KamerkringInloggen
Mirjam Sterk

Officieel Kamerprofiel

Mirjam Sterk

41debatten
1.793bijdragen
12interrupties
229.859woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
6 jul 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 389Vergrijzing en het integrale ouderenbeleidNr. 186 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING EN VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 6 juli 2026Vanwege de vergrijzing, veranderende woonwensen van ouderen en dedruk op de woningmarkt is het belang van deze woonopgave voorouderen zeer groot. Voldoende passende woonvormen voor ouderen zijncruciaal om mensen de mogelijkheid te bieden om langer zelfstandig tekunnen wonen. Daarom werkt het kabinet samen met medeoverheden,corporaties, zorgorganisaties, marktpartijen en vertegenwoordigers vanouderen aan voldoende passende woningen voor ouderen. De opgave toten met 2030 bedraagt circa 290.000 geschikte woningen, als onderdeelvan de totale woningbouwopgave van 100.000 woningen per jaar.Zoals toegezegd1 informeren wij uw Kamer via deze brief over devoortgang van deze opgave en de maatregelen die het kabinet neemt omde realisatie te versnellen. In lijn met de aanbevelingen van de AlgemeneRekenkamer2 zullen we in deze voortgangsrapportage ook ingaan opknelpunten, de haalbaarheid van de opgave en tussentijdse doelen. Webespreken eerst de voortgang van de ouderenopgave tot nu toe envervolgens de acties die we inzetten om de benodigde schaalvergroting terealiseren. In de bijlage lichten we enkele van die acties nader toe enstaan we stil bij een aantal andere onderwerpen met betrekking totouderenhuisvesting waarover we u graag informeren.Voortgang ouderenhuisvestingZorgzame woongemeenschappen voor ouderen hebben de aandacht vanoverheden, corporaties, ontwikkelaars, investeerders, zorgpartijen en1TZ202603-117, TZ202606-1542Algemene Rekenkamer, Woningen voor ouderen. Deelonderzoek behorend bij het verantwoor-dingsonderzoek Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Gemeentefonds enProvinciefonds, Den Haag: Algemene Rekenkamer 21 mei 2025 (bijlage bij Kamerstukken II2024/25, 36 740 VII, nr. 2). kst-29389-186ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1861 ouderen zelf. Lokaal, regionaal, provinciaal en landelijk weten dezepartijen elkaar steeds beter te vinden, waardoor we vooruitgang zien in deplanvorming van de woningen voor ouderen.Voor nultredenwoningen liggen zowel de planvorming als realisaties opkoers. Er zijn plannen voor ruim 230% van de opgave van 170.000nultredenwoningen. Ook in de realisaties zien we dat er sinds 2022jaarlijks zo’n 20.000 van deze woningtypen worden toegevoegd. Deopgave aan nultredenwoningen tot en met 2030 achten wij daaromhaalbaar.Voor geclusterde en zorggeschikte woningen is een schaalvergrotingnodig. Op basis van de plannen van corporaties en gemeenten zien wedat zo’n 40–50% van de opgave (80.000 geclusterde woningen en 40.000zorggeschikte woningen) is gedekt door plannen. Dit ligt daarmee nog verbeneden de doelstelling. Op basis van de aanvragen uit onze subsidiere-gelingen weten we dat er ontmoetingsruimten worden gerealiseerd bijzo’n 29.000 geclusterde woningen en dat er aanvragen toegekend zijnvoor 7866 zorggeschikte woningen. Deze woningen zijn al gerealiseerd ofworden binnen de komende zeven jaar gerealiseerd. De realisaties vallendaarmee deels na 2030. Voor deze woningtypen is het nog niet goedmogelijk om de realisaties via de monitoringsinstrumenten in beeld tebrengen. In de paragraaf «verbetering van de monitoring» geven we aanhoe we hier aan werken.We kunnen dus concluderen dat de bouw van woningen voor ouderen opgang is gekomen: er zijn plannen en ontwikkelingen voor zo’n 215.000 vande 290.000 woningen die nodig zijn. Voor geclusterde- en zorggeschiktewoningen is nog een flinke versnelling en schaalvergroting nodig. Dithangt uiteraard samen met de reguliere uitdagingen die woningbouwkent3. De maatregelen die door de Taskforce Versnellen Woningbouwworden genomen om de woningbouw te stimuleren, bevorderen daarmeeook de ouderenhuisvesting. Het is echter ook zo dat de bouw vangeclusterde en zorggeschikte woningen extra uitdagingen kent, zoals hetfeit dat deze woningtypen relatief nieuw zijn, de samenwerking die vaaknodig is tussen het woon- en zorgdomein en de extra kosten die bij debouw van deze woningtypen kunnen komen kijken. Om tegemoet tekomen aan die extra kosten stelt het kabinet naast de € 120 miljoen die in2026 via stimuleringsregelingen beschikbaar is, een bedrag van€ 420 miljoen euro beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030.Acties om de bouw voor ouderen te stimulerenMet de partijen die betrokken zijn bij ouderenhuisvesting werken we hardaan de benodigde versnelling en schaalvergroting, waarbij we inspelen opde specifieke uitdagingen die deze opgave kent. Dat doen we onderandere door middel van het inzetten van:–het verbeteren van de monitoring,–sturing via woningbouwinstrumenten,–specifieke financiële regelingen,–gemeenschapsvorming,–financiële doorstroommaatregelen en,–een ondersteuningsteam.Hieronder lichten we deze acties kort toe. In de bijlage staat een uitge-breidere toelichting.3Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 1445Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1862 Verbeteren van de monitoringGoed zicht op de voortgang van de opgave is cruciaal om goed op deopgave te kunnen sturen. Om de planvorming en realisatie van woningengeschikt voor ouderen te kunnen monitoren, is het noodzakelijk geblekenom gebruik te maken van verschillende bestaande en nieuwedatabronnen om een zo volledig mogelijk beeld van de voortgang tekrijgen. Eén integrale landsdekkende databron voor alle woningtypen endoelstellingen is niet mogelijk. Hierbij spelen drie belangrijke uitdagingen.Ten eerste moet de datakwaliteit beter. Hoewel de aanlevering elk jaar ietsverbetert, levert slechts 45% van de corporaties plannen aan overgeclusterde- en zorggeschikte woningen en leveren slechts 2/3e van allegemeenten plannen aan voor geclusterde- en/of zorggeschikte woningen,vaak om begrijpelijke redenen. Het Ministerie van BZK gaat met mede-overheden en de corporatiesector in gesprek over het verbeteren van dedatakwaliteit, want die kan en moet beter.Ten tweede zien we het aantal gerealiseerde geclusterde- en zorggeschiktewoningen niet goed in de monitoringsinstrumenten. Om dit zicht teverbeteren, wordt het naar verwachting in de loop van 2027 mogelijk omde plannen uit de Landelijk Monitor Voortgang Woningbouw te koppelenaan de realisaties van het CBS. Daarmee kunnen realisaties in beeldgebracht worden, met als randvoorwaarde dat gemeenten een volledigbeeld van hun woningbouwplannen aanleveren. Daarnaast geven deaanvragen voor de stimuleringsregelingen een beeld zodra die plannenzijn omgezet in realisaties.Ten derde ontbreekt een monitoringsystematiek voor het verbouwen vande bestaande voorraad, waarmee een deel van de invulling van de opgavebuiten beeld blijft (bv. Thuisplus flats of LangLevenThuis-flats). Hoewel dittot nu toe uitdagend is gebleken, blijven we samen met medeoverhedenen de corporatiesector in gesprek over de (on)mogelijkheden om hier zichtop te krijgen.De verantwoordelijkheid voor goede monitoring ligt bij alle betrokkenpartijen. Daarbij houden wij oog voor de balans tussen voldoendeinformatie om op de opgave te sturen en een draagbare werklast voormedeoverheden en corporaties.Sturing via woningbouwinstrumentenIn de afgelopen jaren is via de woondeals en in de uitwerking van de Wetversterking regie volkshuisvesting een raamwerk neergezet om te sturenop de bouwopgave voor ouderen. Ook andere sturingsinstrumenten, zoalshet Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en huurwetgeving (ziebijlage), worden ingezet om planvorming en realisaties van ouderenhuis-vesting aan te jagen.In 2024 heeft het kabinet met alle provincies en regio’s woondealaf-spraken gemaakt over de woningbouwopgave voor ouderen tot en met2030.4 Dat betekent dat het per regio voor alle gemeenten duidelijk iswelke opgave zij hebben voor ouderenhuisvesting, uitgesplitst naarnultredenwoningen, geclusterde- en zorggeschikte woningen. In deaanstaande Bestuurlijke Overleggen Woondeals staat de voortgang vande woningtypen voor ouderen ook op de agenda.Dit jaar worden bestaande woondealafspraken over de woningbouw-opgave geactualiseerd voor een nieuwe 10-jaarsperiode, die loopt van2027 tot en met 2036. Daarbij worden ook de woningtypen voor ouderen4Drenthe heeft als enige provincie deze afspraken (nog) niet formeel vastgesteld. De opgavevoor de provincie Drenthe is wel inzichtelijk gemaakt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1863 meegenomen. De bestaande afspraken met medeoverheden overouderenhuisvesting voor de periode tot en met 2030 blijven staan. Denieuwe afspraken voor woningtypen voor ouderen betreffen eenuitbreidingsopgave voor de aanvullende periode 2031 tot en met 2036.Onderzoeksbureau ABF Research heeft een uitbreidingsprognoseopgesteld voor deze tijdsperiode, als input voor de gesprekken metmedeoverheden. Hierbij is expliciet aangesloten bij de woonwensen enfinanciële mogelijkheden van ouderen, conform de motie van het lid Vander Plas5. Deze motie beschouwen we hiermee als afgedaan. In deprognose is ook de bouwopgave zoals die is geïdentificeerd in het«onderzoek naar de herintroductie van verzorgingshuizen» van PWCverwerkt.6 Deze publicatie van ABF Research is recent met uw Kamergedeeld.7In de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting, die inmiddels door beideKamers is aangenomen en per 1 juli 2026 in werking is getreden, wordengemeenten verplicht om in de volkshuisvestingsprogramma’s de terealiseren aantallen woningtypen voor ouderen te expliciteren. Dit houdtin dat een gemeente in het volkshuisvestingsprogramma opneemthoeveel nultredenwoningen, geclusterde- en zorggeschikte woningen zijvoornemens is te realiseren in nieuwbouw en bestaande bouw. Deafspraken die tijdens (de actualisatie van) de woondeals zijn gemaakt, zijnin beginsel leidend voor de inhoud van deze volkshuisvestingspro-gramma’s.Financiële regelingenVanwege de onrendabele top die geclusterde en zorggeschikte woningenin het betaalbare segment vaak hebben, hebben we stimuleringsrege-lingen voor deze woningtypen.Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO)Het Rijk stimuleert geclusterd bouwen voor ouderen en de realisatie vanontmoetingsruimten in geclusterde woonvormen met de SOO.8 De SOOstelt initiatiefnemers in staat om de bouwkosten voor realisatie vanontmoetingsruimten voor ouderen te dekken in zowel nieuwbouw alsbestaande voorraad. In de drie tranches van deze regeling sinds 2022 is intotaal voor 77 miljoen euro aangevraagd. Dit heeft een bijdrage geleverdaan naar schatting 29.000 geclusterde woningen met een ontmoetings-ruimte. Op 18 mei 2026 is de vierde tranche opengesteld met een budgetvan 40 miljoen euro. Tot en met begin juni leidde dit al tot ruim80 aanvragen voor meer dan 12 miljoen euro.De Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (SZGW)De SZGW heeft tot doel een deel van de extra onrendabele top voor hetrealiseren van zorggeschikte woningen in het sociale huursegment tecompenseren en daarmee een stimulans te geven aan de bouw van ditwoningtype.9 Voor de SZGW is in de periode 2023 t/m 2026 in totaal€ 312 miljoen beschikbaar om verplichtingen aan te gaan. In de eerste entweede tranche van de SZGW (2023 t/m 2025) is in totaal € 116 miljoenaangevraagd voor 7866 zorggeschikte woningen. Op 18 mei 2026 is eennieuwe tranche voor 2026 opengesteld. Hiervoor is een budget5Kamerstukken II, 2025/26, 36 800, nr. 256Kamerstukken II 2025/26, 29 389, nr. 12572026D340638https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/soo.9https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/szgw.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1864 beschikbaar van € 80 miljoen. Deze nieuwe ronde is gelijktijdig openge-steld met de SOO en de subsidies in beide regelingen kunnen wordenaangevraagd tot en met 18 december 2026.Fonds Coöperatief WonenEind 2026 gaat het Fonds Coöperatief Wonen van start met een subsidievan € 60,6 miljoen (uitgekeerd aan het Stimuleringsfonds Volkshuis-vesting Nederlandse gemeenten (SVn) dat het fonds zal uitvoeren),waarmee bewoners worden ondersteund die graag zelf de regie nemenen met gelijkgestemden samen een collectieve woonvorm willenrealiseren. Ouderen zijn vaak initiatiefnemers van deze coöperatieveinitiatieven en zij kunnen ook goed gebruikmaken van deze regeling.Nieuw instrumentarium vanaf 2027 inclusief beschikbare middelenHet vorige kabinet heeft aanvullende middelen gereserveerd binnen deRealisatiestimulans voor zorggeschikte- en geclusterde woningen voorouderen en aandachtsgroepen.10 Het gaat daarbij, naast het bedrag van€ 120 miljoen euro voor 2026 (SZGW en SOO), om een bedrag van€ 420 miljoen euro voor de periode 2027 t/m 2030. Tijdens het commissie-debat Ouderenzorg van 4 juni jl. heeft de Minister van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) toegezegd aan te geven of deze middelenvoldoende zijn om de opgave tot en met 2030 te stimuleren. Onzeinschatting is dat deze middelen voldoende zijn om de opgave in hetbetaalbare segment, waar een onrendabele top voor deze woningtypen is,te stimuleren. Een nieuwe regeling waarmee deze middelen vanaf 2027worden uitgekeerd, wordt op dit moment uitgewerkt.GemeenschapsvormingOrganisatie van activiteiten, voldoende aanspraak in een ontmoetings-ruimte of gezamenlijk koken en eten zijn belangrijke elementen voor fijnwonen in een zorgzame gemeenschap, zoals ook is aangegeven in debrief over moderne verzorgingshuizen.11 Een levendige gemeenschapzorgt er ook voor dat er een lagere zorg- en ondersteuningsvraag is, zekerals bewoners kunnen worden gestimuleerd hier zelf een rol in te spelen.Ook is het voor partners van bewoners met dementie fijner om in eendergelijke gemeenschap te (blijven) wonen. Daarnaast zijn er doorgemeenschapsvorming in een geclusterde woonvorm meer mogelijk-heden om kleine signalen van achteruitgang op te vangen (bijvoorbeeldminder naar buiten gaan, vaker vallen, toenemende vergeetachtigheid) enmet het zorg- en welzijnsteam op een snelle, laagdrempelige manierpassende ondersteuning te organiseren voordat problemen escaleren.Ook kunnen in het kader van de gemeenschapsvorming bewegingsactivi-teiten in de ontmoetingsruimte worden aangeboden, die bijdragen aanhet voorkomen van vallen (valpreventie). We zien mooie ontwikkelingenvan woonvormen gericht op gemeenschapsvorming in nieuwbouw, maarzeker ook in bestaande gebouwen. Voorbeelden hiervan zijn concepten alsThuisPlus-flats of LangLevenThuis-flats, waarbij oudere flats gerenoveerdworden tot geclusterde woningen geschikt voor ouderen met eenlevendige gemeenschap. In lijn met het advies van de AlgemeneRekenkamer12 stimuleren we ontwikkelingen van woningen voor ouderenin de bestaande bouw dan ook, door duidelijkheid te verschaffen over10Kamerstukken II 2024/25, 32 847, nr. 123711Kamerstukken II 2025/26, 29 389, nr. 12512Algemene Rekenkamer, Woningen voor ouderen. (bijlage bij Kamerstukken II 2024/25,36 740 VII, nr. 2)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1865 definities van de woningtypen in de bestaande bouw en aanpassingen inde bestaande bouw een plek te (blijven) geven in de financiële regelingen.De dynamiek in deze gemeenschappen komt in de praktijk over hetalgemeen niet vanzelf tot stand. Professionele ondersteuning voor1 à 2 dagen in de week kan net dat extra zetje geven. Veel initiatievenworstelen met de financiering van de exploitatie van de ontmoetings-ruimte. Dit wordt vaak uit tijdelijke potjes gefinancierd, waarbij er elk jaaronzekerheid is over de financiering. De Minister van Langdurige Zorg,Jeugd en Sport (LJS) is voornemens de financiering van de gemeen-schapsvorming in woonvormen te betrekken bij de aanvullende Hoofdlij-nenakkoord Ouderenzorg-afspraken. Het komende half jaar worden dezeaanvullende afspraken verder uitgewerkt.Financiële doorstroommaatregelenHet moet voor ouderen ook financieel aantrekkelijk zijn om door testromen naar een passende woning of samen te gaan wonen met elkaar.Het Ministerie van BZK onderzoekt daarom met de hypotheeksector hoewe kunnen zorgen voor een aantrekkelijke (hypothecaire) lening, die de(ervaren) financiële drempel om te verhuizen voor ouderen kan verlagen.Deze lening wordt gebaseerd op de overwaarde van de huidige woning, isbedoeld om de nieuwe woning passend te maken en wordt afgelost bijverkoop van de oude woning. Hierbij wordt het onlangs aangebodenvoorstel van het CDA en 50Plus betrokken.13 We verkennen dit jaar in hetPlatform hypotheken met alle relevante partijen in de sector (kredietver-strekkers, NHG, toezichthouders) welke kansen en knelpunten er zijn omeen dergelijk product aan te bieden. Daarbij bespreken we ook wat ermogelijk in de randvoorwaarden (wet- en regelgeving) vanuit het Rijknodig is qua aanpassingen. Het is bekend dat leefvormen in de AOW eenbelemmering kunnen vormen bij woningdelen voor ouderen. Daarombent u eerder geïnformeerd14 over een vereenvoudiging en harmonisatievan de leefvormbeoordeling in de AOW via een partnerbegrip metobjectieve criteria, inclusief een voorstel voor dekking. Uw Kamer wordthierover tijdens Prinsjesdag geïnformeerd.OndersteuningDe afgelopen jaren heeft het Aanjaagteam Wonen Zorg Welzijn voorOuderen een belangrijke bijdrage geleverd aan de agendering van deopgave, het opzetten van lokale- en regionale samenwerkingsverbandenen het ontwikkelen en ontsluiten van kennis over ouderenhuisvesting.Daarnaast heeft het Aanjaagteam de beweging «van bod naar plot» ingang gezet, om lokaal van afspraken tot uitvoering te komen. Om eenbeeld te geven van vernieuwende gemeenschaps- en woonzorgconceptendie al zijn gerealiseerd, heeft het Aanjaagteam de interactieve kaart«Nederland staat niet stil» ontwikkeld. We zijn het Aanjaagteam zeererkentelijk voor hun bijdrage. Tegelijkertijd zien we dat de opgave in andervaarwater is beland, waar een ander type ondersteuning bij past dieminder gericht is op agendering en beleid en meer op ondersteuning vande planvorming en realisatie in concrete gebieden en projecten. Daaromrondt het Aanjaagteam begin juli 2026 haar werkzaamheden af. In lijn metde aanbevelingen van het Aanjaagteam over de invulling van hetamendement Dobbe15, werken we verder uit hoe ondersteuning bij derealisatie van concrete woon-zorgprojecten ingevuld kan worden, in13CDA & 50PLUS, De Doorstroomhypotheek: Geld in de stenen vrijmaken om de woningmarkt inbeweging te zetten, Den Haag 28 mei 202614Kamerstukken II 2025/26, 32 847, nr. 144515Kamerstukken II 2025/26, 36 725 XVI, nr. 7 + Kamerstukken II 2025/26, 29 389, nr. 167Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1866 relatie tot het programma uitvoeringskracht bij het Ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het doel is om dit in het eerstekwartaal van 2027 ingericht te hebben.Tot slotWe zijn blij om te zien dat de bouwopgave voor ouderen op gang isgekomen, maar zien ook de extra aandacht die nodig is voor geclusterdeen zorggeschikte woningen. Hierin hebben wij als Ministers, maar ook allebetrokken partijen, een belangrijke rol. De komende periode ligt onzefocus op het versnellen van concrete bouwplannen en het vergroten vanhet aanbod aan geclusterde- en zorggeschikte woningen door onderandere de inzet van de woningbouwinstrumenten en stimuleringsrege-lingen. Daarnaast focussen we op het verbeteren van de monitoring. Wijhouden uw Kamer op de hoogte van de voortgang.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanDe Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1867 Toelichting voortgangWoningtypen voor ouderenDe afgelopen jaren is volop ingezet op de realisatie van woningtypengeschikt voor ouderen. Wij onderscheiden drie woningtypen die inuiteenlopende woonvormen gerealiseerd worden:–Bij nultredenwoningen gaat het om woningen waarvan de toegang ende woon- en slaapkamer, keuken, toiletruimte en badruimte zondertrap kunnen worden betreden.–Geclusterde woningen zijn minimaal twaalf nultredenwoningen meteen ontmoetingsruimte die samen een gemeenschap vormen.–Zorggeschikte woningen zijn geclusterde nultredenwoningen diebovendien geschikt zijn voor personen met een functiebeperking enhet verlenen van zorg aan deze personen.Planvorming in beeldOm een beeld te krijgen van de mate waarin de woningtypen voorouderen de komende jaren in de bouwprogrammering voorkomen, iszicht op de plancapaciteit nodig. Middels de Landelijke Monitor VoortgangWoningbouw (LMVW) wordt een uitvraag gedaan via provincies aangemeenten over hun plannen voor woningen geschikt voor ouderen. Uitde gegevens die door gemeenten zijn aangeleverd, komen plannen naarvoren voor in totaal 499.800 woningen geschikt voor ouderen, voor deperiode van 2026 tot en met 2045. Hiervan zijn ongeveer 401.000nultredenwoningen, ongeveer 26.600 geclusterde woningen en ongeveer21.500 zorggeschikte woningen16. Ten opzichte van vorige uitvragen zienwe steeds meer woningen geschikt voor ouderen in plannen. Voor degeclusterde- en zorggeschikte woningen is dit echter nog niet voldoendeom de opgave te kunnen realiseren. Een aandachtspunt hierbij is dat dezeLMVW alleen ziet op nieuwbouw, terwijl er voor ouderen ook veel in debestaande bouw wordt gerealiseerd.Een belangrijk knelpunt bij de planvorming is dat het overheden meer tijdkost om deze opgave in hun programmering te verwerken en hiervoor dejuiste locaties te vinden. Juist een geschikte locatie is voor ouderenhuis-vesting extra relevant, aangezien ouderen mobiliteitsbeperkingen kunnenervaren en de nabijheid van voorzieningen belangrijk is voor de locatie-keuze. Hoewel er ook voor 2022 al zelfstandige woningen voor ouderengebouwd werden, werd dit niet aangestuurd en bijgehouden. De eersteprogrammeringsafspraken op dit onderwerp met medeoverheden in dewoondeals zijn circa twee jaar geleden gesloten. Medeoverheden gevenaan dat het lastig is om op korte termijn aanpassingen te doen aan hardeplannen, aangezien dan reeds anterieure overeenkomsten zijn geslotenover het planontwerp en de beoogde doelgroep. Met de provincies is eenstappenplan afgesproken om tot aanvullende planvorming te komen. DeMinister van VRO zal tijdens het volgende Bestuurlijke Overleg Woondealsmet hen spreken over de planvorming en het bijbehorende tijdspad.Realisaties in beeldVoor nultredenwoningen blijkt het mogelijk om een beeld te vormen vanrealisaties. Het haalbaarheidsonderzoek van het CBS uit 2026 laat op basisvan bestaande registers zien dat er in 2022 17.100 nultredenwoningen vianieuwbouw zijn toegevoegd en 3.660 via overige toevoegingen (verbouw,splitsen of verandering van gebruiksfunctie). Ook in de jaren 2023 en 2024zijn er naar schatting eenzelfde aantal nultredenwoningen jaarlijks162026D34062BIJLAGETweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1868 toegevoegd. Hiermee ligt de realisatie van nultredenwoningen opschema. Zoals eerder in deze brief aangegeven wordt voor geclusterde-en zorggeschikte woningen gewerkt aan een betrouwbare manier omzicht te krijgen op de realisaties.Woningen voor ouderen in de corporatiesectorVia de dVi (de Verantwoordingsinformatie) en de dPi (de Prospectieveinformatie) vergaren we jaarlijks informatie over de voortgang in decorporatiesector, onder andere over ouderenhuisvesting. In totaal zijn erin deze uitvraag plannen opgenomen voor ongeveer 25.200 geclusterde-en zorggeschikte woningen, waarvan 21.800 in het sociale segment. Op degehele opgave tot en met 2030 (60.000 door corporaties in het socialesegment) is dat een dekkingsgraad van ruim 36%, bij de vorige uitvraagwas dit nog 30%. Daarbij is het belangrijk op te merken dat de dPi vijfprognosejaren betreft, de meest recente dPi betreft de jaren 2026 t/m2030. In de jaren 2022 t/m 2025 zijn ook woningen geschikt voor ouderengerealiseerd. Uit de opgave van dVi blijkt dat er in 2023 en 2024gezamenlijk ongeveer 9.700 woningen geschikt voor ouderen zijngerealiseerd, waarvan 9.300 in het sociale segment, voor 2025 wordt eenrealisatie van ongeveer 2.300 woningen verwacht. Realisaties en plannenbij corporaties dekken opgeteld 56% van de opgave tot en met 2030.Hierbij is het goed te vermelden dat naast woningbouwcorporaties ookandere partijen woningen voor ouderen in het sociale segment bouwen,zoals zorgaanbieders en andere ontwikkelaars. Deze realisaties wordenniet zichtbaar via de dVi en dPi.Toelichting actiesSturing via woondealsMedeoverheden hebben bij de woondealafspraken tot en met 2030 deruimte gekregen om met onderbouwing eigen aantallen voor ouderen-huisvesting vast te stellen, hetgeen heeft geleid tot afspraken voor ca.288.600 woningen geschikt voor ouderen, uitgesplitst in 153.300 nultre-denwoningen, 94.000 geclusterde woningen en 41.300 zorggeschiktewoningen. Deze doelstelling is leidend voor de sturing op de opgave viade woondeals. Een uitdaging bij sturing via de woondeals is dat er groteverschillen zijn in het vertrekpunt en het tempo waarmee regio’s dezeopgave oppakken. Bij het realiseren van bouwplannen voor ouderen is desamenwerking tussen het woon- en bouwdomein en het welzijn- enzorgdomein noodzakelijk. In sommige regio’s was reeds een sterkfundament aanwezig voor deze samenwerking, en was men al aan de slagmet deze bouwopgave. Andere regio’s hebben hier meer stappen inmoeten zetten. In de provincies Overijssel, Utrecht en Gelderland, waarbijrealisaties en plannen optellen variërend tussen 60% en 140%, ligt eengoede basis voor de uitvoering. In andere provincies, waar realisaties enplannen optellen tot maximaal 50% van de opgave, is de kans groot datde doelstelling niet gehaald gaat worden en dat tekorten op deze opgavezullen oplopen. De Minister van VRO zal hierover met de betrokkenbestuurders in gesprek gaan. Een overzicht van de woningbouwplannenper provincie is te vinden in de publicatie «Landelijke Monitor VoortgangWoningbouw voorjaar 2026» die voor de zomer met uw Kamer zal wordengedeeld via de Kamerbrief over de woningbouwprognoses.Ouderenwoningen in HuurbeleidBinnen het huursegment ontstaan veel verschillende woonvormen tussenthuis en het verpleeghuis in, die zich specifiek richten op ouderen of opeen mix aan bewoners. Het Woningwaarderingsstelsel (WWS), die deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 1869 maximale huurprijs van een woning bepaalt, is niet berekend op dezeverschillende woonvormen, en de combinatie met bijvoorbeeld zorgver-lening. Dit heeft geleid tot een grijs gebied met een grote variatie aanverhuurconstructies. We onderzoeken hoe de toepassing van het WWS bijwoonzorgsituaties beter kan worden afgebakend, waarbij we recht doenaan de woon- en zorgbehoeften van de huurder en de nodige investe-ringen in de woning. Hiermee creëren we duidelijkheid voor ontwikke-laars, investeerders en verhuurders, en gelijke behandeling van huurders.Besluit bouwwerken leefomgevingEr circuleren verschillende definities van woningtypen voor ouderen, metbijbehorende eisen, hetgeen tot onduidelijkheid leidt bij bouwers,ontwikkelaars en anderen. De Minister van VRO heeft daarom eenwijziging van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl) voorgesteld,waarin de definities voor nultredenwoningen en zorggeschikte woningenmet bijbehorende bruikbaarheidseisen worden vastgelegd voornieuwbouw.17 Het wijzigingsvoorstel is gereed voor wetgevingsadviesdoor de Raad van State. Deze definities zorgen ervoor dat tijd wordtbespaard in het ontwikkelproces, omdat niet overal opnieuw het gesprekhoeft te worden gevoerd over wat onder een zorggeschikte woning moetworden verstaan. Daarnaast helpen eenduidige definities bij het behoudvan zicht op de voortgang van de opgave doordat in alle monitoringsin-strumenten dezelfde woningtypes worden geteld. Om dezelfde redenenwillen we op korte termijn ook duidelijkheid verschaffen over de definitiesvoor de drie woningtypen in de bestaande voorraad.Onrendabele top ouderenhuisvestingAan de bouw van geclusterde- en zorggeschikte woningen zijnmeerkosten verbonden. Dit is een bekend knelpunt bij de ontwikkeling vandeze woningtypen, omdat met name in het sociale segment dezemeerkosten maar heel beperkt verdisconteerd kunnen worden in dehuurprijs. In 2022 is onderzoek gedaan naar deze meerkosten doorKPMG18. Om inzicht te krijgen in de huidige meerkosten van zorggeschiktewoningen, laat de het Ministerie van BZK op dit moment een onderzoekuitvoeren, inclusief onderzoek naar de businesscases die daarbij horen.Daarnaast laten wij onderzoek doen naar de mogelijkheden om toegan-kelijk te ontwerpen binnen bestaande woonplattegronden conform de drietoegankelijkheidsniveaus uit de NEN9120. Daarbij wordt ook in beeldgebracht in hoeverre dit leidt tot extra bouwkosten. Zodra deze onder-zoeken gereed zijn zullen wij deze met uw Kamer delen en we betrekkendeze onderzoeken waar mogelijk bij het ontwikkelen van onze financiëleinstrumenten.Nieuw instrumentarium vanaf 2027De afgelopen periode is onderzocht of de bestaande regelingen (SOO enSZGW) gecombineerd en vereenvoudigd kunnen worden. Uit eenconsultatie met het werkveld blijkt een grote voorkeur voor behoud vaneen subsidieregeling, zodat middelen direct naar ontwikkelende partijengaan en gemeenten niet belast worden met het doorgeven van de17Geclusterde woonvormen zijn in het Bbl niet gedefinieerd, omdat bij een geclusterdewoonvorm in een woongebouw sprake kan zijn van verschillende subgebruikfuncties van dewoonfunctie, namelijk «nultreden» of «zorggeschikt». De eisen aan de afzonderlijke (geclus-terde) woonfuncties volgt dan uit het Bbl. Bij geclusterde woningen wordt uitgegaan vanminimaal 12 nultredenwoningen en/of zorggeschikte woningen met een ontmoetingsruimte inof vlakbij het wooncomplex (bv. ca. 100 m).18Kamerstukken II 2025/26, 29 389, nr. 125Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18610 middelen. Om tot vereenvoudiging te komen, is ons voornemen om debestaande regelingen SOO en SZGW zoveel mogelijk in voorwaarden tesynchroniseren, gelijktijdig open te stellen en te kijken naar een bredereinzet van deze regelingen voor alle aandachtsgroepen. Uw Kamer wordtin het najaar geïnformeerd over de beoogde wijzigingen die vanaf 2027zouden moeten ingaan.Langjarige financiële ondersteuningIn het coalitieakkoord staat dat het aanbod (levensloopbestendige)woningen voor ouderen nu te beperkt is en dat de bouw van nieuwewoonvormen voor ouderen gestimuleerd moet worden. Het gaat hierbijom woningen die onderdeel zijn van de doelstelling om 100.000 woningenper jaar te realiseren. Het kabinet heeft voor de totale woningbouwopgave7 x 1 miljard euro uitgetrokken in de periode 2029 t/m 2035, aanvullend opde 5 x 1 miljard euro die het kabinet-Schoof beschikbaar heeft gesteld inde periode 2025 t/m 2029. In de afweging rondom de besteding van dezemiddelen wordt ook ouderenhuisvesting nadrukkelijk betrokken.Revolverend fonds wooncoöperatiesVoor veel mensen is het wonen in een gemeenschap waar bewoners naarelkaar omkijken een mooi vooruitzicht om naar door te stromen. En er zijnbewoners die daarvoor graag zelf de regie nemen en met gelijkgestemdensamen allerlei collectieve woonvormen realiseren, waarin ze voorzie-ningen delen en samen optrekken. Om de financiering voor de plan- enrealisatiefase voor deze coöperatieve initiatieven rond te krijgen wordt hetFonds Coöperatief Wonen opgericht. Dit fonds is een voortzetting van deStimuleringsregeling Wonen en Zorg (SWZ) voor voornoemde fases,omdat het eenzelfde doelgroep bedient.Eind 2025 is 60,6 miljoen euro subsidie gegeven aan het Stimulerings-fonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) om het FondsCoöperatief Wonen op te richten en uit te voeren. Het fonds moet in 2026worden opgericht. Omdat banken de planfase veelal niet financierenkunnen initiatieven gericht op de bouw van zowel koop- en huurwoningenbij het fonds terecht. De financiering van de bouw is alleen voor huurwo-ningen beschikbaar (dus voor wooncoöperaties19), waardoor dezecoöperatieve woonvormen wel te financieren zijn. In alle gevallen is eeneigen inleg van minimaal 5% vereist. De komende jaren kunnen naarverwachting 1.000 betaalbare huurwoningen worden gerealiseerd, metname voor mensen met een middeninkomen (tot 2x modaal).Diverse onderwerpenKennisdelingVia Platform31 ondersteunen we gemeenten, corporaties, ontwikkelaars,doorstroomcoaches door middel van publicaties, webinars, video’s,praktijkverhalen en bijeenkomsten. Deze zijn gericht op het delen vangoede voorbeelden, praktijkkennis en regelgeving. Zo zijn er sinds devorige voortgangsrapportage ouderenhuisvesting publicaties verschenenover zorggeschikt wonen, wonen met een plus in de bestaande bouw,transformatie van leegstaande panden naar ouderenhuisvesting,community building, voorrangsregels en toewijzing, verhuisketens envergrijzing in de grootschalige woningbouwgebieden20.19Het fonds hanteert een ruime opvatting van coöperatief wonen; het gaat om wooncoöperaties,woonverenigingen, Collectief Privaat Opdrachtgeverschappen (CPO’s) met een coöperatiefkarakter en medeopdrachtgeverschap.20Zie Wonen senioren – Platform31 | Kennis en netwerk voor stad en regioTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18611 Praktijkkennis geclusterd wonenIn Stichting WIZE (Wonen In de Zilveren Eeuw) verenigen onder anderekennispartijen, ontwikkelaars, financiers en zorgpartijen zich rondom hetstimuleren van de bouw van geclusterde woonvormen. Deze stichtingheeft in april 2026 een subsidie van ons ontvangen om in de komendedrie jaar praktijkkennis en succes- en faalfactoren van de ontwikkeling vangeclusterde woonvormen voor ouderen in kaart te brengen, deze kennis tedelen met ontwikkelaars en te koppelen aan wetenschappelijke kennis. Deverwachting is dat dit gaat bijdragen aan de nodige versnelling van derealisatie van geclusterde woonvormen voor ouderen.Communicatie ouderenhuisvestingDe communicatie rondom ouderenhuisvesting wordt de komende tijdverder verbeterd. Om professionals te inspireren en ondersteunen bij deopgave worden alle ontwikkelde hulpmiddelen en praktijkverhalenverzameld en beschikbaar gesteld op één centrale plek: een nieuwe toolkitop volkshuisvestingnederland.nl. Het streven is om de toolkit dit najaar telanceren.Campagne «Praat vandaag over morgen»Om het hoofd te kunnen bieden aan de groeiende zorgvraag en debeschikbaarheid van zorgpersoneel, is het van belang dat mensen zichvoorbereiden op hun oude dag. Onderzoek laat namelijk zien dat mensendie vóór hun pensioen plannen maken over de toekomst vaker beschikkenover een sterker sociaal netwerk, minder eenzaam en veerkrachtiger zijn.Toch blijkt uit onderzoek dat slechts de helft van de 60-plussers hierovernadenkt of het gesprek voert met hun omgeving. In 2024 heeft hetMinisterie van VWS daarom de landelijke publiekscampagne «Praatvandaag over morgen» gestart en gespreksbijeenkomsten georganiseerddoor seniorenbonden en MantelzorgNL gesubsidieerd. Het Ministerie vanVWS heeft besloten om de landelijke campagne in vernieuwde vorm voortte zetten tot 2029. Eind 2026 zal deze campagne door de Minister van LZSworden gelanceerd.MantelzorgwoningenHet bijbouwen van een mantelzorgwoning op bestaande kavels kan eraanbijdragen dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen leefom-geving kunnen blijven wonen als zij dat willen. De Minister van VRO heefthet ontwerpbesluit versterking regie volkshuisvesting in procedure. Ditbesluit maakt de bouw en het gebruik van mantelzorgwoningen op eigenerf onder voorwaarden vergunningvrij. Daarbij vervalt de verplichtemantelzorgverklaring, zodat het makkelijker wordt om een mantelzorg-woning te bouwen. Ook wordt de regeling uitgebreid naar familiewo-ningen. Hierdoor kunnen ouderen die nog geen directe zorg nodig hebbenalvast bij hun kinderen gaan wonen, of andersom. Zoals toegezegd in hetcommissiedebat over ouderenzorg van 4 juni jl., zullen wij zodra dezeregelgeving effectief is, in onze communicatie aandacht besteden aan demogelijkheden die mantelzorgwoningen bieden.MeergeneratiewoningenZoals toegezegd in het commissiedebat over de ouderenzorg van 4 juni jl.,zullen we hierbij nader ingaan op meergeneratiewoningen. Wij zien dit alseen mooie woonvorm die past bij de vraag van groep ouderen, jongerenen gezinnen. Meergeneratiewoningen zijn woningen of woongebouwen,waarin meerdere generaties, vaak uit dezelfde familie, samenwonen. In deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18612 meeste vormen van meergeneratiewoningen heeft ieder huishouden eenzelfstandige woonruimte, maar is er op verschillende manierenverbinding tussen die woonruimten. Dat kan bijvoorbeeld doordat er eengezamenlijke opgang, woonkamer, tuin of keuken is. Op die manierontstaat er vanzelfsprekende ontmoeting, kunnen grootouders makkelijkop kleinkinderen passen, families samen eten en kinderen hun oudersondersteunen wanneer dat nodig wordt. We zien veel kansen om de driewoningtypen die we onderscheiden zo in te zetten dat ze gebruikt kunnenworden als meergeneratiewoningen, in zowel de bestaande gebouwen alsnieuwbouw.Experiment woningdelen voor ouderen regio RotterdamEen experiment rond woningdelen van woningcorporatie StichtingOuderenhuisvesting Rotterdam (SOR), in samenwerking met deMaaskoepel en woningcorporaties in de regio Rotterdam, wordt voort-gezet. De Maaskoepel richt zich hierbij op alle doelgroepen, die zichzelfkunnen aanmelden. Eerder was voorzien om deze pilot in 2025 af teronden. De opstart van het experiment heeft meer tijd gevraagd danverwacht. Dit kwam onder meer door benodigde aanpassingen insystemen en de behoefte van geïnteresseerde huurders om meer inzichtte geven in de juridische en financiële gevolgen van woningdelen.Daarom is ervoor gekozen geïnteresseerden hierover eerst uitgebreider teinformeren en passende oplossingen te verkennen. Als gevolg daarvan ishet experiment dit jaar daadwerkelijk van start gegaan. Uw Kamer wordtrond de zomer van 2027 geïnformeerd over de uitkomst van hetexperimentIndustrieel en conceptueel bouwen voor ouderenIn de voortgangsbrief ouderenhuisvesting van april 2025 staat dat hetNetwerk Conceptueel Bouwen (NCB) van start is gegaan met hetontwikkelen van productmarktcombinaties (PMC’s) tezamen met eenklankbordgroep met onder andere Aedes, Actiz en VNG. PMC 19 (indivi-duele zorggeschikte woning) en PMC 20 (geclusterd zorggeschikt wonen)zijn inmiddels ontwikkeld en gepubliceerd in de Woonstandaard.Daarnaast zijn PMC’s 15 tot en met 18 (nultredenwoningen) herzien. DePMC’s bestaan uit verschillende prestatie-eisen voor de woning, hetwoongebouw en de omgeving, zoals toegankelijkheidsvereisten,afmetingen van liften en eisen over scootmobielstallingen. Hierbij isgebruik gemaakt van de bruikbaarheidseisen die ook in het Bbl zijnopgenomen. De PMC’s bevorderen standaardisatie, hetgeen er uiteindelijktoe leidt dat we veel geschikte woningen voor ouderen kunnen bouwen.Inmiddels hebben 13 conceptaanbieders in totaal veertig conceptenontwikkeld die voldoen aan deze PMC’s. Dit betekent dat ontwikkelaarswoningen die geschikt zijn voor ouderen «van de plank» kunnen kopen,wat veel tijd in het ontwikkelproces scheelt. Op 28 oktober 2026 vindt de«So You Think You Can Build Challenge» plaats met als doel het gebruikdaarbij van de door NCB nieuw ontwikkelde PMC’s te vergroten.BrandveiligheidUit de praktijk ontvangen wij regelmatig signalen dat de brandveiligheids-regels niet meer aansluiten bij de woonvormen voor ouderen die nuontwikkeld worden. Het Ministerie van BZK laat dat op dit momentonderzoeken. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (hierna: NIPV)heeft hiernaar een inventariserend onderzoek gedaan, welk onderzoek deMinister van VRO bij brief van 22 mei jl. met uw Kamer heeft gedeeld. Ditjaar worden deze resultaten nader verkend en wordt beoordeeld of, en zoja, hoe de regelgeving eventueel zou kunnen worden gewijzigd om deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18613 brandveiligheid voor ouderen te borgen. Bij deze verkenning is een bredeklankbordgroep betrokken van onder andere vertegenwoordigers vanhuisvesters, zorgaanbieders, zorgontvangers, de brandweer en onze beideministeries. De uitkomsten van deze verkenning worden eind van dit jaarmet uw Kamer gedeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 389, nr. 18614

Bron, video en gesprek →