Economische impact gewapend conflict Midden-Oosten
Brontekst
Versie cbd0a21275ee3abf · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 432De situatie in het Midden-OostenNr. 666 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN ENKLIMAAT, VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID, VANKLIMAAT EN GROENE GROEI EN VAN BUITENLANDSE HANDELEN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN DE STAATSSECRE-TARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 maart 2026Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 maart 2026Naar aanleiding van het verzoek van het lid Van der Lee (Groenlinks-PvdA)om een brief over de economische effecten van de oorlog, de toezeggingvan Staatssecretaris Eerenberg tijdens het vragenuur van 10 maart ennaar aanleiding van het debat over Iran van 12 maart sturen we u, medenamens de Minister van Financiën, deze brief.De Verenigde Staten en Israël voeren sinds zaterdag 28 februari luchtaan-vallen uit op Iraanse doelen. Als tegenreactie heeft Iran aanvallenuitgevoerd op Israël, Amerikaanse bases in de regio, andere landen in deregio en olietankers in de straat van Hormuz, welke momenteel niet meerbegaanbaar is voor scheepvaart. Ook infrastructuur voor de productie vanolie en LNG in de Golfregio zijn daarbij bewust en onbewust doelwit.Het conflict is eerst en vooral ontwrichtend voor de burgers in verschil-lende landen die ongewild worden getroffen en nu in angst leven. Zoalseerder gemeld in de Kamerbrief van 3 maart1 veroordeelt het kabinet metklem de Iraanse aanvallen op de civiele infrastructuur van landen die nietbetrokken waren bij dit conflict. De veiligheid van Nederlanders heeft voorhet kabinet de hoogste prioriteit. Het kabinet leeft mee met alle Neder-landers in de regio en iedereen die zich zorgen maakt over familie en1Zie Kamerbrief van de Minister van Buitenlandse Zaken, «De Amerikaanse en Israëlischeaanvallen op Iran en de mitigerende maatregelen die de regering neemt tegen de negatieveconsequenties van de oorlog voor Nederland en Europa», 3 maart 2026, Kamerstuk 23 432,nr. 631. kst-23432-666ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6661 naasten in de regio. Nederland trekt nauw op met Europese partners enmet partners in de regio om te zorgen voor de-escalatie, het bevorderenvan een diplomatieke oplossing en om de gevolgen van het conflict voorNederland zoveel als mogelijk te beperken. Tijdens de ingelaste RaadBuitenlandse Zaken op 1 maart heeft Nederland ook daar aandachtgevraagd voor de-escalatie, secundaire gevolgen van het conflict voorEuropa en solidariteit met de Golfstaten. Het kabinet blijft alle partijenoproepen zich te houden aan het internationaal recht.Het kabinet begrijpt de zorgen van huishoudens en ondernemers over deeconomische effecten van dit conflict. Het kabinet neemt deze zorgenserieus. De huidige situatie duidt het kabinet als volgt. Aan de ene kantzijn de energieprijzen nog niet zo hoog als in 2022. Zolang er voldoendeolie en gas beschikbaar blijft op de wereldmarkt heeft het kabinet geenacute zorgen over mogelijke fysieke tekorten. Aan de andere kant is desituatie omgeven met grote onzekerheid en kunnen bredere economischeeffecten optreden naar gelang de spanning in de regio aanhoudt. Hetkabinet houdt de situatie nauwlettend in de gaten en brengt de komendetijd potentiële maatregelen in kaart voor gerichte ondersteuning, inclusieffinanciële consequenties. Mocht de situatie verslechteren en in detoekomst vragen om steun, dan heeft het kabinet de benodigde voorberei-dingen getroffen. Deze kunnen in de bredere lasten-/koopkrachtbesluit-vorming in augustus meegenomen worden. Bij eventuele maatregelenhoren ook keuzes ten aanzien van de financiële dekking van dezemaatregelen.In het vervolg van deze Kamerbrief gaat het kabinet achtereenvolgens inop de onzekerheid over de verdere ontwikkeling, de actuele situatie op deenergiemarkten, de economische doorwerking en de voorbereiding opmogelijke handelingsopties.Onzekerheid over verdere ontwikkelingDe verdere ontwikkeling van het conflict in het Midden-Oosten blijft op ditmoment onzeker. De situatie ter plaatse is dynamisch en kan zich inverschillende richtingen ontwikkelen. Onder andere om deze reden is hetniet verstandig om te snel in te grijpen.Met name de duur en de omvang van het conflict zijn hierbij bepalendvoor de economische effecten. Over het algemeen geldt, hoe langer enhoe omvangrijker het conflict, hoe groter de doorwerking op de Neder-landse economie en op huishoudens en bedrijven. Tegelijkertijd is deeconomie veerkrachtig. Zo heeft het verleden geleerd dat de economiezich kan aanpassen naarmate een situatie langer duurt.Actuele situatie energiemarktenDe ontwikkelingen in het Midden-Oosten hebben geleid tot prijsstijgingenvan olie (16 maart: rond de 105 dollar per vat) en gas (16 maart: rond de50 euro per megawattuur) en dit werkt door in de prijzen van energie-intensieve producten. Het kabinet begrijpt de zorgen die hierover leven inde samenleving. Zo’n plotselinge prijsstijging wordt meteen zichtbaar aande pomp en kan doorwerken in de energierekening.Nederland importeert niet direct veel gas uit de Golfregio, maar via demondiale markt worden ook Nederlandse huishoudens en bedrijven welblootgesteld aan prijsstijgingen. De Nederlandse en Europese gasvoor-raden staan op dit moment laag, wat gebruikelijk is voor de periode na dewinter en voor het vulseizoen dat 1 april van start gaat. Wel is relevant dathet huidige niveau lager is dan voorgaande jaren in dezelfde periode enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6662 dat de vulopgave het aankomende seizoen dus groter is. Dit komt mededoor het stoppen van de activiteiten van GasTerra, deze bergingenworden leeg opgeleverd voor het nieuwe vulseizoen.De wereldwijde markt voor LNG is erg flexibel, wat betekent dat het ook ineen langdurig conflictscenario mogelijk blijft om voldoende LNG tegenhogere prijzen aan te trekken om de gasopslagen te vullen. Nietteminschuilt er een risico dat de voorraden in de zomer (het vulseizoen) tegenhogere prijzen gevuld worden dan waartegen ze volgende winter weer opde markt gebracht kunnen worden. Bij een dergelijke commercieelonaantrekkelijke situatie zullen marktpartijen de gasbergingen niet of teweinig vullen. Op dit moment blijven de gasfutures voor de jaren na 2027stabiel en laag, wat erop wijst dat de markt verwacht dat er danvoldoende LNG beschikbaar is op de wereldmarkt. In situaties datmarktpartijen niet vullen, om commerciële redenen of door beperkingenaan toegang, kan EBN maximaal 80 TWh vullen van het totale vuldoel van115 TWh.De huidige olie- en gasprijzen zijn hoog, maar bezien in historischperspectief niet uitzonderlijk. Zo zijn er in het verleden vaak prijspiekengeweest als gevolg van langdurige kou of geopolitieke spanningen, neembijvoorbeeld de energiecrisis van 2022. Toen doorbrak de gasprijs inaugustus 2022 kortstondig een uitzonderlijk prijsniveau van 300 euro permegawattuur, en bleef deze ruim een jaar rond de 100 euro permegawattuur. Ook zijn er in recentere periodes energieprijzen geweestvan een vergelijkbaar niveau als de huidige prijzen. De wereldwijdegasproductiecapaciteit is sindsdien flink opgeschaald en wordt nog steedsverder opgeschaald, met name in de vorm van LNG.Het lijkt op dit moment niet waarschijnlijk dat er een prijsescalatie ontstaatin de orde grootte van de energiecrisis van 2022. Het ging destijds om eengroter deel van de Europese gastoevoer dat abrupt stopte, waarbij denoodzaak voor alternatieven directer was en we vanwege de toevoer viahoofdzakelijk pijpleidingen minder flexibiliteit hadden dan nu op demondiale LNG-markt via importterminals. Ook moest er destijds wordenovergestapt naar nieuwe aanbieders voor op de lange termijn, terwijl wein de huidige situatie waarschijnlijk weer bij dezelfde aanbieders terugkunnen keren als het conflict voorbij is.Daarbij zijn er factoren die de prijsstijgingen kunnen mitigeren. Zo wordter een toename verwacht van het aanbod LNG uit vooral de VS en zien wedat veel Aziatische landen overschakelen van gas naar kolen. Hoewel ditnadelig is voor het klimaat heeft dit een dempend effect op de gasprijs-stijging.Daarnaast brengt Nederland samen met 31 andere IEA-lidstaten400 miljoen vaten olie uit strategische reserves op de markt om de schadevan de disruptie op de oliemarkt en daarmee de prijspiek te beperken. Hetkabinet is voornemens voor het Nederlandse deel (ruim 5,36 miljoenvaten) vooral de strategische voorraden in te zetten die bedrijvenaanhouden (naar de verplichting uit Wet voorraadvorming aardoliepro-ducten 2012). De Nederlandse publieke voorraden onder beheer van hetCentraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten blijven dangrotendeels in reserve voor mogelijke schaarste in de toekomst. Ookhebben diverse OPEC-landen reeds aangegeven hun olieproductie vanafapril te willen verhogen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat een deelvan de productie uit de regio wordt omgeleid via de East-West crude oilpipeline in Saoedi-Arabië en de Abu Dhabi crude oil pipeline in deVerenigde Arabische Emiraten.Desondanks is het niet waarschijnlijk datdeze ontwikkelingen de volledige prijsstijgingen zullen kunnen opvangen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6663 Economische doorwerking voor huishoudens en bedrijvenDe potentiële economische impact voor huishoudens en bedrijven loopthoofdzakelijk langs vier verschillende kanalen: inflatie, handel (direct enindirect), financiële markten en investeringen.InflatieHet voornaamste kanaal waarlangs economische impact op de Neder-landse economie kan optreden is inflatie, die wordt gedreven door hogereenergieprijzen. Hoge inflatie kan impact hebben op zowel huishoudens alsbedrijven.Huishoudens merken stijgende olieprijzen direct doordat deze op kortetermijn zichtbaar zijn aan de pomp. Verreweg het grootste deel van deauto’s in het Nederlandse personenwagenpark (in 2024) is een benzi-neauto (83%), een kleine 6% rijdt op diesel. De benzine- en dieselprijzenzijn inmiddels gestegen naar een adviesprijs van respectievelijk 2,48 euroen 2,47 euro per liter (op 15 maart), een stijging van resp. zo’n 10% en22% ten opzichte van vorige maand. Het gemiddelde aandeel vanautobrandstof in de uitgaven van huishoudens is zo’n 5%. Er zijn ookhuishoudens die meer uitgeven aan autobrandstof; doorgaans nemen deuitgaven aan gereden kilometers toe met het huishoudinkomen.Hogere brandstofprijzen werken door in de bredere inflatie, waarbij heteffect groter is naarmate de hoge brandstofprijzen langer aanhouden.Indirect kan er daarnaast een prijsopdrijvend effect zijn via bedrijven diehogere energiekosten doorrekenen aan de consument, of hogerelooneisen die de prijzen van diensten opdrijven.Gasprijzen hebben over het algemeen met meer vertraging impact ophuishoudens. Het verschilt per huishouden hoe snel de groothandelsprijszich vertaalt naar de energierekening afhankelijk van de contractvorm. Opdit moment heeft meer dan de helft van alle Nederlanders een vastcontract voor 1 jaar of langer. Rond de 40% huishoudens heeft eenvariabel contract waarbij de prijs gedurende het jaar kan wordenaangepast. Dit betekent dat de meeste mensen op korte termijn nog nietgeraakt worden door prijsschommelingen, tenzij hun contract nu afloopt.Huishoudens met een dynamisch contract profiteren wanneer prijzen laagzijn, maar worden ook geraakt wanneer prijzen oplopen. Zij merkendaarmee nu direct de gevolgen van de gestegen gasprijs. Dit betreftongeveer 7% van de huishoudens. Op dit moment ligt de gasprijs voornieuwe vaste contracten ongeveer 10 cent hoger dan bij lopendecontracten, dit betekent voor een gemiddeld huishouden met een cv-keteleen kostenstijging van zo’n 100 euro op jaarbasis. Dit is een stijging van5% op de totale rekening. Ter vergelijking, in juni 2023 betaaldenhuishoudens met een gemiddeld energieverbruik zo’n 630 euro (of 37%)meer dan een jaar ervoor (hierbij is rekening gehouden met het prijs-plafond dat in januari 2023 van kracht werd).Voor zover hogere olie- en gasprijzen doorwerken in een hogere inflatie,kunnen huishoudens hiervan de gevolgen ondervinden in de vorm vaneen lagere koopkrachtgroei. Het kabinet begrijpt dat mensen hier zorgenover hebben. Het kabinet houdt daarom de situatie nauwlettend in degaten en beziet het brede koopkrachtbeeld aan de hand van actueleinzichten in augustus.Hogere energieprijzen raken ook het bedrijfsleven op verschillendemanieren. Zo is Nederland een netto energie-importeur met als gevolg datstijgende energieprijzen direct leiden tot hogere uitgaven aan energie-importen. Hierdoor blijven minder middelen beschikbaar voor andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6664 bestedingen die aan het bbp hadden kunnen bijdragen, zoals investe-ringen. De feitelijke economische effecten zullen sterk verschillen persector. Zo zien energie-intensieve bedrijven die energie inkopen tegenactuele marktprijzen hun productiekosten direct stijgen. In internationaalperspectief kent de Nederlandse industrie al relatief hoge energieprijzen.Dit kan de winstgevendheid en investeringsmogelijkheden drukken.Verder voorziet de Golfregio in 25–33% van de wereldwijde handel inbepaalde belangrijke grondstoffen bij de productie van kunstmest, zoalssulfur, ureum en ammoniak. Ook is de productie van kunstmest zeerenergie-intensief en werken de hogere energieprijzen hier sterk in deprijzen door. Dat kan vervolgens indirect doorwerken in hogere wereld-wijde voedselprijzen.HandelHet conflict heeft door beperkingen van vaarroutes ook impact op deNederlandse handel met de regio, niet gerelateerd aan energie. Dezehandelsstroom is relatief beperkt en heeft daarmee een beperktemacro-economische doorwerking. Voor bepaalde onderdelen van hetbedrijfsleven, die bijvoorbeeld een groot deel van hun omzet verdienenmet export naar de regio, kan dit echter wel serieuze gevolgen hebben.Door jarenlange sancties is er geen relevante directe handelsrelatie metIran die onder druk kan komen te staan. Met de overige landen in deGolfregio zal de handel zoveel mogelijk doorgaan, al staat deze onderdruk door de afsluiting van de Straat van Hormuz. De handelsrelatie metdeze landen bestaat voor het grootste deel uit energie-invoer.2 Daardoorzal de macro-economische impact primair via de energieprijzen lopen.Ook de goederenexport naar andere landen in de Golfregio staat onderdruk door de blokkade, mocht deze langdurig aan blijken te houden. In2025 werd vanuit Nederland geëxporteerd naar de Verenigde ArabischeEmiraten, Qatar, Koeweit, Irak en Bahrein. In totaal beslaat deze handelminder dan 1% van onze goederenexport en zal dus op macroniveaubeperkt tot niet doorwerken. De goederenexport naar Saudi-Arabië enOman is deels nog bereikbaar via zeeroutes omdat de landen niet (geheel)achter de straat van Hormuz liggen, maar is deels ook ontregeld. Ook ditbedraagt in totaal minder dan 1% van de Nederlandse goederenexport.3Dit neemt niet weg dat individuele bedrijven wel degelijk geraakt wordendoor de handelsverstoringen.Naast verstoring van directe handelsstromen leidt het conflict tot eenbredere verstoring van de wereldhandel doordat bepaalde vaarroutesgemeden worden. Als gevolg hiervan raken vaarschema’s van container-schepen verstoord en kunnen containerschepen vast komen te liggen. Datkan zorgen voor vertraagde levertijden en druk op containerprijzen. Dit ismomenteel nog niet met een significante ordegrootte aan de hand,containerprijzen liggen op een relatief laag punt in vergelijking tot deafgelopen jaren.Financiële marktenOok financiële markten kunnen reageren op verhoogde geopolitiekespanningen in de vorm van oplopende risicopremies en volatiliteit opaandelen- en obligatiemarkten. Direct na het uitbreken van het conflictliepen rentes aanvankelijk op, mede door de stijgende energieprijzen enhogere inflatieverwachtingen. Tegelijkertijd leidde de toegenomen2https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85427NED/table?ts=17727898171313https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85427NED/table?ts=1772789817131Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6665 geopolitieke onzekerheid tot een vlucht naar relatief veilige staatsobli-gaties, wat tussentijds ook neerwaartse druk op rentes gaf. Indien inflatieverder oploopt, bestaat de mogelijkheid dat centrale banken voorge-nomen verlagingen van de beleidsrente uitstellen of overgaan tot eenverhoging, om de inflatie te beperken en inflatieverwachtingen verankerdte houden.Ook aandelenmarkten staan in het rood, vooral Aziatische markten, maarfunctioneren ordelijk. Er is sprake van hogere volatiliteit, maar vooralsnoggeen teken van financiële stress. In theorie kan aanhoudende volatiliteit,bijvoorbeeld op olie- en gasmarkten, via margin calls druk zetten opspecifieke marktpartijen, maar er zijn vooralsnog geen signalen dat ditzich voordoet. Het Ministerie van Financiën volgt de situatie nauw en staathierover in goed contact met DNB en AFM, die de ontwikkelingen op definanciële markten en bij individuele instellingen monitoren.InvesteringenIran, en andere landen in de regio, behoren niet tot de grootste Neder-landse investeringspartners.4 Door het sanctiebeleid zijn de investerings-banden met Iran feitelijk verwaarloosbaar. Bij omringende landen in deregio is het investeringsniveau ook beperkt en kunnen wederzijdseinvesteringen ondanks de spanningen in veel scenario’s nog doorgangvinden. Het ligt daarom niet voor de hand dat er via dit kanaal een groteimpact op de Nederlandse economie zal plaatsvinden.Wel kunnen investeringen via indirecte kanalen onder druk komen testaan als gevolg van toegenomen volatiliteit op de financiële markten. Hetkabinet herkent de zorgen uit het bedrijfsleven die ontstaan door degrotere onzekerheid op de wereld. Toenemende onzekerheid kan ertoeleiden dat bedrijven hun investeringsbeslissingen uitstellen of herover-wegen, wat de investeringsdynamiek in Nederland kan afremmen.Daarnaast kan een verslechtering van de vermogenspositie van bedrijvenen huishoudens, bijvoorbeeld door dalende beurskoersen of stijgendeobligatierentes, eveneens een neerwaarts effect hebben op investeringen.Gegeven de opgebouwde buffers lijkt hier vooralsnog geen sprake van tezijn, en ook de financiële markten functioneren tot nu toe naar behoren.Economische effecten verschillen sterk per scenarioHet is prematuur om vergaande uitspraken te doen over de feitelijkeeconomische effecten van het conflict gezien de onvoorspelbaarheid. DeNederlandse economie kent gelukkig een solide uitgangspositie en hetverleden heeft laten zien dat de economie over aanzienlijk veerkrachtbeschikt. In haar basisraming waarin het conflict niet is meegenomen gaathet CPB ervan uit dat de inflatie terugloopt van 3,3% in 2025 tot 2,3% in2026.Het CPB heeft in het Centraal Economisch Plan (CEP) het potentiële effectvan het conflict op de inflatie doorgerekend in twee verschillendescenario’s. In het eerste scenario gaat het CPB uit van de gemiddeldemarktverwachting tussen 2 en 9 maart van de olie- en gasprijzen. Hierinloopt de olieprijs in 2026 van 90 dollar per vat terug naar ongeveer70 dollar in 2027. De gasprijs loopt in dit scenario van 50 euro per MWh in2026 terug naar ongeveer 35 euro per MWh in 2027. Daarnaast berekenthet CPB een scenario met een hogere piek, bijvoorbeeld omdat er meerproductiefaciliteiten uitgeschakeld worden. In dit tweede scenario gaat het4https://longreads.cbs.nl/nederland-handelsland-2024/buitenlandse-investeringen-en-multinationals/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6666 CPB uit van een piek in de olieprijs van 120 dollar per vat in 2026 dieterugloopt naar ongeveer 70 dollar per vat in 2027, en een piek in degasprijs in 2026 van 100 euro per MWh die terugloopt naar ongeveer35 euro per MWh in 2027.In het hierboven genoemde eerste scenario o.b.v. recente marktverwach-tingen komt de inflatie 0,6%-punt hoger uit op 2,9%. In het tweedescenario met hoger dan verwachte marktprijzen komt de inflatie1,5%-punt hoger uit op 3,8%. Hogere olieprijzen vertalen zich in hogerebrandstofprijzen, en de hogere gasprijs kan leiden tot een hogereenergierekening. In de scenario’s is de doorwerking van hogere energie-prijzen op andere afzetprijzen niet meegenomen.Vergeleken met de energiecrisis in 2022 blijft de oploop van de inflatie inbeide scenario’s relatief gezien beperkt. Dit komt onder andere omdat degasprijzen destijds duidelijk harder stegen. Dat neemt niet weg dat hogereinflatie ongunstig is voor zowel huishoudens als ondernemers.Voorbereiding op mogelijke handelingsoptiesEnergiemarktenHet kabinet begrijpt de zorgen die leven bij huishoudens en bedrijven overhet conflict en de impact op energieprijzen en de economie in den brede.Het kabinet houdt de situatie dan ook nauwlettend in de gaten. We zijn alsland op diverse manieren voorbereid op deze situatie. Voor nu handhaafthet kabinet het eerste niveau van gascrisis (niveau vroegtijdigewaarschuwing) en houdt het de vinger aan de pols via de coördinatie-groepen voor olie en gas van de Europese Unie en via het IEA. Ook is eroverleg met het Nederlandse bedrijfsleven.Acute zorgen om leveringszekerheid of fysieke tekorten aan zowel olie alsgas in Nederland heeft het kabinet op het moment niet, zolang er geenverdere ernstige langdurige verstoringen op de wereldmarkt optreden.Indien de situatie aanhoudt of verslechtert kan opschaling naar een hogerniveau van gascrisis worden overwogen, mede in overleg metbuurlanden, en kunnen uiteindelijk bij zeer ernstige verslechteringmaatregelen uit het Bescherm- en Herstelplan Gas en het LandelijkCrisisplan Olie in werking treden. In dat geval zal met de EuropeseCommissie en buurlanden worden gesproken over een mogelijkeherinrichting van gasstromen om de gaslevering aan beschermdeafnemers zoveel mogelijk in stand te houden. Ook de inzet van denoodvoorraad, die door EBN wordt aangelegd, kan hierbij een rol spelen.HuishoudensHet kabinet begrijpt dat huishoudens zich zorgen maken over hoe hetconflict hen zal raken en neemt die zorgen serieus. Daarom wordenvoorbereidingen getroffen op een situatie waarin energieprijzen onver-hoopt langdurig en fors hoger liggen en huishoudens in de knel dreigen tekomen. Het kabinet brengt de komende tijd potentiële opties in kaart voorgerichte ondersteuning, zodat deze wanneer nodig bij de augustusbesluit-vorming benut kunnen worden. Grofweg geldt dat er in verschillendescenario’s mogelijkheden zijn om huishoudens te ondersteunen via deenergierekening, de inkomstenbelasting of de toeslagen. Maatregelen diezien op het verlagen van de kosten van energieverbruik zijn relatief duuromdat ze een groot bereik hebben, en zijn daarmee ongericht in termenvan het verzachten van inkomenseffecten. Maatregelen die gericht zijn opkwetsbare huishoudens sorteren meer effect voor de groep die wordtbereikt en zijn goedkoper. Tegelijkertijd is het bereik minder groot.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6667 Het kabinet zal onder meer putten uit de verkenning naar maatregelenvoor gerichte inkomensondersteuning aan kwetsbare huishoudens die in2023 met de kamer is gedeeld5 en uit recente ervaring met maatregelendie tijdens de energiecrisis van 2022–2023 getroffen zijn. Hierbij verkenthet kabinet de voor- en nadelen van een breed palet aan maatregelen. Hetkabinet kijkt onder meer naar: introductie van een energietoeslag, eenenergieprijsplafond, tijdelijke verlaging van de energiebelasting enbrandstofaccijnzen, verhoging van de maximale onbelaste reiskostenver-goeding voor zakelijke kilometers6, verhoging van de huurtoeslag enverhoging van het WML. Maatregelen kennen budgettaire consequentiesdie eveneens in kaart dienen te worden gebracht en waar dekking voorgevonden zal moeten worden wanneer de noodzaak bestaat hier toe tebesluiten.Hierbij worden ook de mogelijkheden voor het noodfonds energiemeegenomen. Er wordt al langer gewerkt aan een publiek noodfonds, alsonderdeel van het nationale plan in het kader van het Europese SocialClimate Fund. Omdat de uitvoering daarvan een uitdaging blijft entegelijkertijd de economische situatie verandert door de onrust in hetMidden-Oosten, kijken we dus nadrukkelijk ook naar alternatieven in degenoemde verkenning zodat een instrument tijdig beschikbaar is.Waar relevant worden opties geüpdatet of aangevuld of worden andereopties verkend. Het kabinet houdt daarbij oog voor de uitvoerbaarheid,effectiviteit en economische wenselijkheid van maatregelen7 en zal deparameters actualiseren op basis van de ontwikkelingen sindsdien, zoalsveranderd energieverbruik en inflatie. Het kabinet houdt hierbij ook ooghet verminderen van energieafhankelijkheid als structurele oplossing.Het kabinet houdt de situatie nauwlettend in de gaten en zal in de zomerde macro-economische ontwikkelingen en bredere koopkrachtontwik-keling voor het volgende jaar bezien op basis van de meest actuelegegevens en ramingen. Dan bestaat er een duidelijker beeld over deinternationale situatie en de economische doorwerking voor Nederland.Als op dat moment blijkt dat er een noodzaak is voor ondersteunendemaatregelen richting de komende winter, dan kan daar tijdens deaugustusbesluitvorming over worden besloten.OndernemersHet kabinet begrijpt de zorgen die ondernemers hebben. Bedrijven meteen grote energie-afhankelijkheid of een grote exposure aan de conflict-regio ondervinden direct de gevolgen. Daarom houdt het Ministerie vanEconomische Zaken en Klimaat, samen met het Ministerie van Buiten-landse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, nauw contact met hetNederlandse bedrijfsleven. Op dinsdag 3 maart vond er een eerstebijeenkomst plaats met meer dan 100 bedrijven. Bedrijven zijn hierbij ookgewezen op de mogelijkheden voor contact met het Ministerie vanBuitenlandse Zaken, onder meer op het gebied van eventuele consulaireondersteuning. Op maandag 16 maart organiseert de Minister vanBuitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een CEO roundtable5Kamerstuk 36 200, nr. 182 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen6Tijdens het vragenuur van dinsdag 10 maart heeft de Staatssecretaris van Financiën in reactieop een vraag van uw Kamer toegezegd dat het kabinet in deze brief ook ingaat op demogelijkheid om de maximale onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers aan tepassen. Het verhogen van deze vergoeding is uitvoeringstechnisch per 1 januari 2027 mogelijk.7DNB heeft eerder geconcludeerd dat gerichte inkomensmaatregelen in de nasleep van deenergiecrisis het meest effectief waren voor het verbeteren van de koopkracht van lagereinkomens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6668 over het Midden-Oosten en daarnaast is er direct contact met VNO-NCWt.a.v. verdere ontwikkelingen.Het kabinet heeft oog voor de energiekosten van ondernemers. In hetcoalitieakkoord zijn maatregelen opgenomen om de energierekening vande energie-intensieve industrie te stutten. Zo wordt de Indirecte Kosten-compensatie (IKC), die energie-intensieve grootverbruikers van elektri-citeit nu al ontvangen, verlengd, verhoogd en uitgebreid. De IKC compen-seert energie-intensieve grootverbruikers in een deel van hunelektriciteitskosten. Ze ontvangen de compensatie in het lopende jaar.Door de uitbreiding zullen meer bedrijven de compensatie gaanontvangen, zoals een deel van de chemische sector. Daarnaast is in hetcoalitieakkoord een bedrag vrijgemaakt voor tegemoetkoming van deelektriciteitsprijs voor bedrijven vanaf 2028.Daarnaast biedt de Kamer van Koophandel ondernemers informatie eneerstelijnsadvies. Adviseurs helpen bij vragen over bedrijfscontinuïteit,zodat ondernemers goed onderbouwde beslissingen kunnen nemen enhun bedrijfsvoering waar nodig kunnen aanpassen. Bedrijven kunnen ookcontact opnemen met de afdeling internationaal ondernemen van deRijksdienst Voor Ondernemend Nederland.Lange termijn weerbaarheidHet conflict heeft direct effecten voor huishoudens en ondernemers; deopties die verkend worden zullen vooral gericht zijn op het verlichten vande korte termijn pijn, als de situatie daarom vraagt. Tegelijkertijd houdthet kabinet ook oog voor de lange termijn en voorbereiding op versto-ringen in de toekomst, door te voorkomen dat we als land kwetsbaar zijnvoor prijsschokken zoals deze. Dat kunnen we doen door onze economieweerbaarder te maken en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen teverminderen. Daarmee zullen ook huishoudens en bedrijven minder hardgeraakt worden bij prijsschokken op de wereldmarkt. Het kabinet zet in opeen snelle opschaling van schone-energieproductie via wind-, zon- enkernenergie en energiebesparing, zodat de noodzaak van veel fossieleimport fors afneemt. We kijken daarvoor naar bijvoorbeeld gasbesparendemaatregelen en ondersteuning van huishoudens en ondernemers in deenergietransitie, zoals ook in het coalitieakkoord aangekondigd metaanvullende maatregelen. Deze worden ook meegewogen in deaugustusbesluitvorming.De Minister van Economische Zaken en Klimaat,H.G. HerbertDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A. VijlbriefDe Minister van Klimaat en Groene Groei,S. van Veldhoven-van der MeerDe Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,S.W. SjoerdsmaDe Staatssecretaris van Financiën,E. EerenbergTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 432, nr. 6669
Gerelateerde bronnen
- De minister-president zegt toe dat in de kabinetsbrief die op maandag 16 maart 2026 naar de Kamer wordt gestuurd over de effecten van de oorlog rond Iran op de
De minister-president zegt toe dat in de kabinetsbrief die op maandag 16 maart 2026 naar de Kamer wordt gestuurd over de effecten van de oorlog rond Iran op de energieprijzen ook zal worden gereflecteerd op de prijsplafonds, zoals die in 2022 gehanteerd werden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.