KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

Gideon Van Meijeren

FVD →
62debatten
517bijdragen
282interrupties
88.082woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
15 apr 2026 · Spreekbeurt

De heer Van Meijeren (FVD): Voorzitter. In tegenstelling tot mevrouw Bikker, de heer Van Dijk en ook mevrouw Paulusma heb ik besloten om vandaag mijn inbreng niet te beginnen met mijn visie op de reis naar de maan! Ik ga dus direct over naar de inhoud van dit debat. Voorzitter. Laat ik meteen met de deur in huis vallen. Ik heb met de nodige walging kennisgenomen van het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken. De regering stelt voor om de definitie van een embryo te herzien. In de nieuwe definitie worden naast het klassieke embryo, dat is ontstaan door de versmelting van een in het vrouwelijke lichaam geproduceerde eicel en een in het mannelijke lichaam geproduceerde zaadcel, oftewel het embryo dat wij ooit allemaal waren, nu ook expliciet een aantal andere entiteiten onder die definitie gebracht. Dat zijn bijvoorbeeld embryo's die tot stand worden gebracht door celkerntransplantatie, de techniek waarmee schaap Dolly is gekloond en waarmee in potentie ook mensen kunnen worden gekloond. Het zijn ook embryo's die zijn ontstaan door lichaamscellen, zoals een huidcel, in een petrischaaltje te herprogrammeren tot zaadcel of eicel en vervolgens die zaadcel en die eicel met elkaar te laten versmelten. Daarmee ontstaat een techniek waarmee het mogelijk wordt dat twee mensen van hetzelfde geslacht samen een kind krijgen of dat één mens zich voortplant met zichzelf. Ik noem ook embryo's die zijn ontstaan door de celkern van een menselijke lichaamscel in te brengen in een dierlijke eicel, de zogenaamde mens-diercombinatie. Als dat geen walging oproept, wat dan nog wel? Ik realiseer me dat walging een emotionele reactie is. In de aanloop naar dit debat bleek het ook niet zo heel eenvoudig om die weerstand die ik voel te vertalen naar rationale argumenten. Soms voel je in iedere vezel van je lichaam dat iets fundamenteel fout is, maar kun je niet geheel objectiveren en tot uitdrukking brengen waarom dat nou precies zo is. In het kader daarvan is het interessant om even te wijzen op een invloedrijk essay met de naam The wisdom of repugnance, de wijsheid van walging, van een vooraanstaande Amerikaanse bio-ethicus en filosoof. Hij stelt daarin dat walging soms een wijsheid bevat die dieper zit dan onze argumenten. Hij betoogt dat wanneer men terugdeinst voor een bepaalde praktijk, dat niet zou moeten worden weggewuifd als iets louter irrationeels, maar zou moeten worden gezien als een signaal dat er iets wezenlijks op het spel staat wat we nog niet helemaal onder woorden kunnen brengen. Toch ga ik natuurlijk een poging doen om mijn bezwaren onder woorden te brengen. Mijn grootste bezwaar tegen het wetsvoorstel is erin gelegen dat het een frontale aanval bevat op de beschermwaardigheid van het menselijk leven. Dat zou ons allemaal zorgen moeten baren. Geen enkele partij in deze Kamer ontkent dat het menselijk leven überhaupt beschermwaardig is. Zo ontkent ook geen enkele partij in deze Kamer het belang van de verbetering van medische zorg. Zoals bij vrijwel alle medisch-ethische vraagstukken is de vraag: waar leggen we de grens in de belangenafweging? In dit geval zien we dat het belang van de beschermwaardigheid van het leven fors moet inboeten ten gunste van het belang van de wetenschap, terwijl de daadwerkelijke concrete voordelen voor de medische zorg zelf, die direct voortvloeien uit de nieuwe technieken die worden gereguleerd, nog heel hypothetisch, twijfelachtig en indirect zijn. Juist ten aanzien van de beschermwaardigheid van het menselijk leven verandert dit wetsvoorstel op een aantal fundamentele punten hoe naar menselijk leven wordt gekeken. In de huidige definitie wordt nog het criterium gehanteerd van een cel of een samenhangend geheel van cellen met het vermogen om uit te groeien tot mens. In de nieuwe definitie wordt juist dit criterium, het vermogen om uit te groeien tot mens, de kern van de beschermwaardigheid van dergelijke entiteiten, helemaal losgelaten. De reden die wordt genoemd, is dat de potentie bij de toegevoegde entiteiten in het tweede deel van de voorgestelde definitie in een aantal gevallen niet of nauwelijks is vast te stellen. Van een klassiek embryo, ontstaan uit een door een zaadcel bevruchte eicel, is bekend dat het het vermogen heeft om uit te groeien tot mens, maar bij die in elkaar geknutselde entiteiten, waarbij menselijk DNA in dierlijke eicellen wordt gestopt en andere experimenten worden gedaan, is het nog maar zeer de vraag wat dat voor gevolgen heeft en tot wat voor creaties dat mogelijk gaat leiden. Deze entiteiten worden nu allemaal op één hoop gegooid met het klassieke embryo. Menselijk leven verwordt tot een anoniem, relatieloos onderzoeksobject, een product, een grondstof waarmee geld verdiend kan worden. Menselijk leven wordt in een laboratorium geproduceerd. Er wordt wat onderzoek op losgelaten, de resultaten worden genoteerd en het onderzoeksobject wordt na twee weken weer doodgemaakt. Nou, geslaagd experiment; wat zullen we nu eens gaan onderzoeken? Voorzitter. Dit voorstel en de daarmee gepaard gaande inbreuk op de beschermwaardigheid van het leven staan niet op zichzelf. In Nederland zien we al langere tijd een zorgwekkende verschuiving in de manier waarop de waarde van menselijk leven wordt gewogen. Onder het mom van zogenaamde progressieve waarden en wetenschappelijke vooruitgang zagen we bijvoorbeeld hoe euthanasie werd gelegaliseerd en stap voor stap werd verruimd: van ondragelijk lichamelijk lijden naar psychisch lijden, tot het toestaan ervan voor minderjarigen en psychiatrische patiënten, tot we nu spreken van: ach, euthanasie kunnen we net zo goed toepassen bij iedereen van wie het leven voltooid is. We hebben abortus genormaliseerd. Het is uitgegroeid tot een massa-industrie, met ieder kwartier een abortus. Voor een abortus hoef je tegenwoordig de deur niet eens meer uit. Abortuspillen zijn inmiddels in vijf minuten te bestellen via internet. Die vliegen als warme broodjes over de toonbank. Het is illegaal. De minister weet het, maar weigert handhavend op te treden. Dat zegt ook iets over normen en waarden. De maakbaarheid van het menselijk leven wordt genormaliseerd. We hebben inmiddels het punt bereikt dat kinderen worden aangemoedigd tot medische procedures die hun lichaam onomkeerbaar verminken en leiden tot onvruchtbaarheid. En dan is er vandaag dit voorstel tot wijziging van de Embryowet, waarbij de intrinsieke waarde van beginnend menselijk leven in toenemende mate ondergeschikt wordt gemaakt aan de wetenschap. Meneer de voorzitter. Het valt mij op dat deze kwesties vrijwel altijd op zichzelf beschouwd worden. Die worden gepresenteerd als slechts een kleine, noodzakelijke, met voldoende waarborgen omklede stap, vaak in combinatie met een paar schrijnende voorbeelden, die sterk worden uitvergroot. En — hop! — we zijn weer een stap verder. Ik denk dat het belangrijk is om deze thema's niet steeds geïsoleerd van elkaar te bekijken en te verzanden in details, maar om juist uit te zoomen en het te hebben over een patroon dat zichtbaar is en over de gevolgen daarvan. Door de jaren heen en bij elkaar opgeteld wordt namelijk duidelijk dat we ons bewegen in één richting, richting een samenleving waarin het menselijk leven steeds minder waard wordt en meer wordt behandeld als een kwestie van individuele keuze, technologische innovatie en economische bruikbaarheid. Wat zijn de gevolgen daarvan voor een samenleving op de langere termijn? Niemand van ons heeft een glazen bol, maar vanuit de politiek is het ook belangrijk om vooruit te durven kijken. De regering toont geen enkele visie. Die lijkt totaal niet bezig met de mogelijk riskante langetermijneffecten voor onze samenleving. Ook in de memorie van toelichting wordt alles vanuit een technisch oogpunt belicht. Neem bijvoorbeeld de passage over die mens-diercombinaties. Er staat, en ik citeer: "Denk hierbij aan een varkensembryo waarin menselijke stamcellen worden geplaatst die een menselijke lever in het embryo ontwikkelen. (…) Het doel is dat het varken zich dan ontwikkelt als een 'normaal' varken, maar met een menselijke lever. Deze menselijke lever zou dan vervolgens kunnen worden getransplanteerd naar een mens." Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het ongetwijfeld ontzettend knap en indrukwekkend, maar wat betekent het voor de leefstijl van mensen als ze weten dat ze toch nog ergens een paar levers of andere organen als reserve op voorraad hebben liggen? Wat gebeurt er als je gaat morrelen aan de fundamentele zekerheden van het leven, waar onze hele samenleving, met al haar sociale structuren, op is gebouwd? Neem bijvoorbeeld de zekerheid dat voor voortplanting een man-vrouwrelatie noodzakelijk is. In de antropologie wordt het gegeven dat je voor een kind een ander nodig hebt — en niet zomaar een ander, maar iemand van het andere geslacht — beschouwd als de meest basale, de meest primaire reden dat mensen duurzame relaties met elkaar aangaan. Als voortplanting een individueel project wordt — het is mijn huidcel, mijn geslachtscel, mijn embryo; het is mijn kind — dan verdwijnt de noodzaak van die band. Wat doet dat met de positie van het gezin als hoeksteen van de samenleving, de plek waar een kind zich veilig moet kunnen ontwikkelen? Dat is de plek waar een kind leert dat de wereld niet om hem of haar draait, dat er een vader en een moeder is, elk met hun eigen gezag en eigen perspectief, en broers en zussen, waarmee je een bloedband hebt. Als het traditionele gezin vervangen wordt door een model waarbij alle wensouders alleen of samen met iemand anders als het ware een kind kunnen bestellen met alle door hen gewenste eigenschappen, verliezen we het vermogen om ook het onverwachte, het oncontroleerbare en het kwetsbare van het leven te aanvaarden. Voorzitter. Als we gaan morrelen aan de fundamentele grenzen van het menselijk leven met kiembaanmodificatie, synthetische embryo's, genetische optimalisatie, designerbaby's en andere ontwikkelingen, dan is dat niet alleen een technische verandering, maar een verandering van ons hele mensbeeld. De mens is dan niet langer een wezen dat gegeven is met een eigen menselijke waardigheid, maar een wezen dat gemaakt wordt en dus ook verbeterd, geoptimaliseerd of afgekeurd kan worden. Voorzitter, ik rond af. Niet alles wat technisch mogelijk is, moet ook worden toegestaan. Niet alles wat de wetenschap kan, moet de wetgever faciliteren. Er zijn grenzen. Die grenzen vloeien voort uit een eeuwenoud besef van wat de mens is en wat hem onderscheidt van een product, een grondstof of een onderzoeksobject. FVD wil die grenzen bewaken. Wij koesteren de zekerheid dat menselijk leven intrinsieke waarde heeft, ongeacht de staat of het stadium waarin het verkeert. De zekerheid dat alleen een man en een vrouw samen nieuw leven kunnen creëren, en dat het niet iets is wat je met iemand van hetzelfde geslacht of in je eentje in een laboratorium regelt. De zekerheid dat een kind niet maakbaar is. Voorzitter. Het zijn stuk voor stuk zekerheden die functioneren als pilaren waar onze samenleving op is gebouwd. Alle voorgaande generaties hebben die pilaren gerespecteerd, nooit uitgedaagd. Nu zien we hoe er in enkele generaties steeds verder aan gemorreld wordt, met onvoorzienbare consequenties voor onze manier van leven. Die trend moet worden gekeerd. Daarom zal FVD dit wetsvoorstel niet steunen. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →