KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

Gideon Van Meijeren

FVD →
62debatten
517bijdragen
282interrupties
88.082woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
24 sep 2026 · Kamerstuk

de bevindingen van de Algemene Rekenkamer dat 10.000 aangiften niet door de politie worden onderzocht

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Mevrouw Martens-America gaf zojuist aan dat de minister de Kamer niet onjuist geïnformeerd heeft, maar dat hij slechts een ongelukkig voorbeeld heeft gebruikt, dat niet representatief was voor de werkelijkheid, waardoor er een verkeerd beeld is ontstaan. Nu heb ik de overtuiging — ik kan het ook aantonen — dat de minister de Kamer wel degelijk feitelijk en aantoonbaar onjuist heeft geïnformeerd. Dat is geen kwestie van interpretatie. Ik citeer wat deze minister heeft gezegd bij het wetgevingsoverleg van 23 juni jongstleden. Ik heb het verslag hier liggen. "Daarnaast gaat het in het rapport van de Rekenkamer ook voor een heel groot deel over meldingen. Tja, als je een melding hebt, dus niet eens een aangifte, zonder enig aanknopingspunt voor de opsporing — je hebt dus niet eens een begin van een dader of wat dan ook in beeld — gaat de politie daar natuurlijk haar recherchecapaciteit niet op inzetten. In meer dan de helft van de gevallen die genoemd worden, is dat het geval." Dat is feitelijk en aantoonbaar onjuist, want het is in minder dan 10% van de gevallen het geval. Erkent mevrouw Martens-America dat de minister de Kamer ten aanzien van dit punt feitelijk en aantoonbaar onjuist heeft geïnformeerd?

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): De reden dat ik een paar handgebaren maakte, was omdat ik niet wilde dat het mij opnieuw een interruptie zou kosten als mevrouw Martens-America het trucje toepast om met één woord een non-antwoord te geven op mijn vraag. Het voorbeeld dat zij aanhaalt, is slechts een van de gevallen. Wil zij reageren op het voorbeeld dat ík aanhaalde, op het citaat dat ík zojuist aanhaalde? Daarin beweerde de minister glashard en zonder enige nuance dat in meer dan de helft van de gevallen die genoemd worden in het rapport van de Algemene Rekenkamer sprake is van meldingen waarbij er geen enkel aanknopingspunt was voor wie de dader zou zijn en het dus volstrekt vanzelfsprekend was dat daar geen recherchecapaciteit voor werd ingezet. Kan ik daar een reactie op krijgen, zonder dat mevrouw Martens-America ons afleidt met andere voorbeelden, waar ik het nu niet over heb?

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Wederom gaat mevrouw Martens-America niet in op het concrete punt dat ik noem. Niet alleen ik zeg dat de minister de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. Zo oordeelt ook de Algemene Rekenkamer, die nota bene zelf het rapport heeft opgesteld. Die gebruikt buitengewoon stevige bewoordingen — hoogst ongebruikelijk voor zo'n instituut — en zegt dat de minister de Kamer op het verkeerde been heeft gezet. Dat mevrouw Martens-America dat hier probeert af te doen als een ongelukkig voorbeeld, dat gebagatelliseerd kan worden, vind ik heel erg onacceptabel, omdat juist van een coalitiepartij verwacht mag worden dat zij ook de eigen bewindspersonen ten aanzien van dit soort fundamentele vertrouwenskwesties ter verantwoording durft te roepen.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Eerst een paar feiten en dan een vraag. De Algemene Rekenkamer presenteerde op 18 juni jongstleden een rapport waaruit bleek dat in het jaar 2024 10.000 aangiften van ernstige misdrijven op de plank zijn blijven liggen. De Kamer schrok daarvan, eiste opheldering en ging op 23 juni, vijf dagen later, met deze minister in debat. Deze minister zei: belangrijke nuancering, in ruim de helft van die gevallen, van die cijfers van de Algemene Rekenkamer, gaat het slechts over meldingen met geen enkel aanknopingspunt voor opsporing. De Kamer kon dat niet controleren en had geen andere keuze dan de minister op zijn blauwe ogen te vertrouwen. Deze week zegt de Algemene Rekenkamer: "Dat is niet waar. De minister heeft de Kamer onjuist geïnformeerd. Het is slechts 10% van de gevallen."

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Vraag: blijft mevrouw Straatman erbij dat de minister de Kamer niet op het verkeerde been heeft gezet, en, zo ja, waarom?

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Dank u wel. Net als de Rekenkamer, de voltallige oppositie en iedereen die begrijpend kan lezen, kan ik die zaken heel goed van elkaar onderscheiden. Mevrouw Straatman werpt hier een rookgordijn op om af te leiden van het feit dat de minister de Kamer onjuist heeft geïnformeerd. We zouden vandaag een debat kunnen voeren over de vraag of dat bewust of onbewust is gedaan. Ik ben ervan overtuigd dat hier kwade opzet achter schuilgaat, en dat kan ik ook aantonen. Maar daar zou het debat over kunnen gaan. Dat hier opnieuw een lid van een coalitiepartij ontkent dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd, raakt ook het vertrouwensbeginsel. Op deze manier, als leden van de coalitie niet meer te goeder trouw beoordelen of ministers de Kamer volledig hebben geïnformeerd, verliest het vertrouwensbeginsel, de vertrouwensregel zijn kracht. Daarmee ondermijnt de coalitie vandaag de rechtsstaat.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Spreekbeurt

De heer Van Meijeren (FVD): Voorzitter. Het gaat vandaag primair over de vraag of deze minister de Kamer juist of onjuist heeft geïnformeerd over het aantal aangiftes van ernstige misdrijven dat jaarlijks op de plank blijft liggen. Het gaat over de vraag: indien de minister de Kamer onjuist heeft geïnformeerd, is dat bewust of onbewust gebeurd? Daarmee gaat het automatisch ook over de vraag: kan de Kamer deze minister vertrouwen? Ik zal deze aspecten kort aanstippen. Het antwoord op de vraag of de Kamer onjuist is geïnformeerd, is evident en volmondig: ja. Ik zal het nog even kort toelichten. De Algemene Rekenkamer komt met een rapport waaruit blijkt dat in het jaar 2024 10.000 aangiftes van ernstige misdrijven op de plank zijn blijven liggen. De minister zei daarover: dat moet genuanceerd worden, want in ruim de helft van de gevallen gaat het slechts om meldingen. Daarmee bagatelliseerde hij het enorm. Inmiddels heeft de Algemene Rekenkamer gezegd: nee, nee, nee, nee, nee, dat gaat zeker niet in de helft van de gevallen over meldingen, in slechts 10% van de gevallen; dit is evident onjuist. Dan de vraag: is dat bewust of onbewust gebeurd? Als de minister zich zou hebben vergist, dan zou hij hebben gezegd: "O, excuus. Dit was inderdaad niet juist. Ik heb een verschillende methode gebruikt. Ik heb wat cijfers door elkaar gehaald. Ik had niet moeten zeggen dat die cijfers van de Algemene Rekenkamer op deze manier in elkaar zitten." Maar dat heeft de minister niet gedaan, terwijl de minister van tevoren wist dat de Algemene Rekenkamer een andere rekenmethode hanteert. Dat blijkt al uit zijn bestuursconsultatie van april 2026. Hij wist dat hij de cijfers verkeerd interpreteerde. In plaats van dit te erkennen en weer terug te gaan naar de inhoud van het debat, is hij zich in allerlei bochten gaan wringen, drogredeneringen gaan hanteren, het standpunt van de Algemene Rekenkamer verkeerd gaan weergeven, alles met als kennelijke doel om de Tweede Kamer te misleiden en de belangrijkste en meest vooraanstaande aanbeveling van de Algemene Rekenkamer schaamteloos terzijde te kunnen schuiven. Vanzelfsprekend roept dat ook de vertrouwensvraag op. De motie van wantrouwen die onder voorbehoud al is aangekondigd, zal Forum voor Democratie steunen. Tenzij er een wonder gebeurt vanavond, maar wij hebben ernstige redenen om deze minister ten zeerste te wantrouwen. Maar daarmee verkeren wij niet in de naïeve veronderstelling dat dat ook het probleem oplost. Het probleem is namelijk niet één liegende minister. Het probleem is een trend die al jarenlang gaande is, van opeenvolgende ministers die de Kamer misleiden, op het verkeerde been zetten, verkeerd informeren en daar vervolgens over liegen. We zien steeds hetzelfde riedeltje. De Kamer is geschokt. Er wordt een motie van wantrouwen ingediend. Die wordt al dan niet aangenomen. De minister gaat een halfjaar in de wachtgeldregeling zitten totdat hij ergens burgemeester kan worden. Meneer de voorzitter. Het probleem blijft, want dat probleem zit in de cultuur, in de ambtenarij. Het zijn de ambtenaren die deze teksten schrijven. Het zijn de ambtenaren die blijven zitten, die het beleid in hoofdlijnen bepalen. De minister is de woordvoerder. Die spreekt uit wat de ambtenaren hebben verzonnen. De minister is de passant, die komt en gaat. De ambtenarij, daar zit het rot. Daarom wil ik deze minister vragen of hij bereid is om ook het functioneren van zijn ambtenaren, het hele systeem dat daaromheen is opgetuigd, onder de loep te nemen en te onderzoeken welke verbeteringen daar vatbaar zijn. Want we als we dadelijk hier met een volgende VVD-minister zitten die op dezelfde voet doorgaat, dan zal dit probleem nooit worden opgelost. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Deze minister blijft met droge ogen volhouden dat hij de Kamer niet onjuist heeft geïnformeerd, maar om dat te onderbouwen geeft hij zijn gewraakte uitlatingen eerst verkeerd weer, om vervolgens die verkeerd weergegeven uitlatingen te verdedigen. Nu verkeren wij in de luxepositie dat alles wat wij hier in het debat uitspreken, woordelijk wordt opgeschreven door onze geweldige medewerkers van de Dienst Verslag en Redactie. Mijn eerste vraag is daarom: heeft deze minister kennisgenomen van het stenogram van het wetgevingsoverleg dat plaatsvond op 23 juni 2026? En heeft de minister daar bepaalde opmerkingen bij of correcties doorgevoerd — dit als vervolg op de vorige vraag — of kan hij zich vinden in het woordelijk verslag zoals dat hier op papier staat?

Bron, video en gesprek →
24 sep 2026 · Interruptie

De heer Van Meijeren (FVD): Deze minister herhaalt hier wat hij de hele tijd doet. Iedereen die de moeite neemt om het woordelijk verslag op te zoeken, kan controleren dat de minister hier wederom zijn woorden verkeerd weergeeft. Het ging helemaal niet over die 7.000 zaken. Het ging over alle 10.000 zaken, en daarover zei de minister dat er in ruim de helft van de gevallen, dus van al die 10.000 zaken in ruim de helft daarvan, slechts sprake was van een melding, en dan ook nog eens een melding zonder aanknopingspunt voor vervolging. Dat is toch feitelijk onjuist?

Bron, video en gesprek →
25 sep 2026 · Spreekbeurt

De heer Van Meijeren (FVD): Voorzitter. Het willens en wetens misleiden van de Tweede Kamer en daar vervolgens oneerlijk over zijn, waaraan deze minister zich aantoonbaar schuldig heeft gemaakt, betreft niet alleen een schoffering van artikel 68 van de Grondwet, maar daarmee ook een schoffering van het parlement en een schoffering van de kiezer. Ik wil er nog even bij stilstaan dat dit debat ook een schoffering betreft van alle slachtoffers van die ernstige misdrijven. We hebben het hier over verkrachtingen met geweld, ernstige geweldsmisdrijven en slachtoffers die aangifte doen waar tot op de dag van vandaag niets mee gebeurd is. Die hadden gehoopt vanavond van ons te horen wat wij gaan doen om die achterstanden weg te werken en die daders zo snel mogelijk achter slot en grendel te krijgen. Dat debat is vanavond onvoldoende gevoerd, omdat het volledig is ondergesneeuwd door de eveneens fundamentele vertrouwensvraag. Maar de slachtoffers mogen er niet de dupe van worden dat dit debat hen helemaal geen steek verder heeft geholpen. Daarom eindig ik vandaag niet met een motie, maar met een vooraankondiging dat ik bij de regeling van werkzaamheden het verzoek zal doen om alsnog een volwaardig plenair debat te voeren over de uitkomsten van de Algemene Rekenkamer, waar het vandaag eigenlijk over had moeten gaan. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →