KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813

30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
11 dec 2025 · Kamerstuk

Wijziging van de Paspoortwet in verband met de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart (36643)

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Marum: Dank u wel, voorzitter. In zo'n week van de InterExpo is het natuurlijk heel mooi dat we ook wat mensen uit de rest van ons Koninkrijk kunnen verwelkom. Ik dank de Kamerleden en in het bijzonder de afvaardiging van de Staten van Curaçao voor hun inbreng. Voordat ik overga tot de beantwoording van de vragen, wil ik kort stilstaan bij de achtergrond van dit wetsvoorstel. Alle Nederlandse burgers kunnen een Nederlandse identiteitskaart en een paspoort aanvragen. Met de identiteitskaart kunnen zij zich in een Europees land identificeren waar nodig. Ook kunnen burgers ermee reizen naar de meeste landen in Europa. De Nederlandse identiteitskaart is de identiteitskaart van Europees Nederland. De andere landen van het Koninkrijk en de openbare lichamen in Caribisch Nederland hebben elk hun eigen identiteitskaart of sédula. De regels over het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart staan nu in de Paspoortwet. Dit is een rijkswet. Voor dat paspoort is dat nodig omdat alle burgers van het Koninkrijk het paspoort aanvragen. Maar de Nederlandse identiteitskaart is de identiteitskaart van Europees Nederland. Het is dus geen onderwerp dat in een rijkswet geregeld moet worden. Het is voor Aruba, Curaçao en Sint-Maarten belastend en voor Nederland tijdrovend dat voor de Nederlandse identiteitskaart de procedure van een rijkswet moet worden gevolgd, terwijl het geen Koninkrijksonderwerp is. Uit het Statuut voor het Koninkrijk volgt dat alleen onderwerpen die het hele Koninkrijk aangaan in een rijkswet geregeld horen te worden. Door de leden van de Staten van Curaçao en ook van Sint-Maarten is al eerder gevraagd waarom de regels over de Nederlandse identiteitskaart nog in de rijkswet geregeld worden terwijl dat niet nodig is. Daarom is er ook gekozen voor de ontvlechting van de Nederlandse identiteitskaart uit de Paspoortwet. Regels over de uitgifte van de Nederlandse identiteitskaart worden een-op-een overgezet naar een gewone wet, de Wet op de Nederlandse identiteitskaart. De Kamer heeft in september het voorstel voor deze wet al aangenomen. Met het onderliggende voorstel worden de regels over de Nederlandse identiteitskaart uit de Paspoortwet geschrapt. Inhoudelijk verandert er niets. Burgers zullen er niets van merken. Voor de uitgevende instanties zijn er ook nauwelijks gevolgen. Dan zal ik nu overgaan tot het beantwoorden van de vragen. De heer Yung, gedelegeerde van Curaçao, vroeg: is het kabinet van plan om verschillende kleuren paspoorten uit te geven met voor elk land een eigen kleur? Nee, dat ben ik niet van plan. Een vraag uit de Kamer om dit te regelen is bij mij ook niet bekend. Er is één nationaal paspoort voor alle staatsburgers van het Koninkrijk. Dat heeft de bordeauxrode kleur. Het model hiervan is voor alle Nederlanders hetzelfde, ongeacht in welk land ze wonen. Het paspoort is het bewijs van Nederlanderschap. Alle staatsburgers van het Koninkrijk hebben het Nederlanderschap. Hierin wordt geen onderscheid gemaakt tussen de vier landen van het Koninkrijk. Een onderscheidende kleur van het paspoort vind ik daarom ook niet wenselijk. Dan de vraag: kunt u een voorbeeld geven van hoe een inhouding van een NIK in de praktijk gaat? De Paspoortwet bepaalt dat de uitgevende instanties van rijksdocumenten bevoegd zijn om paspoorten en NIK's in te houden. Op dit moment zijn de afdelingen burgerzaken en de gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten dus al bevoegd om NIK's in te houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het document niet meer geldig is of zo erg beschadigd dat het niet meer te gebruiken is. Die situatie blijft hetzelfde. Met dit wetsvoorstel wordt daarom in de Paspoortwet expliciet toegevoegd dat de gouverneurs bevoegd blijven een NIK in te houden. Deze bevoegdheid moet in rijksregelgeving worden geplaatst, omdat het gaat om de bevoegdheid van een gouverneur. Dan de derde vraag: hoe komt een gouverneur tot de beslissing om een NIK in te houden en wat kunnen de redenen zijn? De redenen om een NIK in te houden zijn genoemd in artikel 54 van de Paspoortwet. Een NIK kan worden ingehouden als de kaart van rechtswege is vervallen, bijvoorbeeld als de geldigheidsduur is verstreken, als de naam van de houder is gewijzigd of als de houder melding van fraude met de kaart heeft gemaakt. Daarnaast kan een NIK ook worden ingehouden als een kaart zo erg beschadigd is dat deze niet meer kan worden gebruikt, als de houder onbevoegd wijzigingen op de kaart heeft aangebracht of als blijkt dat de gegevens op de kaart niet juist zijn. Tot slot kan een NIK ingehouden worden als de foto niet langer voldoende kloppend is. Dit wordt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen gedaan, als de houder zodanig niet meer lijkt op de foto dat identificatie niet meer mogelijk is. Dan ga ik naar de vragen van mevrouw Huizenga. Wat zijn de gevolgen voor de uitvoerbaarheid voor de decentrale overheden? Kan de staatssecretaris bevestigen dat de gemeenten klaar zijn voor de ontvlechting? Kan de staatssecretaris bevestigen dat de kosten worden gecompenseerd? Eén. Ja. De gemeenten zijn klaar voor de ontvlechting. Inhoudelijk verandert er niets aan het uitgifteproces. De gevolgen voor de gemeenten zijn dus beperkt. Dat heeft de VNG ook bevestigd. Ook de kosten zijn zeer laag. Ik geef een voorbeeld. De jaarlijkse zelfevaluatie voor uitgevende instanties krijgt een apart hoofdstuk over de NIK. De gemeenten moeten dan voortaan naast de Paspoortwet naar de nieuwe Wet op de Nederlandse identiteitskaart gaan verwijzen in hun eigen communicatie en lokale regelgeving. Dan de vraag: wanneer verwacht u de nota naar aanleiding van het verslag over het wetsvoorstel voor de identiteitskaart zonder geslacht naar de Kamer te sturen? Dat wetsvoorstel is in juli 2024 ingediend door het vorige kabinet. Uw Kamer heeft in oktober 2024 verslag uitgebracht. De Staten van Curaçao hebben in mei 2025 verslag uitgebracht. Door de wisselingen in het kabinet sinds de indiening van het wetsvoorstel ligt het voorstel al enige tijd stil. Op dit moment is er binnen het kabinet overleg tussen de betrokken departementen over de voortgang van het wetsvoorstel.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Marum: Nog niet. Zodra ik die heb, kom ik daarmee terug. Als ik die wel heb, zal ik dat misschien ook schriftelijk kunnen doen, maar op dit moment heb ik daar geen nader tijdspad voor.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Marum: Dan de vraag van mevrouw Tseggai: waarom wordt er niet voor gekozen om ook de mensen op de BES-eilanden een NIK te kunnen verstrekken? De NIK is nu al op alle eilanden beschikbaar voor de Nederlanders. Daarnaast heeft elk eiland zijn eigen identiteitskaart of sédula, de lokale ID-kaart. De sédula wordt breder ingezet dan alleen als ID-kaart en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt als vreemdelingenkaart. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de aan mij gestelde vragen.

Bron, video en gesprek →
11 dec 2025 · Spreekbeurt

Staatssecretaris Van Marum: Het lijkt mij ook onwenselijk, maar ik moet even navragen hoe het precies zit. In principe is het volgens mij zo dat wij hier in Nederland nu een NIK hebben, gewoon voor het Europese deel, en dat de eilanden, en dus ook de bijzondere gemeenten, hun eigen identiteitskaart hebben, dus niet de Nederlandse.

Bron, video en gesprek →