Wijziging van Boek 2 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten met het oog op het aanpassen van de regels inzake de digitale algemene vergadering van rechtspersonen en de regels voor digitale oproeping voor de algemene vergadering (Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen) (36489)
Bron, video en gesprek →Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Dank, voorzitter. Na dit betoog van de heer Sneller kan ik mijn tekst met een paar minuten inkorten, want ik ben het eigenlijk met alles wat hij zei eens. Dat is niet altijd, hoor, maar bij dit wetsvoorstel wel. We bespreken vandaag de Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen, die ik voor het gemak even de "wet digitale aandeelhoudersvergadering" zal noemen. Op het eerste gezicht zou je zeggen, in 2025: wie kan nou tegen digitaal vergaderen zijn? Toch is mijn fractie nog niet overtuigd van dit wetsvoorstel. Ik zal zo langslopen waar onze grote twijfels zitten. Zoals collega Sneller al aankondigde, hebben we daarom twee amendementen met hem ingediend. Deze wegen voor ons zwaar bij het eindoordeel over het wetsvoorstel. Ons belangrijkste bezwaar tegen een volledig digitale aandeelhoudersvergadering is dat het lastiger wordt voor de aandeelhouders om het bestuur kritisch te kunnen bevragen en controleren. Zeker bij grote kwesties als klimaat, milieu, mensenrechten en arbeidsvoorwaarden, waar we nu nog veel te vaak misstanden zien, vinden wij het van groot belang dat de drempel zo laag mogelijk is en de inspraak daarmee zo goed mogelijk wordt gefaciliteerd, dat er interactie is tussen aandeelhouders en het bestuur, en dat het bestuur kritisch kan worden ondervraagd. Het gaat namelijk om grote, belangrijke beslissingen: jaarverslagen, benoemingen van bestuurders, wijzigingen in het beloningsbeleid et cetera. Daarom vindt mijn fractie, net als de Vereniging van Effectenbezitters maar ook Eumedion, dat jaarvergaderingen in principe gewoon een fysieke component moeten hebben; uiteraard, zoals de heer Sneller ook zei, noodsituaties uitgezonderd. Natuurlijk is het fijn en handig als mensen ook digitaal kunnen meedoen, maar het een sluit het ander niet uit. Een hybride vergadering combineert wat ons betreft het beste van twee werelden en is nu ook al mogelijk. Of, zoals de Tweede Kamer het zelf heeft verwoord: fysiek vergaderen moet het uitgangspunt zijn, omdat dat de beste waarborg biedt voor de kwaliteit van het democratische besluitvormingsproces. Ons tweede bezwaar tegen het huidige wetsvoorstel gaat over mensen die digitaal minder vaardig zijn. Onze zorgen zijn dat deze mensen straks buitengesloten dreigen te worden zodra vergaderingen volledig digitaal zijn. Ook de Raad van State betwijfelt of de belangen van deze groep wel voldoende zijn gewaarborgd, want we hebben het over een grote groep mensen. Volgens het kabinet zelf beschikt een op de vijf Nederlanders over onvoldoende digitale basisvaardigheden. Het kabinet zegt over deze groep: we doen als overheid al heel veel om voldoende vaardigheden te trainen en het bestuur dient zelf inspanningen te verrichten om alle leden in staat te stellen om deel te nemen. Mijn vraag is wel: is dit nou genoeg? Hoe ver reikt deze inspanningsverplichting? Wat valt er wel onder, wat valt er niet onder? Kan de staatssecretaris een concreet voorbeeld geven, zowel als het gaat om een vereniging met leden, dus kleinschalig, maar ook om bijvoorbeeld een beursgenoteerde vennootschap met aandeelhouders? Ik maak me zorgen of dit nu genoeg gewaarborgd is voor deze groep mensen. Ons derde bezwaar gaat over de situatie dat een meerderheidsaandeelhouder te makkelijk kan beslissen om zelf de statuten te wijzigen en daarmee tegenspraak van minderheidsaandeelhouders lastiger maakt. Daarom heeft mijn fractie, samen met de heer Sneller, gezegd: de drempel moet omhoog. We zijn inderdaad niet getrouwd met een precisiepercentage, maar we denken dat 50% te laag is. Wij zien dat er een groter draagvlak nodig moet zijn bij aandeelhouders om een vergadering volledig digitaal te maken. Graag een reactie van de staatssecretaris. Tot slot. Wij vinden dus dat de drempel omhoog moet als het gaat om jaarlijkse aandeelhoudersvergaderingen. Tegelijkertijd zien we ook dat de drempel bij noodsituaties, bijvoorbeeld bij een pandemie, juist omlaag zou moeten. Daarom wil ik met mijn tweede amendement ervoor zorgen dat, ook als er nog geen statutaire wijziging is, in noodgevallen een digitale vergadering wel mogelijk is. Ik kijk uit naar de appreciatie van de amendementen en ik hoop dat wij er vandaag als Kamer voor kunnen zorgen dat besturen op een laagdrempelige, fysieke manier kritisch bevraagd kunnen blijven worden, want er is nog meer dan genoeg werk aan de winkel, zeker als het gaat om klimaat, milieu en mensenrechten. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Dat is het voordeel van samen een amendement indienen. Ik heb namelijk nog een paar interrupties over.
Bron, video en gesprek →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Zes? Nou, we gaan eens kijken hoever ik daarmee kom. NSC zegt terecht: er zit nog een tekortkoming in dit wetsvoorstel. Dan is mijn vraag: komt NSC hiervoor zelf met een amendement of motie? Hoe gaan we deze tekortkoming vandaag samen oplossen?
Bron, video en gesprek →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Op zich maakt het mij niet uit of de Kamer of het kabinet het doet, maar ik denk wel dat we de gedeelde wens hebben dat tekortkomingen moeten worden opgelost. In de inbreng van NSC las ik veel terechte kritische kanttekeningen, ook over de kwaliteit van de besluitvorming, die zou gaan leiden onder digitaal vergaderen, en over digitaal minder vaardigen. Eigenlijk zie ik heel veel aanknopingspunten waarvan ik denk: hé, hier is het amendement van de heer Sneller een perfecte oplossing voor. Ik hoor dus toch graag iets meer reflectie op het eerste amendement, dus niet dat over de noodsituaties, maar het eerste amendement, om de hybride vergadering meer als norm te houden, in plaats van alles volledig digitaal te maken.
Bron, video en gesprek →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Dan bewaar ik de interruptie voor de tweede termijn, als we hebben gehoord wat het kabinet ervan vindt.
Bron, video en gesprek →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Even aanhakend bij dit voorbeeld. Als een individu vraagt — u noemt zelf een gepensioneerde die niet digitaal vaardig is — om een fysieke vergadering, maar de meerderheid dat gewoon tegenhoudt door te zeggen "nee, het moet digitaal", dan klopt het toch dat die burger door deze wet straks gewoon wordt buitengesloten van de vergadering? Dat is toch het geval als de meerderheid zegt: we willen het wel gewoon digitaal houden?
Bron, video en gesprek →De heer Stultiens (GroenLinks-PvdA): Steun is ook fijn, maar het ging specifiek om dit geval. Het lijkt straks alsof je als individu kunt vragen om het fysiek te doen. Maar mijn angst is — ik stel die vraag inderdaad aan het kabinet — dat je als individu zegt dat je het fysiek wilt houden, maar gewoon wordt weggestemd door de rest. In het voorbeeld dat u noemt, heb je in dat straatje of in die Signalgroep een paar mensen die gewoon niet meer mee kunnen doen. Dat is mijn zorg bij deze wet.
Bron, video en gesprek →