KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

c49eddcf-3f41-4161-a94d-b4cb91c4b4a6

20debatten
893bijdragen
8interrupties
120.486woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Goedemorgen. Dank aan de nieuwe rapporteurs Woningbouw en Mobiliteit, de heer De Hoop en de heer Van Asten, voor hun inbreng en vragen. Voordat ik overga tot de beantwoording van de vragen van de rapporteurs, heb ik nog een aantal korte, algemene opmerkingen. De staatssecretaris en ik, alsmede de minister van VRO, zijn erg blij dat er door alle regio's zo veel goede proposities voor woningbouw en mobiliteit zijn ingediend. Hiermee hebben we op de BO's MIRT, eerder in de maand januari, afspraken kunnen maken over zo'n 3,4 miljard euro aan woningbouw- en mobiliteitsmiddelen en gebiedsbudget. Daarmee kan de regio veel mooie projecten ontwikkelen. Hiermee kunnen we écht aan de slag. Helaas kunnen we zelfs met al deze middelen niet alles doen wat we hadden willen doen op basis van de inhoud van de voorstellen. Dat betekent dat er ook veel kwalitatief goede voorstellen nu niet gehonoreerd zijn, zoals die van de nieuwe grootschalige woningbouwgebieden in Alkmaar, Apeldoorn, Helmond, Hengelo en Enschede. Maar ook goede voorstellen van kleinere steden zijn niet altijd gehonoreerd. Dat doet natuurlijk pijn, maar we gaan ze zeker niet weggooien. Deze projecten blijven dicht bij ons liggen, niet zozeer op een plank, maar ze worden, als het aan mij ligt, dynamisch gemaakt. Dan komen we daar ook weer op terug, want die staan gewoon gereed om ingezet te gaan worden als die financiële plaat wat verbetert. We blijven in gesprek en het is aan een nieuw kabinet om hier keuzes in te maken, zoals ik net ook al hoorde, waarbij de ingediende proposities als basis kunnen gaan dienen. Ook gaan we, zoals ook al is aangegeven, gezamenlijk met de regio onderzoeken wat het toepassen van deze generieke rendementseisen voor de landelijke woningbouw op korte termijn betekent voor de voorstellen in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland. Wellicht moet je het daarna nog wat breder gaan trekken, want het rapport van de Rli was ook duidelijk: elke regio telt. Een aanzet voor dit onderzoek is onlangs met de betrokken provincies al gedeeld. Hiervan zal op korte termijn al een gezamenlijke opdrachtbeschrijving worden opgesteld. Dit gaan we dus niet pas over een jaar doen. Dan ga ik over tot de beantwoording van de gestelde vragen. De heer Van Asten vroeg waarom niet de gehele afgeroomde budgetten worden ingezet voor andere onderdelen van het programma WoMo. Er is geen sprake geweest van afromen. Bij de voorjaarsbegroting moesten keuzes worden gemaakt. Daarbij is ervoor gekozen om 1,8 miljard van de vijf gepauzeerde wegenprojecten te herprioriteren om projecten die wel maakbaar en uitvoerbaar zijn doorgang te kunnen laten vinden. Circa 700 miljoen daarvan was afkomstig vanuit het WoMo-programma voor netwerkversterkingen. Daarvan was 358 miljoen euro nodig voor de dekkingsopgave op het Mobiliteitsfonds, zoals het tekort op de A27 Houten-Hooipolder en de ViA15 Nijmegen-Arnhem. Dat zijn projecten waarbij de verschillende regio's aandringen op realisatie ervan, omdat ze nodig zijn voor de algehele bereikbaarheid van al die woningbouw. Bij het verdelen van de middelen in 2022 ging men ervan uit dat deze netwerkversterkingen gerealiseerd zouden worden. De rest van het budget blijft binnen het programma Woningbouw en Mobiliteit ten behoeve van bijvoorbeeld de ondersteuning van de projecten Groningen, Dordrecht en Haarlem alsmede het opvangen van de SPUK-korting voor de gemeenten in het gehele land. We zetten het budget dus in om dit alsnog voor elkaar te krijgen. De heer Van Asten vroeg: wat zijn de gevolgen van het pauzeren van de netwerkinvesteringen voor de woningbouw en de bereikbaarheid? Ik zal het even heel kort neerzetten: dit heeft een negatief effect op de bereikbaarheid. Het moeten pauzeren van de projecten heeft een breed effect. De netwerkinvesteringen zijn niet met specifieke afspraken gebonden aan woningbouwprojecten, maar dragen wel bij aan de bereikbaarheid van wonen, werken en vrienden in de verschillende regio's. Ik kan u vertellen dat IenW in het kader van het MIRT continu in gesprek is en blijft met deze regio's over de gevolgen van het pauzeren. Helaas had ik geen andere mogelijkheid. De heer Van Asten vroeg ook: welke middelen blijven beschikbaar voor deze gepauzeerde wegprojecten? Het budget van vijf gepauzeerde wegprojecten is geherprioriteerd binnen het MIRT en het WoMo. Voor een van deze projecten, de A6 tussen Almere Oostvaarders en Lelystad, is het projectbudget van 153 miljoen euro behouden voor de toekomstige herstart van het project, mede met het oog op de ontwikkeling van de woningbouw die we in Lelystad voorzien. Voor de A7/A8 tussen Amsterdam en Hoorn is nog eens 20 miljoen euro gereserveerd voor het hiermee samenhangende project van de Guisweg. Voor de A4 Burgerveen-N14 is circa 3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de fietsverbinding tussen Leidschendam-Voorburg en Leiden. Voor de twee overige projecten, de A50 en de A16, is vooralsnog, zeg ik daarbij, geen budget meer beschikbaar. De heer Van Asten vroeg: hoe stelt de minister vast of de maatregelen volgens de planning worden uitgevoerd en goed aansluiten op de woningbouw zelf? We hebben een jaarlijkse monitoring. De realisatie van de afgesproken mobiliteitsmaatregelen en de woningbouwaantallen wordt jaarlijks gemonitord. Gemeenten die de rijksbijdrage hebben ontvangen via de SPUK zijn verplicht een jaarlijkse "single information, single audit"-verantwoording — excuus voor de Engelse terminologie — aan te leveren. Hierin wordt zowel de realisatiestand van de woningbouw als de voortgang van de mobiliteitsmiddelen opgenomen. Aanvullend worden jaarlijks voortgangsgesprekken gevoerd met de gemeenten die een rijksbijdrage hebben mogen ontvangen. De voortgangsinformatie over netwerkinvesteringen en schaalsprongen wordt jaarlijks geactualiseerd in het MIRT-overzicht. Uiteraard heb ik ook nog bestuurlijke overleggen. We hebben net een hele ronde gehad, die ik zeer nuttig vond. Die gesprekken gaan over details, maar van alle regio's heb ik goede feedback gekregen. Regulier voeren we gesprekken met de waterschappen, wethouders en gedeputeerden. Daarbij wordt goed geagendeerd en genotuleerd. De heer Van Asten vroeg: worden de bestuurlijke overleggen in het najaar hiervoor benut? Het korte antwoord is ja. Ik had dat net al even aangegeven. Daarbij horen ook de bestuurlijke overleggen van het MIRT en de actualisering van het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit. De heer Van Asten vroeg: wat is de reden dat de oplevering van maatregelen van de WoKT achterloopt ten opzichte van de planning? Het klopt dat vier van de elf in 2024 geplande inframaatregelen zijn gerealiseerd. De overige zeven zijn nog in realisatie. De redenen die gemeenten vaak geven voor de vertraging zijn prijsstijgingen, bezwaren en beroep — daar hebben we het vorige week ook heel even over gehad — krappe capaciteit bij de gemeente en in de markt, en het veranderende politiek-bestuurlijke draagvlak. Gemeenten kunnen op verzoek de kennis van het Expertteam Woningbouw inzetten ter ondersteuning bij het omgaan met deze risico's, zoals bijvoorbeeld bepaalde bouwteams in Noord-Holland die vanuit de provincie opereren. Wij zien het als een rijkstaak om gemeenten daarbij te helpen. Bij het uitblijven van voortgang van een project kan terugvordering van de subsidie uiteindelijk een uitkomst zijn; dat doen we niet graag, maar we hebben immers ook nog andere projecten op de plank liggen. Is de vertraging inmiddels ingelopen nu we een jaar verder zijn, of is deze juist gegroeid? Vanaf juli dit jaar krijgen we van de gemeenten een nieuwe voortgangsinformatierapportage over het voorgaande jaar. Op dit moment kan ik dus nog niet zeggen of de vertraging is ingelopen of groter is geworden. Ik zal de Kamer hierover informeren met de voortgangsrapportage van 2025, die met de MIRT-brief van dit najaar naar de Kamer gestuurd zal worden. "Kan de minister de Kamer in juni ook informeren over de actuele ontwikkelingen binnen het programma, of de voortgangsrapportage over het voorgaande jaar meesturen?" Ik kan de Kamer met de MIRT-brief in juni informeren over de actuele ontwikkelingen en de trends op het gebied van WoMo, voor zover ik die signalen ontvang. Het lukt mij niet om de voortgangsrapportage over 2025 toe te sturen. Om de administratieve lasten voor gemeenten te beperken, is ervoor gekozen aan te sluiten bij het reguliere aanlevermoment van de jaarverantwoording. Dit was ook conform het verzoek van uw Kamer. Om die reden lukt het mij niet om in juni de voortgangsrapportage over 2025 toe te sturen. Het vaker uitvragen van informatie wijkt af van de eerder gemaakte bestuurlijke afspraken en zou een aanzienlijke verzwaring van de administratieve lasten voor gemeenten betekenen. Daarvoor zou ook een additionele impuls vanuit IenW nodig zijn; dat vraagt echt extra inzet. Op dit moment is het, zoals u weet, alle hens aan dek. De heer Van Asten vroeg naar de bewaking van de regiefunctie vanuit IenW voor de samenhang tussen woningbouw en de bereikbaarheidsmaatregelen. Bij het toekennen van de middelen zijn de voorstellen getoetst op de samenhang tussen woningbouw en bereikbaarheidsmaatregelen. In de voortgangsrapportage monitoren we jaarlijks de voortgang van zowel de bereikbaarheidsmaatregelen als de woningbouw, alsmede de belangrijke samenhang daartussen. Gezamenlijk met het ministerie van VRO voeren we jaarlijks voortgangsgesprekken met de gemeenten. In de voortgangsrapportage wordt op het niveau van de individuele locaties gerapporteerd over de samenhang. In de volgende voortgangsrapportage wil ik proberen inzicht te bieden in de samenhang tussen de voortgang in de woningbouw en de MIRT-projecten, maar ik wil niet zo ver gaan om programmabreed over de individuele projecten te rapporteren. Ook hierbij gaat dat in tegen de afspraken met gemeenten over het delen van gevoelige marktinformatie van deze projecten over de bouw. We werken aan het samenbrengen van de bij VRO en IenW beschikbare informatie over de voortgang van de woningbouw in de grootschalige woningbouwgebieden, zodat er meer inzicht ontstaat in de voortgang. De heer Van Asten vraagt of de risico's concreter kunnen worden uitgewerkt naar kans van optreden, impact op de planning en kosten, en de maatregelen om deze risico's zo goed mogelijk te beheersen. De risico's in de voortgangsrapportage worden op geaggregeerd niveau gerapporteerd. Het delen van risico's per gemeente kan gevoelig liggen, omdat gemeenten vertrouwelijke voortgangsinformatie bij ons aanleveren, onder de toezegging dat deze alleen op geaggregeerd niveau zal worden gedeeld. Omdat het risicoprofiel per gemeente verschilt, zou concreter rapporteren ook echt maatwerk vereisen. We hebben het dan over meer dan 200 individuele projecten. Dat vraagt op dit moment heel veel capaciteit, terwijl wij de meerwaarde voor die enorme opgave op dit moment als beperkt inschatten. Misschien moeten we nog een keer de discussie voeren over wat dan wél acceptabel is, maar op dit moment is het een enorme inspanning om dat te doen. De heer Van Asten vraagt of in het hoofdstuk Financieel weer kan worden gerapporteerd over alle onderdelen van het programma en niet alleen over de subsidieregelingen. In het hoofdstuk Financieel van de voortgangsrapportage wordt gerapporteerd over de uitgaven voortkomend uit de specifieke uitkeringen WoMo. De nieuwe specifieke uitkeringen uit de 2,5 miljard zullen bij de volgende voortgangsrapportage aan deze tabel worden toegevoegd. Netwerkinvesteringen, alsmede schaalsprongen, zijn niet in dit overzicht opgenomen, omdat de voortgang van dit type investeringen per project wordt bijgehouden in het MIRT-overzicht en in het hoofdstuk Mobiliteitsfonds van de Rijksbegroting 2026. De heer De Hoop vraagt wat de gevolgen zijn voor de woningbouw nu de vier grootschalige woningbouwlocaties, die ik net heb genoemd, net als de heer De Hoop, niet zijn gehonoreerd. Gemeenten geven aan dat de realisatie van de totale woningbouwaantallen vertraging oploopt als er geen financiering wordt gevonden voor de noodzakelijke inframaatregelen. De ministeries van VRO en IenW blijven, zoals net ook is aangegeven, op hoog ambtelijk niveau in overleg met de vier nieuwe grootschalige woningbouwgebieden over de exacte gevolgen van het besluit om — onderstreept — in deze fase geen inframaatregelen toe te kennen. Daarbij wordt ook gekeken naar wat wél kan, bijvoorbeeld met het toegekende gebiedsbudget, om vertraging zo veel mogelijk te voorkomen. Dit gesprek — we zijn daarmee bezig — kan input leveren voor de besluitvorming van een nieuw kabinet. Ik heb net aangegeven dat dit goede projecten zijn. Ze zijn echt top of mind. Ze worden zelfs nog beter, maar dat geldt ook voor de projecten vanuit de kleinere gemeenten, die niet grootschalig zijn en die kwalitatief ook erg goed waren. De heer De Hoop vraagt in hoeverre en waarom de voorstellen voor de noordelijke provincies en Zeeland nu minder scoren voor deze WoKT-middelen. Weet dat de staatssecretaris en ik echt Elke regio telt! hebben willen onderstrepen ten aanzien van de eerder gemaakte afspraken over die toekenningscriteria. Het viel ons dus ook op. We hebben daarin een aanpassing gedaan, maar nog steeds zie je een verschil. De voorstellen zijn deels afgewezen op indieningsvereisten, zoals de maximumbijdrage per woning — daar was het echt om te doen: de biggest bang for your buck voor de woningbouw op korte termijn — het bestedingsdoel of de afweegcriteria, bijvoorbeeld de noodzaak van de voorgestelde infra voor de woningbouw en de realisatietermijn. Bij prioritering op rendement werd er ten opzichte van de andere provincies relatief slecht gescoord. Waarom dit het geval is, wordt op korte termijn nader onderzocht met de betreffende regio's. Misschien willen we dat nog wat breder gaan doen, maar we doen in ieder geval de uitvraag hetzelfde. We trekken daar gewoon gezamenlijk in op. We gaan dat verder onderzoeken met de provincies. Daarna komen we weer bij elkaar en hebben we daar ook met uw Kamer een afdronk over. De geprioriteerde voorstellen op rendement leveren per euro rijksbijdrage minder woningen op dan een ander goed beoordeeld voorstel. De heer De Hoop vroeg: wat zijn de mogelijkheden voor deze provincies om hun woningbouwlocaties goed te ontsluiten? Het aantal in deze fase afgevallen voorstellen in deze provincies laat zien dat in deze provincies de behoefte blijft staan aan middelen voor de ontsluiting van woningbouwlocaties en dat op basis van de gestelde criteria inhoudelijk goede plannen klaarliggen. De 2,5 miljard aan woningbouw- en mobiliteitsmiddelen is volledig verdeeld. Het is dan ook aan een nieuw kabinet om verdere keuzes te maken ten aanzien van een toekomstig potje. Ik heb daar veel vertrouwen in, want we hebben zo veel woningen met elkaar te bouwen. Veertien voorstellen uit deze provincies zijn afgevallen. Acht voldeden niet aan de gestelde criteria. Zes voldeden wel aan de criteria, maar zijn afgevallen op het prioriteringsrendement. Bij het BO MIRT Noord en het BO MIRT Zuidwest hebben we dan ook aangegeven dat we die rendementscriteria nog eens goed tegen het licht gaan houden. De heer De Hoop vroeg: wat zijn de gevolgen van het inhouden van de prijsbijstellingen voor het programma Woningbouw en Mobiliteit? Dat vind ik een pijnlijk puntje. Conform de vastgelegde afspraken keert IenW de verkregen prijsbijstellingen uit. Voor 2025 gaat het om 1,65%. Bij sommige projecten vergt het wellicht een extra inspanning om met de beschikbare budgetten uit te komen, maar weet dat deze prijsbijstelling echt nog onderdeel is van verdere discussie in het kabinet en met uw Kamer. Ten aanzien van effectuering et cetera kijk ik ook echt naar de Voorjaarsnota. Ik geef u hier het antwoord op de vraag wat de impact is. In hoeverre krijgen decentrale overheden last van deze kortingen op de prijsbijstelling? Omdat een deel van de projectbudgetten al voor 2025 naar de gemeenten is overgeboekt, raakt de korting uit 2025 maar een deel van de budgetten. Dit neemt niet weg dat het voor decentrale overheden wellicht uitdagender wordt om binnen het budget te blijven. De heer De Hoop vroeg: kan de minister aangeven hoe hij de samenwerking met de decentrale overheden in de komende jaren voor zich ziet, ook kijkende naar de budgettaire uitdagingen van het kabinet? Ik zou bijna willen zeggen: wellicht worden we op vrijdag in een andere realiteit wakker ten aanzien van wat daarin gaat staan of niet. Dat geef ik even aan de voorkant mee. Ik heb nog wel te maken met de wereld van hier en nu. Het Rijk en de regio zien de woningbouw en bereikbaarheid als een gezamenlijke opgave. Meneer De Hoop, de verdeling van die 1,5 miljard euro was echt een schoolvoorbeeld van hoe wij interdepartementaal — dat is ook zo'n woord — met VRO, maar ook met de lokale regionale overheden een enorm goede samenwerking hebben gecreëerd. Dit zou je eigenlijk op andere gebieden ook eens een keertje moeten gaan bekijken. Denk aan de NAS, de klimaatstrategie, waarmee we in 2026 naar uw Kamer komen. Alle overheden, iedereen is betrokken. De terugkoppeling die ik heb gekregen, is dat die samenwerking echt waardevol is. We laten elkaar in mijn optiek niet los, ook al is er misschien geen 2,5 miljard meer. We informeren elkaar namelijk heel erg goed. Samenwerken vanuit eenieders eigen rol en verantwoordelijkheid om de gemaakte afspraken na te komen; dit samenspel is zeer waardevol. De heer De Hoop vroeg naar de flexibiliteit waarmee het WoMo kan omgaan met financiële tegenvallers en dreigende vertragingen. In hoeverre worden deze risico's gedeeld door het Rijk? In het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit, dat onlangs is geactualiseerd en tegelijk met de MIRT-brief met u is gedeeld, kunt u de mate van flexibiliteit van het programma teruglezen. Flexibiliteit is op verschillende niveaus ingebouwd. Het totale budget — 7,5 miljard vanuit het kabinet-Rutte en 2,5 miljard vanuit het kabinet-Schoof — uit het Mobiliteitsfonds ten behoeve van investeringen in bereikbare woningbouw is taakstellend. Indien er sprake is van een wijziging als gevolg van financiële tegenvallers of vertraging, wordt er eerst gekeken of dat opgelost kan worden binnen het huidige pakket van maatregelen. Hierbij kan er ondersteuning geboden worden vanuit het Expertteam Woningbouw, waar ik het net al over had, om te adviseren over optimalisaties of over eventuele versoberingsopties. Als er sprake is van een wijzigingsvoorstel buiten de gestelde kaders, zullen de bewindspersonen moeten instemmen met de wijziging. De aangepaste afspraken worden dan ook vastgelegd in de diverse bestuurlijke overleggen die we met elkaar hebben. Mij werd ook gevraagd welke mogelijkheden er zijn om bij tegenvallers te herprioriteren, om budget toe te voegen of te versoberen. Hiervoor zijn duidelijke afspraken opgenomen in het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit. De rijksbijdragen aan gemeenten en projecten uit de middelen voor Woningbouw en Mobiliteit zijn, zoals ik net al aangaf, taakstellend en daarna ook onderdeel van een bestuurlijk overleg. Tot zover, voorzitter. Dank u wel.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: De staatssecretaris zal even ingaan op uw vraag, meneer De Hoop, althans op een klein gedeelte daarvan. Voor uw informatie: ik gaf net ook al aan dat in elke regio een aantal zaken telt. Anders had dat project van Zeeland er niet eens op gestaan. Dat viel mij in ieder geval op. Dan kom ik bij de heer Van Asten. Ik zie ons echt als een partner. We hebben echt goede overleggen, maar we moeten het wel binnen het budget doen met elkaar. Ik heb nog geen project terug hoeven trekken en het geld opnieuw hoeven herbestemmen. Laat dat ook helder zijn. Wanneer het zich echter zou voordoen, is dat wel echt de stok achter de deur die we hebben wanneer een ander project in de wacht staat. Dat kunnen we dan wel vlottrekken. Maar dat heb ik nog niet meegemaakt. Het is wel echt een mogelijkheid om dat te kunnen terugvorderen. Ik heb het nog niet gedaan en ik zie ons echt als een partner mét de overheden voor wanneer het moeilijk wordt. Dan kunnen we ook nog eens met elkaar naar maatwerk kijken, alvorens we tot zo'n middel komen. Wat betreft de timingsissue: projecten duren erg lang. Ik ga nog eens goed kijken wat we kunnen doen zonder die administratieve lasten te verhogen, hoe die timing goed synchroniseert met elkaar en of we daar alle slimmigheden al op tafel hebben gelegd. Het moet namelijk niet zo zijn dat we dan een sturingsmiddel overschieten omdat het net een maand te laat is aangeleverd. Hebben we daar nu echt de scherpte met elkaar gezocht of niet? Maar projecten duren inderdaad wel erg lang. Tijdens zo'n bestuurlijk overleg ga ik met de regio in overleg om met elkaar de diepte in te gaan over de timing. Dan koppel ik terug aan u of we daar nog slagen in zouden kunnen maken. Tot zover, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Dank u wel, voorzitter. Geachte commissieleden, fijn dat we, zo snel na de begrotingsbehandeling van vorige week, weer met uw Kamer het debat kunnen voeren over het MIRT. Tijdens de BO's MIRT van 5 januari tot en met 8 januari hebben we gesproken over de voortgang van de MIRT-projecten en de programma's door het hele land. Hierover is uw Kamer geïnformeerd middels de MIRT-brief. We hebben het zojuist gehad over de verdeling van de woningbouwmiddelen. Het is goed dat we deze stappen hebben kunnen zetten met de grote woningbouwopgave die voor ons ligt. De situatie ziet er daarnaast echter niet rooskleurig uit. Dat hebben we tijdens de begrotingsbehandeling ook al met elkaar kunnen vaststellen. Er zijn grote aanlegprojecten nodig om Nederland op termijn bereikbaar te houden, maar dat lukt niet vanwege de beperkte financiële middelen, het gebrek aan stikstofruimte en krapte op de arbeidsmarkt. Ook de noodzakelijke onderhoudsprojecten lopen hiertegenaan. We willen gezamenlijk inzetten op wat echt moet en daarna op het afmaken van wat we nu in de portefeuille hebben door gepauzeerde projecten zo snel mogelijk weer op te starten. Dat betekent dat onze prioriteit daar ligt. Dat betekent dus ook dat zo lang deze situatie voortduurt, er een stop op nieuwe projecten is. Er is helaas alleen ruimte voor iets nieuws als daarvoor andere projecten worden geschrapt en er tegelijkertijd voldoende zicht is op stikstofruimte en capaciteit. Dan ga ik nu over tot de beantwoording van de vragen. Dat doe ik middels mapjes. Ik begin met het mapje algemeen. Daarna zal de staatssecretaris het mapje algemeen pakken. Daarna ga ik in op de regio's Oost, Noordwest, Zuidwest, Noord en Zuid. Ik rouleer met de staatssecretaris.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Ik begin meteen met het informatieverzoek dat de heer De Hoop aan de voorkant had neergelegd. "Er is onvoldoende budget beschikbaar voor Amelisweerd. Waarom is dat wel met de Raad van State gedeeld en nog niet met de Kamer? Kan dat alsnog?" In opdracht van de Raad van State is voor het tracébesluit A27/A12 een nadere onderbouwing gegeven op het gebied van stikstof. Dit had geen betrekking op financiën. In het geactualiseerde overzicht van financiële opgaven met betrekking tot het Mobiliteitsfonds is de A27/A12 genoemd. Daar kunt u uit opmaken dat het tekort groter wordt ingeschat dan 500 miljoen euro. Aan de Kamer is toegezegd dat nadat het herroepelijk wordt, u geïnformeerd wordt over de termijn en dan wordt er ook een nieuwe raming opgesteld. Ik ben dus nog op zoek naar 29 mol, meneer Jansen, zeg ik over uw stikstofvraag. Met 1 mol ga ik niet … O, sorry! Dat betreft Hoevelaken. Ik haal ze even door elkaar. Er zijn nogal wat zaken die niet met 1 mol zijn opgelost.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Mevrouw Van der Plas vroeg: hoe borgt de minister binnen het MIRT dat de grensregio's niet structureel achterblijven bij investeringen in bereikbaarheid, terwijl zij juist extra afhankelijk zijn van een goed functionerend netwerk? Goed functionerende netwerken zijn van groot belang; we hebben Elke regio telt! niet voor niets. Omdat de bereikbaarheidsopgave in iedere regio anders is, is in de Bestuurlijke Overleggen MIRT van begin januari met de regio de afspraak gemaakt om regionale bereikbaarheidsanalyses te maken. Hierin wordt expliciet een uitsnede gemaakt voor de grensregio's. Voor het vervolg wordt gezamenlijk een voorstel uitgewerkt, om de analyses te vertalen naar handelingsperspectief. Dat kan binnen het MIRT-instrumentarium, en dat is het pad dat we nu leggen. De heer De Hoop vroeg naar de onuitvoerbare projecten: "Wat is realiseerbaar als alternatief? Is het mogelijk een goed onderbouwde lijst voor de komende zomer te ontvangen? Wat is de waarde van de onuitvoerbare projecten?" Het nut en de noodzaak van de gepauzeerde projecten staan overeind. Voor een groot deel van de gepauzeerde projecten zijn, in afstemming met de regiovertegenwoordigers, al alternatieve maatregelen vastgesteld of afgewogen. Hierover zijn afspraken gemaakt in het BO MIRT van het najaar van 2024. De uitvoering van deze alternatieve maatregelen door de regio loopt nu. Er is geen budget beschikbaar voor aanvullende maatregelen. We zetten nu in op projecten, de nadere realisatie en de instandhouding. Ook zetten we in op de planfase van kleine, kansrijke projecten. Ik kan u een update geven van deze lijst met kansrijke projecten. Ik kan deze delen in de komende MIRT-brief van juni dit jaar. Een besluit over de aanvullende middelen is aan een volgend kabinet. De heer De Hoop zei: omrijbordjes en -routes zetten de veiligheid onder druk; waarom zetten IenW en Rijkswaterstaat niet in op meer pontjes voor dergelijke situaties? Het gebruik van pontjes en vervoer over water kan natuurlijk, zou je zeggen, maar het is niet altijd een alternatief. We hebben ook te maken met de nautische veiligheid, dus het kan waar het mogelijk is, maar hierbij geldt ook: zijn er pontjes beschikbaar, zet het zoden aan de dijk qua omrijtijden en gaan mensen dan wachten op zo'n pontje, want dat heeft ook tijd nodig om naar de overkant te gaan? Het is natuurlijk een heel knuffelbaar onderwerp. Als dit een oplossing is en er pontjes beschikbaar zijn, dan is dat ook logisch, want die route ligt er al als vaarweg. Maar nautische veiligheid op vaarwegen is een belangrijk aandachtspunt. Rijkswaterstaat is daarom enigszins terughoudend met tijdelijke veerverbindingen voor de drukke vaarroutes. Voor de situatie bij de Gerrit Krolbrug wordt onderzocht wat er wel mogelijk is op dat gebied; dat heb ik vorige week ook aangegeven. Als een pontje mogelijk is met misschien een snelheidsbeperking vanwege dat nautische aspect, kijken we daar zeker serieus naar. De heer De Hoop vroeg of er gekeken kan worden naar rijbaanscheidingen op de N-wegen in Drenthe en Overijssel. Het aanbrengen van fysieke rijbaanscheidingen is geen kleinschalige of eenvoudige maatregel. Onze N-wegen kenmerken zich door een smal rijprofiel, waardoor rijbaanscheiding in de praktijk vaak niet makkelijk inpasbaar is. Dat vraagt om een grotere reconstructie en wegverbreding, wat vaak vraagt om een forse financiële inzet. Helaas is er voor meer rijbaanscheiding dan nu geen geld beschikbaar. We komen zo meteen nog te spreken over een aankondiging van mevrouw Van der Plas over de N50, maar het is aan een nieuw kabinet om met aanvullende beschikbare middelen te komen voor de fysieke rijbaanscheiding voor N-rijkswegen. IenW werkt aan de ontwikkeling van een strategische agenda voor de verkeersveiligheid van rijkswegen. Het veiligheidsaspect hebben we dus verder onderstreept. De heer Stoffer zei dat we honderden miljoenen euro's kunnen besparen — nou, dat hoor ik graag — door risicogericht te werken met behulp van sensoren en data. Hij vroeg of we daarop inzetten. Rijkswaterstaat maar ook ProRail hechten veel waarde aan innovatie en zetten daar, in het kader van de instandhouding, stevig op in. Rijkswaterstaat werkt met kennis en een innovatieprogramma, waarbij het onderhoud met behulp van digitalisering, AI en zelfs robotisering kan worden geoptimaliseerd en de productie nog verder kan worden vergroot en versneld. Ter ondersteuning heeft Rijkswaterstaat een innovatieagenda en een innovatieloket. ProRail heeft een digitaliseringsvisie opgesteld waarin datagedreven werken een centrale plaats inneemt, onder andere bij de uitvoering van onderhoud. In dat kader is bij BKN spoor een langjarig onderzoek afgesproken om te kijken welke mogelijkheden er zijn voor verdere besparing op dat gebied. Een ander voorbeeld, voor Rijkswaterstaat, is het datagedreven assetmanagement, het toepassen van digital twins en het programma Doelgericht Digitaliseren. De heer Stoffer: de indexering van de rijksbijdrage aan projecten aan de hand van de generieke index bruto overheidsinvesteringen. In 2024 is invulling gegeven aan de motie van het lid Grinwis om de prijsbijstellingssystematiek voor de fondsen te evalueren. Uit die evaluatie blijkt dat vooral vanaf 2020 de prijsstijgingen in de grond-, weg- en waterbouwsector, de GWW-sector, en de IBOI extreem uit elkaar liepen door de coronacrisis en Oekraïnecrisis. De huidige indexering en de bouwkostenontwikkeling lopen vanaf 2023 weer parallel aan elkaar. Het is niet uit te sluiten dat het in de toekomst weer naar elkaar toe beweegt, zoals in het verleden ook het geval is geweest. Het kabinet heeft daarom eind 2024 geconcludeerd dat er op dit moment geen wijziging nodig is in de huidige prijsbijstellingssystematiek. Mevrouw Boelsma-Hoekstra: waarom lukt het maar niet met die maatschappelijke effecten? Nou, die geef ik zo meteen door aan de staatssecretaris ten aanzien van de Sustainable Development Goals, waar we het al eerder over hadden, en andere zaken op het gebied van brede welvaart. De heer Jansen: Defensie heeft een vast percentage; waarom wordt er niet ingezet op een vast percentage van de begroting voor infra? We zien dat de uitgave aan infrastructuur als percentage van het bbp de afgelopen decennia steeds verder is afgenomen. Ik gaf daar vorige week ook voorbeelden van. In plaats van 2% bbp zien we nu 1,2%. Dat is een aanzienlijke wijziging. Weet wel, in de jaren zestig is er sprake geweest van een impuls. De keuze om budget te koppelen aan het bbp is aan een volgend kabinet. De staatssecretaris en ik hebben wel heel veel ruimte aan de organisatie gegeven en ook de formatietafel geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van infrastructuur. Ik denk dat dit in zo'n beetje iedere krant heeft gestaan. Daar circuleren ook de percentages. Ik kijk ook reikhalzend uit naar wat dat teweeg heeft gebracht. Maar ik ben het eens met uw zienswijze op dat onderwerp. De heer Jansen over het verhogen van de KDW, de kritische depositiewaarde: waarom wordt die stap niet ingezet door het kabinet? Ik neem aan dat hij doelt op de rekenkundige ondergrens, in plaats van de KDW. De minister van LVVN heeft uw Kamer in december geïnformeerd over de stappen die nodig zijn voor een zorgvuldige invoering. We zijn nog op zoek naar een juridische casus, onder andere. Die inzet is gericht op besluitvorming over invoering in het eerste kwartaal van dit jaar, maar ook hier weer de kanttekening dat ik met 1 mol ook maar zover kom. Bij de projecten die gepauzeerd zijn praten we echt over significant meer. Mevrouw Boelsma-Hoekstra over de reservelijst: kan ik een prioritering geven in de reservelijst en daarover communiceren? Er is voor gekozen om de volledige 2,2 miljard euro toe te delen aan voorstellen van gemeenten om de woningbouw te ondersteunen. Het optreden van risico's tijdens de uitvoering is niet ondenkbeeldig. Op de uitvoering van projecten is het plan van aanpak programmabeheersing van toepassing. De staatssecretaris zal zo meteen ook nog het een en ander hierover gaan zeggen, maar er zal eerst worden gekeken naar de lopende projecten. Als het aan ons ligt, houden we de lijst actueel, zodat we een goede start hebben voor wanneer er, op korte termijn, nieuwe middelen worden toegekend. Dan kunnen we met een mogelijk nieuwe wegingsfactor, die we aan het onderzoeken zijn, deze zaken ook weer naar voren brengen. Er waren immers ook projecten bij uit regio's waaraan al veel geld was toebedeeld. Daar zou je het "Elke regio telt!"-aspect nader kunnen onderbouwen.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Gelet op de weerbaarheidsdiscussie die wij in Nederland hebben, zeg ik daarop volmondig ja. De heer Jansen: als de bewindspersonen kijken naar de kaart van Nederland, welke regio's zijn er dan echt tekortgedaan? Ik heb u naar aanleiding van vragen vanuit de Kamer — de heer Pierik — twee overzichten gestuurd: eerst op 20 maart vorig jaar een over de verhouding tussen Randstad en regio bij de MIRT-investeringen van de afgelopen vijf jaar tot heden, en op 13 juni 2025 nog een verdieping met de daadwerkelijk geïnvesteerde bedragen per provincie. Daaruit blijkt een redelijk evenwichtige spreiding tussen Randstad en regio. Dit weerspiegelt de aandacht van IenW voor de verschillende delen van het land niet, omdat het exclusief instandhouding is, projecten vaak in verschillende provincies liggen en er niet gecorrigeerd is voor het prijspeil.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Dan moet ik de rapporten van vorig jaar … Ik heb die rapporten niet helemaal scherp op mijn netvlies, gelet op de data. Dan moet ik daarin nog eens even goed bestuderen wat dan redelijk is, kijkende naar Elke regio telt!, maar ook kijkende naar de WoMo-discussie, waar de staatssecretaris zo meteen nog wat over gaat vertellen. We zouden dus nog een keer even een deep dive in die rapporten moeten doen, of een afdronk daarvan, om te weten wat daar dan de uitkomsten van zijn. Die heb ik even niet zo paraat, maar anders kom ik daar nog op terug in de tweede termijn. Voorzitter. De heer Jansen vroeg: waarom wordt er beknibbeld op verkeersveiligheid? Er zijn scherpe keuzes nodig, zoals u weet, maar verkeersveiligheid is echt een prioriteit van IenW. Tegelijkertijd staat het Mobiliteitsfonds zwaar onder druk, waardoor scherpe keuzes ook nodig zijn. We verbeteren de verkeersveiligheid met de huidige middelen die hiervoor beschikbaar zijn, bijvoorbeeld via de diverse MIRT-projecten. Daarnaast wordt onder andere ingezet op het verbeteren van verkeersveiligheid via de Investeringsimpuls Verkeersveiligheid. Dat was een bedrag van 500 miljoen euro. Daarvan gaan we nu wel het laatste jaar in. We doen nu gewoon een bezemronde, als ik het zo mag noemen, met een cofinancieringsinstrumentarium. Dat is zeer succesvol. Hierbij is er ook echt een geografische afspiegeling, omdat de gemeenten de weg naar dit geld ook weten te vinden. Maar denk ook aan de aanpak rijks-N-wegen en bijvoorbeeld aan het programma Meer Veilig. Het is aan een nieuw kabinet om nieuwe middelen voor na dat jaar, bijvoorbeeld voor de impuls, veilig te stellen en te borgen. De heer Van Asten vroeg: welke eisen stelt het ministerie aan het beperken van privéautogebruik in een bepaald gebied, door te sturen op een lage parkeernorm? Het ministerie stelt geen eisen aan het privéautobezit in nieuwe woonwijken. Gemeenten bepalen zelf hun eigen parkeerbeleid. Ik kan me nog een project herinneren, Amsterdam Bay Area, waarover een discussie was; dat is in de buurt van Almere en Amsterdam. Dat moet dan passen bij de lokale context, want ja, de Randstad is zeker geen Twente; dat moet je iedere keer goed in ogenschouw nemen. De heer De Hoop zei: multimodaliteit staat onder druk. Dat klopt, meneer De Hoop: binnenvaart min 10%, spoor plus 0,2% en wegtransport plus 10%, wanneer we het vergelijken met 2014. Ik ga dus helemaal mee met uw betoog. Maar we hebben dan ook echt 9 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de multimodaliteit, juist om te kijken of wij het spoor en de binnenvaart echt nog verder kunnen ondersteunen. "Modal optimum" is misschien het betere woord in relatie tot een modal shift. Als u het echter heeft over andere multimodaliteit, denk dan bijvoorbeeld aan het meenemen van de fiets; daarvoor hebben we allerlei soorten projecten die dan ook de weg weten te vinden naar de verschillende modaliteiten.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: De milieueffectrapportage, althans de commissie daarvan, toetst daar wel op. Dat gaat dan wel terug naar de gemeente, dus als Rijk hebben we dan geen rol. Dat is een vraag die u hier stelt. Op dit moment heb ik even geen voorbeelden paraat van schrijnende gevallen, waarbij een gemeenteraad echt een hele andere kant op gaat, ook kijkend naar de adviezen die een gemeente zelf inwint. Maar we zouden hierin nog een keer de diepte kunnen opzoeken met elkaar als het Rijk hierin een grotere rol zou moeten hebben of als er schrijnende gevallen zijn, waarin een gemeenteraad bijvoorbeeld een advies van een MER naast zich neerlegt. De staatssecretaris zal hier zo meteen ook nog wat over zeggen, ook kijkende naar het ov-aspect. De heer De Hoop vroeg: kan de minister nadrukkelijk kijken naar alternatieven zoals andere vormen van modaliteiten, verkeersspreiding en het dichter bij elkaar brengen van wonen en werken? Ik kom zo meteen nog op de Papendrechtse Brug en op het project dat we via de verkeersonderneming hebben in de MRDH, maar aanvullend op mijn vorige antwoord geef ik mee dat het kabinet op lange termijn inzet op het organiseren van nabijheid. Dat is bijvoorbeeld een belangrijk uitgangspunt van de ontwerp-Nota Ruimte. Dan de heer Jansen. De ambitie is om elk jaar een gepauzeerd project op te starten. Hij heeft daar ook een tijdsduur aan gekoppeld. De ambitie is inderdaad nog steeds één jaar. Ook wordt gekeken of projecten geknipt kunnen worden uitgevoerd. U heeft in juni van het afgelopen jaar een aanpak ontvangen voor de herstart van dit soort gepauzeerde projecten. Voor de herstart moet wel budget, uitvoeringscapaciteit en stikstofruimte beschikbaar zijn. Dan ga ik toch even terug naar Hoevelaken. Daar ging het om 1,6 miljard, 6 jaar en 29 mol. Dat is in een notendop de reden waarom ik wel stappen wil zetten — dat doe ik met de provincie Utrecht; we hebben dat in het BO MIRT ook besproken met elkaar — om te kijken of we aan die 29 mol toch echt wat kunnen doen. Ik heb die afspraak namelijk. Ik heb ook moties van uw Kamer gehoord, alleen kan ik ook niet tot het onmogelijke worden gebracht op het soort getallen als die 29 mol. Daar hoort dus een goede verkenning bij, om te zien wat we daar dan wel kunnen doen. Ik wil zeker niet stil gaan zitten. Ik heb met de heer Van Schie hierover ook de afspraak dat we elkaar, met de kennis binnen het ministerie en binnen de provincie Utrecht, wel vasthouden om stappen te gaan zetten om dit verder onder controle te krijgen of in ieder geval een wenkend perspectief te bieden, zodat ik wél invulling kan geven aan uw moties.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Op de geluidsschermen kom ik zo meteen nog terug, want die vragen zitten in een ander mapje. Ik pakte dat alleen alvast voor een ander onderwerp. En uw andere vraag? O ja, de 1 mol. Ik kom in tweede termijn terug op de vraag over de gepauzeerde projecten, maar ik antwoord daarop nu alvast even informeel: geen enkel project. Maar dat moet ik dus nog even bevestigd zien. We praten echt over gepauzeerde projecten die niet op 1 mol zijn gepauzeerd, maar dat ga ik zo meteen nog even voor u bevestigen, meneer Grinwis. Dan de heer De Groot. Welke projecten beschouwt het kabinet als cruciaal voor de nationale weerbaarheid en de militaire inzet, en hoe krijgen we dat als prioriteit? Er werd mij zonet ook het een en ander meegegeven als reflectie, bijvoorbeeld: u bent toch iemand van buiten. Ik zal niet te ver uitweiden, voorzitter, want ik heb u ook gehoord ten aanzien van de klok, maar toch even. Dit boek is the boulevard of broken promises, om een Engelse term te gebruiken. Dit moet een maakbaarheidsagenda gaan worden. Dit moet een uitvoeringsagenda gaan worden. Dat is niet aan mij, maar aan onze opvolgers. Het is aan onze opvolgers om met Defensie, dat we er graag bij hebben in zo'n MIRT-systematiek — ze ontbreken op dit moment — wel een enorme slag te gaan maken. Maar als ik u net, in dat uurtje, zo beluister, zou dit boek morgen de shredder in kunnen gaan en zouden we binnen drie notaoverleggen weer een dubbeldik boek terug hebben. Ik heb uw bedragen; uw wensenlijst zou ik eigenlijk even moeten kwantificeren in geld. Laten we daar met elkaar ook goed naar kijken. Ik snap dat de gemeenteraadsverkiezingen eraan komen, maar het moet haalbaar zijn, ook financieel. Ik heb hier wel ideeën over. Die ideeën geven wij ook mee. Wij geven mee hoe we die MIRT-systematiek — hier hebben we met de regio ook over gesproken — op een andere manier zouden kunnen toepassen, maar ik wil de mensen die met elkaar aan zo'n boek gewerkt hebben ook niet tekortdoen. De realiteitszin moet daar echt in terugkomen. Projecten moeten over de finishlijn getrokken worden. Tot zover even mijn cri de coeur op dat gebied. De heer De Groot vroeg welke projecten het kabinet als cruciaal beschouwt. Onze hoofdinfrastructuur is cruciaal voor de nationale weerbaarheid en voor het kunnen verlenen van de Host Nation Support. Dat geldt zowel voor onze spoorwegen, de hoofdwegen en de vaarwegen als voor drie militaire corridors: Rotterdam, Vlissingen en de Eemshaven, de TEN-T-corridors. IenW werkt intensief met Defensie samen om in kaart te brengen wat nodig is met het oog op die weerbaarheid en het geschikt maken van de infrastructuur voor grootschalige militaire transporten. We krijgen een steeds scherper beeld van wat we precies op die transportassen nodig hebben op het gebied van het spoor en de wegen; daarbij horen viaducten et cetera. Een met Defensie afgestemde prioriteitenlijst is op dit moment nog niet aanwezig. Weet wel dat wij daar heel hard aan werken. Meer hierover volgt binnenkort. Daarnaast zijn er voor de uitvoering van opgaven op het terrein van weerbaarheid helaas onvoldoende financiële middelen, maar we zijn natuurlijk continu bezig met die koppeling met die 1,5%. De staatssecretaris zal daar zo meteen ook nog wat over vertellen. In het geactualiseerde overzicht met financiële opgaven, dat uw Kamer vrijdag heeft ontvangen, is specifiek het startpakket ten behoeve van de vergroting van militaire mobiliteit en weerbaarheid betreffende het spoor genoemd. Hiervoor is 600 miljoen euro nodig. Op het totale tekort van 34,5 miljard euro voor instandhouding van de netwerken van Rijkswaterstaat is er specifiek een tekort van circa 1 miljard euro bij vernieuwingsprojecten die gelegen zijn op de militaire corridors. Dat geeft ons al een beeld. We zijn die plaat met u steeds scherper aan het maken. Daarbij heeft ook Europa een rol met de middelen die daar aanwezig zijn. De heer Jansen vroeg: "Ik hoor dat de capaciteit niet meer de grootste bottleneck is. Klopt dat en hoe zit het met stikstof?" In de praktijk is de bottleneck een combinatie van stikstofproblematiek, de financiële plaat en de uitvoeringscapaciteit. Nu de aanlegprojecten gepauzeerd zijn, is er capaciteit naar de instandhouding geschoven. In het Meerjarenplan Instandhouding is uiteengezet hoe Rijkswaterstaat de productie van instandhouding verder verhoogt. Die is inmiddels echt op stoom. Denkt u aan de treintjes en allerlei meekoppelingen. Daarmee kan Rijkswaterstaat meer werk uitvoeren voor de instandhouding en is niet meer maakbaarheid, maar het gebrek aan financiële middelen, de eerste beperkende factor. Voor aanleg zullen de stikstofproblematiek, de schaarse financiële middelen en de beperkte maakcapaciteit de komende periode nog wel beperkende factoren blijven. Voorzitter. Ik heb er nog twee voor het blokje algemeen. De heer Stoffer vroeg: hoe kijkt de minister aan tegen het nog een jaar lang niet innen van de boetes? Even kijken, ik had een paar cijfers ten aanzien van de boetes die te maken hebben met de Blankenburgverbinding. Zo meteen kom ik daar nog even op terug, dus die sla ik nog heel eventjes over. Die behandel ik dan bij het mapje Zuidwest. De Blankenburgverbinding bevindt zich in het zuidwesten. De heer Jansen zei: "De benzineprijs gaat door het dak. Dat heeft een effect op de kosten voor automobilisten. Je staat in de file. Hoe ziet de BBB dit voor zich en wat is de reflectie op betalen naar gebruik?" Het kabinet heeft oog voor de brandstofkosten. Ik heb daar vorige week het een en ander over gezegd. Een paar weken voor de begrotingsbehandeling of de behandeling van de Miljoenennota zaten we op die 1,6 miljard; de heer Grinwis heeft daar ook een motie over ingediend. Wij hebben dat vanuit IenW wel verder aanhangig gemaakt bij Financiën; daar is ook op geacteerd. Maar er komen nog een aantal andere zaken. De heer Goudzwaard heeft gevraagd wat het ETS betekent. De tijdelijke accijnskorting is grotendeels teruggetrokken. Daarnaast kijkt het kabinet ook naar de autobelastingen op de langere termijn. In juni jongstleden heeft de staatssecretaris van Financiën de contourenbrief hervorming autobelastingen aan de Tweede Kamer gestuurd. In deze brief schetst het kabinet verschillende opgaven die raken aan de autobelastingen, zoals de bereikbaarheid en de betaalbaarheid van automobiliteit.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Ik heb ook gebruikgemaakt van de oproep van de heer Madlener in het verleden. Hij had geschetst wat dat verschil betekent, en dat wordt mogelijk nog groter. Er moet dus wel het een en ander aangepast worden, zou je zeggen. Wij hebben hier een stap gezet om het verschil kleiner te maken; dat was in ieder geval de stap die gezet is. Als dat verschil in de toekomst groter wordt, krijg je allemaal randverschijnselen erbij, met mensen die vanuit Almere daar gaan inkopen; ik hoor dat dat zelfs vanuit Katwijk aan Zee gebeurt. Daar heb je echt een knop te bedienen. Ik weet niet of daar een Europese oplossing voor in het vooruitzicht ligt, maar ik refereer toch even aan de autobrief en aan de plannen waarover een volgend kabinet wellicht afspraken gaat maken.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Klopt. Dank u wel, voorzitter. De heer Stoffer vroeg hoe de afweging is gemaakt om de N35 en de N50 nu niet op te pakken. Het klopt dat er bij de verkeersveiligheidsmaatregelen van de N50 Kampen-Ramspol sprake is van een budgettekort. Er wordt daarom ook onderzoek gedaan naar versoberingen. Bij dit specifieke project is er geen sprake van een tekort aan personeel. Er is ook een realisatieteam aan boord, zodat de realisatie zo snel mogelijk na een besluit over het gevolg kan worden voorbereid. Ik kan nu geen concrete datum noemen, maar we zitten er tegenaan te hikken dat we dat wél kunnen doen. Dit gaat in mijn optiek dus goedkomen. Dan de planstudies N35 Nijverdal-Wierden en de N50 Kampen-Kampen Zuid; dat zijn verschillende trajecten. Die liggen op dit moment stil omdat de personeelscapaciteit beperkt is en de focus nu ligt op onderhoud en instandhouding. Dat is dan ook de meest urgente opgave. Ik heb bij het afgelopen Bestuurlijk Overleg MIRT wel met de regionale bestuurders aldaar afgesproken dat we gezamenlijk gaan bezien of, en wanneer, het mogelijk is om deze projecten weer op te pakken en vlot te trekken. Er wordt overigens wel gewerkt aan de verkenning N35 Wijthmen-Nijverdal en aan meer veilige maatregelen tussen Wijthmen en Nijverdal. Mevrouw Boelsma vroeg over de N50: klopt het dat er actie wordt gezet op de wegafscheiding op het deel Kampen-Ramspol? Voor de verbreding tussen Kampen en Ramspol zijn nooit middelen beschikbaar gesteld. Deze zijn ook niet weggevallen. Er is inderdaad wel 21 miljoen euro beschikbaar voor de rijbaanscheiding tussen Kampen en Ramspol. Voor dit specifieke project is geen sprake van een tekort aan personeel. Er is een realisatieteam aan boord. Na het besluit zullen we hier echt op terugkomen. Dat geldt ook voor de verkeersveiligheidsmaatregelen voor de N36. De heer Jansen vroeg met betrekking tot de N36 naar een eventuele planning van een onderzoek. Mijn antwoord: ondanks de ophoging van 115 miljoen euro voor de N36 bij Voorjaarsnota 2025 blijft het budget onvoldoende om op de N36 in zijn geheel conform de veiligheidsvoorschriften een rijbaanscheiding toe te passen. Daarom wordt er momenteel bekeken wat er binnen het huidige budget wel mogelijk is om de gehele N36 veiliger te maken. Rijbaanscheiding is één aspect, maar er zijn natuurlijk ook andere zaken. Daar heeft de Tweede Kamer met de motie-Pierik ook om gevraagd. Dit versoberingsonderzoek is bijna gereed. Over de resultaten en het vervolg van de planstudie zijn er gesprekken met de regionale bestuurders, waarna een besluit wordt genomen over het vervolg. De heer De Groot vroeg: hoe wil de minister de A18/N18 binnen het MIRT verder brengen richting besluitvorming en uitvoering? De Kamer is er in 2025 over geïnformeerd dat er 7,3 miljoen beschikbaar is voor de verbetering van de verkeersveiligheid op de N18. Ik heb 'm er net nog even bij gepakt. Rijkswaterstaat werkt in nauwe samenwerking aan de uitwerking van deze plannen. Omdat aanvullende middelen uit een eerder amendement hebben geleid tot meer maatregelen voor verkeersveiligheid, hebben de maatregelen een langere voorbereidingstijd. De realisatie ervan is dan ook verschoven naar 2027. Dat is mijn antwoord op die vraag. Nog twee vragen. Mevrouw Boelsma vroeg: hoe kunnen de A28, A2 en A15 weer worden opgepakt en waar hebben de gesprekken met de regio toe geleid? In juni 2025 heeft de Kamer een aanpak ontvangen voor de herstart van deze gepauzeerde projecten. Als onderdeel van de aanpak verkent IenW de mogelijkheid om projecten in fasen op te knippen. Voor enkele projecten zijn hierover al concrete afspraken tussen Rijk en regio gemaakt. Ik zal een voorbeeld geven. Voor het knooppunt Hoevelaken — daar komen we zo meteen nog over te spreken, over het geluid — heb ik in afstemming met de regio een plan van aanpak voor een gedeeltelijke aanpak opgesteld. Daarnaast zijn recent afspraken gemaakt om de stikstofopgave verder te verkennen en om te verkennen welke ontwerpstappen er nog mogelijk zijn, zodat er tijdig een ontwerp ligt dat als basis kan dienen voor het vervolg. De heer Van Asten vroeg: willen de bewindspersonen dan ook maar gelijk in gesprek gaan met de regio over een fietsburg over de Lek bij Culemborg? O, dat was geen vraag van de heer Van Asten, maar van de heer Grinwis. In beginsel ligt de verantwoordelijkheid bij de regio zelf. Het ministerie heeft hiervoor geen budget gereserveerd binnen het Mobiliteitsfonds. Tot zover Oost-Nederland, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Dank u wel, voorzitter. De vraag van de heer Grinwis: "Waar blijft de herstart Hoevelaken? Kunnen er bij Amersfoort in de tussentijd alvast wat meer geluidswerende maatregelen genomen worden? Graag een toezegging." Met de regio is eerder voor 100 miljoen euro een pakket aan maatregelen vastgesteld om de effecten van het pauzeren te mitigeren. Voor de geluidswerende maatregelen zijn toen geen afspraken gemaakt. Mocht hier een geluidsnorm niet gehaald worden, dan zullen wij dit als Rijk moeten oppakken, zo nodig afzonderlijk van het project Hoevelaken. De vraag van de heer De Groot: hoe kan het zijn dat het kabinet aan de slag gaat met de projecten in Flevoland zonder filedruk, en niet met het knooppunt Hoevelaken, zoals de Kamer heeft verzocht? Voor het herstarten van het project moet er echt zicht zijn op die 1,6 miljard, en afgezien daarvan ook op de uitvoeringscapaciteit en de stikstofruimte. De hoeveelheid daarvan heb ik net aangegeven, dus daar ben ik echt verder mee met de provincie. We gaan elkaar daarin verder helpen, zodat we dat zicht wel gaan krijgen. De MIRT-verkenning A27 Zeewolde-Eemnes voldoet op het moment wél aan deze voorwaarden. De aanpassing draagt bij aan de doorstromingsknelpunten op de desbetreffende weg. Nog even over Hoevelaken. De heer De Hoop, de heer Stoffer, de heer Jansen: meerdere Kamerleden hebben vragen gesteld over hoe het hiermee nu verder gaat. Laat ik daar ook nog een paar zinnen aan toevoegen. In afstemming met de regio heb ik een plan van aanpak opgesteld waarin de vervolgstappen voor de gedeeltelijke aanpak van het knooppunt A1/A28 bij Hoevelaken zijn opgenomen. Voor het starten van de formele procedure is het noodzakelijk dat er zicht is op die stikstofoplossing waar we het net over hadden. Dit perspectief aan de horizon ontbreekt nog voor dit project, waardoor er op dit moment ook nog geen perspectief op realisatie is. De eerder aangenomen moties zijn daarom op dit moment niet uitvoerbaar. Gezien het belang van dit project blijf ik wel kijken naar de mogelijkheden. Daarom verken ik met de regio de mogelijkheden voor een aanpak van deze stikstofopgave. Dat is toch echt waar de schoen knelt. Daarnaast verken ik welke ontwerpstappen er voor de gedeeltelijke aanpak nodig zijn, zodat er tijdig een ontwerp ligt voor het vervolg. Ik verwacht de Kamer dit najaar te kunnen informeren over de uitkomst van beide verkenningen. Streep hieronder, zou ik zeggen, voorzitter. Als er zicht is op een stikstofoplossing, wordt het ook opportuun om de middelen en de capaciteit beschikbaar te stellen voor een formele herstart. De vraag van mevrouw Boelsma: hoe wordt er omgegaan met de bereikbaarheid van de A1, die in 2040 structureel dichtslibt tussen knooppunt Eemnes en Muiderberg door woningbouw in de aangrenzende regio's? Het klopt dat de grootschalige woningbouw in met name Utrecht, Amersfoort en ook Almere gevolgen zal hebben voor de bereikbaarheid langs de A1 en in de bredere regio Gooi en Vechtstreek. Dit is het afgelopen jaar ook gebleken uit de impactstudie die is uitgevoerd naar de A27 en de A1. Daarom hebben we in het Bestuurlijk Overleg MIRT 2026 met de regionale partijen afgesproken dat bij de update van het multimodaal toekomstbeeld van het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid, SBaB, bekeken zal worden op welke manier de regionale en bovenregionale bereikbaarheid verbeterd kan worden. Het opstarten van de verkenning A27 Zeewolde-Eemnes is een belangrijke stap om de bereikbaarheid van deze regio te verbeteren en de groei van het autoverkeer op te vangen. De heer De Hoop had een vraag over de IJ-tunnel. De wegbeheerder van de IJ-tunnel is de gemeente Amsterdam. Hier ligt dan ook de eerste verantwoordelijkheid om maatregelen te treffen om de hinder door de afsluiting zo veel mogelijk te beperken. Het gebruik van de A10 als omleidingsroute leidt tot een extra belasting van het hoofdwegennet. De werkzaamheden in de IJ-tunnel zijn voorzien vanaf het jaar 2027. Over de werkzaamheden in en rondom Amsterdam vindt overleg plaats tussen onder andere de gemeente en Rijkswaterstaat via het samenwerkingsverband Amsterdam Bereikbaar. De heer Grinwis vroeg: waarom is met het herstarten van de MIRT-verkenning A27 Zeewolde-Eemnes niet ook de aloude railverbinding tussen Utrecht … Deze geef ik even aan de staatssecretaris; of nee, ik pak 'm toch hier. De opgave is om de doorstroming op de A27 te verbeteren. De uitbreiding van de wegcapaciteit tussen Zeewolde en Eemnes wordt hiervoor als oplossing gezien. In de verkenning zal breed naar de mogelijke maatregelen gekeken worden. Hierbij wordt ook gekeken naar niet-infra-alternatieven. Een nieuwe spoorverbinding is echter geen oplossing voor de opgave en zit daarom niet binnen de scope van de verkenning. Meer informatie heb ik hier even niet over. Mevrouw Boelsma vroeg: kan de minister inzicht geven in wat de consequenties zijn ten aanzien van het gemaal bij IJmuiden en de spuimiddelen in de Afsluitdijk en op welke termijn dit speelt? Ik probeer hier zo concreet mogelijk te zijn zonder meteen al de concrete raming op straat te leggen, want we moeten echt nog naar de markt. Wij hebben dus een bandbreedte aan u gecommuniceerd. Ik heb de heer Grinwis ook gehoord. Hij vroeg wat ik nog kan doen, zoals een pleidooi houden en er een streep onder zetten bij de begrotingsdebatten. Als we niets doen aan het gemaal bij IJmuiden en de spuimiddelen in de Afsluitdijk, ontstaat er ernstige wateroverlast. Het gemaal- en spuicomplex IJmuiden is sterk verouderd. Het komt uit 1940. Het is daarom ook kwetsbaar. Op korte termijn is een besluit over het gemaal nodig en daarmee ook zicht op financiering, binnen de bandbreedte die ik in de brief heb gemeld. Dit is aan het nieuwe kabinet. Ook de bestaande spuimiddelen zijn aan het einde van hun levensduur. Als gevolg van de klimaatverandering is er vanaf het jaar 2035 behoefte aan een grotere afvoercapaciteit bij de Afsluitdijk, die niet door de renovatie van de bestaande objecten gerealiseerd kan worden. Dat geldt dus zowel voor IJmuiden als voor de spuisluizen in de Afsluitdijk. Daar is renovatie geen optie. Ook voor de Afsluitdijk is er zicht nodig op financiering. Qua ordegrootte zit je op die van het gemaal IJmuiden, maar dan voor de hele Afsluitdijk, want daar zitten er twee. Kortom: als we niets doen, ontstaat er ernstige wateroverlast. Door het uitvoeren van levensduurverlengend onderhoud binnen de veiligheidsmarges is afvoer via de bestaande spuimiddelen in de Afsluitdijk de komende jaren mogelijk. Ik ga gauw verder, voorzitter. Het Zuidasdok; dit is een vraag vanuit het CDA. In 2025 zijn er verdere stappen gezet in de realisatie van het Zuidasdok, onder andere met de Openbaar Vervoer Terminal en het knooppunt De Nieuwe Meer. U heeft ook een mooie bijlage gekregen, toegevoegd aan alle stukken. Ik weet niet of u dat allemaal heeft bekeken, maar ik vind dit een mooie afspiegeling van wat er allemaal is gedaan. Hierbij is meer duidelijkheid ontstaan over de risico's, de planning en de kosten. Ondanks de inzet op versoberingen en het voorkomen van meerkosten is het verwachte tekort helaas verder toegenomen tot een bedrag tussen de 1,1 miljard en de 1,3 miljard. We hebben veel overleg met de regio gehad over dit onderwerp. Er is met de regio afgesproken eind 2026 te besluiten over de financiering van de tunnel en het knooppunt Amstel. Eind 2026 is er meer zekerheid over de uitvoeringsprijs, alsmede over het ontwerp. Er zijn verschillende factoren. Dit project gaat echter onder het vergrootglas. Ik kom er op den duur bij u op terug hoe we bij dit soort speciale projecten de kostenoverschrijdingen beter in de vingers kunnen krijgen. We hebben nu ook echt aangegeven dat we niet verder willen versoberen. We handhaven nu dus eigenlijk de status quo. Dat gebeurt in overleg met de regio, want die heeft er ook eigen geld in zitten. De vraag van de heer Van Asten was: wanneer stopt de versobering en komen de uitgangspunten van het project onder hoge druk te staan? Wanneer moet je dit gaan heroverwegen? Hoe kijkt men aan tegen de reikwijdte van het project voor de rest van het land? In 2025 zijn verdere stappen gezet in de realisatie van het Zuidasdok; ik refereer nog even aan dat document. We hebben nogmaals tegen elkaar gezegd dat we de noodzaak van het Zuidasdok ... Ook de gedeputeerde van Flevoland heeft het belang van het Zuidasdok ooit gepitcht bij uw Kamer. Tot zover. De heer De Groot: hoe voorkomt u dat de capaciteitsuitbreiding van de Schipholspoortunnel stagneert in verband met de tekorten? Dat is aan een volgend kabinet. Voor het vergroten van de capaciteit rond Schiphol is de beoogde metro tussen Amsterdam en de Haarlemmermeer noodzakelijk; het OVAH. Het herstel van de gebreken op de hsl heeft mijn volle aandacht. Ik werk hier hard aan, samen met Infraspeed en ProRail. Voor beide zaken geldt dat het aan het volgende kabinet is om hiervoor middelen vrij te maken. Mevrouw Boelsma-Hoekstra: de kazerne, het munitiedepot, consequenties et cetera. De kazerne in Zeewolde volgt uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, het NPRD. Dat valt primair onder de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris, in dit geval van Defensie. Daarvoor zijn ook gebiedsprocessen ingericht. In het kader van deze gebiedsprocessen is door Defensie in het NPRD aangegeven dat samen met de regio in beeld wordt gebracht welke randvoorwaarden bij defensieopgaven nodig zijn, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit en doorstroming. Op dit moment is er nog geen compleet beeld van de infraopgaven die noodzakelijk zijn voor de defensieopgaven die volgen uit het NPRD. Weet wel — de staatssecretaris gaf dat ook aan en ikzelf eerder ook — dat wij willen dat Defensie ten aanzien van logistiek en mobiliteit gewoon standaard aan tafel komt bij het BO MIRT, net als de gedeputeerde, op het juiste niveau binnen de organisatie. IenW is op dit moment separaat met Defensie in overleg, maar we houden elkaar echt goed vast. Tot zover noordwest, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Wat zal ik hierop zeggen, meneer Jansen? Een aantal zaken. Een soort crisis- en herstelinstrumentarium, zoals de heer Goudzwaard aangaf. Ten aanzien van de A2 met de ingekorven vleermuis, een voorbeeld: ik zit meteen in het strafrecht. Dan kan ik wel bestuurlijk lef tonen, maar wanneer ik 29 mol voor mijn kiezen krijg, die ik niet heb, kan ik hier wel allerlei toezeggingen doen maar ... Er zijn drie moties; ik hoor wat u zegt. Hoevelaken heb ik net neergezet. Ik houd de gedeputeerde vast om een volgende stap te zetten, maar hiervoor moet wel echt een oplossing komen. Dan kunnen wij verder. We zitten niet stil. We zeggen zeker niet: we zetten het in de kast en totdat die 29 mol is opgelost, doen we helemaal niks. Zo zit ik niet in de wedstrijd, maar nu heb ik er echt geen zicht op en dan denk ik ook bij mezelf: er zijn andere projecten waar wél zicht op is. Maar Hoevelaken? We zijn bezig, maar ik kan niet die 1,6 miljard, die zes jaar, in gang gaan zetten, gelet op dit stikstofknelpunt.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Zuidwest. Laat ik dan ook maar meteen beginnen met de Blankenburgverbinding. Als hoogheemraad mocht ik samen met de heer Madlener onder anderen aanwezig zijn bij de opening daarvan. Het hoogheemraadschap had daar een keerschot, een veiligheidsschot, dat eruit gehaald werd. We zijn inmiddels een jaar verder en we zien nu toch echt een trend, ook in die laatste maanden waarin we echt nog alles op alles zetten. We willen namelijk echt geen boetefabriek zijn. De boetes liggen nu op 1,8% en gaan naar beneden. Het was namelijk 3%. Ook kijken we echt nog even kritisch naar de bebording. We hebben extra bebordingen geplaatst bij de benzinestations, maar ik wil verder gaan dan dat. Ik wil ook de bebording op de weg aanpakken. We zien ook uit de cijfers van de ANWB dat we in Rotterdam, doordat we meer wegcapaciteit hebben gecreëerd, voor een betere doorstroming hebben gezorgd. We hebben met elkaar nu echt een jaar neergezet van wennen. En het wordt beter. Ik sta dan ook niet positief tegenover het voorstel om nu weer een stap verder te gaan. Dat schept namelijk onduidelijkheid voor de mensen die nu zien wat er gebeurt. Wij maken echt een stap op het gebied van de communicatie. We hebben ook echt een protocol dat, als mensen een boete krijgen van 1,8% en daarna een tweede boete krijgen, we een stopknop hebben. De enige manier om de mensen te benaderen is via de post. Dat heeft te maken met de privacywetgeving. Dat is jammer. Anders had je het daar namelijk iets sneller kunnen doen. We zetten een poot bij wat betreft de communicatie. Wanneer we ook zien dat mensen een poging hebben gedaan om te betalen, is dat meteen een aanleiding om te zeggen: u heeft het in ieder geval geprobeerd en u krijgt geen boete. Dat is dus coulance via het loket ten top. Ik denk dat dat de komende maanden nog duidelijker gaat worden. Die cijfers gaat u krijgen, bijna op weekbasis als het aan mij ligt. We moeten wel kijken of dat allemaal behapbaar is. Maar we komen van ver en het wordt steeds beter. Ook gelet op de herinnering, waardoor we helaas toch die €9 in rekening moeten brengen. Waarom? Dat is wettelijk bepaald. Dat zijn ook die kosten. Daarbovenop heb je natuurlijk de €35, die daarna komt. Wij zijn geen boetefabriek. Ik wil dat het op nul komt als dat kan. Laat dat helder zijn. Wat betreft die kosten: we gaan zo meteen ook naar de ViA15, Arnhem-Nijmegen; het systeem dat we nu met elkaar gebouwd hebben zonder een poortje waarvoor mensen moeten stoppen, dupliceren we daar. Door het te verspreiden over meerdere projecten, zullen de operationele kosten naar beneden gaan. Ik kom uit het havenbedrijfsleven. Hoe blij waren de werknemers in de haven dat dit project toch doorgang kon vinden? Wilt u een tunnel of wilt u geen tunnel? Dan maar met tol. Het gaat om 405 miljoen euro. Als we dat nu met elkaar kwijtschelden, kan dat ook. Maar dat heb ik niet, meneer Grinwis. Ik zie een verbetering. We gaan dit conform de wet goed evalueren. In het eerste kwartaal krijgt uw Kamer daar een uitrol van. Brengt u dat dan ook nog een keer op. Deze cijfers van de laatste maanden stemmen mij echter heel positief. Met dat extra beentje dat wij bijzetten, is het ook hierbij gewoon alle hens aan dek. Dat heb ik al gezegd. Dit heeft echt mijn aandacht, want wij zijn geen boetefabriek. De heer Grinwis vroeg: de Westerscheldetunnel wordt volgend jaar gerenoveerd; wat is er nog te doen aan de vier maanden afsluiting van de Oostbuis richting Borsele? Volgend jaar — 2027 is dat alweer, ja — vinden herstelwerkzaamheden plaats naar aanleiding van de betonschade in de Oostbuis van de Westerscheldetunnel. Het is een relatief nieuwe tunnel, maar er is toch die betonschade. De Westerscheldetunnel wordt geëxploiteerd door de N.V. Westerscheldetunnel en is eigendom van de provincie Zeeland. De planning van de werkzaamheden loopt daarom via de provincie en niet via het Rijk. Over de geplande werkzaamheden en het bereikbaarheidsplan vindt wel afstemming plaats met Rijkswaterstaat. Ik kom hier nog even op terug. Laat ik het zo zeggen: ik had graag wat meer willen vertellen. Ik heb deze informatie nu even niet paraat, maar ik kom hier anders zo meteen nog even op terug, meneer Grinwis. De heren Van Asten en Grinwis vroegen: "De A15 wordt niet aangepakt. Het goederenvervoer en het personenvervoer lopen vast. Kan de minister aan de tafel om de modal shift mogelijk te maken en afspraken te maken?" We hebben 9 miljoen euro beschikbaar. Er is ook een samenwerkingsverband met de vervoerregio. Denk ook aan: word geen kuddedier. Dat vindt allemaal daar in de regio Rijnmond plaats. Dus specifiek wordt dit zo meteen via Connekt opengesteld. Het is nu even gepauzeerd, maar die middelen zijn in de Miljoenennota gecommuniceerd. Er loopt al enkele jaren een kortetermijnaanpak in de uitvoering van de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar. Dat is waar ik naar op zoek was. Het gaat om ritvermijding en spitsvermijdingen van de A15 en dat gaat dus verder dan alleen de campagne daaromtrent. Die is geëvalueerd. Deze zaken gaan via Breikers. Deze zaken gaan via Zuid-Holland Bereikbaar. Daar zit veel meer achter. Er is 16 miljoen euro beschikbaar om deze aanpak voort te zetten met betrekking tot de middellange termijn. Het gaat om de A15. Het gaat om 2026-2035. Circa 5.000 ritvermijdingen en/of spitsvermijdingen worden in overleg met het bedrijfsleven gerealiseerd. Daarbij wordt ingezet op de fiets en het openbaar vervoer. Ik heb van u ook iets begrepen over de modal shift met betrekking tot het goederenvervoer. Daarmee begon ik net. Dat staat dus gewoon open. Er kan ingeschreven worden op projecten via Zuid-Holland Bereikbaar en Connekt. Denk ook aan ondernemen in de Drechtsteden. Daarnaast lopen er allerlei projecten die het gebruik van spoor moeten stimuleren. Er is 73 miljoen euro voor de Goederenvervoeragenda die ik vorige week naar uw Kamer heb gestuurd. Daar zitten onder andere truckparkings bij. Het gaat ook om het vergroten van de betrouwbaarheid van de Rotterdamse Havenspoorlijn. De 740-metertreinen zitten daarin. Zo kunnen we het vergroten, met als doel die A15 verder te ontlasten. Tot zover hierover, voorzitter. Ik heb nog de antwoorden op drie vragen. De heer Grinwis vroeg of de werkzaamheden dan ook echt binnen negen maanden afgerond zijn. Dit gaat over de Papendrechtsebrug, waarover veelvuldig wordt gesproken. Het verkeersslot duurt negen maanden. Daarna is de weg nog een paar weekenden dicht in verband met het testen. Deze negen maanden zijn opgenomen in de planning van de opdrachtgever. Het antwoord is dus: op dit moment staan alle seinen op groen en er is geen aanwijzing dat het elf maanden of tien maanden gaat duren. De heer Stoffer vroeg: de Tunnelwet zegt dat tweerichtingsverkeer in een tunnelbuis niet mag; is de minister bereid deze wet zo nodig aan te passen? In het recente BO MIRT van januari 2026 hebben Rijk en regio wel afspraken gemaakt om binnen de kaders van de Tunnelwet — daarvan zegt u: kunnen we dat, ook gelet op de Europese context, nog gaan oprekken? — te bekijken of in de Vlaketunnel bij calamiteiten en/of onderhoud tweerichtingsverkeer mogelijk kan worden toegelaten. De Vlaketunnel is op dit moment niet ingericht op tweerichtingsverkeer. Daarom onderzoekt het Rijk in aanloop naar renovatie welke aanpassingen nodig zijn om dat wel mogelijk te maken, zodat het ook veilig kan. Ook kijkt het Rijk nu naar de aanleg van calamiteitendoorsteken. In het hoogbelaste Nederlandse wegennetwerk zijn naast de Europese regelgeving extra verscherpingen in de nationale tunnelwetgeving doorgevoerd om de veiligheid van de weggebruiker te borgen. Daar wil ik het liefst geen concessies aan doen. Veiligheid staat voorop; dat gaf u zelf ook al aan. Ik wil ook aangeven dat Rijkswaterstaat intensief samenwerkt met de provincie Zeeland voor deze verkeersbegeleiding, gelet op de situaties waar we vandaan komen. Tot zover mijn antwoord, meneer Stoffer. Ik ga dus kijken welke ruimte ik van u krijg op dat gebied.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: De Bodegravenboog. Daar ben ik ook geweest. In het vorige MIRT-debat heeft de minister de volgende toezegging gedaan: de minister gaat langs bij het project de Bodegravenboog en zal de Kamer informeren over de uitkomsten. In de MIRT-brief, onder moties en toezeggingen, op pagina 26, ben ik hierop ingegaan. Op verzoek van de Kamer is de regio bezocht en de problematiek besproken. Met de provincie Zuid-Holland was ik daar aanwezig met mijn collega; de heer Zevenbergen was daarbij, maar ook de wethouder was erbij. De gemeente Bodegraven-Reeuwijk heeft geconcludeerd dat er op dit moment geen budget, personele capaciteit en stikstofruimte beschikbaar is om hem aan te leggen. De provincie heeft wel ideeën over de Bodegravenboog, dus we zijn echt nog met elkaar in gesprek. We houden ook de cijfers goed bij elkaar. Dan zou ik zeggen: niet in dit MIRT-overleg, maar wanneer we wellicht in een andere situatie zijn, komt de Bodegravenboog echt bovendrijven. Hij staat dus op mijn netvlies. We gaan nu wat meer richting Cortelande kijken. We zijn ons huiswerk aan het doen, ook voor de gefaseerde aanlegmogelijkheden. Ik wil dan ook van de provincie, van de opvolger van de heer Zevenbergen, horen welke ideeën er dan echt zijn, want ze hebben geen gebruik gemaakt van een ander potje dat we beschikbaar hebben. Wellicht is dat dus nog iets.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Zeker, Noord. Laat ik 'm dan ook maar meteen bij de hoorns vatten: de haven van Terschelling. De heer De Hoop, mevrouw Van der Plas, de heer Goudzwaard en ook mevrouw Boelsma-Hoekstra hebben daar vragen over gesteld. Ik heb daar vorige week natuurlijk ook het een en ander over gezegd. Daar zat een dag tussen. In maart is er een vervolgoverleg tussen de partijen. In december is er overleg geweest tussen de gemeente, de provincie, het ministerie van BZK en het ministerie van IenW. Wij hebben kennis en kunde. Er zijn verschillende varianten. Een daarvan heeft te maken met een betonningslocatie van Rijkswaterstaat; de vraag is of dat handig is om te doen of niet. We zijn daarover nog niet uitgesproken, maar ik wil in maart verder spreken. Ik wil ook voor maart een brief sturen naar de minister van BZK om vanuit die kant het belang, de noodzaak, van die kade onder zijn of haar ogen te brengen. Ik zal dat op korte termijn doen. Ik wil een dezer weken een brief uitdoen naar BZK, zodat wij dit als Rijk goed voorbereid hebben wanneer we de regio tegemoet treden. Ik ga daar ook de provincie bij betrekken. Het wordt ook een bestuurlijk overleg als het aan mij ligt. We moeten even kijken of dat dan meteen in maart is of vlak daarna, maar er gaat geen lange periode overheen. Hier moet zo snel mogelijkheid duidelijkheid over komen, maar gezien de juridische aspecten moet ik het wel ergens vandaan zien te halen. Ik zie ook dat de gemeente hierop bewogen heeft. Dat is hartstikke goed. Ik ga die puzzel proberen te leggen, maar dat betekent wel dat we 'm ergens vandaan moeten gaan halen. Het is de uitdaging aan het ministerie van IenW om dat in overleg met de regio te realiseren en u hierover ook een terugkoppeling te geven, want ik kreeg deze van verschillenden van u hier terug. Ik ga dus mijn uiterste best doen op dit onderwerp. Het werkbezoek aan Ameland en de watertaxi. Het rapport van MARIN gaat een dezer dagen naar u toe. Daarin staat dat wij onder bepaalde voorwaarden een snelheidsverhoging zouden kunnen doorvoeren voor de nacht. Veiligheid staat voorop; daarom ook het rapport van MARIN. Ik heb de aanbevelingen al gezien in een vergaande conceptvariant. Ik ga in overleg met de ondernemers in kwestie. Ik wil daar een mooie strik omheen doen en binnen de kaders dat gesprek ook met u gaan voeren, zodat we dit dossier kunnen afronden. De heer Jansen vroeg om een reflectie op de vaarverbinding Ameland en Holwerd. "We maken ons zorgen over de vaarweg. Gaarne een reflectie." Dat betreft niet het snelvaren, maar de vaarweg. In september 2025 heb ik de Kamer geïnformeerd over het programma van eisen concessies Friese Waddenveren vanaf 2029. Wat dat betreft is het besluit genomen voor het uitvoeren van een MIRT-verkenning Bereikbaarheid Ameland. Voor de verkenning en het oplossen van de problematiek van de vaargeul heeft het ministerie 250 miljoen euro gereserveerd. Mevrouw Boelsma vroeg of de Eemshaven een rol gaat spelen in het kader van Defensie en, zo ja, of er mogelijkheden zijn binnen de MIRT-verkenning om financiering met Europees geld in het kader van dual-use mee te nemen. Ja, de Eemshaven speelt reeds een rol in het kader van Defensie. Op dit moment, as we speak, worden externe financieringsbronnen onderzocht. De Eemshaven is net als Rotterdam en North Sea Ports in Vlissingen aangewezen als Host Nation Support-haven en onderdeel van het Europese netwerk TEN-T. Wij onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor financiering met Europees geld voor het versterken van deze drie militaire corridors. De heer Van Asten en mevrouw Boelsma vroegen hoe het verder moet met de Gerrit Krolbrug. De essentie van het antwoord is: ik ga hier echt nog even goed naar kijken. U heeft ook de plaatjes gezien. Er zijn nog meer bruggen. Daar ga ik het zo meteen ook nog over hebben. Er speelt wat; laat ik het zo formuleren. Ik wil ook echt aangeven dat ik het erg vervelend vind voor de regio dat er zoveel aanvaringen hebben plaatsgevonden. De verzekering van rederijen reikt maar zo ver. De heer De Hoop had het over 36 aanvaringen vanaf het jaar 2000. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik ga dus echt met de sector in overleg over wat er mogelijk is. Dit moet tot een einde gaan komen. Deze cijfers moeten echt, echt naar beneden. Nul bestaat wellicht niet, maar ik schrik gewoon van deze cijfers en van de financiële bedragen en de hinder die dit veroorzaakt. We hebben natuurlijk ook te maken met een aantal technische zaken, dus ik wil alles even in bredere zin pakken. Ik ga dus ook voor de Gerrit Krolbrug, net als in Terschelling, kijken wat we kunnen doen. U heeft de cijfers ook tot u kunnen nemen: 11 miljoen euro voor een tijdelijke oplossing. Ik zou dat geld voor het Noorden liever betitelen als geld voor iets wat structureel duurzaam is. "Duurzaam" betekent daarbij dat het lang meegaat. Alle opties liggen op tafel alvorens wij dat gesprek in het Noorden gaan voeren. Het is niet zo dat we al iets uitsluiten. Ik zal ook nog eens naar die pontjes kijken, zodat we ook het gesprek daarover op het juiste niveau met de regio kunnen voeren met elkaar. Mevrouw Boelsma vroeg waar het aquaduct over de Skarster Rien is gestrand. In 2013 heeft het kabinet besloten te bezuinigen op het Infrastructuurfonds. Daarbij is eveneens het aquaduct geschrapt. Tot zover de geschiedschrijving. Het project is de afgelopen jaren niet naar boven gekomen als mogelijke opgave, mede gezien de financiële ruimte. Tot zover het antwoord. De Friese bruggen. Nou, nu hebben we een onderwerp te pakken! De noodzaak voor het aanpakken van de Friese bruggen is volkomen duidelijk. Daarom is op 29 januari aanstaande, komende donderdag, een extra bestuurlijk overleg gepland met de provincie Friesland en de betrokken gemeenten om het te hebben over de aanpak en de planning. Zoals ik net al aangaf, vind ik het erg vervelend — hier is het laatste woord zeker nog niet over gezegd — dat mensen moeten omlopen, omfietsen of omrijden. Rijkswaterstaat kijkt naar alle plekken. In die gevallen is er nauwe samenwerking met de regio om de hinder zo veel mogelijk te beperken. Gelet op het veelvoud aan bruggen werken we met een portfolioaanpak. Dat betreft het gebundeld aanpakken van deze beweegbare bruggen om ze zo snel maar ook zo efficiënt mogelijk aan te pakken. Dat is "meekoppelen". Bij een ander onderwerp was de vraag: waarom pak je niet meteen wat mee? Dit is een mooi voorbeeld van zo'n portfolioaanpak. Dit vraagt om voorbereidingstijd. Dat werkt door in de vervangingsdata. We gaan daarna ook, zoals een exponentiële curve vroeger bij wiskunde, tijd goedmaken. We nemen nu dus net wat meer tijd voor die eerste brug, maar die tijd gaan we zo meteen verder inlopen. Ondanks deze portfolioaanpak en de exponentiële versnellingscurve hebben we toch echt een deadline van 2030. Het zal niet voor die tijd gerealiseerd zijn, maar in de jaren daarna. We willen hier wel zo goed mogelijk aan vasthouden. We communiceren het als het langer lijkt te gaan duren. Ik zeg u hierover deze zomer een brief toe, waarmee de Kamer inzicht krijgt in de planning. Daarbij pakken we dus de planning van die bruggen. Dan heb ik er nog eentje, en dat is het zuurtje: de brug Schuilenburg. Deze brug is niet in dit bruggenportfolio meegenomen omdat deze nog niet zo ver in het MIRT-proces is gevorderd als de andere vier. Er is tijd nodig voor een goede voorbereiding, het regelen van de veiligheid en de bereikbaarheid voor zowel het weg- als het vaarwegverkeer. Daarbij heb ik ook echt een zorgvuldige afstemming nodig met de bestuurlijke partners. Op de 29ste praten we daar dan ook verder over. Over de bruggen in Friesland heb ik zo het idee, voorzitter, dat het laatste woord ook nog niet uitgewisseld is met uw commissie. Kornwerderzand. De heren Grinwis en De Hoop spraken hierover. Kornwerderzand is een zeer belangrijk thema, maar ook een onderwerp waarbij ik u vraag om goed naar de ingenieurs van het ministerie te luisteren. Een aantal van u hebben zo'n studie ook genoten; dit wordt uitdagend. Aan de andere kant: wij draaien niet weg voor een uitdaging, maar wij praten hier niet over zomaar iets. Ik actualiseer momenteel de ramingen voor verruiming van het sluiscomplex Kornwerderzand, samen met de provincies Friesland, Flevoland en Overijssel. Daarbij speelt een behoorlijke verziltingsopgave, die gewoon complex is. Daar hebben we nog net wat meer in de vingers nodig. In het tweede kwartaal van dit jaar zijn de ramingen hiervoor bekend. De ingenieurs zijn bezig. Dan kan ik, de minister, het besluit nemen met de verschillende regionale bestuurders over de scope, de risicoverdeling alsmede de dekking. Aan de bestaande spuimiddelen wordt op dit moment levensverlengend onderhoud uitgevoerd, maar ik geef hierbij een beetje de winstwaarschuwing dat dit zomaar eens wat kostbaarder zou kunnen zijn dan we op dit moment nog denken. Maar in Q2 zijn die ramingen gemaakt. Tot zover, voorzitter.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: U vraagt, wij draaien. De regio wil dit ook, dus ik ga echt die extra mijl om dat plaatje goed te schetsen. Maar als ik kijk naar de situatie waarin we nu zitten, zitten we technisch echt op het uiterste. We hebben hier te maken met de zoetwaterbuffer van Nederland, het IJsselmeer. Daar maak ik me zorgen over, gelet op de zoutproblematiek die we bijvoorbeeld in Amsterdam en IJmuiden hebben gezien. We praten hier echt over een enorme verbreding en verdieping met enorme bruggen, met een tijdslijn. Aan de andere kant: u roept, wij draaien. Wij gaan die plaat voor u leggen, zeker ook gelet op de geste die u heeft gedaan met de middelen. Maar het zou zomaar eens kunnen dat we hier een andere plaat voor u gaan neerleggen. Dat is dan het echte verhaal, dat ik u dan ook ga voorleggen. Mijn zorgen zitten in die ordegrootte. We hebben te maken met de zoetwaterbuffer van Nederland. Dan zal u, meneer Stoffer, als civiel ingenieur, of u, vanuit de WUR, zo meteen die plaat kunnen leggen. Wij schetsen daar gewoon een technisch verhaal. Ik ga hier niet zeggen dat niks mogelijk is, absoluut niet. Het is een uitdaging en hier gaat u het de komende tijd ook nog over hebben. En dan heb ik de ramingen. Ik heb een top drie op het gebied van water: IJmuiden, Afsluitdijk, Kornwerderzand. Daar word ik af en toe weleens wakker van.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Nee, hoor. Ik ga hier echt met open vizier in. Ik hoor u ook. Er zijn ook zoveel partijen die dit aanhangig hebben gemaakt. Ik geef even geen garanties, maar ik zeg wel toe dat ik tot het uiterste ga.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Dit zou net kunnen qua tijdspanne. Met de regio hebben we hier ook over gesproken. Het wordt wel krap. Dat zetten we op papier. Mochten daar nog kinken in de kabel komen, dan wordt u geïnformeerd, maar die tijdsplanning zal ik meteen meegeven zodra dit bestuurlijke overleg heeft plaatsgevonden. Alles is erop gericht om dat, gelet op het aspect dat u net noemde, te voorkomen.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Zuid, ja. De heer De Hoop zegt dat op de website van Rijkswaterstaat enkel de start vermeld staat en verder niks over de A27 Houten-Hooipolder. Op de website is aangegeven dat onbekend is wanneer het project gereed zal zijn. Dat heeft ermee te maken dat de afronding van de ontwerpfase, inclusief de prijsplanning van de verschillende onderdelen, nog moet plaatsvinden. Ik verwacht dat de afronding van de ontwerpfase, inclusief de prijsvorming, medio 2026 gereed zal zijn. Na die afronding medio 2026 zal de Kamer geïnformeerd worden over de financiële effecten. Ik heb dit medio oktober ook gemeld aan de regio in een reactiebrief die u in afschrift heeft gekregen. Naar verwachting zal de planning meerdere jaren naar achteren schuiven, zoals ook aan de Kamer is gemeld in de Voorjaarsnota van het jaar 2025. Dan mevrouw Boelsma over de A27 Houten-Hooipolder en hinder door langere doorlooptijd: "Door extra fasering van de werkzaamheden neemt de doorlooptijd toe en daardoor de hinder op de wegen, waaronder ook het sluipverkeer. Kan ik op korte termijn perspectief bieden en een tijdspad schetsen?" De zorgen worden herkend en ook gedeeld. Met fasering van de realisatie zal de hinder langer duren. De grootste knelpunten zullen daarom als eerste worden aangepakt. Zo wordt er enorm hard gewerkt om met de beschikbare middelen zo veel mogelijk voortgang te creëren, zoals afgelopen zomer bij knooppunt Hooipolder. Een mooi staaltje, al zeg ik het zelf. Hier is binnen 100 uur een complete onderdoorgang ingeschoven. In een reactiebrief aan de regio heb ik aangegeven dat de regio medio dit jaar geïnformeerd wordt over de nieuwe planning. De heer Grinwis zegt: er is aandacht nodig voor de N57 maar ook de N59; ook de capaciteit van de N57 in relatie tot woningbouw vergt meer inzet van IenW. Er wordt ruim 18 miljoen euro geïnvesteerd in de N57 vanuit de beschikbare pot van 280 miljoen euro voor kleine verbeteringen van het autonetwerk en/of doorstroming. Dat is ook het potje, zeg ik tegen mevrouw Boelsma, waaruit voor de Bodegravenboog een aanvraag zou kunnen worden gedaan. Het betreft de aansluiting N57 Nieuweweg. Capaciteitsuitbreiding van de N57 en N59 is niet mogelijk vanwege een gebrek aan budget, personele capaciteit en stikstofruimte. De heer Jansen vraagt: wat is de stand van zaken van de verkenning A2/N2 Brainportlijn? De verkenningen van de A2/N2 en de Brainportlijn zijn gestart en de eerste participatiebijeenkomsten hebben plaatsgevonden. Voor de A2/N2 wordt gewerkt aan het uitwerken van kansrijke oplossingsrichtingen. Belangrijk daarbij is de vraag of een tracé voor de Brainportlijn over de A2/N2 zal gaan lopen. De bestuurlijke kerngroep over deze verkenningen voert daar in februari het gesprek over. De planning is om in het jaar 2027 een voorkeursalternatief vast te stellen en de verkenning af te ronden. Over de voortgang zal uw Kamer op de reguliere momenten worden geïnformeerd. De laatste, voorzitter. Mevrouw Boelsma vraagt: "Ten aanzien van het knooppunt Zoomland bij Bergen op Zoom is het op dit moment helaas niet mogelijk om een studie te doen naar dat traject. Zijn er inmiddels wel mogelijkheden hiervoor?" Op dit moment zijn er geen budget, personele capaciteit en stikstofruimte beschikbaar om de capaciteit van knooppunt Zoomland uit te breiden. Ik acht het daarom op dit moment niet opportuun om een onderzoek te doen naar knooppunt Zoomland. Ja, het is een beetje een jammerlijke afdronk als laatste, maar we doen ook heel veel dingen wel, mevrouw Boelsma.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Interruptie

Minister Tieman: Tien minuten. Ik heb ook nog twee zaken waar ik nog heel even op kan terugkomen, waar ik net geen antwoord op had.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Voorzitter, dank u wel. Ik zou nog kort terugkomen op de vraag van de heer Grinwis over de Westerscheldetunnel: wat is er nog te doen aan de afsluiting van vier maanden van de Oostbuis richting Borsele? Volgend jaar — in 2027 leven we dan — vinden de herstelwerkzaamheden plaats van de betonschade in de Oostbuis. Tijdens de herstelwerkzaamheden aan de Oostbuis is alleen de Westbuis beschikbaar voor verkeer. Hoe de hinder tijdens deze vier maanden beperkt kan worden, is momenteel nog in onderzoek. De Westerscheldetunnel is een belangrijke verkeersader, die Zeeuws-Vlaanderen met de rest van de provincie Zeeland en Nederland verbindt. De tunnel heeft daarbij een belangrijke functie voor de bereikbaarheid van het gebied. Om Zeeland zo optimaal mogelijk bereikbaar te houden en de hinder zo veel mogelijk te beperken, worden de werkzaamheden in de Westerscheldetunnel afgestemd op de door Rijkswaterstaat uit te voeren werkzaamheden, zoals die aan de Vlaketunnel. De impact op de beschikbaarheid van de tunnel en daarmee de bereikbaarheid van het gebied is voor de N.V. Westerscheldetunnel een belangrijk aandachtspunt. Dan nog de vraag van de heer Grinwis over de gepauzeerde projecten van minder dan 1 mol. Ik zat er eigenlijk net naast, want van de gepauzeerde projecten hebben alleen de A6 Almere-Lelystad en de Van Brienenoordcorridor een stikstofbijdrage onder de 1 mol. Als we die uitspraak hebben, zouden deze twee er dus vrij snel overheen kunnen gaan. Tot zover, voorzitter. Dan kan ik nu overgaan tot de appreciatie van de moties. Ik begin bij de motie op stuk nr. 20, over de Gerrit Krolbrug. Met dien verstande dat ik echt nog op zoek moet naar de financiële middelen, die ik dus niet heb, kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 23, over de N50. Die is creatief. We hebben hier eerder over gesproken, net voor de zomer, en dit had toen ook de steun van mevrouw Veltman. Oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Met dit geld was het project sowieso niet uitgevoerd, want er is nog veel meer nodig. Die verkenning loopt dus. Je moet daar dan op den duur wel weer andere middelen bij suppleren, maar dan zouden we hier nu een beweging op kunnen maken. Die verkenning loopt. Dat geld moet er op een gegeven moment wel bijgeplust worden, maar er gaat nu niks de ijskast in. Er loopt een verkenning.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Dit was ook echt de afweging van de verkeersveiligheid voor die N-weg, waar we al een hele lange tijd over spreken. Wat ik destijds van de BBB en van de VVD vernam bij dat overleg, is dat de verbinding opeens vrij ver naar voren kwam. Vandaar deze creatieve oplossing. Maar we gaan gewoon door met de verkenning. Daar zal wellicht volgende maand alweer een oplossing voor zijn; wie weet?

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Als er te veel is, zouden we dat weer terug kunnen stoppen, maar 40 miljoen lijkt ruim voldoende. Maar dat kunnen we dan ook weer terugbrengen, hè. Het is niet zo dat we dat helemaal alloceren op dat onderwerp.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Ja, laten we dat doen. Ik kom met een brief voor de stemmingen. Dat lijkt me uitstekend. Ik geef u nu hier mee dat ik doorkrijg dat het circa 40 miljoen is.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: De motie op stuk nr. 30 van Goudzwaard, Grinwis en Stoffer: oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: De motie op stuk nr. 34 van de heren De Groot en Stoffer. Als ik de motie zo mag lezen dat het voor het einde van het jaar is, dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Het kwam nu net iets te vroeg. Ik heb tot het einde van het jaar nodig. Als ik de motie zo mag lezen, dan geef ik 'm oordeel Kamer.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Ja, correct. Dan de motie op stuk nr. 35, ten aanzien van de Nijkerkersluis, de brug en het munitiedepot. Het is niet onze brug, ik heb ook het geld niet en Defensie gaat erover, maar wij gaan in ieder geval in overleg met Defensie. Met die opmerkingen die ik net heb gemaakt, kan ik 'm oordeel Kamer geven.

Bron, video en gesprek →
26 jan 2026 · Spreekbeurt

Minister Tieman: Ja. We zullen op dat moment meenemen wat we weten. We gaan dat traject nu ook verder in. We nemen dat dan mee.

Bron, video en gesprek →