordt een vereffenaaraangesteld en treedt een formele vereffeningsfase in. Door een vereffenaarworden de lopende verplichtingen afgehandeld. De wet stelt formele eisenaan de vereffening, zoals de inschrijving van de vereffenaar in het handelsre-gister.5 De vereffenaar is bovendien verplicht om rekening en verantwoordingen het plan van verdeling neer te leggen bij het handelsregister, en in elkgeval ten kantore van de stichting (of een andere plaats), waar de stukkendan twee maanden voor een ieder ter inzage moeten liggen. De vereffenaarmoet in een nieuwsblad bekendmaken waar en tot wanneer zij ter inzageliggen.6 Een vereffenaar die zich niet aan de wettelijke bepalingen houdt, kandaarvoor aansprakelijk worden gehouden.7 Pas na afronding van devereffening houdt de stichting op te bestaan. Zolang een stichting nogbestaat kan het Openbaar Ministerie bij ernstige twijfel of de wet of destatuten te goeder trouw worden nageleefd, inlichtingen verzoeken aan hetbestuur van een stichting.8 Mocht tijdens de vereffening blijken dat deschulden de baten overtreffen, dan is de vereffenaar verplicht om eenfaillissement aan te vragen.9De wet voorziet ook in de mogelijkheid van een «snelle» ontbinding, kortgezegd een ontbinding zonder formele vereffeningsfase, indien baten op het2Artikel 75 lid 1 Successiewet 1956 en artikel 10e Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956.3https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/opg-vermog-schenk-anbi-ib0741z41fol.pdf4Artikel 75 lid 2 Successiewet 1956 en artikel 10e lid 7 Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956.5Artikel 2:23, vierde lid, BW.6Artikel 2:23b, vierde lid, BW.7Vgl. artikel 2:23a, eerste lid, BW waaruit volgt dat een vereffenaar dezelfde bevoegdheden,plichten en aansprakelijkheid heeft als een bestuurder.8Artikel 2:297 BW.9Artikel 2:23a, vierde lid, BWTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 tijdstip van de ontbinding ontbreken en er niets meer valt te vereffenen.10Deze ontbindingsvorm wordt ook wel «turboliquidatie» genoemd. De huidigetijdelijke wet transparantie turboliquidatie voorziet in de verplichting van hetbestuur om binnen 2 weken na de ontbinding een aantal stukken bij hethandelsregister te deponeren waarin financiële verantwoording wordtafgelegd over de ontbinding en de eventuele voorafgaande feitelijkevereffening (die stukken worden 7 jaar bewaard).11 Als de stukken niet zijngedeponeerd kan een rechtbank op verzoek van het Openbaar Ministerie eenbestuursverbod opleggen aan de (voormalig) bestuurders.12Dus zowel in het geval van vereffening als in het geval van een turboliquida-tie van een stichting bevat de wet verplichtingen om voornoemde informatiete laten registeren bij het handelsregister, zodat aldaar inzage in de financiëleafwikkeling en/of vereffening door geïnteresseerden, zoals donateurs,mogelijk is. Dus zowel in het geval van vereffening als in het geval van eenturboliquidatie van een stichting is het voor donateurs mogelijk om via hethandelsregister inzage te krijgen in de financiële afwikkeling en/of vereffe-ning. Het gaat hierbij overigens om transparantie van de eindafwikkeling vande stichting en niet om de besteding van giften voordien.Verder wordt erop gewezen dat stichtingen een administratie moeten voerenwaaruit hun rechten en verplichtingen kenbaar zijn.13 Het niet-naleven vandeze administratieplicht is een economisch delict.14 Het betreft een overtre-ding op grond van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de economischedelicten (WED).Ook kan in algemene zin worden opgemerkt dat in het geval een donateurvermoedt dat er fraude is gepleegd met zijn of haar donatie, hij of zij eenberoep kan doen op vernietiging van de donatie. Volgens het BurgerlijkWetboek kan een overeenkomst, zoals een schenking, worden vernietigd alsdeze tot stand is gekomen onder invloed van bijvoorbeeld dwaling15,bedrog16 of misbruik van omstandigheden17. Als een donateur in eendergelijk geval een beroep wil doen op de vernietiging van de schenking,maar niet beschikt over gegevens die van belang zijn voor het ophelderenvan de feiten, kan hij of zij vragen om inzage in deze gegevens bij destichting waaraan hij of zij de donatie heeft gedaan. Zo kan een donateurbeoordelen of het instellen van een vordering tot vernietiging van deschenking zinvol is en zijn of haar vordering met concrete feiten onderbou-wen.18 Als de stichting niet aan het informatieverzoek wil meewerken, kaneen donateur de rechter verzoeken om inzage.19 Voor toewijzing van eenvordering tot inzage dient aan bepaalde voorwaarden te zijn voldaan. Zomoet de donateur voldoende belang hebben bij het verzoek tot inzage en hetverzoek voldoende nauwkeurig afbakenen tot de gegevens die de donateurnodig heeft om zijn rechtspositie ten aanzien van de vernietiging van deschenking te beoordelen.20 Voor een beroep op misbruik van omstandighe-den ter vernietiging van de schenkingsovereenkomst geldt bovendien dat alsde schenker feiten stelt waaruit volgt dat de schenking door misbruik vanomstandigheden tot stand is gekomen, de bewijslast van het tegendeel op deontvanger van de gift rust, tenzij van de schenking een notariële akte isopgemaakt of deze verdeling van de bewijslast in de gegeven omstandighe-den in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid zou zijn.21 In hetgeval een dergelijk beroep op vernietiging van de donatie succesvol is, kanbijvoorbeeld de rechtbank worden verzocht om heropening van de ontbin-ding van de stichting.2210Artikel 2:19, vierde lid, BW11Artikel 2:19b BW.12Artikel 2:19c BW.13Artikel 2:10 BW.14Artikel 1, eerste lid, onderdeel 4°, van de WED in samenhang met artikel 2:10, eerste lid, BW.15Artikel 6:228 BW.16Artikel 3:44, eerste lid, BW.17Artikel 3:44, eerste en vierde lid, BW.18Artikel 194, eerste lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).19Artikel 195, eerste lid, Rv.20Artikel 194, eerste lid, Rv.21Artikel 7:176 BW.22Artikel 2:23c, eerste lid, BW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Tot slot wijs ik erop dat een donateur bij vermoedens van fraude aangifte kandoen van bijvoorbeeld oplichting.23 Is sprake van een misdrijf jegens deschenkers of diens naaste betrekkingen, dan kan bovendien ook om die redende schenking worden vernietigd.24Vraag 4 en 5Deelt u de opvatting dat het wenselijk zou zijn om ook voor stichtingen diegeliquideerd worden en/of waarvan de ANBI-status is ingetrokken, eenverplichting tot financiële transparantie vast te leggen, ook omdat het voorhet vertrouwen in goede doelen van belang is dat die transparantie er ook isna vereffening en om eventuele misstanden te voorkomen?Bent u bereid te bezien of en zo ja welke wetten en regels aangepast zoudenmoeten worden, zodanig dat deze verplichting er wel is en donateurs inzichtkrijgen in wat er is gebeurd met hun donaties?Antwoord 4 en 5Voor wat betreft voormalige ANBI’s is wettelijk voorzien in een verplichtingom aan de Belastingdienst een aantal gegevens te verstrekken, zodat deBelastingdienst er toezicht op kan houden dat de financiële afwikkeling op dejuiste wijze gebeurt (zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 2).Voor wat betreft de verplichting tot registratie van informatie in het handels-register bij financiële afwikkeling en/of vereffening van een stichting wordtverwezen naar het antwoord op vraag 3 en kunnen zij nagaan wat er met hetvermogen is gebeurd. Hiermee wordt dus reeds in de in de vraag genoemdeverplichting voorzien.23Vgl. artikel 326 Wetboek van Strafrecht.24Artikel 7:184 BW.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Tjebbe van Oostenbruggen
74debatten
1.921bijdragen
809interrupties
207.057woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2024-11-14) ·