Vreemdelingen- en asielbeleid (CD d.d. 11/06)
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Bart Van den Brink
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Minister Van den Brink: Dank u wel, voorzitter. Ik ga dat gewoon in volgorde doen en daarom heb ik soms een vraag samengepakt met een motie. Ik begin met de vraag van mevrouw Westerveld over het OVV-rapport. Wij nemen die analyse natuurlijk heel serieus. U wijst er terecht op dat het niet alleen een analyse van de afgelopen periode is, maar van een veel langere periode. Daarom heb ik ook gezegd dat ik alles op alles ga zetten. Met een aantal elementen kunnen we nu al aan de slag, bijvoorbeeld kijken naar de locaties waarover signalen binnenkomen. Daar zijn we al mee gestart, maar ik kom voor de begrotingsbehandeling met een reactie op het rapport. Daarin zal ik duidelijk maken hoe we daarmee omgaan. We zetten alles op alles, vandaag ook weer op het moment dat het gaat over een tekort aan opvangplekken. Daarbij wil ik ook nu weer benadrukken dat het niet alleen gaat om een kwantitatief vraagstuk, maar ook om een kwalitatief vraagstuk. We hebben namelijk gewoon reguliere opvangplekken nodig om ervoor te zorgen dat die 7.000 kinderen niet langer in de noodopvang hoeven te verblijven. U vroeg ook naar het Rijksvastgoedbedrijf. Dat is absoluut een van de gesprekspartners. Dus daar heb ik zeker uitvraag gedaan. Ik heb ook weleens aanbod gekregen, net zoals overigens van Defensie. Maar tegelijkertijd: op het moment dat we daarover in gesprek gaan met gemeentes, komen er ook wel weer obstakels op de weg. Dus we zullen waarschijnlijk in de komende week vast wel een keer een locatie openen op een Defensieterrein of op een Rijksvastgoedlocatie. Maar ja, het is nog steeds niet genoeg geweest om de situatie in Ter Apel op te vangen. Dat is ook de reden waarom er vanochtend weer nieuws over was. U vroeg in de eerste motie, de motie op stuk nr. 3635, om de situatie in Ter Apel wekelijks in beeld te brengen en dan name het aantal mensen dat dagelijks overdag en 's nachts buiten moeten verblijven. Ik heb zelf ook weleens nagedacht over hoe ik dat op een goede manier zou kunnen doen. U had die vraag namelijk ook al in het debat. Ik moet er wel bij zeggen: 's nachts buiten moeten verblijven, dat hebben we dit moment nog niet gehad. Er verblijven dus wel mensen buiten, maar dat is ook omdat mensen ervoor kiezen om buiten te verblijven. Maar dat is een appel-of-een-eidiscussie of kip-of-eidiscussie. Er zijn tot nu toe nachtopvanglocaties in voldoende mate aanwezig geweest, maar terecht wordt ervoor gewaarschuwd door het COA dat dat ook in de knel kan komen. Ik zit dus een beetje ... Ik kan het best in beeld brengen, want wekelijks zijn er gewoon cijfers over het aantal mensen dat in de noodopvanglocatie of op de locatie van het Rode Kruis verblijft, ook in de nachtopvang. Maar dat zegt dan weer niks over hoeveel mensen er misschien buiten hebben gestaan en hoe dat is verlopen. Dus ... En "elke week" vind ik ook wel een beetje gek. Dus laat ik nou eerst eens proberen om voor de begroting even goed in beeld te brengen wat er de afgelopen week is gebeurd, want we hebben daar echt wel cijfers over. Dan kunnen we met elkaar vaststellen welke frequentie we daaraan kunnen geven. U heeft er echt ook recht op, denk ik, om mij te controleren en hoe dit verloopt. Dan breng ik het eerst eens even in beeld bij de begroting. Daarmee ontraad ik de motie onder toezegging dat ik er bij de begroting op terugkom.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ja.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3636 brengt allerlei zaken bij elkaar die niet zozeer direct met elkaar te maken hebben. Ja, er ligt een uitspraak over de Oekraïners. Ik denk dat we zo meteen in het volgende debat daar ook nog over komen te spreken. Die uitspraak heeft op zich geen effect op de opvang. Die heeft wel effect op het hele asielstelsel. Dus ja, dat zie ik zeker, maar dat zijn wel twee losse zaken. Deze motie ontraad ik dus. Daarnaast nemen wij nog steeds allerlei maatregelen. Zo heeft u vandaag mijn wet terugkeerfrustreerders al kunnen — hoe noem je dat? — beschouwen, kunnen lezen. Volgende week sta ik in de Eerste Kamer met de Wet terugkeer. Er is dus nog steeds van alles in beweging.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: We hebben daar al vaak over gediscussieerd. We hebben daarmee bedoeld te zeggen dat als die instroom enorm toeneemt vanwege een conflict of om welke reden dan ook, dat het moment is om daarover te spreken. Ik ontraad dus deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3637 verzoekt de regering om allerlei zaken te versnellen ten aanzien van Syrië. Ik heb daarover al heel vaak aan u toegelicht wat het proces is. Dat moet eerst volgens een ambtsbericht. Daarbij wil ik er ook op wijzen — dat is eigenlijk in lijn met de motie hiervoor — dat de IND het pact uitvoert. De IND heeft een hele grote stapel aan openstaande aanvragen, waaronder heel veel Syrische aanvragen. Die hebben echt prioriteit. Het aantal beslismedewerkers is natuurlijk niet oneindig. Die worden dus ingezet voor het afdoen van de aanvragen onder het pact en de openstaande oude aanvragen, waaronder een hele grote groep Syriërs. Dat wil ik dus ook in de context van deze vraag nog even benadrukken: daarin zijn er geen oneindige mogelijkheden.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ontraden.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De frequentie van het landenbeleid is volgens mij in lijn met eerdere frequenties, ook onder de vorige kabinetten, ook in de geïntensiveerde vorm zoals we dat nu doen. Over herbeoordelen. Laat ik het zo zeggen: alles kan, maar je moet wel ergens prioriteit aan geven. We hebben eerst prioriteit gegeven aan het pact en prioriteit gegeven aan de openstaande oude aanvragen waaronder meer dan 10.000 Syrische aanvragen. Dat zijn de prioriteiten waar het kabinet nu voor heeft gekozen.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3638 is de motie van de heer Boomsma. Die vraagt een onderzoek om iets in beeld te brengen. Die ziet in op gezinshereniging zoals dat in Noorwegen wordt gedaan. Daar ben ik ook in geïnteresseerd. Ik geef die motie dus oordeel Kamer. Wij brengen dat in beeld en daarna breng ik dat naar uw Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3639 is van de heer Ellian. Die heeft vrij precies weten te formuleren wat nodig is om iets te doen aan de overlastproblematiek op die lijn van Arriva. We gaan dus met deze motie aan de slag en daarom krijgt die oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De motie op stuk nr. 3640 van de heer Diederik van Dijk vraagt naar — dat is een onderdeel waar hij vaker bij stil heeft gestaan — AI en IND. Wij gaan dat in kaart brengen, ook om te kijken waar je dan tegenaan loopt en welke wettelijke belemmeringen er zijn. Dan kan ik dat bij u in de Kamer brengen en dan gaan we er vast het debat over voeren hoe je er daarna mee om moet gaan. De motie op stuk nr. 3640 krijgt dus oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3641 gaat over de herziening van de eigen bijdrage voor werkende asielzoekers. Ik geef de motie oordeel Kamer, omdat het een verkenning is en ik in die zin altijd best bereid ben om dingen te onderzoeken. Ik ga er wel op een wijze mee om dat het hele idee van sneller en meer werk daardoor niet wordt belemmerd. De aansluiting bij de werkelijke opvangkosten is niet 100%, want dat gaat niet vliegen. Het vergt ook overleg met mijn collega van Werk en Participatie. Op deze manier krijgt de motie oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Voorafgaand aan de motie op stuk nr. 3642 kom ik bij twee vragen over de aangenomen motie over het Syriëbeleid. Ik heb mij daar in het weekeinde weer helemaal in verdiept, op basis van alle informatie die ik had. Ik weet dat er nog wat afstemming nodig is, maar hij komt uw kant op. Hij is bijna gereed en ik kan u toezeggen dat hij voor het herfstreces in de Kamer ligt. In antwoord op de jezidivraag: ik verwacht dit jaar nog een ambtsbericht over Irak vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken. Op basis dit nieuwe ambtsbericht zal het beleid ten aanzien van jezidi's uit Irak opnieuw worden beoordeeld. Daarmee kom ik naar uw Kamer. Het is goed om bij dit soort vragen nog even te benadrukken dat het uiteindelijk altijd een individuele afweging is. De individuele omstandigheden van iemand in nood worden door de IND gewogen. Het ambtsbericht is in die zin helpend om tot een oordeel te komen. Motie op stuk nr. 3642 van de heer Vermeer probeert de Spreidingswet op een andere manier op de escalatieladder onder te brengen. De Spreidingswet houdt al rekening met de grootte van gemeenten en met allerlei andere zaken die daarin verdisconteerd zijn, zoals de verdeling van het aantal mensen met een sociale score. Ik ga deze motie ontraden. We krijgen alles in beeld door dat escalatiegesprek, maar niet zo gestuurd zoals de heer Vermeer het voorstelt.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: De heer Van Asten heeft mij bij herhaling verzocht nog meer scherpte aan te brengen. Hij doet dat met de motie op stuk nr. 3643 nog wat meer. Wij gaan daar op deze manier uitvoering aan geven en daarom geef ik de motie oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3644 van mevrouw Straatman gaat over de strafonderbreking. Ik weet dat een aantal collega's binnenkort in Duitsland een gesprek gaan voeren over hoe het er daar aan toe gaat. Dan kunnen wij het vergelijken met hoe wij dat in Nederland doen. Ik ga dat in beeld brengen en met uw Kamer delen. De motie krijgt daarom oordeel Kamer.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3645 ontraad ik onder verwijzing naar het eerdere debat en de toelichting van net over de route die we over Syrië doorlopen. Dat doen we op basis van het ambtsbericht en daarom ontraad ik deze motie.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3646 vraagt om een aantal dingen uiteen te zetten over gedwongen terugkeer naar Syrië. Ik ga eerlijk zijn over hoe ik het eigenlijk wil doen. Alles wat we op dit vlak doen, is diplomatiek. Met landen waarmee je gedwongen terugkeer wilt realiseren, doe je dat zo vaak en zo veel mogelijk met de deur dicht om tot afspraken te komen. Alles wat ik daarover tussentijds op papier ga zetten, is niet helpend. Om die reden ontraad ik de motie. Ik ga u wel toezeggen dat ik u op de hoogte ga houden van ontwikkelingen die dat dichterbij brengen en waarover ik wel kan communiceren.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Ja. Motie op stuk nr. 3647 van mevrouw Vondeling ontraad ik onder verwijzing naar het debat dat wij hierover al heel vaak hebben gehad.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Motie op stuk nr. 3648 gaat over hetzelfde vraagstuk als net bij Syrië en die ontraad ik ook om die reden.
Bron, video en gesprek →Minister Van den Brink: Op trede drie is de escalatie de feitelijke constatering dat ze tot nu toe niks aan asielopvang hebben geleverd. Daarover gaan we het gesprek aan. Daar kunnen al deze elementen in worden meegewogen. Maar ik kan niet, zoals aan het einde van de motie wordt gezegd, zeggen dat we niet tot escalatie overgaan wanneer de veiligheid en de basisvoorzieningen onvoldoende kunnen worden gewaarborgd. In alle gevallen brengen wij met gemeentes in beeld wat er nodig is om asielopvang te realiseren, maar in die hele escalatie is geen rangschikking van allerlei elementen die hier worden genoemd. Ik ga me daar niet aan binden, behalve dat ik het serieuze gesprek met de gemeente ga voeren. Ik ontraad deze motie.
Bron, video en gesprek →