Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (36662)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: BBB (2026-02-24–heden) · BBB (2021-03-31–2026-02-23) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel. Vandaag ben ik in het blauw en dat is niet voor niks. Het is omdat we het hier over een heel belangrijk onderwerp hebben. Blauw staat niet alleen voor de politie, maar staat voor mij voor alle hulpverleners in Nederland die dagelijks met mooi werk maar soms ook met afschuwelijke zaken te maken krijgen. Vandaar dat ik in het blauw ben. Voorzitter. Ik wil allereerst heel veel dank uitspreken aan de initiatiefnemers van deze nota, want het vraagt heel veel tijd en doorzettingsvermogen om de problemen van mensen over wie deze nota gaat op de politieke agenda te houden. Het is heel moeilijk uit te leggen dat juist voor de mensen die dag en nacht voor ons klaarstaan goede zorg nog steeds niet vanzelfsprekend is. Maar ik wil vooral ook de mensen bedanken om wie het vandaag gaat: politieagenten, militairen, brandweermensen, ambulancepersoneel, boa's en nog veel meer mensen die dagelijks in de hulpverlening zitten. Het gaat om mensen die zich dagelijks inzetten voor Nederland, die naar een zwaar ongeluk rijden, een brandend gebouw binnengaan of iemand proberen te redden terwijl anderen afstand houden. Wat zij meemaken, blijft soms hangen, ook wanneer het uniform allang aan de kapstok hangt. Thuis voelen partners en kinderen de gevolgen. Daarom verdienen ook zij onze aandacht en onze ondersteuning. Voorzitter. Wie voor ons klaarstaat, moet erop kunnen rekenen dat wij klaarstaan wanneer het met hem of haar niet goed gaat. Mijn eerste vraag aan de initiatiefnemers is wat er sinds het schrijven van deze nota is veranderd. Inmiddels zijn er namelijk stappen gezet rond de PTSS-regeling bij de brandweer en het nieuwe stelsel bij de politie. Welke knelpunten zijn daarmee opgelost? Welke blijven er bestaan? Geven deze ontwikkelingen aanleiding om voorstellen bij te stellen? Dan het door de initiatiefnemers voorgestelde landelijke PTSS-meldpunt. BBB is voorstander van het bundelen van expertise. Goede kennis en ervaringen moeten worden gedeeld en ook steunen wij een contactpunt dat dag en nacht bereikbaar is voor mensen met PTSS en voor familieleden. Juist midden in de nacht kan iemand hulp nodig hebben of kan een partner zich geen raad meer weten. Maar hoe zien de initiatiefnemers dit meldpunt concreet voor zich? Wie neemt de telefoon op? Wat kan die persoon daadwerkelijk betekenen en hoe wordt ervoor gezorgd dat iemand vervolgens snel passende hulp krijgt? Binnen de afzonderlijke organisaties bestaat vaak al goede zorg, met deskundigen die het werk, de collega's en de organisatie goed kennen. BBB denkt dat de uitvoering mogelijk beter daar kan blijven. Laten we de bestaande capaciteit verbeteren en aanvullen waar die tekortschiet. Kunnen de initiatiefnemers hier een reactie op geven? In de beantwoording schrijven de initiatiefnemers zelf dat bestaande zorgstructuren behouden blijven. Kunnen zij concreet maken hoe het meldpunt daar dan op aansluit? Hoe voorkomen we dat het een centrum op afstand wordt waar mensen vooral met casemanagers te maken krijgen? Hoe blijft de werkgever aanspreekbaar op zijn zorgplicht? Voorzitter. Ik heb ook nog een aantal vragen aan de minister. Klopt het dat wordt bezuinigd op het aantal bedrijfsartsen of op de beschikbare uren bij bedrijfsartsen bij de politie? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de ambitie om beroepsgerelateerde klachten eerder te herkennen en mensen sneller te helpen? Welke afspraken zijn er over de termijn waarbinnen een melding van mogelijke PTSS moet worden opgepakt? Worden die termijnen daadwerkelijk gehaald? Kan de minister aangeven hoeveel mensen langer wachten, hoelang zij wachten en wat er gebeurt wanneer een termijn wordt overschreden? Wie houdt ondertussen contact met de medewerker en diens gezin? Voorzitter. De reden dat ik deze vragen stel is dat hulp vragen voor veel van deze mensen al een enorme stap is. Dan moet er iemand zijn die luistert, verantwoordelijkheid neemt en snel kan helpen. Bij goede PTSS-zorg hoort dat je ook de voorkant op orde hebt en houdt. Voorzitter, tot slot. Is de minister bereid om toe te zeggen dat hij voor alle beroepsgroepen een campagne gaat uitrollen zodat de mensen met mogelijke PTSS-gerelateerde klachten weten dat er hulp beschikbaar is en wanneer deze beschikbaar is? Kan hij dat toezeggen? Ik ben benieuwd naar de beantwoording van de initiatiefnemers en de ministers. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank aan de heer Struijs voor zijn inbreng, die ook heel erg gebaseerd is op eigen ervaringen. Het punt over PTSD en PTSS, dus syndroom of disorder, vond ik op zich wel interessant. Daar heb ik nog een vraag over, want mij is niet helemaal duidelijk of 50PLUS, de heer Struijs, het voorstel zoals het er nu ligt met PTSS, wel gaat steunen of daar geen steun aan geeft. Dat is mij in de inbreng niet helemaal duidelijk geworden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Mevrouw Straatman zegt: je hebt een werkelijkheid op papier en een werkelijkheid in de praktijk. Wij horen over de brandweerregeling dat er inderdaad een regeling is op papier, maar dat het in de uitvoering weleens misgaat. Dan wordt er gewoon eigenhandig besloten om niks te doen, ondanks dat er een regeling is. Dan zeggen ze: dat gaan we gewoon niet doen. Is dat in alle veiligheidsregio's hetzelfde? Ik hoor dat dat eigenlijk in alle veiligheidsregio's hetzelfde is en dat het bij de een niet beter is dan bij de andere. Dat kan ik zelf niet beoordelen, maar ik leg gewoon even terug wat ik hoor. Dan vraag ik me wel af, hoezeer de initiatiefnota ook echt een hele goede beweging is, hoe wij nou kunnen borgen dat er ook echt wat mee wordt gedaan door al die instanties die mensen hebben met PTTS, zoals de politie, de brandweer, noem alles maar op. Want wij kunnen hier in Den Haag heel veel goede dingen doen en op papier heel veel goede bewegingen maken, maar uiteindelijk is de vraag hoe de uitvoering in de praktijk gaat. Dat geldt voor alles. Ik schrik er wel van als iemand tegen mij zegt: ik heb wel gewezen op die regeling, alleen wordt er gewoon keihard tegen mij gezegd dat ze het niet gaan doen. Hoe gaan we, ook in de initiatiefnota, met z'n allen borgen dat ook die mensen gewoon de hulp krijgen die ze verdienen, waar ze recht op hebben en die ze nodig hebben?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Kunnen er bij het landelijk steunpunt ook mensen terecht die tegen muren oplopen bij hun eigen organisatie, tegen wie gezegd wordt: allemaal hartstikke leuk wat ze in Den Haag verzinnen, maar wij gaan dat gewoon niet doen? Is er voor die mensen een mogelijkheid om daar op een veilige manier melding van te kunnen maken, zodat die organisatie of instantie daar ook op wordt aangesproken? Het kan natuurlijk gebeuren dat iemand denkt: "Ik ga het maar niet melden, want ik moet hier ook nog verder. Ik moet ook nog wat dingen kunnen bereiken of de hulp krijgen die ik nodig heb. Als ik dit ga doen, wordt het mij misschien nog moeilijker gemaakt." Hoe gaat dat dan? Is daar ook in voorzien?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Die tussentijdse evaluatie is natuurlijk toe te juichen, want je moet weten of wat wij hier allemaal bedacht hebben, wel werkt. Dat zeg ik even oneerbiedig, maar ik neem de initiatiefnota heel erg serieus. Maar hoe ga je dat dan doen met zo'n tussentijdse evaluatie? Met wie ga je evalueren? Stel dat je alleen maar met bijvoorbeeld casemanagers of met de leiding van de brandweer gaat evalueren en niet met de mensen om wie gaat. Hoe gaan we dat doen? We hebben namelijk ook nog te maken met een AVG, met alle privacyregels. Mag je dan wel opvragen wie zich allemaal gemeld hebben en of wij die mogen benaderen? Is erover nagedacht hoe we binnen die AVG-regels ook de mensen, waarvan er een paar hier op de tribune zitten, betrekken bij de evaluatie? Daar gaat het namelijk juist om. Hebben zij de hulp gekregen die ze nodig hebben, waar ze recht op hebben en die ze verdiend hebben? Hoe gaat dat dan?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Voorzitter, mag ik een ordevoorstel doen? Volgens mij gaan we redelijk goed in de tijd, als de minister ook kort, puntig en effectief gaat antwoorden. Zouden we misschien het aantal interrupties met één kunnen verhogen? Dan zal ik zorgen dat die ook kort en puntig is. Dat geldt dan natuurlijk ook voor de anderen. Het overleg duurt tot 13.30 uur, dus volgens mij moet dat kunnen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Ik had een korte vervolgvraag. Mevrouw Mutluer zegt: dan moet de leiding gaan ophalen of het allemaal wel goed gaat. Dat is nou juist het punt: hoe onafhankelijk is dat? Mijn vraag ging echt over de AVG. Kun je binnen de privacyregels die er zijn ook gewoon zelf mensen benaderen? Ik heb wel een beetje de zorg dat je straks tegen die muur aanloopt, zo van: ja, dat mag niet, want AVG.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Allereerst twee moties.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Fijn dat u die vraag stelt. Ik had geen interrupties meer toen de minister dit antwoord gaf. Ons bereiken namelijk heel andere signalen van bedrijfsartsen bij de politie zelf. Het is dus niet zozeer dat ik de minister niet geloof. Ik denk dat de minister informatie voorleest die hij krijgt. Maar van de werkvloer zelf horen wij dat er wel degelijk bezuinigd gaat worden, tot soms wel 20% van het aantal bedrijfsartsen. Dat baart mij wel zorgen. Ik wacht ook de op appreciatie van de minister op deze motie. Het is dus niet voor niks dat ik deze motie indien; wij horen uit de praktijk iets heel anders.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Allereerst dank voor het oordeel Kamer geven aan de motie op stuk nr. 6. Wij zien inderdaad de informatie die er wél is heel graag tegemoet. De politie kampt natuurlijk met een tekort. De korpsleiding heeft in een eerder stadium, in januari, ook al aangegeven dat de basisdienst en de instroom van agenten geen gevaar zouden lopen. Dat betekent dus automatisch dat op ondersteunende en specialistische diensten wél die druk van bezuinigingen komt te liggen. Daarbij hebben wij dus inderdaad signalen uit de praktijk ontvangen. Ik wil de minister er dus voor bedanken dat hij dit goed gaat uitzoeken en voor het oordeel. Het tweede punt is dat de minister zegt dat hij de motie op stuk nr. 7 in deze vorm geen oordeel Kamer kan geven. Ik zou dan graag een specificatie willen hebben van de vorm waarin die motie wel oordeel Kamer zou kunnen krijgen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Dan hou ik 'm voor nu even aan, om te kijken of we 'm in gewijzigde vorm kunnen indienen, want het is voor ons natuurlijk wel een belangrijk gegeven dat er breed in de zorg mensen met PTSS-incidenten kampen; "incidenten" wil ik het niet eens noemen, want dat is een heel neerbuigend woord. We zien dat natuurlijk ook aan de toenemende agressie op de verpleegafdelingen. Om een lang verhaal kort te maken: ik hou de motie even aan en kijk of we die op een andere goeie manier opnieuw kunnen indienen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van der Plas (BBB): Wanneer?
Bron, video en gesprek →