AH 0013 2026Z16683 Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 18 september 2026) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2752 Vraag 1 Bent u bekend met de berichtgeving[voetnoot 1] dat in België een recordaantal kinderen noodgedwongen in een ziekenhuis verblijft omdat geen passende plek in de jeugdhulp beschikbaar is? Antwoord vraag 1 Ja. Vraag 2 Herkent u het dat ook in Nederland kinderen langer dan noodzakelijk in een ziekenhuis, crisisopvang, gesloten jeugdhulp, jeugd-ggz of een andere tijdelijke voorziening verblijven, omdat een passende vervolgplek ontbreekt? Zo ja, hoe vaak komt dit voor? Antwoord vraag 2 Ook in Nederland is het soms zoeken naar een passende plek voor jeugdigen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, zoals wachtlijsten voor bepaalde vormen van zorg, schaarste aan personeel en een zorgvraag die als complex wordt gezien en waarvoor de inzet en expertise van meerdere professionals en/of instellingen nodig is. Ook kan een plek eerst passend zijn, maar op een later moment andere zorg of ondersteuning nodig zijn. Zo kan ziekenhuiszorg bijvoorbeeld passend zijn voor een jongere met een eetstoornis en ernstige somatische klachten, terwijl daarna psychische zorg of ondersteuning nodig is. Landelijk beschikken we niet over cijfers waaruit blijkt of het verblijf van een jeugdige in een voorziening passend is, en of een verblijf langer duurt dan gewenst als gevolg van het ontbreken van een passende vervolgplek. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp. De registratie van jeugdhulpgebruik vindt daarom plaats op gemeentelijk en regionaal niveau. Ik kan dan ook niet aangeven hoe vaak dit voorkomt. De regionale expertteams (RET’s), die adviseren bij complexe jeugdhulpvragen, houden een monitor bij met algemene informatie over de zorgvragen die aan hen worden voorgelegd. Uit deze monitor blijkt dat vragen over de instroom of doorstroom van jeugdigen in verblijf in ongeveer 40% van de gevallen een reden zijn om advies te vragen aan een RET. Uit deze gegevens kan echter niet worden afgeleid of het daarbij gaat om jeugdigen die op een niet-passende plek verblijven. Vraag 3 Wordt landelijk geregistreerd hoeveel kinderen noodgedwongen op een niet-passende plek verblijven doordat passende jeugdhulp ontbreekt? Zo nee, waarom niet? Vraag 4 Indien deze gegevens beschikbaar zijn, kunt u per type voorziening aangeven hoeveel kinderen hiervan de afgelopen vijf jaar de dupe zijn geweest, de gemiddelde duur van het verblijf en de belangrijkste oorzaken? Antwoord vraag 3 en 4 Er wordt niet landelijk geregistreerd hoeveel kinderen noodgedwongen op een niet-passende plek verblijven omdat passende jeugdhulp ontbreekt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp. Registratie van jeugdhulpgebruik vindt daarom plaats op gemeentelijk en regionaal niveau. Er is daarmee geen landelijk beeld beschikbaar van het aantal kinderen dat verblijft op een voor hen niet-passende plek. Vraag 5 Welke knelpunten zijn volgens u de belangrijkste oorzaak van deze problematiek, zoals een tekort aan specialistische jeugdhulp, pleeggezinnen, gezinshuizen, jeugd-ggz of personeel? Antwoord vraag 5 De problematiek kent niet één oorzaak. Zowel de hulpvragen van sommige jeugdigen als het jeugdzorglandschap zijn complex. Jeugdigen kunnen om verschillende redenen soms langer dan noodzakelijk op een niet-passende plek verblijven. Het gaat daarbij veelal om een combinatie van factoren en knelpunten, die bovendien lokaal en regionaal kunnen verschillen. Zo kan het gaan om onvoldoende samenwerking tussen gemeenten, jeugdhulpaanbieders, verwijzers en onderwijsinstellingen om passende zorg te bieden. Daarbij kan sprake zijn van ontoereikende probleemanalyses als basis voor ondersteuning die aansluit bij de zorgvraag. Daarnaast kunnen lange wachttijden voor jeugdigen met complexe hulpvragen ertoe leiden dat hun problemen verergeren en de benodigde jeugdhulp intensiever en langduriger wordt. Ook is er niet altijd voldoende inzicht in data waardoor onvoldoende duidelijk is wat er nodig is in een gemeente of regio. Verder zien we dat het niet altijd lukt om tijdig een passende vervolgplek te organiseren, bijvoorbeeld passende woonruimte, een Wlz-plek of een beschermd-wonenplek te organiseren. Ook na een crisis of gesloten plaatsing is niet altijd een passende vervolgplek beschikbaar. In die gevallen moet worden teruggevallen op tijdelijke oplossingen, die niet altijd passend zijn. De hiervoor beschreven knelpunten staan niet op zichzelf. Er zijn steeds meer signalen van een tekort aan passende (vervolg)hulp, met name voor jeugdigen met complexe problematiek. In mijn brief van 15 april jl.[voetnoot 2] heb ik bij uw Kamer al aangegeven dat door het gebrek aan deze passende hulp (in de eigen regio) verwijzers zich te vaak genoodzaakt zien om een oplossing te zoeken buiten bestaande contracten. Dit gaat onder andere om één-op-één plaatsingen (bijvoorbeeld op vakantieparken) en/of plaatsingen op een plek ver van huis. Deze oplossingen sluiten vaak onvoldoende aan bij wat jeugdigen nodig hebben en bieden niet altijd onderwijs en/of dagbesteding. Daarnaast kunnen deze plaatsingen zeer kostbaar zijn. Dit vind ik onwenselijk. Op dit moment ben ik met gemeenten en aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp in gesprek over afspraken om één-op-één plaatsingen terug te dringen en gezamenlijk een toereikend aanbod van passende jeugdhulp te realiseren voor jeugdigen met complexe problemen. Ik zal uw Kamer nog voor het Commissiedebat van 30 september a.s. informeren over de uitkomsten van deze gesprekken. Vraag 6 Deelt u de mening dat geen enkel kind langer dan noodzakelijk op een niet-passende plek mag verblijven omdat de juiste hulp ontbreekt? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 6 Ja, jeugdigen moeten tijdig passende hulp ontvangen. Vraag 7 Welke concrete maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat kinderen tijdig kunnen doorstromen naar een passende plek en niet tussen verschillende voorzieningen blijven vastlopen? Antwoord vraag 7 Gemeenten zijn bezig met de implementatie van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Deze wet moet door regionalisering en eenduidige kaders voor regionale inkoop bijdragen aan structurele verbetering van de sturing van gemeenten op een dekkend regionaal zorglandschap. Dit draagt bij aan tijdige en passende hulp voor jeugdigen met complexe problemen. Daarnaast heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) met deze wet wettelijke taken gekregen binnen het jeugddomein, waaronder het uitvoeren van stelselonderzoek naar beschikbaarheid van jeugdzorg en vroegsignalering van risico’s voor beschikbaarheid van specialistische jeugdzorg. Dit draagt bij aan meer inzicht in beschikbaarheid van jeugdhulp en eventuele risico’s daarop. Indien ouders, jeugdigen, gemeenten of zorgverleners vastlopen in de zorg, kunnen zij terecht bij het RET voor consultatie en advies. Het RET heeft als doel om voor iedere jeugdige passende hulp te organiseren, ongeacht de complexiteit van de zorgvraag. Bij vastgelopen zorgvragen kan het RET betrokken partijen activeren om tot een doorbraak of gezamenlijk plan te komen. Daarnaast is het een taak van het RET om, op basis van de zorgvragen die bij hen voorgelegd worden, te signaleren en adviseren. Bijvoorbeeld richting gemeenten binnen de jeugdregio. Op deze manier kunnen gemeenten sturen op verbeteringen binnen het regionale zorglandschap. Ook is het van belang dat kinderen die 18 jaar worden tijdig en beter voorbereid worden op hun overgang naar volwassenheid, bijvoorbeeld wanneer zij uitstromen uit residentiële zorgvoorzieningen. In de Hervormingsagenda Jeugd en het convenant Stevige lokale teams hebben gemeenten en jeugdhulpaanbieders zich gecommitteerd om tijdig met jeugdigen een toekomstplan te maken, met aandacht voor ‘de Big5’: wonen, werk en inkomen, school, zorg en sociaal netwerk. Ter ondersteuning van gemeenten is in januari de Aanpakbeschrijving 16-27 ter voorkoming van dakloosheid bij jeugdigen ie uitstromen uit jeugdzorg met verblijf beschikbaar gekomen[voetnoot 3]. Tot slot ben ik, zoals ik bij vraag 5 aangeef, op dit moment in gesprek met gemeenten en aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp over het maken van afspraken om één-op-één plaatsingen terug te dringen, en gezamenlijk een toereikend aanbod van passende jeugdhulp te realiseren voor jeugdigen met complexe problemen. Vraag 8 Bent u bereid een landelijke monitor in te voeren waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel kinderen noodgedwongen op een niet-passende plek verblijven, wat de duur daarvan is en waardoor dit wordt veroorzaakt? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 8 Zoals aangegeven in vraag 2 houden RETs een monitor bij met algemene informatie over de vastgelopen zorgvragen die aan hen worden voorgelegd. Eén van de taken van het RET is om, op basis van deze vragen, te signaleren en adviseren. Bijvoorbeeld richting gemeenten binnen de jeugdregio. Op deze manier draagt deze informatie bij aan verbetering van sturing van gemeenten op een dekkend zorglandschap. Zoals aangegeven onder vraag 5 ben ik op dit moment met gemeenten en aanbieders van gespecialiseerde jeugdhulp in gesprek over afspraken om één-op-één plaatsingen terug te dringen en gezamenlijk een toereikend aanbod van passende jeugdhulp te realiseren voor jeugdigen met complexe problemen. Hieronder vallen ook afspraken over landelijke monitoring. De Morgen, 4 augustus 2026, 'Nooit eerder werden zoveel kinderen opgenomen in ziekenhuizen omdat jeugdhulp geen plaats heeft' https://www.demorgen.be/nieuws/nooit-eerder-werden-zoveel-kinderen-opgenomen-in-ziekenhuizen-omdat-jeugdhulp-geen-plaats-heeft~bc200b12e/ Kamerstukken II, 2025-2026, 31 839, nr. 1149. Beschrijving Landelijke Aanpak 16-27 | voor Jeugd & Gezin
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Mirjam Sterk
40debatten
1.791bijdragen
12interrupties
227.921woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: CDA (2008-07-29–2012-09-19) · CDA (2005-07-27–2008-04-07) ·