Wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de grondslagen voor gegevensverwerking te verstevigen en enkele andere wijzigingen (Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b) (36621)
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Maeijer (PVV): Dank u wel, voorzitter. Ik zie vijftien minuten staan, maar misschien kan ik de collega's een beetje blij maken: hierbij was enigszins sprake van miscommunicatie. Ik heb wel wat tekst, maar niet voor vijftien minuten. Voorzitter. Vanavond bespreken we de Verzamelwet gegevensverwerking VWS II.b, een wet waarin op het oog technische aanpassingen worden gedaan om de juridische basis voor het uitwisselen van medische en persoonlijke gegevens te versterken. Die technische aanpassingen bevatten wat mijn fractie betreft wel principiële keuzes over de vraag hoe we omgaan met data: keuzes over het doorbreken van het medisch beroepsgeheim en over het afschaffen van het geven van expliciete toestemming daarvoor. Dat zijn kwesties waar we het over moeten hebben en die we niet als hamerstuk willen laten passeren. De PVV heeft daarom een aantal vragen aan de minister, die zich voornamelijk concentreren rondom de volgende onderdelen van de wet: de mogelijkheid voor zorgaanbieders en het CAK om gegevens te verstrekken aan gemeenten en GGD'en; de rechtsgrondslag voor het RIVM wat betreft de bevolkingsonderzoeken en de screenings; en het Rijksvaccinatieprogramma, de gegevensuitwisseling tussen het RIVM en de uitvoerders van het programma. Bij deze drie onderdelen gaat het om een nieuwe grondslag voor het doorbreken van het medisch beroepsgeheim. Het gaat om te beginnen om de mogelijkheid voor zorgaanbieders en het CAK om desgevraagd gegevens te verstrekken aan gemeenten en GGD'en over iemand aan wie zij zorg hebben verleend die geen zorgverzekering heeft. Het gaat dan om persoonsgegevens, waaronder gegevens over de gezondheid en het bsn. Voor burgers die niet eerder in beeld waren, kan vervolgens door de gemeente bemoeizorg worden ingezet. Het verstrekken van gegevens gebeurt op verzoek van de gemeente, maar wordt een verplichting voor de zorgaanbieder. De minister schrijft in de memorie van toelichting dat een aantal gemeenten en zorgverleners hebben aangegeven dat er grote behoefte is om deze gegevens weer uit te wisselen, zodat indien nodig passende hulp en ondersteuning kunnen worden geboden. Gemeenten zullen op basis van de verstrekte gegevens nagaan of de burger al in beeld is of gemeentelijke ondersteuning ontvangt, en of de burger aanspraak maakt op voorzieningen. In de memorie van toelichting lezen we dat tot 1 maart 2022 werd gewerkt met een toestemmingsformulier om gegevens te delen maar dat dit in de praktijk niet altijd erg werkbaar was. Mijn fractie heeft daarover de volgende vragen. Kan de ministers cijfers delen over het aantal keren dat er wel of geen toestemming werd gegeven? Hoe vond in dit kader voorlichting plaats over het al dan niet geven van toestemming en de consequenties van de keuze? De Nederlandse ggz pleit er in zijn brief over deze wet onder andere voor om het initiatief hiervoor bij de zorgverlener neer te leggen en gegevens te verstrekken in samenspraak met en bij voorkeur met toestemming van de betrokkenen. Waarom heeft de minister hier niet voor gekozen? Bij wie komen gegevens straks terecht als die met de gemeente worden gedeeld? Is het doel van dit artikel om bemoeizorg te faciliteren met de verplichting tot gegevensverstrekking of om mensen op vrijwillige basis te helpen aan een zorgverzekering of hulp op initiatief van de zorgverlener? Voorzitter. Dan de rechtsgrondslag voor het RIVM ten aanzien van bevolkingsonderzoeken en screenings. De minister stelt dat het om bevolkingsonderzoeken en screenings goed te kunnen monitoren en evalueren en om de kwaliteit te waarborgen, noodzakelijk is om te beschikken over gegevens over vervolgdiagnostiek van personen die naar aanleiding van een bevolkingsonderzoek of screening zijn doorverwezen. Met die gegevens kan namelijk worden nagegaan of de doorverwijzing naar aanleiding van het onderzoek of de screening terecht was of dat er sprake was van een fout-positieve uitslag en de aandoening niet uit de vervolgdiagnostiek bleek. Daarnaast vindt de minister het noodzakelijk om gegevens te hebben over de diagnostiek van personen die na deelname aan het bevolkingsonderzoek of de screening een negatieve uitslag ontvingen, maar bij wie nadien toch een afwijking is geconstateerd. Zo kan er worden nagegaan of deze gevallen bij het bevolkingsonderzoek of de screening ten onrechte zijn gemist. Voorzitter. Dat begrijpen wij. De PVV is ook niet tegen gegevensdeling an sich, maar wij hebben wel bezwaren tegen de manier waarop de minister dit nu wil gaan doen. De minister wil namelijk een wettelijke regeling die zorgverleners verplicht om in twee situaties diagnostische gegevens te verstrekken aan de uitvoerder van een bevolkingsonderzoek of screening en die vervolgens ook de uitvoerder verplicht om die gegevens te delen met het RIVM. Deze gegevens bevatten dus informatie over de gezondheid van de persoon. In de informatiefolder bij de uitnodiging voor het onderzoek zou er worden gewezen op de mogelijkheid van bezwaar. Kan de minister nog eens uitleggen waarom er voor deze verplichting is gekozen en daarmee voor doorbreking van het medisch beroepsgeheim? Waarom kiest men voor het uitgangspunt van het delen van gegevens tenzij er bezwaar wordt gemaakt? Heeft de minister overwogen om dit om te draaien, namelijk om expliciete toestemming te vragen aan de betrokkenen om gegevens te delen? Voorzitter. Het derde onderdeel is het Rijksvaccinatieprogramma en de gegevensuitwisseling tussen het RIVM en de uitvoerders van het programma. Ook hier wordt een wettelijke grondslag geregeld voor de gegevensuitwisseling tussen uitvoerders en het RIVM. De minister stelt dat de huidige situatie waarin er actief toestemming wordt gevraagd aan een deelnemer voor de uitwisseling van vaccinatiegegevens met persoonsgegevens, het RIVM niet genoeg data oplevert om uitvoering te geven aan zijn wettelijke taken. Deze expliciete toestemming is per 2022 ingebouwd in de systemen. Als je toestemming geeft worden nu je vaccinatiegegevens en persoonsgegevens gedeeld. Als je geen toestemming geeft, alleen de vaccinatiegegevens. Sinds die datum ontvangt het RIVM een deel van de gegevens dus anoniem. Het eerste halfjaar van 2022 was dit gemiddeld 10%. Gemiddeld is dat ten tijde van het schrijven van de memorie van toelichting van deze wet 4%, zo lezen we. Kan de minister aangeven hoe groot dat percentage vandaag de dag is? En wat is volgens de minister nou eigenlijk een kritiek percentage? Hoe weten we nou dat als straks met deze nieuwe wet dit percentage daalt er nu wel echt sprake is van een duidelijk gemaakte keuze? Waarom is ervoor gekozen om dit in 2022 eerst met expliciete toestemming te regelen, en wil de minister daar nu vanaf? Voorzitter. Volgens de minister bevat dit percentage niet alleen personen die bewust geen toestemming geven, maar zitten hier ook situaties in waarin bijvoorbeeld de vraag niet is gesteld, het antwoord niet goed is geregistreerd of de vraag niet goed is begrepen. Waarom zet de minister er dan niet op in om deze situaties aan te pakken, zodat iedereen een weloverwogen, expliciete keuze kan maken om zijn of haar gegevens te delen? De minister stapt nu namelijk af van de expliciete toestemming. De uitvoerders worden wettelijk verplicht om gepersonaliseerde vaccinatiegegevens aan het RIVM te verstrekken, tenzij de persoon daar bezwaar tegen maakt. De verwachting is dat dit ertoe zal leiden dat er meer gegevens worden gedeeld. Voorzitter. Het is mij ook niet duidelijk hoe deze mogelijkheid tot bezwaar bij dit onderdeel en ook bij het vorige onderdeel nu precies wordt vormgegeven. Hoe gaat de minister mensen informeren over de mogelijkheid van bezwaar? Hoe gaat dit er dan precies uitzien in de praktijk? Zou de minister dit kunnen schetsen aan de hand van een concreet voorbeeld? Voorzitter. Ook de artsenfederatie KNMG is kritisch. Zij vraagt zich af of de bepalingen over gegevensuitwisseling bij het Rijksvaccinatieprogramma en bevolkingsonderzoeken wel voldoen aan de eisen van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit, want, zo stelt zij: "Het medisch beroepsgeheim beschermt niet alleen individuele privacy; het waarborgt ook de vrije en onbelemmerde toegang tot gezondheidszorg voor iedereen." Graag hoor ik een reflectie hierop. Voorzitter, tot slot. Recente grote hacks laten zien dat gegevens niet altijd veilig zijn. Hoe zorgt de minister voor veiligheid van persoonsgegevens als zij met meer instanties worden gedeeld? Hoe worden hacks en datalekken voorkomen? Afgelopen week hadden we een commissiedebat over digitalisering in de zorg. Daarin ging het ook over de EHDS, de European Health Data Space. De verordening daarvoor is op 26 maart 2025 in werking getreden. Ook daarin gaat het over het delen van gezondheidsgegevens. De verordening gaat uit van toestemming tot het delen en kent alleen het systeem van opt-out en niet meer het systeem van opt-in. Kan de minister nog eens uitleggen hoe deze wet en de verordening zich tot elkaar verhouden, als ze dat al doen? Voorzitter, helemaal tot slot. Gegevensdeling in de zorg is belangrijk, maar wat ons betreft houdt de patiënt, de betrokkene, de regie. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Dan merk je dat je toch een bepaalde geschiedenis met elkaar deelt, want ik heb eigenlijk hetzelfde euvel. Daar had ik mee moeten afsluiten, realiseer ik me. Ook ik heb nog een aantal amendementen bij Bureau Wetgeving liggen die exact zien op dit punt, op de onderdelen in de wet die ik net heb benoemd, dus de gegevensuitwisseling tussen de zorgaanbieders en het CAK, het RIVM en nogmaals het RIVM met betrekking tot het vaccinatieprogramma. Ik heb uw amendementen niet gezien, meneer Claassen, maar ik denk dat ze misschien wel enigszins gelijkluidend zullen zijn.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Sorry, de afronding ging ineens heel snel. Ik ben toch wel heel benieuwd naar een reflectie op de brief die we allemaal hebben gekregen van de Nederlandse ggz. In die brief pleit de Nederlandse ggz ervoor om het initiatief voor het delen van gegevens niet bij de gemeente maar bij de zorgverlener te leggen, en om ervoor te zorgen dat dit in samenspraak met de betrokkenen gebeurt. Mag ik vragen wat u daarvan vindt?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Dat er waarborgen in zitten, zie ik ook. Dat het doel uiteindelijk het verlenen van zorg is, zie ik ook. Het doel zou wat mij betreft ook moeten zijn om iemand aan een zorgverzekering te helpen. Dat zie ik dan weer niet terugkomen in de wet. Maar de onderliggende vraag is natuurlijk: van wie zijn die data dan? Als de zorgaanbieder deze gegevens op verzoek van de gemeente gewoon verplicht moet geven, zonder de cliënt daar überhaupt bij te betrekken, ben je dan als cliënt, als betrokkene, nog wel eigenaar van je eigen persoonsgegevens?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Dank u, voorzitter. Het uitspreken is meestal niet het punt, maar het schrijven van mijn achternaam zorgt nog weleens voor problemen. Dan mijn vraag. Ik hoor de collega van de VVD het vooral hebben over het aanpakken van zorgfraude en de vermindering van administratieve lasten. Dat zijn natuurlijk terechte punten, maar deze wet doorbreekt ook op een aantal onderdelen het medische beroepsgeheim. Wat vindt de VVD daarvan?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Dat is op zich een helder verhaal van de VVD. Het medische beroepsgeheim kan op een aantal momenten worden doorbroken. Hoe beoordeelt u dan de doorbreking van het beroepsgeheim in het kader van het Rijksvaccinatieprogramma? We hebben nu een systeem waarbij mensen expliciet toestemming geven om te delen. Ik zou graag willen weten wat daar mis mee is en of we niet gewoon moeten inzetten op betere voorlichting, zodat mensen een weloverwogen keuze kunnen maken, wat mogelijk tot effect heeft dat het aantal gegevens dat wordt gedeeld stijgt, zoals nu ook al is gebeurd.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Afrondend. Ik denk dat er met dit antwoord ook nog wel een taak ligt in het voorlichten over wat er precies wel of niet met gegevens gebeurt, want een deel van de mensen zal inderdaad heel goed weten of gegevens worden gedeeld en daar ook actief achter staan of toestemming voor geven. Maar er is ook een groep die zich daar misschien niet bewust van is, zich niet bewust is van de mogelijkheid om daar "nee" tegen te zeggen of zich straks niet bewust is van de mogelijkheid om bezwaar te maken. Ik vind het dus toch ingewikkeld dat we nu afstappen van het systeem van vragen voor expliciete toestemming, op één onderdeel dan, en nu overgaan op een systeem waarbij mensen bezwaar kunnen maken. Waarom verwacht u dat dat beter werkt voor mensen om een welbewuste keuze te maken dan het systeem zoals dat er nu is?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): De wet introduceert nu de verplichting voor de zorgaanbieders om de gegevens op verzoek van de gemeente te leveren. Ik kan me heel goed voorstellen dat er situaties zijn waarin artsen mensen graag willen helpen aan een zorgverzekering of willen doorgeleiden naar hulp, maar zou je dat initiatief daarvoor dan niet bij de zorgverlener moeten leggen in plaats van bij de gemeente?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Als ik de nota van wijziging lees, dan staat het woordje "desgevraagd" in het specifieke wetsartikel, maar bij de toelichting wordt er wel degelijk verwezen naar een verplichting voor de zorgaanbieder — als ik het goed heb begrepen, maar ik hoor graag als dat niet zo is. Maar mijn vraag is eigenlijk ook: waarom kiest de minister ervoor om juist op dit punt zonder instemming gegevens te delen van mensen die mogelijk zorg mijden vanwege wantrouwen tegen instanties? Denkt u niet dat dat uiteindelijk een averechts effect zal hebben?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Ik blijf het toch ingewikkeld vinden dat we dan eigenlijk voorbijstappen aan het punt dat iemand, in ieder geval wat onze fractie betreft, zelf zou moeten kunnen kiezen of gegevens al dan niet gedeeld worden. Ligt er niet juist een taak voor de overheid om er actiever voor te zorgen dat iemand de juiste keuze zou kunnen maken op het moment dat iemand zich mogelijk in een moeilijke situatie bevindt om die vraag goed te kunnen beoordelen, om er een correct antwoord op te geven of hij dat wel of niet zou willen, zodat iemand daar actief op kan handelen, hoe moeilijk die situatie ook is?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Over dit laatste punt van bezwaar had ik in mijn inbreng ook nog een aantal vragen gesteld. Mogelijk komt de minister daar later op terug. Ik heb ze misschien bij een ander blokje gesteld, maar het ziet ook op het punt van …
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Dan wacht ik dat eventjes af.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Excuus, voorzitter. Ik had eigenlijk nog een vraag over het vorige punt. Ik realiseerde niet helemaal dat u al door het blokje over het bevolkingsonderzoek heen was.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): In mijn inbreng heb ik gepleit voor het geven van expliciete toestemming. Daar stappen we nu vanaf. Ik zou de minister toch graag het volgende willen vragen. Ik ontving net een berichtje — ik weet dat het één berichtje is — van iemand die zegt: als mijn gegevens gedeeld gaan worden, weet ik niet of ik nog deelneem aan een bevolkingsonderzoek. Volgens mij is dat een signaal dat we serieus moeten nemen, ook al is het maar één mail. Even los van het feit dat je dan onder de nieuwe wet bezwaar kunt maken, hoe gaat de minister mensen meenemen in … Waar doet u dit voor, minister? Waarom is het volgens u belangrijk dat dit wel op deze manier gebeurt? Waar gaan die gegevens dan naartoe?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Ik zat mijn hoofd nog een beetje te breken over de zin die de minister net uitsprak over de EHDS en hoe de ene opt-out zich verhoudt tot de andere. De minister zei, als ik haar even vrij mag citeren: mochten we tot de conclusie komen dat de opt-out in het wetsvoorstel niet kan blijven bestaan naast de opt-out onder de EHDS, dan informeer ik de Kamer daarover. Maar ik dacht daarvoor te horen dat de EHDS ruimte laat voor mogelijkheden op nationaal niveau. Ik kan deze stellingen dus niet helemaal rijmen. Kan het dan zo zijn dat de opt-out in het wetsvoorstel komt te vervallen of niet geldig is?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Maeijer (PVV): Dank u, voorzitter. Dank ook aan de minister voor de antwoorden. Gegevensdeling in de zorg is belangrijk, maar de patiënten en betrokkenen moeten wat ons betreft de regie houden. Namens de PVV heb ik daarom een aantal amendementen ingediend die uitgaan van expliciete toestemming voor gegevensdeling door degenen van wie de gegevens zijn. Voorzitter. Dat gezegd hebbende: mocht deze wet worden aangenomen, dan ligt er, denk ik, ook een belangrijke taak voor de minister om mensen voor te lichten over de mogelijkheden die ze onder de nieuwe wet hebben ten aanzien van het maken van bezwaar dan wel de mogelijkheid van een opt-out. Er ligt ook zeker de taak om hen voor te lichten over het doel en het nut van gegevensdeling, want dat is volgens mij net zo belangrijk. Dan kunnen mensen daar bewust over nadenken en kunnen zij een bewuste keuze maken. Ik zie ook zeker de taak voor de minister om daarover na te denken, waarborgen te leveren en te zorgen voor de veiligheid van de gegevens die worden gedeeld. Dank u, voorzitter.
Bron, video en gesprek →