AH 125 2026Z16196 Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 25 september 2026) Vraag 1 Wat is er gedaan sinds het in oktober 2024 aannemen van de motie van de leden Van der Werf en Becker over expertise op het terrein van femicide landelijk samenbrengen ter ondersteuning van een laagdrempelige 24/7-hulplijn? Antwoord 1 Femicide komt in het grootste deel van de gevallen voort uit situaties van huiselijk geweld. Omdat Veilig Thuis (VT) het landelijke advies en meldpunt is voor huiselijk geweld en kindermishandeling en 24/7 bereikbaar is, heeft de toenmalige staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg o.a. in navolging van de motie ervoor gekozen om de positie van VT als landelijke expertisepunt op het terrein van femicide te versterken. Omdat ik het cruciaal vind dat de positie verder wordt versterkt wordt er gewerkt aan de volgende acties: De 24/7 chatfunctie: structurele financiering is vrijgemaakt voor een landelijk dekkende, uniform ingeregelde 24/7 chatfunctie. Hiermee versterken we de laagdrempelige bereikbaarheid, bekendheid en toegankelijkheid van VT. Het digitaal platform: in september 2025 is een digitaal platform gelanceerd waarop de expertise van huiselijk geweld en kindermishandeling, en specifiek femicide en rode vlaggen, is samengebracht. Professionals, omstanders, (potentiële) slachtoffers en (potentiële) plegers kunnen hier terecht voor informatie, advies en ondersteuning. Slachtoffers, maar ook mensen uit de (directe) omgeving kunnen op deze manier laagdrempelig en 24/7 contact opnemen voor informatie, advies en hulp. Dit kan ook anoniem. VT werkt daarbij samen met andere partijen met expertise en kan waar nodig ook andere expertise erbij halen of doorverwijzen. Versterken van deskundigheid: samen met het Landelijk Netwerk Veilig Thuis (LNVT) werken we aan versterking van VT door deskundigheidsbevordering (van zowel toekomstige als huidige professionals) op o.a. het terrein van femicide, het verbeteren van de veiligheids- en risicobeoordeling, het verbeteren van dossiervorming t.b.v. patroonherkenning en ondersteuning van de samenwerking tussen VT en netwerkpartners. De werkagenda VT: het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de VNG, JenV en VWS werken nauw samen aan een overzicht van initiatieven en verbeteracties, getiteld ‘werkagenda Veilig Thuis’. Dit is eerder met uw Kamer gedeeld in de brief van 3 juli jl. Met de werkagenda willen we op korte termijn gezamenlijk inzetten op enkele van de meest urgente problemen en vraagstukken; tegelijkertijd sorteren we voor op de lange termijn inzet. Bijvoorbeeld vanuit de EU-richtlijn 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en stelselbrede ontwikkelingen vanuit het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Vraag 2 Hoe staat het met de toezegging uit de voortgangsbrief van december 2025 dat u de meerwaarde van een onafhankelijke toegang tot hulp en ondersteuning via het Europese nummer 116 verder zou willen verkennen? Waarom is hierover niets terug te vinden in de meest recente voortgangsbrief van 3 juli 2026? Kunt u aangeven welke concrete stappen sinds december 2025 zijn gezet? Vraag 3 Kunt u toezeggen dat u niet gaat wachten op de verdere ontwikkeling van Veilig Thuis en een eventuele landelijke chatfunctie van Veilig Thuis voordat u aan de slag gaat met de verdere ontwikkeling van een laagdrempelig landelijk meldpunt, zoals nummer 116 voor onafhankelijke toegang tot hulp en ondersteuning voor slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties? Antwoord 2 en 3 In de voortgangsbrief aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling van 18 december 2025 is door de toenmalige staatssecretaris Langdurige en Maatschappelijke Zorg vermeld dat het invoeren van 116 016 als onafhankelijke front-office voor slachtoffers van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling een meerwaarde zou kunnen bieden voor slachtoffers, mits deze goed aansluit op het landschap van bestaande (hulpverlenings)organisaties, en de backoffice van deze organisaties op orde is. En dat het inrichten van 116 016 verder zou moeten worden verkend op de langere termijn. Er heeft inmiddels een nadere verkenning plaatsgevonden naar aanleiding van de petitie en aangenomen moties. Daaruit volgen een aantal vraagstukken voor verdere uitwerking. Zoals een scherpe afbakening voor welke doelgroepen/vormen van geweld de hulplijn moet zijn, welke functie (informatie/triage/hulp), de positionering t.o.v. bestaande organisaties en hulplijnen, een 24/7 bezetting met gekwalificeerde hulpverleners, een kwaliteitskader en beproefd crisisprotocol, structurele bekostiging en een kader voor gegevensdeling, privacy en monitoring. Want de schade voor slachtoffers is groter als hij/zij - na het zetten van vaak moeizame een stap naar informatie/hulp - niet goed geholpen worden. Ik heb daarom de Nationaal Coördinator Geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling gevraagd, om de uitwerking van deze vraagstukken op zich te nemen en de inbedding van deze hulplijn te onderzoeken, inclusief de financiering. Om dit vervolgens in samenhang met haar bredere opdracht te bezien. Verder is een aantal acties ter versterking van bestaande (hulp)organisaties uitgevoerd dan wel in uitvoering. Voor VT is deze inzet in de beantwoording van vraag 1 toegelicht, waaronder de 24/7 chatfunctie en werkagenda VT. Verder wordt naar aanleiding van de EU-richtlijn 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld onder andere gekeken naar een ondersteuningsdienst seksueel geweld, waarbij de inzet is om de taken van het Centrum Seksueel Geweld (CSG) wettelijk te verankeren in de Wmo 2015. Deze ontwikkelingen zijn opgenomen in de voortgangsbrief huiselijk geweld en kindermishandeling van 3 juli 2026, en raken direct aan de benodigde versterking van het landschap. Dit zijn forse opgaven die tijd vergen om tot noodzakelijke verbeteringen te komen. Onze inzet is erop gericht dit alles te realiseren binnen de beschikbare personele en financiële capaciteit. Vraag 4 Deelt u de mening dat een chatfunctie van Veilig Thuis niet de lading dekt van de verzoeken van de Kamer om een laagdrempelige landelijke hulplijn te realiseren? Zo nee, waarom niet? Antwoord 4 Deze mening deel ik niet en ik zal dit toelichten. In zijn algemeenheid weten we dat mensen die zich in een geweldssituatie bevinden een drempel ervaren om informatie/advies te vragen en/of hulp te zoeken. Het contact zoeken met VT, als de organisatie met een wettelijke meld- en onderzoekstaak, kan voor sommigen als drempel worden ervaren. Om zo laagdrempelig en toegankelijk mogelijk te zijn kunnen mensen nu al, desgewenst anoniem, bij VT terecht voor informatie en advies zonder dat dit tot een melding leidt. Dit kan zowel telefonisch als via de chatfunctie of het online platform. Het platform van VT helpt daarbij zodat mensen zonder live contact eerst anoniem informatie kunnen inwinnen. Het is belangrijk dat we mensen via verschillende contactvormen van informatie voorzien en ondersteunen. VT kan laagdrempelig meedenken en adviseren over passende vervolgstappen. Steeds meer mensen weten VT te vinden en steeds vaker vragen mensen eerst advies bij twijfel of zorgen. Er is namelijk een stijging te zien in het aantal adviesvragen en chats dat bij VT binnenkomt door direct betrokkenen (in 2025 een stijging van 16% t.o.v. het voorgaande jaar). Maar zoals opgenomen in de beantwoording van vraag 2 en 3 heb ik de Nationaal Coördinator gevraagd verdere uitwerking van het vraagstuk 116 016 op zich nemen. Vraag 5 Beschikt u over landelijke cijfers waaruit blijkt hoeveel slachtoffers die zich in een (acuut) onveilige situatie bevinden zelf contact opnemen met Veilig Thuis? Wordt daarnaast geregistreerd hoeveel van deze slachtoffers voor het eerst over het geweld vertellen en om hulp vragen ('first disclosure')? Zo ja, kunt u deze cijfers met de Kamer delen? Zo nee, waarom niet en bent u bereid deze gegevens structureel te laten monitoren? Antwoord 5 In de cijfers van VT is terug te zien wie contact opnemen met Veilig Thuis, inclusief het aandeel direct betrokkenen (personen die te maken hebben met het geweld of mishandeling) - de zelfmelders - dat zelf contact opneemt met VT. Hieruit kan niet inzichtelijk worden gemaakt in welke contacten het een acute onveiligheidssituatie betrof. De informatie van een zgn. 'first disclosure' wordt op dit moment niet (landelijk) geregistreerd. Op grond van EU-richtlijn 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld moet Nederland vanaf 14 juni 2027 beschikken over een systeem voor statistieken over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Daarin komt onder meer het aantal telefonische contacten met de nationale hulplijnen zoals Veilig Thuis. Ik ben bereid om te verkennen of 'first disclosure' in die registratie opgenomen kan worden en wat daarvoor nodig is. Daarbij gelden wel de voorwaarden dat deze registratie geen drempel mag opwerpen in het contact met het slachtoffer en niet mag leiden tot onevenredige administratieve lasten voor Veilig Thuis of andere hulpverleners. Over de uitkomsten van deze verkenning zal ik uw Kamer informeren via de voortgangsbrief huiselijk geweld en kindermishandeling die voor het einde van dit jaar wordt verstuurd. Vraag 6 Bent u bekend met de voortgangsbrief van december 2025 met daarin een reactie op de petitie van Valente over 116? Op welke wijze zijn de voorstellen uit deze petitie en de daaropvolgende gesprekken met Valente betrokken bij de verdere uitwerking van uw beleid sinds december 2025? Antwoord 6 Ja, daarmee ben ik bekend. Ik waardeer de wijze waarop de organisaties dit onderwerp agenderen en de kennis vanuit de praktijk inbrengen. In aanloop naar deze toezegging zijn verschillende gesprekken gevoerd met Valente en ook andere netwerkpartners ter verdere verkenning van de mogelijkheid van het realiseren van 116. Uw kamer is hierover schriftelijk geïnformeerd via de voortgangsbrief waar u naar refereert.[voetnoot 1] Ook is een nadere verkenning gedaan naar de benodigde randvoorwaarden. Sindsdien is verder ingezet op het versterken van bestaande (hulp)organisaties en is besloten het vraagstuk van 116 016 bij de Nationaal Coördinator te beleggen voor verdere uitwerking. Vraag 7 Welke concrete voorwaarden moeten volgens u worden vervuld voordat het besluit tot de verdere ontwikkeling van 116 als onafhankelijke toegang tot hulp en ondersteuning wordt uitgevoerd, en kunt u de Kamer hierover uiterlijk op Prinsjesdag 2026 informeren? Antwoord 7 Zoals opgenomen in de beantwoording van vraag 2 en 3 zal de Nationaal Coördinator die per 14 september jl. is gestart, de verdere uitwerking van het vraagstuk 116 016 op zich nemen. Vraag 8 Bent u bereid om alles op alles te zetten om voor de begrotingsbehandeling in 2026 een laagdrempelige 24/7 hulplijn die ook telefonisch bereikbaar is, bij voorkeur via het nummer 116, operationeel te hebben? Zo nee, waarom niet? Antwoord 8 Zoals opgenomen in de beantwoording van vraag 2 en 3 zal de Nationaal Coördinator die per 14 september jl. is gestart, de verdere uitwerking van het vraagstuk 116 016 op zich nemen. Vraag 9 Kunt u de Kamer inzicht geven in de praktische en financiële consequenties van het realiseren van een hulplijn met daarachter een samenwerkingsverband van bestaande organisaties? Indien u niet van mening bent dat dit haalbaar is, kunt u dit onderbouwen met een overzicht van de belangrijkste knelpunten en de daarbij horende kosten? Antwoord 9 Dit is aan de Nationaal Coördinator om mee te nemen in de verdere uitwerking. Kamerstukken II, 2025-2026, 28 345 en 31 015, nr. 293.
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Mirjam Sterk
41debatten
1.793bijdragen
12interrupties
229.859woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·