Stand van zaken moties en toezeggingen zomer 2025
Brontekst
Versie 77e67c00896a1db4 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn enSport (XVI) voor het jaar 2025Nr. 200 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARISSEN VANVOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juli 2025Hierbij informeren wij uw Kamer over de stand van zaken van een diversaantal moties en toezeggingen. Voor elk van deze moties en toezeggingenis een passage opgenomen in de bijlage, welke is onderverdeeld naarverantwoordelijke bewindspersoon.Een aantal van de moties en toezeggingen wordt met deze brief afgedaanen over de rest wordt uw Kamer kort geïnformeerd met de stand vanzaken.Naast informatie over moties en toezeggingen worden met deze brief ookzes rapporten aangeboden.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,D.E.M.C. JansenDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,N.J.F. Pouw-VerweijDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.Z.C.M. Tielen kst-36600-XVI-200ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2001 Bijlage: stand van zaken moties en toezeggingenMinister van Volksgezondheid, Welzijn en SportToezegging over verschillende regio-indelingenTijdens het Commissiedebat Medisch zorglandschap, van 20 maart jl., isuw Kamer toegezegd dat zij een overzicht van de verschillende regio-indelingen toegestuurd krijgen.1 In 2023 heeft Andersson Elffers Felix(AEF), in opdracht van het Ministerie van VWS, onderzoek gedaan naar decongruentie, effectiviteit en legitimatie van regio-indelingen in zorg enwelzijn.2 Het onderzoek beschrijft dat er veel regio-indelingen zijn, maardat er geen eenduidige definitie is van «de regio» of «de regio-indelingen». Wel presenteert AEF een lijstje met voorbeelden vanregio-indelingen op het gebied van zorg en welzijn.3 Daarbij gaat hetbijvoorbeeld om zorgkantoorregio’s, ROAZ-regio’s, arbeidsmarktregio’s,veiligheidsregio’s en onderwijs- en opleidingsregio’s.Het onderzoek van AEF laat zien dat (de congruentie van) regio-indelingenslechts één aspect is dat invloed heeft op de effectiviteit van samen-werken. Daarbij worden de verschillende regio-indelingen, volgens hetAEF-onderzoek, in de praktijk nauwelijks als een probleem ervaren. Zoblijkt er in de huidige praktijk voldoende ruimte te bestaan om de indelingaan te passen wanneer regionale partners deze ongewenst vinden. Weladviseert AEF om bij landelijke taakherschikking tot meer weloverwogenkeuzes te komen. Nieuwe of herijkte regionale verantwoordelijkhedendienen hierbij, in beginsel, langs een congruente en consistente regio-indeling te worden georganiseerd, tenzij er een inhoudelijke sterkemotivering is om hiervan af te wijken. Deze aanbeveling ondersteunt deMinister van VWS van harte. Verder is het belangrijk dat partijen inhoude-lijke congruentie nastreven tussen de voor de regio relevante (transforma-tie)plannen. Daarom is in het Integraal Zorgakkoord (IZA) afgesproken datpartijen, die bij meer van deze plannen betrokken zijn, waar mogelijkactief informatie delen en het geheel in ogenschouw houden. Zorgverze-keraars hebben daarbij een signalerende rol, indien blijkt dat regioplannenen andere thematische plannen inhoudelijk conflicterend zijn of deprocessen niet gecoördineerd zijn.Ook heeft de Minister van VWS signalen rondom de bestuurlijke drukterondom de verschillende regio-indelingen ontvangen. De komende tijdgaan regionale partijen verdere stappen zetten in de inrichting van hungovernance. Hierbij zal de Minister van VWS kijken hoe ze deze bewegingkan ondersteunen en wat hiervoor nodig is vanuit VWS. De Minister vanVWS streeft ernaar uw Kamer eind dit jaar verder te informeren.Toezegging over kostendekkende BIG-tarieven voor zorgverlenersDe tarieven van diverse producten voor zorgverleners gerelateerd aan deWet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) zijn op ditmoment niet kostendekkend en bovendien jarenlang niet gewijzigd. Dekosten van deze producten zijn de afgelopen jaren echter gestegen enkomen voor rekening van het Rijk, waar inmiddels minder middelenbeschikbaar zijn. Op 31 mei 2024 is dan ook aan uw Kamer toegezegd om1TZ202504-077.2Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 794.3Zie AEF, 2023, Regio-indelingen zorg en welzijn: een onderzoek naar congruentie, effectiviteiten legitimatie, p. 8.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2002 te verkennen of de door het CIBG gehanteerde BIG-tarieven meerkostendekkend gemaakt kunnen worden.4In dit kader zal met betrekking tot alle BIG-producten een kostprijson-derzoek worden uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek wordenbegin 2026 verwacht en zullen dienen ter onderbouwing van de tariefwijzi-gingen. Voor de producten waarvan de kostprijs reeds bekend is, wordt opde korte termijn begonnen met het meer kostendekkend maken van detarieven. Dit geldt ook voor de eigen bijdrage voor de beroepsinhoudelijketoets (BI-toets).Voor verpleegkundigen, tandartsen en artsen, met een diploma behaaldbuiten de Europese Unie (derdelanders), is de BI-toets onderdeel van deprocedure. Dit om hun basisdiploma te laten erkennen door het CIBG,voordat zij een BIG-registratie krijgen en als BIG-geregistreerde zorgver-lener in Nederland aan de slag kunnen. De eigen bijdrage voor de BI-toetsis sinds 2010 niet gewijzigd en is voor tandartsen en artsen niet kosten-dekkend. Bovendien geeft het veld aan dat de wachttijden voor de BI-toetsvoor buitenslands gediplomeerde artsen steeds verder oplopen. Om diereden is het streven om tegelijkertijd te onderzoeken of door dezetarifering meer BI-toetsen voor artsen aangeboden kunnen worden enhiermee aan de wens van snellere doorstroming kan worden tegemoetge-komen.Het voorgaande betekent dat vooruitlopend op de aanpassing van deandere BIG-tarieven, de eigen bijdrage voor de BI-toets voor buitenlandsgediplomeerde tandartsen en artsen stapsgewijs wordt verhoogd. Hetvoornemen is om in 2027 naar 50 procent van de kostprijs te indexerenen, tot en met 2028, de eigen bijdrage geleidelijk verder te laten stijgennaar de volledige kostprijs. Tegelijkertijd wordt verkend of de kostprijs vande BI-toets, met behoud van kwaliteit, kan worden verlaagd en dewachttijden kunnen worden verkort.Tot slot, de Minister van VWS concludeert met bovenstaande informatieuitvoering te hebben gegeven aan de toezegging.Motie van de leden Werner en Sahla over onderzoek naar het gratisaanbieden van mondzorg door studenten tandheelkundeDe Minister van VWS wil uw Kamer informeren over de uitvoering van demotie van de leden Werner en Sahla. De motie verzoekt de regering omde mogelijkheden, voor het inzetten van studenten tandheelkunde, bij hetleveren tandheelkundige zorg, te verkennen, evenals het, op deze wijze,gratis aanbieden van mondzorg voor (met name) kinderen.5Het streven was uw Kamer te informeren over de uitvoering van de motie,in de reeds verstuurde kabinetsreactie op de instroomadviezen van hetCapaciteitsorgaan. De Minister van VWS heeft echter meer tijd nodig om,in afstemming met de Minister van OCW, beide punten van de motie uit tevoeren. Uw Kamer zal daarom naar verwachting in het tweede kwartaalvan 2026 nader worden geïnformeerd over de uitvoering van de motie.4Kamerstukken II 2023/24, 29 282, nr. 576.5Kamerstukken II 2021/22, 35 882, nr. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2003 Toezegging over TMI-octrooien in het kader van de Wet geneesmiddelen-prijzenIn navolging van de uitspraak van het College van Beroep voor hetbedrijfsleven (CBb), van 7 juli 2017, heeft de toenmalige Minister voorMedische Zorg toegezegd uw Kamer te informeren over wat gedaan kanworden tegen de (onwenselijke) gevolgen van de uitspraak op detoepassing van de Wet geneesmiddelenprijzen (Wgp).6 Uit de uitspraakvan het CBb volgt dat, wanneer een belanghebbende zich er (terecht) opberoept in een zienswijze, de maximumprijs voor geneesmiddelen waareen tweede-medische-indicatie-octrooi (TMI-octrooi)7 voor geldt, nietgebaseerd mag worden op de prijzen van generieke geneesmiddelen,8 diein de referentielanden alleen voor de eerste indicaties mogen wordenverhandeld.De Minister van VWS is, zoals vermeld in haar brief over de ontwikke-lingen binnen prijs- en vergoedingsinstrumenten, van 26 juni jl., bezig meteen herziening van de Wgp. In samenhang met de herziening wordt ookuitvoering gegeven aan de toezegging over TMI-octrooien en de Ministervan VWS verwacht uw Kamer hierover begin 2026 te kunnen informeren.Toezegging tot informeren over de uitkomst van de beleidsregel innovatie/ bekostiging van de «speciale poli»Tijdens het tweeminutendebat Integraal Zorgakkoord, van 18 december2024, is uw Kamer toegezegd dat het, na evaluatie van NZa, nadergeïnformeerd wordt over de uitkomst van de beleidsregel innovatie /bekostiging van de «speciale poli».9Het innovatie experiment intensieve chronische zorg – poli van Bernhoven(«de speciale poli») liep oorspronkelijk tot 1 april 2025, maar is met tweejaar verlengd tot 1 april 2027.10 Dit betekent dat uw Kamer na deze datumop de hoogte wordt gebracht van de uitkomst van de NZa evaluatie vandit experiment.Motie van het lid Tielen over prestatiebekostiging op basis van kwaliteit inzorgakkoordenDe Minister van VWS wil hierbij reageren op de motie van het lid Tielen.De motie verzoekt de regering om in de zorgakkoorden mee te nemen opwelke manier prestatiebekostiging op basis van kwaliteit bijdraagt aanpassende zorg.11Het gebruik van kwaliteitsgegevens draagt bij aan passende zorg,bijvoorbeeld door het bekostigen van zorg op basis van uitkomsten.Binnen de huidige prestatiebekostiging, zoals geregeld via de Wetmarktordening gezondheidszorg, wordt bekostiging in relatie tot kwaliteiten passende zorg toegepast. Zodra de onderhandelingen over het6Kamerstukken II 2017/18, 29 477, nr. 459.7Er zijn verschillende typen octrooien. Een primair octrooi (stofoctrooi), rust op de werkzamestof van een geneesmiddel. Daarnaast zijn er secundaire octrooien. Een gebruiksoctrooi is eenvorm van een secundair octrooi. Een tweede-medische-indicatie-octrooi is een specifiek typegebruiksoctrooi. Een tweede-medische-indicatie-octrooi rust, in tegenstelling tot een stof-octrooi, niet op de werkzame stof van een geneesmiddel maar op een specifieke indicatie.8Een generiek medicijn is een soort «kopie» van een merkmedicijn. De stof die ervoor zorgt dateen medicijn werkt, heet de werkzame stof. In het generieke medicijn zit dezelfde werkzamestof, in dezelfde sterkte. Een generiek medicijn werkt hetzelfde als het originele merkmedicijn.9TZ202501-105.10https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_309616_22/1/ (22-05-2025).11Kamerstukken II 2024/25, 36 278, nr. 31.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2004 zorgakkoord weer worden hervat, zet de Minister van VWS in opafspraken, om bekostiging beter bij te laten dragen aan passende zorg.Zodoende wordt de motie reeds toegepast in bestaand beleid en wordthierbij als afgedaan beschouwd.Toezegging tot beleidsreactie over de Wet op bijzondere medischeverrichtingenUw Kamer is toegezegd dat zij een beleidsreactie zouden ontvangen ophet advies van de Gezondheidsraad over de Wet op bijzondere medischeverrichtingen.12 In deze beleidsreactie zullen ook de lessen en inzichten uitde uitvoeringspraktijk van de afgelopen jaren worden meegenomen. DeMinister van VWS is voornemens om deze brief kort na het komendezomerreces aan uw Kamer te sturen.Motie van het lid Dobbe over een voorstel om gemeenten, personeel enpatiënten instemmingsrecht te geven bij fusies en/of sluitingen vanziekenhuizenDe Minister van VWS wil hierbij mededelen hoe uitvoering is gegeven aande motie van het lid Dobbe over instemmingsrecht voor gemeenten,personeel en patiënten bij fusies of sluitingen van (delen van) zieken-huizen.13In de brief van 13 maart 2025 over toegankelijke medisch specialistischezorg is de (voormalige) Minister van VWS ingegaan op de motie van hetlid Dobbe.14 In deze brief had de Minister van VWS aangegeven hoe zij deinvloed van deze belanghebbenden wil vergroten. Na de zomer zal deMinister van VWS een handreiking presenteren en een aanpassing van deregelgeving via internet consulteren.Inmiddels heeft uw Kamer het amendement Bushoff/ Krul aangenomen.15Zodra dit amendement in werking treedt, krijgt de burgemeester van eengemeente, waar het aanbod van acute zorg dreigt te worden beëindigd ofopgeschort, de gelegenheid om een zwaarwegend advies uit te brengen.Hiermee heeft uw Kamer gekozen voor een zwaarwegend adviesrecht inplaats van een instemmingsrecht. Met deze wetswijziging wordt eenbelangrijk doel van de motie Dobbe, effectieve betrokkenheid vangemeenten bij besluitvorming over het aanbod van acute zorg, bereikt.De Minister van VWS concludeert hiermee dat de motie is afgedaan.Toezegging tot brief over ambulancezorgIn het commissiedebat Medisch Zorglandschap, van afgelopen 20 maart,is uw Kamer toegezegd dat zij voor de zomer een brief over ambulan-cezorg te ontvangen krijgen.16 Dit naar aanleiding van de resultaten vande vernieuwde urgentie indeling. De evaluatie hiervan is echter pas beginjuli gereed. Uw Kamer zal daarom na het zomerreces een brief overambulancezorg ontvangen – uiterlijk vóór het commissiedebat Acute zorgop 25 september.12Kamerstukken II 2021/22, 33 693, nr. 12; Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 17.13Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 888.14Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 905.15Kamerstukken II 2024/25, 36 278, nr. 20.16TZ202504-078.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2005 Toezegging uitwerking bekostiging Centrum Acute Zorg ZoetermeerDe Minister van VWS wil hierbij vervolg geven aan de toezegging gedaanin het tweeminutendebat Integraal zorgakkoord, van 18 december 2024,om uw Kamer nader te berichten over de uitwerking van het voorstelCentrum Acute Zorg Zoetermeer (CAZ), na advisering door de NZa.17Het CAZ ambieert om in de toekomst verschillende vormen van acute zorgintegraal aan te bieden, over de zorgdomeinen heen. Voor de zorgpro-cessen binnen het CAZ zijn medisch-specialistische zorg, huisartsenzorg,dienstapotheek en verpleegzorg in elkaar verweven. De toekomstigeintegrale zorgprestatie betreft een combinatie van zowel 1e-lijns als2e-lijns zorg. Het vinden van duurzame, passende bekostiging voor hetCAZ is dan ook randvoorwaardelijk, aangezien de bestaande bekostigingper zorgsoort en per sector niet aansluit bij de doelstellingen en organi-satie van het CAZ. Daarom heeft het CAZ zich samen met de preferentezorgverzekeraars tot de NZa gewend om het CAZ integraal te kunnenbekostigen. Met de NZa is overeengekomen dat dit vorm kan krijgen ineen experiment integrale bekostiging via de NZa-beleidsregel «Innovatievoor kleinschalige experimenten». De insteek is dat het experiment metintegrale bekostiging start per 2027. Het bijbehorende transformatieplanvoor de aanvraag van IZA transformatiemiddelen is inmiddels goedge-keurd.De Minister van VWS concludeert hiermee invulling te hebben gegevenaan de toezegging.Kerncijfers Acute Zorg 2017–2023De Minister van VWS biedt uw Kamer hierbij de «Kerncijfers Acute Zorg2017–2023», van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aan. Hierin wordteen update van de cijfers uit de monitor acute zorg 2023 gepresenteerd,met extra aandacht voor het acute zorggebruik per leeftijdsgroep. Dit iseen geactualiseerd overzicht op basis van de meest recente data (2023).Met de update toont de NZa ook drie opvallende ontwikkelingen aan.i. Het aantal ambulance-inzetten daalt in 2023 licht, wat vooral zichtbaar inhet aantal ritten naar spoedeisende hulp. Daarnaast worden er meerzorgconsulten er plaatse verleend door de ambulancediensten; ii. Hetgebruik van de huisarts buiten kantooruren (huisartsenpost) neemt af in2023; en iii. Er is een toename van het aantal ouderen op de spoedeisendehulp, maar procentueel (gecorrigeerd voor de bevolkingsgroei), stijgt ditniet.Toezegging tot informeren over voortgang geboortezorg ZuyderlandDe Minister van VWS wil in navolging van de toezegging gedaan in debrief van haar voorganger, van 10 oktober 2024, uw Kamer informerenover de voortgang op de uitwerking van de plannen voor de geboortezorgin het Zuyderland ziekenhuis.18 Deze toezegging volgt naar aanleiding vande motie Krul c.s., over de geboortezorg in het Zuyderland.19Het Zuyderland ziekenhuis geeft aan dat er een werkgroep is gestart dieeen plan uitwerkt voor de geboortezorg na 2030. De werkgroep bestaat uiteen vertegenwoordiging van gynaecologen uit Zuyderland medischcentrum, verloskundigen uit de eerste lijn, kraamzorg, GGD/Trendbreuk,17TZ202501-104.18Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 881.19Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 880.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2006 huisartsen en zorgverzekeraar CZ. Ook participeert een lector sociale zorgin de verloskunde. Daarnaast onderhoudt het ziekenhuis contact met eengroep burgers en ervarings(deskundigen), verenigd in de netwerkorgani-satie «Burgerkracht», zodat hun perspectief wordt meegenomen in hetplan.De planning is erop gericht om in de tweede helft van 2026 het uitge-werkte plan voor de geboortezorg na 2030 voor te leggen aan deimplementatie tafel.20 Uitgangspunten voor de uitwerking van dewerkgroep zijn:•Zwangere vrouwen kunnen voor alle geboortezorg in Heerlen terecht.Alleen als er sprake is van een bevalling in het ziekenhuis zal debevalling plaatsvinden in Sittard-Geleen, de voor- en nazorg is inHeerlen.•Er wordt ingezet op kwalitatief goede begeleiding van en veiligegeboortezorg voor zwangere vrouwen bieden, in het bijzonder in deregio Parkstad. Hierbij wordt rekening gehouden met de specifiekesituatie in Parkstad, de toenemende druk op de arbeidsmarkt en deverplaatsing van de acute verloskunde en het geboortecentrum vanaf2030 naar Sittard-Geleen.•Ontwikkelingen op het gebied van AI en digitale zorg wordenmeegenomen.•Er wordt onderzocht welke (nieuwe) samenwerkingen er nodig zijntussen alle betrokkenen bij de geboortezorg.•De inzet wordt om geboortezorg meer naar thuis en de wijk tebrengen.•Geboortezorg wordt gezien als de hele cyclus van preconceptie zorgtot bevalling en nazorg. Sociale verloskunde is nadrukkelijk onderdeelvan het plan. Het gaat niet alleen om de zwangerschapsbegeleidingmaar vooral ook ondersteunen in hoe voor te bereiden op hetmoederschap daar waar dat nodig is.•Samen met de werkgroep vervoer worden scenario’s uitgewerkt voorde categorie bevallingen waarbij mensen met eigen vervoer naar hetziekenhuis moeten.Tot slot, de Minister van VWS beschouwt met bovenstaande stand vanzaken, van het plan, de toezegging als afgedaan. Uw Kamer zal verderworden geïnformeerd wanneer het plan is uitgewerkt.Motie van het lid Diederik van Dijk over de mogelijkheid tot vergoedingvoor huisartsen voor het voeren van behandelwens- en levenseindege-sprekkenDe motie van het lid Diederik van Dijk verzoekt de regering te bezien hoeook huisartsen een vergoeding kunnen krijgen voor de behandelwens- enlevenseindegesprekken die zij voeren en de Kamer van de voortganghiervan op de hoogte te houden.21Palliatieve zorg en terminale zorg moeten een vanzelfsprekend onderdeelzijn van de reguliere zorg en ondersteuning, zoals ook in het regeerpro-gramma staat. Het doel van proactieve zorgplanning is om, samen met depatiënt en diens naasten, wensen en grenzen aan zorg en ondersteuningin de laatste levensfase te bespreken. Voor goede palliatieve zorg is hetbelangrijk dat zorgverleners vroegtijdig het gesprek aangaan met depatiënt over hun wensen en voorkeuren, om te weten wat de patiënt20De implementatietafel bestaat uit Zuyderland, huisartsen uit de Oostelijke en WestelijkeMijnstreek, Ambulancezorg, VVT, Burgerkracht en zorgverzekeraar CZ.21Kamerstukken II 2024/25, 29 509, nr. 90.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2007 belangrijk vindt in de laatste fase van het leven (proactieve zorgplanning).De bekostiging moet deze gewenste zorg in de palliatieve fase onder-steunen.De NZa heeft per 2025 een betaaltitel ingevoerd voor proactievezorgplanning in ziekenhuizen. Hiermee kunnen zorgaanbieders in demedisch-specialistische zorg aan de slag gaan met proactievezorgplanning. Met deze wijziging in de bekostiging wordt het goedegesprek tussen patiënt en behandelaar gestimuleerd. Daarnaast heeft deNZa de mogelijkheden voor bekostiging van proactieve zorgplanningbeschreven in het rapport «Verkenning bekostiging proactievezorgplanning».22 De NZa heeft aangegeven proactieve zorgplanning per2027 in te willen voeren, in de basisbekostiging van de huisartsenzorg.Daarnaast werkt de NZa in samenspraak met de veldpartijen aan deuitwerking hiervan.De Minister van VWS concludeert hiermee dat de motie is afgedaan.Motie van de leden Paulusma en Bushoff over een nationaal planzeldzame aandoeningenDe Minister van VWS wil hierbij een korte update bieden op de uitvoeringvan de motie van de leden Paulusma en Bushoff over een nationaal planzeldzame aandoeningen. Met deze motie wordt het kabinet verzocht om tekomen tot een nationaal plan tegen zeldzame aandoeningen en deze voorde zomer van 2025 met uw Kamer te delen.23 In een eerdere reactie op demotie, in maart van dit jaar, heeft de voormalige Minister van VWSgedeeld, dat verschillende opties ter uitvoering van de motie wordenverkend, waarna uw Kamer geïnformeerd zou worden over de uitkomsthiervan.24Naar schatting heeft 6% tot 8% van de Nederlandse bevolking eenzeldzame aandoening. Ondanks dat deze aandoeningen zeldzaam zijn, zijner in totaal circa 8000 zeldzame aandoeningen. Door de kleine patiëntaan-tallen per zeldzame aandoening is het van belang de kennis en expertisete bundelen, niet alleen binnen Nederland, maar ook binnen Europa.Daarom zet de Minister van VWS, conform de motie, in op een nieuw,gedragen nationaal plan dat de koers bepaalt voor de komende jaren.Sinds 2017 zijn flinke stappen gezet, onder meer op het gebied vannetwerkvorming, organisatie van zorg, financiering en Europese samen-werking. Nu deze ontwikkelingen succesvol zijn opgebouwd, is het tijdvoor de volgende stap in de ontwikkeling van de zorg voor zeldzameaandoeningen. Onder meer door in te zetten op verbeterde samenwerkingtussen ziekenhuizen, de aansluiting op andere domeinen in de zorg (zoalsde huisartsenzorg) en het beter delen van beschikbare data om de zorgverder te ontwikkelen.De Minister van VWS is voornemens om samen met veldpartijen,waaronder patiëntenorganisaties, deze nieuwe koers te bepalen, onderbegeleiding van een derde partij. Dit zodat voldoende ruimte ontstaatvoor alle betrokken partijen om hun perspectief te delen en vast te leggenin het nieuwe nationaal plan zeldzame aandoeningen. Naar verwachtingstart dit proces in januari 2026 en zal het plan uiterlijk december 2026gereed zijn. In de periode tot aan 2026 werkt de Minister van VWS aan een22Dit rapport is te raadplegen via: https://puc.overheid.nl/nza/doc/PUC_767990_22/ (02-06-2025).23Kamerstukken II 2024/25, 32 805, nr. 182.24Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 905.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2008 inhoudelijk kader waarbinnen het nationaal plan verder kan wordenvormgegeven.Toezegging over inventarisatie van de arbeidsmarkt in de zorgDe Minister van VWS reageert kort op de toezegging tot het sturen vaneen inventarisatie van de arbeidsmarkt in de zorg, gedaan bij de begro-tingsbehandeling van VWS over het jaar 2025.25De voormalige Minister van VWS heeft op 2 juni tijdens de zorgtop 2025,samen met tientallen voorlopers uit zorg en welzijn, het PlatformAfwenden Arbeidsmarkttekort gepresenteerd. Hier komen ideeën enplannen met het grootse potentieel om het arbeidsmarkttekort af tewenden bij elkaar.Daaropvolgend is de Minister van VWS voornemens uw Kamer in hetvierde kwartaal van 2025 een voortgangsrapportage over het arbeids-marktbeleid toe te sturen.Motie van het lid Tielen over onderzoeken of flexibilisering van deregelgeving voor arbeidstijden kan bijdragen aan duurzame inzet enwerkplezier van zorgmedewerkersDe motie Tielen verzoekt de regering om in overleg met, en instemmingvan, werknemers en werkgevers te onderzoeken of een flexibilisering vande arbeidstijdenregelgeving wenselijk en haalbaar is.26Het Ministerie van VWS is met werknemers- en werkgeversorganisatiesuit de zorg in overleg gegaan, over de wenselijkheid en haalbaarheid vanflexibilisering van de arbeidstijdenregelgeving voor de gezondheidszorg.Daaruit is naar voren gekomen dat daar geen tot een geringe behoefte isaan onderzoek ten behoeve van een flexibilisering van de arbeidstijdenre-gelgeving, want de gezamenlijke conclusie van de werknemers- enwerkgeverspartijen is dat een dergelijke flexibilisering niet opweegt tegende risico’s die dat met zich meebrengt. De arbeidstijdenregels biedennamelijk een basisniveau van bescherming aan werknemers. Men vindthet belangrijk om dat in stand te houden. Ook geven partijen aan dat ervoldoende ruimte is binnen bestaande wetgeving voor flexibele arbeids-tijden. Zo is het mogelijk om op bepaalde onderdelen via cao’s afwijkendeof aanvullende afspraken te maken.Zodoende heeft de Minister van VWS, samen met de StaatssecretarisParticipatie en Integratie, en in afstemming met werknemers- en werkge-versorganisaties, besloten om geen verder onderzoek te doen naar deflexibilisering van de arbeidstijdenwetgeving. Hiermee wordt de motie alsafgedaan beschouwd.Motie van de leden Dobbe en Bushoff over het cao van Verpleeg-,Verzorgingshuizen, Thuiszorg en JeugdgezondheidszorgDe motie van de leden Dobbe en Bushoff verzoekt de regering om ingesprek te gaan met vakbonden en werkgevers, over de randvoorwaardenvoor hen, om tot een goede cao Verzorging, Verpleging, Thuiszorg enJeugdgezondheidszorg (VVT) te komen.2725TZ202412-046.26Kamerstukken 2024/25, 36 600 XVI, nr. 67.27Kamerstukken II 2024/25, 29 282, nr. 592.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 2009 Aangezien de cao-partijen inmiddels een nieuwe cao VVT hebben wetenaf te sluiten, met een looptijd van 1 januari 2025 t/m 31 augustus 2026,wordt deze motie als afgedaan beschouwd.Rapport Bewustzijn zzp-schap in zorg en welzijnHierbij biedt de Minister van VWS uw Kamer het rapport over bewustzijnvan zzp-schap in de zorg.In navolging van het eerdere rapport over bewustzijn van zzp-schap in dezorg, dat de voormalige Minister van VWS met uw Kamer heeft gedeeldop 16 oktober 2024,28 is met dit rapport nader onderzoek gedaan naar hetkennisniveau over de rechten en plichten onder werkgevenden enwerkenden aangaande het werken met en als een zzp’er. Hierbij isgekeken of het kennisniveau toereikend is om een weloverwogen keuze tekunnen maken. Ook is bekeken of het afgelopen jaar, waarin eeninformatietraject vanuit het Rijk heeft plaatsgevonden, veranderingen zijnopgetreden in het kennisniveau.Het onderzoek laat een duidelijke verschuiving zien in 2025 ten opzichtevan 2024. Zowel werkenden als werkgevenden zijn bekender met de termschijnzelfstandigheid en handhaving. Het aantal werkenden dat nadenktover zzp-schap is afgenomen en werkgevenden krijgen minder vragenover mogelijkheden tot zzp-schap. Daarnaast is een uitvraag gedaan naarde infographics29 over zzp-schap voor werkgevenden en werkenden, dievanuit VWS verspreid zijn. Uit de enquête blijkt dat deze begrijpelijk envoldoende informatief zijn, maar dat VWS nog meer zou kunnen inzettenop het bereiken van de doelgroepen. Dit onderzoek heeft geleid tot eenrapportage met daarin de resultaten, inclusief aanbevelingen voor deinformatievoorziening vanuit het Rijk op dit onderwerp.Motie van het lid Den Haan c.s. over toegankelijkheid van digitalemiddelen voor ouderen met een kleiner portemonneeDe motie van lid Den Haan verzoekt de regering om te bezien hoe digitalemiddelen die ervoor kunnen zorgen dat ouderen langer zelfstandigkunnen blijven wonen, ook voor mensen met een kleine portemonnee,toegankelijk gemaakt kunnen worden.30 In de zorg is technologie nietmeer weg te denken. Er wordt steeds vaker zorgtechnologieën in om hetwerk lichter te maken, om tijd te besparen of om ervoor te zorgen datcliënten meer dingen (weer) zelf kunnen doen. Daarmee ondersteuntdigitale zorg, zowel zorgprofessionals, als cliënten, en draagt zo bij aankwaliteit van zorg en kwaliteit van leven.De regering vindt het met de indiener belangrijk dat ouderen langerzelfstandig kunnen blijven wonen. Ouderen, langdurig zieken en mensenmet een beperking willen ook zelf langer thuis blijven wonen. De inzet vandigitale middelen in de zorg kan daarbij behulpzaam zijn. Met de inzet vandigitale zorg kan (weer) eigen regie genomen worden over het leven, hetgebruik van beeldzorg kan bijvoorbeeld reistijd schelen en de mantel-zorger kan zo bijvoorbeeld ook digitaal aanwezig zijn bij een afspraak meteen arts of verzorgende.28Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 17.29De infographics zijn te raadplegen via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2025/01/30/infographic-werken-als-zzp-in-zorg-en-welzijn (02-06-2025); enhttps://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2025/01/30/infographic-inhuren-van-zzp-in-zorg-en-welzijn (02-06-2025).30Kamerstukken II 2022/23, 31 765, nr. 732.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20010 Alle drie de stelselwetten, de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wetlangdurige zorg (Wlz) en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015(Wmo 2015) kennen hun eigen vergoedingssysteem voor zorg (Zvw enWlz) en ondersteuning (Wmo 2015). Op basis van de Zvw worden digitalehulpmiddelen vergoed al naar gelang er een aanspraak op een dergelijkmiddel in de Zvw bestaat. De omvang van de portemonnee speelt daarbijgeen rol. Het gebruik van digitale hulpmiddelen, op basis van de Wlz, isafhankelijk van de vraag of de aanbieder bij de zorgverlening gebruik-maakt van digitale hulpmiddelen en ook dat is onafhankelijk van deportemonnee van de verzekerde. De Wmo 2015 is een gedecentraliseerdewet, gemeenten hebben daarbij de vrijheid en verantwoordelijkheid omde Wmo 2015 uit te voeren op een manier die aansluit bij de specifieke,lokale context. Er is geen landelijke richtlijn voor de vergoeding vandigitale zorg. Als digitale zorg aantoonbaar bijdraagt dat mensen meekunnen doen in de samenleving en langer thuis kunnen blijven wonen,kan de gemeente deze zorg vergoeden.De Minister van VWS beschouwt de motie hiermee als afgedaan.Motie van het lid Tielen over het bevorderen van zorgcontracteringDe Minister van VWS deelt met het voormalig Kamerlid Tielen, zoalsaangegeven in haar motie,31 dat het van belang is om met behulp vanafspraken in het Aanvullend zorg- en welzijnsakkoord, meer sturingmogelijk te maken op de kwaliteit en de inzet van zorgpersoneel en debetaalbaarheid van de zorg. Hieronder legt de Minister van VWS uit hoeze geeft uitvoering aan de motie door een aantal maatregelen.Zoals de voormalige Minister van VWS aangaf in de reactie op hetschriftelijke overleg inzake de intrekking van het wetsvoorstel bevorderenzorgcontractering wordt er met de partijen bij het Integraal Zorgakkoord(IZA) hard gewerkt aan aanvullende afspraken.32 Het streven is om dezeaanvullende afspraken spoedig met uw Kamer te delen. Op dit momentkan nog niet op de inhoud worden vooruitgelopen. In het IZA is in eendrieluik afspraken gemaakt omtrent de contractering. Hierbij gaat het omhet verbeteren van het contracteerproces, de inhoudelijke sturing opcontractering en het verbeteren van de informatievoorziening voorverzekerden. In mei van dit jaar is uw Kamer geïnformeerd over hetverloop van het contracteerseizoen voor 2024 en is ook stilgestaan bij devoortgang op de genoemde maatregelen.33 In juni 2024 is de MidtermReview van het IZA aan de Kamer gestuurd.34 Daarin is ook gemeld dat ergoede stappen zijn gezet om de contractering te verbeteren. Komendvoorjaar wordt uw Kamer ook nader geïnformeerd over de evaluatie vanhet afgelopen overstap- en contracteerseizoen. Voorts wordt op basis vanhet hoofdlijnenakkoord het wetsvoorstel onafhankelijke indicatiestellingwijkverpleging voorbereid.Specifiek voor de aanpak van zorgfraude is er al veel mogelijk en is hetbelangrijk dat alle partijen hun rol pakken en doen wat al kan. Er zijntoetredingsdrempels opgeworpen met bijvoorbeeld de Wet toetredingzorgaanbieders (Wtza), die per 1 januari 2025 geldt voor alle zorginstel-lingen die zorg verlenen op grond van de Zorgverzekeringswet of de Wetlangdurige zorg en er is lokale regelgeving van gemeenten. Er kan zowelwat betreft kwaliteit, rechtmatigheid als integriteit naar (het verleden van)bestuurders en zorgverleners worden gekeken door onder andere het31Kamerstukken II 2024/25, 36 561, nr. 10.32Kamerstukken II 2024/25, 36 561, nr. 8.33Kamerstukken II 2023/24, 29 689, nr. 1249.34Kamerstukken II 2023/24, 31 765, nr. 852.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20011 Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG), de InspectieGezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) engemeenten. De uitbreiding van de vergunningplicht vergroot de groepzorginstellingen van wie een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)verlangd kan worden en ten aanzien van wie een integriteitsbeoordelingop grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door hetopenbaar bestuur (Wet Bibob) kan worden uitgevoerd. Daarnaast wordtbij de Proeftuinen aanpak zorgfraude van de Vereniging van NederlandseGemeenten (VNG) door gemeenten ervaring en kennis opgedaan en metelkaar gedeeld over de mogelijkheden de screening van zorgaanbiedersbij de inkoop van zorg te verbeteren.Het is vervolgens aan de inkopers van zorg om met inkoopbeleid,contractvoorwaarden en beheersmaatregelen in waarborgen te voorzienen zorgvuldig te zijn in met wie een contract wordt afgesloten of verlengd.Tevens wordt gewerkt aan de implementatie van het Waarschuwingsre-gister zorgfraude, geregeld in de Wet bevorderen samenwerking enrechtmatige zorg (Wbsrz). Daarmee wordt mogelijk gemaakt dat zorgver-zekeraars, zorgkantoren en gemeenten elkaar voor frauderende zorgaan-bieders, waaronder diens bestuurders en leidinggevenden, kunnenwaarschuwen. Zo kan worden tegengaan dat deze hun activiteiten eldersvoortzetten of anderszins opnieuw beginnen.Ook moeten zorgaanbieders zelf nagaan of het verleden van iemand eenbezwaar vormt voor het uitoefenen van een functie in de zorg. Mede geletop deze waarborgen, is het ook van belang dat wordt ingezet op hetgebruik van de diverse bestaande mogelijkheden van beroeps- enbestuursverboden. Aanvullend ligt het wetsvoorstel Integere bedrijfs-voering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz) aan uw Kamer voor. Ditwetsvoorstel stelt voorwaarden aan de bedrijfsvoering van aanbieders, enhet verbindt extra weigerings- en intrekkingsgronden aan deWtza-vergunning, om integere bedrijfsvoering te waarborgen.Met deze gerichte maatregelen wil de Minister van VWS ervoor zorgen datgoedwillende zorg- en hulpverleners niet lijden onder de kwaadwillenden.De motie wordt hiermee als afgedaan beschouwd.Motie van het lid Hirsch c.s. over voorwaarden bij publieke financieringvan geneesmiddelenonderzoekDe Minister van VWS reageert hierbij op de motie van het lid Hirsch. Demotie verzoekt de regering te verkennen of er voorwaarden gesteldkunnen worden aan publieke financiering, om zo de toegang tot genees-middelen die mede met dit geld zijn ontwikkeld, beschikbaar te maken inhet Mondiale Zuiden.35Hoewel publieke financiering een belangrijke rol kan spelen in de vroegefase van ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, worden geneesmid-delen meestal door private partijen naar de markt toe ontwikkeld.Maatschappelijke voorwaarden moeten dan gesteld worden op hetmoment dat kennis wordt overgedragen van een publieke naar de privatepartij. Dit gebeurt op het moment dat het bedrijf een licentie neemt op hetoctrooi dat in bezit is van een kennisinstelling zoals een universiteit.Er bestaan initiatieven, zoals de principes van Maatschappelijke Verant-woord Licentiëren (MVL) en de bijbehorende toolkit met juridischebepalingen, die dit mogelijk maken. Zo kunnen universiteiten precies ditsoort voorwaarden stellen aan bedrijven die een licentie nemen op hunontdekkingen. Hoewel MVL niet specifiek is ontwikkeld voor geneesmid-35Kamerstukken II 2024/25, 36 180, nr. 110.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20012 delen, maar voor alle ontdekkingen, bevat het bepalingen die gelijketoegang tot geneesmiddelen mogelijk maakt, bijvoorbeeld ook in hetMondiale Zuiden.Op dit moment vindt de doorontwikkeling van de principes van MVL en deToolkit plaats onder regie van de Universiteiten van Nederland en deNederlandse Federatie van Universitair Medisch Centra, en is daarmeebreed gedragen. Uiteindelijk zal per individuele onderhandeling gekekenmoeten worden welke bepalingen, en daarmee welke maatschappelijkedoelen, kunnen worden opgenomen in een licentieovereenkomst. Eenlicentieovereenkomst is altijd maatwerk. Hiervoor ligt de vrijheid en deverantwoordelijkheid bij de kennisinstelling.Tot slot, met bovenstaande beschouwt de Minister van VWS de motie alsafgedaan.Motie van het lid Tielen over het ontwikkelen van een «pandemischepa-raatheidsladder»De Minister van VWS wil hierbij reageren op de motie van het lid Tielen,die de regering verzoekt om een soort «pandemischeparaatheidsladder»te ontwikkelen die eenvoudig inzichtelijk maakt in hoeverre Nederlandpandemisch paraat is.36De Minister van VWS wil benadrukken dat het onduidelijk is hoe eeneventuele volgende pandemie eruit zal zien en hoe deze verschilt van decoronapandemie. Pandemische paraatheid kan daarom niet wordengezien als een vaststaand punt, maar als een constante beweging.Daarmee betekent «pandemisch paraat zijn» dat de gezondheidszorg inbrede zin flexibel, wendbaar en opschaalbaar is.De motie van het lid Tielen wordt daarom ingevuld door het reguliermonitoren en evalueren van onze staat van paraatheid op de volgendemanieren:•Een jaarlijkse zelfscore vragenlijst aan de WHO: de State PartySelf-Assesment Annual Reporting Tool-(SPAR) tool over de implemen-tatie van de Internationale Gezondheidsregeling (IHR, 2005) inNederland;•Een driejaarlijkse evaluatie door het Europees Centrum voor ziektepre-ventie en -bestrijding (Engels: European Centre for Disease Preventionand Control, ECDC) van de paraatheid- en respsonsplannen op de 16capaciteiten uit de EU-verordening ernstige grensoverschrijdendegezondheidsbedreigingen. In 2025 is deze evaluatie uitgevoerd engecombineerd met een evaluatie door de WHO. Deze evaluatie geefteen scherp beeld van onze paraatheid, mogelijke verbeterpunten enhoe onze paraatheid zich verhoudt tot die in andere landen. Hetrapport bevindt zich in de afrondende fase en zal zo spoedig mogelijkaan uw Kamer worden aangeboden.•Tot slot organiseert de Minister van VWS een landelijke oefening,gepland voor 2025, waarin wordt bezien in hoeverre de zorg inNederland pandemisch paraat is in een specifiek scenario.Tezamen geven deze evaluaties, waarover uw Kamer uiteraard zal wordengeïnformeerd, een beeld van de voortgang en de paraatheid.De Minister van VWS concludeert hiermee dat er uitvoering wordtgegeven aan de motie van het lid Tielen.36Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 64.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20013 Motie van de leden Ceder en Bikker over kennis voor behandeling vanlong covid patiëntenIn navolging van de motie van de leden Ceder en Bikker,37 wil de Ministervan VWS, na de zomer, uw Kamer een brief sturen over de stand vanzaken ten aanzien van het Post Acuut Infectieus Syndroom.Met deze brief zal uw Kamer, onder andere, worden geïnformeerd over demotie en uitkomsten van contact van het Ministerie van VWS met deVereniging van Nederlandse Gemeenten over zorgvragen op grond vande Wet maatschappelijke ondersteuning.Toezegging over AI in zorg voor het verminderen van administratievelastenDe Minister van VWS wil uw Kamer kort informeren over de toezegging,gedaan tijdens het commissiedebat Digitale ontwikkelingen in de zorg,van 10 april jl., om een brief te sturen over AI in de zorg.38 Met deze briefwordt uw Kamer geïnformeerd over kaders, een implementatiestrategievan AI in de zorgsector, een planning en er wordt ingegaan op mogelijk-heden voor publiek-private samenwerking.De afgelopen maanden zijn er rondetafelgesprekken gevoerd met eenbreed speelveld van betrokkenen partijen, waaronder zorgprofessionals,zorgaanbieders, koepels, leveranciers, vertegenwoordigers vanuitpatiënten, cliënten en tevens andere experts. In deze gesprekken is vangedachten gewisseld over de uitdagingen en mogelijkheden bij hetgebruik van AI in de zorg. De input van deze gesprekken wordt gebruiktals basis voor de toegezegde aanpak en kaders voor AI in de zorgsector.Aanvankelijk was de verwachting dat deze aanpak en kaders voor dezomer klaar zouden zijn. De hoeveelheid input en de vertraging van hetAZWA zorgen echter voor een vertraging in de uitwerking van de aanpaken kaders, waardoor de planning wordt aangepast naar het derdekwartaal van 2025.Toezegging over aanlevering financiële impactanalyse met betrekking totde EHDSDe toenmalige Minister van VWS heeft tijdens het commissiedebat op10 april 2025 toegezegd de update van de financiële impactanalyse metbetrekking tot de European Health Data Space (EHDS) voor het zomer-reces aan de Kamer toe te sturen.39Uw Kamer heeft de initiële financiële impactanalyse op basis van hetgepubliceerde voorstel van de EHDS in december 2022 ontvangen. Erwordt een update uitgevoerd op deze financiële impactanalyse op basisvan de op 26 maart 2025 in werking getreden EHDS-verordening.Momenteel bevindt deze update zich in een afrondende fase. De Ministervan VWS streeft ernaar kort na het zomerreces de Kamer het rapport toete sturen.37Kamerstukken II 2024/25, 33 578, nr. 135.38TZ202504-082.39TZ202504-085.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20014 Toezeggingen over EHDS-verordening in relatie tot het wetsvoorstelopvraagbaarheid gegeven bij acute zorg en het in dit wetsvoorstel regelenvan een opt-outEerder is geconstateerd dat er behoefte is om de opvraagbaarheid vangegevens bij acute zorg te verbeteren. Die noodzaak onderschrijft deMinister van VWS; het is ontzettend belangrijk dat patiënten zo snelmogelijk de beste hulp aangeboden kunnen krijgen in acute zorgsituaties,door ook de juiste informatie beschikbaar te hebben. De ontwikkeling vaneen wetsvoorstel dat daartoe in voorbereiding was, het Wetsvoorstelopvraagbaarheid gegevens bij acute zorg (Wogaz), is gepauzeerd inverband met de inwerkingtreding van de EHDS. Er was namelijk tijd nodigom de mogelijke samenloop tussen de verordening en de Wogaz teonderzoeken. De reikwijdte van de verordening heeft immers groteoverlap met die van de Wogaz. Op grond van de EHDS hebben zorgver-leners, in een acute zorgsituatie, de mogelijkheid, om de relevanteelektronische gezondheidsgegevens van de patiënt op te vragen. Dit isnodig om in deze kritieke omstandigheid de juiste zorg te kunnen bieden.In het commissiedebat Digitale ontwikkelingen in de zorg, van 10 april2025, heeft de toenmalige Minister van VWS aangegeven dat zij hetwetstraject voor de Wogaz niet wilde voortzetten.Duidelijk is dat via de EHDS het beleidsdoel van de Wogaz bereikt kanworden. Om te voorkomen dat in Nederland twee verschillende wetge-vingstrajecten lopen die hetzelfde doel proberen te bereiken, lijkt hetzinvoller om alle aandacht te richten op één gedegen nieuwe stelselwetvoor de verwerking van gegevens in de zorg. Daarbij is de wetswijzigingafhankelijk van de implementatie van gegevensuitwisseling in despoedzorg, waar momenteel hard aan gewerkt wordt met de betrokkenveldpartijen in het tweede programma «Met Spoed Beschikbaar». In datprogramma wordt gekeken hoe rekening kan worden gehouden met devereisten die de EHDS straks stelt aan de uitwisseling van gegevens. Hetgaat dan in het bijzonder om de spoedzorg, zodat die vereisten nu al –zoveel mogelijk – in de implementatie kunnen worden meegenomen.De Minister van VWS concludeert hiermee de toezegging te hebbenafgedaan.Motie van het lid Agema over de inzetbaarheid van een opt-in bij eenvolgende gezondheidscrisisDe Minister van VWS wil hierbij reageren op de motie van het voormaligKamerlid Agema, dat de regering oproept om bij een volgende gezond-heidscrisis alleen over te gaan naar een opt-out-situatie (het delen vanmedische patiëntgegevens met andere zorgverleners zonder dat daartoestemming voor is gegeven) als er sprake is van een situatie «codezwart».40Met de komst van de EHDS gaat Nederland van een systeem vantoestemming voordat gegevens elektronisch uitgewisseld worden, dezogenaamde opt-in-systematiek, naar een systeem met een wettelijkegrondslag (de EHDS), die een opt-out-systematiek regelt. In de Kamer-brief, van 7 april 2025,41 en in het commissiedebat Digitale ontwikkelingenin de zorg, van 10 april 2025, heeft de toenmalige Minister van VWSaangegeven dat zij ervoor koos, om het opt-out-mechanisme zo in terichten, dat iedereen bezwaar kan indienen tegen deze gegevensuit-40Kamerstukken II 2022/23, 25 295, nr. 2065.41Kamerstukken II 2024/25, 27 529, nr. 332.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20015 wisseling. Zodoende wordt de autonome rol en de wensen van de patiëntgerespecteerd.De Minister van VWS concludeert hiermee dat uitvoering is gegeven aande motie.Motie van de leden Van den Hil en Tielen over de wettelijke verankeringvan een opt-out voor de spoedeisende zorgDe motie van de leden Van den Hil en Tielen verzoekt de regering tot eenwettelijke verankering van een opt-out voor de spoedeisende zorg.42Nederland gaat met de EHDS van een stelsel met een opt-in (veronder-stelde toestemming), naar een stelsel die een opt-out-systematiek regelt.Onder de reikwijdte van de EHDS valt de zorg geregeld onder deZorgverzekeringswet en Wet langdurige zorg. Daaronder valt ookspoedeisende zorg.De Minister van VWS concludeert hiermee dat de EHDS tegemoetkomtaan het verzochte onder de motie en beschouwt het als afgedaan.Toezegging tot opnemen van een overzicht van amendementen in hetJaarverslag VWS 2024De Minister van VWS wil uw Kamer attenderen op het, in het JaarverslagVWS 2024, opgenomen bijlage «Overzicht amendementen».43 Ditoverzicht biedt, in navolging van een eerder gedane mondelingetoezegging,44 een stand van zaken van de amendementen die zijnaangenomen bij de VWS-begroting 2024.Zodoende concludeert de Minister van VWS dat de toezegging (reeds) isafgedaan.Motie van leden Jansen en Tielen over voorbeelden van initiatieven vanpassende zorg in de Zorginstituut overzichtenDe Minister van VWS wil hierbij reageren op de motie van de voormaligeKamerleden Jansen en Tielen, die de regering verzoekt het Zorginstituutte vragen het komend jaar per kwartaal 150 extra voorbeelden toe tevoegen aan hun overzichten van initiatieven van passende zorg.45Het programma passende zorgpraktijken bij het Zorginstituut is onlangsbeëindigd en de Minister van VWS is met partijen gekomen tot nieuweafspraken, om impactvolle passende zorg te realiseren, door opschalingen contractering, waarbij partijen goede voorbeelden verzamelen engeselecteerde initiatieven per sector publiceren opwww.integraalzorgakkoord.nl/passendezorg. Daarbij is goed om tenoemen dat de voormalig Minister van VWS onlangs het PlatformAfwenden Arbeidsmarkttekort heeft gelanceerd,46 waarin een verzamelinggoede praktijkvoorbeelden uit zorg en welzijn is gebundeld. Deze goedepraktijkvoorbeelden dragen bij aan de juiste inzet van medewerkers,administratietijd terugdringen, de beweging van zorg naar gezondheid enhet vergroten van vakmanschap en werkplezier. Op dit platform wordt ookverwezen naar websites, waar nog meer goede voorbeelden en initia-42Kamerstukken II 2022/23, 35 824, nr. 42.43Kamerstukken II 2024/25, 36 740 XVI, nr. 1.44TZ202306-240.45Kamerstukken II 2024/25, 31 765, nr. 919.46www.rijksoverheid.nl/arbeidsmarkttekort (09-06-2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20016 tieven uit de praktijk zijn terug te vinden, op gerichte thema’s of inspecifieke branches in zorg en welzijn.De Minister van VWS concludeert dat al invulling wordt gegeven aan demotie en beschouwt het daarmee als afgedaan.Stand van zaken uitvoering motie Claassen/ Wilders over restitutiepo-lissenConform de toezegging in het Commissiedebat Zorgverzekeringsstelsel,van 18 juni jl., ontvangt uw Kamer hierbij de stand van zaken van deuitvoering van de motie Claassen/ Wilders. De motie verzoekt de regeringin gesprek te gaan met de zorgverzekeraars met als doel dat de zorgverze-keraars vanaf januari 2026 weer restitutiepolissen gaan aanbieden.47Zoals bekend is het niet aan de Minister van VWS, maar aan elkezorgverzekeraar zelf, om te bepalen welke polissen wel of niet wordenaangeboden. Dat laat onverlet dat de Minister het gesprek met zorgverze-keraars is aangegaan. Via Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is aanzorgverzekeraars de wens overgebracht dat er komend jaar weer eenaanbod aan restitutiepolissen komt. ZN heeft aangegeven het onderwerponder zorgverzekeraars te agenderen. Ook meldt ZN dat er tot nu toe geensignalen bekend zijn dat zorgverzekeraars weer restitutiepolissen gaanaanbieden. Daarbij dient bedacht te worden dat zorgverzekeraars hunvoorgenomen keuzes in het polisaanbod over het algemeen als vertrou-welijke informatie beschouwen.De Minister van VWS concludeert hiermee dat uitvoering is gegeven aande motie.Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke ZorgToezeggingen over bestaanszekerheid na overlijden pgb-budgethouderDe Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg heeft, naaraanleiding van gesprekken met betrokken ouders en signalen vanuit depraktijk, twee toezeggingen gedaan met betrekking tot het vraagstuk vanbestaanszekerheid na het overlijden van een pgb-budgethouder.Tijdens het commissiedebat Medische kindzorg, van 10 oktober 2024, istoegezegd dat uw Kamer per brief geïnformeerd zal worden over hetbredere bestaanszekerheid-vraagstuk. In deze brief zullen onder meer demogelijkheden ten aanzien van aanvullende verlofregelingen en hetgebruik van bestaande sociale voorzieningen worden meegenomen.48Daarnaast is met de brief «Stand van Zaken Medische Kindzorg», van3 oktober 2024, toegezegd verkenning te doen naar aanvullende onder-steuning voor de betreffende oudergroep en uw Kamer daarover teinformeren.49 Aangezien de aanvullende ondersteuning, naast de zorg,ook de sociale zekerheid raakt, wordt hierin samen opgetrokken met hetMinisterie van Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid (SZW).Op dit moment wordt door, zowel het Ministerie van VWS, als hetMinisterie van SZW, gewerkt aan een beleidsmatige en juridischeverkenning van de mogelijke oplossingsrichtingen voor aanvullendeondersteuning. Het is evenwel niet mogelijk gebleken om de uitkomsten47Kamerstukken II 2024/25, 29 689, nr. 1284.48TZ202411-043.49Kamerstukken II 2024/25, 34 104, nr. 413.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20017 van deze verkenningen vóór het zomerreces van 2025 met uw Kamer tedelen, zoals aanvankelijk was gepland. De Minister van VWS en deMinister van SZW zullen uw Kamer daarom na het zomerrecesgezamenlijk, per brief, informeren over de uitkomsten van deze verken-ningen. In deze brief zullen mogelijke oplossingsrichtingen integraal tegenelkaar worden afgewogen, onder meer op basis van juridischehaalbaarheid, uitvoerbaarheid, proportionaliteit en financiële conse-quenties. Op basis van deze weging zullen de bewindspersonen besluitenof, en zo ja, op welke wijze, de voorgestelde oplossingsrichtingen verderworden uitgewerkt en geïmplementeerd.Verder werkt de Minister van VWS aan een vergoeding, van een maand nahet wegvallen van het pgb, voor iedere zorgverlener die werkt onder eenovereenkomst van opdracht. Deze vergoeding moet onafhankelijk zijn vanonder welke wet de zorgverlener werkt. Voor de Minister van VWS is hetbelangrijk dat de vergoeding passend en uitvoerbaar is, daarom wordt devergoeding (en hoe deze wordt vormgegeven) besproken met depgb-keten. De Minister van VWS verwacht uw Kamer hier begin 2026verder over te kunnen informeren.Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke ZorgBriefadvies: «Eenzaamheidsbeleid»Hierbij biedt de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg uwKamer het briefadvies «Eenzaamheidsbeleid» aan, dat is opgesteld doorde Wetenschappelijke Adviescommissie (WAC) van het actieprogrammaEén tegen eenzaamheid (zie bijlage). De Staatssecretaris heeft dit adviestoegezegd in de Voortgangsrapportage Eén tegen eenzaamheid 2024.50In dit advies beschrijft de WAC hoe het beleid van Rijksoverheid engemeenten in diverse maatschappelijke sectoren kan bijdragen aan hetvoorkómen en verminderen van eenzaamheid. Het advies wordtbetrokken bij het huidige actieprogramma Eén tegen eenzaamheid en bijde vormgeving van de Structurele aanpak Eén tegen eenzaamheid metingang van 2026. Hierover wordt uw Kamer aan het eind van dit jaarnader geïnformeerd.Motie van de leden Joseph en Slagt-Tichelman naar de aantallengeclusterde wooncomplexen met 24 uurs-langdurige zorgDe voormalige Minister van VWS heeft TNO verzocht om onderzoek tedoen naar de vraag die is gesteld in de motie van de Kamerleden Josephen Slagt-Tichelman.51De onderzoekers hebben de vraag naar de aantallen «geclusterdewooncomplexen voor 24-uurs langdurige zorg» als volgt behandeld. Zijhebben gekeken naar de clusters wooneenheden per gemeente. Dezemoeten groter of gelijk zijn aan 12 wooneenheden. De bewoners zijngeïndiceerd en de Wet langdurige zorg (Wlz)-indicatie is in gebruik. Depersonen wonen op dezelfde postcode (4 letters, 2 cijfers). Het Ministerievan VWS heeft de onderzoekers verzocht 12 personen of meer als grensaan te houden, omdat dit een minimum omvang voor exploitatie lijkt.50Kamerstukken II 2024/25, 29 538, nr. 367.51Kamerstukken II 2024/25, 36 600 XVI, nr. 73.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20018 Een verpleeghuis of gehandicapteninstelling dat aan de voorwaardenvoldoet zal dus worden geteld. Er is gekeken naar de totale Wlz,verpleging en verzorging (VV), de persoonsgebonden budget (pgb) voorde totale Wlz en de pgb voor de VV.Er is verder onderscheid gemaakt tussen «in een zorginstelling» en«buiten een zorginstelling», waarbij is aangesloten bij de definitie van hetCBS van woonzorgruimte.52In onderstaande tabel vindt uw Kamer de uitsplitsing naar provincie. Deonderzoeksopzet kunnen de onderzoekers indien gewenst periodiekherhalen. Overigens is de analyse gedaan op bij het CBS beschikbaredatabestanden. Deze analyse bevat gegevens op een hoog aggregatie-niveau en is nimmer te herleiden tot locaties/ adressen.clustersTotaalIn een zorginstellingBuiten een zorginstellingProvincieTotaalWlzVVPgbWlzPGB VVTotaalWlzVVPgb WlzPGB VVTotaalWlzVVPgb WlzDrenthe188838317482831410Noord-Holland37030914528828813582211Gelderland3623082513292292231270162Fryslân1231111361071071361640Zuid-Holland46238645193533534219109333Overijssel199173911631636136103Flevoland4328502828501500Noord-Brabant3853294919302302451983274Utrecht1821531551481481553450Limburg204167531561565348110Zeeland8172226868221340Groningen7967826363711641NEDERLAND2.6782.186198782.1422.0501847653613614 Afsluitend, de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijk Zorgbeschouwt hiermee de motie als afgedaan.Twee moties over toegankelijkheid van de palliatieve zorg en de rol van dezorgverzekeraarsTijdens het Kamerdebat over palliatieve zorg en stervensbegeleiding, van27 november jl., zijn in het kader, van de aandacht van de Tweede Kamer,voor de toegankelijkheid van de palliatieve zorg en de rol van dezorgverzekeraars hierbij, de volgende twee moties aangenomen. Deeerste motie is van het Kamerlid Joseph (NSC), waarbij de regeringverzocht wordt om via de NZa zorgverzekeraars te verplichten om, kortgezegd, structureel de knelpunten in de beschikbaarheid en kwaliteit vanpalliatieve zorg in beeld te brengen en een aantal nader in de motiegenoemde acties te ondernemen.53 De motie van het Kamerlid Van derPlas (BBB) verzoekt de regering de NZa een analyse te laten maken van detoegankelijkheid van palliatieve zorg in relatie tot budgetplafonds enindicatiestelling en indien nodig, deze op te heffen.5452Zorgwoonruimten zijn verblijfsobjecten waar institutionele huishoudens woonachtig zijn diezorg nodig hebben. Daaronder vallen verzorgings- en verpleeghuizen, instellingen voorgeestelijke gezondheidszorg, forensische centra en instellingen voor mensen met eenbeperking. Verblijfsobjecten in een instelling of wooninitiatief voor beschermd wonen behorenook tot zorgwoonruimten. Een zorgwoonruimte bestaat uit meerdere onzelfstandige ruimtendie samen een zelfstandige woning vormen. Er wonen meerdere personen die (bedrijfsmatig)worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften en zorg. Een aanleunwoning is eenzelfstandige woning en is geen zorgwoonruimte.53Kamerstukken II 2024/25, 29 509, nr. 89.54Kamerstukken II 2024/25, 29 509, nr. 88.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20019 Zoals de voormalig Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorgin haar Kamerbrief van 14 maart jl. heeft aangegeven, hecht zij, net als deKamer, aan goede, toegankelijke, palliatieve zorg.55 De rol van dezorgverzekeraars daarbij is dat zij op basis van de Zorgverzekeringswetzorgplicht hebben: zij moeten zorgen dat hun verzekerden de zorg krijgendie zij nodig hebben, ook waar het palliatief terminale zorg betreft. Alsverzekerden niet (tijdig) terecht kunnen bij de zorgverlener van hunvoorkeur (bijvoorbeeld door een omzetplafond of door een wachtlijst),dan moet de zorgverzekeraar ervoor zorgen dat deze zorg eldersbeschikbaar is. De NZa houdt daar toezicht op.De moties verzoeken de regering om de NZa te vragen onderzoek te doennaar de invulling van de zorgplicht door zorgverzekeraars, voor palliatievezorg voor hun verzekerden. De Staatssecretaris Langdurige en Maatschap-pelijke Zorg erkent dat het van belang is dat zorgverzekeraars hunzorgplicht in het algemeen, en met betrekking tot palliatieve zorg in hetbijzonder, goed uitvoeren en heeft het verzoek in de moties daarom aande NZa voorgelegd.De NZa heeft aangegeven dat zij in de jaren 2021 en 2022 onderzoek heeftgedaan naar de kwaliteit van het proces van alle zorgverzekeraars bijmachtigingsaanvragen voor ongecontracteerde palliatieve zorg. De NZabeoordeelde die proceskwaliteit destijds als voldoende. Diezelfdeprocessen zijn ook relevant bij situaties van contractering met omzetpla-fonds, zoals bedoeld in de motie Van der Plas (BBB). Immers dan is snellebeoordeling door de zorgverzekeraar, bemiddeling naar een andereaanbieder of directe bijcontractering, ook van belang.De ambtsvoorganger van de Staatssecretaris Langdurige en Maatschap-pelijke Zorg heeft over dit onderzoek ook bericht in haar reactie opKamervragen van het lid Paulusma (D66), op 29 januari 2024.56 Uit dieantwoorden volgt dat, sinds de oprichting van het praktijkteam palliatievezorg, er per jaar één tot twee meldingen bij de NZa binnengekomen zijn inverband met budgetplafonds. Bij een melding over het vastlopen vanpalliatieve zorg wordt door de NZa, met de zorgverzekeraar, bekeken water speelt en hoe dit zo snel mogelijk opgelost kan worden. In deantwoorden op deze Kamervragen is aangegeven, dat de NZa heeftbericht, dat er in juni 2021 één signaal over het budgetplafond bijpalliatieve zorg is ontvangen. Dit was voordat de genoemde afsprakenwaren gemaakt en na interventie van de NZa opgelost. Ook in december2023 heeft de NZa één signaal ontvangen. Dit signaal ging echter nietspecifiek over palliatieve zorg. Over 2022, 2024 en 2025 (tot en met juni)heeft de NZa geen signalen over tekortschietende zorgplicht vanzorgverzekeraars in het kader van palliatieve zorg ontvangen.De NZa houdt risico-gestuurd toezicht, ook ten aanzien van de palliatievezorg. Op basis van de uitkomsten van het eerdergenoemdeNZa-onderzoek, en het aantal signalen van de afgelopen jaren, ziet de NZaop dit moment dan ook geen aanleiding om aanvullend onderzoek tedoen en daarmee invulling te geven aan de in de moties gevraagdeactiviteiten. De NZa heeft wel aangegeven dat als uit gesprekken met dezorgverzekeraars, of klachten van zorgaanbieders, een ander beeld naarvoren komt dan hiervoor is geschetst, de NZa daarover alsnog in gesprekwil gaan.55Kamerstukken II 2024/25, 29 509, nr. 94.56Aanhangsel Handelingen II 2023/24, nr. 887.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20020 De Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg kan meegaan indeze zienswijze van de NZa en doet daarom op dit moment geen verzoekrichting de NZa om de in de moties voorgestelde onderzoeken en dedaaraan gekoppelde activiteiten in gang te zetten.Dat neemt niet weg dat de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappe-lijke Zorg het belangrijk vindt dat de palliatieve terminale zorg goedgeorganiseerd is. Zij verwijst hiervoor onder andere naar de in de briefvan 14 maart jl. aan uw Kamer genoemde acties.57Hoewel de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg niet opde exact voorgestelde wijze uitvoering kan geven aan de motie, wil zij degeest van de motie zoveel mogelijk recht doen. De NZa wordt om dezereden ook goed betrokken bij de uitwerking van de AZWA-afsprakenrondom palliatieve zorg (C7/C8). Hierin spreken partijen onder andere afdat omzetplafonds en doelmatigheidsafspraken op geen enkele wijze eenbelemmering kunnen vormen bij levering van palliatieve zorg. Daarnaastwil de Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg, mits daarbehoefte aan is, het aanbod doen aan uw Kamer om een technischebriefing te organiseren aan het einde van dit jaar over omzetplafonds inrelatie tot palliatieve zorg. Hiermee beschouwt de StaatssecretarisLangdurige en Maatschappelijke Zorg de beide moties als afgedaan.Evaluatie verlengde toekenning Zvw-pgbDe Staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg wil hierbijreageren op de evaluatie «Handreiking verlengde toekenning Zvw-pgb»(zie bijlage), het «Zvw-pgb» staat voor het persoonsgebonden budgetvanuit de Zorgverzekeringswet. In haar reactie staat ze stil bij de belang-rijkste uitkomsten van de evaluatie en biedt een toelichting op devervolgafspraken die partijen hebben gemaakt, om op basis van deaanbevelingen, de uitvoering van de verlengde toekenning verder teverbeteren.Sinds mei 2023 kunnen budgethouders met een chronische en stabielezorgvraag – onder voorwaarden – een verlengde toekenning tot maximaalvijf jaar krijgen binnen het Zvw-pgb. Voor de toekenning wordt gebruikgemaakt van de werkwijze zoals beschreven in de «handreiking verlengdetoekenning Zvw-pgb», welke reeds met uw Kamer is gedeeld.58 Dehandreiking beschrijft hoe, in welke gevallen en onder welke randvoor-waarden een verlengde toekenning mogelijk en wenselijk is.De Staatssecretaris is blij om te merken dat de werkwijze verlengdetoekenningen inmiddels zichtbaar van start is gegaan. Een groot aantalbudgethouders met een chronische en stabiele zorgvraag kan inmiddelsgebruik maken van de mogelijkheid die deze werkwijze biedt. Eenbelangrijk argument voor het mogelijk maken van verlengde toeken-ningen voor deze groep, was het verminderen van administratieve lasten.Daarnaast gaven sommige budgethouders aan het gevoel te hebben,telkens opnieuw te moeten aantonen, dat zij een beperking of chronischeziekte hebben, terwijl hun aandoening en bijbehorende hulpbehoefteblijvend en vaak voor een langere periode stabiel zijn. De gezamenlijkeinzet van partijen heeft eraan bijgedragen dat deze zorgen voor de groep,waaraan inmiddels een verlengde toekenning is verleend, zijn afgenomen.57Kamerstukken II 2024/25, 29 509, nr. 94.58Kamerstukken II 2022/23, 25 657, nr. 355.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20021 Daarbij wil de Staatssecretaris benadrukken dat het gaat om een nieuwe,deels nog onbekende werkwijze, waardoor er in de uitvoering in detoekomst zeker nog verbeteringen mogelijk zijn. Zo valt, bijvoorbeeld, op,dat hoewel het absolute aantal verlengde toekenningen van eennoemenswaardige omvang is, het ook vaak voorkomt dat aanvragen, meteen langere duur, voor een kortere periode, dan deze aangevraagde duur,worden toegekend. Hierbij wijkt de zorgverzekeraar qua toekenningsduurdus af van het advies van de indicerend verpleegkundige. Bij debespreking met partijen kwamen hiervoor twee belangrijke onderliggendeoorzaken naar voren. Allereerst zien partijen dat de handreiking bij eengrote groep indicerend verpleegkundigen, en bij een deel van debudgethouders, nog onvoldoende bekend is. Dit is onwenselijk, omdat dehandreiking concrete handvatten biedt over, in welke gevallen en onderwelke randvoorwaarden,een verlengde toekenning mogelijk is. Indien niet aan de randvoor-waarden wordt voldaan, zoals omschreven in de handreiking, kan eenzorgverzekeraar niet overgaan tot een langere toekenningsduur.Partijen zetten daarom de komende tijd in op het bereiken van meerverpleegkundigen en budgethouders:oV&VN zal de eigen communicatiekanalen zo veel mogelijk gebruikenom de handreiking onder de verpleegkundige achterban te verspreidenen beter bekend te maken. De uitdaging hierbij is om ook de verpleeg-kundigen die niet lid zijn van V&VN zo goed mogelijk te bereiken.oOp de aanvraagformulieren voor het Zvw-pgb van alle zorgverzeke-raars staat duidelijk aangegeven dat een langere indicatie onderbepaalde voorwaarden tot de mogelijkheden behoort. Zij zullenhieraan toevoegen dat hiervoor de in de handreiking afgesprokenwerkwijze wordt gebruikt en verwijzen daarnaar. Deze informatie isdaarnaast goed vindbaar op de website van de verzekeraars. Als erbehoefte is aan uitgebreide toelichting over het pgb in algemene zin,verwijzen verzekeraars naar Per Saldo.oVeel budgethouders zijn via Per Saldo al bekend geraakt met demogelijkheid van een verlengde toekenning en met de handreiking inhet bijzonder. Per Saldo blijft budgethouders hierover informeren enneemt de handreiking bovendien mee in hun cursusaanbod.Ten tweede beschouwen alle betrokkenen, te weten het Ministerie vanVWS, Zorgverzekeraars Nederland, V&VN en Per Saldo, de verbeteringvan de indicatiekwaliteit, als cruciale randvoorwaarde voor het succes vande werkwijze van verlengde toekenning. Goede, eenduidige ennavolgbare indicatiestelling, door wijkverpleegkundigen, is hierbijessentieel. In het kader van de verlengde toekenningsduur, bij eenZvw-pgb, speelt daarbij extra mee, dat de afgesproken werkwijze is datlangere toekenning alleen mogelijk is, met een goede onderbouwing vande chronische en stabiele zorgvraag. Indien van deze onderbouwingonvoldoende sprake van is, kan de zorgverzekeraar niet overgaan tot eenverlengde toekenning. Een zorgverzekeraar zal bij een afwijkend besluit –ten opzichte van het advies van de indicerend verpleegkundige – altijdcontact leggen met de verpleegkundige, om verduidelijkende vragen testellen. Bovendien zal een zorgverzekeraar zijn besluit altijd goed moetentoelichten.Er is al langer aandacht voor het verder verbeteren van de kwaliteit vanindicatiestelling door wijkverpleegkundigen. Eerdere rapporten laten ziendat er veel variatie is in de dossierdocumentatie, dat het Normenkaderindicatiestelling niet bij de hele beroepsgroep bekend is en dat dekwaliteit van indicatiestelling verbeterd kan worden via verplichteTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20022 intervisie en intercollegiale toetsing.59 De Staatssecretaris is dan ook blijdat V&VN hier namens de beroepsgroep serieus werk van maakt enrecent het Normenkader Indicatieproces heeft herzien. Dit herzieneNormenkader is per december 2024 gepubliceerd60 en helpt verpleegkun-digen om hun vak nog beter uit te kunnen voeren. Onderdeel van hetNormenkader is dat nieuwe verpleegkundigen, om aantoonbaar bekwaamte worden geacht, een aanvullende geaccrediteerde training vakbekwaamindiceren zullen volgen. Bovendien moeten alle verpleegkundigenminimaal driemaal per jaar aantoonbaar deelnemen aan intercollegialetoetsing. De Staatssecretaris heeft er vertrouwen in dat het herzieneNormenkader en de daaruit voortvloeiende afspraken ertoe gaan leiden,dat het vakbekwaam indiceren, door de beroepsgroep, wordt verbeterd.Dit heeft volgens de Staatssecretaris niet alleen een positief effect binnende – in omvang beperkte – context van het Zvw-pgb. Het zal ook eenstimulans zijn voor de gehele wijkverpleging. De ingezette acties rondomhet Normenkader dragen bij aan het wegnemen van onduidelijkheid rondevaluaties door de verpleegkundige. Regelmatige evaluatie van dehulpbehoefte, de ingezette interventies en de (zorg)uitkomsten zijn, alsvast onderdeel van het verpleegkundig cyclisch proces, extra belangrijk bijeen langere toekenning. Ook bij een stabiele zorgvraag kan de hulpbe-hoefte namelijk in de loop van de tijd veranderen. Het is aan de verpleeg-kundige om evaluatieafspraken met de budgethouder te maken en defrequentie te bepalen en onderbouwen.Partijen spreken af de werkwijze voor de langere toekenningsduur dekomende tijd te blijven volgen en eventuele signalen of knelpuntenonderling te bespreken. Zodra het eerste cohort langjarige toekenningenafloopt, vindt er een volgend gezamenlijk evaluatiemoment plaats. Overhet precieze moment en de vorm worden binnenkort afspraken gemaakten zal uw Kamer te zijner tijd over worden geïnformeerd.Tot slot wil de Staatssecretaris de partijen nogmaals bedanken voor huninzet en betrokkenheid op dit dossier.Staatssecretaris Jeugd, Preventie en SportToezegging tot toesturen «Monitor Duurzaamheid en Gezondheid»De voormalige Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport heeft in zijnbrief, van 17 april 2025, over het verduurzamen van de (publieke) zorg enwelzijn, uw Kamer toegezegd de eerste integrale «Monitor Duurzaamheiden Gezondheid» toe te sturen.61 Deze monitor is bijgevoegd en hiermeewordt de toezegging afgedaan.De monitor schetst de landelijke en sectorale ontwikkelingen en resultatenop het gebied van verduurzaming van de (publieke) zorg en welzijn in2024. Deze monitor wordt opgevolgd met een tweede meting over het jaar2025 en een derde meting over het jaar 2026, uitgevoerd door het RIVM.Motie van de leden Den Haan en Simons over het instellen van een Raadvan jongeren en jongvolwassenen in de ggzDe Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (hierna: Wmcz2018) verplicht ggz-instellingen, in principe, om bij meer dan 10 zorgver-leners, een cliëntenraad in te richten. Hierop is een uitzondering gemaakt59Kamerstukken II 2023/24, 23 235, nr. 241.60Het Normenkader is te raadplegen via: https://www.venvn.nl/nieuws/normenkader-indiceren-is-aangepast-helpt-bij-betere-uitvoering-van-het-vak (02-06-2025).61Kamerstukken II 2024/25, 32 813, nr. 1510.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20023 voor ambulante zorg, die zonder medisch specialisten wordt verricht. Indat geval moet de ggz-instelling een cliëntenraad inrichten bij meer dan25 zorgverleners.Cliëntenraden hebben onder andere diverse advies- en instemmings-rechten, zodat zij mee kunnen spreken over een voorgenomen besluit vande ggz-instelling. De cliëntenraad behartigt daarmee de gemeenschappe-lijke belangen van de cliënten binnen de ggz-instelling.Deze cliëntenraden zijn open toegankelijk voor kinderen, jeugdigen,jongvolwassenen en ouders. Ook als een jongvolwassene gebruik maaktvan de verlengde jeugdhulp, is er de mogelijkheid om aan een cliën-tenraad deel te nemen. Ggz-instellingen zijn daarbij (mede) verplicht om(bijvoorbeeld via de website) te communiceren over de mogelijkhedenvan deelname aan een cliëntenraad en het openbaar publiceren vanvacatures voor de cliëntenraad.De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport concludeert dat op basisvan deze wet medezeggenschap van jongvolwassenen bij ggz-instellingenis georganiseerd en dat aan uitvoering van de motie is voldaan.Toezegging over resultaten van het TNO-onderzoeksprogramma over(post-) COVIDDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport wil uw Kamer mededelendat zij later de resultaten van het TNO-onderzoeksprogramma over(post-)COVID zal toesturen. In de brief van de voormalige StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport brief, over de voortgang aanpak «Volvertrouwen in vaccinaties» en andere onderwerpen met betrekking tot hetvaccinatiebeleid, van 21 februari jl., had hij uw Kamer toegezegd dezeresultaten aan te bieden.62Destijds was de verwachting dat uw Kamer in maart geïnformeerd konworden, maar door een vertraging binnen het onderzoeksprogrammazullen de volledige resultaten pas na de zomer beschikbaar zijn. Hetnieuwe streven is daarom de resultaten in het derde kwartaal van dit jaaruw Kamer aan te bieden.Toezegging tot informeren over de voortgang van de (extra) maatregelenvoor de online verkoop van alcoholDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport wil uw Kamer informerenover de voortgang van twee extra maatregelen die het moeilijker moetenmaken voor minderjarigen om online alcohol te bestellen. Zij komthiermee terug op de toezegging gedaan in de brief van haar ambtsvoor-ganger van 19 december jl.63De Staatssecretaris zal uiterlijk dit najaar de wijziging van de Alcoholwet,waarmee ketenpartijen zoals bezorgers ook verantwoordelijk worden voorde leeftijdscontrole bij het afleveren van alcoholhoudende drank, aanbeide Kamers aanbieden. Daarnaast wordt er op dit moment een wijzigingvan de onderliggende regelgeving voorbereid, waarmee nadere eisenworden gesteld aan het leeftijdsverificatiesysteem bij de online verkoopvan alcohol. De Staatssecretaris verwacht deze de komende maanden terinternetconsultatie aan te bieden, waarna wordt gestreefd de eisen eind2026 in werking te laten treden.62Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 811.63Kamerstukken II 2024/25, 27 565, nr. 192.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20024 Verder is de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport in overleg met detoezichthouders om de handhaving van de Alcoholwet en de bijbeho-rende lagere regelgeving hoger op de agenda te plaatsen. In dit verbandzijn op 17 maart 2025 en 19 mei 2025 twee interactieve webinarsgeorganiseerd onder de titel «werken met de Alcoholwet», gericht op hetdelen van kennis en praktijkervaringen met gemeenten en het beant-woorden van hun vragen over de Alcoholwet. In de zomermaanden van2025 zal in dit kader een e-learning worden gelanceerd.De Staatssecretaris beschouwt met bovenstaande uitvoering te hebbengegeven aan de toezegging.Toezegging tot monitoren van de Nutri-scoreIn de brief van 25 april 2023, over de invoering van Nutri-Score, heeft deambtsvoorganger van de Staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Zorgtoegezegd om het gebruik van Nutri-Score te gaan monitoren.64 Het RIVMheeft de opdracht gekregen om de monitoring uit te voeren. Meerspecifiek wordt bijgehouden hoeveel producten het Nutri-Score-logostaat, de verdeling van de scores per productgroep, de relatie tussen deinvoering van Nutri-Score en (eventuele) wijzigingen in de samenstellingvan voedingsmiddelen en de verkoopverdeling van producten binnen(een selectie van) productgroepen over de verschillende Nutri-Score-klassen.Het uitbrengen van de eerste monitor, over de producten van 2024, heteerste jaar dat Nutri-Score in Nederland was ingevoerd, stond geplandvoor 2025. Dat zal echter worden doorgeschoven naar halverwege 2026om onderstaande reden.Voor het monitoren maakt RIVM maakt gebruik van data uit de Levens-middelendatabank (LEDA) en de Producttool Supermarkten, transac-tiedata van supermarkten (PROTOS). Deze data is echter nog nietcompleet. Zo moet de LEDA een actuele weergave bieden van Nutri-Scores op de verpakking van producten, die als zodanig te koop zijn. Deverwachting is dat begin 2026 de LEDA een actuele weergave geeft vanNutri-Score op de verpakking. Daarom zal de eerste monitor halverwege2026 uitgebracht worden.In aanloop naar de monitor zal het RIVM dit jaar wel een grote lijnenrapportage opleveren over de implementatie van Nutri-Score over het jaar2024. Deze rapportage wordt dit jaar verwacht.Toezegging beleidsreactie rapport «Alpha Quick Scan: een zoektocht naarflakka»Bij brief van 10 maart jl. heeft de voormalige Staatssecretaris Jeugd,Preventie en Sport toegezegd uw Kamer, voor de zomer van 2025, tevoorzien van een inhoudelijke beleidsreactie volgend op een brief, van deNationale Rapporteur Verslavingen (verder: NRV), over het rapport «AlphaQuick Scan: een zoektocht naar flakka».65 De NRV adviseert het Ministerievan VWS om samen met de Minister van Justitie en Veiligheid te kijkennaar de rol van problematisch drugsgebruik bij het beleid rond verwardepersonen/personen met onbegrepen gedrag. De inhoudelijke beleidsre-actie is als volgt.64Kamerstukken II 2022/23, 32 793, nr. 691.65Kamerstukken II 2024/25, 24 077, nr. 552.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20025 Flakka is een verzamelnaam voor drugs die vallen onder de stofgroepcathinonen, dit is een van de stofgroepen die bij de aanstaande inwerkin-treding van de wijziging van de Opiumwet verboden zullen zijn. Zoals deNRV aangeeft, concentreert het gebruik van flakka zich in de regio’sWest-Brabant en Zeeland en betreft het voornamelijk de groep die wordtgekenmerkt als problematisch gebruiker van verschillende drugs. Hetgebruik van met name de variant alfa-PHiP is zeer ontwrichtend, zowelvoor de gebruiker, als voor de omgeving en hulpverleners. Sinds hetverbod op deze specifieke variant, een jaar geleden, is het gebruik van ditmiddel en de daarmee gepaard gaande overlast sterk afgenomen. Eenverbod neemt echter de problematiek van chronisch gebruik vanrisicovolle middelen niet weg.Wanneer er sprake is van een stapeling van problemen, waaronderverslaving, is samenwerking tussen het sociaal-, zorg- en veiligheids-domein cruciaal. De afgelopen jaren is er nadrukkelijk ingezet op eenintegrale aanpak voor mensen met verward of onbegrepen gedrag,waaronder de groep die problematisch drugs gebruikt. Daarbij zijn metbehulp van goede lokale en regionale initiatieven samenwerkingen met develdpartijen en de regio’s tot stand gekomen. Het Actieprogramma Gripop Onbegrip (AGO) van ZonMw financiert, met middelen van VWS en hetMinisterie van Justitie en Veiligheid, al enkele jaren de versteviging vandeze initiatieven en samenwerkingen. Een voorbeeld van zo’n initiatief isstraattriage, waar in negen regio’s ggz-verpleegkundigen samen met depolitie op meldingen afgaan. Of het aanstellen van een wijk GGD-er, dieals verbindingsofficier werkt in de gemeente en zo snel mogelijk bijmensen met onbegrepen gedrag langsgaat.Centraal binnen de projecten van AGO staat samen leren door te doen.Daarvoor richten projecten een doorlopend leer- en verbeterproces in,waar regionale monitoring en evaluatie onderdeel van is en wetenschap-pelijke, praktijk- en ervaringskennis wordt samengebracht. Ook is er eenlandelijke begeleidingscommissie met als doel om de leereffecten vanactiviteiten en interventies expliciet te maken op landelijk niveau en uit tekunnen wisselen.Voorts heeft het Trimbos-instituut recent met financiering van hetMinisterie van VWS een handreiking voor gemeentes geschreven, om hente helpen met de hulp en ondersteuning voor mensen met complexmiddelengebruik: de Gemeentelijke Aanpak Complexe Middelenproble-matiek. De aanpak is gericht op oplossingen voor problematiek die vaak tecomplex is om via de bestaande zorgstructuren aan te pakken, waardoorproblemen regelmatig escaleren en acute zorg- en veiligheidsdienstenvaak moeten optreden.De Minister van Justitie en Veiligheid heeft een subsidie verstrekt aan deregio de Markiezaten (o.a. Bergen op Zoom), om met alle betrokkenpartijen tot een gezamenlijke aanpak van de flakka-problematiek tekomen. Het is belangrijk te voorkomen dat de problematiek structurelerwordt en zich verspreidt naar omliggende regio’s. Door middel van dezeintegrale aanpak wordt er meer balans aangebracht tussen zorg enhandhaving en het tegengaan van de ondermijnende drugscriminaliteit.De looptijd van het project is van de zomer van 2024 tot en met zomer van2026. Deze aanpak zal indien gewenst met andere gemeenten wordengedeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20026 Reactie op Gezondheidsraadsadvies «Voedingsnormen voor vitamines enmineralen voor zuigelingen en kinderen»Op 23 april 2025 publiceerde de Gezondheidsraad het advies «Voedings-normen voor vitamines en mineralen voor zuigelingen en kinderen».66 Ditis een advies in een serie van adviezen over de Nederlandse voedings-normen waar de Gezondheidsraad sinds 2018 aan werkt. Voedingsnormenworden onder andere gebruikt bij de voedingsvoorlichting, adviseringover diëten door diëtisten, en voor het monitoren van de nutriëntinnamevan de Nederlandse bevolking.Het is van belang dat de voedingsnormen voor zuigelingen en kinderengebaseerd worden op de huidige stand van de wetenschap. Deze heeft deGezondheidsraad met dit advies op een rij gezet. De StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport neemt het advies dan ook over en dankt deGezondheidsraad voor dit advies. Het advies zal worden verwerkt in devoorlichting van het Voedingscentrum.Evaluatierapport over het instituut Nationaal Rapporteur VerslavingenDe Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport biedt uw Kamer hierbij hetevaluatierapport over het instituut Nationaal Rapporteur Verslavingenaan. Dit evaluatierapport volgt in navolging van artikel 11 van hetInstellingsbesluit Nationaal Rapporteur Verslavingen, dat bepaalt dat, hetinstituut Nationaal Rapporteur Verslavingen, in 2025 voor het eerst wordtgeëvalueerd en vervolgens elke vier jaar.De uitkomsten van de evaluatie bespreekt de Staatssecretaris met deNationaal Rapporteur Verslavingen.Motie Tielen c.s. brede communicatie en voorlichting drugs bij implemen-tatie NPS wetgevingMet betrekking tot het wetsvoorstel tot wijziging van de Opiumwet, inverband met het toevoegen van een derde lijst (NPS-wet), verzoekt demotie van het voormalig Kamerlid Tielen c.s.,67 om bij de implementatievan deze wet, uitvoering te geven aan brede communicatie over, alledrugs, aan alle doelgroepen. De motie wordt als volgt opgevolgd.Bij de start van deze wetgeving op 1 juli a.s. zal uitgebreid wordengecommuniceerd over de noodzaak van deze wetgeving, gezien de risico’svoor de gezondheid en de samenleving. Die communicatie zal vanuit hetRijk breed zijn, gericht op de algemene bevolking. Het Trimbos-instituutvervult een centrale rol bij de communicatie en voorlichting aan despecifieke doelgroepen.Daarnaast werkt de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport samen metde Minister van Justitie en Veiligheid aan een campagne over denegatieve gevolgen van het kopen en gebruiken van illegale drugs, voorzowel de gezondheid als de maatschappij. De vraag naar drugs draagtnamelijk bij aan georganiseerde criminaliteit, inclusief alle ondermijnendeen schadelijke uitwerkingen daarvan, zoals explosies in woonwijken,fraude, corruptie, witwassen, milieuschade en potentiële ontwrichting vanonze democratie en rechtsstaat. Ook lopen mensen die drugs gebruikenserieuze gezondheidsrisico’s. Voor veel middelen ligt verslaving op de loer66Het advies is te raadplegen via: https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/vitamines-mineralen-en-supplementen/documenten/adviezen/2025/04/23/advies-voedingsnormen-voor-vitamines-en-mineralen-voor-zuigelingen-en-kinderen (23 april 2025).67Kamerstukken II 2023/24, 36 159, nr. 16.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20027 en voor een relatief veel gebruikt middel als XTC worden ernstigegezondheidsincidenten gerapporteerd. In de campagne zal de doelgroepgewaarschuwd worden over voornoemde risico’s van illegale drugs.Later deze zomer wordt uw Kamer geïnformeerd over hoe de campagnevorm gaat krijgen.Reactie op advies Gezondheidsraad «Voedingsnormen zuigelingen enkinderen»De Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport deelt uw Kamer mede datzij het Gezondheidsraadadvies «Voedingsnormen voor vitamines enmineralen voor zuigelingen en kinderen» overneemt en dat het zal wordenverwerkt in de voedingsvoorlichting van het Voedingscentrum.68 Hetadvies valt onder een serie van adviezen, over voedingsnormen, waar deGezondheidsraad sinds 2018 aan werkt.Voor de algemene bevolking beschrijven de «Richtlijnen goede voeding2015» wat een gezond voedingspatroon inhoudt en beschrijven de«Voedingsnormen voor vitaminen en mineralen» de behoefte aan dezevoedingsstoffen voor de algemene bevolking.69 De StaatssecretarisJeugd, Preventie en Sport vindt het belangrijk dat de voedingsnormenvoor zuigelingen en kinderen worden gebaseerd op de huidige stand vande wetenschap. Voedingsnormen zijn belangrijke hulpmiddelen bij hetvaststellen van een verantwoord voedingspatroon. Over een verantwoordvoedingspatroon voor kinderen tot 2 jaar en voor vrouwen, die borst-voeding geven, zal de Gezondheidsraad op een later moment adviseren.Tot slot wil de Staatssecretaris Jeugd, Preventie en Sport de Gezond-heidsraad bedanken voor het advies.68Het advies is te raadplegen via: https://www.gezondheidsraad.nl/onderwerpen/vitamines-mineralen-en-supplementen/documenten/adviezen/2025/04/23/advies-voedingsnormen-voor-vitamines-en-mineralen-voor-zuigelingen-en-kinderen (09-06-2025).69Beide adviezen zijn beschikbaar op de website van de Gezondheidsraad:https://www.gezondheidsraad.nl/documenten (09-06-2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XVI, nr. 20028
Gerelateerde bronnen
- De Kamer ontvangt een verslag van de Zorgtop die in de week van 2 juni a.s. zal plaatsvinden.
De Kamer ontvangt een verslag van de Zorgtop die in de week van 2 juni a.s. zal plaatsvinden.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.