KamerkringInloggen
Mirjam Sterk

Officieel Kamerprofiel

Mirjam Sterk

40debatten
1.791bijdragen
12interrupties
227.921woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
15 sep 2026 · Kamerstuk

37 020 Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën Nr. 67 Brief van de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Werk en Participatie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 15 september 2026 De stelsels van zorg en sociale zekerheid staan onder druk. Er staan steeds minder werkenden tegenover het aantal mensen dat een beroep doet op de sociale zekerheid. Daardoor zal er ook te weinig zorgpersoneel zijn om in de toenemende vraag naar zorg te voorzien. Zonder ingrijpen komen de toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van deze stelsels in gevaar. Dan loopt het aandeel zorguitgaven als percentage van het BBP steeds verder op, van 11% in 2025 naar 17% in 2060.[voetnoot 1] Nu al kampt het WIA-stelsel met grote uitdagingen in de uitvoerbaarheid en een hoge instroom. Mensen zitten soms gevangen in systemen, waar uitvoeringsorganisaties ook geen raad mee weten. Er is een toename van mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering te verwachten, van 6% van de beroepsbevolking in 2025 tot 7,1% in 2040.[voetnoot 2] Ook staan er in onze krappe arbeidsmarkt nog te veel mensen aan de kant. Om de zorg toegankelijk en van hoge kwaliteit te houden, en ervoor te zorgen dat mensen ook in de toekomst nog kunnen rekenen op een vangnet zijn er in het coalitieakkoord hervormingen aangekondigd. De komende tijd gaat het kabinet graag in gesprek met sociale partners en cliëntenorganisaties om deze hervormingen verder vorm te geven. Met deze brief en de bijgevoegde rapporten geeft het kabinet uitvoering aan de moties Stoffer c.s.[voetnoot 3], die vroeg om de effecten van stapeling van maatregelen in kaart te brengen en de moties Lahlah c.s.[voetnoot 4] en Dobbe c.s.[voetnoot 5] waarin is gevraagd om een onafhankelijke doorrekening van de effecten (door het Nibud). Bijlage 1 bevat een technisch rapport met een analyse van de inkomenseffecten van maatregelen uit het coalitieakkoord en maatregelen waartoe eerder al was besloten met een direct effect op het besteedbaar inkomen. Het technische rapport bevat ook een doorvertaling van de uitkomsten voor een aantal concrete voorbeeldhuishoudens. Bijlage 2 bevat een analyse van het Nibud die inzichtelijk maakt in welke mate de eerdergenoemde voorbeeldhuishoudens voldoende besteedbaar inkomen overhouden voor noodzakelijke uitgaven. Naar aanleiding van debatten in uw Kamer en in de samenleving zijn er door het kabinet in de begroting aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het coalitieakkoord. Zo is besloten tot het schrappen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarnaast wordt een aantal maatregelen met een jaar uitgesteld, zoals de verhoging van het eigen risico, de afschaffing van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de verkorting van de WW-duur. In de bijgevoegde rapporten zijn de aanpassingen waartoe het kabinet in augustus heeft besloten niet verwerkt. De rapporten hebben dus betrekking op de maatregelen zoals die in het coalitieakkoord stonden, plus een aantal maatregelen van voorgaande kabinetten die nog niet zijn ingegaan, in lijn met de Kamerbrief van 8 april jl.[voetnoot 6] Dat betekent dat de bijgevoegde rapporten niet de huidige stand van de plannen van het kabinet weerspiegelen. Zoals gebruikelijk tonen inkomenseffecten het effect van een maatregel (of een pakket aan maatregelen) op het besteedbaar inkomen, uitgedrukt als percentage van het totale besteedbaar inkomen. Op deze manier kan een inschatting worden gemaakt van de relatieve omvang van het effect. Een maatregel die leidt tot een hoger besteedbaar inkomen heeft een positief inkomenseffect, en omgekeerd. Inkomenseffecten zijn altijd statisch. Dat betekent dat de inkomenseffecten het effect weergeven ten opzichte van de situatie waarin de maatregel niet zou zijn doorgevoerd. Daarbij wordt aangenomen dat mensen hun gedrag niet aanpassen en er geen andere veranderingen zijn in iemands leven. De realiteit is uiteraard complexer. Ook is er in de analyse voor de maatregelen die nog niet zijn uitgewerkt een technische invulling gekozen, zoals het vangnet in de huishoudelijke hulp en de eigen bijdrage wijkverpleging. In de praktijk zullen met de vormgeving van deze maatregelen de inkomenseffecten nog veranderen. Daarnaast zijn de inkomenseffecten cumulatief. Het betreft dus een totaaleffect voor de hele kabinetsperiode. In de meeste gevallen zullen mensen echter niet noodzakelijkerwijs in één keer met het hele effect geconfronteerd worden. Daarom wordt er in het rapport ook gerefereerd aan gemiddelde effecten per jaar, die lager liggen. Uitkomsten van de analyses van de maatregelen uit het coalitieakkoord Het kabinet heeft in de begroting aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het coalitieakkoord. De verlaging van het maximumdagloon gaat niet door, en de verhoging van het eigen risico, de afschaffing van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de verkorting van de WW-duur worden met een jaar uitgesteld. Dat is, zoals aangegeven, niet meegenomen in de analyses. De analyse in het technische rapport (bijlage 1) maakt duidelijk dat door de maatregelen, zoals ze eerder vormgegeven waren, ongeveer 4,3 miljoen huishoudens de komende jaren te maken zouden krijgen met negatieve inkomenseffecten door één of meer van de voorgestelde maatregelen op het gebied van de zorg en sociale zekerheid. Bij het grootste deel van de huishoudens (ongeveer 80%) is het inkomenseffect over de kabinetsperiode kleiner dan 1%. Dit zijn vooral huishoudens die alleen nadeel ondervinden van de verhoging van het eigen risico. In de praktijk is het inkomenseffect van deze maatregel echter beperkt, omdat de verhoging van het eigen risico gepaard gaat met een verlaging van de zorgpremie. Voor ruim 300 duizend huishoudens zou het negatieve inkomenseffect over de kabinetsperiode groter zijn dan 5%. Het gaat hier om situaties waarin huishoudens te maken krijgen met meerdere maatregelen, zoals mensen met een lager inkomen die nadeel ondervinden van het schrappen van huishoudelijke hulp in de Wmo en het vervallen van de aftrek specifieke zorgkosten. Of om WIA-gerechtigden met een middeninkomen die nadeel zouden ondervinden van de verlaging van het maximumdagloon. Een maatregel die het kabinet dus heeft ingetrokken. De analyse van het Nibud (bijlage 2) maakt duidelijk dat de inkomenseffecten voor de voorbeeldhuishoudens uiteenlopen. Voor het merendeel van de voorbeeldhuishoudens zou het besteedbaar inkomen na inwerkingtreding van de maatregelen hoog genoeg blijven voor minimaal noodzakelijke uitgaven, mits zij niet te maken zouden hebben met meerkosten. Als huishoudens wel te maken hebben met meerkosten, bijvoorbeeld als gevolg van een motorische beperking of lichamelijke beperking, dan zou het besteedbaar inkomen niet altijd hoog genoeg zijn voor minimaal noodzakelijke uitgaven. Dit is met name het geval voor huishoudens met een laag inkomen. Voor huishoudens met een hoger inkomen heeft het Nibud ook getoetst in hoeverre het besteedbaar inkomen na inwerkingtreding van de maatregelen hoog genoeg zijn voor de normuitgaven die horen bij een hoger inkomensniveau. Huishoudens met een hoger inkomen hebben doorgaans bijvoorbeeld hogere vaste lasten. Nibud concludeert dat de maatregelen uit het coalitieakkoord ertoe zouden leiden dat ook sommige huishoudens met een hoger inkomen moeite krijgen om rond te komen. Bijvoorbeeld arbeidsongeschikten die te maken zouden krijgen met de eerder voorziene verlaging van het maximumdagloon en/of de afschaffing van de ASZ. Dat betekent dat deze huishoudens zouden moeten bezuinigen op andere uitgaven om rond te komen. In de analyse van Nibud is geen rekening gehouden met gemeentelijke regelingen of de enveloppe voor tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken van € 350 miljoen, en de aanpassingen waartoe het kabinet in augustus heeft besloten zijn niet in de analyse verwerkt. Indien dit wel was verwerkt, dan zouden de inkomenseffecten hierdoor voor een deel van de huishoudens lager uitvallen. Reactie kabinet Het kabinet heeft het rapport grondig bestudeerd en vindt de inzichten die daaruit voortvloeien waardevol. Bij ongeveer 4 op de 5 huishoudens blijft het inkomenseffect beperkt tot maximaal 1%, cumulatief over de periode 2027-2030. Ter vergelijking: Het CPB raamde in het CEP (de meest recente raming voor alle jaren in deze kabinetsperiode) voor diezelfde periode een reële loonontwikkeling van 3,9% (cumulatief), en een verwachte mediane koopkrachtgroei van 0,5% per jaar (hierbij is al rekening gehouden met de maatregelen uit het coalitieakkoord op het gebied van sociale zekerheid en zorg). Ten aanzien van de huishoudens die de grootste inkomenseffecten kennen, is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat het kabinet heeft besloten om de verlaging van het maximumdagloon te schrappen. Dit is volgens beide analyses de maatregel met de grootste inkomenseffecten. Daarnaast worden de verhoging van het eigen risico, de afschaffing van de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten en de verkorting van de WW-duur met een jaar uitgesteld. Ook de afschaffing van de aftrek specifieke zorgkosten treedt in 2027 nog niet in werking. Toch kunnen maatregelen in de optelsom, voor een aantal huishoudens nog steeds stevig uitpakken. Voor de uitwerking van maatregelen geldt daarom dat het kabinet goed gaat kijken naar de precieze vormgeving om zo recht te doen aan de inzichten van deze analyse. Bij de vormgeving van maatregelen wil het kabinet rekening houden met het VN-verdrag Handicap en draagkracht zodat ongewenste zorgmijding waar mogelijk wordt tegengegaan en daarbij ook de enveloppe tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken betrekken, die vanaf 2028 beschikbaar is. De komende tijd gaat het kabinet graag verder in gesprek om te komen tot een gedragen pakket met een meerderheid in beide Kamers. We spreken hiervoor uiteraard met uw Kamer, en ook met maatschappelijke organisaties, zoals de sociale partners en vertegenwoordigende organisaties van mensen met een beperking of chronische aandoening, over de verdere uitwerking en vormgeving van het pakket aan maatregelen in de zorg en sociale zekerheid. Daarbij zal het kabinet ook de uitkomsten van deze analyses gebruiken. Het doel is tot een vormgeving van maatregelen te komen die draagbaar is voor mensen én recht doet aan de uitdagingen op het gebied van financiële en personele houdbaarheid in de stelsels van zorg & welzijn en sociale zekerheid. Mede namens de staatssecretaris van Financiën, De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.T.M. Hermans De minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief De minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen Bijlagen Volgnummer Naam Classificatie 1 Technisch rapport effecten stapeling van maatregelen in de zorg en sociale zekerheid uit het coalitieakkoord 2 Nibud rapport Betaalbaarheid stapeling effecten coalitieakkoord Centraal Planbureau, De Nederlandse overheidsschuld op lange termijn, juli 2025. Kamerstukken II 2025/26, 36800 nr. 98 Kamerstukken II 2025/26, 36848 nr. 79 Kamerstukken II 2025/26, 36800-XV nr. 52 Kamerstukken II 2025/26, 36800-XVI nr. 174 Kamerstukken II 2025/26, 36800 nr. 98

Bron, video en gesprek →