Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 IVVaststelling van de begrotingsstaten vanKoninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)voor het jaar 2026Nr. 30 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 december 2025In het CN-verzameldebat van 4 september jl. heb ik uw Kamer toegezegdna mijn kennismakingsreis naar Bonaire, Sint Eustatius en Saba terug tekomen op enkele openstaande vragen.1 Op alle drie de eilanden heb ikgezien hoe groot de betrokkenheid is van bestuurders, maatschappelijkeorganisaties en inwoners. De reis heeft mijn overtuiging versterkt dat hetbehalen van voor bewoners merkbare resultaten en lokaal eigenaarschaphand in hand moeten gaan. Alleen door intensieve samenwerking –tussen de eilanden onderling en met Europees Nederland – kunnen wezorgen voor toekomstbestendige voorzieningen en een sterkere positievan de openbare lichamen binnen het Koninkrijk. Conform mijntoezegging ga ik in deze verzamelbrief in op:–De veerverbinding tussen de bovenwindse eilanden;–het Bestuursakkoord Bonaire;–de toepassing van principe van «comply or explain»;–het geactualiseerde wetgevingsoverzicht;–de samenwerking met UNICEF.Stand van zaken veerverbindingEerder dit jaar heb ik toegezegd uw Kamer dit najaar te informeren overhet al dan niet voortzetten van de subsidie voor de veerverbinding tussende Bovenwindse Eilanden.2 Voor Sint Eustatius en Saba is de veerver-binding in het bijzonder met Sint Maarten van groot belang. Zo zijninwoners afhankelijk van de verbinding naar Sint Maarten voor ondermeer complexe medische zorg en bancaire dienstverlening. Een goede enbetaalbare veerverbinding voor, zowel toeristen, als andere bezoekers isbovendien voorwaardelijk voor de economische ontwikkeling van Saba enSint Eustatius. Daarom maak ik voor de jaren 2026 en 2027 jaarlijks1Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800 IV, nr. 6.2Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800 IV, nr. 6; TZ202505-063; TZ202510-009. kst-36800-IV-30ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 301 € 1.5 mln. vrij via de begroting om de subsidie voort te zetten en tevens teverhogen. Eerder is geconstateerd dat de veerdienst op zichzelf nietlevensvatbaar is zonder bijdrage van het Rijk.3 De Minister van IenW en ikverkennen hoe een structurele financiering van de veerdienst gefinancierdkan worden na 2027.Stand van zaken Bestuursakkoord Bonaire (2024–2027)14 mei jl. informeerde mijn voorganger uw Kamer over de voortgang vanhet bestuursakkoord Bonaire en is toegezegd u hierover na de zomernader te informeren.4 In zijn brief heeft mijn voorganger geconstateerddat er op dat moment nog te weinig zichtbare en voor inwoners merkbareresultaten waren geboekt. Tegen deze achtergrond zijn de bestuurlijkeafspraken aangescherpt en de te realiseren prioriteiten voor dit jaarvastgelegd. Hiervan zijn de eerste resultaten inmiddels zichtbaar, zo is desamenwerking met Akademia Papiamentu als taalinstituut gestart, zijn devoorbereidingen voor een Bureau Burgerrechten afgerond en is eenorganisatieplan voor de afdeling Deelnemingen door het bestuurscollegevastgesteld. Hiernaast heeft het bestuurscollege een plan opgesteld voorde borging en verbetering van de financiële processen binnen deorganisatie en zal het bestuurscollege zich over de voortgang verant-woorden in de uitvoeringsrapportage. Hoewel de eerste resultatenzichtbaar zijn, vergt de voortgang op de prioriteiten in het Bestuursak-koord 2024–2027 ook de komende periode volop aandacht. Hiertoe wordtvóór het einde van dit jaar ook voor 2026 een uitvoeringsagendavastgesteld. Tot slot ben ik het bestuurscollege erkentelijk voor het feit datzij verantwoordelijkheid nemen voor de situatie bij Selibon Lagun. Deuitwerking van de afspraken van de op 20 november getekende Bestuurs-overeenkomst «Aanpak Selibon Lagun» zal dan ook onderdeel vormenvan de nieuwe uitvoeringagenda 2026.5Stand van zaken «Comply or explain»Sinds 2019 hanteert het kabinet het principe van «comply or explain». Ditnaar aanleiding van het advies van de Raad van State om de «legislatieveterughoudendheid» los te laten.6 Sindsdien hebben de opeenvolgendekabinetten het principe steeds herbevestigd en verder uitgewerkt. In hetkabinetsstandpunt uit 2023 is uiteengezet wat er onder het principe wordtverstaan en op welke manier dit wordt gehanteerd. Het belangrijksteuitgangspunt van «comply or explain» is dat alle beleidsintensiveringenen de daaruit voortvloeiende wetgeving en/of financiële consequentiesvan toepassing (zullen) zijn voor Caribisch Nederland, tenzij er redenenzijn om dat niet te doen. Dit kan betekenen dat de omstandighedenmaatwerk vragen, om hiermee alsnog het gewenste resultaat te bereikenin Caribisch Nederland. 7Op 20 juni jongstleden heb ik uw Kamer een brief gestuurd over de standvan zaken rond de implementatie van het principe «comply or explain» enhoe ik dat in het vervolg beter wil gaan waarborgen.8 De structurelebetrokkenheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba bij beleid en wetgevingis hierbij essentieel. Op deze manier wordt de uitvoerbaarheid van hetprincipe versterkt. In het Verzameldebat BES (4 september jl.) is opnieuwaandacht gevraagd voor de werking en doorontwikkeling van het principe.In deze brief informeer ik u daarom over de voortgang.3Kamerstukken II, 2024/2025, 36 600 IV, nr. 51.4Kamerstukken II, 2024/2025, 36 600 IV, nr. 56.5Kamerstukken II, 2025/2026, 22 343, nr. 434.6Kamerstukken II, 2019/2020, 35 300 IV, nr. 11.7Kamerstukken II, 2022/2023, 36 200 IV, nr. 85.8Kamerstukken II, 2024/2025, 36 600 IV, nr. 70.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 302 Toepassing van «comply or explain» op bestaande wetgevingUw Kamer heeft verzocht om een schriftelijke toelichting op hoe hetprincipe wordt toegepast op bestaande wetgeving.9 Het principe «complyor explain» richt zich in de eerste plaats op nieuwe wetgeving of wetswij-zigingen. Bestaande wetgeving wordt dus niet automatisch herzien.Tegelijkertijd wordt er op een aantal urgente thema’s stapsgewijs eeninhaalslag gemaakt bij verouderde, bestaande, wetgeving middels eenthematische aanpak. Enkele voorbeelden zijn de thema’s goed bestuur, hetfysiek domein en het stelsel van vergunningverlening, toezicht enhandhaving voor natuur, bouwen en milieu. Zo is in mijn Agenda GoedBestuur Caribisch Nederland de Algemene wet bestuursrecht BESbenoemd als een wetstraject dat nu wordt voorbereid. Op deze manierwordt op termijn voorzien in moderne wetgeving die enerzijds goedaansluit op de Europese Nederlandse wetgeving en anderzijds voorzien isvan voldoende maatwerk zodat het passend is voor de uitvoeringspraktijkin Caribisch Nederland.10Vijfde geactualiseerd wetgevingsoverzichtVoortkomend uit een eerdere motie vanuit uw Kamer11, stel ik elk half jaarwetgevingsoverzichten op. Het meest actuele wetgevingsoverzicht vindt uin de bijlage bij deze brief. Zoals eerder aangegeven wil ik de eilandenmeer betrekken bij de totstandkoming van dit overzicht en de verderedoorontwikkeling van dit instrument.12 Hierover ga ik zowel in overlegmet Bonaire, Sint Eustatius en Saba als met de ministeries. Tussentijds zalhet overzicht volgens de huidige opzet aan uw Kamer worden gestuurd.Naar verwachting zal het eerstvolgende wetgevingsoverzicht voor heteinde van 2026 met u gedeeld worden. Hiermee verandert de frequentievan elk half jaar naar jaarlijks. Op deze manier kan ik een hogere kwaliteitvan de wetgevingsoverzichten garanderen, worden de effecten van deverbetermaatregelen uit de notitie «betrokkenheid BES bij beleid enwetgeving» zichtbaar en werk ik tegelijkertijd aan het doel om hetoverzicht nog bruikbaarder te maken voor uw Kamer bij het monitorenvan het toepassen van «comply or explain».Afwegingskader decentraal bestuurIn het Commissiedebat Sociaal minimum Caribisch Nederland van11 december 2024 heeft het lid Bruyning mij verzocht uw kamer teinformeren over de nadere waarborgen voor «comply or explain».13 Omhet principe van «comply or explain» beter te borgen en door te ontwik-kelen is het van belang om het principe in de hele wetgevingsketen teverankeren. Dit heeft betrekking op zowel de voorbereiding van nieuwbeleid en wetgeving als ook de uiteindelijke implementatie en uitvoering.Op dit moment onderzoekt mijn ministerie op welke manier voor Bonaire,Sint Eustatius en Saba een afwegingskader kan worden vormgegevenvoor de decentralisatie van taken naar de openbare lichamen in navolgingvan het beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur voorEuropees Nederland. Een dergelijk kader kan de uitvoerbaarheid van hetprincipe «comply or explain» versterken. Ik zal u hier gepaard met deevaluatie van de VNG-uitvoeringstoets voor het zomerreces 2026 naderover berichten.9Kamerstukken II, 2022/2023, 36 200 IV, nr. 63;10Kamerstukken II, 2024/2025, 36 600 IV, nr. 73.11Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800 IV, nr. 10; Kamerstukken II, 2023/2024, 36 410 IV, nr. 65.12Kamerstukken II, 2024/2025, 36 600 IV, nr. 41.13Kamerstukken II, 2024/2025, 36 600 IV, nr. 40; TZ202412-094.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 303 Uitvoerings-/wetgevingstoetsTijdens het laatste Verzameldebat BES heb ik u toegezegd om uw Kamervoor het zomerreces van 2026 een evaluatie te sturen van de uitvoerings-toets zoals deze door de VNG is uitgevoerd.14 Bij deze evaluatie lever ikook een voorstel voor een gedifferentieerde uitvoeringstoets enbijpassend proces, waarin wordt meegenomen of het mogelijk is om tedifferentiëren per wetsvoorstel. Dit voorstel is gebaseerd op de lessen vande VNG en sluit aan bij de verschillende behoeften van Bonaire, Saba enSint Eustatius. Dit betekent dat bij eenvoudige wetgevingstrajecten, metminder maatschappelijke impact, gekozen kan worden voor een lichtetoetsing. Bij omvangrijke en complexe wetgeving, met grote gevolgenvoor inwoners en ondernemers, kan er gekozen worden voor eenomvangrijke toets.Stand van zaken samenwerking UNICEFTenslotte heb ik uw Kamer tijdens het verzameldebat toegezegd om destand van zaken toe te lichten ten aanzien van de subsidie die ik aanUNICEF heb verleend voor het programma «Kinderen in hun kracht».15 Ditprogramma is momenteel in de afrondende fase. Op basis van deverantwoording die daarop volgt en uiterlijk 1 april 2026 gereed zal zijn,zal ik bezien welke resultaten er geboekt zijn en op welke punten deopenbare lichamen extra ondersteuning van UNICEF nodig hebben om tevoldoen aan het VN kinderrechtenverdrag. Uiterlijk medio 2026 zal ik uhierover berichten.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van Marum14Kamerstukken II, 2023/2024, 36 410 IV, nr. 65; Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800 IV, nr. 6;TZ202510-011.15Kamerstukken II, 2025/2026, 36 800 IV, nr. 6.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 304
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813
30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken