KamerkringInloggen
Sarath Hamstra

Officieel Kamerprofiel

Sarath Hamstra

CDA →
27debatten
199bijdragen
99interrupties
32.285woorden in uitspraken

Uitspraken in het geselecteerde debat

Open het volledige debat en de tijdlijn →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): Ik hoorde de heer Claassen net "normaal gedrag" zeggen. Als het gaat over de jeugdzorg, waar ze van 1 op de 27 kinderen naar 1 op de 7 kinderen gaan, gaat het ook vaak over hoe breed de norm is van wat normaal gevonden wordt. Wat vindt de heer Claassen dan normaal gedrag? Hoe ziet hij dat?

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): Een kind dat in de gang chocomel wil, hoeft inderdaad geen jeugdzorg. Dat zijn we volgens mij met elkaar eens. Ik ben jeugdzorgwoordvoerder. Een van de problemen waar we in de jeugdzorg tegen aanlopen, is dat die norm zo beperkt is. Dat is ook een van de redenen — ik kom daar in mijn termijn ook op terug — waarom inclusief onderwijs zo'n goed idee is. Misschien kunnen we daar straks nog even verder over doorpraten. Dat is voor ons de reden om hier wel achter te staan.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

De heer Hamstra (CDA): Ja, en tlv is: toelaatbaarheidsverklaring. Voorzitter. Het maakt uit waar je wieg staat. Dat geldt helaas voor veel zaken in het leven. Het maakt bijvoorbeeld uit of de plek waar je woont een vochtig huis vol schimmel is of dat het een warme, comfortabele woning is. Het maakt uit of dat in een wijk staat waar veel criminaliteit is of in een veilige buurt waar ouders elkaar kennen. Hetzelfde geldt voor de kwaliteiten die je hebt meegekregen. Het ene kind functioneert nu eenmaal makkelijker in het schoolsysteem zoals we dat bedacht hebben dan het andere. Het CDA vindt het belangrijk dat kinderen kansrijk kunnen opgroeien, ongeacht waar je wieg staat en ongeacht de kwaliteiten en de talenten die je hebt meegekregen. Juist daarom zijn passend onderwijs en nu inclusief onderwijs zo belangrijk. Vandaag wil ik het over drie onderwerpen hebben: inclusief onderwijs, zorg in onderwijstijd en leerlingenvervoer. Laat ik bij inclusief onderwijs beginnen. Het doel dat gesteld is, is dat uiterlijk in 2035 zo veel mogelijk scholen die funderend onderwijs geven, inclusieve scholen zijn. Die ambitie is mooi, maar de praktijk is weerbarstig. Kinderen en ouders lopen vast door trage uitvoering, onduidelijke regie en verschillen tussen regio's en samenwerkingsverbanden. De onderwijsinspectie concludeerde vorig jaar al dat 7 van de 28 onderzochte samenwerkingsverbanden een onvoldoende scoren. Een probleem was het ontbreken van een dekkend aanbod en passend onderwijs. Als het gaat om thuiszitters: we hebben het al gehad over de 70.000 kinderen die langer dan drie maanden thuiszitten en over de meer dan 280.000 kinderen die geen volwaardig onderwijs krijgen. Ik weet dat het ministerie cijfers heeft die lager zijn, maar ook die laten een stijging zien van het aantal kinderen dat kortere of langere tijd thuiszit. Zijn zij voldoende in beeld, is mijn vraag aan de staatssecretaris. Ik heb een vraag aan de minister over de wet reikwijdte. Daarin staat dat er een wederzijdse plicht voor gemeenten en scholen moet zijn om samen te werken en afspraken te maken. Maar in hoeverre gaat dit concreet bijdragen aan het verlagen van het aantal thuiszitters? Het voorstel van de staatssecretaris, of eigenlijk moet ik zeggen van de minister, is een langetermijnoplossing. Mijn vraag is: wat is de kortetermijnoplossing? De kern is dat veel kinderen nog steeds tussen systeem en uitvoering vallen, terwijl het beeld is dat het nieuw papier oplevert en te weinig werkbare verbetering voor leerlingen, ouders en leraren. De inzet moet daarom verschuiven van een discussie over van systeem naar uitvoering gaan. Wie levert wanneer een merkbaar resultaat voor kind, ouder en school? De staatssecretaris kiest voor een gefaseerde aanpak, met elke drie jaar een ijkmoment. Daar zijn wij voorstander van. Ik denk dat dat verstandig is. Maar denkt de staatssecretaris dat zij tussentijds voldoende kan bijsturen? Welk instrumentarium heeft zij in haar gereedschapskist zitten om bij te kunnen sturen? Voorzitter. Dan zorg in onderwijstijd.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

De heer Hamstra (CDA): Dan ga ik ook een extra lang antwoord geven. Waar het volgens mij om gaat, is dat de randvoorwaarden goed op orde moeten zijn. Dat hoorde ik meerdere collega's ook aangeven; daar ben ik helemaal voorstander van. Als je dat niet hebt, dan ben je iets aan het invoeren wat op papier mooi klinkt, zonder dat je de consequenties daarvan goed kan doorleven. Maar doe het ook vooral samen. Er wordt vaak gewezen naar de mensen, aan wat voor mij de linkerkant is, die er verstand van hebben, zeg ik dan maar eventjes. Als dat onvoldoende gebeurt, dan gaat het gewoon niet werken. Dat geldt niet alleen voor passend of inclusief onderwijs; dat geldt voor heel veel onderwerpen die we hier in deze Kamer bespreken. Dat is, denk ik, een van de lessen die we zouden moeten trekken. Dat lees ik ook wel terug in de brief van de staatssecretaris. Dat is een van de rollen die wij als Kamer kunnen oppakken in het kader van monitoring.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

De heer Hamstra (CDA): Dat ga ik doen, voorzitter. Ik was gebleven bij zorg in onderwijstijd. Er zijn genoeg leerlingen, zeker in het speciaal onderwijs, die zorg nodig hebben en die ook krijgen. Zorg en onderwijs zijn vaak gescheiden werelden met gescheiden beleid en gescheiden financieringsstromen. Maar het is hetzelfde kind. Twee weken geleden was ik, samen met collega Raijer, bij onderwijsgroep Leijpark in Tilburg. Daar geven ze een prachtig voorbeeld van hoe zorg in onderwijstijd gegeven kan worden. Ze namen ons ook mee in de uitdagingen, bijvoorbeeld waar het gaat om de bekostiging, die bestaat uit de stapeling van regelingen: de bekostiging vanuit OCW, de drie verschillende toelaatbaarheidsverklaringen vanuit de samenwerkingsverbanden en daarbovenop de middelen via jeugdzorg of Wlz. Kortom, dit systeem vraagt om bureaucratie om uitgevoerd te worden. Dan heb ik het nog niet eens over de perverse prikkels, bijvoorbeeld om een lagere tlv te geven die minder kost. Er zit daar gewoon een incentive in. De voorgestelde aanpak waarover ik teruglees, wil van het individu naar het collectief en wil dat knelpunten binnen stelsels worden opgelost via brede en specifieke bestuurlijke afspraken. Dan heb je het over inkoop, financiering, verantwoording en organisatie. Maar waarom denkt de staatssecretaris dat dit nu wel kan werken? Hoe worden ouders en de vertegenwoordiging van ouders betrokken bij het maken van dergelijke bestuurlijke afspraken over zorg in het onderwijs? Wordt er naast met de onderwijsinstellingen ook echt met hen samengewerkt? Voorzitter. Tot slot ten aanzien van dit punt: hoe wordt geborgd dat er voldoende pgb voor zorg thuis overblijft bij een collectieve inzet op school, bijvoorbeeld voor de momenten dat een kind om verschillende redenen niet naar school kan? Graag een reactie van de staatssecretaris hierop. Voorzitter. Het laatste punt dat ik wil maken, gaat over leerlingenvervoer. Leerlingen moeten tenslotte ook naar school. Als wethouder ben ik verantwoordelijk geweest voor de uitvoering. Ik ken de schrijnende verhalen van de radeloze ouders: geen vaste chauffeurs, waardoor er elke week een ander gezicht voor de deur stond, chauffeurs die niet kwamen opdagen, en ritten die veel te lang duurden, waardoor kinderen in hun broek plasten, te laat aankwamen op school of, nog erger, veel te vroeg kwamen, waardoor er van warme overdracht zeker geen sprake was. Vorige week overhandigde de gemeente Katwijk ons namens de alliantie een petitie met een aantal aanbevelingen. Volgens de alliantie staat passend onderwijs ernstig onder druk. De aanhoudende problemen schaden het welzijn, de ontwikkeling en de onderwijskansen van kwetsbare leerlingen. Staatssecretaris Becking heeft een landelijke werkagenda voor het leerlingenvervoer opgesteld. Dat is een stapje, maar verandert dat nu wat aan de praktijk? De alliantie komt met stappen die verder gaan dan de werkagenda van staatssecretaris Becking. Ik noem drie aanbevelingen. Eén: maak van leerlingenvervoer een publieke randvoorwaarde voor het leerrecht. Twee: stel landelijke minimumnormen vast, bijvoorbeeld maximale reistijden en normen voor veiligheid, begeleiding, continuïteit van chauffeurs en klachtenafhandeling. Drie: stop aanbestedingen die alleen sturen op prijs. Welke aanbevelingen kan de staatssecretaris overnemen? Daar hoor ik graag een reactie op. Voorzitter, dank u wel.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

De heer Hamstra (CDA): Het antwoord is: ja, zeker. Ik noem bijvoorbeeld de landelijke minimumnormen. We zien gewoon dat we in 2014-2015 heel veel zaken gedecentraliseerd hebben en dat we daar nu op terugkomen. Neem de minimumregelingen of jeugdzorg: waar je wieg heeft gestaan of waar je woont, maakt uit voor wat voor zorg of ondersteuning je krijgt. Dat kan natuurlijk niet! Ik heb van dichtbij meegemaakt wat er gebeurt als je bij een aanbesteding alleen maar stuurt op prijs: goedkoop is duurkoop. Uiteindelijk komt daar zo veel ongein achter weg; dat moet je niet willen. Wij kunnen dus met heel veel aanbevelingen uit de voeten. Ik ben wel benieuwd wat de reactie van de staatssecretaris is met betrekking tot de consequenties die dat met zich meebrengt.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

De heer Hamstra (CDA): Ik had de vraag verwacht. Ik snap die ook heel goed. Het antwoord is: ja. De vraag die hier altijd mee gepaard gaat, is waar we dat dan mee dekken. Ik kan nu niet overzien wat dat betekent en wat we dan bijvoorbeeld niet meer kunnen doen. Dat gesprek ga ik dus wel graag met u en met andere collega's aan. Het tekort aan chauffeurs is een van de grootste problemen. Er is natuurlijk nog steeds een krappe arbeidsmarkt. We hebben niet een blik dat we kunnen opentrekken en waar in één keer zoveel chauffeurs uit kunnen komen, maar daar kun je wel beleid op maken. Daar denk ik dus ook graag verder over mee.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): De transitie in de jeugdzorg van 2015 is een van de redenen geweest waarom we er nu mee te maken hebben dat een op de zeven kinderen in de jeugdzorg zit. Dat heeft ook een beetje te maken met het feit dat aanbod vraag creëert. In hoeverre denkt dat heer Van Houwelingen dat het de oplossing is als we nu wel gaan investeren in speciaal onderwijs, waar nu al wachtlijsten zijn en waar de druk nu al gevoeld wordt, en dat we, als we die weg inslaan, dan niet over vijf of tien jaar dezelfde discussie voeren, van: hé, het heeft toch niet gewerkt, want de druk is te hoog en het systeem is niet houdbaar?

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): De vraag over het dekkend aanbod die ik had, is inmiddels beantwoord. Ik had in aanvulling op wat mevrouw Beckerman zei nog wel een vraag over dat zogenoemde rommelpotje, dus over onorthodoxe methoden die we op deze manier, via het samenwerkingsverband, moeten financieren en over de doelmatigheid van de bestedingen. Zijn er op dit moment nog onorthodoxe methoden, om het even zo te noemen, die niet gefinancierd worden omdat het rommelpotje niet toereikend is?

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): Tot slot, voorzitter. Dat is wat mij betreft de essentie, want als die middelen inderdaad via het samenwerkingsverband beschikbaar gesteld worden en bij het samenwerkingsverband blijven liggen terwijl er nog onorthodoxe methoden zijn die een gebrek aan financiering hebben, dan hebben we volgens mij een probleem. Als die signalen bij u niet bekend zijn, is dat, denk ik, heel erg mooi. Als de signalen bij u bekend zijn, zou ik dat als Kamer wel graag van u horen.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): Het kan zijn dat ik het gemist heb, maar ik had in de eerste termijn een vraag gesteld over de gefaseerde aanpak en hoe we tussentijds kunnen bijsturen. Kunt u daar misschien nog op ingaan?

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Spreekbeurt

De heer Hamstra (CDA): Dank. Ook vanuit mijn kant dank aan beide bewindspersonen voor de beantwoording in eerste termijn. Ik heb een aantal punten. Mijn vraag over de aanbevelingen ten aanzien van het leerlingenvervoer is of de staatssecretaris hierop schriftelijk terug kan komen, wanneer zij een reactie heeft waar zij iets mee kan. Mijn eerste vraag is of zij daar schriftelijk op kan terugkomen. Dan de beantwoording van de minister ten aanzien van de Wet reikwijdte. Ik denk dat het goed is om de thuiszitterproblematiek deels te beleggen bij de sterke lokale teams. De vraag is natuurlijk automatisch wel altijd of de lokale teams daarvoor voldoende zijn toegerust. Daar zou ik in de tweede termijn graag nog een reactie op willen krijgen van de minister. Tot slot sluit ik me aan bij de voorstellen om dit debat frequenter te laten plaatsvinden, te beginnen met dit najaar. Daar sluit ik me volledig bij aan. Voorzitter, dank.

Bron, video en gesprek →
27 mei 2026 · Interruptie

De heer Hamstra (CDA): Even een verduidelijkingsvraag. Ik gaf in mijn eerste termijn een aantal aanbevelingen die in de petitie staan. Neemt u die daarin mee? Ja? Super. Top. Helemaal goed. Dank.

Bron, video en gesprek →