Kabinetsinzet nationale grondstoffenstrategie
Brontekst
Versie 2adc1f23e60a5138 · officiële bron32 852 Grondstoffenvoorzieningszekerheid Nr. 426 Brief van de ministers van Economische Zaken en Klimaat, van Klimaat en Groene Groei, van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Defensie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 7 juli 2026 Met deze brief informeren wij uw Kamer over de inzet van het kabinet op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en gerelateerde strategische halffabricaten en componenten. Deze inzet vindt plaats onder de Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) en de Europese Critical Raw Materials Act (CRMA). Met deze brief voldoen wij aan de toezegging van de minister van Economische Zaken en Klimaat uit het commissiedebat economische veiligheid en strategische autonomie van 4 maart 2026[voetnoot 1], om de Kamer te informeren over de Nederlandse bijdrage aan de CRMA. De druk op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen neemt toe Grondstoffen is een breed begrip; binnen de NGS en de CRMA betreft het kritieke en strategische grondstoffen. Met “kritieke en strategische grondstoffen” worden vooral metalen en mineralen, zoals lithium, zeldzame aardmetalen en kobalt [voetnoot 2] bedoeld. Leveringszekerheid van deze grondstoffen is essentieel voor de Europese en Nederlandse welvaart en veiligheid. Dit omdat ze nodig zijn voor producten voor ons dagelijks gebruik, de energietransitie en digitale transitie, en onder meer worden gebruikt in onze hightech- en defensie-industrie. Halffabricaten en componenten met hierin kritieke grondstoffen zijn cruciaal in bijvoorbeeld de hoogwaardige machinebouw, de batterijindustrie, en de productie van onderdelen voor militaire schepen en drones. Geopolitieke ontwikkelingen zorgen voor een constante en toenemende druk op de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en gerelateerde halffabricaten en componenten. De productieketen heeft zich de laatste decennia sterk geconcentreerd in een beperkt aantal landen. Deze druk komt tot uiting in exportcontrolemaatregelen[voetnoot 3] van derde landen, zoals China. De sluiting van de Straat van Hormuz is een ander voorbeeld, met gevolgen voor de beschikbaarheid van bijvoorbeeld aluminium en helium. Nederlandse bedrijven hebben te maken met onzekerheid en vertragingen bij de levering van bepaalde essentiële componenten. In andere Europese lidstaten geven bedrijven ook dergelijke signalen af. Bepaalde grondstoffen, halffabricaten of componenten uit derde landen kunnen soms niet worden geleverd. Het is mogelijk dat industriële productie die belangrijk is voor onze welvaart en veiligheid daardoor stopt. Het bedrijfsleven is in de eerste plaats zelf aan zet voor weerbare toeleveringsketens en de eigen leveringszekerheid. Tegelijkertijd wordt leveringszekerheid door een aantal derde landen ingezet als geopolitiek wapen, subsidiëren zij bovenmatig de eigen industrie en bemoeilijken zij actief het opbouwen van alternatieve toeleveringsketens elders. De markt voor grondstoffen is dermate structureel ontwricht dat ze alle tekenen vertoont van een falende markt. De publieke belangen voor onze welvaart en veiligheid zijn groot.[voetnoot 4] Daarom is een steeds diepgaandere samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid om de leveringszekerheid te verhogen urgent en essentieel. De Nationale Grondstoffenstrategie: versnelling door focus en uitvoering Met de NGS werken we langs vijf handelingsperspectieven aan het minder kwetsbaar maken van Nederland voor verstoringen in internationale ketens van kritieke grondstoffen en gerelateerde halffabricaten en componenten. Deze lijnen zijn: Circulariteit en innovatie – kritieke grondstoffen langer gebruiken, hergebruiken en recyclen. Duurzame Europese mijnbouw en raffinage – meer winning en verwerking van kritieke grondstoffen binnen Europa. Ook voorraadvorming wordt hierbij meegenomen. Diversificatie – kritieke grondstoffen uit meerdere landen en leveranciers halen om afhankelijkheden te verminderen. Verduurzaming van internationale ketens – zorgen dat winning en handel van kritieke grondstoffen eerlijker en milieuvriendelijker verlopen. Kennisopbouw en monitoring – meer kennis en inzicht over de waardeketens van kritieke grondstoffen. In de afgelopen jaren is met deze handelingsperspectieven de noodzakelijke basis gelegd van de kabinetsaanpak. Nu is een versnelling van de inzet op leveringszekerheid nodig. Het kabinet brengt daarom focus aan binnen de brede inzet van de NGS en maakt een omslag naar meer uitvoering van gerichte en strategische projecten. Focus: Nationale Kritieke Grondstoffenlijst Binnen de EU-lijst van 34 kritieke en strategische grondstoffen[voetnoot 5] wordt door het kabinet geconcentreerd op 17 grondstoffen. De Nederlandse lijst heeft tot doel om gerichter te prioriteren binnen de bredere Europese inzet, en stelt het kabinet in staat om specifieke Nederlandse belangen en industrie beter te dienen. Deze nationale kritieke grondstoffenlijst is als bijlage bij deze brief opgenomen. De lijst zal jaarlijks worden herijkt op basis van actuele geopolitieke en economische omstandigheden, en de laatste beschikbare data. Het is dus nadrukkelijk geen statische lijst. Het betreft de kritieke grondstoffen die volgens het Nederlands Materialen Observatorium (NMO) de hoogste mate van onzekerheden kennen voor levering, en bijdragen aan de toegevoegde waarde van de huidige Nederlandse industrie.[voetnoot 6] Daarnaast blijft er ruimte om in Nederland projecten, ketens en bedrijven te ondersteunen die zich richten op kritieke grondstoffen en gerelateerde producten buiten deze nationale kritieke grondstoffenlijst. Dit omdat deze bijvoorbeeld bijdragen aan bredere Europese en Nederlandse leveringszekerheid, economische kansen of innovatie. Focus: magneten, batterijen, defensie-industrie Wat betreft leveringszekerheid in specifieke waardeketens, legt het kabinet de focus voor de korte termijn op leveringszekerheid van permanente magneten, van batterijen, en voor de defensie-industrie. Dit is in lijn met de inzet van de Europese Unie. Deze inzet wordt stap voor stap verbreed en verscherpt, en zal meebewegen met plannen voor de toekomst van de Nederlandse economie zoals onder de Nationale Technologiestrategie, het Nationaal Plan Energievoorziening, en het gericht industriebeleid.[voetnoot 7] Met de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie[voetnoot 8] (DSII), en het later dit jaar verwachte Nationaal Programma Defensie Industrie en Innovatie (NPDII) beoogt het kabinet de Nederlandse defensie-industrie sterker en weerbaarder te maken, met extra aandacht voor de 5 “NLD” gebieden[voetnoot 9]. Niet alle details van de inzet kunnen publiek worden gedeeld. Wat ter illustratie wel kan worden gedeeld is dat het kabinet zich voor permanente magneten richt op nauwere samenwerking met het bedrijfsleven om gezamenlijke handelingsopties te stimuleren. Voor batterijen wordt actie ondernomen door projecten te ondersteunen die zich richten op de verwerking en/of recycling van batterij-gerelateerde materialen zoals lithium of nikkel en black mass.[voetnoot 10] Daarnaast wordt ook ingezet op de substitutie van essentiële batterijgrondstoffen. Ook onderzoekt het ministerie van Defensie de mogelijkheden tot het opzetten van een batterijcelfabriek met dual-use toepassingen in Nederland. Wat betreft de defensie-industrie wordt in ieder geval voortgebouwd op de routekaart voor leveringszekerheid en circulariteit bij de productie van militaire schepen. Vervolgacties worden bijvoorbeeld geïmplementeerd in programma’s zoals Werf van de Toekomst. Als breder fundament onder de huidige focusbepaling is de afgelopen jaren gewerkt aan in totaal acht publiek-private routekaarten voor meer leveringszekerheid en circulariteit voor de productie van militaire schepen, batterijen, kritieke materialen, elektrolysers, zonnestroomsystemen, wind op zee, en klimaatinstallaties. Een routekaart voor machinebouw wordt na de zomer afgerond. De relevante onderdelen van de Rijksoverheid gebruiken aanbevelingen uit deze routekaarten nu in hun beleidsprocessen. De gefinaliseerde routekaarten zijn, voor zover publiek beschikbaar, te vinden op www.circulairemaakindustrie.nl. Uitvoering: strategische projecten in Nederland Strategische projecten voor leveringszekerheid moeten sneller uit de ontwikkelfase komen. Het kabinet zet in op het stimuleren en faciliteren van initiatieven in Nederland, complementair aan Europese strategische projecten. Nederland heeft een sterke positie op het gebied van circulaire projecten, de chemische sector voor raffinage en recycling, en de logistieke positie voor voorraadvorming. Voor enkele veelbelovende initiatieven wordt door het kabinet in kaart gebracht in hoeverre de business case sluitend is of kan worden gemaakt, wat de bijdrage aan de Europese en Nederlandse leveringszekerheid zou zijn, en wat een mogelijke rol zou kunnen zijn van de nationale overheid en publieke financiers als InvestNL en Invest International. In lijn met de motie van het lid Verkuijlen[voetnoot 11] wordt daarbij nadrukkelijk de samenwerking met de private sector gezocht en bezien hoe publieke instrumenten als vliegwiel kunnen dienen voor private investeringen in strategische projecten. Instrumenten die bijdragen aan een evenwichtige risicodeling en het mobiliseren van private investeringen, waaronder garantstellingen en first-loss-facilitering, worden daarbij niet op voorhand uitgesloten. Waar nodig zullen proposities op politiek niveau besproken worden om knelpunten, financieel of anderszins, te adresseren. Met deze aanpak sluit het kabinet aan op het Wennink-rapport[voetnoot 12], en kunnen ook eventuele CRMA-strategische projecten[voetnoot 13] in Nederland worden bekeken. Wanneer initiatieven bij de overheid bekend zijn, worden deze gemonitord. Daarbij wordt door de Rijksdienst voor Ondernemen (RVO) en het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) ondersteuning geboden voor business development. Projecten kunnen met vragen terecht bij een centraal contactpunt bij RVO. De Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie heeft een belangrijke rol bij het aanjagen en van de grond krijgen van projecten. Hij fungeert daarbij als verbinder tussen overheid en bedrijfsleven. Zijn mandaat is daarom verlengd tot het voorjaar van 2027.[voetnoot 14] Het kabinet bekijkt daarnaast hoe het bestaande subsidie-instrumentarium voor klimaat, circulariteit en verduurzaming van de industrie meer kan bijdragen aan initiatieven voor de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. Zo wordt als eerste stap bekeken of additionele financiering voor kritieke grondstoffenprojecten ter beschikking kan worden gesteld via de regeling Energie en Klimaat Onderzoek en Ontwikkeling Circulaire Economie (EKOO-CE). Daarnaast wordt de mogelijkheid voor kritieke grondstoffenprojecten om gebruik te maken van de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie Circulaire Economie subsidie (DEI+ CE) bezien. Ook zal worden gekeken of en hoe de op te richten Nationale Investeringsinstelling kan bijdragen aan beschikbaarheid van financiering voor Nederlandse projecten of projecten in het buitenland met Nederlandse betrokkenheid, die bijdragen aan leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. Met deze aanpak om projecten te stimuleren en faciliteren geeft het kabinet invulling aan de motie van het lid Van den Berg[voetnoot 15] om kansrijke projecten voor kritieke grondstoffen in beeld te brengen en hiervoor passend beleid te ontwikkelen. Gezien de gunstige logistieke uitgangspositie van Nederland streeft het kabinet ernaar dat Nederland een actieve rol speelt binnen een Europese aanpak voor voorraadvorming. Nederland is onderdeel van de Coalition of the Willing. Dit zijn tien lidstaten die samenwerken aan een pilot. In deze pilot wordt onderzocht hoe en onder welke voorwaarden voorraadvorming kan worden gerealiseerd. Los van deze pilot wordt bekeken hoe een prioriteringskader kan worden vormgegeven waarmee schaarse volumes, inclusief strategische voorraden, in tijden van crisis gericht kunnen worden herverdeeld naar de meest kritieke en prioritaire sectoren. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie van het lid Boswijk c.s. over een prioriteringskader voor het gebruik van kritieke grondstoffen.[voetnoot 16] De mogelijkheden voor op zichzelf staande winning van primaire kritieke grondstoffen zijn in Nederland beperkt. Er zijn eventueel wel mogelijkheden voor coproductie met bestaande activiteiten. Wenselijke initiatieven worden meegenomen in bovenstaande aanpak. Vorig jaar is het Nederlandse Nationale Exploratieprogramma (NEP)[voetnoot 17] opgeleverd, als onderdeel van een brede Europese inventarisatie naar winningsmogelijkheden. In de bijlage van deze brief vindt u de voortgangsrapportage van het NEP, die jaarlijks bij de Europese Commissie moet worden ingediend. Uitvoering: beleidsagenda circulariteit van kritieke grondstoffen Circulariteit van kritieke grondstoffen, zoals via urban mining, kan significant bijdragen aan de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en materialen. Het kabinet presenteert bij deze brief een aparte beleidsagenda voor circulariteit van kritieke grondstoffen. Deze beleidsagenda richt zich in eerste instantie op elektrische en elektronische apparaten en batterijen, omdat het circulaire potentieel van deze productgroepen met betrekking tot kritieke grondstoffen groot is. De beleidsagenda bevat maatregelen voor het: matigen van de groeiende vraag naar kritieke grondstoffen, het verhogen van de beschikbaarheid van secundaire kritieke grondstoffen, het aanjagen van de vraag naar gerecyclede kritieke grondstoffen, ruimtegebruik van circulaire projecten, financiering voor projecten, en beschikbaarheid van benodigde vaardigheden. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de CRMA, die lidstaten verplicht om een nationaal programma op te zetten met circulariteitsmaatregelen voor producten die veel kritieke grondstoffen bevatten. De Kamerbrief Weerbare ketens: stappen naar strategische voorraden en verwerking van kritieke grondstoffen van 9 december 2025[voetnoot 18] ging reeds in op benodigde randvoorwaarden voor strategische projecten in den brede, en waar deze door de Rijksoverheid worden geadresseerd. Daarnaast wordt ook in internationaal verband gesproken over het verbeteren van de algemene randvoorwaarden voor projecten die de leveringszekerheid kunnen verhogen, zoals in G7-verband en tussen de EU en de Verenigde Staten.[voetnoot 19] De Nederlandse inzet als onderdeel van de CRMA Toeleveringsketens zijn vrijwel altijd grensoverstijgend, daarom is Europese samenwerking essentieel om meer grip te krijgen op kritieke grondstoffen en gerelateerde halffabricaten en componenten. De Nationale Grondstoffenstrategie (NGS) en de Critical Raw Materials Act (CRMA) hebben hetzelfde doel: het vergroten van de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. De NGS is het Nederlandse strategische beleidskader, terwijl de CRMA de gezamenlijke Europese inzet vormt. De handelingsperspectieven onder de NGS en de CRMA komen vrijwel overeen. De inzet van Nederland onder de NGS valt dan ook samen met de Nederlandse bijdrage aan de Europese CRMA-benchmarks. Onder de CRMA zijn Europese benchmarks vastgesteld voor 17 strategische grondstoffen[voetnoot 20]; In 2030 zou meer dan 10% van de jaarlijkse EU-consumptie van strategische grondstoffen binnen de EU moeten worden gewonnen. Meer dan 40% van de jaarlijkse EU-consumptie van strategische grondstoffen zou binnen de EU moeten worden verwerkt. Meer dan 25% van de jaarlijkse EU-consumptie van strategische grondstoffen zou binnen de EU moeten worden gerecycled. En de afhankelijkheid van strategische grondstoffen van een derde land zou in 2030 minder moeten zijn dan 65% van de jaarlijkse EU-consumptie. Deze benchmarks functioneren als ambitieuze en richtinggevende beleidsdoelen op EU-niveau. Zij zijn niet nader per grondstof of lidstaat gespecificeerd. In hoeverre lidstaten hier individueel een bijdrage aan kunnen leveren is vooral afhankelijk van private initiatieven voor winning, verwerking en recycling, en het vermogen van overheden om deze effectief te stimuleren en faciliteren. De benodigde industriële ketens laten zich daarbij veelal niet binnen enkele jaren opbouwen, en kunnen lastig concurreren met de industriële ketens in derde landen. Tegelijkertijd is duidelijk dat we sinds het vaststellen van de CRMA in 2023 als Europa te weinig voortgang boeken.[voetnoot 21] Met het ResourceEU-pakket van december 2025, beoogt de Europese Commissie een versnelling aan te brengen in de CRMA. De focus wordt gelegd op de korte termijn leveringszekerheid van permanente magneten, batterijen en de defensie-industrie.[voetnoot 22] Een onderdeel van ResourceEU is het beter toegankelijk maken van financiering voor strategische projecten. Ook wil de Commissie werken aan sterkere Europese coördinatie ten aanzien van investeringsstromen, data over waardeketens, gezamenlijke inkoop, en de opbouw van Europese strategische voorraden met oprichting van een Critical Raw Materials (CRM) Centre. Van 19 mei tot 29 juli 2026 is de publieke consultatie over het CRM Centre geopend. De vaste Kamercommissie voor Economische Zaken heeft het kabinet verzocht om een appreciatie hiervan met de Kamer te delen (2026Z10508). Het kabinet heeft gereageerd op de publieke consultatie, in lijn met het BNC-fiche over het ResourceEU-pakket. De reactie van het kabinet vindt u in de bijlage van deze brief. Een voorstel voor het CRM Centre wordt later dit jaar verwacht. Internationale samenwerking in EU-verband Weinig landen kunnen zelfstandig een volledige waardeketen versterken, van ruwe grondstof tot het gebruik van halffabricaten en componenten. Afnamevolumes van ruwe kritieke grondstoffen van de Nederlandse industrie zijn relatief beperkt, terwijl deze wel cruciaal zijn voor gerelateerde halffabricaten of componenten. Gegeven de Nederlandse positie in mondiale kritieke grondstoffenketens kan er meer impact gemaakt worden voor leveringszekerheid wanneer we internationaal optrekken met gelijkgezinde landen binnen en buiten de EU. De bilaterale partnerschappen die Nederland heeft opgezet, hebben slechts beperkt resultaat gehad op diversificatie van grondstofketens. Het kabinet zal daarom naast bilaterale partnerschappen de focus leggen op samenwerking met derde landen in coalitieverband om meer impact te hebben op diversificatie van grondstoffenketens. Bovendien sluiten we de internationale inzet waar mogelijk aan op de hierboven genoemde prioritaire ketens (batterijen, magneten, defensie-industrie). Daarbij stimuleert het kabinet de vorming van consortia tussen bedrijven en kennisinstellingen en internationale partners. Naast consortiumvorming zet Nederland in op kennissamenwerking, handelsbevordering en economische diplomatie. Zo beschikt het NMO over een internationaal kennisprogramma, waarbij wordt gewerkt aan kennisuitwisseling, geologische samenwerking, onderzoek, technische assistentie en capaciteitsopbouw. Het kabinet richt zich ook op een betere positionering van Nederlandse bedrijven in strategische segmenten van internationale waardeketens, onder meer via handelsmissies, beursbezoeken en marktbewerking. Ook dringt het kabinet er bij de Europese Commissie op aan om in handelsakkoorden met grondstofrijke landen afspraken te maken over de toegang tot grondstoffen[voetnoot 23]. Tevens heeft het kabinet met de Commissie gesproken over het meer resultaatgericht maken van het EU-Oekraïne grondstoffen partnerschap, conform de motie Hoogeveen.[voetnoot 24] De Commissie deelt de wens van Nederland en de Kamer om meer concrete resultaten te behalen. Een groot deel van de reserves van Oekraïne ligt in door Rusland bezet gebied. Dit maakt het zeer moeilijk om zolang de Russische agressie voortduurt, concrete resultaten te behalen. Om te bouwen aan betrouwbare en verantwoorde grondstoffenketens versterkt en verdiept Nederland samenwerking met grondstofrijke (ODA-)landen, met inzet op wederzijdse belangen. ODA (Official Development Assistance) verwijst naar de officiële lijst van ontwikkelingslanden en -gebieden die in aanmerking komen voor ontwikkelingshulp. Deze hulp is bedoeld om economische ontwikkeling en welzijn te bevorderen. Het kabinet focust hierin op verbetering van lokale omstandigheden rondom mijnbouw voor duurzame economische ontwikkeling, inclusief formalisatie van artisanale en kleinschalige mijnbouw. Ook zal Nederland de inzet op lokale waardetoevoeging versterken door te investeren in (de randvoorwaarden voor) lokale verwerkingscapaciteit (conform motie van het lid Stoffer over hoge prioriteit voor de versterking van lokale verwerkingscapaciteit van grondstoffen in met name Sub-Sahara Afrika.[voetnoot 25]) en lokale marktontwikkeling. Voor grotere slagkracht wordt hierbij nauw opgetrokken met de EU, zoals binnen Global Gateway initiatieven.[voetnoot 26] Invest International heeft in de afgelopen twee jaar interne expertise opgebouwd en een kritieke grondstoffen-strategie ontwikkeld. Er is een projectpijplijn ontwikkeld voor internationale private investeringen die bijdragen aan de Nederlandse open strategische autonomie. Daarbij is de uitvoering van de kritieke grondstoffen-strategie mede afhankelijk van de beschikbare middelen en instrumenten. Het kabinet versterkt de Nederlandse positie binnen strategische initiatieven en programma’s die bijdragen aan verantwoorde en betrouwbare grondstoffenketens.[voetnoot 27] Dit doen wij door, waar mogelijk, in besturen plaats te nemen en financiering voort te zetten. Zo treedt Nederland in juli 2026 toe tot de Board van het Extractives Industries Transparency Initiative en is Nederland in 2026 voorzitter van de Governance Board van het European Partnership for Responsible Minerals. Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) en wetgeving inzake gepaste zorgvuldigheid zijn onverminderd belangrijk voor een integrale inzet op verantwoorde grondstoffenketens. Ondersteuning voor het bedrijfsleven is hierbij noodzakelijk en essentieel. Nederlandse bedrijven in de metaal- en hernieuwbare energiesector worden gestimuleerd om hun internationale grondstoffenketens te verduurzamen via de sectorovereenkomst Metaal en het IMVO-convenant voor de Hernieuwbare Energiesector bij de Sociaal Economische Raad (SER). Voorwaarts in EU-verband, samen met Nederlandse bedrijven Het kabinet zet in op een versnelling van de inzet op leveringszekerheid van kritieke grondstoffen en gerelateerde halffabricaten en componenten. Het doet dit nadrukkelijk als onderdeel van de Europese inzet, met scherpere focus en nadruk op uitvoering via een nationale grondstoffenlijst, focus in het aanpakken van waardeketens, het aanjagen en faciliteren van strategische projecten, en betere randvoorwaarden voor circulariteit. Mondiaal trekt het kabinet daarbij nauw op met gelijkgezinde landen, waaronder met ODA-landen. Het is daarbij essentieel dat ook bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen, en zorg dragen voor weerbaarheid van hun toeleveringsketens. De overheid kan daarbij faciliterend optreden, maar uiteindelijk zal het succes afhangen van de bereidheid van individuele bedrijven om samen aan de slag te gaan met zaken als vraagbundeling en het aanhouden van voorraden. Het kabinet continueert de waardevolle nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, waaronder via de Speciaal Vertegenwoordiger Grondstoffenstrategie, en het Nederlands Materialen Observatorium. De minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert De minister van Klimaat en Groene Groei S. van Veldhoven-van der Meer De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, S.W. Sjoerdsma De minister van Defensie, D. Yeşilgöz Toezegging nummer TZ202603-022. Zie de in de Critical Raw Materials Act vastgestelde lijsten van kritieke en strategische grondstoffen via https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32024R1252&qid=1720020986785 . Zie onder meer de OECD Inventory of Export Restrictions on Critical Raw Materials 2026 - https://www.oecd.org/en/publications/oecd-inventory-of-export-restrictions-on-critical-raw-materials-2026_d5ca8f62-en.html. Kamerstuk 30 821, nr. 332. Zie de in de CRMA vastgestelde lijsten van kritieke en strategische grondstoffen via https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=CELEX%3A32024R1252&qid=1720020986785. Zie https://nederlandsmaterialenobservatorium.nl voor toelichting op samenstelling lijst. Kamerstuk 29 826, nr. 277. Kamerstuk 31 125, nr. 134. Dit zijn technologieën die als militaire capaciteiten bijdragen aan ontwikkelingen op het gebied van industrie en kennis. Deze 5 gebieden zijn: Slimme materialen, sensoren, quantum, ruimtetechnologie, intelligente systemen. Black mass is een poeder dat ontstaat door het mechanisch versnipperen en verwerken van oude batterijen. Kamerstuk 36 915 XVII, nr. 15. https://www.rapportwennink.nl . De CRMA wijst strategische projecten aan om de capaciteit van de EU te vergroten voor het winnen, verwerken en recyclen van strategische grondstoffen en om de EU-leveringen uit derde landen te diversifiëren. Strategische projecten leveren een wezenlijke bijdrage aan de leveringszekerheid van strategische grondstoffen. Voor meer informatie: https://single-market-economy.ec.europa.eu/sectors/raw-materials/areas-specific-interest/critical-raw-materials/strategic-projects-under-crma_en?prefLang=nl. Zie Staatscourant 2026, 20279 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen. Kamerstuk 32852 nr. 413. Kamerstuk 21 501-20, nr. 2287. Kamerstuk 32 852, nr. 374. Kamerstuk 32852, nr. 395. Kamerstuk 32 852, nr. 400. De Europese Critical Raw Materials Act (CRMA) hanteert een lijst met 34 kritieke grondstoffen die essentieel zijn voor de economie. Daarvan zijn er 17 aangemerkt als 'strategisch'. Deze strategische materialen zijn cruciaal voor de groene en digitale transitie, ruimtevaart en defensie. Zie https://www.eca.europa.eu/en/publications?ref=SR-2026-04. Zie het BNC-fiche t.a.v. de Mededeling RESourceEU actieplan - https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2026/01/30/fiche-6-resourceeu-actieplan-en-voorstel-tot-aanpassing-van-de-verordening-kritieke-grondstoffen. Kamernummer 36800-V, nr. 103. Kamernummer 36045 nr. 274. Kamernummer 36 180, nr. 217. Zo zal Nederland bij dragen aan een Europees Global Gateway initiatief in Zuid-Afrika, dat onder andere bijdraagt aan de randvoorwaarden voor de ontwikkeling van de batterijenketen. Dit zal worden gecombineerd met bilaterale inzet van hulp en handel in de mangaan- en platinagroepmetaalketens. Zoals de Extractive Industries Transparency Initiative (EITI), het Intergovernmental Forum on Mining, Minerals, Metals and Sustainable Development (IGF), de Wereldbank en het European Partnership for Responsible Minerals (EPRM).
Gerelateerde bronnen
- De minister stuurt voor de zomer (2026) een stand van zaken betreffende de EU-verordening kritieke grondstoffen (Critical Raw Material Act (CRMA).
De minister stuurt voor de zomer (2026) een stand van zaken betreffende de EU-verordening kritieke grondstoffen (Critical Raw Material Act (CRMA).
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.