KamerkringInloggen
Shanna Schilder

Officieel Kamerprofiel

Shanna Schilder

Groep Markuszower →
27debatten
197bijdragen
37interrupties
16.999woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: Groep Markuszower (2026-01-20–heden) · PVV (2025-11-12–2026-01-19) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
6 okt 2026 · Kamerstuk

TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2026-2027 36 586 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en het Wetboek van Strafvordering in verband met het vervangen van de recidiveregeling ernstige verkeersdelicten en het invoeren van diverse maatregelen die zijn gericht op een betere aanpak van rijden onder invloed (Wet verbetering aanpak rijden onder invloed) Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID Schilder Ontvangen 6 oktober 2026 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: Na artikel I, onderdeel K, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: Ka Aan artikel 175 worden twee leden toegevoegd, luidende: 4. Indien het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood en de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, dan wel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde of zevende lid, en ten tijde van het ongeval nog geen vijftien jaren zijn verlopen sinds een vroegere onherroepelijke veroordeling van de schuldige wegens overtreding van artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, dan wel overtreding van artikel 163, tweede, zesde, of zevende lid, bedraagt de duur van de op te leggen gevangenisstraf ten minste de helft van de krachtens het derde lid maximaal op te leggen gevangenisstraf. De termijn van vijftien jaren wordt verlengd met de tijd waarin de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen. 5. Van het vierde lid kan door de rechter gemotiveerd worden afgeweken indien bestraffing overeenkomstig het vierde lid in uitzonderlijke omstandigheden zou leiden tot een onbillijkheid van zwaarwegende aard. Toelichting Dit amendement introduceert een wettelijke minimumgevangenisstraf voor bestuurders die eerder onherroepelijk zijn veroordeeld wegens rijden onder invloed en binnen vijftien jaar opnieuw onder invloed een verkeersongeval veroorzaken waardoor een ander komt te overlijden. De minimumgevangenisstraf bedraagt de helft van het ingevolge het derde lid toepasselijke wettelijke strafmaximum. Daarmee wordt de hoogte van de minimumstraf gekoppeld aan de ernst van het concrete strafbare feit zoals die reeds in artikel 175 tot uitdrukking komt. Het wettelijke onderscheid tussen schuld en roekeloosheid blijft daardoor doorwerken in de hoogte van de minimumstraf. De indiener acht een dergelijke minimumstraf gerechtvaardigd voor deze specifieke categorie recidivisten. Wie reeds onherroepelijk is veroordeeld wegens rijden onder invloed, is eerder strafrechtelijk geconfronteerd met zijn gedrag en met de gevaren die het rijden onder invloed voor andere verkeersdeelnemers meebrengt. Indien die persoon desondanks opnieuw onder invloed aan het verkeer deelneemt en vervolgens door zijn schuld een verkeersongeval veroorzaakt waarbij een ander om het leven komt, acht de indiener het passend dat de wetgever een duidelijke ondergrens aan de op te leggen gevangenisstraf stelt. Tegelijkertijd wordt voorzien in een beperkte hardheidsclausule. Indien toepassing van de minimumstraf wegens bijzondere omstandigheden zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de rechter daarvan afwijken. De rechter dient een dergelijke afwijking uitdrukkelijk in het vonnis te motiveren. Hiermee blijft ruimte bestaan om in zeer uitzonderlijke gevallen een evident disproportionele uitkomst te voorkomen, zonder afbreuk te doen aan het uitgangspunt dat voor de in dit amendement omschreven ernstige recidive een substantiële minimumgevangenisstraf geldt. Voor de recidivetermijn wordt aangesloten bij een periode van vijftien jaren. Voor deze termijn is gekozen om gestalte te geven aan de grove problematiek van alcohol en drugs in het verkeer. Indiener wordt in deze lezing gesterkt door de aandacht die de Minister heeft geschonken aan de problematiek door middel van dit wetsvoorstel. De tijd gedurende welke de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen, blijft bij de berekening daarvan buiten beschouwing. Hiermee wordt voorkomen dat een veroordeelde door een langdurige vrijheidsbeneming, gedurende welke deelname aan het verkeer niet of nauwelijks mogelijk is, enkel door tijdsverloop buiten het bereik van de recidiveregeling komt te vallen. Schilder

Bron, video en gesprek →