AH 307 2026Z19698 Antwoord van minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 7 oktober 2026) Bent u bekend met het onderzoek van Greenpeace Nederland naar PFAS in kraanwater?[voetnoot 1] Ja Deelt u de stelling dat de kwaliteit van ons kraanwater een essentieel onderdeel is van het volksgezondheidsbeleid, en dat het overschrijden van de RIVM-gezondheidskundige richtwaarde van 4,4 ng/l PEQ voor ruim een derde van de Nederlandse bevolking (36%) een volksgezondheidsprobleem is? Uit onderzoeken blijkt dat iedereen in ons land via zeer diverse routes wordt blootgesteld aan te veel PFAS. Dat gaat niet alleen over drinkwater, maar vooral ook via voeding en andere blootstellingsroutes. Met deze veelheid aan blootstellingroutes, is er geen eenduidige en eenvoudige oplossing. Een overschrijding van de drinkwaterrichtwaarde is een signaal dat inspanning om de blootstelling via die route te verminderen belangrijk is maar dat wil nog niet zeggen dat dit direct leidt tot een volksgezondheidprobleem. Waarom wordt voor de wettelijke veiligheid van ons kraanwater nog altijd vastgehouden aan de verouderde Europese norm van 100 ng/l, terwijl uw eigen adviesorgaan het RIVM stelt dat effecten op het immuunsysteem en gezondheidsschade al bij veel lagere concentraties optreden? Zoals gedeeld met uw Kamer[voetnoot 2][voetnoot 3] is het wenselijk om een richtwaarde op te nemen in het Drinkwaterbesluit die beschermend genoeg is. De huidige norm die volgt uit de Drinkwaterrichtlijn voldoet daar niet aan. Mede naar aanleiding van de studies van het RIVM, en de andere onderzoeksinstituten in Europa heeft de Europese Commissie de WHO verzocht een advies ten behoeve van normering van PFAS in de Drinkwaterrichtlijn uit te brengen. Gezien wat het voor de drinkwatersector betekent om aan de drinkwaterrichtwaarde te gaan voldoen[voetnoot 4] hecht ik er belang aan dat er een consistente aanpak is ten aanzien van het normeren van PFAS met de andere lidstaten. Naar aanleiding van de studie van de WHO verwacht ik een voorstel van de Commissie ten aanzien van een norm in de Drinkwaterrichtlijn die beschermend genoeg is voor de volksgezondheid waarin ook ruimte is voor een gedegen implementatietraject voor de drinkwaterbedrijven. Kunt u bevestigen dat kraanwater met een concentratie PFAS boven de gezondheidskundige richtwaarde van het RIVM een ongezonde hoeveelheid PFAS bevat en dat het advies van de overheid om dat wel te blijven drinken mensen dus blootstelt aan ongezonde hoeveelheden PFAS? Zie het antwoord op vraag 2. Bent u van plan om de RIVM-gezondheidsrichtwaarde van 4,4 ng/l wettelijk te verankeren als nationale norm voor drinkwater, ter bescherming van met name kwetsbare groepen zoals zwangeren en jonge kinderen? Zo ja, wanneer wordt die norm van kracht? Zo nee, waarom niet? Het RIVM heeft geadviseerd de drinkwaterrichtwaarde voor PFAS vast te stellen op 4,4 nanogram PEQ/l. De drinkwaterrichtwaarde is als zodanig ook vastgesteld en wordt gebruikt bij de beoordeling van de invloed van lozingen bij de innamepunten voor drinkwater. Er wordt in het Drinkwaterbesluit geen onderscheid gemaakt tussen normen voor zwangeren en jonge kinderen en anderen. De normen in het drinkwaterbesluit dienen beschermend genoeg te zijn voor iedereen. Dat betekent dat de bescherming van kwetsbare groepen, waaronder zwangeren, jonge kinderen maar ook ouderen het uitgangspunt is. Wanneer de drinkwaternorm van de EU is aangepast zullen we die in de Nederlandse wetgeving overnemen. Zie verder het antwoord op vraag 3. Is het technisch mogelijk voor drinkwaterbedrijven om aan de richtwaarden van het RIVM te voldoen en wat zijn hier de kosten van? In de studie ‘PFAS in drinkwater, een maatschappelijke en technische uitdaging’ is met de drinkwaterbedrijven onderzocht wat de voor- en nadelen zijn bij het implementeren van de RIVM-drinkwaterrichtwaarde van 4,4 ng PEQ/l als norm in het Drinkwaterbesluit. Deze studie concludeert dat het implementeren van deze richtwaarde als norm aanzienlijke technische, financiële en maatschappelijke uitdagingen met zich mee brengt. Drinkwaterbedrijven, met name die afhankelijk zijn van oppervlaktewater, hebben minimaal 10 jaar nodig om een membraaninstallatie te realiseren. De implementatie van deze norm zal leiden tot een stijging van de benodigde investeringen en een stijging van de operationele kosten en dus ook een stijging van de drinkwatertarieven. Daarnaast vormen afvalstromen met PFAS uit zuiveringsprocessen een groot knelpunt vanwege beperkte verwerkingscapaciteit. Ook ten aanzien van de vergunningseisen en de milieu-impact spelen knelpunten zoals de extra hoeveelheid water die nodig is en de benodigde en beschikbare stroomvoorziening. Zijn de drinkwaterbedrijven financieel in staat om voldoende te investeren in het tegengaan van PFAS vervuiling om ten minste te kunnen streven de RIVM norm te halen? Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat drinkwaterbedrijven over de benodigde financiële middelen beschikken? De verwachting van de drinkwaterbedrijven is dat de investeringen van de drinkwaterbedrijven significant toenemen in de toekomst en dat de financierbaarheid van de investeringen niet voor elk bedrijf vanzelfsprekend is. Om de financiële gezondheid van drinkwaterbedrijven beter te borgen is IenW voornemens de Drinkwaterwet aanpassen. De ontwerpregeling hiertoe ligt momenteel voor advies bij de Raad van State. Zijn de kosten die gemoeid zijn met de PFAS vervuiling te verhalen op de producenten ervan? Zo nee, waarom niet? Er zijn vele routes waarop PFAS in de leefomgeving terecht komt en de afgelopen 50 jaar al is verspreid. Het is op de plek waar het drinkwaterbedrijf grond- of oppervlaktewater haalt vaak niet mogelijk om eenduidig te herleiden waar de vervuiling vandaan komt en wie daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. Kunt u inzichtelijk maken hoeveel extra kosten huishoudens de afgelopen 10 jaar hebben moeten maken aan een hogere drinkwaterrekening door investeringen die drinkwaterbedrijven hebben moeten doen om PFAS zoveel mogelijk uit kraanwater te halen? De gevraagde informatie is niet beschikbaar. De kosten zitten zowel in operationele kosten als in investeringen. Drinkwaterbedrijven hebben deze kosten niet apart gelabeld in hun administratie. Daarbij is een investering ook niet altijd alleen toe te wijzen aan PFAS, vaak is het een samenstel van ook een uitbreiding van de capaciteit en vervanging van oude productiemiddelen. Bent u op de hoogte van het bericht dat het voorgestelde Europese PFAS-verbod door een intensieve lobby van de chemische industrie steeds verder wordt verwaterd, waarbij het aantal uitzonderingen is opgelopen tot minstens 85 en er overgangstermijnen tot wel 12 jaar dreigen?[voetnoot 5] Ik ben op de hoogte van het bericht. Er is op dit moment nog geen restrictievoorstel, anders dan het in 2023 door onder meer Nederland ingediende voorstel voor een brede Europese restrictie op vrijwel alle toepassingen. In dat voorstel is voor bepaalde toepassingen zonder (of op korte termijn beschikbaar) alternatief 5 of 12 jaar overgangstermijn opgenomen. Dit voorstel is in Europa voorgelegd voor een openbare raadpleging. Hierop zijn veel reacties binnengekomen (ruim 5600) met veel informatie over toepassingen en de beschikbaarheid van alternatieven. Deze informatie is verwerkt met hulp van onder meer Nederlandse experts en doorgerekend door twee deskundigencomités van het Europees agentschap voor chemische stoffen. Hierbij zijn ook alternatieven voor een verbod, ingebracht tijdens de raadpleging, beoordeeld. De opinies van deze comités worden eind dit jaar aan de Europese Commissie aangeboden die vervolgens een voorstel voor een restrictie zal voorleggen aan een lidstatencomité ter discussie en stemming. Er is op dit moment nog geen voorstel, laat staan een verwaterd voorstel. De leden van de wetenschappelijke comités mogen niet worden benaderd door het bedrijfsleven, daar wordt strikt op toegezien. De wetenschappers zijn neutraal en hebben alle aangeleverde informatie beoordeeld en opties voor potentiële restricties doorgerekend. Het is aan de Europese Commissie en de lidstaten om in de volgende fase de beleidskeuzes te maken. Kunt u een lijst overleggen van lobbygesprekken die bewindspersonen en rijksambtenaren sinds het indienen van het onder meer Nederlandse voorstel voor een Europees PFAS verbod hebben gehad met (vertegenwoordigers van) de chemische industrie? Dit kan niet op zo’n korte termijn worden aangeleverd. Er is een WOO-verzoek geweest waarin het minister van IenW[voetnoot 6], het RIVM[voetnoot 7] en het ministerie van EZK[voetnoot 8] overzichten hebben gegeven van gesprekken die zijn gevoerd met bedrijfsleven tot en met mei /juni 2024. Veel van de correspondentie is openbaar. De Tweede Kamer zal in een volgende Kamerbrief worden geïnformeerd over de geactualiseerde lijst. Er zijn geen gesprekken gevoerd met het bedrijfsleven of andere belangengroepen over de inhoud van het toekomstige voorstel van de Commissie voor een brede PFAS-restrictie. Er wordt in deze fase alleen informatie gegeven over de procedure en tijdlijn. Bent u, mede in het licht van deze alarmerende cijfers, van plan om net als Denemarken, Zweden en Frankrijk het Europese PFAS restrictievoorstel niet af te wachten, maar nu al stappen te zetten om PFAS nationaal te verbieden? Zoals de Kamerbrief[voetnoot 9] toegelicht zijn er stappen gezet om nader samen te werken met Europese lidstaten. Daarnaast wordt gefocust op het zo snel mogelijk vaststellen van een Europese restrictie omdat dat het meeste effect heeft op het op de markt en in het milieu komen van PFAS, dus voor gezondheid en milieu. Hiervoor wordt nu een non-paper opgesteld met gelijkgestemde lidstaten om de Commissie op te roepen tot spoedige besluitvorming. Bent u bereid om de aangenomen motie Gabriels (36600-XII-29) eindelijk uit te voeren en een nationaal PFAS-lozingsverbod af te kondigen, tenminste voor producenten van PFAS? Zo ja, wanneer gaat dat verbod in? Zo nee, waarom niet? Voor nader inzicht in de mogelijkheden en consequenties van een gedeeltelijk PFAS-lozingsverbod is een nader onderzoek uitgevoerd.[voetnoot 10] Ik zal uw Kamer over het onderzoek en de kabinetsreactie informeren voorafgaand aan het WGO Water van 23 november. Hoe kijkt u aan tegen het feit dat omgevingsdienst DCMR van plan is om een vergunning af te gaan geven voor het lozen van korte keten PFAS (TFA) op de rivier de Merwede door Chemours, terwijl de PFAS concentratie in die rivier zich al ruimschoots boven de norm in de Kaderrichtlijn Water bevindt? Voor het lozen van stoffen op oppervlaktewater gelden strenge wettelijke regels en kaders. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag moet het bevoegd gezag onder andere beoordelen of wordt voldaan aan de geldende milieukwaliteitseisen, of de best beschikbare technieken worden toegepast en of de emissie voldoende wordt geminimaliseerd. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de kwaliteit van het ontvangende water. Het is aan het bevoegd gezag om op basis van de aanvraag en de geldende wettelijke kaders te beoordelen of een vergunning kan worden verleend. Indien aan alle voorwaarden voor vergunningverlening wordt voldaan, kan een vergunning worden verleend. De aanwezigheid van PFAS in het ontvangende water betekent niet dat een lozing van TFA zonder meer moet worden geweigerd. Heeft de overheid juridische ruimte om deze nieuwe lozingsvergunning voor Chemours te weigeren? Zo ja, waarom wordt die ruimte niet benut? Zo nee, hoe gaat u ervoor zorgen dat omgevingsdiensten in staat zijn om in de toekomst in soortgelijke situaties deze vergunning wel te weigeren? Het bevoegd gezag beoordeelt een vergunningaanvraag aan de hand van het geldende wettelijke kader. Daarbij moet worden voldaan aan de eisen voor onder andere bronaanpak, minimalisatie van emissies en toepassing van de best beschikbare technieken. Als niet aan de wettelijke vereisten wordt voldaan zal de vergunning worden geweigerd. Op dit moment bestaat er geen algemeen nationaal verbod op het lozen van PFAS. Een eventueel toekomstig verbod kan geen grondslag vormen om een vergunning te weigeren. De beoordeling van de concrete vergunningaanvraag en de vraag of binnen het bestaande wettelijke kader een vergunning kan worden verleend, is aan het bevoegde gezag. Kunt u ervoor zorgen dat deze vragen worden beantwoord voor het Commissiedebat Leefomgeving op 6 oktober 2026? Ja. Hoogachtend, DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, Vincent Karremans https://www.greenpeace.org/nl/algemeen/84045/pfas-in-kraanwater/ Kamerstuk. 35334 nr 209 Kamerstuk. 35334 nr 407 Kamerstuk. 35334 nr. 40, bijlage ‘PFAS in drinkwater, een maatschappelijke en technische uitdaging’ https://www.nu.nl/binnenland/6409707/al-voor-een-pfas-verbod-is-duidelijk-het-verbod-is-geen-verbod.html Besluit IenW WOO verzoek mei 2024 PFAS correspondentie met bedrijfsleven (21-10-2024). Besluit IenW WOO verzoek mei 2024 PFAS correspondentie met bedrijfsleven (27-09-2024). Besluit EZK WOO verzoek mei 2024 PFAS correspondentie met bedrijfsleven. Kamerbrief met kenmerk 2026Z20275, d.d. 28 september 2026. Kamerstuk 35334, nr. 444.
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
d99bc4ea-1eac-4bdd-b73c-ec1c5ae4ccfb
39debatten
2.007bijdragen
14interrupties
186.632woorden in uitspraken