Tweede cyclus van de Spreidingswet (CD d.d. 23/04)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Bart Van den Brink
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Van den Brink: Dank u wel, voorzitter. Dank ook dat ik hier de antwoorden kan geven op alle vragen en de moties. Laat ik dat in een tempo doen dat passend is bij deze dag, zoals u van ons vraagt. Dat doe ik door even in algemene zin te zeggen dat we natuurlijk een Spreidingswet hebben, waarin allerlei afspraken wettelijk zijn geborgd, waar we op dit moment uitvoering aan geven. De coalitie staat daar volledig achter. Als kabinet voeren wij wetten uit die we in dit land hebben aangenomen. Op die manier kan ik zo meteen heel veel moties best wel snel afdoen, omdat die namelijk allemaal zeggen dat we de wet niet moeten uitvoeren of op een andere wijze moeten uitvoeren. Dat geldt voor de motie op stuk nr. 3572. Die wil ik ontraden. Wij vinden de Spreidingswet een belangrijk instrument. Dat geldt voor de motie op stuk nr. 3573 …
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3573 ontraad ik, omdat die strijdig is met de doelstelling en de geest van de Spreidingswet om met elkaar in dit land eerlijk de opvanglocaties te verdelen.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: En de doelstelling.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Uiteindelijk is het altijd een afweging of je dingen, of je mogelijkheden uit de wet toepast, maar … Laat ik het zo zeggen: als je met elkaar een wet afspreekt waarin je ten doel stelt dat alle gemeenten op basis van een verdeelbesluit uitvoering geven aan het realiseren van opvang, en gemeenten daar niet eens toe bereid zijn, dan hoort het interbestuurlijk toezicht daarbij, waar u naar verwijst.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3574 wil ik ontraden vanwege de systematiek van de wet als het gaat over de verdeelbesluiten.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3575 vraagt of er op een regietafel een bod van nul gedaan kan worden. Dat doet vermoeden dat dit door alle gemeentes gedaan zou kunnen worden. Daarvan heb ik al vaker gezegd dat dit niet gaat vliegen omdat dit niet optelt. Tot nu toe is nul plus nul immers nog steeds nul. Ik ga deze motie ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ik mag vanaf deze plek best wel de context van een debat meewegen in hoe ik moties apprecieer. Dit kabinet hecht aan de uitvoering van de Spreidingswet. De moties die u hier voorstelt, worden allemaal op eenzelfde manier door u ingebracht, omdat u af wil van de Spreidingswet. U wil dat gemeenten niet meewerken aan de Spreidingswet. U wil dat gemeenten op allerlei manieren nul indienen. Dat is allemaal bij mekaar opgeteld het niet voldoen aan de Spreidingswet. Om die reden ontraad ik deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dat geldt ook voor de motie op stuk nr. 3576. Deze ontraad ik ook.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: O, sorry. Excuus.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Excuus. Dat is geheel kloppend. De motie op stuk nr. 3577 vraagt om de voorwaarden te formuleren waaronder de Spreidingswet in mijn ogen overbodig is geworden en ingetrokken kan worden. Onder verwijzing naar alle vorige moties: dat heeft hetzelfde doel, namelijk dat de opvang op orde is. En ja, wij hebben daar als kabinet een afspraak over gemaakt. In het debat dat we nu aan het voeren zijn is het zolang we … In de afgelopen periode zien we dat we juist bezig zijn om de opvang op orde te brengen. Maar daar zijn we echt nog niet. Ik ga daar dus pas toe over als die opvang op orde is. Daarom ontraad ik deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dat doe ik ook.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dan ontraad ik deze motie, omdat het kabinet de voorwaarden waaronder ze dit gaat doen in het coalitieakkoord heeft opgeschreven. Ik hoef dat daar niet aan toe te voegen.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dat is de motie van mevrouw Vondeling. Die vraagt, eigenlijk in lijn met de vorige motie, om geen enkele gemeente te dwingen om de Spreidingswet toe te passen. Die motie ontraad ik.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3579 vraagt om de Spreidingswet in te trekken. Die ontraad ik.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3580 vraagt om een aantal opengehouden locaties, die opengehouden worden vanwege onvoldoende opvangplekken, alsnog te sluiten. Die moet ik ontraden. Wij doen dat alleen in uitzonderlijke gevallen, omdat het op dit moment niet anders kan.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dank u wel, daar helpt u mij mee. Mevrouw Vondeling heeft mij ook nog gevraagd om te reageren op een mail die, denk ik, ergens is verschenen. De schorsing van tien minuten was net te kort om dat helemaal na te lopen. Ik wil u dus toezeggen dat ik daarop terug ga komen. Ik heb in het commissiedebat toegezegd om voor de zomer in een brief terug te komen op allerlei onderwerpen, dus ik zal in die brief ook hierop reageren.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3582 is van de heer Vermeer. Hij is hier niet meer, maar hij zou wel meeluisteren. De overlast door asielzoekers wordt jaarlijks cijfermatig inzichtelijk gemaakt door het WODC. Ik verwacht voor het zomerreces de zogeheten incidentenmonitor over 2025. Parallel daaraan publiceert COA jaarlijks de overlastcijfers per locatie op haar website. Dat biedt al enorm veel inzicht. Ik zou daarom de motie voor nu even als ontijdig willen appreciëren, of willen vragen om de motie aan te houden, zodat we dit kunnen hernemen nadat de incidentenmonitor is verschenen. Dat zou voor nu mijn reactie zijn.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3583 verzoekt de regering om een aantal best practices, zoals het initiatief Thuis in Oss, breder te verspreiden. Dat is altijd een goed idee, dus die ga ik oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Mevrouw Straatman vroeg nog of we het expertiseteam dat wij aan gemeenten aanbieden in situaties waarin zij tegen zaken aanlopen, ook aan gemeenten kunnen aanbieden waar wij genoodzaakt zijn om een locatie langer open te houden. Daar ben ik toe bereid. Ik zal daar in overleg met VNG mee aan de slag gaan. Dan kom ik op de motie op stuk nr. 3584. Daarin vragen mevrouw Westerveld en meneer Ceder mij om te onderzoeken of de rijksvastgoedlocaties ingezet kunnen worden, met name om de situatie waarin kinderen al zo lang in een crisisnoodopvang zitten te kunnen verlichten. Wij zijn blijvend in gesprek met het Rijksvastgoedbedrijf over de mogelijkheden. Op de korte termijn is dat echt nog voor de spoednoodopvang. Tegelijkertijd kunnen er vanuit gemeenten natuurlijk ook verzoeken komen of het op zo'n locatie kan. We gaan daar zeker over in gesprek. Om die reden kan ik deze motie oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3585 van de heer Russcher geef ik het oordeel ontraden, met verwijzing naar alle discussies hiervoor over moties.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Nee, ik ontraad de motie omdat er meerdere verzoeken in zitten die drempelwaarden zouden introduceren. Dat doet vermoeden alsof er een soort concreet getal aan te koppelen is. Dat is dit kabinet niet van plan, dus ik blijf bij ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dat is een motie van de heer Ceder en de heer Van Dijk over religieus gemotiveerd geweld. Ik heb zeker sympathie voor de strekking van de motie. Tegelijkertijd is dit wel echt iets aan de strafrechtketenkant. Ik moet dus overleggen over misdrijven op COA-locaties met een discriminatoir oogmerk, zoals misdrijven die zijn gericht tegen iemands levensovertuiging, en dat inzichtelijker kunnen krijgen om uw Kamer daarover te informeren. Mocht daaruit blijken dat de strafrechtketen dit nog niet eenduidig registreert en daarover niet kan rapporteren, dan wil ik er wel voor waken dat dit aan het COA wordt gevraagd. Het COA moet dan namelijk gaan beoordelen of hiervan sprake is. Dan gaat het ook om een juridische vraag, namelijk of er sprake is van religieus gemotiveerd geweld en of dat een strafbaar feit is. Dat is niet aan het COA. Als ik dit langs deze lijn verder uit kan zoeken, kan ik de motie oordeel Kamer geven.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dan de laatste motie, de motie op stuk nr. 3587 van de heer Ceder. Die vraagt om het meewegen van situaties waarin COA-locaties langer open worden gehouden in de toekomstige afspraken over opvangcapaciteit aan de regionale regietafels. Daarmee geeft de heer Ceder ook wel aan dat er echt sprake is van uitzonderlijke omstandigheden. We voeren de Spreidingswet namelijk uit, en tegelijkertijd zitten we in een flinke tekortsituatie waarin we proberen te handelen met de mogelijkheden die we hebben. In de techniek van de Spreidingswet en hoe die in elkaar zit, krijg ik dit niet ingebracht. Maar het is natuurlijk wel een terecht punt dat dit aan de PRT's moet worden besproken. Dat zal ook worden besproken. Ik wil 'm wat betreft de techniek ontraden, want ik kan het niet inpassen. Laat ik het volgende zeggen. Ik kom zelf ook bij alle PRT's, want ik bezoek ze op dit moment allemaal. Dat zal daar zeker in worden besproken en daarbij worden betrokken. Ik vind 'm dus sympathiek, maar kan de techniek ervan niet omarmen.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ik ga dit samen met de ambtelijke ondersteuning die mij wordt geboden met deze serieusheid overbrengen aan de tafels van de PRT's, waar ik zelf langsga. Zou ik dan mogen vragen of u deze motie wilt aanhouden totdat ik daar bij het verdeelbesluit bij uw Kamer op terugkom? Dat is, denk ik, ook het moment om te beoordelen of er nog heel veel locaties zijn opengebleven. Dan kan ik wel het signaal afgeven, maar dan wegen we op dat moment opnieuw de situatie.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Dan heb ik nog één vraag van de heer Ceder te beantwoorden over de tewerkstellingsvergunning van mensen uit Iran. Hij maakt een vergelijking met Oekraïne, waar wel echt een totaal andere situatie is. De vraag of we daar op nationaliteitsniveau een uitzondering voor kunnen maken, hoort bij de collega van SZW. Ik zie niet zomaar hoe ik dat in de korte termijn die ik nu heb, moet doen. Ik wil ook voorkomen dat ik mezelf extra huiswerk opgeef voor iets waarvan ik al niet zo goed zie hoe het kan vliegen.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ik zal dit doorgeleiden naar de minister van SZW. Volgens mij is er ook nog een groot migratiedebat met hem voor de zomer. Dat lijkt me een plek om ernaar te vragen. Ik ga hem er in ieder geval over informeren dat die vraag daar mogelijk terug gaat komen.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ik vind het nooit fijn om voor een collega-minister iets toe te zeggen. Ik kan het vanuit mijn positie niet toezeggen en ook niet inpassen in het beleid zoals we dat voorstaan. Ik ga aan hem overbrengen dat deze vraag in de Kamer leeft.
Bron, video en gesprek →