KamerkringInloggen

Officieel Kamerprofiel

d99bc4ea-1eac-4bdd-b73c-ec1c5ae4ccfb

39debatten
2.007bijdragen
14interrupties
186.632woorden in uitspraken

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
5 okt 2026 · Kamerstuk

AH 289 2026Z18540 Antwoord van staatssecretaris Eerenberg (Financiën), mede namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 5 oktober 2026) 1. Bent u op de hoogte dat de benzineprijs met € 2,721 per liter naar een recordhoogte is gestegen en wat is uw reactie hierop?[voetnoot 1] Antwoord vraag 1: Ja. Zoals in de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok[voetnoot 2] toegelicht, hangt de huidige stijging van de brandstofprijzen samen met een internationale aanbodschok op de oliemarkt. Het kabinet kan deze onderliggende internationale prijsontwikkeling niet wegnemen, maar heeft wel maatregelen genomen om de gevolgen voor huishoudens en bedrijven te beperken en de leveringszekerheid te versterken. Daarbij wordt steeds een balans gezocht tussen betaalbaarheid, leveringszekerheid en het voorkomen dat maatregelen bij een beperkt aanbod de vraag verder aanjagen. Het kabinet blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen en is voorbereid op aanvullende maatregelen indien de situatie verder verslechtert. 2. Bent u van plan de accijnzen per direct te verlagen om automobilisten te ontlasten? Zo nee, waarom kiest u ervoor de automobilisten de exorbitante prijsstijging van brandstof zelf te laten ophoesten? 3. Bij welke benzineprijs moet volgens u worden ingegrepen als de stijging van de adviesprijs voor benzine zich doorzet? Indien u daar geen specifiek antwoord op kan of wil geven, wilt u dan toelichten waarom? 8. Bent u het eens met de stelling dat de huidige accijnsverlaging niet langer genoeg is en dat automobilisten meer compensatie verdienen dan ze nu krijgen? Zo ja, waarom blijven extra maatregelen dan uit? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 2, 3 en 8: Het kabinet begrijpt de zorgen over de hoge brandstofprijs. Dit voorjaar heeft het kabinet daarom besloten tot een aantal maatregelen om de gevolgen voor burgers en bedrijven te verzachten. Voor burgers is de maximale onbelaste reiskostenvergoeding met terugwerkende kracht per 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, waarmee voor noodzakelijk woon-werkverkeer een deel van de hogere brandstofkosten kan worden opgevangen. Daarnaast is voor bedrijven de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers per 1 juli met een half jaar gehalveerd, de motorrijtuigenbelasting voor vrachtauto’s in dezelfde periode verlaagd naar nihil en is tot slot per 1 september de vrachtwagenheffing met 22% verlaagd voor de rest van het jaar. Daarnaast heeft het kabinet ingezet op een duurzaam alternatief middels een inruilregeling voor lage inkomens die een elektrische auto willen aanschaffen. Verder is op initiatief van de Kamer een goedkoop treinabonnement voor de zomermaanden afgesproken en. Op dit moment is het kabinet niet voornemens om aanvullende maatregelen te nemen, maar we blijven de ontwikkeling van het conflict in het Midden-Oosten en de economische doorwerking hiervan nauwgezet volgen. In de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok van afgelopen voorjaar heeft het kabinet vijf scenario’s uiteengezet voor de ontwikkeling van het energieaanbod en de gevolgen voor de economie. Voor brandstof zaten we dit voorjaar tussen het gele en oranje scenario in en lijken we langzaam verder te bewegen richting het oranje scenario. In dit scenario stijgen de brandstofprijzen verder en houden die voor een langere tijd aan. In elk scenario is het van belang om zo veel mogelijk gericht in te grijpen, om te voorkomen dat de vraag naar brandstof onnodig wordt opgestuwd, waarbij het kabinet ook wil voorkomen dat burgers en bedrijven in de problemen komen. 4. Deelt u de opvatting dat brandstof voor miljoenen Nederlanders geen luxeproduct is, maar een noodzakelijke uitgave om bijvoorbeeld naar het werk, bij familie of bij (sociale) voorzieningen te komen? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 4: Brandstof is voor veel huishoudens inderdaad een noodzakelijke uitgave, waaronder voor woon-werkverkeer. Het kabinet heeft besloten de maximale onbelaste reiskostenvergoeding in 2026 met terugwerkende kracht te verhogen van € 0,23 naar € 0,25 per kilometer, waarmee voor noodzakelijk woon-werkverkeer een deel van de hogere brandstofkosten kan worden opgevangen. Daarnaast is het kabinet voornemens om de tijdelijke accijnskorting op benzine en diesel met een jaar te verlengen. Daarmee blijft de accijns op benzine in 2027 ongeveer € 0,85 per liter, in plaats van circa € 1,03 zonder verlenging van de korting. 5. Kunt u uiteenzetten hoe de adviesprijs van een liter benzine is opgebouwd en per uitsplitsing aangeven wat de regering kan doen om de kosten te drukken? Antwoord vraag 5: De ACM heeft de prijsopbouw van een liter benzine in kaart gebracht in de Monitor Brandstofprijzen[voetnoot 3]. De opbouw van de gemiddelde benzineprijs zoals die gold op 14 september 2026 is weergegeven in onderstaande tabel. Deze prijs komt in een vrije marktwerking tot stand. Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de kosten van ruwe olie en raffinage per liter benzine ruwweg verdubbeld. De ACM heeft geen aanwijzingen dat de marges bij tankstations zijn toegenomen. In de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok heeft een kabinet een inventarisatie opgenomen van maatregelen die kunnen worden overwogen om de brandstofprijs te verlagen. Het gaat hierbij om het verlagen van de brandstofaccijnzen, het vergroten van prijstransparantie bij tankstations en het invoeren van een maximumprijs voor brandstof. Deze laatste twee maatregelen grijpen allebei in op de opslag van tankstations. Een maximumprijs kan er daarnaast voor zorgen dat de snelle stijgingen in de groothandelsprijs (de prijs na raffinage) door tankstations vertraagd mag worden doorgerekend in de retailprijs. Dit gaat ten koste van de marge van tankstations en kan ertoe leiden dat brandstof met verlies moet worden verkocht. In de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok wordt uitgebreider in gegaan op de voor- en nadelen van deze beleidsopties. Tabel 1: opbouw benzineprijs (bron: Monitor Brandstofprijzen van ACM, 14-09-26) Component brandstofprijs Aandeel Ruwe olie € 0,66 Raffinage € 0,20 Emissiereductie-eenheden € 0,19 Opslag tankstations € 0,11 Accijns € 0,85 Btw (21%) € 0,42 TOTAAL € 2,43 6. Hoe legt u aan automobilisten uit dat zij inmiddels recordbedragen aan de pomp moeten betalen, terwijl de regering, dat via de btw en accijns op brandstof, miljarden binnenhaalt maar dat geld liever aan zaken zoals ontwikkelingshulp uitgeeft? Antwoord vraag 6: De suggestie dat hogere brandstofprijzen automatisch leiden tot hogere belastinginkomsten deelt het kabinet niet. Een eenzijdige focus op de btw-opbrengsten uit brandstof geeft een onvolledig beeld. Hogere brandstofprijzen leiden weliswaar tot meer btw per verkochte liter, maar kunnen tegelijkertijd leiden tot minder brandstofverbruik en tot lagere uitgaven aan andere goederen en diensten. De accijns is bovendien een vast bedrag per liter en stijgt niet mee met de brandstofprijs. Door deze prijs-, hoeveelheid- en substitutie-effecten is het uiteindelijke effect op de totale Rijksinkomsten onzeker. In de Kamerbrief Reactie op moties en toezeggingen uit het debat de hoge energie-en brandstofprijzen van 22 april 2026[voetnoot 4] is toegelicht dat een eventuele btw-meeropbrengst door het prijseffect naar verwachting kan verdampen of omslaan in een derving wanneer deze gedragseffecten worden meegenomen. Ook de suggestie dat de opbrengsten uit brandstofaccijns en btw specifiek worden aangewend voor ontwikkelingshulp of een andere uitgavenpost deelt het kabinet niet. 7. Hoeveel euro ontvangt de Nederlandse overheid aan accijns en btw bij een liter benzine met een verkoopprijs van € 2,721 in totaal? Antwoord vraag 7: In 2026 is het accijnstarief op benzine € 0,84469 per liter. Op benzine wordt 21% btw geheven. Als benzine een verkoopprijs heeft van € 2,721, is de btw € 0,47224. De btw en accijns samen zijn dus € 1,32. 9. Kunt u garanderen dat de accijns per 1 januari 2027 in elk geval niet zullen worden verhoogd? Zo nee, waarom niet?  Antwoord vraag 9: Zoals in het pakket Belastingplan 2027 opgenomen is het kabinet voornemens om de tijdelijke accijnskorting op benzine en diesel met een jaar te verlengen tot en met 31 december 2027 om de betaalbaarheid van brandstof te ondersteunen. Daarmee komt de benzineaccijns in 2027 uit op ongeveer € 0,85 per liter en de dieselaccijns op ongeveer € 0,55 per liter. Zonder verlenging van de korting zouden deze tarieven oplopen tot ongeveer € 1,03 respectievelijk € 0,67 per liter. De Telegraaf, 8 september 2026, 'Benzineprijs record in Nederland: zo bespaar je op tanken' (Benzineprijs record in Nederland: zo bespaar je op tanken | De Telegraaf). Kamerstukken II 2025/26, 36933, nr. 1. Uitleg Monitor Brandstofprijzen | ACM Kamerstukken II 2025/26, 36933, nr. 42.

Bron, video en gesprek →