KamerkringInloggen
Caroline van der Plas

Officieel Kamerprofiel

Caroline van der Plas

BBB →
813debatten
11.954bijdragen
5.697interrupties
1.168.254woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: BBB (2026-02-24–heden) · BBB (2021-03-31–2026-02-23) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
6 okt 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2026–2027Vragen gesteld door de leden der Kamer 2026Z21185Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over zonering rond Natura 2000-gebieden(ingezonden 6 oktober 2026).Vraag 1Bevestigt u dat u in de beantwoording van de Kamervragen expliciet erkentdat zonering niet alleen wordt ingezet voor het verminderen van stikstofdepo-sitie, maar ook om te sturen op mestgebruik, gewasbeschermingsmiddelen,waterkwaliteit, wateronttrekking en de gewenste vorm van landbouw?1Vraag 2Hoe kan de noodzaak van zonering per gebied volgens u nog wordenonderzocht, terwijl het kabinet al heeft gekozen om in principe rondomgehele Natura 2000-gebieden te zoneren en daarbij ook andere doelen danstikstofreductie nastreeft? Spreekt u zichzelf niet rechtstreeks tegen door tezeggen dat de noodzaak en gebiedsselectie nog openliggen, terwijl de vorm,omvang en bredere doelen van de zonering al zijn bepaald?Vraag 3Waarom heeft u 121 gebieden op een openbare lijst geplaatst, terwijl utegelijkertijd stelt dat eerst nog moet worden aangetoond of zoneringnoodzakelijk is en welke drukfactor daarmee moet worden aangepakt? Is ditzorgvuldig bestuur?Vraag 4Wat vindt u ervan dat boeren in onzekerheid worden gehouden, terwijlbanken, financiers, potentiële kopers en bedrijfsopvolgers nu al rekeningkunnen houden met mogelijke zonering? Vindt u het aanvaardbaar dat eenvoorlopige lijst nu al gevolgen kan hebben voor investeringen, financiering,bedrijfsopvolging en de waarde van agrarische bedrijven?Vraag 5Wie draagt de schade als bedrijven nu al nadelige gevolgen ondervinden enhun gebied later alsnog van de lijst wordt verwijderd?1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026–2027, nr. 37 kv-tk-2026Z21185’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, Vragen1 Vraag 6Hoe verhoudt deze handelwijze zich volgens u tot het beginsel van eenbetrouwbare overheid?Vraag 7Begrijpt u dat boeren weinig vertrouwen hebben in een overheid die eersthun bedrijf op een kaart zet, daarmee onzekerheid en mogelijke financiëleschade veroorzaakt en pas daarna onderzoekt welk probleem daar eigenlijkmoet worden opgelost? Zo nee, waarom niet?Vraag 8Kunt u de Kamer een volledig overzicht verstrekken van alle Natura 2000-gebieden die nu op de voorlopige lijst staan, maar waar geen stikstofgevoeligareaal als overbelast is aangemerkt? Kunt u daarbij per gebied aangeven welkaandeel van het stikstofgevoelige areaal daadwerkelijk overbelast is?Vraag 9Kunt u per gebied aangeven of de mogelijke zonering uitsluitend wordtoverwogen vanwege andere drukfactoren dan stikstof?Vraag 10Kunt u per gebied aangeven wat het concrete doel is in dat gebied?Vraag 11Erkent u dat de stroken van 500 tot 1.000 meter rond sommige Natura2000-gebieden dus feitelijk geen stikstofzones zijn, maar zones waarmee hetkabinet ook wil ingrijpen in bemesting, gewasbescherming, watergebruik ende inrichting van agrarische bedrijven? Waarom worden deze vergaandedoelen niet duidelijk en afzonderlijk aan boeren en de Kamer gecommuni-ceerd?Vraag 12Waarom presenteert het kabinet deze zonering als onderdeel van eenstikstofpakket dat de vergunningverlening moet lostrekken, terwijl u nu zelferkent dat zones ook kunnen worden opgelegd rond gebieden waar geenstikstofoverbelasting bestaat? Welke bijdrage levert zonering vanwegewaterkwaliteit, verdroging of gewasbeschermingsmiddelen precies aan hetoplossen van de stikstofproblematiek en het hervatten van de vergunningver-lening?Vraag 13Op welke wettelijke grondslag wilt u landbouwbedrijven binnen deze zonesbeperkingen opleggen wegens drukfactoren die niet met stikstof samenhan-gen? Welke Europese of nationale verplichting rechtvaardigt een generiekezone van 500 of 1.000 meter wanneer niet per bedrijf is aangetoond dat hetaan de betreffende verslechtering bijdraagt?Vraag 14Waarop baseert u de stellige bewering dat uitsluitend met brede zonering kanworden gedaan wat nodig is om de natuur te herstellen?Vraag 15Bent u bereid de conceptlijst met gebieden in te trekken, en deze pasdefinitief voor zonering aan te wijzen nadat openbaar, gebiedsspecifiek entoetsbaar is bewezen dat sprake is van dreigende verslechtering doorstikstofoverschreiding, dat landbouw binnen de voorgestelde zone daaraantoonbaar aan bijdraagt en dat een minder ingrijpende maatregel nietvolstaat?Vraag 16Hoe kunt u, als u daartoe niet bereid bent, volhouden dat dit beleid noodza-kelijk, proportioneel en zorgvuldig is?Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, Vragen2

Bron, video en gesprek →