37035 IX Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 30 september 2026 De vaste commissie voor Financiën, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden. De vragen zijn op 22 september 2026 voorgelegd aan de minister van Financiën. Bij brief van 25 september 2026 zijn ze door de minister van Financiën beantwoord. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Jansen Adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur Vraag 1 Vraag 1 Hoe verklaart u dat de uitgaven aan externe inhuur bij Dienst Toeslagen op artikel 13 toenemen met ruim 65 miljoen euro (van 104,339 miljoen euro naar 169,418 miljoen euro)? Antwoord op vraag 1 De stijging van de uitgaven aan externe inhuur op artikel 13 Toeslagen van 104 miljoen euro naar 169 miljoen euro in 2026 in de Suppletoire begroting September kan hoofdzakelijk worden verklaard door een technische herschikking van middelen binnen de herstelorganisatie toeslagen. Deze personele uitgaven waren in de eerste suppletoire begroting centraal gereserveerd op eigen personeel in afwachting van nadere doorverdeling naar het ‘soort’ personeel. Vraag 2 Vraag 2 Om welke concrete redenen stijgen de verwachte uitgaven aan externe inhuur bij de Belastingdienst op artikel 1 in 2026 met circa 25 miljoen euro tot een totaal van 395,5 miljoen euro? Antwoord op vraag 2 De uitgaven aan externe inhuur stijgen bij de Suppletoire Begroting September 2026 met circa 20 miljoen euro tot 395,5 miljoen euro, vooral door herschikkingen en tijdelijke investeringen. Circa 14 miljoen euro gaat naar het programma KeuzeDigitaal voor verdere digitalisering van brieven aan burgers en bedrijven, 2 miljoen euro naar AI-expertise, en 6 miljoen euro naar tijdelijke extra capaciteit voor de inning. De cao-ontwikkeling voor uitzendkrachten verhoogt de kosten met 4 miljoen euro. Het inhuurpercentage blijft met ongeveer 12% lager dan in eerdere jaren (16% in 2024). Externe inhuur richt zich vooral op specialistische kennis, tijdelijke piekbelasting en functies waarvoor intern onvoldoende capaciteit is, voornamelijk ICT-specialisten en uitzendkrachten voor de BelastingTelefoon. Vraag 3 Vraag 3 Wat zijn de inhoudelijke en operationele oorzaken van het feit dat het uitkeren van 40 miljoen euro aan wettelijke rente aan toeslagengedupeerden verschuift naar latere jaren wegens een afname van de geautomatiseerde afdoening en een toename van handmatige werkzaamheden? Antwoord op vraag 3 Er zijn diverse oorzaken aan te wijzen voor het feit dat het uitkeren van 40 miljoen euro aan wettelijke rente verschuift naar latere jaren. Het nabetalen van rentes is een technisch complex proces wat meermaals om (systeemtechnische) aanpassingen heeft gevraagd – met onder andere een latere start van de uitvoering tot gevolg - om te komen tot correcte nabetalingen. Zo zijn er meerdere deelpopulaties binnen de wettelijke rente populatie wat verschillende acties vraagt op het gebied van data en Informatievoorziening (IV) om deze dossiers af te handelen. Binnen de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) is een geautomatiseerd proces ingericht om rentebetalingen te doen, daarnaast zijn er dossiers die zich niet lenen voor geautomatiseerde afhandeling en daarom handmatig moeten worden afgedaan. Vraag 4 Vraag 4 Welke specifieke vertragingen in de bezwaarafhandeling van de integrale beoordeling veroorzaken het doorschuiven van 15 miljoen euro aan activiteiten van de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen van 2026 naar 2027? Antwoord op vraag 4 De vertraging van de bezwaarafhandeling van de integrale beoordeling heeft als voornaamste oorzaak dat de afdoening van bezwaren lager is dan verwacht en dat daarmee de voorraad aan nog af te handelen bezwaren blijft bestaan in verband met BNTB’s[voetnoot 1], de vraagstukken complexer zijn geworden en de algemene opgave groter is geworden. Hierdoor verschuift een deel van de werklast naar 2027. Hiervoor dient voldoende apparaatsbudget in 2027 te zijn. Vandaar de kasschuif van 2026 naar 2027 ter waarde van 15 miljoen euro. Vraag 5 Vraag 5 Wat is de reden dat de aanbesteding voor het uitbesteden van handmatige controles op de definitieve toekenning van kinderopvangtoeslag vertraging heeft opgelopen, waardoor 7 miljoen euro wordt doorgeschoven naar 2027? Antwoord op vraag 5 De kasschuif is nodig omdat een deel van de geplande nalevingsactiviteiten in 2026 vertraging oploopt. Het lukt niet om de benodigde medewerkers snel genoeg te werven en in te werken. Daarom worden de middelen doorgeschoven naar 2027. In 2027 kunnen daarmee de vertraagde werkzaamheden alsnog worden uitgevoerd, waarbij het de bedoeling is de werkzaamheden voor de definitieve toekenning van kinderopvangtoeslag uit te besteden en de eigen capaciteit zoveel mogelijk in te zetten op andere toeslagen, zoals de huurtoeslag. Vraag 6 Vraag 6 Hoe verklaart u dat de eerder geraamde kasontvangst van 211,172 miljoen euro uit hoofde van het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) in 2026 volledig vervalt en op welk moment in 2027 worden de eerste werkelijke kasontvangsten verkregen? Antwoord op vraag 6 Bij controle van de CBAM-ontvangsten is vastgesteld dat de begrotingsraming niet aansloot op het daadwerkelijke kasritme van het CBAM. Oorspronkelijk waren ontvangsten geraamd van 217,3 miljoen euro in 2026 en 243,4 miljoen euro in 2027 (prijspeil 2026). Omdat de verkoop van CBAM-certificaten pas op 1 februari 2027 start en de eerste aangifte over 2026 uiterlijk 30 september 2027 wordt ingediend, vinden er in 2026 geen kasontvangsten plaats. De ontvangsten van 2026 zijn doorgeschoven naar 2027 en die van 2027 naar 2028. Vraag 7 Vraag 7 Op welke wijze is de oorspronkelijk geraamde aandeelhouderslening van 11 miljard euro aan TenneT voor 2026 opgevangen, nu TenneT deze lening niet trekt en wat is de exacte neerwaartse bijstelling van de verwachte renteontvangsten voor de Staat op deze lening? Antwoord op vraag 7 De aandeelhouderslening is niet saldo-relevant, dus er ontstaat geen budgettaire ruimte door de vrijval van het gereserveerde bedrag van 11 miljard euro. De renteontvangsten op de lening zijn wel saldo-relevant. Deze zijn door het vrijvallen van het bedrag van 11 miljard euro naar beneden bijgesteld met 404 miljoen euro per jaar totdat de lening is afgelost. Daartegenover staat dat de Nederlandse staat voor deze lening zelf geen schuld hoeft op te halen, waardoor ook rentekosten op de staatsschuld bespaard worden. Vraag 8 Vraag 8 Welke totale opbrengst heeft de verkoop van aandelen ABN AMRO via het verkoopprogramma van de Staat tot en met 1 augustus 2026 opgeleverd en hoe is de opwaartse bijstelling van circa 1,7 miljard euro aan ontvangsten op artikel 3 verwerkt? Wat is het plan met betrekking tot het naar de beurs brengen van ABN AMRO? Antwoord op vraag 8 Op 22 juli 2026 is het laatste verkoopprogramma ABN AMRO afgerond.[voetnoot 2] De totale verkoopopbrengst van dit programma was circa 2,46 miljard euro, waarvan circa 1,7 miljard euro bij de Suppletoire Begroting September is verwerkt. Het resterende bedrag is in eerdere begrotingsstukken verwerkt. Het is staand kabinetsbeleid ABN AMRO zo snel als verantwoord mogelijk volledig terug naar de markt te brengen. Vraag 9 Vraag 9 Welke specifieke uitvoeringskosten bij de Kamer van Koophandel, DFEI en overige instellingen worden gedekt met de verhoging van de budgetten voor de implementatie van de Europese anti-witwasregelgeving (AMLD6, AMLR en UBO-register)? Antwoord op vraag 9 Als gevolg van de implementatie van de zesde antiwitwasrichtlijn en de antiwitwasverorderning worden enkele uitvoeringsorganisaties en toezichthouders belast met nieuwe taken. De impact van het Implementatiewetsvoorstel verschilt per publieke instelling. Voor de Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) geldt dat het aantal verplichtingen waar zij op toezien wordt uitgebreid en dat de groep onder toezicht staande instellingen wordt uitgebreid.Omdat sommige bepalingen ook strafrechtelijk handhaafbaar zijn, neemt ook de belasting van opsporingsdiensten, waaronder de Fiscale Inlichten en Opsporingsdienst (FIOD), toe. Als gevolg van het Implementatiewetsvoorstel wordt aanvullende informatie aan het UBO-register toegevoegd en wordt de wijze waarop de Kamer van Koophandel (KVK) de datakwaliteit van het UBO-register waarborgt aangescherpt, hetgeen een extra uitvoeringslast met zich meebrengt. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) wordt aangewezen om de partnerschappen tussen meldingsplichtige entiteiten voor informatie-uitwisseling te beoordelen. De bijstellingen van de budgetten worden volledig toegerekend aan de uitvoering van de Europese regelgeving voor witwassen. Het gaat om circa 6,5 miljoen euro in 2026 voor de uitvoering van het Implementatiewetsvoorstel door de DFEI, de FIOD en de AP en circa 2,4 miljoen euro in 2026 voor de uitvoeringskosten van de KVK. _Beroep niet tijdig beschikken (BNTB) _Kamerbrief afronding verkoopprogramma ABN AMRO
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
2ea292c2-2c31-497c-bb55-b691a20e33dc
0debatten
120bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken