TWEEDE KAMER DER STATEN-GENERAAL 2 Vergaderjaar 2026-2027 36 918 Wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met de permanentmaking van die wet en enkele andere wijzigingen Nr. 10 AMENDEMENT VAN het lid MARTENS-AMERICA c.s. Ontvangen 5 oktober 2026 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I In artikel I vervalt onderdeel B. II In artikel I vervalt onderdeel C. Toelichting Op 30 januari 2026 werd het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ gepresenteerd. Hierin is afgesproken dat de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding (hierna: Twbmt) permanent wordt gemaakt. De huidige Twbmt maakt het in artikel 6 mogelijk dat bestuursorganen beschikkingen weigeren of intrekken als aanvragers in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of het ondersteunen daarvan, of als het ernstige gevaar bestaat dat beschikkingen worden gebruikt voor terroristische activiteiten. Het kan daarbij gaan om beschikkingen op aanvragen voor een subsidie, vergunning of ontheffing of erkenning. De noodzaak van deze bestuurlijke maatregel is net als de andere maatregelen in de Twbmt gelegen in de bescherming van de nationale veiligheid tegen gevaar dat met andere maatregelen, zoals het strafrecht, (nog) niet kan worden weggenomen. De bevoegdheid tot het intrekken en weigeren van subsidies is dan ook gericht op personen van wie een gevaar voor de nationale veiligheid uitgaat, maar wier gedragingen (nog) niet resulteren in strafbare feiten. In het wetsvoorstel van 20 maart 2026 wordt de bevoegdheid van artikel 6 Twbmt geschrapt, omdat er volgens het kabinet in de praktijk onvoldoende meerwaarde bestaat binnen het bestaande contraterrorisme-instrumentarium. De bevoegdheid is sinds de invoering van de wet nog niet toegepast. Indieners menen dat de tekst van het coalitieakkoord geen ruimte laat voor de interpretatie van het kabinet dat een deel van de Twbmt permanent wordt gemaakt en een ander deel niet. Daarom stellen de indieners via dit amendement voor het wetsvoorstel in lijn te brengen het coalitieakkoord. Daarnaast heeft het Nederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB) in zijn consultatiereactie gesteld de onderbouwing van het laten vervallen van artikel 6 Twbmt bijzonder matig te vinden. Het feit dat een bepaling in de praktijk niet is toegepast is geen gegronde reden om deze vervolgens te laten vervallen. Ook heeft het NGB hierbij opgemerkt dat tijdens de voorbereiding van de wetswijziging beter aansluiting gezocht had kunnen worden bij burgemeesters. Het NGB herkent zich niet in de stelling van het kabinet dat uit ‘gesprekken met veiligheidspartners’ blijkt dat behoud van de bevoegdheid niet noodzakelijk is. De noodzaak tot handhaving van artikel 6 Twbmt werd bij de verlenging van de wet (Kamerstukken II 2021/22, 35917, nr. 6) geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld. Als er subsidie wordt verstrekt voor een stichting die activiteiten organiseert voor de jeugd in een wijk met problemen met hangjongeren, en nadien blijkt dat (leden van) het bestuur van de stichting waaraan de subsidie is verleend, banden blijkt te hebben met een terroristische organisatie, zodat het ernstige gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden aangewend voor terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan, dan kan de bevoegdheid van artikel 6 worden ingezet. Ook het huidige kabinet erkent dat op voorhand geen garantie valt te geven dat een dergelijke situatie, ook al is deze hypothetisch, zich nooit voor kan doen.[voetnoot 1] Alleen al om die reden achten de indieners het onwenselijk dat de bevoegdheid zou komen te vervallen. Martens-America Straatman Diederik van Dijk Van der Plas Kamerstukken II 2025/26, 36918, nr. 7, p. 31.
Bron, video en gesprek →106debatten
1.343bijdragen
562interrupties
164.269woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·