Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 IVVaststelling van de begrotingsstaten vanKoninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H)voor het jaar 2026Nr. 31 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 15 december 2025Voorafgaand aan de begrotingsbehandeling over de ontwerpbegroting2026 van Koninkrijksrelaties (Kamerstuk 36 800-IV) informeer ik uw Kamerin deze brief over de stand van de zaken van een aantal moties entoezeggingen op het beleidsterrein van Koninkrijksrelaties.Toezegging inzake verhouding tussen art. 24 en art. 27 in relatietot art. 29 van de Rijkswet Houdbare Overheidsfinanciën Aruba(HOFA)1Zodra het voorstel voor de Rijkswet Houdbare Overheidsfinanciën Arubavoor behandeling bij de Tweede Kamer is aangeboden ga ik graag met uwKamer in gesprek over het dan voorliggende voorstel. Ik verwacht u hetvoorstel in 2026 aan te kunnen bieden. Aan deze toezegging kan daaromin deze fase van het wetgevingsproces geen opvolging gegeven worden.Toezegging inzake evaluatie van de Rijkswet financieel toezicht(Rft)2In 2024 heeft de Evaluatiecommissie drie aanbevelingen geformuleerd omde landen het gewenste perspectief op beëindiging van het huidigetoezicht te bieden.3 Het betreft:1)De ontwikkeling van een toetsingskader;2)Verkenning van ruimte binnen de wet om ruimte te bieden aan o.m.een strategische investeringsagenda; en3)Onafhankelijke rolvaste instituties in de begrotingscyclus.In hun respectievelijke reacties hebben Curaçao en Sint Maarten aange-geven de aanbevelingen te onderschrijven. Voor de eerste aanbeveling1Verzameldebat Curaçao, Aruba en Sint Maarten d.d. 30 september 2025. TZ202510-008.2Verzameldebat Curaçao, Aruba en Sint Maarten d.d. 30 september 2025. TZ202510-007.3Kamerstukken ll, 2024/25, 34 269, nr. 9. kst-36800-IV-31ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 311 heeft het College financieel toezicht eerder dit jaar het initiatief genomenom samen met de landen een concepttoetsingskader te ontwikkelenwaarvan de werking in de praktijk op dit moment wordt getoetst. Tenaanzien van de tweede aanbeveling wil ik benadrukken dat (ruimte voor)strategische investeringsagenda’s van groot belang zijn, maar dat dezenog niet beschikbaar zijn. Indien de landen daar klaar voor zijn, ga ikgraag samen met het College financieel toezicht (Cft) en de landen inoverleg om in kaart te brengen welke stappen er nodig om tot realisatie tekomen. Opvolging van de derde aanbeveling ligt mijns inziens voorna-melijk op de weg van de landen. Nederland ondersteunt dat wel doorbijvoorbeeld samenwerking tussen de rekenkamers mogelijk te maken.Ook het Cft zal aan de opvolging bijdragen door in 2026 samen met delanden de rol en het belang van de instituties in de begrotingscyclus enhet financieel beheer vast te stellen.Motie leden Ceder en Bamenga inzake hernieuwd overleg van deregering met de regering van Curaçao over o.a. de ontwikkelingvan de haven4In mei 2024 hebben het Nederlandse kabinet en de regering van Curaçaoeen hoofdlijnenakkoord gesloten om de samenwerking rondom deontwikkeling van een waterstofwaardeketen op Curaçao verder teconcretiseren. Nederland stelt hiervoor financiële middelen beschikbaaren ondersteunt Curaçao met kennis en expertise, onder andere viasamenwerking met de haven van Rotterdam. Het programma ismomenteel nog in volle gang.Op dit moment wordt een strategische studie uitgevoerd naar deeconomische en technische haalbaarheid van een groene waterstofketen,inclusief de optie tot export. Op basis van de uitkomsten van deze studieis het aan het volgende kabinet om te bepalen of de Nederlandse inzet zalworden voortgezet.Toezegging de Kamer te informeren over het monitoren vanvoortgang op goed bestuur en integriteit op Aruba, Curaçao enSint Maarten.Zoals benoemd in mijn brief over de aanpak ondermijnende criminaliteit,goed bestuur en integriteit van 29 september jl. 5, wordt de mogelijkheidverkend van het realiseren van periodieke monitoring van integriteit op delanden. In deze verkenning zijn verschillende instrumenten bekeken enzijn gesprekken gehouden met de landen. Hoewel goed bestuur eenlandsaangelegenheid is, kan Nederland wel, mits gewenst door Aruba,Curaçao en Sint Maarten, een ondersteunende rol spelen. Uit deverkenning is naar voren gekomen dat er geen draagvlak was voor eennieuwe monitor.Aruba, Curaçao en Sint Maarten hebben wel aangegeven positief te staanom blijvend te investeren in goed bestuur en integriteit. Op het gebiedvan monitoring willen de landen zich richten op eerdere onderzoeken enaanbevelingen die op dit gebied beschikbaar zijn. Zo hebben alle landeneerder de National Integrity System (NIS) Assessment laten uitvoeren(Aruba in 2022, Curaçao in 2013, Sint Maarten in 2015). Dit onderzoek,waarvan de methodiek is ontwikkeld door Transparency International,geeft per overheidssector aanbevelingen weer op welke manier corruptieeffectief kan worden bestreden. Nederland kan ondersteunen bij hetinventariseren en actualiseren van deze en andere aanbevelingen. Het is4Kamerstukken ll, 2024/25, 36 600-IV, nr. 62.5Kamerstukken ll, 2025/26, 36 800-IV, nr. 7.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 312 aan de landen om daar een verzoek voor te doen. Op het verzoek van SintMaarten voor financiële ondersteuning is reeds positief gereageerd. Ervindt ambtelijk contact plaats in hoeverre Aruba en Curaçao hierbijondersteuning nodig hebben. De verdere inzet op het versterken van goedbestuur is toegelicht in de Kamerbrief van 29 september 20256.Toezegging met de landen in gesprek te treden over de uitvoeringvan de Eerste Kamermotie-De Graaf en de TweedeKamermotie-Van Raak inzake de verantwoordelijkheidsverdelingbinnen het Koninkrijk der Nederlanden7Momenteel beraadt Nederland zich gezamenlijk met de autonome landenop een reactie op het advies van de Raad van State van het Koninkrijkover 70 jaar Statuut voor het Koninkrijk. Een belangrijk thema in hetadvies is de samenwerking tussen de landen. In de reactie hierop in hetnader rapport en in de verdere uitwerking van dit thema zullenvoornoemde moties worden meegenomen. Het nader rapport – dat tezijner tijd ook naar de parlementen zal worden gestuurd – zal wordenbeschouwd als de uitvoering van de gedane toezegging en moties.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van Marum6Kamerstukken ll, 2025/26, 36 800-IV, nr. 7.7Kamerstukken l, 2020/21, 35 570-IV, nr. 33, 7. T03275;Kamerstukken l, 2015/16, 34 300 IV, CXIX, nr. P;Kamerstukken ll, 2018/19, 35 099 (R2114), nr. 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 IV, nr. 313
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
c5f73cd0-bc5b-4817-99dc-6f2e6cf0f813
30debatten
1.345bijdragen
18interrupties
169.383woorden in uitspraken