Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 843Seksuele intimidatie en geweld28 345Aanpak huiselijk geweld31 015KindermishandelingNr. 133 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT EN VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Iedereen moet overal veilig kunnen zijn, binnenshuis en buiten op straat.Kinderen hebben het recht om in een veilige omgeving op te groeien.Vrouwen zouden niet achterom moeten hoeven kijken wanneer zij ’savonds over straat gaan en slachtoffers moeten toegang hebben tot deondersteuning en zorg die nodig is. De gevolgen van (huiselijk) geweldzijn enorm, daarom zet het kabinet stevig in op de aanpak van geweldtegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling.Onveilig zijn zorgt op de korte en lange termijn voor schade aangezondheid, relaties die worden opgebouwd en het mee kunnen doen aande samenleving. Ongezonde en schadelijke patronen binnen gezinnen ofeen relatie worden vaak van generatie op generatie doorgegeven. Daarmogen en daar willen we ons niet bij neerleggen. Het bestrijden vangeweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling is eenbelangrijke prioriteit van dit kabinet. De inzet van het kabinet sluit op veelpunten aan op de aanbevelingen zoals gedaan in de initiatiefnota van deleden Van der Werf (D66), Mutluer (PRO) en Bruyning (NSC) over hetstoppen van geweld tegen vrouwen.1 Bij de meeste gevallen van geweldtegen vrouwen en femicide, is de dader (ex-)partner of familielid. Daarombouwt de aanpak van geweld tegen vrouwen voor een belangrijk deelvoort op de aanpak van huiselijk geweld. De Nationaal Coördinatorgeweld tegen vrouwen en huiselijk geweld krijgt een belangrijke rol in hetnog verder aanbrengen en uitwerken van samenhang in de aanpak enacties van de verschillende departementen en veldpartijen. De aanpak vanseksueel geweld is onderdeel van de aanpak van geweld tegen vrouwen,huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze inzet draagt eveneens bijaan een betere bescherming en ondersteuning van mannelijke slacht-offers. Op 26 mei jl. heeft uw Kamer een kabinetsreactie ontvangen op de1Kamerstukken II 2025/26, 36 811, nr. 3 kst-34843-133ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1331 initiatiefnota van het lid Dobbe over de zorg voor slachtoffers vanseksueel geweld2.Uw Kamer benadrukte tijdens het commissiedebat Maatschappelijkdomein op 28 mei jl. het grote belang van een goede aanpak van geweldtegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling en de urgentieom niet te blijven hangen in actieplannen en onderzoeken, maar om tekomen tot voor slachtoffers merkbare verandering3. Wij onderschrijven ditbelang. Dit vraagt kabinetsbrede inzet. Wij sturen deze brief mede namensde Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie en de Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid. In deze voortgangsbrief gaan wij in op debelangrijkste knelpunten in het stelsel, de speerpunten waar we opinzetten om te komen tot verbetering en hoe we dit gaan bereiken.Knelpunten in het huidige stelselProfessionals zetten zich iedere dag met hart en ziel in om onveiligheidvan volwassenen en kinderen te voorkomen, herkennen en aan te pakken.We zien helaas dat het stelsel van ondersteuning, zorg, bescherming,soms ook in combinatie met een strafrechtelijke aanpak in Nederland nogniet goed genoeg werkt. We zien de volgende drie oorzaken:–Complexiteit van problematiek, onderliggende oorzaken en hetontbreken van een integrale benaderingOnveiligheid hangt vaak samen met situaties van armoede, schulden,psychische problemen, stress, stereotype genderopvattingen engenderongelijkheid en verslaving en vraagt dus om een aanpak diezich (ook) daarop richt. Hierbij kan ook sprake zijn van samenloop metstrafrechtelijke inzet. Duurzame oplossingen in gevallen van huiselijkgeweld of kindermishandeling kunnen uitblijven wanneer de context,voorgeschiedenis en omgevingsfactoren onvoldoende wordenmeegenomen. De nadruk ligt te vaak op crisisbeheersing en oplossin-gen voor de korte termijn, zonder dat voldoende breed wordtgeanalyseerd wat de precieze oorzaken zijn. Veiligheids- en risicotaxa-ties worden niet consequent toegepast, die juist van belang zijn om dealarmerende situaties waarbij directe actie nodig is sneller te kunnenonderscheiden.–Samenwerking tussen organisaties en met het gezinDoordat taken en verantwoordelijkheden bij veel verschillendeorganisaties zijn belegd, moeten slachtoffers vaak verschillende kerenhun verhaal vertellen. Daarnaast ontbreekt nog te vaak een eenduidigemanier van het beoordelen en analyseren van een situatie en is ergeen gelijkwaardige samenwerking met het gezin. Ook zijn er somsbelemmeringen in de samenwerking tussen betrokken instanties. Hetonvoldoende kunnen delen van gegevens horen wij vaak terug.–Geboden hulp en ondersteuningBetrokken professionals leveren veel goed werk, maar hebben ook temaken met een hoge werkdruk, mede door personeelstekorten. Datheeft invloed op de kwaliteit en beschikbaarheid van hulp en daardoorhebben professionals vaak minder tijd om relatiegericht te werken. Hetleidt er ook toe dat passende hulp vaak te laat komt of dat de gebodenhulp onvoldoende aansluit op de problematiek. Ook blijven vormenvan informele hulp en ondersteuning soms onbenut. De vele wisselin-gen van hulpverleners verstoren de continuïteit van de ondersteuningvoor slachtoffers en andere betrokkenen in het huishouden of2Kamerstukken II 2025/26, 36 841, nr. 33Tijdens het debat riep uw Kamer op om niet meer te spreken over «huiselijk geweld» maar overgeweld achter de voordeur. Wij zijn het met uw Kamer eens dat er niets huiselijks is aan ditgeweld. Wij kiezen er toch voor om de term huiselijk geweld te hanteren, omdat deze termaansluit bij wettelijke definities en omdat deze term het meest gebruikt is in het veld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1332 relationele systeem. Ook verkeren gezinnen en huishoudens soms nogte lang in onveiligheid, onder meer door een gebrek aan (goede)afstemming tussen strafrechtelijke organisaties en organisaties uit hetzorg- en jeugddomein, een gebrek aan kennis en het kunnen inzettenvan passende interventies zowel voor slachtoffers als plegers.Bovenstaande laat zien dat de problemen niet worden veroorzaakt doorindividuele professionals of organisaties, maar voortkomen uit hoe we opdit moment inzetten op het voorkomen van geweld en hoe we deondersteuning en zorg voor en bescherming van slachtoffers van geweldhebben georganiseerd. We moeten daarom vooral werk maken van eengezamenlijke visie op veiligheid, betere samenwerking, sneller de meestpassende hulp opstarten wanneer dit nodig is, meer continuïteit van hulpbieden en inzetten op sterkere rechtsbescherming. Daartoe hebben wijvier speerpunten geïdentificeerd om de bestaande knelpunten weg tekunnen nemen.Vier speerpunten om te komen tot verbetering1. Voorkomen van geweld tegen vrouwen en meisjesHet kabinet kiest voor een daadkrachtige aanpak van geweld tegenvrouwen en meisjes. Dit begint bij het voorkomen van geweld. Daaromzet het kabinet onder andere met het emancipatiebeleid in op hetvoorkomen van nieuwe slachtoffers. Hiervoor werken we aan hetbevorderen van een gelijkwaardige positie voor vrouwen in de samen-leving, bestrijden we schadelijke gendernormen en stereotyperingen enbevorderen we bewustwording over de gevolgen die deze kunnenhebben4. Daarnaast werken we aan het bestendigen van preventievemaatregelen vanuit het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP). Ook wordt ingezetop nieuwe of het verbeteren van bestaande interventies om slachtoffers tebeschermen en daders (strafrechtelijk) aan te pakken.2. Versterken werkwijze en deskundigheid van professionalsProfessionals moeten goed kunnen samenwerken en handelen vanuit eengezamenlijke visie op veiligheid, een gedeelde veiligheids- en risico-taxatie, analyse en aanpak. Praktijk-, ervarings- en wetenschappelijkekennis wordt gebruikt om kwaliteit van hulp te verbeteren en professi-onals beschikken over actuele kennis over geweldspatronen zoalsdwingende controle en de rode vlaggen voorafgaand aan femicide. Dit isnodig om gezamenlijk en effectief te kunnen handelen.3. Voorzieningen zijn toegankelijk, hulpaanbod wordt verbeterden meer vergelijkbaar tussen regio’sDoor de toenemende druk op onder meer Veilig Thuis, de Centra SeksueelGeweld en opvangvoorzieningen lopen wachttijden op. We zorgen datkinderen, volwassenen en gezinnen sneller toegang krijgen tot passendehulp en ondersteuning. Daarnaast verbeteren we het hulpaanbod voorslachtoffers en plegers van huiselijk geweld en kindermishandeling, zowelin het vrijwillig kader als in het gedwongen kader en zorgen we dat dithulpaanbod tussen regio’s meer vergelijkbaar wordt. Ook verbinden we4In de Emancipatienota die de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie na de zomer metuw Kamer zal delen gaan we uitgebreider in op deze primaire preventiemaatregelen. Dezemaatregelen worden ook meegenomen in het Nationaal actieplan dat de Nationaal Coördinatorop zal opstellenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1333 dit hulpaanbod beter aan preventieve maatregelen en informeleondersteuning.4. Betere samenwerking op lokaal, regionaal en landelijk niveauWe zorgen dat instanties op lokaal niveau beter gaan samenwerken zodatkinderen en volwassenen tijdig passende hulp en ondersteuning dichtbijhuis ontvangen. Dit vraagt om intensieve samenwerking tussen professi-onals uit verschillende organisaties vanuit zorg, (jeugd)bescherming en destrafrechtketen en om duidelijke regie, waarbij alle betrokken instantiesgezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor veiligheid en herstel. Ditgeldt ook voor samenwerking op regionaal en landelijk niveau.Concrete inzeta. Toekomstscenario kind- en gezinsbeschermingMet het programma Toekomstscenario kind- en gezinsbeschermingwerken wij (VWS en JenV) samen met de VNG, gemeenten, lokale teamsen veiligheidspartners (Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen, Raadvoor de Kinderbescherming) aan een fundamenteel andere werkwijze bijhet helpen en beschermen van volwassenen en kinderen in huishoudensen gezinnen waar veiligheids- en ontwikkelingsbedreigingsvraagtukkenspelen. Deze werkwijze is de afgelopen vijf jaar ontwikkeld en beproefd,heeft nu al effect in de praktijk van de tien proeftuinen en gaat uit van eenmeer gelijkwaardige manier van samenwerken met het gezin in plaats vanalleen het kind, met beter zicht op de samenhang met andere proble-matiek binnen het gezin en de onderliggende oorzaken. Voor gezinnenbetekent dit concreet: één vast aanspreekpunt, niet telkens opnieuw hetverhaal hoeven doen, sneller passende hulp of ondersteuning en beteresamenwerking tussen professionals. Juist door die samenwerking, enminder «estafette» met steeds wisselende hulpverleners, voorkomen wedat problemen (verder) escaleren. Daarom investeren we verder in stevigelokale teams, in de toekomst aangevuld met brede expertise vanuit eenRegionaal Veiligheidsteam.Momenteel stelt de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport samenmet de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en met alle betrokkenpartners een veranderstrategie op met als doel dat meer kinderen envolwassenen in een blijvend veilige (thuis)situatie leven. Deze verander-strategie is een verdere uitwerking binnen het Toekomstscenario. Wat inde proeftuinen werkt, brengen we breder in de praktijk. De veranderstra-tegie maakt ten eerste duidelijk welke acties en maatregelen we dekomende tijd nemen om nu al verbeteringen in de werkwijze door tevoeren, die passen binnen de huidige wet- en regelgeving. Daarnaastwordt in de veranderstrategie beschreven hoe we de komende jaren devoorbereidingen treffen voor de fundamentele herziening van het stelsel.In deze nieuw manier van werken nemen we waardevolle, werkzameelementen van de werkwijze van Filomena mee bijvoorbeeld t.a.v. éénaanspreekpunt, specifieke (toegevoegde) expertise en langdurigebetrokkenheid. Evenals de werkzame elementen van de aanpak MDA++gericht op ernstig en structureel huiselijk geweld. Begin juli 2026 wordtdeze veranderstrategie besproken in een bestuurlijk overleg, waarna hetin een brief aan uw Kamer zal worden toegezonden.b. Aanstelling Nationaal Coördinator geweld tegen vrouwen en huiselijkgeweldWe zien dat organisaties te veel langs elkaar heen werken in hetvoorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1334 kindermishandeling. Daarom is versterkte coördinatie nodig. Wij zijn danook verheugd te kunnen melden dat de Nationaal Coördinator geweldtegen vrouwen en huiselijk geweld deze zomer wordt aangesteld.De Nationaal Coördinator krijgt de opdracht om versnippering in deaanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishan-deling tegen te gaan en samenhang te vergroten. De Nationaal Coördi-nator wordt gevraagd hierbij ook aandacht te hebben voor geweld tegenmannen. De kerntaken van de Nationaal Coördinator zijn het opstellen enaanjagen van een Nationaal Actieplan geweld tegen vrouwen, huiselijkgeweld en kindermishandeling, het aanbrengen van samenhang in deaanpak en acties van verschillende departementen en het dienen alsaanspreekpunt voor signalen van gemeenten en uitvoeringsorganisaties.Versterking van coördinatie en samenhang moet leiden tot een merkbaareffectievere aanpak voor (potentiële) slachtoffers en plegers. De NationaalCoördinator bouwt verder op de lessen en het werk vanuit het plan vanaanpak Stop femicide! en het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. De Nationaal Coördi-nator neemt de lessen van de regeringscommissaris seksueel grensover-schrijdend gedrag en seksueel geweld mee, onder andere ten aanzien vande inzet op primaire preventie en zet deze zoveel als mogelijk door.De Nationaal Coördinator valt onder de verantwoordelijkheid van decoördinerend bewindspersoon op de aanpak van geweld tegen vrouwenen huiselijk geweld, de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. Defunctie wordt hoogambtelijk ingevuld. De Nationaal Coördinator neemtgeen verantwoordelijkheid over, de inhoudelijke beleidsverantwoorde-lijkheid blijft bij de desbetreffende departementen en bewindspersonen.Daarnaast behouden de bewindspersonen hun aanjagende en vertegen-woordigende rol.c. EU-Richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweldDe ministerraad heeft op 29 mei 2026 ingestemd met het toezenden vanhet wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn ter bestrijding vangeweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (EU 2024/1385) aan deAfdeling advisering van de Raad van State voor advies. Het wetsvoorstelintroduceert twee nieuwe strafbaarstellingen, die betrekking hebben opcyberintimidatie en het dwingen van een vrouw of haar ertoe te bewegenom, kort gezegd, vrouwelijke genitale verminking te ondergaan. Daarnaastworden de wettelijke strafmaxima die gelden voor huwelijksdwang en hetlokken van een persoon naar een ander land in verband met (huwelijks-)dwang verhoogd, naar drie jaar gevangenisstraf. Ook wordt de Wmo2015 aangepast om de ondersteuning van slachtoffers van seksueelgeweld wettelijk te verankeren. Bij de beleidsmatige implementatie wordtzoveel mogelijk aangesloten bij bestaande werkwijze op het terrein vangeweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en seksueel geweld. In lijn metde richtlijn is daarbij aandacht voor het bevorderen van deskundigheidvan professionals en toegankelijkheid van voorzieningen voor slacht-offers. Daarnaast vraagt de richtlijn nadrukkelijk aandacht voor de aanpakvan genderstereotypen en andere onderliggende oorzaken van geweldtegen vrouwen. De beleidsmatige implementatie omvat daarom ookversterking van primaire preventie via gemeenten en nationaal beleid. Hetwetsvoorstel, inclusief de voorgestelde beleidsmatige implementatie vande richtlijn, bieden wij naar verwachting dit najaar aan uw Kamer aan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1335 d. Versterken toegankelijkheid, uniformiteit en houdbaarheid vanondersteuning en voorzieningenSamen met gemeenten werken we aan een beter toegankelijk, meeruniforme en toekomstbestendige aanpak van huiselijk geweld met ookmeer duidelijkheid in de verantwoordelijkheidsverdeling (tussen Rijk engemeenten, maar ook gemeenten onderling). De noodzaak hiertoe bleekook uit het houdbaarheidsonderzoek Wmo 20155 dat eind vorig jaar naaruw Kamer is gestuurd. Uit dat onderzoek werd duidelijk dat de schaarsehoeveelheid personeel meer gericht moet worden ingezet omdat de groepmensen die ondersteuning nodig heeft groeit en dat er verschillen zijn ophet gebied van ondersteuning en voorzieningen tussen gemeenten diemaatschappelijk niet geaccepteerd worden. Door een stijgend aantalmeldingen en adviesvragen neemt de druk op de uitvoering van deaanpak van huiselijk geweld toe, tegelijkertijd is er ook in deze sectorsprake van schaarste van personeel. De Minister van Langdurige Zorg,Jeugd en Sport verkent samen met de VNG hoe de aanbevelingen uit hethoudbaarheidsonderzoek Wmo 2015 ook voor dit domein de juisteopvolging kan krijgen. Dit gaat onder andere over meer zicht op deuitvoering van de aanpak, hoe verantwoordelijkheden verdeeld zijn enwenselijkheid van uniformere kaders ten aanzien van het uitvoeren van deaanpak. Dit gaat bijvoorbeeld over Veilig Thuis maar ook over devrouwenopvang en ondersteuning en specifieke expertise die wordtgeboden door en aan het lokale team. Dit traject richt zich op de toeganke-lijkheid en uniformiteit van voorzieningen door het hele land. In dit trajectwordt ook specifiek de oproep uit de Kamer meegenomen om te zorgendat de werkzame elementen van de werkwijze van Filomena landelijkworden toegepast. Ook wordt onderzoek gedaan naar knelpunten die,onder andere door Filomena, worden ervaren ten aanzien van gegevens-deling. Uw Kamer wordt middels de voortgangsbrief voor het einde vanhet jaar geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek en de hieruitvolgende vervolgstappen.e. Versterking Veilig ThuisVeilig Thuis is een spil in de aanpak van kindermishandeling en huiselijkgeweld. Veilig Thuis geeft advies, denkt mee, neemt meldingen aan enonderzoekt waar nodig of er sprake is van kindermishandeling of huiselijkgeweld. Voor de uitvoering van die taken is Veilig Thuis naast de eigenorganisatie, ook afhankelijk van de samenwerking met de keten. Op ditmoment kampt Veilig Thuis met een structureel hoge werkdruk, met eensterk stijgend aantal adviesvragen en meldingen, wachtlijsten bij VeiligThuis zelf en ketenpartners en neemt ook de complexiteit van demeldingen toe. Dit alles maakt dat Veilig Thuis onder toenemende drukstaat. En dat is zeer zorgelijk. Op de korte termijn werken we aan hetterugdringen van de wachtlijsten, het versterken van de advies- enondersteuningsfunctie van Veilig Thuis en het beter en efficiënterinrichten van de werkprocessen. Daarnaast werken we toe naar verbete-ringen bij Veilig Thuis en in de keten via het Toekomstscenario Kind- enGezinsbescherming. In de «werkagenda Veilig Thuis», waar in het debat«Maatschappelijk Domein» van 28 mei jl. aan werd gerefereerd, werkenhet Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de VNG, JenV en VWS nauw samenaan een overzicht van initiatieven en verbeteracties. Hierin zorgen we datde korte en lange termijn inzet goed op elkaar aansluiten en dat naast hetToekomstscenario ook andere ontwikkelingen en wettelijke aanpassingen,zoals uit de EU-richtlijn geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld meeworden genomen. Deze werkagenda moet leiden tot meer samenhang5Kamerbrief over eindrapportage houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1336 van initiatieven waardoor meer gelijkgerichtheid binnen de aanpak van enstapsgewijs aan benodigde veranderingen wordt gewerkt.Landelijke cijfers over adviesvragen en meldingenLandelijk zien we de afgelopen jaren een stijging in het aantal advies-vragen en meldingen dat Veilig Thuis ontvangt. Dit beeld heeft zichdoorgezet in 2025, zoals de in april gepubliceerde CBS-cijfers laten zien6.Hierbij zien we vooral een grote stijging in het aantal adviesvragen: in2025 een stijging van 16% ten opzichte van dezelfde periode in 2024. Hetaantal meldingen is in 2025 met ongeveer 5% gestegen ten opzichte van2024. Een vergelijkbaar verschil was ook in 2024 al zichtbaar ten opzichtevan 2023. De snellere stijging van het aantal adviesvragen sluit aan bij deinzet vanuit het kabinet, het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) en deVNG, om meer bekendheid en betere toegankelijkheid te creëren voor deadvies- en ondersteuningsfunctie van Veilig Thuis: onder andere doorcampagnes, het ontwikkelen van het digitale platform en het verbeterenvan de bereikbaarheid van Veilig Thuis. De snellere groei van het aantaladviezen ten opzichte van het aantal meldingen geeft het beeld dat VeiligThuis vaker in een eerder stadium wordt betrokken; mensen zoekensneller advies bij signalen of twijfel, nog voordat situaties escaleren.Wachtlijsten en verbetering werkprocessenBij vrijwel alle 25 Veilig Thuis organisaties is er op dit moment sprake vanwachtlijsten. Met wachtlijsten wordt bedoeld dat de termijn van 5werkdagen voor het afronden van de veiligheidsbeoordeling en de termijnvan 10 weken voor het doen van onderzoek niet worden gehaald. Deverschillen tussen de 25 Veilig Thuis organisaties zijn groot en wordenonder andere verklaard door regionale verschillen in hoe de keten isgeorganiseerd, verschillende wijzen van registratie en variaties inpersoneelstekorten. De IGJ houdt toezicht op het halen van de wettelijketermijnen. De laatste publicatie van de IGJ is van oktober 2024. Op ditmoment loopt de huidige monitoringsronde, daar zal de IGJ naarverwachting na de zomer van 2026 over rapporteren.De consequenties van het niet halen van de wettelijke termijn kunnenverschillen. Het kan zijn dat zaken langer blijven liggen totdat er eenmedewerker beschikbaar is om het onderzoek uit te voeren, maar het kanook zo zijn dat het onderzoek wel is afgerond, maar dat de geadviseerdevervolghulp niet direct beschikbaar is, waardoor de melding nog nietwordt afgesloten en overgedragen. Ook kan het zijn dat een casus zocomplex is, dat het om verschillende redenen niet lukt binnen 10 wekenhet onderzoek af te ronden. In de laatste twee gevallen wordt er ondanksdat de termijnen niet worden gehaald, wel zicht gehouden op onveiligheiden kan er ook al inzet zijn gericht op het opheffen van onveiligheid.Iedere melding die niet tijdig wordt opgepakt is er een te veel, ongeachtde ernst of urgentie. Maar in momenten van schaarste wordt wel degelijkgeprioriteerd en daarmee gegarandeerd dat acute meldingen directworden opgepakt en een casus van ernstige onveiligheid niet op eenwachtlijst komt. Bij iedere melding die Veilig Thuis ontvangt wordt directeen triage uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie. Als uit detriage komt dat er sprake is van directe ernstige onveiligheid wordt eraltijd meteen gehandeld. Veilig Thuis-organisaties zetten verschillendemaatregelen in om meldingen tijdig op te pakken, zicht te houden opveiligheid en achterstanden terug te dringen. Voorbeelden hiervan zijn:6CBS dashboard huiselijk geweld; kerncijfers Veilig Thuis https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/84847NEDTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1337 –Alle meldingen worden binnen 24 uur beoordeeld op urgentie op basisvan de inhoud van de melding.–Veiligheidsbeoordelingen worden uitgevoerd door daarvoor opgeleideprofessionals, waarbij wordt gekeken naar de aard, ernst en urgentievan de veiligheidsrisico’s.–Meldingen waarbij sprake is van acute of ernstige onveiligheid krijgendirect prioriteit.–Veilig Thuis-organisaties treffen maatregelen om ook tijdens wachttij-den zicht te houden op de veiligheid van betrokkenen.–Er wordt extra inzet georganiseerd om achterstanden terug te dringenen meldingen sneller op te pakken. Voorbeelden hiervan zijn gezamen-lijke overwerksessies en de inzet van doorbraakteams die zich specifiekrichten op het versneld oppakken van meldingen.–Veilig Thuis-organisaties investeren in verbetering van werkprocessen,digitalisering en samenwerking met ketenpartners.Digitale toegankelijkheidOm haar toegankelijkheid en bereikbaarheid verder te vergroten, heeft hetLandelijk Netwerk Veilig Thuis vorig jaar een nieuw digitaal platformgelanceerd en wordt de chatfunctie stapsgewijs uitgebreid. Dit sluit aanbij groeiende behoefte om Veilig Thuis niet alleen telefonisch, maar ookop andere manieren laagdrempelig en 24/7 te kunnen bereiken. Hetdigitale platform stelt iedereen in staat om op hun eigen tijd en eigentempo betrouwbare informatie te vinden, bijvoorbeeld over wat signalenvan huiselijk geweld zijn, maar ook op hoe je een gesprek kunt beginnenwanneer je je zorgen maakt om iemand. Dat kan een belangrijke eerstestap zijn om eerder huiselijk geweld en kindermishandeling in beeld tekrijgen en sneller verdere stappen te zetten. Door middel van eenAI-chatbot worden mensen ondersteund om de juiste informatie tevinden. Indien gewenst, kan vanuit het platform direct worden doorge-schakeld naar de chatfunctie. Van hieruit kan het gesprek wordenovergenomen door een medewerker voor nog meer gerichte vragen enadvies.Buiten kantooruren is Veilig Thuis telefonisch bereikbaar voor spoedzakendie niet tot de volgende dag kunnen wachten. De chatfunctie was tothalverwege 2025 regionaal ingericht, wat leidde tot grote verschillentussen de regio’s qua bereikbaarheid en capaciteit. Sinds oktober 2025 iser een landelijke terugval geregeld zodat, als een regio de chats niet meerop kan vangen, het landelijke team de chats kon overnemen. Dit heeftgeleid tot een stijging in het aantal gevoerde chatgesprekken. In lijn methet amendement van het lid Coenradie7 wordt nu structurele financieringvrijgemaakt voor de doorontwikkeling naar een landelijk dekkende,uniform ingeregelde en 24/7-beschikbare chatfunctie. Uw Kamer wordt nade zomer geïnformeerd over de realisatie van deze chatfunctie.Terugkoppelingen van Veilig Thuis aan meldersIn het debat «Maatschappelijk Domein» van 28 mei jl. heeft uw Kameraandacht gevraagd voor het belang van terugkoppeling door Veilig Thuisaan personen die een melding hebben gedaan8. Het doen van eenmelding is voor veel professionals en betrokkenen vaak een grote,spannende stap, waarbij niet altijd direct zichtbaar is of een melding isopgepakt. Daarom is het belangrijk dat melders horen wat Veilig Thuismet de melding heeft gedaan.7Kamerstukken 2025/2026, 36 800 XVI, nr. 328Met deze toelichting wordt deze toezegging afgedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1338 De terugkoppeling aan de melder vindt plaats zoals in het Handelingspro-tocol is vastgelegd en verschilt afhankelijk van aan wie de terugkoppelingwordt gegeven. Professionals krijgen in principe die informatie dienoodzakelijk is voor een goede uitoefening van hun taken en bevoegd-heden (zoals informatie over of en bij welke organisatie een vervolgtrajectis ingezet). In situaties waar de melder beroepsmatig zelf een rol speelt inhet vervolgtraject, worden de veiligheidsvoorwaarden en de monitorings-afspraken overgedragen. Scholen ontvangen altijd een terugkoppeling.Wanneer de melding niet door een professional, maar door omstanders ofhet informele netwerk is gedaan, is de terugkoppeling uit privacyoverwe-gingen beperkter en zal deze zich vooral richten op een bevestiging datVeilig Thuis de melding heeft opgepakt of niet.In de praktijk laat de terugkoppeling soms langer op zich wachten dan demelder wenst: Veilig Thuis koppelt terug nadat haar betrokkenheid wordtafgesloten. Wanneer de zorgen in de tussentijd blijven bestaan of als ernieuwe zorgen over mogelijke onveiligheid zijn, kan de melder in detussentijd altijd opnieuw contact met Veilig Thuis opnemen en om adviesvragen of een nieuwe melding doen.Toezicht Veilig ThuisVeilig Thuis heeft haar wettelijke basis in de Wmo 2015. Gemeentendragen vanuit dit decentrale wettelijke kader zorg voor de inrichting enbekostiging van de regionale Veilig Thuis organisatie. Dit is een zorgplicht,geen toezichtstaak. Ten aanzien van Veilig Thuis bepaalt de regionaalgekozen rechtsvorm daarbij de wijze van aansturing; gemeenten sturenbijvoorbeeld door middel van subsidievoorwaarden, statuten of via hetbestuur van een Gemeenschappelijke Regeling. Gemeenten hebben geenwettelijke toezichtsbevoegdheid op de kwaliteit van de taakuitvoering vanVeilig Thuis, dat is een Rijkstaak. Daartoe houdt de IGJ als Rijksinspectiebestuursrechtelijk toezicht op Veilig Thuis, conform de bepalingen in deWmo 2015 en de Jeugdwet. Dit toezicht kan risico gestuurd of thematischvan aard zijn. Veilig Thuis heeft een meldplicht bij de IGJ wanneer zichcalamiteiten of incidenten voordoen in zaken waar zij bij betrokken is,waarna de IGJ onafhankelijk beoordeelt of onderzoek nodig is. Op basisvan het in 2025 herijkte Toetsingskader Veilig Thuis, houdt de IGJkwaliteitstoezicht of Veilig Thuis voldoet aan de gestelde normen enverplichtingen ten aanzien van 1) veiligheid, 2) de mate waarin gezinnenof huishoudens centraal worden gesteld, 3) kundige professionals en 4)goed bestuur. Aanvullend gelden wettelijke eisen ten aanzien van hetverplichte gebruik van VOG’s, de inzet van geregistreerde professionalsvia het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en bijbehorend tuchtrecht, debeschikbaarheid van een arts met het specialisme kindermishandeling ende verplichting voor Veilig Thuis om een onafhankelijk klachtenprotocol inte stellen.Vanuit het houdbaarheidsonderzoek Wmo 2015 zijn we op dit momentmet het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de VNG en de IGJ kijken hoe erwettelijk meer waarborgen in kunnen worden gebouwd ten aanzien vankwaliteit en eenduidigheid van de Veilig Thuis organisaties en welkeaanpassingen aan de Wmo2015 hiervoor nodig zijn.f. Verbeteren van landschap van meld-, steun- en hulppunten van seksueelgeweldSinds 2024 is samen met de VNG, Centrum Seksueel Geweld, Veilig Thuis,Politie, openbaar ministerie, Slachtofferhulp Nederland, PerspectiefHerstelbemiddeling en slachtoffers gewerkt aan een nieuwe integralemanier van samenwerken om daarmee de hulp en ondersteuning aanslachtoffers van seksueel geweld en misbruik te verbeteren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 1339 De kernelementen uit deze werkwijze zijn: 1) een goed afgestemd engeorganiseerd eerste contact met slachtoffers van seksueel geweld dooréén van de organisaties, waardoor het slachtoffer zo min mogelijkopnieuw zijn/haar verhaal hoeft te vertellen, 2) een vroegtijdige – enindien nodig doorlopende – multidisciplinaire weging en triage (MDT) vancasuïstiek om te bepalen welke inzet nodig is en het beste past bij debehoeften van het slachtoffer en zijn/haar (in)directe omgeving (gezin,familie, vrienden en soms pleger) en 3) het bepalen of het nodig is om eenregiehouder aan te wijzen dan wel te bepalen wie van de betrokkenorganisaties de regie voert (d.w.z. afstemming en samenwerking tussende betrokken partijen coördineren en zorgdragen voor een «warmeoverdracht» richting instanties) en vast aanspreekpunt is voor hetslachtoffer. Deze werkwijze is in de regio’s Den Haag en Oost-Brabantbeproefd in de praktijk.Een uitvoeringstoets wordt gedaan om te bepalen of de werkwijzeuitvoerbaar is voor professionals en met een resultaat- en effectmetingwordt onderzocht of de werkwijze de gewenste verbetering oplevert voorslachtoffers. Deze uitvoeringstoets wordt in de zomer afgerond. Op basisvan deze resultaten wordt door de uitvoeringsorganisaties – inafstemming met de betrokken departementen – beslist over verdereopvolging en eventuele opschaling. Besluitvorming vindt deze zomerplaats. Uw Kamer wordt in de volgende voortgangsbrief schriftelijkgeïnformeerd over het vervolg.g. Verbeteren contact voor slachtoffers van (ex-)partnerstalkingIn de voortgangsbrief van 18 december 20259 is toegezegd uw Kamer teinformeren over de eerste resultaten van de verkenning rond hetverbeteren van het contact dat organisaties hebben met slachtoffers van(ex-)partnerstalking, bezien vanuit de behoefte van slachtoffers. Dezeverkenning is in 2025 met de betrokken organisaties10 gedaan en heeftinzichten en uitgangspunten voor het vervolg opgeleverd. Het gaat metname om de toegevoegde waarde van een contactpersoon die eenluisterend oor en praktische ondersteuning biedt voor alle slachtoffers van(ex-)partnerstalking, de wens voor een landelijk kader en aansturingwaarbij regionale uitvoering, multidisciplinaire afstemming en samen-werking centraal staan. In mei jl. is samen met de organisaties gestart metde uitwerking van de inzichten en uitgangspunten met de ambitie omdeze in de praktijk te gaan beproeven. Hierbij worden de lessen uit hethierboven beschreven traject voor slachtoffer van seksueel geweld enmisbruik nadrukkelijk meegenomen. Belangrijk hierbij is dat moet wordenvoorkomen dat een extra schakel wordt toegevoegd voor slachtoffers. Zijmoeten een beroep kunnen doen op duidelijke contactpersonen vanverschillende betrokken organisaties. De resultaten worden in het voorjaarvan 2027 verwacht. Uw Kamer wordt hierover geïnformeerd.h. Deskundigheidsbevordering gendergerelateerd geweldRegioplan en Avans Hogeschool voerden een actieonderzoek uit naar hetversterken van deskundigheid over gendergerelateerd geweld bijprofessionals werkzaam bij zorgorganisaties en organisaties in destrafrechtketen (zoals Veilig Thuis, Centrum Seksueel Geweld, Vrouwen-opvang, politie, openbaar ministerie, reclassering, Raad voor de Kinderbe-scherming en gecertificeerde instellingen). Dit onderzoek is onder anderevoortgekomen uit het plan van aanpak Stop femicide!. De rapportage van9Kamerstukken II, 2025–2026, 28 345 en 31 015, nr. 293.10Zoals de politie, het Openbaar Ministerie, Veilig Thuis, Reclassering, VNG en SlachtofferhulpNederland, met medewerking van de advocatuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13310 dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage. Doel was om samen met partijenuit de zorg- en strafsector een plan van aanpak te ontwikkelen omdeskundigheid structureel naar een hoger niveau te tillen, zodat professi-onals over de juiste kennis en vaardigheden beschikken om signalen vangendergerelateerd geweld te herkennen en hierop adequaat te handelen.Het actieonderzoek laat zien dat er steeds meer aandacht en urgentiebesefis op het thema, maar betere deskundigheidsbevordering om versterkingvraagt van bestuurlijk commitment en draagvlak, intensievere samen-werking binnen en tussen organisaties, meer landelijke regie en coördi-natie op het scholingsaanbod, het stellen van gezamenlijke kwaliteits-normen en het ontwikkelen en verbeteren van het aanbod om aan tesluiten bij de noodzaak en behoeften uit de praktijk. Gezien het belang vanintegrale inzet op deskundigheidsbevordering om de aanpak van geweldin afhankelijkheidsrelaties te verbeteren, wordt samen met de NationaalCoördinator gewerkt aan het laten landen van deze aanbevelingen in hetNationaal Actieplan.i. Onderzoek naar omvang, risico’s en factoren schadelijke praktijkenKennisinstituut Pharos heeft in opdracht van het Ministerie van VWS eenonderzoek uitgevoerd naar de omvang, risico’s en meespelende factorenbij vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang, achterlating eneergerelateerd geweld. Dit heeft geleid tot twee deelonderzoeken: eenonderzoek naar de omvang en risico’s van vrouwelijke genitaleverminking en een onderzoek naar de omvang en bepalende factorenvoor vrouwelijke genitale verminking, huwelijksdwang, achterlating eneergerelateerd geweld. In de bijlage van deze Kamerbrief is de beleidsre-actie op deze onderzoeken opgenomen en worden de bevindingen enaanbevelingen van deze onderzoeken nader toegelicht. Met dezebeleidsreactie is de toezegging van de toenmalige Staatssecretaris vanLangdurige en Maatschappelijke zorg om de onderzoeksbevindingeninzake prevalentieonderzoek schadelijke praktijken met de Kamer te delenafgedaan11.j. Verbetering tijdelijk huisverbod en verkenning aanvullende bescher-mingsbevelenHet tijdelijk huisverbod is een bestuursrechtelijke maatregel voor deaanpak van plegers en bescherming van slachtoffers van huiselijk gewelden kindermishandeling. In de afgelopen jaren is gebleken dat de inzet vanhet tijdelijk huisverbod verschillende knelpunten kent, zie o.a. hetadviesrapport «Het tijdelijk huisverbod vanuit een nieuwperspectief»12, 13. Momenteel wordt in pilots in Den Haag, Groningen,Rotterdam en Utrecht tot en met eind 2026 beproefd hoe het tijdelijkhuisverbod binnen het huidige wettelijke kader beter kan worden ingezet.Uitgangspunt voor de verbeterde uitvoering is de «Leidraad Tijdelijkhuisverbod – Een nieuw perspectief».14 In de eerste maanden van dit jaaris de opzet van deze pilots samen met de lokale partijen nader uitgewerkten op dit moment worden de verschillende verbeteringen in de praktijkgebracht, voor zover juridisch mogelijk. De Minister van Justitie enVeiligheid verwacht de uitkomsten van de pilots in het eerste kwartaal van2027 met uw Kamer te kunnen delen. Op basis van de bevindingen van11Toezegging 1204312M. Kleinjan – Van Zwet, «Het tijdelijk huisverbod vanuit een nieuw perspectief, Analyse van deknelpunten en concrete voorstellen voor een verbeterde werkwijze van de Wet tijdelijkhuisverbod» (2024), Kamerstukken II, 2023–2024, 28 345, nr. 278.13Kamerstukken II, 2023–2024, 28 345, nr. 278.14Kamerstukken II, 2025–2026, 28 345, nr. 293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13311 eerder onderzoek en van deze pilots zal in 2027 wijziging van wet- enregelgeving worden voorbereid. Tijdens bovengenoemd traject is duidelijkgeworden dat het tijdelijk huisverbod niet altijd een geschikt instrumentis. Ook uw Kamer heeft dit kenbaar gemaakt middels de motie van het lidMutluer c.s. over het verlengen van het tijdelijk huisverbod met maximaaléén jaar.15 In voorliggende gevallen kan de behoefte bestaan om, buitenhet strafrechtelijk kader, aanvullende gedwongen maatregelen op teleggen om huiselijk geweld en kindermishandeling te stoppen. Daarnaastis in opdracht van het WODC het onderzoeksrapport «Over Grenzen: eenrechtsvergelijkend onderzoek naar preventieve beschermingsbevelen bijhuwelijksdwang, achterlating en vrouwelijke genitale verminking»verschenen en naar uw Kamer gestuurd.16 Zoals vermeld in de beleidsre-actie op dit onderzoek17 verkent de Minister van Justitie en Veiligheidmomenteel met gemeenten en betrokken uitvoeringsorganisaties welkeaanvullende (preventieve) beschermingsbevelen kunnen wordengecreëerd die in bestuursrechtelijk en civielrechtelijk kader wordenopgelegd. Uw Kamer wordt in het eerste kwartaal van 2027 geïnformeerdover de uitkomsten van deze verkenning, samen met de bevindingen vanbovengenoemde pilots. De inzichten zullen worden meegenomen in debovengenoemde voorbereiding van wijziging van wet- en regelgeving.k. Landelijke inzet van het SlachtofferdeviceTijdens de behandeling van de begroting van Justitie en Veiligheid op28 januari is toegezegd uw Kamer te informeren over de gemeenten waarhet Slachtofferdevice is uitgerold en waar die uitrol in gang is gezet ofgepland. Zoals eerder aan uw Kamer is gemeld, zet het kabinet zich ersinds januari 2026 voor in om gefaseerd toe te werken naar landelijkeinzet van het Slachtofferdevice. De verwachting is dat dit medio 2027 isbereikt. Het overzicht van de huidige stand van zaken en de planning is:–De inzet van het Slachtofferdevice in de vier voormalige pilotregio’sRotterdam-Rijnmond, Haaglanden, Hart van Brabant en Noord-Nederland wordt sinds januari 2026 gecontinueerd.–Vanaf de zomer van 2026 wordt het in vier nieuwe regio’s ingezet:regio Hollands Midden en daarmee het gehele arrondissement DenHaag, in het arrondissement Amsterdam, in de regio Zuid-Holland Zuidaan en daarmee het gehele arrondissement Rotterdam, in de regioZeeland West-Brabant kan naar verwachting in of vlak na de zomerworden gestart.–Vanaf juni 2026 zijn de voorbereidingen in drie nieuwe regio’s:Noord-Holland, Midden-Nederland en Oost-Nederland, gestart. Naarverwachting kan het device aan het einde van 2026 ook hier wordeningezet.–In januari 2027 starten naar verwachting de voorbereidingen in delaatste twee arrondissementen Limburg en Oost-Brabant.Tijdens het Commissiedebat Maatschappelijk Domein van 28 mei jl. heeftde Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport toegezegd uw Kamer teinformeren over de mogelijkheid om het Slachtofferdevice ook preventiefin te zetten, voordat de reclassering in beeld is. Dit is niet mogelijk omdathet Slachtofferdevice pas kan worden ingezet als de rechter in het kadervan een schorsing of als straf elektronische monitoring (een enkelband)oplegt aan de pleger in combinatie met het Slachtofferdevice. Als er (nog)geen sprake is van een enkelband bij een verdachte of veroordeeldepleger dan is een ander hulpmiddel wel inzetbaar, namelijk de AWARE-noodknop. Hiermee kan het slachtoffer de politie direct alarmeren in een15Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 VI, nr. 87.16Kamerstukken II, 2024–2025, 28 345, nr. 285.17Kamerstukken II, 2025–2026, 28 345, nr. 293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13312 dreigende situatie. Naast het alarmsysteem wordt hierbij ook hulpver-lening ingezet. In de praktijk kan dit betekenen dat het slachtoffer eerstAWARE heeft en daarna een Slachtofferdevice krijgt. De begeleiding vanhet slachtoffer blijft, los van welk instrument wordt ingezet, hetzelfde. Naafloop van de inzet van het Slachtofferdevice wordt idealiter aan hetslachtoffer aangeboden om voor een bepaalde periode AWARE in tezetten zodat zij langzaam kan toewerken naar een situatie zondertechnische hulpmiddelen. Dit kan van grote meerwaarde zijn in situatieswaar de periode van elektronische monitoring is verlopen, maar hetdreigingsrisico nog steeds aanwezig is.l. Verbetering van de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweldHet wetsvoorstel ter verruiming van de strafbaarheid van psychischgeweld is op 29 juni jl. in (internet)consultatie gebracht. Consultatie is deeerste en een belangrijke mijlpaal in een wetstraject. Na verwerking vande ontvangen adviezen volgen de gebruikelijke stappen in een wetstraject:aanhangig maken van het wetsvoorstel bij de Raad van State en daarnaindiening bij de Tweede Kamer.Om de strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld te versterken is inopdracht van de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidverkend hoe de dossiervorming van de samenwerkende organisaties kanworden verbeterd18. Om vervolging te kunnen instellen bij vermoedensvan psychisch geweld, waaronder dwingende controle, is het immersbelangrijk om inzicht te verkrijgen in het geweldspatroon. Ook voorandere vormen van huiselijk geweld en kindermishandeling is het vanbelang dat het geweldspatroon goed in beeld komt. Om de duur en ernstvan het geweld scherp in het strafdossier te beschrijven is goedeinformatie nodig, onder meer van Veilig Thuis-organisaties (die over eenlangere periode meldingen over de geweldssituatie kunnen verzamelen),de politie (die de relatie kan leggen tussen meldingen, aangiften enmutaties), de reclassering (die met expertise over de verdachte of daderhet openbaar ministerie kan adviseren) en de Raad voor de Kinderbe-scherming (die, indien betrokken, relevante informatie kan hebben uitbeschermings-, straf- en/of gezags- en omgangsonderzoeken). In hetsamenwerkingsverband tussen onder meer deze organisaties («VeiligheidVoorop») zal verder worden gewerkt aan het versterken van dezegezamenlijke dossiervorming. Ook de verbetering van de informatievoor-ziening tussen o.a. Veilig Thuis, politie en justitieorganisaties in het traject«Samen onder handbereik» wordt hiervoor benut. Dit traject richt zich opde verbetering en vereenvoudiging van de informatievoorziening eninformatie-uitwisseling tussen de samenwerkende organisaties,waaronder de politie, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming engecertificeerde instellingen. Deze dossiervorming gaat noodzakelijkerwijsgepaard met versteviging van het gezamenlijke veiligheidsplan voorslachtoffers. Specifiek bij dwingende controle is de kans op geweldsesca-latie immers groot als er melding of aangifte wordt gedaan. Het is juistdan van belang dat de samenwerkende organisaties paraat staan met eendegelijk plan van aanpak om de veiligheid van de betrokkenen tegaranderen.Verder leggen de Open Universiteit en Avans Hogeschool momenteel delaatste hand aan de doorontwikkeling van het online naslagwerk(«digizine») over psychisch geweld. De bestaande informatie in hetdigizine is geactualiseerd en samen met de organisaties van de doelgroep(professionals in het zorg- en veiligheidsdomein) wordt verkend hoe deze18Zie het rapport van E. Plomp, «Dwingende controle; Onder de oppervlakte, Onzichtbaargeweld zichtbaar maken, Kamerstukken II, 2025–2026, 28 345, nr. 293.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13313 informatie optimaal kan worden benut in de interne opleidingen ennascholingsmodules van deze organisaties. Tevens werkt het openbaarministerie met deskundigen aan een wetenschappelijk standaardwerkwaarin de aannemelijkheid van het causale verband tussen psychischgeweld en psychologisch trauma en/of psychologische stoornissen wordtbeschreven.Naast deze deskundigheidsbevordering voor professionals wordt gewerktaan maatschappelijke bewustwording over het gevaar van dwingendecontrole. Ook dit jaar wordt in opdracht van de Minister van Justitie enveiligheid de publiekscampagne «Waar ben je?» georganiseerd, in nauwesamenwerking met onder meer Veilig Thuis en de politie. Deze campagnestart eind augustus. De campagne krijgt een breder bereik dan vorig jaar:op televisie en radio, online en in de bioscopen. Daarnaast wordt eentoolkit met alle campagnematerialen, waaronder posters en brochures,gedeeld met onder meer Veilig Thuis, de politie en justitieorganisaties,gemeenten (via de VNG) en GGD’en.m. Onderzoek suïcides en huiselijk geweldDe Minister van Justitie en Veiligheid zal de Universiteit Leiden eensubsidie verstrekken, met cofinanciering van enkele gemeenten, voor eendriejarig vervolgonderzoek naar mogelijk huiselijk geweld en kindermis-handeling voorafgaand aan suïcides onder vrouwen. Uit een eerstepilotstudie van Universiteit Leiden in samenwerking met de ForensischeArtsen Rotterdam-Rijnmond (FARR) blijkt namelijk dat een significant deelvan de vrouwen die waren overleden aan (veronderstelde) suïcide,daaraan voorafgaand waren blootgesteld aan geweld. Deze eersteresultaten vormen voor de Universiteit Leiden aanleiding om ditonderzoek uit te diepen en op te schalen. Het doel is dat een accuraatbeeld ontstaat van de mate waarin huiselijk geweld een rol speelt bijsuïcides en dat op grond daarvan een basis wordt gelegd voor landelijkerichtlijnen om hulpverleners, politie, forensisch artsen en forensischpathologen signalen te laten herkennen. Hiermee kunnen vermoedensvan suïcide in de toekomst mogelijk beter worden weerlegd (envermoedens van fataal huiselijk geweld of fatale kindermishandelingworden onderbouwd), kan strafrechtelijk onderzoek worden uitgevoerd enindien opportuun vervolging worden ingesteld en kan mogelijktoekomstig slachtofferschap van andere vrouwen worden voorkomen.Met dit vervolgonderzoek zal worden voortgebouwd op de data van deFemicide Monitor, die eveneens door de Universiteit Leiden is ontwikkeld.n. Stand van zaken pilots forensisch-medisch onderzoek bij vermoedensvan niet-fatale verwurgingMomenteel worden er twee pilots uitgevoerd ter verbetering van de inzetvan forensisch-medisch onderzoek bij vermoedens van niet-fataleverwurging. FARR (Forensische Artsen Rotterdam-Rijnmond) werkt insamenwerking met GGD Amsterdam met betrokken organisaties zoalsVeilig Thuis, politie, huisartsenposten, ziekenhuizen en het openbaarministerie in drie politieregio’s aan de verbetering van de vroegtijdigesamenwerking tussen deze partijen zodat forensisch-medische expertisesnel wordt ingeschakeld. Het is immers belangrijk dat sporen vanverwurging snel worden vastgelegd, onderzocht en geduid om eventueelstrafrechtelijk te kunnen ingrijpen, en om erger te voorkomen. In de eerstedrie maanden van 2026 hebben FARR en GGD Amsterdam ruim 225personen onderzocht, waarbij personen werden onderzocht op aanwe-zigheid van letsel met behulp van forensisch licht en op indicatie metMRI-scans. Van deze personen was 95% volwassen en 5% minderjarig.90% van de onderzochte personen was een vrouw, 10% een man. In 78%Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13314 van de gevallen was er vermoedelijk sprake van partnergeweld, en in 46%van de gevallen waren er ook kinderen aanwezig of betrokken in het gezin.Bij 75% van de aanvragen vond het onderzoek binnen 24 uur plaats; 92%van de te onderzoeken personen kwam opdagen bij het onderzoek. Depilot van FARR loopt nog door tot eind 2026. Op basis van de inzichtenwordt een samenwerkingsprotocol opgeleverd. Op landelijk niveau zullenwij vervolgens met de betrokken organisaties bespreken hoe dezebevindingen toegepast kunnen worden in alle tien politieregio’s inNederland, in samenhang met het bestaande handelingskader voor inzetvan forensisch-medische expertise bij vermoedens van kindermishan-deling.Daarnaast voert het LOEF (Landelijk Onderzoeks- en ExpertiseburoForensisch-Medisch Onderzoek) in samenwerking met het openbaarministerie, de politie en het Maastricht Forensic Institute (TMFI) in driepolitieregio’s een pilot uit. In deze pilot worden endoscopie en mri ingezetvoor forensisch-medisch onderzoek bij vermoedens van niet-fataleverwurging. Hiermee kan eventueel inwendig letsel worden herkend. Ditis relevant omdat letsel van niet-fatale verwurging niet altijd aan debuitenkant zichtbaar is. Deze methode wordt tot september 2029wetenschappelijk onderzocht. Dit wetenschappelijk onderzoek ziet op deimpact van het gestructureerd inzetten van deze technieken binnen hetforensisch medisch onderzoek, de effecten hiervan binnen de strafrecht-praktijk en de gevolgen van niet-fatale verwurging voor het ongeborenkind inclusief de consequenties daarvan binnen het strafrecht. Na dezewetenschappelijke onderbouwing kan worden verkend of ook andereaanbieders van forensisch-medisch onderzoek deze methode kunnengaan inzetten. Het LOEF heeft deze onderzoeksmethode in het eerstekwartaal van 2026 bij bijna 100 personen uitgevoerd. Er zijn meer zakenvan niet-fatale verwurging dan aanvankelijk was ingeschat waardoor hetbudget voor drie regio’s in 2026 nu ontoereikend is. Het Ministerie vanJustitie en Veiligheid en het openbaar ministerie hebben voor 2026 extramiddelen vrij kunnen maken om deze forensisch-medische onderzoekenin 2026 toch in deze drie politieregio’s te kunnen uitvoeren. Demogelijkheid tot financiering van deze onderzoeksmethode van de extrabenodigde middelen voor de drie politieregio’s na 2026 en de aansluitingvan andere regio’s worden momenteel verkend.o. Beter meenemen van huiselijk geweld in het familie- jeugd- enstrafrechtEind 2025 is een verbetertraject gestart met als doel te waarborgen datwanneer sprake is van (onderbouwde vermoedens van) huiselijk gewelden/of kindermishandeling, dit altijd moet worden meegewogen in defamilierechtelijke procedure. In het Coalitieakkoord worden combizittingenin het straf- en familierecht benoemd als een middel om strafzaken enciviele zaken (familie- en jeugdrecht) te combineren. Gesprekken met deRechtspraak leren dat een ruime toepassing van dit type zittingen nietvoor de hand ligt. Het strafrecht en het civiele recht kennen anderewettelijke kaders en termijnen, waardoor zaken vaak niet synchroon lopenen niet gelijktijdig behandeld kunnen worden. Wel wordt gekeken naarandere vormen van informatie-uitwisseling. Het kabinet werkt samen metbetrokken organisaties19 en andere experts zoals ervaringsdeskundigenen wetenschappers het onderliggende doel verder uit om huiselijk gewelden kindermishandeling goed mee te nemen in zowel het familie-, jeugd-als strafrecht. Dit doen we onder meer door in te zetten op deskundig-heidsbevordering en informatie-uitwisseling. Conform de toezegging aan19Met onder meer de rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming en ook expertise van deadvocatuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13315 uw Kamer20 wordt de voortgang van het traject in de bijlage bij deze brieftoegelicht.In de bijlage vindt u naast de voortgang op het verbetertraject «Rechtdoen aan veiligheid», ook een reactie op het aanpakplan «Kinderen vanfemicideslachtoffers en -overlevers» uit november 2025, de beleidsreactieop de onderzoeken van Kennisinstituut Pharos over de omvang, risico’sen meespelende factoren bij vrouwelijke genitale verminking, huwelijks-dwang, achterlating en eergerelateerd geweld21 en een beleidsreactie ophet rapport van de Kinderombudsman «Niemand hielp mij».Tot slotZoals in deze brief uiteengezet is de inzet om te komen tot verbetering vanhet voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen, huiselijk gewelden kindermishandeling omvangrijk. Het kabinet werkt samen metgemeenten en betrokken organisaties aan concrete praktijkverbetering entegelijkertijd aan verbetering van het stelsel en wetgeving. Dit vraagt eenlange adem én scherpe keuzes in waar we met vereende krachten aanblijven werken. Dat verdienen de kinderen, volwassenen, huishoudens engezinnen die op onze zorg, bescherming en ondersteuning rekenen.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel20Kamerstukken II, 2025–2026, 36 658, nr. 19.21Met deze beleidsreactie is de toezegging van mijn ambtsvoorganger om de onderzoeksbevin-dingen inzake prevalentieonderzoek schadelijke praktijken met de Kamer te delen afgedaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 843, nr. 13316
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Mirjam Sterk
41debatten
1.793bijdragen
12interrupties
229.859woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·