Mentale gezondheid scholieren en studenten
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2024-07-04–2025-11-11) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, meneer de voorzitter. Het is verontrustend dat blijkt dat in ieder geval in het mbo 17% van de studenten worstelt met mentale problemen. Dat speelt ook in het hbo en het wo. Het percentage jonge vrouwen dat met psychische problemen kampt, is in minder dan tien jaar tijd verdubbeld. Bij jonge mannen heeft er zelfs een verdrievoudiging plaatsgevonden. Er lijkt wel iets bijzonders aan de hand. Het is voor de hand liggend om te verwijzen naar het excessieve gebruik van sociale media, de toegenomen stress, de examendruk, de prestatiedruk, de vele verplichtingen die studenten hebben, of zouden hebben, de controle van aanwezigheid van de studenten en de resultaten in geautomatiseerde systemen waardoor er voortdurend zware druk ervaren wordt. De beleidsbrief van de minister was daarom erg welkom. Maar de inhoud was helaas in lijn met de oppervlakkige analyses van zijn voorganger. Is de opeenstapeling van verantwoordelijkheden en werklast de afgelopen jaren wel zo toegenomen? Is de begeleiding van docenten zoveel verminderd? Zijn de financiële zorgen wel zo toegenomen? De studies op basis waarvan de aanbevelingen worden gedaan in de brief van de minister zijn weinig tot niet objectief, maar vooral gebaseerd op de beleving van de student. Het gaat om vragenlijsten, diepte-interviews, enquêtes en ga zo maar door, maar er wordt met geen woord gesproken over objectieve maatstaven. Zijn de curricula nou zoveel zwaarder geworden? Wordt er veel meer getoetst? Is er sprake van een constante beoordeling? Kan de minister hierop reageren? De constatering is evenwel dat in het mbo in ieder geval 80% van de studenten geen mentale problemen lijkt te hebben. Over welke studenten hebben we het als we het hebben over de 17% met mentale problemen? Over welke niveaus en welke opleidingen? In het mbo leeft al veel langer het gevoel dat studenten zich minder gewaardeerd voelen. Dat is maatschappelijk ook zo. Maar hun toekomstperspectief is de afgelopen jaren alleen maar beter geworden, want vakman of vakvrouw zijn of worden, is heel aantrekkelijk. Voorzitter. Vorig jaar sprak de PVV in ditzelfde debat over een betuttelende cultuur. Die blijkt uit alle zorgen over het welbevinden. Daarmee wil ik niet zeggen dat welbevinden niet belangrijk is, maar het gaat met name over de betuttelcultuur. Hoe zal de student reageren op zo veel medeleven en de constante stroom van sympathie voor zijn gevoelens? Willen we de student niet liever een objectieve maatstaf geven waaraan hij zich kan optrekken, in plaats van te buigen voor ieder gevoel van mentale onvrede? Kan het probleem misschien ook begrepen worden als een gevolg van de betuttelcultuur, waarin men liever aardig wil zijn in plaats van hoge standaarden te stellen waaraan jongeren zich kunnen optrekken? Is emancipatie, verheffing en kwalificeren niet het doel van onderwijs? Hoe kijkt de minister hiertegen aan? De PVV heeft met veel interesse de beleidsbrief van de minister gelezen. De toon en de inhoud zijn erg begripvol. Het lijkt alsof het probleem zo opgelost kan worden. Dat is volgens de PVV echter niet het geval. Er zal met name veel meer preventief gehandeld moeten worden. Dit houdt in ieder geval het volgende in. De registratie van het gevolgde onderwijs moet in orde zijn, want je moet kunnen vaststellen hoe aantrekkelijk het genoten onderwijs was. Als leerlingen vaak afwezig zijn, om wat voor reden dan ook, nemen we maar aan dat het ook iets te maken heeft met het genieten van het onderwijs. De begeleiding door docenten moet alerter zijn. De gevallen van suïcide mogen de betrokkenen niet meer verrassen. Dat geldt ook voor het pesten. Er moet aandacht komen voor de financiële zorgen van de studenten. Ze moeten leren omgaan met geld. Ik noem de discussie over de stagevergoeding. Er moet aandacht komen voor een programma om studenten te leren om met obstakels om te gaan, niet alleen tijdens de studie, maar ook in het leven. Je moet kennis krijgen van mentale gezondheid en hoe om te gaan met prestatiedruk, want prestatiedruk hoort bij het leven. Als dit wordt gezien als een obstakel dat je niet kan overwinnen, dan wordt het heel moeilijk. Dit vraagt om het volgende. Dit vraagt om voldoende aandacht voor vroegsignalering op school. Er moet een gevoel van urgentie zijn: dit moeten we zien en dit moeten we weten. Denk ook aan de verspreiding van kansrijke preventieve initiatieven. STORM is al genoemd, maar er zijn meer goede initiatieven. Wij denken dat er een structurele samenwerking zou moeten komen tussen VWS en OCW. Het probleem van de mentale gezondheid is namelijk groter dan alleen het onderwijs. We denken ook aan een betere directe samenwerking tussen de onderwijsinstellingen en de ggz. Dat is niet in de specialistische sfeer, maar dat zit meer op kennis delen door de ggz, waarbij scholen die kennis krijgen. Daar zijn ook goede voorbeelden van. Er kan dan op scholen al veel meer gedaan worden. Dan hoeft er niet zo veel verwezen te worden naar de ggz. Dat was mijn bijdrage.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Twee dingen. Ik heb zelf natuurlijk ook de periode meegemaakt dat er een grote vrijheid was bij het studeren. Dat werd ook zeer gewaardeerd. Ik heb om die reden ook lang kunnen studeren. Ik heb pas een bijeenkomst bezocht van mbo-studenten over dit onderwerp. Ik ben verrast over de manier waarop gepraat wordt over de problemen die je tegenkomt. Ik heb die net "obstakels" genoemd. Er is het verwijt dat er zo veel obstakels zijn. Dan denk ik: er zullen altijd obstakels zijn. De vraag is alleen hoe je over die obstakels heen komt, of hoe je er langs komt. Dat is de kunst. Dat is niet om de obstakels te formuleren. Dat vind ik wel een groot verschil met mijn tijd, maar dat is lang geleden. Ik wil niet het woord "slachtoffer" gebruiken, maar ik denk "hou op" als ik hoor: wij zijn slachtoffer omdat er zo veel obstakels zijn. Probeer er overheen te komen of probeer oplossingen te vinden. Die heb je ook in de rest van je leven nodig. De tweede vraag. Sporten vind ik heel belangrijk, maar ik merk het volgende op. Als sporten voor studenten €200 kost en voor anderen €700, dan vind ik dat al een hele rare situatie. Er zijn ook jongeren die gewoon sporten en die niet de faciliteiten van de universiteit, het hbo of het mbo krijgen. Die moeten de normale prijs betalen. Ik neem aan dat de subsidies uit de Onderwijsbegroting ervoor zorgen dat het niet €700 is, maar €200. Dat vind ik dus al een hele rare situatie. Maar op de vraag of ik sporten heel belangrijk vind voor het mentale welzijn van studenten, en van jongeren in het algemeen, is het antwoord: ja.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Ik wil niet zeggen dat er meer obstakels zijn. Er zijn gewoon andere obstakels. Natuurlijk zou ik best weer willen studeren, maar vooral omdat ik dan weer jong ben. Dat is dan het belangrijkste criterium. Maar ik heb het idee dat nu heel makkelijk een houding wordt aangenomen van: er zijn obstakels en die moeten opgelost worden door anderen. Ik zou bijna willen zeggen: wees alsjeblieft de regisseur van je eigen leven, leer hoe je met obstakels moet omgaan en verwijs niet voortdurend naar de omgeving of naar de politiek om dingen voor je op te lossen. Natuurlijk is de politiek heel belangrijk om dingen op te lossen, maar niet in alle gevallen. Nog even over het sporten. De situatie is blijkbaar jaren zo geweest — daar heb ik ook van geprofiteerd, want ik heb veel gesport — dat je in de universitaire wereld voor weinig geld veel kan sporten. Dat heb ik als een luxe ervaren, maar dat is nog steeds een luxe. Als we gaan klagen over dat het €700 wordt — dat is ook maar een suggestie of een inschatting — dan moeten we ons ook realiseren dat er blijkbaar ook veel jongeren zijn die dat zelf betalen en die niet die luxe hebben gehad van het mbo, het hbo of het wetenschappelijk onderwijs. Maar daarmee zeg ik niet dat het niet belangrijk is. Sporten is heel belangrijk om mentaal gezond te blijven.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Ik ben in ieder geval heel blij met de intentie van de minister om zijn uiterste best te doen om te kijken wat voor een constructie er gevonden kan worden om ervoor te zorgen dat de prijs voor sport die nu aangeboden wordt aan studenten gecontinueerd kan worden. Maar heel praktisch denk ik, nu alles zo duidelijk geworden is: er zijn ook accountantscontroles. Een van de categorieën is dat het geld rechtmatig wordt besteed. In die categorie zal nu staan dat een deel van het geld niet rechtmatig besteed wordt. Dat wordt waarschijnlijk bij u gemeld, of ik weet niet bij wie dat gemeld wordt. Op de een of andere manier moet er dan verteld worden: het wordt niet rechtmatig besteed, maar daar gaan we mee akkoord.
Bron, video en gesprek →De heer Uppelschoten (PVV): Dank u wel, meneer de voorzitter. Ik heb één vraag aan de minister. Hij begon zelf met de opmerking dat er veel gewerkt wordt vanuit het idee dat hoger beter is. Dat geldt met name bij de advisering van leerlingen. In het funderend onderwijs merken we heel erg dat er te veel leerlingen naar het vmbo gaan en te weinig naar het praktijkonderwijs. Bovendien hebben we te maken met een grote afstroom. Een hoop ellende en misschien ook wel mentale problemen ontstaan doordat studenten op een niveau terechtkomen waar ze misschien niet thuishoren. Afstromen is bovendien een heel grote beschadiging van je gevoel van eigenwaarde. Het zou dus mooi zijn als de minister zegt: hoger is niet altijd beter; je mag best iets minder doen, als het maar passend is, en je mag ook best fouten maken, dus probeer het gewoon. Vooral ouders hebben het streven: hoger is beter. Dat leidt volgens mij tot heel veel mentale problemen bij in ieder geval de leerlingen. Zeker in het funderend onderwijs merken we dat, maar ik neem aan dat dit ook verborgen zit in het mbo, het hbo en het wo.
Bron, video en gesprek →