Materieel
Bron, video en gesprek →
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank u wel, voorzitter. Als lucht- en ruimtevaartingenieur wil ik graag beginnen met een klein lesje geschiedenis van de luchtmacht. In 1913 vloog de luchtmacht al met hun eerste vliegtuig, de Brik, gemaakt door een Rotterdamse kaasboer en een luchtvaartpionier. Hoe Hollands wil je het hebben? Al kwamen er in de loop der tijd ook Britse, Franse en Amerikaanse systemen bij; het pioniersschap is altijd in ons DNA gebleven. Met Nederlandse sensoren, Nederlandse materialen en ook Nederlandse software doen wij internationaal mee aan de wereldtop. De eerste Nederlandse drone vloog al in 1955. In 2021 toonde de luchtmacht wederom pioniersschap met het lanceren van een eerste eigen satelliet, toepasselijk genaamd: de BRIK-II. Ook al gaat het maar om een satelliet ter grootte van slechts twee melkpakken, dit was een historisch groot moment voor de Nederlandse lucht- en ruimtevaartsector. Voorzitter. Een volgende grote doorbraak staat al voor de deur: de ontwikkeling van onbemenste jachtvliegtuigen. Defensie is in een Amerikaans ontwikkelprogramma gestapt. Vanuit operationeel perspectief begrijp ik dat best. Experts adviseren echter om breder te kijken en geven aan dat in de toekomst een mix van systemen wenselijk is. Het ontwikkelen van een dergelijke drone is bij uitstek iets waar de Nederlandse industrie goed in is. Laten we Nederlands pioniersschap daarom weer op de kaart zetten. Ik wil de staatssecretaris vragen: is hij het met me eens dat we weer groots moeten denken en zelf een onbemenst jachtvliegtuig moeten ontwikkelen? Ik overweeg hierover een motie in te dienen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik snap de vraag van collega Dassen. Nee, ik denk niet dat we daarmee moeten stoppen. Ik kan vanuit Defensie-perspectief begrijpen dat, om operationeel slagvaardig te blijven en te begrijpen hoe zo'n systeem in de toekomst voor ons gaat werken en wat de toegevoegde waarde is, we nu elke kans moeten aangrijpen om te leren wat dit betekent voor de operatie. Zoals de heer Dassen ook aangeeft, zijn er op dit moment geen Europese alternatieven. We moeten niet naïef zijn over leren hoe we in de toekomst slagvaardig blijven met dit soort systemen. We moeten niet wachten tot er iets is; daar moeten we zo snel mogelijk een kans voor aangrijpen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik deel die zorg zeker, vandaar mijn betoog om in te zetten op Nederlandse alternatieven. De tweede vraag is iets complexer. Kijk, ik ... Hoe moet ik dit uitleggen? Ik denk dat het belangrijk is om complementair te blijven aan wat er al loopt. Ik denk dat we dit als Nederland echt kunnen. Ik denk dat we hier snel in moeten stappen. Maar dat kan ook parallel. Daarom zou ik de heer Dassen willen vragen om met mij mee te doen in een voorstel om dit zo snel mogelijk op Nederlandse grond op te zetten en daarover een motie in te dienen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank u wel, voorzitter. Dan weer terug naar de ruimte. Die lijkt misschien ver, maar is cruciaal voor de slagvaardigheid van elke krijgsmacht. Dat geldt voor communicatie, navigatie en informatievoorziening. Dat zien we ook in Oekraïne, waar de afhankelijkheid van systemen als Starlink ook wel een kwetsbaarheid blootlegt. Gelukkig zien we Europese alternatieven opkomen. Wat mij betreft hoort Nederland daarbij aan kop. In woorden benoemt de Nederlandse overheid hier ook het belang van, maar in daden blijven we helaas achter. Al jaren investeren we minimaal in de ruimtevaartketen. Desalniettemin hebben we een ruimtevaartsector van wereldklasse. Moet je nagaan wat voor grootse dingen we kunnen bereiken als we hier wel meer in zouden investeren. Daarom vraag ik de staatssecretaris met welke moonshots hij dit Nederlandse pionierschap weer op de kaart gaat zetten. Ik heb wel wat ideeën. Voorzitter. Dan innovatie. In mijn laatste rol voor mijn Kamerlidmaatschap was ik verantwoordelijk voor het versnellen van innovatieprocessen van jaren naar weken. Dat lukte. Dat is goed nieuws. We hebben echt hele toffe projecten gedraaid, van counterdroneoplossingen naar vliegen zonder gps en autonomie. Technisch is echt alles mogelijk. Als techneut heb ik altijd geleerd om de eindgebruiker centraal te zetten. De militair, de soldaat, de vlieger of de marinier moet altijd centraal staan in onze innovaties, want innovatie zonder eindgebruiker belandt op de plank. Het is goed dat het kabinet werk maakt van de Defensie Innovatie Opschaling Autoriteit, maar is Defensie bereid om ook daadwerkelijk de launching customer van deze innovaties te worden? Kan de staatssecretaris toezeggen dat de eindgebruiker in iedere stap centraal zal staan? Is hij het met D66 eens dat we innovatie definiëren op basis van een operationeel effect en niet op basis van beleidstermen als "push" en "pull"? Voorzitter. Een paar overige punten van aandacht. Kan de staatssecretaris een update geven van de gereedheid van het materieel voor de medische keten? Wat is de status van de motie van het voormalig lid Boswijk — dat schijnt een aardige vent te zijn geweest! — over de aanbevelingen van het rapport van de IDEA-reservisten? Tot slot. Met deze moonshot geloof ik dat we zelf weer de regie kunnen pakken, van AI tot ruimtevaart. Wij bepalen aan welke maatschappelijke standaarden ons materieel voldoet. De toekomst van onze veiligheid ligt niet in afhankelijkheid, maar in ambitie. Laten we die ambitie weer de ruimte geven.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank aan de collega voor de vraag. Ik denk dat wij er vanuit de politiek een rol in kunnen hebben om die cultuur te veranderen. Daarom kwam ik in mijn betoog ook zelf met een paar suggesties voor moonshots. Ik wil juist entameren welke richting we op moeten gaan. Wij willen vanuit de politiek weer groots denken. We moeten niet Defensie blijven aankijken en bijvoorbeeld op het hele projectoverzicht gaan aanwijzen dat dit anders had gemoeten en dat dat niet goed is. Dan blijven we reactief. Ik denk dat wij als politiek een leiderschapsrol moeten pakken om de cultuur te veranderen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank aan de heer De Groot voor de vraag. Ik denk dat we daar inderdaad voorzichtig in moeten zijn, maar vanuit mijn eigen expertise kan ik dit soort voorbeelden natuurlijk beter aankaarten. Ik denk ook dat als we hierin als politiek minder leidend zouden zijn, Defensie dan met groeipijnen blijft kampen. Dat hebben we natuurlijk ook gezien in de terugkoppeling van de Algemene Rekenkamer. Er wordt bij Defensie heel hard gewerkt om te versnellen, op te schalen en meer te innoveren. Dat zien wij ook. Maar het is ook een systeem dat door jaren aan krimp heel erg tegen de eigen muren aan loopt. Ik denk dus dat we vanuit de politiek groter moeten denken om dat systeem te doorbreken.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Dank aan collega van Baarle voor zijn vraag. Ik sluit me helemaal aan bij de zorgen. Vanuit mijn fractie komen we daarom eerder met grotere doorbraken en het sturen op Europese alternatieven, om zo snel mogelijk die afhankelijkheid af te bouwen. Maar ik begrijp ook wel vanuit Defensie dat vandaag op morgen in één keer stoppen … Ik denk dat we niet moeten onderschatten hoe groot de verantwoordelijkheid is, om daarmee ook te zeggen dat wij zelf minder weerbaar zijn of dat onze militairen zichzelf minder goed kunnen verdedigen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik sluit me helemaal aan bij het ongemak van deze situatie. Het liefst zouden wij ook zien dat dat nu gewoon volledig anders is, maar, nogmaals, we moeten ook niet onderschatten wat de verantwoordelijkheid is om daarmee dus ook het besluit te nemen dat wijzelf onszelf niet kunnen verdedigen of dat onze militairen zichzelf minder goed kunnen verdedigen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Nee, zeker niet. Ik waardeer collega Piri ook, omdat we vaak samen hebben opgelopen om dit soort moties, voorstellen in te brengen. Nee, nee. Ik probeer alleen te benadrukken dat we niet van vandaag op morgen onafhankelijk zijn. Ik wil met name wat proactief sturen op dat we die onafhankelijkheid zo snel mogelijk afbouwen. Dat heb ik in mijn betoog ook met een aantal voorstellen geprobeerd aan te tonen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ja, ja. Daar sluit ik me helemaal bij aan. Ja, absoluut. Dat terugkomen van afhankelijkheden van partijen waar je liever onafhankelijk van wilt zijn, zie ik ook terugkomen, ook in het voorbeeld dat ik net noemde over de CCA's. Dan stappen we toch weer een Amerikaans ontwikkelprogramma in omdat dat er al is, omdat dat beter is. Dat moeten we doorbreken. Anders blijven we in zo'n zelfde situatie zitten, waarbij wij als Kamerleden alleen maar kunnen reageren met: dit had Europees gemoeten, maar het was er niet. Vandaar dat ik dat vanuit de politiek op een andere manier wil gaan aanjagen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik ben op zich blij dat mijn collega high energy lasersystemen benoemt. Ik heb daar in het verleden ook aan gewerkt. Ik geloof echt in de toegevoegde waarde van dat soort systemen voor onze verdediging. Toch maak ik me zorgen over de opmerking van collega Nanninga dat ze liever buiten de EU de samenwerking wil opzoeken, terwijl dit soort systemen, ook op operationeel gebied, nog in de kinderschoenen staan. De suggestie om zomaar in zee te gaan met een partij die daar zogenaamd al operationeel mee aan het testen is, lijkt me ontzettend gevaarlijk, zeker gezien de ethische en juridische aspecten. Hoe kijkt collega Nanninga hiernaar?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Maar u zegt dat we dan wel in zee moeten gaan met een Israëlisch bedrijf. Waarom zetten we niet in op Europese alternatieven?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Het valt mij op dat de modus operandi een beetje als volgt is: als wij vragen hebben over het sturen op Europese alternatieven om minder afhankelijk te worden, dan komen we weer heel snel in het hiaat "we gaan beleidsstukken schrijven en we komen met een brief en een briefing". Ik ben meer op zoek naar daden dan naar woorden. Volgens mij leven er ook gewoon al hele goede ideeën binnen Defensie en weten we eigenlijk prima waarop we zelf zouden moeten inzetten en sterk moeten zijn. Ik noemde in mijn betoog al eerder de moonshots. Gisteren gaf de staatssecretaris aan "joh, we gaan onafhankelijk worden van Palantir" en "dit is het plan, binnen twee jaar gaan we dat ook gewoon doen". Daar zou ik zelf veel meer interesse in hebben, want volgens mij weten jullie prima wat we daarop zouden kunnen gaan doen en liggen de plannen er al breed. Ga aan de slag!
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Ik kan het dan toch niet laten om hier ook nog even op in te gaan. Dit zijn inderdaad deels de moonshots waar ik naar op zoek ben, maar in mijn betoog doelde ik met name erop dat ze ook geïmplementeerd moeten worden. De technologieontwikkeling en onze kennisinstellingen zijn echt van wereldklasse. Het is heel top om daarop samen te gaan werken, dus absoluut geen kritiek daarop, maar besef wel dat industriebeleid en innovatiebeleid op dit moment twee gescheiden werelden zijn. De kennisinstellingen kunnen niet heel makkelijk met de industrie samenwerken. Het is heel mooi dat Defensie en TNO samen een project gaan doen, maar hoe zorgen we er ook voor dat de industrie daarop aanhaakt, dat het geïmplementeerd wordt en dat uiteindelijk de eindgebruiker ook daadwerkelijk een product in handen heeft en dat we niet onze technologie vervolgens weer gaan ophangen in toeleveringsketens van andere landen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Gezien de tijd twijfelde ik om dit nu in te brengen, maar ik doe het toch. Governance werd net ook genoemd. Ik ben blij dat collega Keijzer launching customership noemde; dat noemde ik eerder ook in mijn betoog. Ik heb een suggestie voor de staatssecretaris ten aanzien van governance. Zoals ik in mijn betoog zei, was ik in mijn laatste rol verantwoordelijk voor het versnellen van innovatieprocessen van jaren naar weken. Dat kan; het is allemaal gelukt. De truc daarvoor was als volgt. Ik zal het geheim van de chef hier verklappen: de eindgebruiker stond altijd centraal en industrie was in de lead. Dat mis ik soms toch nog in wat we nu allemaal aan het bespreken zijn. Defensie houdt toch wel heel erg de regie bij zich, wil zich de governance toch heel erg toe-eigenen. Ik denk dat het vertrouwen in de industrie echt een stuk sterker mag zijn. De staatssecretaris gaf het zelf ook al aan: dan gaan we een aan paar keer op onze bek, maar dat is prima. Ik heb liever dat we het tien keer proberen en dat er één heel groot succes uit komt dan dat we het helemaal niet doen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat de industrie een hele centrale rol gaat krijgen in de governance rondom een NADI, DARPA of whatever we het noemen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Jagtenberg (D66): Het is impliciet wel benoemd, maar ik had toch graag een concreter punt van de staatssecretaris gehad over de CCA's. Verder had ik nog een vraag over de status van de motie van het lid Boswijk. Ik denk dat die ook verwerkt zat in een aantal vragen over inkoop, maar de status van de motie is daarmee niet beantwoord.
Bron, video en gesprek →