KamerkringInloggen
Mirjam Sterk

Officieel Kamerprofiel

Mirjam Sterk

41debatten
1.793bijdragen
12interrupties
229.859woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
3 jul 2026 · Kamerstuk

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202634 858Nieuwe bepalingen met betrekking tot demedezeggenschap van cliënten inzorginstellingen (Wet medezeggenschap cliëntenzorginstellingen 2018)Nr. 47 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 juli 2026Met deze brief stuurt het kabinet een beleidsreactie op de wetsevaluatievan de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz2018). In de brief van 27 november 2025 is de Kamer, bij de toezendingvan het rapport van Berenschot BV1, geïnformeerd dat voorafgaand aande beleidsreactie gesprekken gevoerd zouden gaan worden met het veldover de conclusies van het rapport.2 Met deze brief geeft het kabinetinvulling aan deze toezegging. Ook informeert het kabinet de Kamer overde vervolgstappen naar aanleiding van de conclusies uit het rapport.Met deze beleidsreactie wil het kabinet het belang van voldoende inspraaken medezeggenschap door cliënten op de besluitvorming van individueleinstellingen onderstrepen. De wetsevaluatie laat zien dat de Wmcz 2018voldoet, maar dat de daadwerkelijke invloed op de besluitvorming vaninstellingen sterk afhankelijk is van bestuurscultuur, houding vanbestuurders en praktische invulling van de rechten. Het kabinet neemtdaarom vervolgstappen, en roept bovenal alle besturen van instellingenop om zich in te zetten voor de benodigde cultuurverandering en werk temaken van inspraak en medezeggenschap. Luisteren naar cliënten isimmers onderdeel van goed bestuur, het draagt bij aan het verlenen vangoede zorg aan cliënten.Deze beleidsreactie wordt gelijktijdig aangeboden aan de Eerste Kamer.1Rapportage «Wet en werking: de Wmcz 2018 in de praktijk Wetsevaluatie Wet medezeggen-schap cliënten zorginstellingen 2018», 4 november 2025, Berenschot B.V., te raadplegen via:Wet en werking: de Wmcz 2018 in de praktijk | Rapport | Rijksoverheid.nl.2Kamerstukken II 2025/26, 34 858, nr. 46 (Aanbiedingsbrief wetsevaluatie Wmcz 2018). kst-34858-47ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 471 Leeswijzer:Deze brief start met het belang van het cliëntenperspectief bij debesluitvorming van instellingen. Vervolgens komt het kabinet met eenbeleidsreactie op de hoofdconclusie. Daarna gaat deze brief per deelon-derwerp in op de beleidsreactie en de vervolgstappen. Voor meerinformatie over de Wmcz 2018 en een overzicht van de conclusies enaanbevelingen verwijs ik u naar de bijlagen 1 en 2.1. Belang van cliëntenperspectief bij besluitvorming In ons zorgstelsel moet de cliënt centraal staan. De instelling is ertenslotte om de cliënt te helpen als een cliënt echt zorg nodig heeft.Iedereen is wel eens cliënt en wil serieus worden genomen. Het moet nietuitmaken in welke instelling een cliënt terecht komt en hoe de instellingaankijkt tegen een cliëntenraad: elke instelling zou het belang enperspectief van de cliënt mee moeten wegen in de besluitvorming.Daarom is dat ook vastgelegd in de Wmcz 2018.Om de «gezondste generatie ooit» te realiseren, moet passende zorg inNederland de norm worden. Passende zorg is zorg die past bij watmensen echt nodig hebben.3 Dat betekent ook dat zorg aansluit bijbehoeften, wensen, achtergrond en gezondheidsvaardigheden van deeigen cliënten. Als het beleid van de instelling niet goed aansluit bij zijncliënten kan dat leiden tot een ontoegankelijke praktijk, onbegrijpelijkeinformatie, gemiste afspraken, klachten en geschillen tussen cliënt enzorgverlener. Voor goede zorg is het van belang dat de zorgverlener nietalleen in de spreekkamer bij «samen beslissen» naar de cliënt luistert,maar instellingen ook luisteren en aanspreekbaar zijn op hun beleid. Doortijdig de cliëntenraad bij de besluitvorming over goede zorg en bedrijfs-voering te betrekken, kunnen instellingen beter passende zorg bieden.Daarbij ziet het kabinet het naleven van de Wmcz 2018 als een grootonderdeel van goed bestuur door instellingen. Goed bestuur is immerseen randvoorwaarde voor goede zorg of jeugdhulp aan cliënten ofjeugdige. Een belangrijk onderdeel van goed bestuur is inspraak enmedezeggenschap. Het gaat er bij inspraak en medezeggenschap om datde instelling als tegengeluid de ervaringskennis hoort en betrekt bij haarbesluitvorming. Dit is het basisprincipe van «checks and balances».Invloed hebben is pas van waarde als dit ook doorwerkt in de wijzewaarop zorg in het individuele geval wordt verleend. De Wmcz 2018beoogt de positie van de individuele cliënt te versterken door de positievan de cliëntenraad te verstevigen.Bij passende zorg hoort ook een passend zorglandschap. Het kabinet gaaterop sturen dat instellingen en zorginkopers, na overleg met inwoners encliënten en hun inbreng meewegend, in elke regio keuzes maken waarwelke zorg verleend wordt en waar welke zorg niet verleend wordt omdatdat beter ergens anders kan. Die keuzes zijn nodig zodat het zorgland-schap goed aansluit op de vraag naar passende zorg. Dat betekent ook dathet gezamenlijk – maatschappelijk – belang boven het individuele belangvan een instelling, inkopers, en soms ook de cliënt moet worden gesteld.Om de transitie naar passende zorg mogelijk te maken, wil het kabinet datinstellingen en cliënten op gelijkwaardig niveau, ieder vanuit zijn of haareigen rol en verantwoordelijkheid, samenwerken aan toekomstbestendige3Zie ook Coalitieakkoord: «Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland, Coalitieakkoord2026–2030», te raadplegen via Aan de slag - Coalitieakkoord 2026-2030 | Kabinetsformatie;Beleidsbrief VWS van 24 april 2026, te raadplegen via: Kamerbrief over beleidsbrief VWS |Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 472 zorg. De cliëntenraad kan daar een rol in spelen. Juist in een zorgland-schap in transformatie, is de stem van de cliënt bij deze transitiesbelangrijk.2. Beleidsreactie op de hoofdconclusies De onderzoekers concluderen dat de Wmcz 2018 in juridische zin voldoet.De wet geeft cliënten voldoende formele rechten en meer ruimte voormaatwerk voor het inrichten van informele medezeggenschap. Echter, deuitvoering van de wet laat nog te wensen over, waardoor cliënten in depraktijk nog niet altijd optimaal gebruik kunnen maken van dezemogelijkheid tot medezeggenschap. Het kabinet kan deze conclusie ookduiden: de wet werd ingevoerd in een periode van Covid-19 (Corona),waarbij alle instellingen voor grote uitdagingen stonden. Het implemen-teren van deze wet heeft daardoor mogelijk geen prioriteit gekregen. Er isnu echter een tijd aangebroken waarin instellingen ook echt aan de slagmoeten met de formele rechten van cliënten uit de Wmcz 2018. Dat komtde kwaliteit van de zorg of jeugdhulp en de bedrijfsvoering ten goede. Hetkabinet neemt maatregelen om instellingen te steunen en helpen de roldie zij hebben in inspraak en medezeggenschap te nemen. En bovenalroept het kabinet besturen van instellingen op om werk te maken van decultuurverandering die de Wmcz 2018 heeft beoogd.3. Beleidsreactie op de conclusies en aanbevelingen per deelon-derwerp In deze paragraaf komt het kabinet met een beleidsreactie en vervolg-stappen naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen in hetrapport. Bij de beleidsreactie op de conclusies van het rapport en deaanbevelingen zijn de doelen van de wet – de positie van cliëntenraden teverstevigen en tegelijkertijd meer ruimte te bieden voor maatwerk vaninspraak en medezeggenschap – de leidraad. Voor het overzicht is inbijlage 3 de reactie per aanbeveling opgenomen. Uit dit overzicht blijkt datalle aanbevelingen aan het ministerie worden overgenomen.Zoals is aangegeven in de brief van 27 november 2025 zijn voorafgaandaan de beleidsreactie gesprekken met het veld over de conclusies in hetrapport gevoerd.4 Het kabinet heeft de input uit deze gespreken enschriftelijke reacties in deze beleidsreactie meegewogen.3.1. Inrichting van cliëntenraden Te veel instellingen hebben nog geen cliëntenraad ingericht of geencliëntenraad die voldoet aan de minimale eisen die vermeld staan in deWmcz 2018. Het kabinet vindt dat geen goed bestuur of verantwoordondernemerschap. Met brancheorganisaties is gesproken over de wijze4Het kabinet heeft gesprekken gevoerd of schriftelijk contact gehad met: cliëntenraden,naastenraden, Patiëntenfederatie Nederland, Ieder(in), LOC Waardevolle zorg, NetwerkCliënt-en-Raad Zorg (NCZ), Landelijk Steunpunt Medezeggenschap (LSR), MIND, KansPlus,Brancheorganisaties Zorg (BoZ), Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Zorg (NVZD),Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg (NVTZ), Nederlandse VerenigingZiekenhuizen (NVZ), ActiZ, UMCNL, Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN), deNederlandse GGZ, Jeugdzorg Nederland, Brancheorganisatie gespecialiseerde Zorg voorJeugd (BGZJ), Branchevereniging kleinschalige zorg (BVKZ), Eerstelijnscoalitie (ELC) bestaandeuit KNMP (apothekers), KNMT (tandartsen), KNOV (verloskundigen), LHV (huisartsen), LVVP(vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten), NVM (mondhygiënisten), NVvP (podothe-rapeuten), ONT (tandprothetici), Federatie Medisch Specialisten (FMS), Zelfstandige KliniekenNederland (ZKN), Ambulancezorg Nederland (AZN), Federatie Landbouw en Zorg (FLZ),Erasmus School of Health Policy & Management, Zorgverzekeraars Nederland (ZN), VerenigingNederlandse Gemeenten (VNG), Vereniging VrijwilligerswerkNL, MantelzorgNL, LandelijkeCommissie voor Vertrouwenslieden, Raad voor de Rechtspraak, de IGJ en het CIBG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 473 waarop zij kennis over de Wmcz 2018 en kennis over het belang vangoede inspraak en medezeggenschap door cliënten bij hun achterbankunnen verbeteren. De basis voor goede zorg is de vertrouwensbandtussen de cliënt en de instelling. Vanuit deze vertrouwensband moet eencliënt er ook op kunnen rekenen dat de zorg goed is en de rechten vancliënten gerespecteerd worden. Dit is ook een onderdeel van verantwoordondernemerschap in de zorg. Het kabinet is dan ook van oordeel datinstellingen tenminste aan de minimale eisen van de Wmcz 2018 moetenvoldoen.Het uitgangspunt van de Wmcz 2018 is dat de sector er zelf voor moetzorgen dat inspraak en medezeggenschap in de praktijk goed wordtvormgegeven. Het kabinet onderschrijft daarom de aanbeveling van deonderzoekers dat instellingen samen met de cliëntenraden tot eengezamenlijk stevig plan van aanpak komen, om het animo van cliënten teverhogen. Door de sector zelf ontwikkelde handreikingen kunnen eeneffectief instrument zijn om een open en lerende cultuur bij instellingen tebereiken.De onderzoekers bevelen instellingen aan om marktconforme vergoe-dingen of vacatiegelden aan de leden van de cliëntenraad te betalen. Hetkabinet heeft grote waardering voor de vrijwillige inzet van cliënten in decliëntenraden. Deelname aan een cliëntenraad is echter een vorm vanvrijwilligerswerk. Daarvoor zouden zij een vrijwilligersvergoeding kunnenontvangen. Een aandachtspunt bij marktconforme vergoedingen is ookdat het nadelige effecten kan hebben op bijvoorbeeld een uitkering ofinkomstenbelastingheffing.In plaats van marktconforme vergoedingen ziet het kabinet anderemogelijkheden om het animo om deel te nemen aan cliëntenraden tevergroten. Zo kunnen instellingen zelf meer reclame maken voor huneigen cliëntenraad.Een goed voorbeeld uit de praktijk zijn zorg- of jeugdhulpverlenersdie cliënten of jeugdige aansporen om deel te nemen aan decliëntenraad om zich persoonlijk te ontwikkelen. De meerwaardevoor de individuele cliënten zit dan in het feit dat:–de leden voldoening ervaren uit hun inzet voor de instelling;–het (sociale) netwerk van leden wordt versterkt;–leden kunnen competenties ontwikkelen; en–jeugdigen door ervaringen bij de cliëntenraad de kansen op eenbaan kunnen vergroten.De onderzoekers adviseren het kabinet om de bekendheid en kenbaarheidvan de Wmcz 2018 te stimuleren. De onderzoekers geven aan dat debekendheid met de Wmcz 2018 het animo van cliënten kan stimuleren omzich aan te sluiten bij een cliëntenraad. Immers, onbekend maaktonbemind. Het kabinet ziet dat door de onbekendheid van de Wmcz 2018inspraak en medezeggenschap door cliënten en de instellingen niet tenvolle wordt benut. Om de bekendheid met de Wmcz 2018 aan te jagen,gaat het kabinet samen met het veld, de IGJ en het CIBG aan de slag meteen communicatiestrategie over de «meerwaarde van de Wmcz 2018».De onderzoekers adviseren om te verduidelijken wanneer de Wmcz 2018van toepassing is. Het kabinet bereidt daarom een aantal technischeaanpassingen aan de Wmcz 2018 voor. Met deze aanpassingen wordtmeer uniformiteit in de termen voor goed bestuur aangebracht. Doel isdat instellingen en cliënten door meer eenheid in de zorgwetgeving beterweten wanneer en hoe ze aan deze wet moeten voldoen. Ook wordt eenvoorstel voorbereid om (vergelijkbaar met de interne toezichthouder) eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 474 bepaling op te nemen voor combinatie-instellingen die zowel zorg alsjeugdhulp verlenen. Doel is dat combinatie-instellingen slechts ééncliëntenraad hoeven op te richten.3.2. Positie van de cliëntenraad en ondersteuning Voor een effectieve medezeggenschap is het belangrijk dat informatieover de zorgverlening en bedrijfsvoering begrijpelijk en goed toegankelijkis voor cliënten. Dat vergt iets van een instelling. Het principe dat een artsinformatie moet geven op het begripsniveau van de cliënt, geldt dus nietalleen in de spreekkamer, maar ook wanneer een instelling een cliën-tenraad medezeggenschap geeft. Daarom dient de instelling bij deinformatievoorziening ook rekening te houden met het kennisniveau en devaardigheden van mensen in de cliëntenraad. Een «gezondheidsvaardigeorganisatie»5 houdt dus ook rekening met zijn cliëntenraad.Het kabinet onderschrijft het advies van de onderzoekers aan instellingenom samen met de cliëntenraad invulling te geven aan de wettelijkevereisten. Zoals ook in de Wmcz 2018 en in de Governancecode Zorg6beschreven staat, is het de taak van de besturen van instellingen om metde cliëntenraad afspraken te maken over hoe wordt samengewerkt.Cliënten willen op een flexibele en laagdrempelige manier meepratenover de besluitvorming van de instelling. In de medezeggenschapsre-geling, die instellingen moeten opstellen volgens de Wmcz 2018, kunnenafspraken worden gemaakt om de cliëntenraad flexibeler en laagdrempe-liger vorm te geven. Zo kan digitaal of fysiek vergaderd worden. Ook kande frequentie van het vergaderen worden aangepast. Daarnaast kunnenafspraken gemaakt worden over de onderwerpen die de cliëntraad wilbehandelen en over welke onderwerpen zij wel of geen advies ofinstemming willen geven. Daarmee wordt deelname aan de cliëntenraaduitvoerbaar, haalbaar, reëel en afgestemd op de wensen van de cliënten.Dit zijn eenvoudige maatregelen om het animo bij cliënten te verhogen.De onderzoekers adviseren bestuurders om gezamenlijk met cliënten-raden binnen de grenzen van AVG en de Wmcz 2018 methodes teontwikkelen om de achterban te kunnen raadplegen. In 2025 heeft deGovernance Innovatie- en Adviescommissie (IAC) geadviseerd om ookafspraken over achterbanraadpleging in de Governancecode Zorg op tenemen.7 Het kabinet onderschrijft deze adviezen. Om instellingen eenhelpende hand te bieden, heeft het ministerie het onderwerp «Achterban-raadpleging: wat mag volgens de AVG?» toegevoegd aan de websiteAVG-Helpdesk voor Zorg, Welzijn en Sport.8Goede voorbeelden: achterbanraadplegingEen cliëntenraad kan op verschillende manieren de mening vanandere cliënten bevragen. Bijvoorbeeld via individuele raadpleging,huiskamergesprekken of via bijeenkomsten voor cliënten, vertegen-woordigers en ouders. Uit het onderzoek blijkt dat onduidelijkheidover de AVG cliëntenraden soms bemoeilijkt om contact te krijgenmet andere cliënten.5Meer informatie over gezondheidsvaardige organisaties is te raadplegen via: Model: 10kenmerken van een gezondheidsvaardige organisatie.6Governancecode Zorg 2022, te raadplegen via: Governancecode Zorg 2022 - Governance Zorg.7Rapport Zeggenschap en Medezeggenschap in de zorg, Naar innovatieve vormen van(mede)zeggenschap?, 1 mei 2025, Governance Innovatie- en Adviescommissie (IAC), teraadplegen via: IAC-advies-Zeggenschap-en-Medezeggenschap-in-de-zorg.pdf8AVG-Helpdesk voor Zorg, Welzijn en Sport, te raadplegen via Achterbanraadpleging: wat magvolgens de AVG? | AVG-Helpdesk voor Zorg en Welzijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 475 Een instelling kan aan zijn cliënten toestemming vragen om huncontactgegevens aan de cliëntenraad te verstrekken. Bijvoorbeeld viaeen medische app, bij het inschrijfformulier of tijdens een afspraak.De cliëntenraden kunnen dan zelfstandig informatie, nieuws,(anonieme) vragen of enquêtes aan de achterban versturen. Daarbijmoet de instelling rekening houden met de volgende eisen:Grondslag toestemming | Autoriteit Persoonsgegevens.De instelling kan informatie over de cliëntenraad verspreiden viafolders of via een digitaal scherm in de spreekkamer, via berichtenop sociale media of op de website van de instelling plaatsen.Een online platform of sociale media groep kan worden opgericht,waarin de cliëntenraad flexibel en vrijblijvend vragen aan anderecliënten kan voorleggen. Voorbeelden hiervan zijn: «medezeggen-schapspanels».De instelling verstrekt tevens aan de cliëntenraad de gepubliceerderesultaten van onafhankelijke onderzoeken naar de mening vancliënten over de geleverde zorg, patiënt-effectrapportages (PER) enprospectieve risico inventarisaties (PRI).3.3. Cultuurverandering: naar meer medezeggenschap door cliënten De onderzoekers constateren dat de Wmcz 2018 voldoende juridischebasis biedt om een cultuurverandering bij instellingen te bereiken.Daarmee is één van de vier speerpunten van de Agenda goed bestuur inde zorg behaald. Dit speerpunt zag op het optimaliseren van «checks andbalances» langs de weg van formele medezeggenschap.9 Formelemedezeggenschap is geregeld in een wet. Een wet biedt echter geengarantie dat het gedrag en de cultuur bij instellingen ook daadwerkelijkverandert. Zoals de onderzoekers constateren, is een cultuurveranderingsterk afhankelijk van de wijze waarop bestuurders in de praktijk metinspraak en medezeggenschap door cliënten omgaan.Naast overheidsregulering is in ons stelsel een belangrijke rol weggelegdvoor zelfregulering. Voor cultuurverandering is namelijk ook draagvlak inde sectoren zelf nodig. In aanvulling op de Wmcz 2018 besteedt deBrancheorganisaties Zorg (BoZ) in de Governancecode Zorg ook aandachtaan medezeggenschap door cliënten. Een code kan de wet- en regel-geving over goed bestuur in de zorg nooit vervangen. De meerwaarde vande Governancecode Zorg ziet op het beïnvloeden van het gedrag. Zoalsook beschreven staat in de Governancecode Zorg, heeft het bestuur deverantwoordelijkheid om een open en lerende cultuur te bewerkstelligen.Hierbij is van belang dat de cliëntenraad, het bestuur en deinterne toezichthouder van een instelling in gesprek gaan over hetverlenen van goede zorg en bedrijfsvoering. Cliëntenraden kunnenbesturen aanspreken op het niet naleven van deze code of een toetsings-verzoek bij de Governancecommissie Gezondheidszorg indienen.Ook zijn er branchekeurmerken of accreditaties die gekoppeld zijn aan hetlidmaatschap van beroeps- of brancheorganisaties. Zo stimuleert deFederatie Landbouw en Zorg (FLZ) de naleving van de Wmcz 2018 methaar branchekeurmerk «Kwaliteit Laat Je Zien».9Kamerstukken II 2014/15, 32 012, nr. 23 (Agenda goed bestuur in de zorg).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 476 Voor de versterking van de positie van de cliënt en uit oogpunt van de«checks and balances» hebben de onafhankelijke interne toezichthouderen zorgverleners ook hun eigen verantwoordelijkheid. De internetoezichthouder en zorgverleners kunnen de instelling aanspreken als dieniet voldoet aan de eisen van de Wmcz 2018. Tegelijkertijd kunnen zij hetcliëntenperspectief betrekken bij hun belangenafweging en advisering aanhet bestuur over de wijze waarop de instelling goede zorg kan verlenen.10Met de Wtza, de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg en de Wetkwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) hebben mijn voorgangers depositie van deze partijen versterkt.11Door de gegevens uit de openbare jaarverantwoordingen kunnen ookmaatschappelijke partijen instellingen aanspreken op het ontbreken vaneen cliëntenraad. Zo kan een zorginkoper de overeenkomst met eeninstelling ontbinden als deze binnen zes maanden niet beschikt over eencliëntenraad.In het rapport van Berenschot B.V. is het advies aan bestuurders dat zijmoeten investeren in scholing over de Wmcz 2018 om de inspraak enmedezeggenschap cultuur binnen de instelling te versterken. Dezeaanbeveling stemt overeen met de Governancecode Zorg. In diegedragscode is geregeld dat bestuurders zorgen dat zij vakbekwaam engeschikt zijn en blijven. Bestuurders werken continu aan hun eigenontwikkeling en laten zich daarop aanspreken en toetsen. Bestuurdersmaken daarbij onder andere gebruik van scholing en/of opleiding.Het Ministerie van VWS subsidieert een kosteloos trainingsprogramma bijde Erasmus Universiteit. Dat programma richt zich op de professionali-sering van de beroepsgroep managers en coördinatoren van hetvrijwilligerswerk. In het geval van de Wmcz 2018 kunnen instellingengebruik maken van dit programma.Goede voorbeelden van scholing en voorlichting over medezeggen-schapDe beroepsvereniging voor bestuurders in de zorg (NVZD) heeft eenaccreditatietraject. Alle bestuurders in de zorg kunnen aan dit trajectmeedoen. Getoetst wordt of bestuurders actief werken aan hunprofessionele ontwikkeling en beschikken over zelf reflecterendvermogen – belangrijke ingrediënten voor goed bestuur. Uitgangs-punten daarbij zijn dat bij samenwerkingen het cliëntenbelangcentraal staat. Een bestuurder organiseert medezeggenschap vancliënten zodanig dat zij invloed kunnen uitoefenen.De Nederlandse Vereniging van Toezichthouders in de Zorg enWelzijn (NVTZ) heeft een programma goed toezicht. Alle internetoezichthouders in de zorg- en jeugdsector kunnen lid worden van deNVTZ. Startende leden krijgen door middel van een driedaagseopleiding o.a. informatie over medezeggenschap. Naar aanleidingvan de beleidsreactie op de evaluatie van de agenda Goed bestuur inde zorg12 heeft de NVTZ samen met LOC Waardevolle zorg, NetwerkCliënt-en-Raad Zorg (NCZ), Landelijk Steunpunt Medezeggenschap10Vanaf 1 januari 2026 is met de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg een onafhankelijkeintern toezichthouder ook opgenomen in de Jeugdwet als een van de randvoorwaarden vaneen goede bestuursstructuur.11Zie artikel 3 van de Wet toetreding zorgaanbieders, artikel 3, tweede lid, van de Wet kwaliteit,klachten en geschillen zorg en artikel 4.4.1. van de Jeugdwet.12Kamerstukken II 2021/22, 32 012, nr. 47 (Beleidsreactie op de evaluatie van de agenda Goedbestuur in de zorg).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 477 (LSR), regiobijeenkomsten, lezingen en workshops gegeven. Om dewederzijdse zichtbaarheid te vergroten en de rolverdeling tusseninterne toezichthouders en cliëntenraden te verduidelijken.Om instellingen een voorbeeld en handreiking te bieden, hebben deNVZD en NVTZ modelstatuten voor instellingen gepubliceerd. Indeze modelstatuten zijn de bepalingen van de Wmcz 2018 verwerkten aangevuld met een extra adviesrecht.13 Bij vragen kunneninstellingen terecht bij de Governance Helpdesk.Daarnaast zijn er o.a. LSR, NCZ en LOC per sector model-documenten gemaakt:–over de medezeggenschapsregeling;–over het huishoudelijk regelement;–over informatie over budgetten en vergoedingen;–over informatie- en communicatieprotocollen;–over (overeenkomst over) ondersteuning aan de cliëntenraad.Het NCZ gaat in de zomer van 2026 aan de leden van ZelfstandigeKlinieken Nederland (ZKN) een cursus geven over de «meerwaardevan de Wmcz 2018 voor zelfstandige klinieken».Branchevereniging Kleinschalige Zorg (BVKZ) helpt kleinschaligeinstellingen met een kennisplein, e-learnings, webinars en handrei-kingen over goed bestuur. Tegelijkertijd werkt BVKZ aan eenkwaliteitscheck voor haar leden. Met dit instrument wordt aandachtbesteed aan de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (Wbtr), deWtza, de Wmcz 2018 en de Governancecode Zorg. Dit instrumenthoopt BVKZ voor de zomer af te ronden.Al deze stappen tezamen zouden moeten leiden tot een cultuurveran-dering bij instellingen. Met als doel inspraak en medezeggenschap testimuleren.3.4. Verschillen in cultuurverandering: naar meer medezeggenschap persector De onderzoekers concluderen dat er verschil is binnen de verschillendesectoren op welke wijze zij omgaan met de formele rechten in de Wmcz2018. Bij de zorgsectoren waarbij inspraak en medezeggenschap bekendwas, zijn de formele rechten van de Wmcz 2018 goed geborgd. Tegelij-kertijd constateren de onderzoekers dat de cultuurverandering bij deMedisch specialistische bedrijven (MSB’s), eerstelijnszorg en jeugdhulp-aanbieders niet of onvoldoende plaats heeft gevonden. Een reden isvolgens de onderzoekers dat zij de meerwaarde van een cliëntenraadbinnen hun praktijk niet onderkennen.Voor de MSB’s, eerstelijnszorg en jeugdhulpaanbieders is medezeggen-schap door cliënten door middel van een formele cliëntenraad nieuw. Eenverandering van cultuur heeft tijd nodig om gestalte te krijgen. Het kabinetmerkt op dat in deze sectoren nog het nodige moet gebeuren om betergebruik te kunnen maken van medezeggenschap door cliënten. Hetkabinet vertrouwt op deze sectoren dat ook zij de meerwaarde vanmedezeggenschap door cliënten herkennen en erkennen. Daarbij merkthet kabinet op dat zelfregulering via o.a. de Governancecode Zorg op dezegroepen niet direct van toepassing is, wat gevolgen heeft voor deimplementatie van de Wmcz 2018 en bijbehorende cultuurverandering.13Een cliëntenraad kan advies geven bij benoeming of ontslag van een lid van het bestuur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 478 Vanuit het maatschappelijk belang van goed bestuur en een gelijkspeelveld in de sector is de inzet van de BoZ dat de Governancecode Zorgook zoveel mogelijk wordt nageleefd door instellingen die geen lid zijnvan Actiz, de Nederlandse ggz, UMCNL, Nederlandse VerenigingZiekenhuizen (NVZ) en Vereniging gehandicaptenzorg Nederland (VGN).De code is zo algemeen bruikbaar dat ook andere aanbieders of branche-organisaties deze code op zichzelf van toepassing kunnen verklaren. Uitde recente verkenning naar het intern toezicht14 blijkt dat zelfregulering bijkleine instellingen moet worden geoptimaliseerd en het bereik moetworden vergroot. Het kabinet roept daarom nogmaals alle branche- enberoepsorganisaties voor kleinere instellingen op om de GovernancecodeZorg op zichzelf van toepassing te verklaren. Dit is een eerste goede stapom draagvlak en een cultuurverandering bij kleinere instellingen tot standte brengen.In het kader van de Governancecode Zorg ziet het kabinet positieveontwikkelingen. Zo heeft de Branches Gespecialiseerde Zorg en Jeugd(BGJZ) in 2025 een «Norm voor Opdrachtnemerschap» vastgesteld. Dezenorm verplicht alle jeugdhulpaanbieders van gespecialiseerde jeugdhulpom de Governancecode Zorg na te gaan leven. Ook heeft de Eerstelijnsco-alitie (ELC)15 laten weten dat zij in het tweede kwartaal van 2026 gaanverkennen of en op welke wijze voor eerstelijnszorgaanbieders kanworden gekomen tot een governancecode passend bij de sector, waarbijwordt bezien of aansluiting bij de Governancecode Zorg mogelijk enwenselijk is. Verder zijn MSB’s vaak indirect – via de contracten met hetziekenhuis – verplicht om de Governancecode Zorg op de inrichting vaninspraak en cliëntenraad toe te passen.Uit de gesprekken met veldpartijen constateert het kabinet dat een aantalinstrumenten van de Agenda goed bestuur uit 2015 niet passend zijn bijo.a. kleine instellingen, onderaannemers, eerstelijnszorgaanbieders enjeugdhulpaanbieders.16 Deze agenda is voornamelijk gericht op groteinstellingen, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, instellingen voorgeestelijke gezondheidszorg of gehandicaptenzorg. Het kabinet neemtdaarom de komende periode de tijd en ruimte om zich te bezinnen op dewijze waarop een instelling het perspectief van zijn eigen cliënten beterkan betrekken bij zijn strategische keuzes voor een zorglandschap intransitie en de beweging naar passende zorg voor iedereen.Daarbij herbezint het kabinet ook wat het Ministerie van VWS zelf kandoen om medezeggenschap door cliënten verder te stimuleren.3.5. Maatwerk en informele medezeggenschap De onderzoekers constateren dat de ruimte voor maatwerk enerzijds doorinstellingen wordt gewaardeerd en anderzijds wordt gebruikt om inspraakof medezeggenschap uit te hollen. Zoals ook is toegelicht in de Governan-cecode Zorg 2022 gelden vanzelfsprekend altijd de wettelijke kaders. Ermoet ruimte zijn om naast de wettelijke kaders ook andere vormen vanmedezeggenschap te benutten. Deze andere vormen van inspraak enmedezeggenschap zijn deels overlappend aan de cliëntenraad, maarkunnen elkaar ook ondersteunen.14Kamerstukken II 2023/24, 34 767, nr. 68 (Verkenning intern toezicht Wtza en stand van zakenamendementen van het lid Bushoff).15Eerstelijnscoalitie (ELC): KNMP (apothekers), KNMT (tandartsen), KNOV (verloskundigen), LHV(huisartsen), LVVP (vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten), NVM (mondhygië-nisten), NVvP (podotherapeuten) en ONT (tandprothetici).16De Agenda goed bestuur is in 2020 geëvalueerd. Voor meer informatie en beleidsreactie op deevaluatie Agenda goed bestuur in de zorg uit 2022 wordt verwezen naar Kamerstukken II2021/22, 32 012, nr. 47 (Evaluatie Agenda goed bestuur in de zorg).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 479 De Wmcz 2018 regelt de formele medezeggenschap voor verschillendetypen instellingen, maar legt ook een goede basis voor informele vormenvan inspraak en medezeggenschap. Het kabinet wil benadrukken dat deWmcz 2018 is bedoeld als een minimumregeling. Dat betekent datinstellingen ten minste aan de eisen van de Wmcz 2018 moeten voldoen,maar daarnaast ook inspraak of andere vormen van informele medezeg-genschap mogen inrichten. Doel is juist om die vormen van informelemedezeggenschap goed aan te laten sluiten bij de gesignaleerde behoeftevan de cliënten.Goede voorbeelden van maatwerk:–Er worden verschillende cliëntenraden per doelgroep ingericht.–Cliëntenraden hebben eigen werkgroepen, commissies ofdeelraden. Deze adviseren de cliëntenraad over specifiekeonderwerpen of thema’s.–Familie-, naasten- en verwantenraden die naast de cliëntenraadfunctioneren.–De centrale cliëntenraad adviseert over ingewikkelde onderwer-pen, zoals de bedrijfsvoering, fusies en afstoten van zorgverle-ning. De lokale raad adviseert over de menselijke onderwerpen,zoals de toegankelijkheid van de huisartsenpraktijk, digitalisering,dagbesteding en kwaliteit van het eten.–– Regionale cliëntenraden die naast de cliëntenraad functioneren.–Digitale platformen, huiskamerbezoeken en pizza overleggennaast de activiteiten van de cliëntenraad.–Samenwerkingsafspraken met de cliëntenraad, pleegouderraad,ondernemingsraad, medische staf, verpleegkundige- of verzor-gende adviesraden, studentenraden en Onderwijs en Onder-zoeksraad (O&O-raad). IAC noemt dit een integraal medezeggen-schapsorgaan.–Cliënten die uitsluitend forensisch zorg of ondersteuningontvangen toegang geven tot hun cliëntenraad en dezelfderechten uit de Wmcz 2018 (domein-overstijgendemedezeggenschap).Het kabinet vindt de bevinding dat de ruimte voor maatwerk wordtgebruikt om de wettelijke bepalingen te ontwijken of minder veeleisendealternatieve vormen van medezeggenschap voor cliënten te introduceren,onaanvaardbaar. Een voorbeeld daarvan is een enquête of anderonderzoek naar de meningen van cliënten in plaats van het installeren vaneen volwaardige cliëntenraad. Met deze vormen van informele medezeg-genschap komt de instelling niet tegemoet aan alle rechten van cliënten.Met andere woorden: een instelling kan wel meer informele rechten aancliënten geven, maar niet minder formele rechten.Anderzijds constateert het kabinet dat goedwillende instellingen somsnog onwetend over de eisen van de Wmcz 2018 zijn. Door dieonwetendheid richten zij te goeder trouw een vorm van inspraak ofmedezeggenschap in die niet voldoet aan de eisen van de Wmcz 2018.Deze instellingen wil het kabinet met de voorgenomen communicatiestra-tegie «meerwaarde van de Wmcz 2018» helpen.3.6. Regionale samenwerking of instellingsoverstijgendemedezeggenschap De onderzoekers adviseren om nader te onderzoeken of regionalesamenwerking of instellingsoverstijgende inspraak en medezeggenschapin de Wmcz 2018 zou moeten worden opgenomen. Dit advies wordt nietovergenomen. Het kabinet onderschrijft de aanbeveling van het IAC om inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 4710 de Governancecode Zorg aandacht te besteden aan regionale samenwer-kingen, de betrokkenheid van burgers en aan domein-overstijgendesamenwerkingen.17 In het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn concreteafspraken gemaakt om burgers en cliënten op landelijk en regionaalniveau beter te betrekken. Vanaf juni 2023 is mijn ambtsvoorgangergestart met het ontwikkelen van een landelijk dekkende infrastructuur vanregionale participatiehubs. Dit zijn regionale netwerken van bestuurders,professionals, inwoners, cliëntenraden, patiëntenbewegingen enburgerinitiatieven die werken aan meer gelijkwaardige betrokkenheid vandegene om wie het gaat bij regionale vraagstukken over gezondheid, zorgen ondersteuning. Doel van dit programma is om participatie van mensenom wie het gaat bij de regionale transities in zorg en ondersteuning tebevorderen. Het kabinet onderschrijft het oordeel van de onderzoekers datde kracht van de Wmcz 2018 juist ligt in de formele rechten die cliënten,hun vertegenwoordigers en ouders hebben. En dat er nog kansen liggenom ook op plekken waar regionale afspraken worden gemaakt het cliënt-en burgerperspectief te verankeren. Het veld van regionale samenwerkingis volop in ontwikkeling. Daarvoor wil het kabinet de regionale participa-tiehubs een kans geven om zich verder te ontwikkelen. Daarbij wil hetkabinet dat instellingen en cliënten op gelijkwaardig niveau, ieder vanuitzijn of haar eigen rol en verantwoordelijkheid, samenwerken aantoekomstbestendige zorg. De cliëntenraad kan daar in het netwerk van departicipatiehubs een rol in spelen. Juist in een zorglandschap in transfor-matie, is de stem van de cliënt bij deze transities belangrijk.3.7. Toezicht Voor de cultuurverandering zijn naast «soft controls» van aanspreken opgedrag en cultuur ook de «hard controls» van het toezicht door de IGJ ende weigerings- en intrekkingsgronden van de vergunningsplicht van deWtza van belang.De aanwezigheid van inspraak en medezeggenschap maakt standaardonderdeel uit van de reguliere inspectiebezoeken van de IGJ. In allekaders en toezichtdocumenten van de IGJ is de Wmcz 2018 verwerkt alsonderwerp waarop toezicht wordt gehouden. Inspraak en medezeggen-schap van cliënten vormt voor de IGJ een integraal onderdeel van hetbredere (risicogestuurde) toezicht op de kwaliteit van zorg. Een gesprekmet (een vertegenwoordiger van) de cliëntenraad vormt dan ook vaak eenonderdeel van toezichtbezoeken.De IGJ ontvangt van nieuwe instellingen informatie over inspraak enmedezeggenschap uit de meldplicht «nieuwe toetreders». Bestaandeinstellingen verantwoorden zich jaarlijks over de aanwezigheid van eencliëntenraad via de openbare jaarverantwoording. Vanaf 1 januari 2025 isde doelgroep van de openbare jaarverantwoordingsplicht voor zorgaan-bieders uitgebreid. Het kabinet bereidt ook het wetsvoorstel Verzamelwetgegevensverwerking IV voor waarin wordt geregeld dat het CIBG hetvolledig ingevulde aanvraagformulier van de aanvrager voor de toela-tingsvergunning op grond van de Wtza aan de IGJ kan verstrekken. In ditformulier zit ook informatie over inspraak en medezeggenschap doorcliënten. Deze maatregelen vergroten de informatiepositie van de IGJ.In 2024 heeft de IGJ twee gerichte thematische onderzoeken gedaan naarde ervaringen over inspraak en medezeggenschap bij kleine en middel-grote zorginstellingen in de gehandicaptenzorg en geestelijke gezond-heidszorg (ggz). Naar aanleiding van deze onderzoeken heeft de IGJ17Rapport Zeggenschap en Medezeggenschap in de zorg, Naar innovatieve vormen van(mede)zeggenschap?, 1 mei 2025, Governance Innovatie- en Adviescommissie (IAC), teraadplegen via: IAC-advies-Zeggenschap-en-Medezeggenschap-in-de-zorg.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 4711 voorlichting over goede voorbeelden op haar website geplaatst omzorginstellingen bij het oprichten van een cliëntenraden te helpen. Ookheeft de IGJ de voorlichting op haar website aangevuld met een nieuwepagina over «Verplichtingen rond medezeggenschap».Uit het rapport van Berenschot B.V. blijkt ook dat relatief weinig signalenen meldingen over overtredingen van de Wmcz 2018 worden gedaan. Alser niet wordt voldaan aan de eisen van de Wmcz 2018, kunnen cliënten ineerste instantie in gesprek gaan met de bestuurder. Als laatste in te zettenmiddel kunnen cliënten, hún vertegenwoordigers en ouders ook eenvraag stellen of melding doen over de Wmcz 2018 via het LandelijkMeldpunt Zorg (LMZ)18 bij de IGJ. Ook zorgverleners kunnen een vraagstellen of klacht indienen bij het LMZ.3.8. Toelatingsvergunning Bij nieuwe zorgaanbieders weigert het CIBG een Wtza vergunning als eeninstelling niet beschikt over een cliëntenraad. Het CIBG houdt hierdoorindirect toezicht bij het starten van een zorginstelling op het naleven vande Wmcz 2018. Naar aanleiding van deze evaluatie heeft het kabinet hetCIBG gevraagd om strenger te toetsen op de aanwezigheid van eencliëntenraad en of deze voldoet aan de eisen van de Wmcz 2018.Bij bestaande instellingen kan de IGJ bij het CIBG melden dat de instellinggeen cliëntenraad heeft ingesteld of dat een cliëntenraad niet voldoet aande voorwaarden van de Wmcz 2018. Naar aanleiding van die melding kanhet CIBG de Wtza-vergunning van de instelling intrekken.19 Indien eenWtza-vergunning wordt ingetrokken, is het de instelling niet langertoegestaan om zorg te verlenen. Dat kan gevolgen hebben voor decontinuïteit en de kwaliteit van de zorg. Daarom is dit een middel waartoealleen in het uiterste geval kan worden overgegaan.In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) is met de gecommit-teerde partijen afgesproken dat het ministerie gaat onderzoeken of devergunningsplicht moet worden uitgebreid naar onderaannemers enjeugdzorg. Zoals in de brief van 15 april 2026 aan de Kamer gemeld heefthet kabinet inmiddels besloten om een wetsvoorstel voor te bereiden omeen vergunningplicht in te voeren voor jeugdhulpaanbieders.20 Bij briefvan 8 juni 2026 is gemeld dat het kabinet werkt aan een wetsvoorstel omde toetredingseisen te versterken.21 Uitgangspunt is een eenduidige normen toets voor alle nieuwe en herstartende aanbieders van Zvw- enWlz-zorg of jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en zorg gefinan-cierd vanuit persoonsgebonden budgetten (pgb’s). Integriteit van deaanbieder krijgt daarin een prominentere plaats. Geen enkele aanbiedermag een minimale toets op risico’s voor rechtmatigheid en kwaliteitkunnen ontlopen. Zonder het doorstaan van deze toets mag eenaanbieder niet starten of herstarten. Daarnaast is het van belang dat ookna toelating blijvend wordt voldaan aan de gestelde eisen, zoals deaanwezigheid van cliëntenraden. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in2028 kan worden aangeboden aan de Tweede Kamer.18Vragen of klachten bij Landelijk Meldpunt Zorg, te raadplegen via: Contactformulier LandelijkMeldpunt Zorg | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.19Artikel 7, eerste lid, onder c, van de Wet toetreding zorgaanbieders.20Kamerbrief betreffende acties met betrekking tot de aanpak ten behoeve van passendejeugdhulp voor jongeren met complexe problematiek, van 15 april 2026, te raadplegen via:Jeugdzorg | Tweede Kamer der Staten-Generaal.21Kamerbrief betreffende versterkte en samenhangende aanpak van zorgfraude, van 8 juni 2026,te raadplegen via: Versterkte en samenhangende aanpak van zorgfraud | Tweede Kamer derStaten-Generaal.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 4712 4. Tot slot Het kabinet is de onderzoekers zeer dankbaar voor het onderzoek dat zijhebben verricht. Ook alle veldpartijen die hebben bijgedragen aan detotstandkoming van dit rapport en met wie het kabinet gesprekken heeftgevoerd, wil het kabinet hartelijk bedanken voor hun inbreng. Hetonderzoek heeft geleid tot belangrijke inzichten over de werking van deWmcz 2018 in de praktijk en de mate waarin de doelstellingen van deWmcz 2018 worden gerealiseerd. Het rapport laat zien dat in zijnalgemeenheid de Wmcz 2018 voldoet, maar dat er nog werk aan de winkelis om cliënten ook de positie te geven die zij verdienen. Om zo elke cliëntde passende zorg in een passend zorglandschap te geven. Daarvoorneemt het kabinet een aantal maatregelen: zowel in ondersteuning als inextra mogelijkheden in het toezicht. Maar het is vooral een oproep aan debesturen van zorginstellingen om aan de slag te gaan met de benodigdecultuurverandering en werk te maken van inspraak en medezeggenschapvan cliënten.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 34 858, nr. 4713

Bron, video en gesprek →