Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 930Wijziging van de Wet op het financieel toezichtter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/2811,ter uitvoering van Verordening (EU) 2024/2809met als doel de publieke kapitaalmarkten in deUnie aantrekkelijker te maken voorondernemingen en de toegang tot kapitaal voorkleine en middelgrote ondernemingen tevergemakkelijken en van Verordening (EU)2025/914 (benchmarks) (Implementatiewetnoteringen en benchmarks)Nr. 5 VERSLAG De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidendonderzoek van bovenstaand wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslaguit te brengen van haar bevindingen.Onder het voorbehoud dat de regering op de gestelde vragen tijdig engenoegzaam zal hebben geantwoord, acht de commissie de openbareberaadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,JansenAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36930-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 51 INLEIDINGDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstelImplementatiewet noteringen en benchmarks. Deze leden ondersteunende doelstelling om de Europese economie te versterken door hetverbeteren van toegang tot financiering. Deze leden hebben echter nogenkele vragen.De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan het wetsvoorstel Implementatiewet noteringen en benchmarks. Dezeleden onderschrijven de doelstelling van het Listing Act wetgevings-pakket: het verlagen van drempels voor ondernemingen, in het bijzonderhet midden- en kleinbedrijf (mkb), start-ups en scale-ups, om kapitaal aante trekken via publieke kapitaalmarkten. Deze leden benadrukken dat devoltooiing van de kapitaalmarktunie voor hen een prioriteit is. Een goedwerkende, geïntegreerde Europese kapitaalmarkt is in de ogen van dezeleden onmisbaar voor de concurrentiekracht van de Europese Unie, voorbetere financieringsmogelijkheden voor Nederlandse ondernemers envoor het aantrekken van investeringen. Deze leden beschouwen hetvoorliggende wetsvoorstel als een stap in de goede richting en hebbeneen aantal vragen om te beoordelen of de maatregelen in de praktijkvoldoende effectief zullen zijn en of aanvullende stappen nodig zijn.De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel.Deze leden steunen in beginsel elke poging om de regeldruk voor hetNederlandse mkb te verlagen. Naar aanleiding hiervan hebben deze ledennog enkele vragen.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Implementa-tiewet noteringen en benchmarks. Deze leden ondersteunen het doel vanhet wetsvoorstel om het aantrekkelijker en eenvoudiger te maken voorbedrijven om over te gaan tot een beursgang, teneinde de toegang totkapitaal te vergroten. Wel hebben deze leden nog enkele vragen over hetwetsvoorstel.De leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel Implementatiewet noteringen en benchmarks. Deze ledenstaan positief tegenover maatregelen die bijdragen aan een beterfunctionerende kapitaalmarktunie en die de toegang tot kapitaal voorondernemingen, in het bijzonder voor kleine en middelgrote onderne-mingen, kunnen verbeteren. Tegelijkertijd hechten deze leden eraan dat devoorgestelde wijzigingen daadwerkelijk leiden tot lagere administratievelasten. Regels, die zijn bedoeld om kapitaalmarktfinanciering te vergemak-kelijken mogen er niet toe leiden dat ondernemingen alsnog sneller onderzwaardere verplichtingen komen te vallen. Deze leden hebben hierovernog enkele vragen.ALGEMEEN§ 1. Inleiding De leden van de D66-fractie lezen dat Nederlandse bedrijven naarverwachting meer financiering via publieke markten zullen aantrekken.Kan de regering nader specificeren welk type, naast technologie,mkb-ondernemingen naar verwachting hier het meest van zal profiteren?De leden van de VVD-fractie constateren dat het voorliggendewetsvoorstel deel uitmaakt van een breder Europees actieplan tervoltooiing van de kapitaalmarktunie. Deze leden vragen de regering omtoe te lichten welke concrete vervolgstappen de regering, al dan niet inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 52 Europees verband, voorziet na het onderhavige wetsvoorstel om deEuropese en Nederlandse kapitaalmarkt verder te versterken. Is deregering van mening dat het huidige wetgevingspakket voldoende is omde structurele belemmeringen voor mkb-ondernemingen bij toegang totde publieke kapitaalmarkt weg te nemen of ziet de regering op afzienbaretermijn aanvullende wetgevingsinitiatieven?De leden van de CDA-fractie ondersteunen de doelstelling van de ListingAct om meer gebruik te maken van Europese kapitaalmarkten om zo deopschaling van bedrijven te vergemakkelijken. Deze leden vragen echterof regeldruk en versnippering de enige factoren zijn die verklaren waaromin Europa relatief minder gebruik wordt gemaakt van beursgangen. Dezeleden vragen in hoeverre ook culturele factoren en verschillen inmarktstructuur hieraan ten grondslag liggen, zoals de traditioneel sterkerol van bancaire financiering in Europa, waardoor ondernemingen mindersnel kiezen voor een beursgang. Is dit onderzocht bij de probleemanalyse?§ 2. Hoofdlijnen wetsvoorstel De leden van de D66-fractie begrijpen dat de free float-eis van 25 procentnaar 10 procent wordt verlaagd, zonder dat dit de liquiditeit en beleggers-bescherming in gevaar brengt omdat «alternatieve waarborgen» zijntoegevoegd. Welke alternatieve waarborgen worden bedoeld en hoe zijndie ingebed in het wetsvoorstel? Hoe voorkomt de regering dat een lagerefree float juist leidt tot grote koersschommelingen bij kleine bedrijven?§ 2.2 Onderzoek op beleggingsgebied De leden van de VVD-fractie onderschrijven het belang van een beterelabeling van door uitgevende instellingen gefinancierd onderzoek opbeleggingsgebied. Het onderscheid tussen onafhankelijk onderzoek engesponsord onderzoek is voor beleggers, en in het bijzonder voorparticuliere beleggers, essentieel voor het nemen van geïnformeerdebeleggingsbeslissingen. Deze leden vragen de regering nader toe telichten hoe in de praktijk wordt gewaarborgd dat beleggers het verschiltussen beide categorieën onderzoek goed kunnen onderkennen. Welke rolspeelt de AFM bij het toezicht op de naleving van de labelingverplich-tingen?De leden van de VVD-fractie merken op dat de memorie van toelichtingaangeeft dat een herstel van de markt voor beleggingsonderzoek overmkb-ondernemingen wordt verwacht. Zij vragen de regering op welkeanalyse of empirische onderbouwing deze verwachting is gebaseerd en ofer vergelijkbare maatregelen in andere lidstaten zijn genomen die alsreferentie kunnen dienen.§ 2.3 Nieuwe toelatingscriteria voor noteringen (free float enmarktkapitalisatie) De leden van de VVD-fractie steunen de verlaging van de minimale freefloat van 25 naar 10 procent. Deze leden begrijpen dat dit in het bijzondergroeibedrijven, techondernemingen en familiebedrijven in staat stelteerder de stap naar de publieke markt te zetten zonder een te groot deelvan de zeggenschap uit handen te geven. Deze leden vragen de regeringwel om nader te onderbouwen hoe de liquiditeit van de markt enadequate prijsvorming bij een minimum van tien procent wordengewaarborgd, zeker voor kleinere ondernemingen waar het vrij verhan-delbare deel in absolute omvang beperkt kan zijn. Welke alternatievewaarborgen zijn voorzien?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 53 Deze leden vragen voorts of de regering verwacht dat EuronextAmsterdam in de praktijk gebruik zal maken van de ruimte om strengereof aanvullende eisen te stellen dan het Europese minimum van tienprocent en of de regering dit wenselijk acht.De leden van de PVV-fractie vragen hoe de regering de liquiditeit in demarkt borgt nu de free float-eis wordt verlaagd van 25 procent naarslechts 10 procent. Hoe voorkomt de regering dat de kleine beleggerstraks met aandelen zit die hij aan de straatstenen niet meer kwijt kan?De leden van de CDA-fractie lezen dat het minimumpercentage vrijverhandelbare aandelen wordt verlaagd van 25 procent naar 10 procent.Tevens lezen deze leden dat de Europese wetgever van oordeel is dat eenpercentage van 10 procent een voldoende niveau van liquiditeitwaarborgt. Deze leden vragen waarop deze aanname is gebaseerd enwelke onderbouwing hieraan ten grondslag ligt.Daarnaast vragen deze leden welke alternatieve waarborgen en kwalita-tieve ondergrenzen zijn toegevoegd, zoals in de memorie van toelichtingwordt gesteld, om voldoende liquiditeit en een ordelijke prijsvorming tewaarborgen.§ 2.4 Mkb-groeimarkten De leden van de CDA-fractie lezen dat een multilaterale handelsfaciliteit(MTF) zich kan registeren als een mkb-groeimarkt als aan voorwaarden isvoldaan. Deze leden vragen om welke voorwaarden het hier precies gaataangezien de aangehaalde preambule 8 van de richtlijn weinig duidinggeeft.§ 2.5 Verhoging vrijstellingsgrens prospectusplicht, informatiedocumenten meldplicht bij vrijgestelde aanbiedingen De leden van de D66-fractie lezen dat de vrijstellingsgrens voor deprospectusplicht wordt verhoogd van vijf miljoen euro naar 12 miljoeneuro. Heeft de regering onderzocht hoeveel bedrijven hierdoor buiten hettoezicht zullen vallen?De leden van de VVD-fractie steunen de verhoging van de vrijstellings-grens van de prospectusplicht van vijf miljoen euro naar 12 miljoen euro.Deze leden zien dit als een concrete lastenverlichting voormkb-ondernemingen die kapitaal willen ophalen. Deze leden vragen deregering om nader te kwantificeren welke administratieve lastenver-lichting voor mkb-ondernemingen wordt bereikt door tevens af te zien vannationale informatievoorschriften bij vrijgestelde aanbiedingen. In dememorie van toelichting worden de besparing op prospectuskosten(geschat op 50.000 euro tot 100.000 euro per aanbieding) en de kosten vanhet nieuwe informatiedocument (geraamd op circa 1.080 euro peraanbieding) wel benoemd, maar deze leden vragen of de regering eentotaalberekening kan maken van de nettobesparing per gemiddeldemkb-aanbieding. Verwacht de regering dat deze verlaging van kosten enadministratieve lasten in de praktijk daadwerkelijk leidt tot meer aanbie-dingen van effecten door mkb-ondernemingen en, zo ja, op basis vanwelke verwachtingen of ervaringen uit andere lidstaten?De leden van de VVD-fractie wijzen op de kritische kanttekening van deAfdeling advisering van de Raad van State, die stelt dat de informatiepo-sitie van beleggers door de combinatie van de hogere vrijstellingsgrensen het soberder informatiedocument onder druk kan komen te staan. Dezeleden vragen de regering om nader te onderbouwen op welke concreteonderdelen het nieuwe Europese informatiedocument afwijkt van hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 54 huidige Nederlandse informatiedocument en of beleggers naar hetoordeel van de regering nog steeds over voldoende informatie beschikkenom weloverwogen beleggingsbeslissingen te nemen.De leden van de PVV-fractie lezen dat de Raad van State en de AFMwaarschuwen dat de informatiepositie van beleggers onder druk komt testaan doordat Nederland bestaande, uitgebreidere informatievoor-schriften inruilt voor «sobere» Europese regels. In hoeverre komt deinformatiepositie onder druk te staan?De leden van de JA21-fractie wijzen erop dat in de memorie vantoelichting wordt gereageerd op opmerkingen van marktpartijen,waaronder de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen(NVP), over de reikwijdte en berekeningswijze van de drempelwaardevoor de prospectusvrijstelling. De regering somt hierin op welkeelementen onder de drempel vallen, maar maakt volgens deze leden nogonvoldoende duidelijk of de nieuwe systematiek materieel verschilt vande huidige Nederlandse praktijk.Deze leden vragen de regering daarom puntsgewijs uiteen te zetten welkeelementen onder de huidige systematiek meetellen voor de berekeningvan de drempelwaarde en welke elementen daar onder het nieuwe regimebij komen. Klopt de veronderstelling dat de drempelwaarde door denieuwe Europese aggregatieregels, waaronder groepsbrede optelling enhet meetellen van lopende of overlappende aanbiedingen binnen eenperiode van twaalf maanden, in de praktijk sneller zal worden bereikt?De leden van de JA21-fractie vragen of dit een voorzien en aanvaard effectvan de nieuwe systematiek is. Klopt het dat de verhoging van devrijstellingsgrens van vijf miljoen euro naar 12 miljoen euro in de praktijkminder ruimte biedt dan op het eerste gezicht lijkt, indien onder denieuwe berekening beduidend meer componenten meetellen dan nu?Deelt de regering de zorg dat ondernemingen hierdoor alsnog snelleronder de prospectusplicht komen te vallen en hoe rijmt de regering ditmet de doelstelling van de Listing Act om administratieve lasten teverminderen?§ 2.6 Aanpassing handhavingsbevoegdheden verordening marktmisbruiken verordening financiële benchmarks De leden van de PVV-fractie verzetten zich tegen het feit dat de AFM nu alseen soort «klimaatpolitie» moet gaan optreden door het gebruik vanbepaalde aanduidingen te verbieden. Is de regering het met deze ledeneens dat financiële wetgeving over geld moet gaan en niet over hetdoordrukken van de politieke agenda van het Akkoord van Parijs? Kan deregering bevestigen dat de AFM-capaciteit, die nu naar dit ideologischetoezicht gaat, onttrokken wordt aan de kerntaak: het bestrijden van echtemarktmisbruik en fraude?§ 3. Beleidskeuzes en gebruik lidstaatopties § 3.2 Vrijstellingsgrens prospectusplicht (artikel 3, lid 2 bis,prospectusverordening) De leden van de D66-fractie begrijpen dat Nederland met de verhogingvan de vrijstellingsgrens zal aansluiten bij het merendeel van de lidstaten.In de voetnoot staat echter dat dit de verwachting is. Welke keuzes hebbenandere lidstaten gemaakt? Welke signalen zijn er dat een aantal lidstatendie nog voor de lagere vrijstellingsgrens hebben gekozen, zich willenaansluiten bij de hogere vrijstellingsgrens?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 55 Deze leden vragen ook of er gegevens beschikbaar zijn van anderelidstaten waarin onderzocht is een hogere vrijstellingsgrens daadwerkelijkheeft geleid tot betere toegang tot kapitaal voor mkb-ondernemingen?§ 3.3 Informatiedocument en meldplicht bij vrijgestelde aanbiedingen(artikel 3, lid 2 quinquies, prospectusverordening) De leden van de CDA-fractie verzoeken de regering nader inzicht te gevenin de verschillen tussen de informatieverplichtingen, die voortvloeien uitde prospectusplicht bij bedragen boven 12 miljoen euro en het informatie-document dat vereist is bij aanbiedingen onder deze grens. Deze ledenvragen of de regering deze verschillen overzichtelijk kan weergeven intabelvorm, waarbij per onderdeel wordt aangegeven welke informatieonder beide regimes verplicht moet worden verstrekt.§ 3.8 Lagere boetemaxima voor mkb-ondernemingen (artikel 30, tweedelid, onderdeel j, sub iii en iv, verordening marktmisbruik) De leden van de PVV-fractie vragen waarom de regering de lidstaatoptieom lagere boetemaxima voor het mkb vast te stellen niet heeft benut?Waarom wordt er gesproken over «lastenverlichting», terwijl de regeringde kans laat liggen om kleine ondernemers te beschermen tegenbuitenproportionele boetes, die eigenlijk voor multinationals zijn bedoeld?§ 4. Wijze van implementatie De leden van de VVD-fractie constateren dat het wetsvoorstel geennationale koppen bevat. Deze leden steunen dit uitgangspunt vanlastenluwe implementatie. Deze leden vragen de regering of dit consistentis met de keuze van andere grote EU-lidstaten en of er lidstaten zijn diewel nationale koppen of aanvullende eisen hebben ingevoerd. Dreigt opdat punt een ongelijk speelveld voor Nederlandse ondernemingen tenopzichte van ondernemingen uit andere lidstaten?§ 5. Gevolgen voor regeldruk, toezicht, bedrijfsleven en mkb-on-dernemingen De leden van de D66-fractie lezen dat de implementatie een positief effectzal hebben op de marktwerking en de concurrentiepositie van deNederlandse kapitaalmarkt. Welke meetbare verbeteringen verwacht deregering? Welke concrete effecten zal dit hebben op de concurrentiepo-sitie van mkb-ondernemingen ten opzichte van grotere ondernemingen?§ 5.2.1 Regeldrukeffecten voor beleggingsondernemingen enmarktexploitanten De leden van de VVD-fractie lezen dat de definitieve technische regule-ringsnormen (regulatory technical standards, RTS) voor deEU-gedragscode voor door uitgevende instellingen gefinancierdonderzoek op beleggingsgebied op het moment van indiening van ditwetsvoorstel nog niet zijn vastgesteld. De memorie van toelichting erkentdat de werkelijke nalevingskosten voor beleggingsondernemingen pasvolledig kunnen worden bepaald na publicatie van die normen. Dezeleden vragen de regering om te verduidelijken welke concrete verplich-tingen naar de huidige verwachting voortvloeien uit de definitieve RTSvoor de EU-gedragscode en op welke wijze de regering de impact vandeze nog vast te stellen normen op de nalevingskosten voor onderne-mingen beoordeelt. Wanneer verwacht de regering dat de definitieve RTSworden gepubliceerd en is er een mechanisme voorzien om de Kamer teTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 56 informeren als de werkelijke nalevingskosten substantieel afwijken van dein de memorie van toelichting geraamde bedragen?De leden van de VVD-fractie vragen voorts of de regering heeft bezien ofde combinatie van de nieuwe EU-gedragscode en de labelingverplich-tingen per saldo leidt tot een toename of afname van beschikbaarbeleggingsonderzoek over Nederlandse mkb-ondernemingen. Deze ledenvragen de regering om specifiek in te gaan op de verwachte ontwikkelingvan de markt voor beleggingsonderzoek over aandelen op EuronextAmsterdam, in het bijzonder voor small- en mid-cap ondernemingen.§ 5.2.3 Regeldrukeffecten voor burgers (beleggers) De leden van de D66-fractie lezen dat er een risico bestaat dat deinformatiepositie verslechtert door de hogere vrijstellingsgrens ensoberder informatievereisten. Tot welke hoogte acht de regering dit risicoaanvaardbaar? Wordt er gekeken of beleggers voldoende geïnformeerdebeleggingsbeslissingen kunnen blijven nemen?§ 5.4 Mkb-effecten De leden van de VVD-fractie lezen dat het wetsvoorstel overwegendpositieve effecten heeft voor het mkb. Deze leden onderschrijven deambitie om start-ups, scale-ups en groeibedrijven betere toegang tegeven tot kapitaalmarkten. Deze leden vragen de regering welke concreteindicatoren zij hanteert om na verloop van tijd vast te stellen of dezemaatregelen daadwerkelijk het beoogde effect hebben. Wordt deontwikkeling van het aantal beursgangen op Euronext Amsterdam en opmkb-groeimarktsegmenten gemonitord, en wordt de Kamer hieroverperiodiek geïnformeerd?§ 6. Toezicht en handhaving § 6.2 Uitvoering en handhaving De leden van de D66-fractie constateren dat de AFM wijst op risico’s voorde beleggersbescherming bij de verhoging van de vrijstellingsgrens.Waarom ziet de regering desondanks geen aanleiding om verduidelijkingvan de informatievereisten op te nemen?§ 8. Consultatie § 8.1 Gerichte consultatie vrijstellingsgrens en informatiedocument De leden van de CDA-fractie erkennen de voordelen van een geharmoni-seerde implementatie van informatievereisten voor openbare aanbie-dingen onder de 12 miljoen euro, met name vanuit het oogpunt vanvermindering van regeldruk en bevordering van toegang tot kapitaal-markten. Deze leden vragen echter of aanvullende nationale informatieve-reisten niet uitsluitend als extra regeldruk moeten worden beschouwd,maar ook kunnen bijdragen aan verdere versterking van de transparantieen het vertrouwen in de Nederlandse kapitaalmarkt. Hoe weegt deregering deze mogelijke meerwaarde van aanvullende nationale transpa-rantievereisten af tegen het belang van harmonisatie en lastenverlichting?OVERIGDe leden van de VVD-fractie onderschrijven de doelstelling om deEuropese kapitaalmarkt aantrekkelijker te maken voor ondernemingen.Deze leden constateren echter dat de memorie van toelichting geenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 57 expliciete vergelijking maakt met de regelgevende omgeving voorbeursgangen en kapitaalmarktfinanciering in het Verenigd Koninkrijk (VK)of de Verenigde Staten (VS). Juist die vergelijking is relevant omdatEuropese ondernemingen in de praktijk ook de optie hebben om tenoteren aan de London Stock Exchange (LSE) of de New York StockExchange (NYSE).Deze leden vragen de regering in te gaan op de vraag hoe de na inwer-kingtreding van het voorliggende wetsvoorstel geldende Nederlandse enEU-brede regels zich verhouden tot de toelatings- en prospectusregels inhet Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Ziet de regering na deimplementatie van dit wetsvoorstel nog significante concurrentienadelenvoor de Europese kapitaalmarkt ten opzichte van die markten? De ledendenken daarbij met name aan de kosten en doorlooptijd van eenbeursgang, de free float-vereisten, de doorlopende transparantieverplich-tingen voor genoteerde ondernemingen en de mate van beschikbaarbeleggingsonderzoek. Op welke punten biedt de Europese markt na ditwetsvoorstel een aantrekkelijker alternatief en op welke punten ziet deregering nog ruimte voor verdere verbetering?De leden van de VVD-fractie wijzen in dit verband op de rapporten vanLetta en Draghi over de concurrentiepositie van de Europese economie,die beide benadrukken dat Europese kapitaalmarkten structureel tegefragmenteerd zijn en te weinig durfkapitaal beschikbaar stellen voorinnovatieve bedrijven. Deze leden vragen de regering of het voorliggendewetsvoorstel naar haar oordeel voldoende bijdraagt aan de doelstellingendie in die rapporten zijn geformuleerd en welke aanvullende stappen zij inEuropees verband nastreeft.De leden van de VVD-fractie vragen de regering samenvattend welkeconcrete vervolgstappen de regering nodig acht om het Nederlandse enEuropese investeringsklimaat verder te versterken, zowel voor onder-nemers die kapitaal willen aantrekken als voor beleggers, inclusiefparticuliere beleggers, die willen participeren in de Europese economie.Deze leden vragen in het bijzonder of de regering bereid is de Kamerperiodiek te informeren over de effecten van dit wetsvoorstel op hetaantal beursgangen, de kapitaalmarktactiviteit van mkb-ondernemingenen de concurrentiepositie van de Nederlandse en Europese kapitaalmarktten opzichte van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.De leden van de CDA-fractie constateren dat in de memorie vantoelichting geen afzonderlijke evaluatieparagraaf is opgenomen. Dezeleden vragen of de effecten van deze wetswijzigingen op termijn zullenworden geëvalueerd en zo ja, op welke aspecten deze evaluatie zich zalrichten.Deze leden vragen welke indicatoren en doelstellingen de regering daarbijhanteert. Word hier bijvoorbeeld gekeken naar effecten op regeldruk,markttransparantie, toegang tot kapitaal voor mkb-ondernemingen,beleggersbescherming en het aantal beursnoteringen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 930, nr. 58
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
2ea292c2-2c31-497c-bb55-b691a20e33dc
0debatten
120bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken