Veteranen
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank aan collega Bolhuis voor zijn betoog. Ik heb een vraag over de zorgplicht waarover het in zijn betoog ook ging. Hij zei dat de overheid een proactieve houding moet innemen. Ik vraag me af of collega Bolhuis het met mij eens is dat als dit proactieve niet wordt gehandhaafd, de regie over de zorgplicht uiteindelijk bij het thuisfront komt te liggen en dat de militairen dus zelf verantwoordelijk blijken te zijn voor de zorgplicht die hen zelf betreft.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank, voorzitter. Het is een enorme eer om vandaag dit debat te mogen doen en op deze manier ook dank te betuigen aan onze veteranen die met hun inzet, moed en toewijding hebben bijgedragen aan vrede en veiligheid wereldwijd. Twee jaar geleden was ik bij een benefietavond voor de Invictus Games om daar geld op te halen, specifiek voor het Family- en Friendsgedeelte van de Invictus Games. De aanwezigheid en de ondersteuning van family en friends bij een dergelijk evenement zijn natuurlijk van onschatbare waarde voor veteranen, niet alleen voor ondersteuning van het herstelproces maar ook voor het vieren van persoonlijke mijlpalen. Voorzitter. Wie een veteraan bedankt voor zijn of haar inzet, bedankt nooit één persoon alleen. Achter iedere militair staat een thuisfront, een partner die opvangt, grootouders die bijspringen en ook vooral kinderen. Het rapport Erken mijn belangen laat iets belangrijks zien. Met veel kinderen van militairen gaat het gelukkig goed, maar dat gaat niet vanzelf. Dat lukt alleen als de samenleving, de school en Defensie achter hen staan, want een uitzending raakt het hele gezin. Kinderen voelen die spanning. Ze merken het als een ouder terugkomt met psychische klachten. Veel kinderen zeggen: niemand weet eigenlijk echt hoe het is om kind van een veteraan te zijn. Dat moeten en kunnen we beter doen, bijvoorbeeld door meer te luisteren, structureel met gezinnen en kinderen te praten, niet pas als het misgaat maar proactief, zoals de Veteranenwet dat voorschrijft. Een aantal vragen aan de minister. Wordt er met de doelgroep zelf gesproken of vooral over hen? Wie heeft hier eigenlijk de regie? Is er zicht op welke kinderen extra hulp nodig hebben? Graag een reflectie van de minister op deze vragen en ook op de aanbevelingen van de Veteranenombudsman. Voorzitter. Dan over de informatievoorziening aan de Kamer zelf. Ik begon de voorbereiding van dit debat natuurlijk met het lezen van de Veteranennota. Ik was vooral op zoek naar een antwoord op de vraag hoe het nou echt gaat met onze veteranen. En heel eerlijk, ik ben niet ondankbaar aan de mensen die hier heel veel werk in hebben gestopt, maar het antwoord op die vraag is mij nog steeds onduidelijk. Ik heb dus zelf een quickscan uitgevoerd van een aantal nota's van de afgelopen jaren, van 2022 tot aan nu, specifiek op de onderwerpen zorgcoördinatoren, thuisfront, het PTSS-protocol, invaliditeitsbeoordeling, gemeentelijke en lokale initiatieven, en sociale missies zoals Afghanistan en Dutchbat III. En heel eerlijk, je ziet dat het door de jaren heen steeds dunner wordt, steeds minder concreet. Het gaat steeds meer over processen. Goede intenties, dat wel. Losse initiatieven. Maar steeds minder over effecten, knelpunten en resultaten. Dat baart mij zorgen. Dan hebben we een aantal losse brieven mogen ontvangen, bijvoorbeeld hier eentje over het standaardiseren van schadeposten, het PTSS-protocol, de herziening van het voorzieningen- en uitkeringsstelsel. Voor een nieuwe lezer als ikzelf op dit dossier klinkt dat enorm hoopvol, maar de ervaren lezer weet dat dit soort trajecten al jaren duren. Wat is er nu dan concreet veranderd, wat is er concreet gebeurd? Dan is er ook nog een brief over het PTSS-protocol en de daarbij behorende invaliditeitsbeoordeling. Daarin wordt geschreven: met deze herziening beoogt Defensie de nadruk te verschuiven van compensatie naar meer erkenning, waardering en ondersteuning. Dat klinkt natuurlijk super, maar ook hier in deze brief vraag ik me af: wat is er in de praktijk, concreet, gebeurd? En wanneer kunnen we als Kamer dan dat nieuwe, herziene PTSS-protocol ontvangen? Wij hebben dat nog niet kunnen inzien. Hoe kunnen wij als Kamer dan onze controlerende taak uitvoeren, als we het protocol zelf niet hebben mogen ontvangen? In diezelfde brief wordt ook nog geschreven over de motie van het lid Hammelburg over veteranen die later PTSS ontwikkelen. Er wordt een opsomming gemaakt van een aantal initiatieven die bij het ministerie zijn uitgevoerd ter uitvoering van die motie. Dan staat er onderin: ik ben blij met deze ontwikkeling en beschouw hiermee de motie als afgedaan. Heel eerlijk: ik denk het niet. De opsomming die wordt gemaakt, gaat over punten die allang in de wet stonden en die dus niet extra zijn, zoals wordt gevraagd in de motie. Dus hierom ook de vraag: wat is hier dan concreet gebeurd? Dan nog een andere motie. Vijf jaar geleden was dit onderwerp, de informatievoorziening, ook al een topic in de Kamer. Het was een motie van het lid Van Wijngaarden die expliciet vroeg om een "meerjarig kwantitatief en kwalitatief inzicht in de effecten van het veteranenbeleid, onder andere over ontwikkelingen binnen de veteranenpopulatie, omvang van knelpunten, beleidsvoornemens, en deze uiterlijk vier weken voor het notaoverleg naar de Kamer te sturen". Wij hebben wel dit hele mooie document, maar dat hebben we maar elf dagen voor dit debat mogen ontvangen. Dat is wel heel erg kort dag, en het gaat niet in op de hele specifieke elementen zoals net genoemd. Daarnaast vraagt de motie om een hoofdstuk over de Afghanistanmissie en Dutchbat III, maar dat is toch wel heel erg dun gezaaid in dit rapport. Het kan toch niet zo zijn dat, als we één keer per jaar dit debat voeren, als we één keer per jaar de mogelijkheid hebben om expliciet onze erkenning en waardering te uiten aan onze veteranen, we dan zo dun geïnformeerd worden? Daar doen we onze veteranen echt tekort mee. Mijn vraag aan de minister is daarom heel concreet: kan de minister toezeggen dat er volgend jaar een Veteranennota naar ons wordt toegestuurd die daadwerkelijk inzicht geeft in de staat van onze veteranenzorg? En wanneer krijgen we nu eindelijk het nieuwe PTSS-protocol in te zien? Voorzitter. Gelukkig hebben we als Kamerleden meerdere informatiebronnen en niet alleen maar de brieven. In de aanloop naar dit debat heb ik kennis mogen maken met iemand met een bijzonder ingrijpend verhaal. Zij en haar man zijn beiden veteraan, hebben jaren meegelopen op missies en hebben bijvoorbeeld ook ondersteund bij de MH17-ramp. Maar ze zitten al jaren vast in het systeem. Haar man heeft na een missie 17 jaar geleden PTSS opgelopen. Die PTSS kwam later tot uiting. Ze zitten al jaren vast in het systeem, met alle gevolgen van dien. Ze hebben drie keer moeten verhuizen om de juiste zorg te zoeken. Ze krijgen geen begeleiding. Ze worden van het kastje naar de muur gestuurd. Zij heeft zelfs haar loopbaan moeten opgeven om de zorg waar te nemen voor het gezin. En misschien wel het allerergste: hun kinderen hebben nu zelf ook psychologische hulp nodig. Om even aan te geven dat dit geen incidenteel voorbeeld is: ik heb ook haar advocaat gesproken en die geeft aan dat hij 200 vergelijkbare casussen heeft lopen. 200! Ik ben me echt kapotgeschrokken van dat aantal. "Mooi" is niet het juiste woord, maar toch: het mooie aan dit verhaal is hoe constructief zij zelf blijven, want hoewel het systeem ze helemaal heeft laten vallen, blijven ze zelf op zoek naar voorstellen voor hoe het systeem beter kan, namelijk op het punt van de zorg rondom een missie en op het punt van de ketenregie, om maar te voorkomen dat andere mensen in dezelfde situatie terechtkomen als zij. Ik vind het knap dat een gezin dat zelf alle erkenning, waardering en zorg mist, zo zorgzaam kan blijven voor de anderen. Daarom wil ik heel graag van de minister weten waar dit misgaat. Ziet de minister ook in dat de huidige capaciteit berust op een papieren werkelijkheid? Hoe gaat de minister dit oplijnen met de praktijk? Kan de minister toezeggen daadwerkelijk te zorgen voor regie in de zorgketen, voor, tijdens en na de inzet? Dit is compleet het omgekeerde van wat de wet voorschrijft. Voorzitter, dan nog kort iets over kleinschalige missies. Daarover horen we dat militairen vooral afhankelijk zijn van hun commandant voor contact met het thuisfront. Ondersteuning komt geregeld pas op gang als de militairen daar zelf om vragen. Juist ook daarbij is structurele, proactieve begeleiding nodig, niet alleen voor de militair, maar ook voor het thuisfront, dat vaak in onzekerheid achterblijft. Dat kunnen we voorkomen door ook voor individuele uitzendingen standaard vooraf een bedrijfsmaatschappelijk werker of een geestelijk verzorger aan te stellen, die actief contact onderhouden en laagdrempelige ondersteuning bieden tijdens de inzet. Hoe kijkt de minister naar dat idee? Voorzitter. Dan een aantal overige punten van aandacht. Tijdens het rondetafelgesprek Veteranen vorige week werden we er als Kamer op geattendeerd dat de chroom-6-klokkenluiders zelf eigenlijk geen toegang hebben tot zorg. Graag zou ik de minister willen vragen dit toch nader te onderzoeken. Dan nog een punt. Twee jaar geleden is een initiatiefnota over PTSS bij geüniformeerde beroepen ingediend, onder anderen door de huidige staatssecretaris van Defensie. Ik ben benieuwd wat de status van dit initiatief is. Voorzitter. Ik eindig toch maar wel positief, want er gaat ook echt wel een hoop goed. De vele lokale initiatieven die er zijn, onderschrijven dat. Zo liep ik bijvoorbeeld laatst, een aantal weken terug, in het dorp waar ik ben opgegroeid, Oud-Beijerland, tegen een stand aan met een veteranenclub, namelijk de lokale veteranenstichting Veteranen Hoeksche Waard, die de ongeveer 400 veteranen die in de gemeente gehuisvest zijn, met evenementen met elkaar verbindt en kameraadschap in stand houdt. Dat vond ik heel tof om te zien. Daarom wil ik aan de minister vragen hoe de minister dit soort best practices breder gaat faciliteren. Zo staat het immers in de wet. Dank u wel, voorzitter.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik ben er helemaal voorstander van om vaker als Kamer gezamenlijk, van links tot rechts, goed op te lopen. Ik ben er zelf ook verbaasd over om dat op dit onderwerp met de PVV te mogen doen. Ik hoop dus dat we dat op andere onderwerpen ook met een meer menselijk aspect kunnen gaan doen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik ben natuurlijk heel blij om te horen dat de minister hiermee voortvarend aan de slag is. Toch heb ik hierover nog een vraag. In beleidstermen klinkt het ontzettend positief, maar we zien al tien jaar lang dat dingen vastlopen in de praktijk. Ik zou dan ook van de minister willen horen hoe zij gaat toetsen aan de praktijk of dit daadwerkelijk een verschil gaat maken. Hoe wordt de Kamer hierover geïnformeerd?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank voor de beantwoording. Het klinkt goed. Ik snap dat we een beetje vasthouden aan de beleidstermen. Dank aan de minister dat ze het boetekleed aantrekt wegens het te laat toesturen van de nota. Dat kan gebeuren, maar volgend jaar beter, alsjeblieft. Ik heb nog een vraag over de invaliditeitsbeoordeling. Het is goed dat de rubrieken, zoals dat geloof ik heet, met daarin de scoring worden verbeterd. Daardoor kan het percentage hoger uitvallen. Wat nou als in de praktijk blijkt dat de scoring nog steeds niet op een lijn zit met hoe de veteranen het zelf ervaren? Wat gaat er dan gebeuren? Gaan we dan wachten tot de volgende nota volgend jaar en het dan bespreken?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank voor de lange stilte. Ik was nog wel op zoek naar een antwoord op één vraag, namelijk wie eigenlijk de regie heeft voor de initiatieven rondom het thuisfront en met name ook het contact met het thuisfront, zodat zij hun eigen inbreng kunnen geven aan de afstemming.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik grijp mijn kans! Nou ja, wat een debat. Nu ben ik mijn vraag alweer kwijt; lekker handig. Dan moet ik hem wel snel hebben. Ja, ik heb 'm alweer. Op zich is het positief. Fijn ook dat er een voorbeeld wordt gegeven; dat maakt de verbeelding wat duidelijker. Ik heb toch nog een vraag over het laatste punt, over de regie wat loslaten bij de lokale of eigen initiatieven. In de wet staat immers wel dat het ook de taak is van het ministerie om dit proactief te faciliteren. Ik zou hierover dus toch willen doorvragen aan de minister: hoe gaat zij dat doen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Misschien is het een interruptie, maar er ontbrak eigenlijk nog een antwoord op een vraag, specifiek over dit onderwerp. Ik vroeg namelijk hoe het dan zit bij kleinschalige missies of zelfs individuele uitzendingen, waarbij er meestal pas als er iets gebeurt, contact wordt gezocht met de militair zelf dan wel het thuisfront. Mijn suggestie was om dat voorafgaand en proactief te doen, om ook aan individuele missies of uitzendingen een geestelijk verzorger of BMW te koppelen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank, voorzitter. Ik heb twee moties, dus ik ga heel snel praten.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Als ik nog tijd heb, wil ik hieraan graag toevoegen dat in de wet eigenlijk al heel veel staat, maar dat ik het toch noodzakelijk vond om deze moties in te dienen. Dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen.
Bron, video en gesprek →