KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

2ea292c2-2c31-497c-bb55-b691a20e33dc

0debatten
120bijdragen
0interrupties
0woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
12 dec 2025 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 850Najaarsnota 2025Nr. 8 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 12 december 2025 De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen voorgelegdaan de Minister van Financiën over de brief van 28 november 2025 inzakede Najaarsnota (Kamerstuk 36 850, nr. 1)).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 12 december 2025.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De fungerend voorzitter van de commissie,Van der LeeAdjunct-griffier van de commissie,Van der Steur kst-36850-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 81 RECTIFICATIE OVERZICHT OEKRAÏNEIn het overzicht van uitgaven aan Oekraïne in de Najaarsnota (tabel 1.2.4,p. 11) is per abuis de verkeerde stand Miljoenennota 2026 en Najaarsnota2025 opgenomen (de mutaties waren wel correct weergegeven). De tabelhieronder toont het juiste overzicht en optelling naar Stand Najaarsnota2025.Tabel 1 Overzicht Oekraïne Najaarsnota 2025In miljoenen euro’s2025Stand Miljoenennota 20268.389Opvang ontheemden2.443Zorg290Onderwijs– 19Militaire ondersteuning4.822Niet-militaire steun778Leveringszekerheid74Mutaties Najaarsnota 2025– 472Opvang ontheemden– 453Zorg– 13Onderwijs–Militaire ondersteuning–Niet-militaire steun– 6Leveringszekerheid–Stand Najaarsnota 20257.917Opvang ontheemden1.990Zorg278Onderwijs– 19Militaire ondersteuning4.822Niet-militaire steun772Leveringszekerheid74 Vraag 1Hoeveel bezuinigingen op OCW van het huidige kabinet staan er nogsteeds in de boeken voor 2025–2030?Antwoord op vraag 1Onderstaande tabel toont de ombuigingen ten behoeve van het generalebeeld op de OCW-begroting sinds het begin van het kabinet Schoof. Indeze tabel is de korting op de prijsbijstelling uit de Voorjaarsnota 2025meegenomen. Daarnaast is in de Miljoenennota 2026 aangekondigd dat ergekort wordt op de prijsbijstelling en de incidentele loonontwikkeling(ILO) tranche 2029.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 82 Tabel 2Art.202520262027202820292030Bezuiniging maatschappelijke diensttijd13– 74.735– 44.902– 67.363– 70.000– 70.000– 70.000HLA 23. Afschaffen brede brugklas enbeperken S&O1,3– 55.000– 170.000– 170.000– 170.000– 170.000– 170.000HLA 24. Alternatieve invulling bijstellingsectorplannen hoger onderwijs enwetenschap6,7– 134.734– 134.734– 134.734– 134.734– 134.734– 161.330HLA 26. Terugdraaien groei apparaatRijksoverheiddiverse– 42.598– 62.186– 80.612– 100.342– 108.466– 108.466HLA 29. SPUK naar GF en PF met 10%budgetkorting1,4,140– 81.261– 81.201– 81.201– 81.201– 81.201HLA 32. Beëindiging functiemix Randstaden terugdraaien bezuiniging3000000HLA 34. Gerichte keuzes ontwikkelingssa-menwerking6,70– 8.511– 8.511– 8.511– 8.510– 7.188HLA 35. Verlaging non-ODA-middelen6,7,8,14– 731– 718– 844– 956– 3.214– 3.506HLA 40. Generieke taakstelling subsidiesrijksbreeddiverse– 71.830– 131.838– 220.601– 277.994– 322.937– 311.027HLA 41. Verminderen internationalestudenten (via bestuurlijk akkoord)6,70– 17.000– 68.000– 121.000– 158.000– 156.000HLA 42. Hervorming Nederlandse PubliekeOmroep NPO1500– 100.000– 100.000– 100.000– 100.000HLA 43. Alternatieve invulling afschaffenOV-vergoeding buitenland studerenden110– 4.000– 8.000– 14.000– 14.000– 18.000HLA 44. Verhogen collegegeld langstudeer-ders (via lagere bekostiging) en terug-draaien bezuiniging6,7000000HLA 69. Fonds Onderzoek Wetenschap7,16– 106.929– 106.929– 106.929– 107.054– 132.054– 132.054Ten behoeve van 4x 25 miljoen fondsonderzoek en wetenschap3,4,6,7– 25.000– 25.000– 25.000– 25.00000Verlaging rijksmediabijdrage landelijkepublieke omroep21500– 50.000– 50.000– 50.000– 50.000Opheffen onderwijskansenregeling enterugdraaien bezuiniging3000000Inhouden loonbijstelling externe inhuurtranche 2025diverse– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.010Amendement Kent door taakstellingexterne inhuur950– 1.8670000Rijksbrede halvering prijsbijstelling tranche2025diverse– 191.837– 178.364– 196.527– 173.511– 172.342– 171.590Totale bezuinigingen OCW-begroting incl.rijksbrede halvering prijsbijstelling tranche20253– 708.009– 971.842– 1.322.856– 1.438.572– 1.529.181– 1.544.3721 Deze maatregel stond in het hoofdlijnenakkoord als HLA 22. Afschaffen maatschappelijke diensttijd. Na amendement Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 141) is maatschappelijke diensttijd echter niet afgeschaft maar heeft er alleen een bezuiniging op plaatsgevonden.2 Daarbij verzoekt het amendement van Bontenbal c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 141) om de landelijke publieke omroep meer ruimtete geven om (online) reclameopbrengsten te genereren waarmee de korting opgevangen kan worden. Zoals vermeld in de Kamerbrief financieringlandelijke publieke omroep en de rol van reclame (Kamerstukken II 2025/2026, 32 827, nr. 374) kiest het kabinet er niet voor om reclame bij onlinevideo-aanbod op de kanalen van de landelijke publieke omroep opnieuw toe te staan. Er worden wel een aantal andere maatregelen gekozen diehet mogelijk maken om het aandeel reclame-inkomsten in de financiering van de landelijke publieke omroep per 2027 te verhogen met€ 11,7 miljoen. In de Kamerbrief worden deze besluiten nader toegelicht.3 De bedragen die zijn vermeld bij de maatregelen uit het Hoofdlijnenakkoord (incl. bezuiniging maatschappelijke diensttijd) zijn in prijspeil 2024.De bedragen bij de andere maatregelen zijn in prijspeil 2025. Vraag 2Hoeveel bedrijven zijn er in de afgelopen vijf jaar uit Nederland vertrokken(graag per jaar uitsplitsen)? Van welke grote bedrijven is het bekend dat zijuit Nederland zijn vertrokken?Antwoord op vraag 2Het is onbekend hoeveel bedrijven er in de afgelopen vijf jaar uitNederland vertrokken zijn. Dit wordt namelijk niet centraal bijgehouden. Inde media worden vaak bedrijven zoals Boskalis, Shell, Unilever, en Aegongenoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 83 Het begrip vertrekken kent in de praktijk verschillende vormen. Bedrijvenvertrekken vaak niet plotsklaps met alle activiteiten naar het buitenland,omdat dit negatief is voor hun continuïteit. Vaker ziet vertrekken eruit alseen uitbreiding van (vaak reeds bestaande) activiteiten in het buitenland,met eventueel een vermindering vanactiviteiten in Nederland. De monitor ondernemingsklimaat, die uitvraagtwat bedrijven overwegen te verplaatsen, ziet dat vooral productie- enverkoop-/ marketingactiviteiten worden overwogen voor verplaatsing. Ditgeldt minder voor R&D en managementactiviteiten4. Daarnaast kanvertrekken de vorm krijgen van het verplaatsen van een hoofdkantoor,zoals dat de afgelopen jaren bij Shell en Unilever is gebeurd. Zij opererenechter nog steeds in Nederland.Vraag 3Hoeveel bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking van het huidigekabinet staan er nog steeds in de boeken voor 2025–2030?Antwoord op vraag 3Tabel 3 Ombuigingen op het ODA-budget (in miljoenen euro’s)202520262027202820292030Gerichte keuzes ontwikkelingshulp– 300– 500– 2.400– 2.400– 2.400– 2.400Beperken asielinstroom– 143– 272– 272– 272Apparaatstaakstelling en verzachting postennet– 15– 31– 46– 62– 68– 68Rijksbrede taakstelling prijsbijstelling– 49– 50– 37– 38– 40– 40Totaal– 364– 581– 2.262– 2.772– 2.780– 2.780 In het Hoofdlijnenakkoord is besloten tot een ombuiging op hetODA-budget van structureel 2,4 miljard euro. Daarnaast is hetODA-budget verlaagd met structureel 272 miljoen euro door de beperkingvan de asielinstroom. Verder heeft de taakstelling op het ambtenarenap-paraat en de bijdrage vanuit ODA aan de verzachting van de apparaats-taakstelling op het postennet een structureel verlagend effect van68 miljoen euro op ODA. Daarnaast is in het voorjaar van 2025 beslotentot een Rijksbrede taakstelling op de prijsbijstelling 2025, waarmee hetODA is verlaagd met structureel 40 miljoen euro. Deze ombuigingen zijnverwerkt in de begroting.Vraag 4Wat is de totale onderuitputting?Antwoord op vraag 4De totale onderuitputting in de Najaarsnota 2025 bedraagt circa1,2 miljard euro. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 1.2.3. in deNajaarsnota.Vraag 5Welke begrotingstechnische mogelijkheden zijn er om middelen door teschuiven naar volgend jaar voor specifieke doeleinden?Antwoord op vraag 5De meest gebruikte methode om middelen voor specifieke doeleindendoor te schuiven naar andere jaren is een kasschuif. Hier zitten wel enkelevoorwaarden bij: zo moeten kasschuiven worden ingepast onder hetuitgavenkader, kan er niet meer worden doorgeschoven dan er budget isen de kasschuif kan alleen plaatsvinden binnen de meerjarenperiode.4Monitor ondernemingsklimaat 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 84 Een andere methode om middelen door te schuiven is de eindejaars-marge. Elk jaar mogen departementen 1% van de bruto-uitgavenmeenemen naar volgend jaar. De eindejaarsmarge is bedoeld omondoelmatige uitgaven aan het einde van het jaar tegen te gaan. Om tevoorkomen dat het kader elk jaar met de eindejaarsmarge wordtverhoogd, wordt ook de tegenhanger hiervan ingeboekt. Dat is dein=uit-taakstelling.Begrotingsfondsen hebben een 100% eindejaarsmarge gelet op despecifieke aard van de uitgaven die worden gedaan, en zo zijn er meerartikelen met een afwijkende behandeling.Vraag 6Welk deel van de totale onderuitputting betreft uitgaven aan externeinhuur en consultants, die niet hebben kunnen plaatsvinden?Antwoord op vraag 6Slechts een zeer beperkt deel van de onderuitputting bij de Najaarsnotabetreft uitgaven aan externe inhuur en consultants. Vrijwel alle departe-menten hebben de uitgaven aan externe inhuur bij de Najaarsnota juistopgehoogd in plaats van verlaagd. De grootste meevaller op externeinhuur zit bij de Belastingdienst (26 miljoen euro). Dit betreft deelsonderuitputting en is deels het resultaat van verambtelijking.Vraag 7Kan er een overzicht worden geboden in een tabel van alle posten waaroponderuitputting heeft plaatsgevonden?Antwoord op vraag 7In paragraaf 1.2.3 staat de onderuitputting per begroting. In de VerticaleToelichtingen wordt de onderuitputting per begroting uitgebreidertoegelicht.Vraag 8Welke belastingen vallen onder de post «inkomstenbelasting» zoalsweergegeven in de bijlagen van de Najaarsnota, pagina 99(18.243 miljoen euro inkomsten in 2025)?Antwoord op vraag 8De post «inkomstenbelasting» omvat de belastingopbrengsten uit box 1,box 2 en box 3. Dit betreft de belasting die mensen zelf afdragen;loonbelasting die als «voorheffing» door werkgevers wordt ingehoudentelt hier niet mee, die wordt apart gerapporteerd. Ook de premies voorvolksverzekeringen staan los van deze post en worden apart vermeld.Vraag 9Hoeveel procent van de btw-inkomsten komt bij de rijkste één procentvandaan?Antwoord op vraag 9De aandelen van de top 1% rijkste huishoudens in respectievelijk debtw-ontvangsten en accijnsontvangsten zijn niet bekend. Het aandeel vanbepaalde personen of huishoudens in de btw- en accijnsontvangsten isafhankelijk hoeveel deze huishoudens consumeren. De btw en accijnzenzijn indirecte belastingen en worden dus anoniem geheven en er is danook geen microdata beschikbaar op persoons- of huishoudensniveauhoeveel elk huishouden consumeert. Er zijn over het jaar 2016 welschattingen gemaakt van geschatte consumptiepatronen, spaar- eninvesteringsgedrag van inkomensgroepen gebaseerd op onder andere deNationale Rekeningen en het Budgetonderzoek van het Centraal BureauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 85 voor de Statistiek (CBS), zie de CPB Policy Brief «Ongelijkheid enherverdeling» uit 2022. Hieruit blijkt dat hoge inkomens gemiddeldabsoluut meer bijdragen aan de totale ontvangsten uit de consumptiebe-lastingen dan lage inkomens. Tegelijkertijd consumeren lage inkomensgemiddeld een veel groter deel van hun inkomen consumeren dan hogeinkomens. Omdat iedere persoon of huishoudens ongeacht zijn inkomenof vermogen evenveel btw of accijns over dezelfde aankopen betaalt,betalen hoge inkomens gerelateerd aan hun inkomen gemiddeld veelminder btw en accijnzen dan lage inkomens. Anders gezegd de belas-tingdruk van de btw en accijnzen op de top 1% hoogste inkomens isgemiddeld veel lager dan die op lagere inkomens.Vraag 10Hoeveel procent van de opbrengst uit de inkomstenbelasting wordtopgebracht door de rijkste één procent?Antwoord op vraag 10Over precieze aandelen van de inkomensgroepen in de ontvangsten uitinkomstenbelasting wordt niet standaard gepubliceerd door het CBS. HetCPB heeft in 2022 (CPB Policy Brief «Ongelijkheid en herverdeling»)respectievelijk 2024 onderzoek gedaan naar de belastingdruk op hetinkomen van huishoudens (CPB-rapport «Inkomens en belastingen aan detop»). Hieruit volgt dat hogere inkomens absoluut gezien veel meerbijdragen aan de inkomstenbelasting dan lagere inkomens.De laagste inkomens betalen zelfs helemaal geen inkomstenbelasting. Eenandere manier van kijken naar het aandeel in belastingen is de belas-tingdruk op het inkomen van verschillende inkomensgroepen. Hetonderzoek uit 2024 betreft een analyse van de belastingdruk op hetinkomen uit arbeid en vermogen van huishoudens over een langereperiode (2011–2019). Het gaat dus om inkomen dat in respectievelijkbox 1, box 2 en box 3 van de inkomstenbelasting wordt belast. Hieruitblijkt dat als winsten uit vennootschappen volledig worden uitgekeerd deinkomstenbelasting progressief uitvalt dus dat de top 1% relatief meerinkomstenbelasting betaalt.De samenstelling van het inkomen van de top 1% wijkt substantieel af vande huishoudgroepen daaronder omdat het grootste deel van hun inkomenvoortkomt uit aanmerkelijk belangbezit terwijl voor de huishoudgroependaaronder inkomen uit arbeid de grootste inkomensbron vormt. Omdathet gros van de winsten uit vennootschappen niet jaarlijks wordtuitgekeerd aan aanmerkelijkbelanghouders, ook niet over een langereperiode bezien (2011–2019), stelt het CPB dat in de praktijk de belas-tingdruk op het inkomen (inclusief de ingehouden winsten in vennoot-schappen) van de top 1% lager uitvalt dan de inkomensgroependaaronder.Vraag 11Hoeveel procent van de inkomsten uit accijnzen wordt opgebracht door derijkste één procent van de Nederlanders?Antwoord op vraag 11Zie antwoord op vraag 9.Vraag 12Waarom leidt de onderschrijding van het uitgavenkader in 2025 niet totextra budgettaire ruimte? Welke begrotingsregel ligt hieraan tengrondslag?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 86 Antwoord op vraag 12Het uitgavenkader is meerjarig over de kabinetsperiode sluitend. Deonderschrijding van het kader bij de Najaarsnota wordt onder andereveroorzaakt door kasschuiven naar latere jaren die bij de Miljoenennota2026 hebben plaatsgevonden en belasten daarme het EMU-saldo in laterejaren.Vraag 13Klopt het dat in de begrotingsregels vermeld staat dat alleen afsprakenworden gemaakt over wat maximaal mag worden uitgegeven per jaar?Antwoord op vraag 13Aan het begin van een kabinetsperiode maakt het kabinet afspraken overwat in één jaar maximaal mag worden uitgegeven (het uitgavenkader) enhoe hoog de beleidsmatige aanpassing van de belastingen en premies perjaar moeten zijn (het inkomstenkader). Het uitgavenkader zegt dus enkeliets over wat maximaal mag worden uitgegeven per jaar, wat bijdraagtaan het maken van scherpe budgettaire keuzes. Elke euro kan immersmaar één keer worden uitgegeven. Daarnaast staat in de begrotings-regels5 vermeld welke uitgaven buiten het uitgavenkader wordengeplaatst en voor welke uitgaven het uitgavenkader wordt gecorrigeerd(zie begrotingsregels «1.2 Bijlage afbakening uitgavenkader en generalemutaties»).Vraag 14Kan het kabinet vanaf 2015 per jaar aangeven wat de onderuitputting datjaar is geweest (in miljarden)?Antwoord op vraag 14De totale onderuitputting wordt ieder jaar gepresenteerd in het betref-fende Financieel Jaarverslag Rijk. Daarnaast heeft de Expertgroepramingen een rapport gepresenteerd «Op drift of op koers?» met eenhistorisch overzicht van onderuitputting (Grafiek 9 p.47).Vraag 15Welk deel van de overgebleven onderuitputting zou in theorie ingezetkunnen worden voor aanvullende maatregelen of nieuw beleid?Antwoord op vraag 15Bij de Najaarsnota is geen onderuitputting overgebleven. Onderuitputtingbij de departementen is in de Najaarsnota gebruikt om dein=uittaakstelling deels in te vullen.Vraag 16Welk deel van de overgebleven onderuitputting in 2025 is juridischverplicht?Antwoord op vraag 16Bij de Najaarsnota is geen onderuitputting overgebleven. Onderuitputtingbij de departementen is in de Najaarsnota gebruikt om dein=uittaakstelling deels in te vullen.Vraag 17Bij welke ministeries of op welke posten wordt nog voor 4,6 miljard euroaan extra onderuitputting en/of meevallers verwacht?5Begrotingsregels kabinet SchoofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 87 Antwoord op vraag 17Het is nog onduidelijk waar en of de 4,6 miljard euro aan onderuitputtingwordt gerealiseerd. Bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk zal ditduidelijk worden. Het bedrag dat aan het eind van het jaar niet ingevuldwordt, leidt tot een saldoverslechtering in 2025.Vraag 18Wat zijn de meest actuele inschattingen van het kabinet en van het CPBten aanzien van de onderuitputting die in de begrotingen voor 2025, 2026,2027 en 2028 wordt verwacht? Kan het kabinet tevens het verschilverklaren?Antwoord op vraag 18Het kabinet heeft in de begroting van 2025 rekening gehouden met7,1 miljard euro aan onderuitputting. Hiervan is 4,1 miljard euroin=uittaakstelling en 3 miljard euro aanvullende onderuitputting. Dein=uittaakstelling en aanvullende onderuitputting dient gaandeweg hetjaar te worden ingevuld met onderuitputting of meevallers. Bij deMiljoenennota 2026 is 1,1 miljard euro hiervan ingevuld. Bij deNajaarsnota wordt 1,4 miljard euro ingevuld. Dit betekent dat nog4,6 miljard euro resteert bij het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR).Het kabinet houdt voor 2026, 2027 en 2028 rekening met respectievelijk3,8 miljard, 1,5 miljard en 0,7 miljard aan onderuitputting. Daarnaastwordt elk jaar de in=uittaakstelling ingeboekt ter hoogte van de einde-jaarsmarge die wordt ingezet om middelen mee te nemen naar hetvolgende jaar.De CPB-raming voor het EMU-saldo verschilt van de raming van hetkabinet. De kabinetsraming is gebaseerd op de departementale begro-tingen en de belastingraming van het Ministerie van Financiën, terwijl hetCPB een onafhankelijke raming maakt en andere uitgangspunten kanhanteren.In de concept-Macro Economische Verkenning 2026 (cMEV) heeft het CPBvoor het laatst een raming tot en met 2030 gemaakt. Deze raming is ookgebruikt als basispad voor Keuzes In Kaart. In verband met aanhoudendekrapte op de arbeids- en materieelmarkten en ambitieuze beleidsplannenhoudt het CPB rekening met onderuitputting ten opzichte van debegroting. Tabel 4 toont de door het CPB veronderstelde onderuitputtingten opzichte vande begroting. Voor defensie, infrastructuur en het klimaatfonds wordtspecifieke onderuitputting verwacht. De overige onderuitputting isgeneriek. Een deel van deze onderuitputting komt niet meer tot besteding,terwijl een ander deel in latere jaren ingehaald zal worden. Dit inhaaleffectvindt onder meer plaats bij defensie, waardoor de defensie-uitgaven vanaf2029 hoger zijn dan in de begroting.Tabel 4 Onderuitputting cMEV t.o.v. begrotingscijfersin miljarden euro(– = aanvullendeonder-uitputting CPB)202520262027202820292030Generiek– 0,9– 0,2– 10,1– 9,1– 6,2– 3,6Defensie– 3,0– 1,4– 1,2– 0,12,02,4Infrastructuur– 1,4– 1,3– 0,90,70,91,5Klimaatfonds– 0,2– 0,2– 0,70,20,50,0Totaal– 5,5– 3,1– 12,9– 8,3– 2,80,3 Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 88 Vraag 19Welke bedragen zijn tot nu toe in 2025 ten laste van welke begrotingen– en daarbinnen ten laste van welke begrotingsartikelen – uitgegeven tenbehoeve van steun aan Oekraïne en voor welke doeleinden?Antwoord op vraag 19Een geactualiseerd totaaloverzicht van de uitgaven aan Oekraïne voor2025 is in de Najaarsnota 2025 opgenomen in paragraaf 1.2.4 Oekraïne. Indit overzicht wordt het onderscheid gemaakt tussen internationale steun(militair en niet-militair), binnenlandse regelingen (zoals opvang, zorg enonderwijs) en leveringszekerheid. In het FJR 2025 en in de jaarverslagen2025 lichten departementen de uitgaven toe.Tabel 5 Overzicht Oekraïne Najaarsnota 2025In miljoenen euro’s2025Stand Miljoenennota 20268.389Opvang ontheemden2.443Zorg290Onderwijs– 19Militaire ondersteuning4.822Niet-militaire steun778Leveringszekerheid74Mutaties Najaarsnota 2025– 472Opvang ontheemden– 453Zorg– 13Onderwijs–Militaire ondersteuning–Niet-militaire steun– 6Leveringszekerheid–Stand Najaarsnota 20257.917Opvang ontheemden1.990Zorg278Onderwijs– 19Militaire ondersteuning4.822Niet-militaire steun772Leveringszekerheid74 Dit kabinet levert in 2025 bovenop de Najaarsnota voor 700 miljoen euroaan extra militaire steun aan Oekraïne. De Kamer is hierover geïnformeerdmiddels een nota van wijziging op de Defensiebegroting.Vraag 20Welke bedragen staan in 2026 en latere jaren op welke begrotingen endaarbinnen op welke begrotingsartikelen, ten behoeve van steun aanOekraïne en voor welke doeleinden?Antwoord op vraag 20Een geactualiseerd totaaloverzicht van de geraamde uitgaven aanOekraïne voor de jaren 2025–2030 is in de Miljoenennota 2026opgenomen in paragraaf 2.7.1 Oekraïne. In dit overzicht wordt hetonderscheid gemaakt tussen internationale steun (militair en niet-militair),binnenlandse regelingen (zoals opvang, zorg en onderwijs) en leverings-zekerheid. Hiervoor is in totaal 6,3 miljard euro geraamd in 2026. In debegrotingen lichten departementen de uitgaven toe. Het totaaloverzichtwordt bij geactualiseerd bij Voorjaarsnota, Miljoenennota en Najaarsnota.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 89 Tabel 6 Meerjarig overzicht Oekraïne Miljoenennota 2026In miljoenen euro’s20262027202820292030Internationale steun3.4191.41060614845Militaire steun2.56396559714540Niet-militaire steun856445945Binnenlandse regelingen2.8552.8171.021Opvang Ontheemden2.6652.431745Zorg190385277OnderwijsLeveringszekerheid0– 19– 19– 19– 19Totaal6.2744.2081.60913026 Vraag 21Kan het kabinet de Kamer informeren op welke wijze de steun aanOekraïne vorm krijgt, verdeeld naar onderwerpen als humanitaire steun,noodhulp, energie, wederopbouw en militaire steun?Antwoord op vraag 21Zie antwoord op vraag 19 en 20.Vraag 22Kan de Kamer, net als in 2022 en 2023 (Kamerstukken 36 045, nrs.ij134 en172), voor het kerstreces nog een kabinetsbrief «Steun voor Oekraïne»ontvangen waarin de financiële inzet van het kabinet voor het komendebegrotingsjaar wordt uiteengezet?Antwoord op vraag 22In de Miljoenennota 2026 is een totaaloverzicht van de geraamde uitgavenaan Oekraïne voor de jaren 2025–2030 opgenomen in paragraaf 2.7.1Oekraïne. Dit overzicht met financiële inzet maakt onderscheid tusseninternationale steun (militair en niet-militair), binnenlandse regelingen(zoals opvang, zorg en onderwijs) en leveringszekerheid. In 2026 is intotaal 6,3 miljard euro aan netto-uitgaven aan Oekraïne geraamd. Ditoverzicht wordt regulier in begrotingsstukken geactualiseerd. Heteerstvolgende moment voor meerjarige actualisatie (2026–2031) is bijVoorjaarsnota 2026.Naast het totaaloverzicht voor financiële steun dat bij elke begrotingsnotawordt bijgevoegd, wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd door deMinister van Defensie en de Minister van Buitenlandse Zaken, overrespectievelijk de stand van zaken van Nederlandse militaire steun(Kamerstuk 22 054, nr. 463) als de invulling van niet-militaire steun(Kamerstuk 36 045, nr. 239).Vraag 23Kan het kabinet per jaar een update geven van hoeveel Nederland tot nutoe heeft uitgegeven aan Oekraïne? Kan het kabinet tevens per jaaraangeven hoeveel Nederland de komende vijf jaar aan Oekraïne zaluitgeven?Antwoord op vraag 23Zie antwoord op vraag 20.Vraag 24Hoeveel hebben andere lidstaten tot nu toe per jaar aan Oekraïneuitgegeven?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 810 Antwoord op vraag 24Volgens de meest recente cijfers van de Europese Commissie hebben deEU-lidstaten in totaal bijna 170 miljard euro steun geleverd aan Oekraïne.Hiervan is circa 66 miljard euro militaire steun en circa 101 miljard euroniet-militaire steun. Het aandeel van lidstaten in de steun van de EuropeseCommissie wordt over het algemeen bepaald aan de hand van debni-sleutel, maar deze verschilt ieder jaar. Daarnaast hebben verschillendeEU-lidstaten bilateraal militaire en niet-militaire steun verstrekt aanOekraïne. U kunt een vergelijking van deze steun terugvinden via deUkraine Support Tracker van het Kiel-instituut6.Vraag 25Wat verklaart het verschil in de raming van de omvang van militaire steunaan Oekraïne van 0,5 miljard euro tussen de Najaarsnota (4,8 miljard euro)en het antwoord van de Minister van Defensie (4,3 miljard euro) opschriftelijke vragen over een gat in de steun aan Oekraïne (AanhangselHandelingenijII, vergaderjaar 2025–2026, nr. 492)?Antwoord op vraag 25In de Najaarsnota 2025 wordt er 4,822 miljoen euro aan militaire steunvoor Oekraïne uitgegeven. Dit betreffen de netto-uitgaven op de Defensie-begroting alsook het Defensiematerieelfonds (DMF). In het laatstge-noemde geval betreft het geplande vervanging van eigen materieel dateerder al aan Oekraïne is gedoneerd. Daarnaast worden ook de uitgavenop de begroting van Buitenlandse Zaken voor het Ukraine ComprehensiveAssistance Package toegerekend, dit betreft namelijk niet-letale militairesteun aan Oekraïne zoals brandstof en winteruitrusting.In het antwoord op de schriftelijke vragen aan de Minister van Defensieover een gat in de steun aan Oekraïne wordt het bedrag van4,278 miljard euro genoemd. Dit bedrag focust zich zuiver op de bruto-uitgaven op de Defensiebegroting (X). Dit bedrag houdt geen rekeningmet de ontvangsten op de Defensiebegroting, de uitgaven vanuit hetDefensiematerieelfonds en de uitgaven die plaatsvinden op de begrotingvan Buitenlandse Zaken maar die wel gerelateerd zijn aan militaire steunaan Oekraïne.Vraag 26Wat is de verklaring voor het gegeven dat er 1,1 miljard euro meer aanbelastingen is opgehaald wat de loon- en inkomensheffing betreft?Antwoord op vraag 26De hogere opbrengst van 1,1 miljard euro aan loon- en inkomensheffingkomt doordat in de Najaarsnota actuele kasontvangsten uit augustus toten met oktober zijn verwerkt. Deze recente kascijfers wijzen op hogereontvangsten dan eerder geraamd. Ramingen kennen altijd een bepaaldeonzekerheid. Naarmate er meer informatie beschikbaar is over dewerkelijke ontvangsten, kan de raming nauwkeuriger worden vastgesteld.Vraag 27Wat is het definitieve oordeel van Eurostat over de juiste toerekening vande box 3-herstelbetalingen 2017–2024 en welke gevolgen had dit voor hetEMU-saldo van 2024 en 2025?Antwoord op vraag 27De herstelbetalingen over de belastingjaren 2017 tot en met 2023 zijn opEMU-basis toegerekend aan 2024 en de herstelbetaling van 2024 is opEMU-basis toegerekend aan 2025. In 2024 had dit een impact van6Ukraine Support TrackerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 811 – 4,4 miljard euro en in 2025 had dit een impact van – 2,1 miljard eurovoor het EMU-saldo.Vraag 28Aan welke jaren zijn de herstelbetalingen box-3 toegerekend?Antwoord op vraag 28Zie het antwoord op vraag 27.Vraag 29Wat is de verklaring voor het tegenvallen van de inkomsten uit invoer-rechten met 215 miljoen euro?Antwoord op vraag 29De lagere opbrengst uit invoerrechten komt doordat in de Najaarsnotaactuele kasontvangsten uit augustus tot en met oktober zijn verwerkt. Hetis waarschijnlijk dat de kasstroom onder meer beïnvloed wordt door derecente wijzigingen in Europese invoertarieven. Daarnaast is er dit jaarook relatief veel onrust en volatiliteit in de internationale handel.Vraag 30Kunt u per jaar een overzicht maken van het begrote EMU-saldo (standMiljoenennota) en het uiteindelijke EMU-saldo (stand FinancieelJaarverslag Rijk) in de afgelopen tien jaar? Graag zowel in absolute alsrelatieve cijfers aangeven.Antwoord op vraag 30Tabel 7 Historisch overzicht EMU-saldo Miljoenennota en FJREMU-saldo(– = tekort)20142015201620172018201920202021202220232024Stand MN (mld euro)– 19,9– 14,6– 10,6– 3,36,18,31,8– 44,9– 21,3– 29,6– 31,7Stand FJR (mld euro)– 15– 12,42,9811,314– 34– 21,90,1– 3,5– 10,1Stand MN (%bbp)– 3,3%– 2,2%– 1,5%– 0,5%0,8%1,0%0,2%– 5,5%– 2,4%– 3,0%– 2,9%Stand FJR (%bbp)– 2,3%– 1,8%0,4%1,1%1,5%1,7%– 4,3%– 2,5%0,0%– 0,3%– 0,9%Leeswijzer tabel: voor het jaar 2014 wordt de raming bij Miljoenennota 2014 (gepubliceerd in september 2013) vergeleken met het Financieel Jaar-verslag Rijk 2014 (gepubliceerd in mei 2015). Vraag 31Kunt u een overzicht maken van welke uitgaven er precies niet relevantzijn voor het EMU-saldo? Hoe zit het met investeringen en meer specifiekmet een mogelijke kapitaalstorting in een investeringsinstantie?Antwoord op vraag 31Het EMU-saldo (van de collectieve sector) is de optelsom van alleinkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid, decentrale overheden enandere partijen binnen de sector overheid (geclassificeerd door hetCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS)). Uitgaven, en hiermee ookinvesteringen, die op de Rijksbegroting staan zijn in beginsel altijdrelevant voor het EMU-saldo. Wel zijn er enkele uitzonderingen. Wat welen niet meetelt voor het EMU-saldo is vastgesteld door Eurostat (ESA2010). Financiële transacties, zoals het verstrekken van (studie)leningen ofhet verkopen van staatsbezit, zijn meestal niet relevant voor hetEMU-saldo. Ook de rente die is ontvangen op renteswaps en uit deverkoop ervan tellen niet mee. Daarnaast strepen transacties tussen tweeonderdelen binnen de collectieve sector, zoals de rijksbijdrage aan desociale fondsen, tegen elkaar weg in het totale EMU-saldo van decollectieve sector.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 812 De EMU-saldorelevantie van een potentiële investeringsinstelling is sterkverbonden met de scope van de instelling, de benodigde financiering ende sectorclassificatie door het CBS. Het CBS beoordeelt, met eeneindoordeel van Eurostat, of een instelling binnen of buiten de overheidvalt. Hierbij kijkt het CBS onder andere naar de governance van eeninstelling en of de instelling een voldoende rendement behaalt. Alsbijvoorbeeld de wens is om een investeringsinstelling buiten de overheidte plaatsen, waarbij de kapitaalstortingen (als financiële transacties) hetEMU-saldo niet belasten, dan moet de governance van een instellingvoldoende op afstandvan de overheid staan en dienen de activiteiten voldoende financieelrendement te behalen. Omgekeerd: als er, bijvoorbeeld in verband metmaatschappelijke baten, een lager dan marktconform rendement wordtgeaccepteerd, dan vereist dit sturing vanuit de overheid en zal hetfinanciële rendement naar alle waarschijnlijkheid niet voldoende zijn. Indat geval komt een investeringsinstelling binnen de sector overheidterecht. Ook dan is het rendement van een instelling nog wel belangrijk:het resultaat (winst of verlies) van een instelling telt mee voor hetEMU-saldo.Het CBS beoordeelt bij kapitaalstortingen aan partijen buiten de sectoroverheid of het om een financiële transactie gaat (niet relevant voor hetEMU-saldo) of om een kapitaaloverdracht (wel relevant). Het verwachtetoekomstige financieel rendement is hierbij een bepalende factor. In gevalvan een lening aan een partij buiten de sector overheid kijkt het CBS naarde terugbetaling van de hoofdsom (aflossingsschema) en of de rentemarktconform is. In alle gevallen is het uiteindelijke oordeel aan Eurostat.Vraag 32Waarom wordt er een andere raming gebruikt voor de inkomsten- enuitgavenkant bij de actualisatie invoerrechten?Antwoord op vraag 32De invoerrechten vormen als «Traditionele eigen middelen» (TEM) eenonderdeel van de afdracht van Nederland aan de begroting van deEuropese Unie. De raming van de invoerrechten van de EuropeseCommissie vormt voor de gehele EU de ramingsbasis voor de afdrachtvan de TEM. Zo vormt deze raming ook v de basis voor de Nederlandseafdracht aan invoerrechten.Aan de inkomstenkant op de Rijksbegroting wordt voor de invoerrechtenechter de raming van het Ministerie van Financiën gebruikt. Deze wijkt afvan de raming van de Europese Commissie. Dit leidt tot een onbedoeldsaldo-effect. Om dit onbedoelde saldo-effect te voorkomen wordt in deNederlandse begroting de raming van de Europese Commissie (uitga-venkant – artikelonderdeel 3.6 van de BZ-begroting) gelijkgetrokken aande raming van het Ministerie van Financiën (inkomstenkant). Het aanelkaar gelijkstellen van deze ramingen resulteert in het drie keer per jaaractualiseren van de invoerrechten en de perceptiekostenvergoeding op deNederlandse begroting. Daarmee is de raming van het Ministerie vanFinanciën leidend voor zowel inkomsten als uitgavenkant.Vraag 33Kan er een totaalbeeld worden gegeven van de niet-besteding volgensplanning vanwege arbeidsmarktproblematiek?Antwoord op vraag 33Er kan geen exact totaalbeeld worden gegeven van de redenen waarommiddelen niet tot besteding komen. In het Financieel Jaarverslag van hetRijk (FJR) van 2023 en 2024 is hier wel extra aandacht voor geweest. ZoTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 813 was in 2023 het focusonderwerp onderuitputting en in 2024 ging hetfocusonderwerp over het prioriteren van beleid met aandacht voor deuitvoering en arbeidsmarkt.Vraag 34Kan er een totaalbeeld worden gegeven van de tegenvallers als gevolgvan het niet realiseren van de taakstelling op het apparaat?Antwoord op vraag 34Het kabinet heeft bij het hoofdlijnenakkoord en in het kader vanamendement Bontenbal gekozen voor een budgettaire apparaatstaak-stelling, die vanaf 2025 tot en met 2029 oploopt tot in totaal1,1 miljard euro structureel. Departementen hebben de mogelijkheid omde taakstelling binnen de eigen begroting in te vullen.–Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft een tegenvaller van circa28 miljoen euro in 2025 wegens het niet realiseren van de apparaats-taakstelling. Dit is specifiek gedekt bij de tweede suppletoire begroting.–Het Ministerie van Buitenlandse zaken heeft ook een tegenvaller vancirca 28 miljoen euro op het apparaat, die eveneens specifiek is gedekt.Het is onduidelijk of, en in hoeverre, dit te maken heeft met deingeboekte taakstelling.De overige departementen hebben geen substantiële tegenvallers op hetapparaat die direct het gevolg zijn van de apparaatstaakstelling.Vraag 35Wat is de meerjarige verwachting van de tegenvaller in de afpakraming?Antwoord op vraag 35In de begroting is de geraamde opbrengst uit de afpakketen geschat opcirca 384 miljoen euro. Deze raming is gebaseerd op in het verledenbehaalde opbrengsten en is onder andere afhankelijk van de realisatie vangrote schikkingen. De realisatie van deze grote schikkingen en daarmee demeerjarige verwachting van de afpakraming laat zich moeilijk voorspellen.Vraag 36Levert de relocatie van 104 miljoen euro van de Subsidieregelingduurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) naar het watmtefondsgeen negatieve gevolgen op?Antwoord op vraag 36De reallocatie van middelen van DUMAVA naar het Warmtefonds maakthet mogelijk om dit jaar meer Warmtefonds-aanvragen te honoreren danoorspronkelijk begroot. Dit heeft geen negatieve gevolgen voor lopendeDUMAVA-aanvragen in 2025. Zoals in de 2e suppletoire begroting van hetMinisterie van VRO is aangegeven, wordt bij de Voorjaarsnota 2026 eenspiegelbeeldige herallocatie van 104 miljoen euro vanuit het Warmtefondsnaar DUMAVA gedaan. Deze mutatie is daarmee volledig budgetneutraalen heeft uitsluitend als doel de beschikbare middelen op het juistemoment in te kunnen zetten voor de betreffende aanvragen.Vraag 37Uit hoeveel aandelen bestaat het resterende aandeelbelang van de Staatin ABN AMRO?Antwoord op vraag 37Ik heb uw Kamer op 9 september 2025 geïnformeerd dat een nieuwaandelenverkoopprogramma is gestart, waarmee het belang in ABNAMRO wordt afgebouwd van 30,5% tot circa 20%. Dit verkoopprogrammaloopt nog. Gedetailleerde informatie over dit verkoopprogramma kan nietopenbaar worden gemaakt. Dit zou een negatief effect kunnen hebben opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 814 deze transactie dan wel toekomstige transacties en kan daarmee debelangen van de staat schaden.Vraag 38Kan het kabinet per jaar aangeven hoeveel Griekenland tot nu toe aanNederland heeft afgelost en nog af moet lossen (en tegen welke rente)?Antwoord op vraag 38De Greek Loan Facility (GLF) is een financieel steunprogramma voorGriekenland, overeengekomen in mei 2010, en bestaat uit bilateraleleningen van eurozone landen aan Griekenland. De hoofdsom van deleningen betreft in totaal 52,9 miljard euro. Het Nederlandse aandeel in debilaterale leningen aan Griekenland was in totaal 3,2 miljard euro.Nederland heeft tot op heden circa 1,6 miljard euro aan aflossingen vande hoofdsom van de GLF ontvangen (inclusief de vervroegde aflossing indecember 2025 van 0,3 miljard euro). Nederland zal nog circa1,6 miljard euro aan aflossingen van de hoofdsom van de GLF ontvangenvoor 2040. Conform de leenovereenkomst betaalt Griekenland een3-maands EURIBOR rente plus een renteopslag van 50 basispunten, welkeelk kwartaal opnieuw wordt vastgesteld. Over deze lening wordt reguliergerapporteerd op artikel 4 van de begroting van het Ministerie vanFinanciën7.Vraag 39Kunnen de meevallers op het gebied van de externe inhuur wordenuiteengezet?Antwoord op vraag 39De meevaller van 26 miljoen euro die genoemd wordt, vindt plaats op debegroting van de Belastingdienst (artikel 1 Belastingen van begrotingFinanciën IXB). Dit wordt toegelicht in de 2e suppletoire begroting vanFinanciën in de paragraaf «Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvang-stenmutaties IXB». De oorzaak van deze meevaller is dat de afgelopenjaren de Belastingdienst een succesvolle werving van eigen personeelheeft gehad. Zo zijn recent veel ICT’ers en uitzendkrachten verambtelijkt.Hierdoor heeft de Belastingdienst minder inhuur nodig. Daarnaast is ersprake van onderuitputting op het dossier herstel FSV/MSNP (FraudeSignalering Voorziening/Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen).Vraag 40Wat is de visie van het kabinet op het gebied van de belasting- eninvorderingsrente?Antwoord op vraag 40Op 20 oktober 2025 heeft het kabinet vragen beantwoord over debelasting- en invorderingsrente (BIR) naar aanleiding van een schriftelijkoverleg. Het kabinet heeft in deze beantwoording aangegeven deconclusie van het vorige kabinet dat het BIR-regime, met name debelastingrente, de afgelopen jaren versnipperd is geraakt te delen. In dekamerbrief van 27 juni 2024 zijn verschillende beleidsopties gepresenteerdom deze versnippering te verminderen. Zoals ook in de beantwoording isaangegeven, acht het kabinet het niet passend om nu een visie te vormenop de BIR-systematiek, met name de belastingrente, gelet op zijndemissionaire status. Daarnaast loopt op dit moment cassatie tegen eenuitspraak van Rechtbank-Noord-Nederland over de hoogte van hetbelastingrentepercentage vennootschapsbelasting (Vpb).7Zie ook Begroting Financien 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 815 Voor wat betreft de rente die wordt gerekend over terugvorderingen ennabetalingen van toeslagen acht het kabinet het niet langer passend dezete rekenen. Een voorstel ter afschaffing hiervan is opgenomen in hetwetsvoorstel verbetermaatregelen toeslagen. Dit wetsvoorstel isaangenomen door beide Kamers, en treedt in werking met ingang van1 januari 2026. Voor wat betreft de invorderingsrente heeft het kabinet erdit jaar voor gezorgd dat deze wordt bevroren op 4,3%, zodat belasting-plichtigen en toeslaggerechtigden niet met een grotere stijging van dezerente worden geconfronteerd. Dit percentage geldt in ieder geval zo langde koppeling tussen belastingen en toeslagen voor de invorderingsrenteniet kan worden losgelaten8.Vraag 41Welke extra uitgaven voor Oekraïne heeft Defensie kunnen doen dankzijde extra terugontvangsten van 128 miljoen euro van de EuropeseCommissie en het Europees Defensieagentschap?Antwoord op vraag 41Defensie heeft 100 miljoen euro aan ontvangen vanuit de EuropeseVredesfaciliteit (EVF) vanwege eerder geleverde militaire steun aanOekraïne. Via de EVF kunnen lidstaten aanspraak maken op financieringvoor specifieke militaire leveringen aan Oekraïne. Dit deel van deterugontvangsten betreft dus een vergoeding voor reeds geleverdemilitaire steun. De overige 28 miljoen euro vanuit het Europees Defensie-agentschap (EDA) is ten gunste gekomen aan het algemene budget vanDefensie voor militaire steun aan Oekraïne.Vraag 42Wat is de verklaring voor het gegeven dat de over-/onderprogrammeringmet 2,8 miljard euro is bijgesteld? Naar welke jaren zijn de Defensie-investeringen verschoven?Antwoord op vraag 42Conform de werking van de overprogrammering wordt deze bij de 2esuppletoire begroting afgebouwd door het budget van de projecten aan tesluiten bij de beschikbare budgetten. Daardoor is de gehele overprogram-mering in 2025 teruggebracht naar nul bij 2e suppletoire begroting.Vertraagde betalingen schuiven hiermee automatisch door naar laterejaren. De programmering van de Defensie-materieeluitgaven over debegrotingshorizon van het Defensiematerieelbegrotingsfonds wordt bij de1e suppletoire begroting 2026 geactualiseerd.Vraag 43Kan het kabinet per jaar aangeven hoeveel er in de afgelopen vijf jaar isuitgegeven aan Defensie? Kan het kabinet tevens per jaar aangevenhoeveel de komende vijf jaar begroot is voor Defensie?Antwoord op vraag 43Tabel 1 geeft alle gerealiseerde uitgaven over de periode 2020–2024 weervoor de Defensiebegroting (H10) en het Defensiematerieelbegrotings-fonds (H66).Tabel 820202021202220232024Uitgaven Defensiebegroting (H10 & H66)11.19016.70217.80020.73620.0728Zie Besluit van 3 november 2025 tot wijziging van het Besluit belasting- en invorderingsrenteter vaststelling van het percentage invorderingsrente met ingang van 1 januari 2026,Stb.ij2025,ij383Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 816 Tabel 2 geeft alle begrote uitgaven voor de periode 2025–2030 weer voorde Defensiebegroting (H10) en het Defensiematerieelbegrotingsfonds(H66). In 2026 zijn de Defensie-uitgaven relatief hoger vanwege deeenmalige affinanciering van de militaire begrotingsgefinancierdepensioenen (8,15 miljard euro).Tabel 2: Begrote uitgaven Defensiebegrotingen (H10 & H66) in miljoenenTabel 9202520262027202820292030Uitgaven Defensiebegroting (H10 & H66)25.75534.94125.94526.16026.15425.498 Vraag 44Kan er een uiteenzetting worden gemaakt van andere departementen watbetreft de werkkostenregelingoverschrijding van de belastingvrije ruimte?Antwoord op vraag 44Bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en bij het Ministerie vanJustitie en Veiligheid zijn tegenvallers bij de werkkostenregeling. Het gaatbij beide departementen om 3 miljoen euro in 2025.Vraag 45Wat is de overschrijding als gevolg van de overprogrammering?Antwoord op vraag 45In de 2e suppletoire begroting van het Mobiliteitsfonds is eenoverschrijding gemeld van 189 miljoen euro. Voor het Deltafonds is eenoverschrijding gemeld van 100 miljoen euro. Bij de Voorjaarsnota 2026wordt, in lijn met de Comptabiliteitswet, het budget op beide fondsen in2026 voor deze overschrijding gecorrigeerd.Overprogrammering houdt in dat de programmering in 2025 hoger is danhet beschikbare kasbudget. Met overprogrammering wordt geanticipeerdop een mate van vertraging, die zich op programmniveau in de regelvoordoet. In 2025 is er uiteindelijk minder vertraging dan voorafingeschat, waardoor overschrijding van het kasbudget plaatsvindt.Vraag 46Hoeveel geld resteert er nog in het Klimaatfonds? Welk deel hiervan isjuridisch verplicht?Antwoord op vraag 46Er resteert voor de periode 2025 t/m 2035 in totaal nog 21,2 miljard euro inhet Klimaatfonds, waarvan 7,6 miljard euro voorwaardelijk is toegekend ofgereserveerd voor specifieke maatregelen. 13,6 miljard is nog nietbestemd voor specifieke maatregelen: dit bedrag staat bijna volledig ophet perceel kernenergie. Deze bedragen zijn niet juridisch verplicht omdater op de Klimaatfondsbegroting geen verplichtingen worden aangegaan.Bij een toekenning vanuit het Klimaatfonds worden de middelenovergeheveld naar de betreffende departementale begroting en wordenvanaf die begroting verplichtingen aangegaan.Vraag 47Wat is de taakstelling op personeel? En waarom is het Ministerie vanLVVN tijdens de reorganisatie terughoudend geweest met het openstellenvan vacatures en de vervulling ervan?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 817 Antwoord op vraag 47In het Hoofdlijnenakkoord 2024 is een taakstelling (bezuiniging) van 22%afgesproken op de apparaatskosten (personeel en materieel) van deministeries. Deze raakt ook het Ministerie van LVVN. Het budget voorpersoneel wordt daardoor de komende jaren stapsgewijs verlaagd.Vooruitlopend op een lager personeelsbudget in de toekomst is hetministerie nu al terughoudend in het werven van nieuw personeel.Vraag 48Kan er een prognose gemaakt worden van hoeveel lager het aantalkinderen is dat gebruikt maakt van de kinderopvangtoeslag? Kan dat ookworden gedaan voor het lagere aantal uren dat de kinderen naar deopvang gaan?Antwoord op vraag 48Ten opzichte van de stand Miljoenennota 2026 is bij de Najaarsnota deverwachting dat het aantal kinderen met kinderopvangtoeslag in 2025ruim 12.000 lager ligt. Het aantal uren per kind per maand komt naarverwachting ongeveer 0,8 uur lager uit. Bij de Najaarsnota is de ramingalleen voor 2025 bijgesteld. Een meerjarige bijstelling volgt bij deVoorjaarsnota van 2026.Vraag 49Kan er een verklaring worden gegeven voor het feit dat definitievevaststellingen over toeslagjaar 2024 naar verwachting tot minderterugvorderingen leiden voor de Wet kindgebonden budget en deKinderopvangtoeslag?Antwoord op vraag 49De inschatting van de ontvangsten Wet kindgebonden budget enKinderopvangtoeslag over voorgaande toeslagjaren is gemaakt op basisvan voorlopige gegevens tot en met augustus. Uit uitvoeringscijfersontstaat het beeld dat mogelijk minder is bevoorschot dan waar in deraming rekening mee werd gehouden. Van de tot dusver vastgesteldetoeslagen leidt in vergelijking met voorgaande jaren een groter aandeeltot een nabetaling. Het aandeel terugvorderingen is lager dan voorgaandejaren.Het is op basis van voorlopige cijfers echter nog te vroeg om definitieveconclusies te kunnen trekken over de totale afrekening over 2024 en deoorzaken. In augustus was voor 65% van de uitgeven Wkb-uitkeringen eendefinitieve beschikking afgegeven. Dat aandeel definitieve beschikkingenliep iets achter op het aandeel van voorgaande jaren. Het aandeelvastgestelde definitieve beschikkingen Kinderopvangtoeslag over 2024was in augustus met 58,3% in lijn met voorgaande jarenVraag 50Waarom is de raming van de inkomstenbelasting nu met 2,4 miljard euro.(transactiebasis) en negen miljard euro (kasbasis) opwaarts bijgesteld?Welk deel van deze bijstellingen heeft betrekking op het box 3-rechtsherstel?Antwoord op vraag 50De loon- en inkomensheffing is met 1,1 miljard euro opwaarts bijgesteldten opzichte van de Miljoenennota op EMU-basis. Onderliggend is deinkomstenbelasting 2,4 miljard euro opwaarts bijgesteld en de premiesvolksverzekeringen – 1,3 miljard euro neerwaarts bijgesteld. Inkomstenbe-lasting en premies volksverzekeringen worden samen geheven, maarkennen een verschillend kasverloop. De hogere opbrengst van1,1 miljard euro aan loon- en inkomensheffing komt doordat in deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 818 Najaarsnota actuele kasontvangsten uit augustus tot en met oktober zijnverwerkt. Deze recente kascijfers wijzen op hogere ontvangsten daneerder geraamd. Ramingen kennen altijd een bepaalde onzekerheid.Naarmate er meer informatie beschikbaar is over de werkelijkeontvangsten, kan de raming nauwkeuriger worden vastgesteld.Op kasbasis is de inkomensheffing met 6 miljard euro opwaarts bijge-steld, waarvan 9 miljard in de inkomstenbelasting en – 3 miljard in depremies volksverzekeringen. De opwaartse bijstelling van 6 miljard in deinkomensheffing wordt voor 5 miljard verklaard doordat het kaspatroonvan de hersteloperatie voor box 3 is geactualiseerd, nu er beter zicht is opde verwachte termijnen waarop tegenbewijs wordt ingediend enbijbehorende herstelbetalingen plaatsvinden. Concreet betekent dit dateen groot deel van de herstelbetalingen vanaf 2026 plaatsvinden, en nietvanaf (eind) 2025, waar eerder mee werd gerekend. Daarnaast hebben deeerdere omschreven realisaties ook tot een verhoging van 1 miljard geleidop kasbasis.Vraag 51Wat verklaart de verdubbeling in inkomsten uit de inkomstenbelasting (exloonbelasting)Antwoord op vraag 51Op kasbasis is de inkomensheffing met 6 miljard euro opwaarts bijge-steld, waarvan 9 miljard in de inkomstenbelasting en – 3 miljard in depremies volksverzekering. Inkomstenbelasting en premies volksverzeke-ringen worden samen geheven, maar kennen een verschillend kasverloop.De inkomensheffing is een saldo van positieve en negatieve stromen,waardoor afwijkingen al snel relatief groot zijn. De opwaartse bijstellingvan 6 miljard in de inkomensheffing wordt voor 5 miljard verklaarddoordat het kaspatroon van de hersteloperatie voor box 3 is geactuali-seerd, nu er beter zicht is op de verwachte termijnen waarop tegenbewijswordt ingediend en bijbehorende herstelbetalingen plaatsvinden.Concreet betekent dit dat een groot deel van de herstelbetalingen vanaf2026 plaatsvinden, en niet vanaf (eind) 2025, waar eerder mee werdgerekend. Daarnaast zijn er in de Najaarsnota actuele kasontvangsten uitaugustus tot en met oktober zijn verwerkt. Deze recente kascijfers wijzenop hogere ontvangsten dan eerder geraamd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 850, nr. 819

Bron, video en gesprek →