KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

2ea292c2-2c31-497c-bb55-b691a20e33dc

0debatten
120bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
7 okt 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 165Deelnemingenbeleid RijksoverheidNr. 468 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 7 oktober 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmer-kingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over de brief van 27 juni2025 over Jaarverslag Beheer staatsdeelnemingen 2024 (Kamerstuk28 165, nr. 461).De vragen en opmerkingen zijn op 15 september 2025 aan de Minister vanFinanciën voorgelegd. Bij brief van 7 oktober 2025 zijn de vragenbeantwoord.De voorzitter van de commissie,Nijhof-LeeuwAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-28165-468ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4681 1. Inleiding Met interesse hebben wij kennisgenomen van de vragen die door deverschillende fracties zijn gesteld in het schriftelijke overleg staatsdeelne-mingen. Hieronder vindt u de beantwoording van de vragen. De vragenuit de hoofdstukken 2 t/m 12 worden beantwoord door de Minister vanFinanciën. Dit betreft de vragen over de Nota DeelnemingenbeleidRijksoverheid 2022 (hierna: Nota), benoemingen, maatschappelijkverantwoord ondernemen en de financiële positie van de staatsdeelne-mingen en vragen per staatsdeelneming. De vragen in hoofdstuk 13, overde kansspeldeelnemingen, worden beantwoord door de Staatssecretarisvan Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane. De beantwoordingis geclusterd per thema. Binnen de thema’s is de volgorde van het verslagaangehouden.2. Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 De fractie van NSC vraagt zich af of de Minister de mening deelt dat hetmakkelijker is om aan een staatsbedrijf nieuwe opdrachten en taken tegeven dan aan een privaat bedrijf. Daarnaast vraagt de fractie van NSCzich af hoe de Minister in dit licht de weigering van het geprivatiseerdePostNL om de postdienst uit te voeren ziet en of de Minister de meningdeelt dat dit een laat gevolg is van de privatisering van de PTT en TPG, deTNT Post Groep en PostNL. Daarbij vraagt de fractie van NSC zich af ofhet klopt dat sturing op het publieke belang met alleen maar wet- enregelgeving onvoldoende is en of het klopt dat publiek eigendom hierbijeen wenselijke aanvullende functie kan hebben. Ook gezien debescherming van privaat eigendom middels het 1e Protocol van artikel 1van het EVRM.Nee, ik deel deze mening niet. Het verlenen van nieuwe taken enopdrachten aan ondernemingen vergt bij zowel een private ondernemingals een deelneming van de overheid eenzelfde zorgvuldige afweging. Hetbelang hiervan is ook onderschreven door de Algemene Rekenkamer inhet rapport In publieke handen1.Er is momenteel geen sprake van weigering maar van een verzoek totintrekken van de UPD-aanwijzing. Het verzoek tot het intrekken van deUPD-aanwijzing is een afweging van het bestuur van PostNL dat handeltnaar het vennootschappelijk belang. Dit was met de Rijksoverheid alsaandeelhouder geen andere afweging geweest.Ik zie het signaal van PostNL om de postdienst niet langer tegen dehuidige voorwaarden te willen uitvoeren niet als gevolg van privatisering,maar als gevolg van verouderde wetgeving. Op maandag 30 juni 2025heeft de Minister van Economische Zaken een Kamerbrief verstuurdinzake deze verouderde wetgeving2. Nederlanders versturen steedsminder brieven en kaarten. Sinds 2009 daalt het aantal met zo’n zevenprocent per jaar. Tegelijkertijd stijgen de kosten voor het bezorgen vanpost. Verouderde kaders voor de universele postdienst (UPD) in combi-natie met dalende volumes, arbeidstekorten en stijgende kosten, hebbentot gevolg dat een operationeel haalbare en rendabele uitvoering van deUPD steeds verder onder druk komt te staan. De Minister van Econo-mische Zaken werkt aan een wijziging van de UPD.1Kamerstukken II, 2020–2021, 32 813, nr. 736.2Kamerstukken II, 2024–2025, 29 502, nr. 198.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4682 De Minister van Economische zaken en ik zijn ervan overtuigd dat hetpublieke belang van post met wet- en regelgeving voldoende kan wordengeborgd. Wij zien geen aanleiding voor aanvullende sturing via aandeel-houderschap, ook niet in het licht van het 1e Protocol van artikel 1 van hetEVRM. Het onderbrengen van de postvoorziening bij een staatsdeel-neming zie ik daarom niet als een passend antwoord op het geschetsteprobleem.De leden van de NSC-fractie vragen of de doelinstructie en de statuten bijalle overheidsvennootschappen inmiddels zijn aangepast zodat hetpublieke belang dat de staatsdeelnemingen dienen erin tot uiting komt.Ook vragen de leden van de fractie van NSC of het klopt dat de Raad vanCommissarissen zich altijd richt op het «belang van de vennootschap» enindien de doelinstructie van de vennootschap en het publiek belangsamenvallen, vallen dan ook het publieke belang en het belang van devennootschap samenvallen en zo niet, waarom niet.In de statutaire doelomschrijving wordt opgenomen wat de belangrijksteactiviteiten, kerntaken en handelingen zijn die binnen de ondernemingworden verricht. Deze doelomschrijving geeft daarmee de handelingsmo-gelijkheden en grenzen aan de raden van bestuur en commissarissenwaarbinnen zij kunnen opereren. Het doel dient voldoende ruim geformu-leerd te zijn, zodat de deelneming de ruimte heeft om op afstand van destaat bedrijfsmatig te opereren. Het is niet de bedoeling dat er metregelmaat discussie ontstaat over een eventuele doeloverschrijding en/ofde statuten moeten worden aangepast. Het publieke belang is aanverandering en nadere invulling onderhevig. Het publieke belang komtdan ook niet letterlijk tot uiting in de statutaire doelomschrijving, maar bijde deelnemingen waarvan de staat 100 procent dan wel meerderheids-aandeelhouder is, is bij de implementatie van de standaardstatuten welgekeken of de doelomschrijving logisch aansluit op het publiek belang.De leden van de fractie van NSC vragen zich daarnaast af op welke maniercommissarissen die op voordracht van de overheid zijn benoemd beter instaat kunnen worden gesteld om zich te richten op het publieke belang enof daarvoor artikel 2:142 van het BW kan worden aangepast.De bestuurders en commissarissen dienen zich te richten op het belangvan de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Het is nietzo dat het publieke belang één op één samenvalt met het belang van devennootschap. Hoewel voor het vaststellen van het vennootschappelijkbelang aansluiting kan worden gezocht bij het statutair doel, is hetvennootschappelijke belang breder. De invulling van het «vennootschap-pelijk belang» bestaat uit verschillende, wisselende deelbelangen enhangt af van de omstandigheden van het geval. Naast die van deaandeelhouder, zijn dat ook de belangen van andere stakeholders van devennootschap, zoals werknemers en crediteuren.Een commissaris wordt niet op voordracht van de overheid benoemd,maar op voordracht van de raad van commissarissen. Commissarissendienen zich te richten op het belang van de vennootschap. Het benoemenvan een zogenoemde overheidscommissaris vind ik daarom onwenselijk,omdat een commissaris zonder last of ruggespraak zitting neemt in eenraad van commissarissen. Wel wordt in het benoemingsproces getoetst ofeen kandidaat voldoende oog heeft voor de publieke context waarin deonderneming functioneert.Een overheidscommissaris is niet beter in staat om zich te richten op hetpublieke belang. Een commissaris dient zich immers conform hetvennootschapsrecht te richten op het belang van de vennootschap en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4683 met haar verbonden ondernemingen. Een commissaris kan daarmee nietenkel het (publieke) belang dienen van de staat als aandeelhouder als ditniet in het belang van de vennootschap is. Artikel 2:142 BW (BurgerlijkWetboek) hoeft in mijn optiek dan ook niet te worden aangepast, omdatmet het stellen van specifieke eisen aan commissarissen deze zich nogsteeds dienen te richten op het belang van de vennootschap.De leden van de fractie van NSC vragen ook waarom er nog maar zeldengebruik wordt gemaakt van art. 2:129 leden 3 en 4, van het BW, dat deoverheidsaandeelhouder een passief respectievelijk een actief instructie-recht geeft en of de aanwezige aandeelhoudersbevoegdheden welvolledig en optimaal worden benut.De aandeelhoudersbevoegdheden worden ingevuld zoals voorgeschrevenin de Nota 2022. Ik vind het daarom niet wenselijk om, als aandeelhouderop afstand, al dan niet vanwege politieke redenen instructies te geven aanhet bestuur van de onderneming en zo op de stoel van de bestuurder tegaan zitten. Daarnaast is het op grond van artikel 2:129 lid 4 BW ook nietmogelijk om een statutaire bepaling op te nemen, waarbij voor bijvoor-beeld de aandeelhouder de mogelijkheid wordt gecreëerd om concrete,dan wel bindende, instructies aan de onderneming te geven. Wel zijnbepaalde besluiten van het bestuur (bijvoorbeeld investeringen boven eenbepaald drempelniveau) op grond van artikel 2:129/2:239 lid 3 BW aan degoedkeuring van de aandeelhouder(s) onderhevig.De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister een nadere toelichtingkan geven op het Dashboard Staatsdeelnemingen. Wat is de reden datbijna alle doelstellingen uit de Nota Staatsdeelnemingen 2022 nietgehaald zijn?Het dashboard Staatsdeelnemingen geeft inzicht in hoe de staat haar rolop dit moment vervult en laat zien hoe de progressie van de implemen-tatie van het beleid in de Nota 2022 verloopt. Een groot deel van deindicatoren die toeziet op hoe de staat momenteel haar rol vervult, kentdan ook geen streefwaarde. De indicatoren die toezien op de implemen-tatie van de Nota 2022 vragen om nadere uitwerking die enige tijd vergt,en vervolgens ook implementatie bij de deelnemingen waarbij ik ookafhankelijk ben van factoren waar ik minder invloed op heb. Ik doe mijnbest om deze doelstellingen alsnog zo snel mogelijk te realiseren.Ook vragen de leden van de NSC-fractie of toegelicht kan worden waaromslechts zeven procent van de deelnemingen een algemene profielschetsheeft voor de Raad van Bestuur, terwijl de doelstelling van de NotaStaatsdeelnemingen 2022 100 procent is?Specifiek ten aanzien van de algemene profielschets voor de raad vanbestuur geldt dat dit – in tegenstelling tot de algemene profielschets voorde raad van commissarissen – nieuw is ten opzichte van het voorgaandebeleid. Veel staatsdeelnemingen hadden nog geen algemene profielschetsvoor de raad van bestuur, daarom werkt het Ministerie van Financiënmomenteel aan uniforme uitgangspunten voor deze profielschetsen opbasis van de Nota 2022. En ik wil hierop wachten, voordat de algemeneprofielschetsen worden opgesteld voor de raad van bestuur door dedeelnemingen zodat deze gelijk in lijn zijn met het beleid van de staat.Daarom is het eerdere tussendoel voor 2024 dat 100% van de raden vanbestuur een algemene profielschets heeft, vervallen. Het doel is dat eind2025 alle deelnemingen een algemene profielschets hebben die aan deuitgangspunten voldoet.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4684 Daarnaast vragen de leden van de NSC-fractie waarom slechts 66 procenthet Charter Diversiteit ondertekend heeft, terwijl de doelstelling100 procent is, en waarom er nog geen enkele strategie beoordeeld is.De doelstelling van de staat is dat deelnemingen brede diversiteitbevorderen als onderdeel van Goed Werkgeverschap, niet het onderte-kenen van het Charter Diversiteit op zichzelf. Inmiddels heeft 94% hetCharter Diversiteit of een vergelijkbaar Europees initiatief ondertekend enis COVRA (de enige resterende deelneming) voornemens om hetNederlandse Charter Diversiteit te tekenen.In 2024 zijn twee strategieën herijkt aan de hand van de Nota 2022,namelijk de Nederlandse Loterij en Holland Casino. Dit is ook zichtbaar inhet dashboard.3. MVO-beleid De leden van de PVV-fractie lezen in het jaarverslag: «Met het nieuwevoorstel van de Europese Commissie (Omnibuswet) van begin 2025 wordtmogelijk de reikwijdte van de CSRD en CSDDD beperkt, waardoor dezevoor een deel van de staatsdeelnemingen niet meer van toepassing is.»Deze leden vragen zich af waarom de Minister van deze staatsdeelne-mingen verwacht dat zij desondanks blijven rapporteren volgens devrijwillige standaard die de Europese Commissie zal opstellen.Financiële transparantie is één van de vier voor de staat belangrijkethema’s op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen(MVO). Hierbij gaat het om ketentransparantie en transparante verant-woording richting stakeholders. Financiële transparantie is essentieel voorhet vertrouwen van burgers, het waarborgen van eerlijke ketens en hetkunnen afleggen van verantwoording over de maatschappelijke impactvan ondernemingen.De Europese Commissie heeft een vrijwillige duurzaamheidsstandaardvoor het midden- en kleinbedrijf voorgesteld3, om hen te helpen voldoenaan verzoeken om duurzaamheidsinformatie van grotere bedrijven.Om richting hun stakeholders transparante verantwoording af te kunnenleggen verwacht ik van staatsdeelnemingen dat ze aan deze vrijwilligestandaard van de Europese Commissie voldoen. Deze is minderomvangrijk dan de reguliere CSRD-duurzaamheidstandaard.Ook vragen deze leden hoeveel extra kosten het met zich meebrengt voorde desbetreffende deelnemingen om alsnog aan deze vrijwilligerapportage te voldoen.Het is mij niet bekend of dit tot extra kosten voor de deelneming leidt. Hetbestuur van de deelneming is verantwoordelijk voor de invulling. Mogelijkzouden deelnemingen ook zonder de verwachting van de staat alsaandeelhouder ervoor gekozen hebben om conform de vrijwilligestandaard of een vergelijkbare wijze te rapporteren.De leden van de PVV-fractie constateren dat de Minister in het jaarverslagstelt dat de Staat zich ervoor inzet dat alle deelnemingen de Tax Gover-nance Code onderschrijven of de daarin opgenomen principes toepassen.Deze leden vragen de Minister om toe te lichten welke concrete acties deStaat onderneemt om dit doel te bereiken.3Voluntary Standard for SME’s (VSME)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4685 Financiële transparantie is voor mij als aandeelhouder belangrijk.Tegelijkertijd valt het onder de verantwoordelijkheid van het bestuur hoeeen deelneming dit realiseert. De staat is in gesprek met de deelnemingenover de toepassing van de Tax Governance Code en de daarin verankerdeprincipes. Daarbij verwacht ik dat het bestuur toelicht hoe de deelneminginvulling geeft aan de principes, of – indien zij de Tax Governance Codeniet onderschrijven – welke alternatieve richtlijnen of maatregelen zijhanteert (comply or explain).De leden van de PVV-fractie constateren dat enkele deelnemingen,waaronder de NS, Invest-NL, Stedin en Thales, de principes van de Codetoepassen, maar de Code nog niet onderschrijven. Deze leden vragen deMinister wat de redenen zijn dat deze deelnemingen de Tax GovernanceCode nog niet onderschrijven en welke stappen worden gezet om ditalsnog te realiseren.De leden van de PVV-fractie constateren dat deelnemingen COVRA, deNederlandse Loterij en UCN/Urenco, de Tax Governance Code niettoepassen en ook niet onderschrijven, terwijl de Staat hier een meerder-heidsbelang in heeft. Deze leden vragen de Minister om te verklarenwaarom deze deelnemingen (nog) geen invulling geven aan de Code enwat de Staat doet om dit te bevorderen.Zoals in het antwoord op de vorige vraag omschreven is de staat ingesprek met de deelnemingen over de (toepassing van de principes uitde) Tax Governance Code. De redenen waarom het bestuur van eendeelneming de afweging maakt om zich wel of niet aan te sluiten bij eeninitiatief als de Tax Governance Code verschilt per deelneming en is deverantwoordelijkheid van het bestuur.De leden van de VVD-fractie waarderen dat in het jaarverslag niet alleende financiële posities, maar ook de maatschappelijke waarden van deverschillende staatsdeelnemingen worden belicht. Deze leden zijn wel vanmening dat de prioriteit altijd moet liggen op financieel verstandig beleid.Kan de Minister inzicht geven in de verwachtingen die hij voor detoekomst heeft met betrekking tot zaken als MVO enCO2-uitstootvermindering?De staat verwacht dat deelnemingen zelf MVO-doelstellingen opstellen,die waar mogelijk, de bijdrage aan het publieke belang versterken. Hetpublieke belang is daarbij leidend. Zoals in het Handboek Maatschappelijkverantwoord ondernemen4 uiteengezet verwacht de staat van zijndeelnemingen dat zij serieus invulling geven aan de MVO-regelgeving enhierbij passend MVO-beleid uitvoeren. Goed MVO-beleid is een belang-rijke voorwaarde om langetermijnwaardecreatie te garanderen. Om hieruitvoering aan te geven gaat de staat ervan uit dat deelnemingenrelevante (inter)nationale standaarden en raamwerken naleven, beleidvoeren, transparant zijn en zelf doelstellingen opstellen. Het bestuur vande deelnemingen is zelf verantwoordelijk voor het MVO-beleid en goederesultaten en verslaglegging.De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister het met deze ledeneens dat deze zaken de financiële positie van de staatsbedrijven niet opeen negatieve manier mogen raken.4Handboek MVO Deelnemingen 2025 | Handboeken staatsdeelnemingen | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4686 Het publieke belang van de deelnemingen is leidend bij het bepalen vande MVO-doelstellingen. Voor veel deelnemingen ligt MVO al in hetverlengde van de kerntaken en de publieke belangen die zij borgen. Indeze gevallen valt MVO direct samen met strategische prioriteiten van dedeelneming. MVO kan anderzijds ook gaan over de wijze waarop eendeelneming haar publieke belangen borgt en strategische prioriteitennastreeft. MVO-doelstellingen en het publieke belang kunnen elkaar opdeze manier ook versterken.De overheid stuurt actief op diversiteit in besturen en raden van commis-sarissen en op goed ondernemingsbestuur volgens de NederlandseCorporate Governance Code, zo lezen de leden van de BBB-fractie.Daarnaast stuurt de het kabinet op maatschappelijk verantwoordondernemen: de deelnemingen moeten bijdragen aan duurzaamheid,klimaatdoelen, goed werkgeverschap en het respecteren van mensen-rechten in de keten. Kan de Minister aangeven met hoeveel procent deoverheadkosten voor staatsdeelnemingen zijn gestegen over de afgelopentien jaar als gevolg van bovenstaande politiek maatschappelijke doelen?De verantwoordelijkheid voor de wijze waarop de onderneming invullinggeeft aan haar MVO-beleid ligt bij het bestuur zelf, niet de aandeelhouder.Deelnemingen publiceren geen cijfers over de kosten hiervan.4. Benoemingen, Beloningen en Financiële Positie De leden van de PVV-fractie vragen de Minister om te verduidelijken, aande hand van meetbare resultaten, op welke manier de geslachtsverdelingbijdraagt aan de kwaliteit van het besluitvormingsproces. Ook vraagt defractie van de PVV hoe deze wettelijke vereiste zich verhoudt tot hetprincipe van benoeming op basis van kwaliteit en geschiktheid. Daarnaastwil de fractie van de PVV weten of er signalen bekend zijn dat dit beleidheeft geleid tot praktische bezwaren of ongewenste neveneffecten. Totslot vraagt de fractie van de PVV de Minister om aan te geven of erevaluaties gepland zijn om te toetsen of het diversiteitsbeleid daadwer-kelijk het beoogde effect heeft.Voor de verduidelijking van op welke manier geslachtsverdeling bijdraagtaan de kwaliteit van het besluitvormingsproces verwijs ik graag naar hetadvies van de Sociaal Economische Raad: «Diversiteit in de top, tijd voorversnelling»5. In dit advies wordt verwezen naar wetenschappelijkonderzoek waaruit blijkt dat diversiteit bijdraagt aan de kwaliteit vanbesluitvorming.Daarnaast verhouden diversiteit in geslacht en kwaliteit zich goed totelkaar. Er zijn geen signalen dat dit beleid heeft geleid tot praktischebezwaren of ongewenste neveneffecten. Het diversiteitsbeleid isonderdeel van de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 (hierna:Nota 2022). Uiterlijk in 2029 zal er een beleidsdoorlichting van hetdeelnemingenbeleid plaatsvinden.De leden van de PVV-fractie vragen welke maatregelen de Ministeroverweegt te nemen als blijkt dat de huidige beloningen disproportioneelzijn.Zoals de leden van de PVV-fractie reeds aangeven, loopt er momenteeleen onderzoek naar bestuurdersbeloningen. Omdat dit onderzoek noggaande is, wil ik niet vooruitlopen op de uitkomsten.5https://www.ser.nl/-/media/ser/downloads/adviezen/2019/diversiteit-in-de-top-analyse.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4687 De leden van de VVD-fractie vragen welke risico’s de Minister ziet voor deverschillende staatsdeelnemingen en waar er mogelijk in de komendejaren kapitaalinjecties nodig zullen zijn, en hoe groot deze zijn.Er is naar verwachting een aantal deelnemingen dat op termijn eenfinancieringsbehoefte kent, waaronder Stedin, Invest-NL en InvestInternational. De manier waarop de financieringsbehoefte wordt ingevuldis nog onduidelijk. Er zijn momenteel in de Rijksbegroting voor de jaren2025 t/m 2028 nog kapitaalstortingen in Invest International en Invest-NLvoorzien.De leden van de NSC-fractie willen weten in hoeverre de overheidsdeelne-mingen voldoen aan de man-vrouw verhoudingen zoals neergelegd inBoek 2 van het BW. Daarbij vragen zij zich af waarom het percentagevrouwen onder de bestuurders (33 procent) veel lager is dan bij decommissarissen (44 procent) en in hoeverre wordt voldaan aan hetNederlandse Charter Diversiteit.De Wet inzake evenwichtige man/vrouw-verhouding6 schrijf voor dat eenraad van commissarissen van beursgenoteerde ondernemingen voor tenminste een derde deel uit vrouwen en voor ten minste een derde deel uitmannen bestaat. Vanwege de bijzondere maatschappelijke positie vandeelnemingen vindt de staat het echter passend om deze standaard ooktoe te passen op deelnemingen die niet beursgenoteerd zijn. Dertien vande veertien staatsdeelnemingen, waar de staat doorslaggevende invloedheeft op benoemingen, voldeden eind 2024 aan de vereiste van tenminste één derde vrouwen in de raad van commissarissen. Hetpercentage vrouwelijke bestuurders bij staatsdeelnemingen was eind2024 44%, tegenover 45% vrouwelijke commissarissen.Daarbij bevorderen bijna alle deelnemingen diversiteit via het Neder-landse Charter Diversiteit of zijn zij aangesloten bij een vergelijkbaarEuropees initiatief.5. NLFI De leden van de PVV-fractie vragen de Minister welke vervolgstappen hijziet om de Volksbank, tegenwoordig opererend onder de naam ASN Bank,te behouden als nationale bank.Indien met een nationale bank, een bank bedoeld wordt die volledigeigendom blijft van de Nederlandse staat, dan ben ik hier geenvoorstander van. In haar onderzoek naar de toekomstopties van deVolksbank (nu ASN Bank) concludeert NLFI dat alleen een onderhandseverkoop of beursintroductie naar voren komen als realistisch. Dezeconclusie kan ik volgen. Ik heb daarbij ook geconcludeerd dat er in definanciële sector belangen zijn die aandacht nodig hebben, maar dat hetniet doeltreffend is dit te regelen via het aandeelhouderschap van éénspecifieke bank. In lijn met deze conclusie en het advies van NLFI heb ikASN Bank daarom gevraagd zich voor te bereiden op de toekomstoptiesonderhandse verkoop en een beursgang.7 Echter, hiermee is het defini-tieve verkoopbesluit nog niet genomen. Uit de analyse van NLFI blijkt datASN Bank nog een aantal jaar nodig heeft om verkoop gereed te zijn.86Stb. 2021, nr. 537.7Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 446.8Kamerstukken II 2024–2025, 33 532, nr. 100.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4688 De leden van de PVV-fractie vragen naar aanleiding van de afronding vanhet verkoopprogramma van het aandelenbelang ABN AMRO tot30,5 procent wat de verwachte opbrengst van de resterende certificatenzal zijn en hoe deze zich verhoudt tot de oorspronkelijke aanschafprijs.In tabel 1 vindt u het geactualiseerde overzicht van de historischeuitgaven en ontvangsten rond de nationalisatie van ABN AMRO. Hierin iszowel het verkoopprogramma dat afgerond is op 25 juli 2025 verwerkt, alshet interim-dividend over 2025 dat ABN AMRO op 9 september 2025 heeftuitgekeerd en de opbrengst van de deelname aan het aandeleninkooppro-gramma dat ABN AMRO op 11 september 2025 heeft afgerond. Deopbrengst van het lopende verkoopprogramma dat gestart is op9 september 2025 is hierin niet meegenomen. In algemene zin zijn deverkoopopbrengsten niet relevant voor het uitgavenkader en hetEMU-saldo. Wel wordt hiermee de staatsschuld afgelost.Uit tabel 1 blijkt dat de marktwaarde (o.b.v. de slotkoers op 23 september)onvoldoende is om de totale kapitaaluitgaven terug te verdienen (J). Ookindien de rentelasten en dividendontvangsten buiten beschouwingworden gelaten, zijn de marktwaarde (I) en de verkoopopbrengsten (D) opdit moment onvoldoende om de oorspronkelijke kapitaaluitgaven (A)terug te verdienen. Om de totale kapitaaluitgaven terug te verdienen zouhet gehele resterende belang tegen een koers van € 35,84 verkocht dienente worden. De slotkoers op 23 september was € 26,99. De staat is geenbelegger en investeert dus niet risicovol als daar geen publiek belang meeis gediend. Ik acht het dan ook onwenselijk om te wachten op een hogerekoers. ABN AMRO is in staatshanden gekomen om de stabiliteit van hetfinanciële stelsel te borgen en niet als investering om rendement op temaken.Tabel 1: Kosten en opbrengsten ABN AMROBedrag inEUR mld.BerekeningAKapitaaluitgaven– 21,7BToerekenbare rentelasten– 6,3CTotale uitgaven1– 27,9(A+B)DNetto verkoopopbrengst12,6EDividendontvangsten6,6FTotale ontvangsten19,2(D+E)GOpenstaande kapitaaluitgaven– 9,1(A+D)HOpenstaande investering– 8,7(C+F)IMarktwaarde aandelen (o.b.v. slotkoers 23-9-2025)6,9JHuidig resultaat kapitaaluitgaven– 2,2(I+G)KHuidig resultaat investering– 1,9(I+H)1 Door afronding kan de som der delen afwijken van het totaal. De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat de Nederlandse Staatnog steeds 30,5 procent van de aandelen in ABN AMRO heeft. Klopt hetdat de Minister naar 20 procent van de aandelen wil? Hoe hoog zal deopbrengst van die aandelenverkoop zijn bij de huidige beurskoers?Het staatsbelang in ABN AMRO is inmiddels niet meer 30,5%. Op 25 juli2025 was dat wel het geval, maar sindsdien hebben zich twee ontwikke-lingen voorgedaan:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 4689 Op 6 augustus 2025 heb ik de Kamer geïnformeerd over de pro ratadeelname van NLFI aan het nieuwe aandeleninkoopprogramma van ABNAMRO. Op 11 september 2025 heeft ABN AMRO bekend gemaakt ditinkoopprogramma te hebben afgerond.9Op 9 september 2025 heb ik de Kamer geïnformeerd dat NLFI een nieuwverkoopprogramma gestart is, dat erop gericht is het belang in ABNAMRO af te bouwen tot inderdaad circa 20%.10Na de pro rata deelname aan het inkoopprogramma betrof het aandelen-belang van de staat ongeveer 30,1%. Het aandelenbelang zou normaalgesproken weer toenemen tot 30,5% op het moment dat ABN AMRO deingekochte aandelen intrekt. Echter, doordat inmiddels ook een nieuwverkoopprogramma gestart is, zal het belang van de staat in ABN AMROde komende periode juist verder afnemen.Het lopende verkoopprogramma is erop gericht het belang in ABN AMROaf te bouwen van 30,5% tot circa 20%. Het exacte percentage tot waarwordt afgebouwd maak ik pas na afloop van het verkoopprogrammabekend om de financiële positie van de staat niet te schaden. Als we voordit rekenvoorbeeld uitgaan van een afbouw naar 20%, zou dit op basis vande slotkoers van 23 september uitkomen op een totale verkoopopbrengstvan € 2,4 miljard.De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat bij deze 20 procent deStaat nog steeds een aantal bijzondere aandeelhoudersbevoegdhedenheeft. Welke zijn dit?De aandelen ABN AMRO worden gehouden door NLFI. In mijn Kamerbriefvan 15 oktober 2024 heb ik de gevolgen van verdere afbouw van hetaandelenbelang op de zeggenschap van NLFI toegelicht.11 Conform dezogenoemde Relationship Agreement tussen ABN AMRO en NLFI heeftNLFI onder meer de volgende bijzondere rechten: het goedkeuringsrechtvan het generieke profiel van de raad van commissarissen (rvc), hetadviesrecht voor de (her)benoeming van de raad van bestuur (rvb), devoorzitter van de rvc en de externe accountant en informatierecht overalles omtrent beloningen voor de rvb.Afgesproken is dat als het belang van NLFI in ABN AMRO de 15%onderschrijdt, NLFI en ABN AMRO opnieuw met elkaar in gesprek gaanover de informatie- en dialoogpositie van NLFI. De RelationshipAgreement komt in zijn geheel te vervallen wanneer het aandelenbelangvan NLFI de 10% onderschrijdt.De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat de staat voor100 procent eigenaar is van ASN en daarmee dus ook indirect eigenaar isvan de SNS Bank, de Regiobank en Reaal.Ja, de staat is voor 100% eigenaar van ASN Bank, waarbij het aandeelhou-derschap in ASN Bank wordt uitgevoerd door NLFI. Onder ASN Bankvallen, naast ASN, de volgende merken: SNS, RegioBank en BLG Wonen.Al deze bankmerken gaan op termijn verder onder de naam ASN Bank.12Reaal was voorheen een onderdeel van SNS REAAL, maar is reeds in 2015verkocht en dus ook geen onderdeel van ASN Bank.9Kamerstukken II 2024–2025, 31 789, nr. 121.10Kamerstukken II 2024–2025, 31 789, nr. 122.11Kamerstukken II 2024–2025, 31 789, nr. 118.12Zie: https://www.asnbank.nl/samenwerking.htmlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46810 De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt het dat privatisering vanASN voorlopig niet aan de orde is.Op dit moment is er van een besluit tot verkoop nog geen sprake en isASN Bank daar nog niet gereed voor. Wanneer de daadwerkelijkeprivatisering van de ASN Bank aan de orde is en er eventuele verkoop-plannen zijn, ga ik uiteraard in gesprek met uw Kamer.De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister inmiddels ook al devoorbereiding voor privatisering gestopt heeft conform de aangenomenmotie-Idsinga. Zo nee, waarom niet?Over de uitvoerbaarheid van de specifieke wens van de Tweede Kamerom de transformatie stop te zetten verwijs ik naar mijn Kamerbrief over devoortgangsrapportage van NLFI over de Volksbank.13 Zowel NLFI als destaat mogen op basis van de afspraken met de ACM geen invloed hebbenop de commerciële strategie van ASN Bank.De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister nog steeds erkent datde Kamer het hoogste orgaan van Nederland is en dat per motie genomenbesluiten van het hoogste orgaan gewoon moeten worden uitgevoerd.De wens en oproep van de Tweede Kamer weegt altijd zwaar mee in dedoor mij te maken afwegingen. Daarbij heb ik als Minister ook eenverplichting om mij te houden aan bestaande wetgeving, internationaleverplichtingen en de uitvoerbaarheid.De leden van de NSC-fractie vragen hoeveel bankkantoren er op ditmoment nog open zijn bij de ASN Bank. Welk einddoel heeft ASN voorogen met betrekking tot het aantal bankkantoren?In het jaarverslag van ASN Bank over 2024 staat dat er 194 SNS-winkelszijn en 419 Regiobank-kantoren. Gezamenlijk betreft dit dus 613 bankkan-toren.14 De bank heeft aan het begin van het transformatieprocesaangegeven te streven naar 320 tot 360 kantoren.15De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister de mening deelt dateen gemengd bankenlandschap (deels in handen van de overheid, deelsprivaat en deels coöperatief) een positieve invloed zou kunnen hebben ophet functioneren van de bankensector.Naar aanleiding van het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen 2023hebben de leden van de NSC-fractie vorig jaar dezelfde vraag gesteld.Graag verwijs ik naar die beantwoording en de naar mijn visie op definanciële sector die ik in januari 2025 met uw Kamer heb gedeeld.16 Ikhecht waarde aan een bankenlandschap met voldoende diversiteit.Diversiteit draagt bij aan een vitale bankensector met stabiele en efficiëntedienstverlening aan consumenten en bedrijven. Voor een divers banken-landschap vind ik het al dan niet houden van een belang in een bank doorde staat, zoals het geval is bij ABN AMRO en ASN Bank, niet noodzakelijk.Onder diversiteit versta ik een sector die zich kenmerkt door spelers metverschillende bedrijfsmodellen, producten en balansstructuren.13Kamerstukken II 2024–2025, 33 532, nr. 100.14Zie: https://corporate.asnbank.nl/investor-relations/jaarverslag-2024/15Zie: https://www.regiobank.nl/nieuws/bericht/asnbank.html16Kamerstukken II 2024–2025, 32 013, nr. 302.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46811 De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat een door de overheidaangeboden default dienst een bodem in de markt kan leggen in termenvan (maximale) prijs en (minimale) kwaliteit. Klopt het dat eenoverheidsbank een nuttige rol zou kunnen spelen in oligopolistischemarkten, zoals daar zijn de markt voor spaartegoeden en hypotheken?Naar aanleiding van het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen 2023hebben de leden van de NSC-fractie vorig jaar dezelfde vraag gesteld.Mijn visie is afgelopen jaar niet gewijzigd. Het is de rol van de overheidom de voorwaarden te scheppen voor een goed functionerende bancairemarkt. Een goed functionerende markt betekent onder andere dat ervoldoende concurrentie is. Als een markt goed functioneert, is er geen rolvoor de overheid om diensten aan te bieden op deze markt. Als geconsta-teerd wordt dat een markt niet goed functioneert, bijvoorbeeld omdat eronvoldoende concurrentie is, kan de overheid stappen zetten om dewerking van de markt te verbeteren, bijvoorbeeld via wet- en regelgeving.Het aangaan of aanhouden van een deelneming, zoals een overheidsbank,is een ingrijpende vorm van overheidsingrijpen.Ik zie geen rol weggelegd voor een overheidsbank in de markt voorspaartegoeden en hypotheken. ASN Bank en ABN AMRO, banken waar deoverheid op dit moment een (deel)belang in heeft, functioneren enconcurreren nu in een bancaire markt met private partijen die dezediensten aanbieden. Met een overheidsbank concurreren op de spaar-markt zou een ingrijpende manier zijn om de samenstelling van de sectorte beïnvloeden. Dit vind ik niet wenselijk en dit leidt mogelijk zelfs totconflicten met (Europese) staatssteunkaders. Wel vind ik het belangrijk omte kijken naar beleid om de concurrentiedruk in de markt te verhogen. Ditkan gefaciliteerd worden door actieve keuzes en overstapgedrag vanconsumenten te stimuleren en te vergemakkelijken. Hiervoor is eencombinatie van maatregelen nodig, die ik beschrijf in mijn appreciatie vanhet ACM-onderzoek naar de werking van de spaarmarkt.De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat een actieveoverheidsbank ingezet kan worden om de positie van de consument teverbeteren (n.a.v. bevestiging ACM oligopolistische karakter markten).Graag verwijs ik naar de beantwoording op vragen van de NSC-fractienaar aanleiding van het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen 2023.Mijn visie hierop is in het afgelopen jaar niet gewijzigd. De ACM consta-teert dat een grotere concurrentiedruk op de spaarmarkt kan leiden totuitkomsten die gunstiger zijn voor spaarders en de maatschappij alsgeheel. Als voldoende consumenten «actief» worden en een deel van hunspaargeld bij andere banken onderbrengen of gaan beleggen, worden(groot)banken meer aangemoedigd om op rentetarieven te concurreren.Hier profiteren ook «inactieve» consumenten (niet-overstappers) van. DeACM concludeert dat er op dit moment sprake is van een marktuitkomstdie – in economische zin – niet optimaal is voor consumenten en demaatschappij als geheel.Ondanks dat de spaarmarkt in Nederland wordt gedomineerd door eenaantal grootbanken, constateert de ACM ook dat er daarnaast een diversaanbod van kleinere spelers op de spaarmarkt is. Ook schrijft de ACM datde toetredingsdrempels om actief te worden op de Nederlandse spaar-markt lijken mee te vallen. Verder blijkt uit marktdata van de ECB dat ereen groeiende groep consumenten is – hoewel nog wel relatief klein – dieal actief keuzes maakt binnen het aanbod.17 Ook laat onderzoek zien dat in17Het percentage van het spaargeld dat op een buitenlandse rekening staat, steeg van0,8 procent in het begin van 2020 naar 2,3 procent in het eerste kwartaal van 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46812 het eerste kwartaal van 2024 ongeveer 63 procent van de nieuwespaarrekeningen werd geopend bij een kleine of buitenlandse bank.18In het licht van deze bevindingen zie ik daarom geen specifieke rol vooreen overheidsbank weggelegd in de Nederlandse spaarmarkt. Wel ben ikhet met de ACM eens dat het goed is als meer consumenten «actief»worden op de spaarmarkt, om zo de concurrentiedruk te verhogen. Dit kangefaciliteerd worden door actieve keuzes en overstapgedrag vanconsumenten te stimuleren en te vergemakkelijken. Hiervoor is eencombinatie van maatregelen nodig, waarvoor ik op 1 oktober 2024vervolgstappen heb aangekondigd in mijn reactie op ACM-onderzoek.Later dit jaar zal ik uw Kamer informeren met een brief over mijnopvolging van de ACM-aanbevelingen en een aantal aangenomen motiesdat gerelateerd is aan de spaarmarkt.19De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat de ASN Bank de enigegrotere bank is die nog een relatief groot netwerk van bankkantoren instand houdt. Klopt het dat dit niet meer gegarandeerd kan worden als deASN Bank eenmaal is geprivatiseerd? Klopt het dat het openhouden vanbankkantoren en andere voorzieningen een belangrijke bijdrage kanleveren?Een analyse van Betaalvereniging Nederland heeft laten zien dat deVolksbank in 2022 de meeste bankkantoren had: de Volksbank had 647bankkantoren in 2022, de Rabobank 122, ING 57 en ABN AMRO 27.20Sindsdien zijn deze aantallen gedaald, maar wordt door de banken ingezetop alternatieven voor bankkantoren. De banken spitsen hun diensten toeop een specifieke doelgroep, te denken valt aan bankmedewerkers die bijsenioren thuis komen of een hypotheekadviesgesprek voor starters viavideobellen. Indien de ASN Bank geprivatiseerd wordt, is het aan eennieuwe aandeelhouder om de strategie van de bank te bepalen. Dat geldtook voor de fysieke dienstverlening.Ik vind het belangrijk dat het betalingsverkeer voor iedereen toegankelijkis en dat de banken hun dienstverlening hierop aanpassen. De toeganke-lijkheid van het betalingsverkeer kan worden gewaarborgd door verschil-lende maatregelen. Fysieke dienstverlening via bankkantoren en service-punten kan daarbij een rol spelen, maar er zijn ook andere manieren omdit te borgen, bijvoorbeeld via mobiele adviseurs en financiëlezorgcoaches.Aandeelhouderschap in de ASN Bank is niet vereist voor het borgen vandit publieke belang. Uit de analyse naar de borging van publieke belangenin de financiële sector van 27 oktober 2023 bleek dat er publieke belangenin de financiële sector zijn die beter geborgd kunnen worden, waaronderde fysieke dienstverlening, en dat het ook mogelijk is om deze belangen teborgen via sectorbrede instrumenten, zoals zelfregulering, afspraken metde sector of concrete (aankomende) wet- en regelgeving.2118Ipsos I&O / TOF tracker. TOF Tracker is een grootschalig multiclient onderzoek waarbij elkkwartaal aan netto 22.500 respondenten wordt gevraagd welke financiële producten ze hetafgelopen kwartaal hebben afgesloten. Deze steekproef wordt m.b.v. CBS-data herwogen naaro.a. leeftijd, opleiding en regio, waardoor deze representatief is voor de 18+ populatie inNederland.19De moties betreffen: Kamerstukken II, 2024–2025, nr. 32 545, nr. 219; Kamerstukken II,2024–2025, nr. 32 545, nr. 218; Kamerstukken II, 2024–2025, 31 477, nr. 10920Aanhangsel Handelingen 2022/23, nr. 1689.21Kamerstukken II 2023–2024, 32 013, nr. 286.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46813 Een manier waarop invulling wordt gegeven aan het borgen van hetbelang van de toegankelijkheid van het betalingsverkeer, is via hetMaatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB). Het MOB is in 2002opgericht door de Minister van Financiën en is een overlegplatformwaarin zowel aanbieders als afnemers van betaaldiensten vertegen-woordigd zijn. Het MOB zet zich in voor een veilig, betrouwbaar, toegan-kelijk en efficiënt betalingsverkeer voor iedereen. Eind november 2022heeft het MOB de banken opgeroepen om meer prioriteit te geven aan detoegankelijkheid van het betalingsverkeer, mede naar aanleiding van hetDNB-onderzoek dat aantoonde dat ruim 1 op de 6 volwassen Neder-landers (2,6 miljoen mensen) hun bank- en betaaldiensten niet geheelzelfstandig uit kan voeren. De banken, waaronder de huidige ASN Bank,zijn als reactie op dit rapport gestart met het programma Toegankelijkbankieren.22 Zij nemen gezamenlijke initiatieven onder dit programma omde dienstverlening van banken toegankelijker en inclusiever te maken endoen dit in samenwerking met andere instellingen en organisaties. Ooknemen banken individuele maatregelen om de toegankelijkheid van hundienstverlening te verbeteren. Graag verwijs ik naar de Kamerbriefjaarrapportage MOB van 2 juli 2025 met de laatste stand van zaken van devoortgang die is geboekt door de banken.23 Ik ben positief over de actiesdie zij lieten zien. Mocht in 2026 blijken dat de genomen acties niettoereikend zijn, dan kijk ik naar andere mogelijkheden om de toeganke-lijkheid te waarborgen.De leden van de NSC-fractie willen juist dat de maatschappelijkeverankering van de banken versterkt wordt. Deze leden vinden deargumentatie dat de ASN Bank geprivatiseerd zou moeten worden omdatde Volksbank voor de nationalisatie op 1 februari 2013 tot de privatesector behoorde niet sluitend. Uiteindelijk gaat het erom hoe het publiekebelang optimaal geborgd kan worden en niet om de vraag hoe iets in hetverleden tot stand is gekomen. Kan de Minister hierop ingaan?ABN AMRO en ASN Bank zijn destijds in staatshanden gekomen met hetoog op het borgen van de stabiliteit van het financiële stelsel. Hetuitgangspunt is en blijft dat het aandeelhouderschap in deze deelne-mingen van tijdelijke aard is. Het uitgangspunt van dit kabinet is, net alsvoorgaande kabinetten, om deze deelnemingen zo snel als verantwoord isvolledig terug naar de markt te brengen.Dat wil overigens niet zeggen dat niet gekeken wordt op welke manier depublieke belangen in de financiële sector optimaal geborgd kunnenworden. Hier is de afgelopen jaren juist ook naar gekeken en is de Kamerhier meermaals over geïnformeerd. Onder meer via mijn Kamerbrief van9 december 2024.24 Hierin heb ik toegelicht dat er in de financiële sectorpublieke belangen zijn die aandacht nodig hebben. Het is mijns inziensechter niet doeltreffend om de (betere) borging van deze publiekebelangen te regelen via het aandeelhouderschap van één specifieke bank,in dit geval ASN Bank.Voor de publieke belangen in de financiële sector ligt de oplossing, opgrond van de eerder met uw Kamer gedeelde analyses en adviezen, bijeen sectorale aanpak, bijvoorbeeld door afspraken te maken metsectorpartijen, door zelfregulering en, waar nodig, via wet- en regel-geving. Een financiële sector waarbij alle banken gezamenlijk bijdragenaan deze kerntaken is weerbaarder in tijden van (economische) stress en22Voor meer informatie kunt u de website toegankelijkbankieren.nl raadplegen.23Kamerstukken II, 2024–2025, 27 863, nr. 144.24Kamerstukken II 2024–2025, 33 532 32 013, nr. 99.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46814 zorgt voor een betere borging van belangen dan wanneer één bank voorde publieke belangen aan de lat staat.Bovendien kan het marktverstorend werken wanneer verschillende typendienstverlening die in het publiek belang zijn, zoals fysieke dienstver-lening, geborgd worden door één bank. De aanwezigheid van eenpublieke bank die deze belangen borgt, werkt mogelijk prikkel verlagendvoor andere banken om dergelijke dienstverlening aan te bieden. Dekosten van de borging van de publieke belangen concentreren zich dan bijde publieke bank. Dit beperkt het concurrentievermogen van de publiekebank met andere banken. Dat kan op termijn leiden tot een bedrijfsecono-misch gezien ongezonde bank, met risico’s op bijvoorbeeld de noodzaaktot kapitaalstortingen door de staat als aandeelhouder, waarvoor dan debelastingbetaler de prijs betaalt.Deze leden vragen waarom zowel de Minister als de directie van de ASNBank blijven beweren dat het verminderen van het aantal bankkantorenenerzijds en de privatisering anderzijds niets met elkaar te maken zoudenhebben. Dit is toch ongeloofwaardig? De winst is met € 429 miljoentrouwens toch al hoog genoeg? Waarom investeert ASN niet meer in deleefbaarheid van de regio’s?De afgelopen periode heb ik inderdaad, mede naar aanleiding van vragenuit de Kamer, meermaals aangegeven dat het transformatietraject volgensASN Bank noodzakelijk is voor het voortzetten van haar missie van eenduurzame en toegankelijke bank. De bank geeft aan dat de transformatiehaar in staat moet stellen haar 3 miljoen klanten beter te bedienen, haardatakwaliteit en IT-systemen te verbeteren, structureel te voldoen aantoenemende wet- en regelgeving en een kostenreductie te realiseren. Ditlijkt mij wenselijk onafhankelijk de toekomstige eigendomssituatie en isdaarnaast dus niet enkel bedoeld om de winstgevendheid te vergroten.Zoals ik ook genoemd heb in mijn brief Voortgangsrapportage deVolksbank over 2024 van 8 juli 2025, is deze transformatie onderdeel vande commerciële strategie van ASN. De transformatie staat dus los van devoorbereiding voor de privatisering. Noch ik, noch NLFI zijn betrokkengeweest bij dit operationele besluit. Op grond van maatregelen van deACM mogen NLFI en de staat ook geen invloed uitoefenen op decommerciële strategie van de bank. Dit geldt ook voor eventueleinvesteringen die de bank doet in de leefbaarheid van de regio’s.6. Havenbedrijf Rotterdam De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister zijn visie kan delen ophoe het kabinet samen met het Havenbedrijf Rotterdam wil voorkomendat het marktaandeel van de haven in de toekomst krimpt. Deze ledenvragen zich daarbij af welke uitdagingen hier liggen en welke oplossingennodig zijn om ervoor te zorgen dat de Rotterdamse haven een grote rolblijft spelen in het Europees handelsverkeer.De volumedaling in overslag weerspiegelt de zwakke wereldhandel en deverslechterde competitieve positie van de Europese industrie. De overslagis daarmee sterk conjunctuurafhankelijk. Voor de komende jaren verwachtHavenbedrijf Rotterdam, conform de verwachtingen van de EuropeseCentrale Bank, dat dit licht zal herstellen.Daarbij is een van de grootste uitdagingen voor het behoud van deconcurrentiepositie van de haven van Rotterdam de verduurzaming vande industrie gevestigd in de haven. De haven is nauw verweven metindustriële activiteiten zoals raffinage, chemie en de overslag vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46815 grondstoffen welke vervolgens weer doorgevoerd worden naar de restvan Europa. Bekende belemmerende factoren in de randvoorwaardelijkesfeer, zoals hoge energiekosten, netcongestie, vertraagde aanleg vaninfrastructuur, beperkte marktvraag en onzekerheid over vergunningen alsgevolg van de stikstofproblematiek, leiden tot het uitstellen of zelfuitblijven van investeringen in verduurzaming of zelfs vertrek van deindustrie. Dit tast de concurrentiepositie van de Rotterdamse haven aanen kan leiden tot dalende overslag. Om deze impact te beperken werktHavenbedrijf Rotterdam aan een chemie- en raffinagestrategie, gericht ophet behoud en de verdere ontwikkeling van strategische industriëlewaardeketens. Gelijktijdig werkt het kabinet aan behoud en verduur-zaming van de industrie. Hiervoor verwijs ik naar de Kamerbrief verstuurddoor de Minister van Klimaat en Groene Groei op 16 september 202525.Met betrekking tot de containeroverslag zien we dat de haven vanRotterdam profiteert van de investeringen in de Tweede Maasvlakte enhaar uitstekende nautische toegang en daarmee het behoud van hetmarktaandeel in het Europees handelsverkeer op dat vlak kanwaarborgen.7. Invest-NL/Invest International De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister een stand van zakenkan geven met betrekking tot de samenvoeging van Invest-NL en InvestInternational. Hoe staat dit proces er nu voor, welke stappen worden ernog gezet en op welke termijn wordt verwacht dat deze samengang rondis?Het kabinet heeft besloten tot een operationele, financiële en organisato-rische integratie van Invest-NL en Invest International, met daarbij eengezamenlijke klantbediening en -benadering. Dit is aangekondigd in deKamerbrief van 4 juli 2025.26 Het doel is om per 1 januari 2028 tot eenintegratie van beide organisaties te komen, onder voorbehoud vanparlementaire goedkeuring en het voldoen aan Europese regels van inieder geval staatssteun. Er wordt momenteel gewerkt aan het integratie-proces, in samenspraak met Economische Zaken, Buitenlandse Zaken ende betrokken organisaties. Het kabinet streeft ernaar uw Kamer voor heteinde van dit jaar te informeren over de vervolgstappen voor dezeintegratie.Ook vragen de leden de NSC-fractie waarom het ziekteverzuim bijInvest-NL relatief hoog is (>7.5%)? Ook vragen de leden van deNSC-fractie welke actie heeft de Minister hierop ondernomen.Goed werkgeverschap is voor mij als aandeelhouder belangrijk. Alsaandeelhouder sta ik op dit onderwerp op afstand: het personeelsbeleidvan een deelneming valt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur.Het is primair aan het bestuur om het ziekteverzuim te monitoren en, waarmogelijk, te verminderen. De raad van commissarissen houdt daartoezicht op. Indien daar aanleiding voor is dan ga ik hierover in gesprekmet de deelneming.Naar aanleiding van het Jaarverslag Beheer Staatsdeelnemingen 2023hebben de leden van de NSC-fractie dezelfde vraag gesteld. VoorInvest-NL stond een verkeerd percentage vermeld in dat betreffendeJaarverslag. Dat heb ik vorig jaar in de beantwoording van deze vraag vande NSC-fractie uitgelegd. In het jaar 2024 had Invest-NL een ziektever-25Kamerstukken II, 2025–2026, 33 043, nr. 119.26Kamerstukken II 2024–2025, 35 123, nr. 44.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46816 zuimpercentage van 5,3%. Dat ligt onder de 7,5% waar in deze vraag naarwordt verwezen.8. Schiphol De leden van de VVD-fractie vragen de Minister naar de financiële positievan Schiphol. Als reden om geen dividend uit te keren in 2025 wordtgegeven dat de financiële ratio’s op dit moment nog niet op het gewensteniveau zijn. Deze leden vragen de Minister aan te geven wanneer hijverwacht dat deze ratio’s wel gehaald worden en aangeven wat dezeratio’s precies inhouden. Ook vragen ze de Minister in te gaan op debalans tussen de 418 miljoen euro winst aan de ene kant en het besluitom geen dividend uit te keren aan de andere kant. Daarnaast benadrukkende leden van de VVD-fractie dat Schiphol genoeg financiële middelenmoet hebben om te kunnen blijven investeren in de toekomst en vragenzij of dat het geval is.Het besluit om geen dividend uit te keren over boekjaar 2024 is conformhet geldende dividendbeleid van Schiphol genomen. Het dividendbeleidspecifieert immers ook welke doelstellingen er op financiële ratio’sbehaald moeten zijn om over te kunnen gaan tot uitkering van dividend.Deze doelstellingen zijn opgesteld in overleg met de onderneming zodatdeze in staat is om zichzelf te financieren. Het gaat onder andere om desolvabiliteit en de verhouding tussen de operationele kasstroom en deschuld. Dit is in lijn met de Nota 2022 waarin onder meer het beleid vande staat als aandeelhouder omtrent de financiële positie van de staats-deelnemingen vastgelegd en toegelicht. Zie hiervoor ook het handboekfinanciële positie waarin in paragraaf 3.7 wordt stilgestaan bij hetvaststellen van een dividendbeleid.27Ik verwacht dat de ratio’s in 2025 voldoende herstellen om dividend uit tekeren in de jaren 2026–2030. Door hogere haventarieven stijgt deverwachte winst van Schiphol de komende jaren. Tegelijkertijd heeftSchiphol te maken met een flinke investeringsopgave, die leidt tot grotenegatieve kasstromen. In de Voorjaarsnota 2025 heb ik u geïnformeerdover de tijdelijke aanpassing van het dividendbeleid met een bijbehorenddividenduitkeringspercentage van 60% naar 30% voor boekjaren2025–2029 met uitkering in begrotingsjaren 2026–2030. Hierdoor isSchiphol de komende jaren in staat om te investeren in de toekomst vande luchthaven.9. TenneT De leden van de VVD-fractie vragen of de Minister een stand van zakenkan geven van de volledige verkoop van TenneT Duitsland en of TenneTDuitsland in 2025 wél wordt verkocht.Ik heb uw Kamer op 24 september 2025 geïnformeerd dat voor eenonderhandse uitgifte is gekozen als structurele oplossing voor dekapitaalbehoefte van TenneT Duitsland.28 Drie private investeerdersstorten tot € 9,5 miljard en verkrijgen hiermee een belang van in totaalcirca 46%.27https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/staatsdeelnemingen/dashboard-staatsdeelnemingen/handboeken28Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 466.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46817 De leden van de VVD-fractie vragen daarnaast wat de stand van zaken iswat betreft het elektriciteitsnetwerk, gezien het feit dat daar vele miljoenenin worden geïnvesteerd. De leden vragen wanneer deze grote investeringtot resultaten leidt.TenneT (de landelijke netbeheerder), en de regionale netbeheerdersinvesteren fors in uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Ditzorgt ervoor dat de beschikbare netcapaciteit toeneemt. De Minister vanKlimaat en Groene Groei informeert u elke twee jaar over de Investerings-plannen (IP’s) van deze netbeheerders.29 In de IP’s geven de netbe-heerders aan welke uitbreidings- en vervangingsinvesteringen zij dekomende tien jaar van plan zijn te realiseren. Om ervoor te zorgen dat deinvesteringen in het hoogspanningsnet sneller tot resultaten leiden, heefthet kabinet op 25 april 2025, in overleg met TenneT, een versnellings-pakket gepresenteerd.30 Met deze maatregelen wordt sneller meernetcapaciteit gerealiseerd en netcongestie aangepakt.De leden van de NSC-fractie vragen wat de stand van zaken is metbetrekking tot de kapitaalinjectie in TenneT in het kader van de energie-transitie. Daarnaast vragen zij wat de stand van zaken is met betrekkingtot de Duitse belangen van TenneT en welke eventuele acties de Ministerwil nemen.Het kabinet heeft, na goedkeuring van het parlement, een garantieafgegeven aan TenneT Nederland.31 Op die manier kan TenneT zelfstandigvia de markt voordelige leningen ophalen en hiermee blijven investeren inhet Nederlandse elektriciteitsnetwerk. Op 24 september 2025 heb ik uwKamer geïnformeerd dat voor een onderhandse uitgifte is gekozen alsstructurele oplossing voor de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland.32Zodra de transactie definitief is afgerond (naar verwachting in de eerstehelft van 2026), kan de reservering van € 7,3 miljard in de Rijksbegrotingvoor TenneT Duitsland volledig vrijvallen. Hiervan is € 3,0 miljard op deFinanciënbegroting opgenomen voor 2025. De overige € 4,3 miljard is opde Aanvullende Post (AP) geplaatst. Door het vrijvallen van de reserveringontstaat geen begrotingsruimte.De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat de Duitse staat alsnogbelangstelling heeft voor TenneT Duitsland. Daarnaast vragen zij of devoorlopige afspraken van 2024 met de Duitse Staat weer hernomenworden.Zoals ik in de Kamerbrief van 24 september 2025 heb toegelicht heeft deDuitse staat laten weten geïnteresseerd te zijn in een minderheidsbelangin TenneT Duitsland. Ik sta hier positief tegenover. De voorlopigeafspraken van 2024 zijn niet meer van toepassing. Ten eerste omdat hetnu om de verkoop van een minderheidsbelang gaat in plaats van eenvolledige verkoop. Ten tweede omdat met de onderhandse uitgifte vanaandelen drie private investeerders toetreden als aandeelhouder vanTenneT Duitsland. De onderhandelingen met de Duitse staat zullen ditkeer samen met deze partijen zijn.De leden van de BBB-fractie constateren dat het kabinet een lening van25 miljard euro ter beschikking stelt aan staatsdeelneming TenneT.Daarnaast werkt het kabinet nog scenario’s uit voor de deelname vanprivate investeerders in TenneT Duitsland. Tijdens een commissiedebat29Kamerstukken II 2023–2024, 29 023, nr. 514.30Kamerstukken II 2024–2025, 29 023, nr. 566.31Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 447.32Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 466.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46818 voor het zomerreces is gesproken over de mogelijkheid om alsnog TenneTDuitsland te verkopen aan de Duitse overheid. De leden van deBBB-fractie vragen of hier nog gesprekken over worden gevoerd met deDuitse staat.Ik heb uw Kamer op 24 september 2025 geïnformeerd dat voor eenonderhandse uitgifte is gekozen als structurele oplossing voor dekapitaalbehoefte van TenneT Duitsland.33 Zoals ik heb toegelicht indezelfde brief heeft de Duitse staat laten weten geïnteresseerd te zijn ineen minderheidsbelang in TenneT Duitsland. Ik sta hier positief tegenover.10. Thales De leden van de VVD-fractie vragen naar aanleiding of het kabinet vanmening is dat Thales over genoeg kapitaal beschikt voor toekomstigegroei en welke rol de staat daarin heeft. Is het kabinet voornemens om bijte dragen aan verdere groei van Thales, om het daarmee een grotere rolte geven in de Nederlandse defensie-industrie?Thales Nederland is voor 99% eigendom van Thales S.A., een Fransemultinational die zich vooral financiert op de internationale kapitaalmarkt.Thales Nederland financiert zich op haar beurt direct via het moederbe-drijf. Er is daarom op dit moment geen aanleiding om publieke middelenin te zetten voor verdere groei.Mocht Thales Nederland toch op enig moment bij mij aangeven eenpublieke bijdrage nodig te hebben om verder te groeien, dan zal ik op datmoment evalueren wat de beste route is.11. Air France – KLM De leden van de NSC-fractie lezen dat het staatsaandeel in Air France-KLMnu 9,1 procent is. In 2019 was dit nog 14 procent. Waarom is dit in detussentijd zo sterk verwaterd? Hoe groot is het staatsaandeel van deFranse staat? Hoe komt het dat dat aandeel veel groter isDe leden van de NSC-fractie vragen of het in 2019 toch de bedoeling wasdat het Nederlandse en Franse aandeel ongeveer gelijk zouden blijven,om zo de wederzijdse publieke belangen in evenwicht te houden?Als gevolg van de COVID-19-crisis heeft Air France-KLM verschillendemaatregelen genomen om de eigenvermogenspositie te verbeteren. Dit isonder meer gedaan door een herkapitalisatiemaatregel van de Fransestaat, aandelenemissie en uitgifte van converteerbare obligaties. Alsgevolg van deze versterkingsmaatregelen zijn er nieuwe aandelenuitgegeven die impact hebben gehad op het belang van zowel deNederlandse als de Franse staat in Air France- KLM.34 Het belang van deNederlandse staat is daardoor afgenomen naar een belang van9,1 procent (eind 2024). Het belang van de Franse staat in Air France-KLMis door met name de herkapitalisatiemaatregelen toegenomen naar eenbelang van 28 procent.Ten tijde van de aankoop van de aandelen Air France-KLM in 2019 was hetuitgangspunt om een vrijwel vergelijkbaar belang in Air France-KLM teverkrijgen als de Franse staat. Als gevolg van de COVID 19-crisis en dedoor Air France-KLM genomen maatregelen is er een verschil ontstaan inde aandelenbelangen van de Franse en de Nederlandse staat. Momenteel33Kamerstukken II 2024–2025, 28 165, nr. 466.34Kamerstukken II, 2020–2021, 29 232, nr. 48 en Kamerstukken II, 2021–2022, 36 108, nr. 4.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46819 wordt het aandeelhouderschap in Air France-KLM geëvalueerd, ook hetaandelenbelang is onderdeel van deze evaluatie. Op korte termijn stuur ikdeze evaluatie naar uw Kamer12. NS De leden van de NSC-fractie vragen waarom het ziekteverzuim bij NSrelatief hoog is (>7.5%)? Ook vragen de leden van de NSC-fractie welkeactie heeft de Minister hierop ondernomen.NS had in 2024 een ziekteverzuimpercentage van 7,5%. Ik begrijp van NSdat de onderneming veel aandacht heeft voor het terugbrengen van hetverzuim onder het personeel. NS heeft te maken met een relatief hoogverzuim vanwege de personeelstekorten (onder andere als gevolg vanpensionering en gespannen arbeidsmarkt) en de gevolgen van incidentenrondom sociale veiligheid. NS heeft de grondoorzaken van het verzuimgeïdentificeerd en heeft actieplannen opgesteld. NS heeft mij aangegevendat het percentage ziekteverzuim daardoor lijkt te verbeteren, maarvooralsnog hoog blijft.De leden van de NSC-fractie willen weten op welke manier de Minister alsaandeelhouder is betrokken bij de voorgenomen tariefsverhogingen (ensalarisverhogingen) bij de NS. Zijn er alternatieven hiervoor onderzochten hoe is de overige besluitvorming hierover verlopen?NS mag volgens de concessie de tarieven één keer per jaar verhogen inlijn met de ontwikkeling van de consumentenprijsindex (CPI). In 2026 zouer sprake zijn van een stijging van de NS-tarieven van mogelijk meer dan12% als gevolg van i) reguliere indexatie, ii) de uitgestelde indexatie van2025 en iii) een additionele tariefstijging zoals afgesproken in de concessieom eerder misgelopen inflatiecorrectie te compenseren.Voor de zomer heeft het kabinet met de NS afgesproken om de tarieven in2026 niet verder te laten stijgen dan 9%. Om de prijsstijging te beperkenziet NS vrijwillig af van ongeveer 3% indexatie. Hierdoor zal NS lagereinkomsten zal genereren en daarom ook moet snijden in de kosten om zosnel mogelijk terug te keren naar een financieel gezonde bedrijfsvoering.Hoewel het uitgangspunt is om de reiziger zoveel mogelijk te ontzien, isde structurele NS-bijdrage aan het dempen van tariefstijgingen nietpijnloos. NS kan deze bijdrage namelijk alleen realiseren door kostenbe-sparingen in de dienstverlening door te voeren en het herzien van hetaanbod van kortingsproposities.Het Ministerie van Financiën is als aandeelhouder van NS op verschil-lende momenten betrokken geweest bij die gesprekken. Samen met hetMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat is geconcludeerd dan NS geenverdere besparingsmaatregelen kan nemen zonder dat dit de reizigerraakt. NS staat voor een lastige financiële situatie en heeft al eensubstantiële financiële bijdrage geleverd om de nieuwe hoofrailnetcon-cessie in te kunnen passen. Tot en met 2024 is een bezuinigingspakket van€ 1,4 miljard afgesproken. Momenteel staat NS voor een besparings-opgave van € 200 miljoen per jaar, onder meer door het hoofdkantoor telaten krimpen en te besparen op inhuur, IT en huisvestingskosten.13. Kansspelaanbieders – Nederlandse Loterij en Holland Casino De leden van de NSC-fractie constateren dat een deel van de opbrengstenvan de Nederlandse Loterij naar de sportsector gaat. Na privatisering isdeze afdracht in beginsel juridisch niet meer verplicht en zal mogelijkkomen te vervallen. Kan de Minister hierop ingaan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46820 Het rapport Verkenning toekomstvarianten NLO dat mijn voorganger op21 december 2023 met uw Kamer heeft gedeeld35 worden verschillendevarianten geschetst voor de privatisering van de Nederlandse Loterij. Alsin de toekomst wordt besloten om Nederlandse Loterij te privatiseren, zijner in alle varianten voor de beneficianten (de sportsector en goededoelen) verschillende oplossingen denkbaar waarin hun financiëlebelangen kunnen worden geborgd.Daarnaast vragen leden van de NSC-fractie of het klopt dat de Staatsloterijal sinds 1726 bestaat.Het klopt dat de eerste trekking van de Staatsloterij plaats heeft gevondenin 1726.Ook vragen de leden van de NSC-fractie hoeveel de Staatsloterij jaarlijksoplevert voor de staatskas.De Nederlandse Loterij houdt de vergunning voor de Staatsloterij.Nederlandse Loterij draagt de opbrengst van de Staatsloterij af aan destaat, met een minimum van 15% van de opbrengst. In 2024 droegNederlandse Loterij € 182,2 miljoen af aan de Nederlandse Staat.Daarnaast draagt Nederlandse Loterij ook bij aan de staatskas via dekansspelbelasting.De leden van de NSC-fractie vragen of het logisch is dat de kip die goudeneieren legt geslacht zou worden?De afdrachten van Nederlandse Loterij vormen inderdaad een stabieleinkomstenbron. Mocht in de toekomst worden besloten tot een vorm vanprivatisering, dan zal het wegvallen van de jaarlijkse ontvangsten wordenbetrokken in de afweging in verhouding tot de verkoopopbrengst.De leden van de NSC-fractie vragen of de Minister een rol heeft in hetbeschermen van Nederlands erfgoed, cultuur en normen en waarden? Zonee, waarom niet?Nee. Als aandeelhouders staat voor de Minister van Financiën en deStaatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane hetborgen van de publieke belangen centraal. Met deze rol is onlosmakelijkverbonden dat de staat stuurt op de financiële waarde van de onderne-mingen en bijdraagt aan goed ondernemingsbestuur. Het beschermenvan Nederlands erfgoed, cultuur en normen en waarden is geen directerol die de publieke aandeelhouder heeft.Ook vragen de leden de NSC-fractie waarom het ziekteverzuim bij HollandCasino relatief hoog is (>7.5%)? Ook vragen de leden van de NSC-fractiewelke actie heeft de Minister hierop ondernomen.Holland Casino had in 2024 een ziekteverzuimpercentage van 6,5%. Eendaling van 1,2% procentpunt ten opzichte van 2023 (7,7%). Holland Casinoheeft als grote operationele organisatie te maken met een relatief hoogverzuim vanwege onder meer onregelmatige werktijden, een relatief hoogpercentage oudere werknemers en het feit dat veel werk staand wordtverricht. Ik begrijp van Holland Casino dat de onderneming veel aandachtheeft voor het terugbrengen van het verzuim onder het personeel. Er iseen plan van aanpak in de maak om het verzuim verder te laten dalen.35Kamerstukken II 2023–2024, 28 165, nr. 414.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46821 De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat Holland Casino infinancieel zwaar weer terecht is gekomen en zelfs een filiaal heeft moetensluiten.Het klopt dat Holland Casino door de gevolgen van Covid-19 en daarna deverhoging van de kansspelbelasting financieel en operationeel uitdagendetijden kent. Het bestuur van Holland Casino heeft daarom de afgelopenperiode verschillende maatregelen getroffen om de uitdagingen het hoofdte bieden en de eerste verhoging van de kansspelbelasting op te vangen.Het sluiten van de vestiging in Zandvoort was een van deze maatregelen.De uitdaging voor Holland Casino ligt de komende periode bij hetopvangen van de verhoging van de kansspelbelasting naar 37,8% per1 januari 2026. Ik blijf hierover doorlopend in overleg met het bestuur vanHolland Casino.Daarnaast vragen deze leden of het dus klopt dat een eventuele verkoop-opbrengst van Holland Casino gering zou zijn en daarom een privatiseringvan Holland Casino niet opportuun zou zijn.In de Kamerbrief van 13 mei 202536 is ingegaan op de ontwikkelingen bijHolland Casino. Daarin is ook aangegeven dat het vraagstuk over eenmogelijke privatisering van Holland Casino momenteel niet opportuun isgegeven de financiële en operationele uitdagingen waar Holland Casinoop dit moment voor staat.Ook vragen de leden van de NSC-fractie of het klopt dat de liberaliseringvan de online gokmarkt heeft geleid tot nog veel meer gokverslaving.Sinds de legalisering van de online kansspelmarkt in 2021 is het aantalmensen dat online gokt toegenomen. Het aantal mensen dat risicovol ofproblematisch speelgedrag vertoont bij online kansspelen stijgt, in hetbijzonder onder jongvolwassenen. Daarnaast laten de cijfers in hetLandelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) sinds 2023 eenlichte stijging zien van het aantal mensen in behandeling voor kansspel-verslaving. Daar waar mensen aangeven waar ze gokken, blijkt dat detoename vooral online gokken betreft. Daarbij dient aangemerkt teworden dat het doorgaans een aantal jaar duurt voordat mensen met eenverslaving terechtkomen in de zorg.De leden van de NSC-fractie vragen of het klopt dat deze gokverslavingnog een extra impuls zal krijgen als Holland Casino losgelaten zouworden. Ook vragen de leden van de NSC-fractie tot of het klopt dat hetinterne anti-verslavingsbeleid van Holland Casino na privatisering mindereffectief zal zijn gezien de versterkte prikkel tot winstmaximalisatie?In de Kamerbrief van 13 mei 2025 staat aangegeven dat in de evaluatievan het aandeelhouderschap in Holland Casino is geconcludeerd dat deeffectiviteit van bijsturing vanuit het aandeelhouderschap in de vorm vande verwachte voorbeeldrol bij Holland Casino duidelijk zichtbaar is. Maarook dat de toegevoegde waarde van het aandeelhouderschap nietzwaarwegend genoeg is om een verkenning naar andere toekomstvari-anten bij voorbaat uit te sluiten. Zoals hierboven aangegeven is eenverkenning naar andere toekomstvarianten en een mogelijke privatiseringvan Holland Casino momenteel niet opportuun. Bij eventuele keuzesaangaande de toekomst van Holland Casino zal altijd de visie opkansspelen worden betrokken die de Staatssecretaris Rechtsbeschermingop 14 februari 2025 aan uw Kamer gestuurd heeft.37 Eén van de doelstel-36Kamerstukken II 2024/25, 28 165, nr. 449.37Kamerstukken II 2024/25, 24 557, nr. 245.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46822 lingen uit die visie is de bescherming van burgers tegen kansspelgerelateerde schade.De leden van de BBB-fractie constateren ook dat in het Belastingplan 2025een verhoging van de kansspelbelasting is opgenomen, van 30,5 procentin 2024, naar 34,2 procent per 2025 en 37,8 procent per 2026. Hoe kijkt hetkabinet aan tegen de geplande verhoging in 2026? Moet deze doorgangvinden gezien de mogelijke inkomstenderving die zal optreden volgenssommige prognoses?De verhoging van de kansspelbelasting (KSB) is afkomstig uit hethoofdlijnenakkoord en is als onderdeel van het Belastingplan 2025aangenomen door het parlement. Het kabinet is demissionair en daaromis terughoudendheid passend voor het wijzigen van staand beleid. Zoalseerder toegezegd wordt de verhoging van de kansspelbelastinggemonitord en wordt de Tweede Kamer in het tweede kwartaal van 2026hierover geïnformeerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 165, nr. 46823

Bron, video en gesprek →