Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–2026Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden606Vragen van het lid Kathmann (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Ministers van EconomischeZaken en van Justitie en Veiligheid over TikTok-algoritmes en extremisme(ingezonden 1 oktober 2025).Antwoord van Staatssecretaris Van Marum (Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties), van Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties), van Minister Karremans (Economische Zaken) en vanMinister Van Oosten (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 9 december 2025). Zieook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 277.Vraag 1Bent u bekend met het artikel «TikTok bezorgt extreemrechtse livestreamersextra publiek om winst te vergroten»?1Antwoord 1Ja.Vraag 2Wat is uw reactie op het artikel?Antwoord 2Het artikel schetst een zorgwekkende situatie. In de antwoorden op vraag 3en 4 ga ik hier verder op in.Vraag 3Vindt u het acceptabel dat TikTok, volgens berichtgeving in de NRC, met haaraanbevelingsalgoritmes rechts-extremistische content bevoordeelt?Antwoord 3Extremistische en haatdragende content hoort niet thuis op online platformszoals TikTok en druist in tegen de gebruikersvoorwaarden die TikTok zelfhanteert. Platforms hebben een verantwoordelijkheid voor de content die zijhosten en helpen verspreiden. Zo verplicht artikel 34 van de digitaledienstenverordening (hierna ook: «DSA») zeer grote online platforms (Very1NRC, 26 september 2025, «TikTok bezorgt extreemrechtse livestreamers extra publiek om winstte vergroten.» ah-tk-20252026-606ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel1 large online platforms, hierna: «VLOPs») zoals TikTok tot het identificeren,analyseren en beoordelen van systemische risico’s die voortvloeien uit hetontwerp, de werking en het gebruik van hun diensten. Extremistische enhaatdragende content kan leiden tot zulke risico’s, bijvoorbeeld wanneer hetnegatieve gevolgen heeft voor verkiezingsprocessen of de openbareveiligheid. Als er zulke risico’s bestaan, dan moeten zeer grote onlineplatforms daar adequate maatregelen tegen nemen, zoals bijvoorbeeld deaanpassing van aanbevelingsalgoritmes (artikel 35, eerste lid DSA). DeEuropese Commissie is de aangewezen toezichthouder hiervoor. Daarnaastwordt de eigen verantwoordelijkheid van online platforms tijdens denationale dialoog met de internetsector ook benadrukt.Vraag 4Vindt u dat elk groot online platform, waaronder TikTok, moet beschikkenover een stevig nationaal moderatieteam die vanuit de eigen context contentkan beoordelen? Is dit nu op orde?Antwoord 4Onderzoek bevestigt het bestaan van «moderatieongelijkheid».2 Dit houdt indat het beleid van een platform verschillend wordt toegepast per taal.Platforms gaan hierbij voornamelijk uit van het Engels, waarbij de ongelijk-heid in de toepassing van dit beleid het grootst is bij talen uit het globalezuiden.Het is essentieel dat grote online platforms, waaronder TikTok, beschikkenover een stevige en goed toegeruste nationale contentmoderatie die in staatis om content te beoordelen binnen de eigen nationale context, taal enculturele gevoeligheden. Effectieve moderatie draagt bij aan het voorkomenvan schadelijke of illegale inhoud en aan de bescherming van gebruikers.Voor effectieve moderatie zijn echter meer middelen nodig dan voor dehuidige mogelijkheid van menselijke moderatie door platforms. AI en«community notes» kunnen daar een nuttige bijdrage aan leveren. Beidekunnen ook in meer of mindere mate beschikken over kennis over taal,cultuur en maatschappelijke context. Effectieve moderatie vraagt voor zovernu bekend om een combinatie van menselijke (nationale) moderatie,community notes, en/of geautomatiseerde middelen. TikTok doet dat enmaakt gebruik van een combinatie van automatische moderatiesystemen enmenselijke moderatoren. In het recente DSA-transparantierapport van TikTokgeven zij aan 100 Nederlandse personen in dienst te hebben die zich wijdenaan contentmoderatie.De DSA verplicht platforms om transparantie te bieden over de moderatie diezij verrichten, en de wijze waarop. Zo moeten zij onder meer rapporteren overde moderatie die zij hebben verricht, de geautomatiseerde middelen diedaarbij eventueel zijn toegepast, en over de maatregelen die zijn genomenom opleiding en bijstand te verstrekken aan personen die de moderatieverrichten. VLOPs en zeer grote online zoekmachines (Very large onlinesearch engines, hierna: «VLOSEs») moeten daarnaast rapporteren over depersonele middelen die worden ingezet voor inhoudsmoderatie, uitgesplitstper officiële taal van de EU-lidstaten, en over de kwalificaties en taaldeskun-digheid van deze moderatoren. Hiermee wordt transparant of, en zo ja welke,platforms menselijke contentmoderatie verminderen en welke middelen zijinzetten om te modereren. Op dit moment maakt niet elke VLOP gebruik vanmenselijke moderatie. Het kabinet zal zich ervoor blijven inzetten datplatforms hun verplichtingen nakomen, onder meer door samenwerking metEuropese partners te intensiveren en door in de nationale dialoog met deinternetsector hiervoor aandacht te vragen.Vraag 5Welke risico’s ziet u voor de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025op het gebied van politieke beïnvloeding via ongereguleerde donaties aanonline contentmakers?2Richard Rogers (red.), Content Moderation across Social Media Platforms (2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel2 Antwoord 5Het kabinet zet breed in om politieke beïnvloeding te voorkomen. Maatrege-len betreffen onder andere het organiseren van verkiezingstafels metrelevante (veiligheids)partners, het organiseren van een online veiligheids-briefing voor gemeenteambtenaren, het bevorderen van het (online) publiekedebat en het versterken van de weerbaarheid van politieke partijen. Ook gaathet kabinet desinformatie rond het verkiezingsproces tegen met de Rijksbredestrategie voor de effectieve aanpak van desinformatie. We zijn ons bewustvan het risico dat buitenlandse actoren geld en tijd investeren om onzedemocratische processen te beïnvloeden, bijvoorbeeld aan de hand vanheimelijke desinformatiecampagnes.Ondanks richtlijnen rondom de transparantie van politieke advertenties kanhelaas niet worden uitgesloten dat deze beïnvloedingscampagnes plaatsvin-den. Het is daarom van groot belang dat deze worden blootgelegd. Deveiligheidsdiensten doen vanuit hun wettelijke taak onderzoek naar heimelijkeinmenging door buitenlandse actoren. Indien inmenging wordt geconsta-teerd, kunnen zij dit melden aan relevante partners, via de geëigendekanalen, zodat deze op basis van de melding hiernaar kunnen handelen.Anderzijds is het van belang dat kiezers zelf weerbaar zijn zodat zij zich nietdoor een enkele influencer laten beïnvloeden. Een goed geïnformeerdeburger is niet alleen veerkrachtiger, maar ook beter in staat om kritisch enverantwoord te handelen. Daarom zet het kabinet via de Rijksbrede strategievoor de effectieve aanpak van desinformatie ook in op de versterking vanmediawijsheid en de weerbaarheid van burgers.3Vraag 6Vindt u dat donaties aan online contentmakers, die een politieke boodschapuitdragen, beter gereguleerd moeten worden? Ziet u mogelijkheden om dit inde Wet op de politieke partijen (Wpp) op te nemen?Antwoord 6Er zijn verschillende wetten en regels die zich richten op de monetisatie vanonline content. Denk hierbij aan de Mediawet en reclameregels. Ook hebbenplatforms vaak in hun eigen beleid restricties voor de monetisatie4 vancontent opgenomen.5 Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijks-relaties en het Ministerie van Economische Zaken achten het daaromwenselijk om voor nu terughoudend te zijn met het nemen van additionelemaatregelen en vooral te bezien wat er mogelijk is binnen de huidige wet- enregelgeving. De Wet op de politieke partijen is in ieder geval niet de juisteplek om nadere regels te stellen. Deze wet omvat als normadressant enkelpolitieke partijen, niet online contentmakers die een politieke boodschapuitdragen.Vraag 7Heeft u geanalyseerd welke risico’s er bestaan op online politieke beïnvloe-ding voor de aanstaande Kamerverkiezingen? Zo ja, kunt u toelichten welkerisico’s er zijn geconstateerd en welke maatregelen u neemt om deze temitigeren?Antwoord 7Het fundamentele karakter van verkiezingen zorgt ervoor dat verkiezingendoelwit kunnen zijn van (statelijke) actoren die democratische processen inEuropa en Nederland willen beïnvloeden of verstoren. Hier zijn meerderevoorbeelden van, zoals de inmengingspogingen in Roemenië, Moldavië,Polen en Duitsland. Daarom neemt het kabinet maatregelen om deze risico’stegen te gaan.Er worden verschillende maatregelen getroffen om heimelijke beïnvloedingvan verkiezingen tegen te gaan. Hierover is uw Kamer op 4 juli jl. per briefgeïnformeerd.6 De getroffen maatregelen zijn besproken met relevantepartners, waaronder de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, op de verkie-3Kamerstukken II, 2023/24, 30 821, nr. 2304X’s Creator Monetization Standards | X Help5Content Monetisation Policies | Meta Business Help Centre6Kamerstukken II, 2024/25, 36 552, nr. 12Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel3 zingstafel. Deze tafel komt periodiek bijeen en incidenteel in geval vanconcrete dreigingen. Ook heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties een webinar georganiseerd voor gemeenteambtenaren omhen voor te bereiden op veiligheidsrisico’s rondom de verkiezing. DeAutoriteit Consument en Markt (ACM) heeft een rondetafelgesprek georgani-seerd over de verantwoordelijkheden van online platforms onder de DSAtijdens verkiezingen. Daarnaast hebben het Ministerie van Defensie en deNationale Politie een hackathon georganiseerd waarbij op basis van opensource intelligence signalen van dreigingen voor de weerbaarheid van deaankomende verkiezingsperiode worden onderzocht. Verder wordt actiefsamengewerkt in EU-verband. Bijvoorbeeld via het European CooperationNetwork on Elections and the Rapid Alert System (RAS) waar inzichten metbetrekking tot desinformatie en weerbare verkiezingen worden gedeeldtussen lidstaten. Tot slot werken we aan een offensieve aanpak tegendesinformatie en de verkenning naar de mogelijkheden voor desinformatiedetectie. In recente jaarverslagen waarschuwt de AIVD voor heimelijkedesinformatiecampagnes die het publieke debat in Europese landenbeïnvloeden.7 Het ontbreekt momenteel aan integraal zicht op de versprei-ding van desinformatie- en beïnvloedingscampagnes door statelijke actorenin het Nederlandse informatiedomein. Om onze informatiepositie te verstevi-gen onderzoeken we de mogelijkheid om buitenlandse beïnvloedingscampag-nes, gericht op onze democratische rechtsstaat, te detecteren. Daarvoor kijkenwe naar buitenlandse voorbeelden zoals Zweden en Frankrijk.Overigens zijn ons kiesstelsel en verkiezingsproces robuust. Door onspluralistische stelsel van evenredige vertegenwoordiging zijn we minderkwetsbaar dan landen met een meerderheidsstelsel zoals het «winner takesall»-stelsel waarbij slechts één partij of kandidaat het voor het zeggen krijgt.Ook is het verkiezingsproces minder kwetsbaar voor digitale dreigingendoordat de kiezer met een papieren stembiljet stemt, dat handmatig wordtgeteld.Vraag 8Hoe beoordeelt u de radicaliserende werking van online aanbevelingsalgorit-mes gebaseerd op online tracking en interactie? Ziet u een verband tussen dewerking van deze algoritmes en de toenemende groei van online extremismedie zowel de AIVD8 als NCTV9 constateren?Antwoord 8Radicalisering is een complex proces waarbij verschillende factoren een rolspelen. Aanbevelingsalgoritmes hebben hierin een indirecte, maar wel eenversterkende rol. Het onderzoek in het genoemde artikel toont aan datalgoritmes content met veel aandacht vaker aanbevelen. Ook blijkt emotio-nele en polariserende content aandacht te genereren.10 Hierdoor wordt eenverband gesuggereerd tussen aanbevelingsalgoritmes en de verspreiding vanextreme content. Het WODC-onderzoek naar rechts-extremisme op socialemedia bevestigt dat aanbevelingsalgoritmes radicalisering kunnen versterkenwanneer gebruikers zelf al actief zoeken naar extremistische of polariserendecontent.11 Deze algoritmes zorgen voor steeds extremere aanbevelingen opbasis van het eerdere gedrag van de gebruiker. Tegelijkertijd zijn ook depersoonlijke keuzes van gebruikers en offline factoren minstens zo belangrijkin het radicaliseringsproces. Denk hierbij aan het delen van links naarextremistische content binnen de eigen sociale omgeving, het abonneren opof volgen van bepaalde kanalen met extreme content op sociale mediaplat-forms, en het ontmoeten van gelijkgestemden binnen echokamers. Algorit-mes zijn dus geen directe oorzaak van radicalisering, maar kunnen welbijdragen aan een versnelde toegang tot extremistische content. Dit kan hetproces van radicalisering versnellen of versterken, vooral bij kwetsbaregebruikers. Daarnaast houdt een onderdeel van het verdienmodel van online7AIVD jaarverslag 20248AIVD, 3 april 2025, «Een web van haat – De online grip van extremisme en terrorisme opminderjarigen.»9NCTV, 17 juni 2025, «Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland.»10https://www.researchgate.net/publication/395474433_TikTok_Rewards_Divisive_Political_Messaging_During_the_2025_German_Federal_Election11Kamerstukken II, 2023/2024, 29 754, nr. 708; Kamerstukken II, 2023/24, 29 754, nr. 690.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel4 platforms, waaronder de reclamesystemen en aanbevelingssystemen diedoor aanbieders van VLOPs worden gebruikt, de verspreiding van schadelijkeen extremistische content in stand.De NCTV en AIVD besteden in de opeenvolgende Dreigingsbeelden Terro-risme Nederland (DTN) en in het jaarverslag van de AIVD van 2024 aandachtaan de snelle online radicalisering en mogelijke geweldsdreiging van metname jongeren in onder andere rechts-terroristische online netwerken. DeMinister van Justitie en Veiligheid vraagt daarom in de dialoog met deinternetsector expliciet aandacht voor de rol van aanbevelingsalgoritmes bijde verspreiding van extreme online content.Vraag 9Ziet u een verband tussen de rellen in Den Haag van 20 september 2025,waar rechts-extremistisch geweld is gepleegd, en de radicaliserende gevolgenvan aanbevelingsalgoritmen op sociale media?Antwoord 9De NCTV en AIVD waarschuwen al langere tijd voor de dreiging vanrechts-extremisme (en rechts-terrorisme) en dat normalisering van rechts-extremistisch gedachtengoed kan leiden tot rechts-extremistisch gemotiveerdgeweld. Zo werd in opeenvolgende Dreigingsbeelden Terrorisme Nederland(DTN) en ook in het jaarverslag van de AIVD van 2024 aandacht besteed aande normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed en de verspreidinghiervan online. De snelle online radicalisering en mogelijke geweldsdreigingvan met name jongeren in onder andere rechts-terroristische onlinenetwerken is hier onderdeel van. Normalisering van het rechts-extremistischgedachtegoed kan leiden tot een toenemende intolerantie jegens instituten enandere groepen in de samenleving, waardoor geweld tegen deze groepensneller wordt geaccepteerd. Om het gedachtegoed te normaliseren spelenrechts-extremisten in op bestaande maatschappelijke onvrede. De gebeurte-nissen en zichtbare uitingen van zaterdag 20 september jl. zijn mogelijk eenteken van normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed in desamenleving. Daarbij is het een zorgelijke ontwikkeling dat (al dan nietextremistische) groepen met verschillende achtergronden zich vanuit eengedeelde onvrede kunnen verenigen en elkaar kunnen versterken in hun(extremistische) denkbeelden en in het uiterste geval geweldsbereidheidtonen. Voor de duiding van de NCTV van de gebeurtenissen van 20 septem-ber jl. verwijzen we naar de recent verzonden Kamerbrief.12Vraag 10Deelt u de mening van de indieners dat online algoritmes die polarisatie,ophef, en haat aanwakkeren, van sociale media een broedplaats maken voorrechts-extremistisch gedachtegoed en daardoor kunnen leiden tot geweld?Antwoord 10Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 8 en 9, is de rol van aanbeve-lingsalgoritmes en sociale mediafuiken bij rechts-extremistische radicaliseringbinnen de online context indirect, maar relevant. De NCTV en AIVD waarschu-wen al langere tijd voor de dreiging van rechts-extremisme (en rechts-terrorisme) en dat normalisering van rechts-extremistisch gedachtegoed ende verspreiding hiervan online kan leiden tot rechts-extremistisch gemoti-veerd geweld. Daarom zal de aandacht voor de rol van deze algoritmes in hetbestrijden van extremisme onverminderd doorgezet worden.Vraag 11Acht u het met de indieners noodzakelijk om de radicaliserende werking vanaanbevelingsalgoritmes op sociale media scherper te reguleren?Antwoord 11Nee, het kabinet acht het op dit moment niet noodzakelijk om aanvullenderegels te stellen bovenop bestaande wetgeving, zoals de DSA. Zo verplicht deDSA online platforms om transparant te zijn over de werking van hunaanbevelingsalgoritmes. VLOPs, waaronder ook sociale mediaplatforms,12Kamerstukken II, 2025/2026, 28 684, nr. 786.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel5 moeten gebruikers daarnaast de optie bieden om aanbevelingsalgoritmes, diegepersonaliseerde aanbevelingen doen, uit te schakelen. Zoals uitgelegdonder vraag 3, verplicht de DSA daarnaast tot het identificeren, analyseren enbeoordelen van systemische risico’s en zo nodig het maken van aanpassin-gen aan aanbevelingsalgoritmes. Het kabinet is daarom van mening dat deprioriteit moet liggen bij de effectieve en uniforme toepassing en handhavingvan de DSA. In 2027 vindt de evaluatie van het effect en doeltreffendheid vande DSA plaats. De regels omtrent aanbevelingssystemen kunnen dan ookworden geëvalueerd en een verdere aanscherping kan worden overwogen. Indit kader volgen wij met interesse recente relevante juridische ontwikkelin-gen, zoals de uitspraak van de rechtbank Amsterdam over aanbevelingsalgo-ritmes van grote sociale-mediaplatforms.13Binnen de kaders van bestaande wetgeving, zoals de DSA, zet Nederland zichin voor een versterking van het beleid ten aanzien van online radicalisering,gewelddadig extremisme en terrorisme. Nederland neemt daarbij een actieverol binnen de Europese Unie en roept, samen met Duitsland en Frankrijk, deEuropese Commissie op om onder meer gezamenlijk een vrijwillige gedrags-code voor online platforms op te stellen met betrekking tot deze problema-tiek. Deze gedragscode kan tevens maatregelen omvatten met betrekking totaanbevelingsalgoritmes.Vraag 12Bent u van mening dat bedrijven als X, Meta en TikTok genoeg doen omradicalisering en extremisme op hun sociale media platforms aan te pakken?Antwoord 12Extremistische en terroristische groeperingen misbruiken online platformen,waaronder sociale media platformen, om propaganda te verspreiden en instand te houden, nieuwe leden te rekruteren en zelfs aanslagen voor tebereiden. Het is daarom essentieel om passende maatregelen te nemen omhet online domein veiliger te maken, met inachtneming van de waarden vaneen democratische rechtstaat. Hier zet het kabinet zich dan ook voor in. Zostelt huidige wettelijke instrumentarium, zoals de DSA en de TerroristischeOnline Inhoud (TOI-)verordening, duidelijke grenzen aan de aanwezigheid vanterroristische en illegale content op onlineplatforms. Dit is een belangrijkestap in de goede richting om platforms meer verantwoordelijkheid te latennemen en zo bij te dragen aan een veiligere online omgeving. Wij blijvendaarom in dialoog met de internetsector. Hierbij wordt steeds de eigenverantwoordelijkheid van online platforms benadrukt.Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid is belangrijk onderdeel van dedialoog het gezamenlijk verkennen van mogelijkheden om concrete instru-menten tegen online radicalisering te ontwikkelen. Zo start in december 2025de pilot met de ReDirect-methode, in samenwerking met Meta, waarbijgebruikers die online zoeken naar terroristische of extremistische contentworden geconfronteerd met een informatieveld om hen door te geleiden naaronline hulp.De Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM)detecteert en beoordeelt online terroristisch materiaal volgens de TOI-verordening. Hostingaanbieders moeten dit materiaal binnen een uur na eenverwijderingsbevel van de ATKM verwijderen of ontoegankelijk maken.Daarnaast moeten online platforms transparantieverslagen publiceren overhet aantal ontvangen verwijderbevelen en de opvolging daarvan. Bijherhaalde overtredingen kan de toezichthouder een «blootstellingsbesluit»opleggen, waarmee het platform verplicht wordt proactieve maatregelen tenemen om herhaling te voorkomen.Voor VLOPS, waaronder Meta en TikTok, is de Europese Commissie deaangewezen toezichthouder. Sinds de inwerkingtreding van de DSA heeft deCommissie diverse formele onderzoeken geopend naar de naleving door dezeer grote online platforms van de verplichtingen onder de DSA. Dezeonderzoeken zien, onder andere, op het ontwerp en werking van aanbeve-lingsalgoritmes, de systeemrisico’s en mitigerende maatregelen en transpa-rantieverplichtingen rondom content moderatie. Vooralsnog heeft deCommissie deze onderzoeken nog niet afgerond of sancties opgelegd aan de13ECLI:NL:RBAMS:2025:7253, Rechtbank Amsterdam, C/13/774725 / KG ZA 25-687 MK/JDTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel6 platforms. In afwachting van deze uitspraken kunnen we geen conclusiestrekken over de eventuele schendingen van de verplichtingen onder de DSAvan specifieke platforms.Vraag 13Welke concrete maatregelen bepleit u in de aankomende Digital Fairness Act(DFA) van de Europese Commissie die de risico’s op radicalisering viaaanbevelingsalgoritmes kan mitigeren?Antwoord 13Met de Digital Fairness Act (DFA) zal het Europese consumentenrecht wordenaangepast. Het consumentenrecht beschermt belangen van consumenten bijhet aangaan van economische transacties met handelaren. Het tegengaanvan radicalisering is geen doel van het consumentenrecht. Nederland zet zichin voor aanvullende maatregelen voor het tegengaan van verslavendontwerp, waaronder algoritmes, via de DFA. Tegelijkertijd moet onnodigeregeldruk voor ondernemers voorkomen worden. Dergelijke maatregelen zijnniet specifiek gericht op het tegengaan van radicalisering, maar zoudenindirect een effect kunnen hebben. Zoals aangegeven in de beantwoordingvan vraag 3, worden aanbevelingsalgoritmes op dit moment onder anderegereguleerd via de DSA en de TOI-verordening. Het kabinet is daarom vanmening dat de prioriteit moet liggen bij de effectieve en uniforme toepassingen handhaving van deze wet- en regelgeving.Vraag 14Welke nationale maatregelen kunt u nemen om Nederlandse gebruikers vansociale media te beschermen tegen de radicaliserende werking van onlinealgoritmes?Antwoord 14Het tegengaan van online radicalisering is een gezamenlijke verantwoordelijk-heid. Online platforms hebben hierin een bijzondere rol, omdat zij alsaanbieders en beheerders van de digitale infrastructuur direct kunneningrijpen in de online dynamiek. Zij zijn in eerste instantie aan zet om tezorgen dat hun gebruikers online veilig zijn. De DSA legt zorgvuldigheidsver-plichtingen op aan online platforms om bij te dragen aan het creëren van eenveilige online omgeving. We richten ons daarom op het effectief implemente-ren van Europese regelgeving, zoals de DSA. Voor VLOPs, waaronder socialemedia, is de Europese Commissie de aangewezen toezichthouder. InNederland is de ACM bevoegd om toezicht te houden op naleving van deDSA door hier gevestigde tussenhandeldiensten, zoals online platforms.Daarnaast zullen we ons in 2026 met nieuwe initiatieven inzetten voor kennisen kunde van burgers in de online publieke ruimte. Bijvoorbeeld door hetvergroten van het bewustzijn bij burgers van hun rechten en handelingsop-ties onder de DSA. Ook onderzoeken we de inzet van AI en nieuwe technolo-gie om de negatieve effecten tegen te gaan die algoritmes kunnen hebben opde zichtbaarheid en toegankelijkheid van onafhankelijke en betrouwbareinformatie op sociale media. En we zetten in op ontwikkeling, gebruik enschaalvergroting van niet-winstgedreven alternatieven.Vraag 15Bent u bereid de mogelijkheden te onderzoeken of via het consumentenrechteen nationaal verbod op radicaliserende aanbevelingsalgoritmes van groteonline platforms gerealiseerd kan worden?Antwoord 15Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 13, is het consumentenrechtgeen geschikte plek om radicaliserende aanbevelingsalgoritmes direct tereguleren. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 11, wordenaanbevelingsalgoritmes op dit moment onder andere gereguleerd via de DSAen de TOI-verordening. Het kabinet is daarom van mening dat de prioriteitmoet liggen bij de effectieve en uniforme toepassing en handhaving van dezewet- en regelgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel7 Vraag 16Kunt u deze vragen afzonderlijk en minstens één week voor de TweedeKamerverkiezingen van 29 oktober 2025 beantwoorden?Antwoord 16Ja, deze vragen zijn afzonderlijke beantwoord. Het is helaas niet gelukt dezebeantwoording een week voor de Tweede Kamerverkiezing toe te sturen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, Aanhangsel8
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813
30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken