Initiatiefnota van de leden Straatman, Mutluer en Mathlouti over de aanpak van PTSS bij geüniformeerde beroepen (36662)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank. Het leuke van een onderwerp als dit is dat over het algemeen de overgrote meerderheid het een keer met elkaar eens is. Daarom is de sfeer inhoudelijk en hebben we allemaal grotendeels dezelfde vragen. Ik hoop dat ik dubbelingen kan vermijden. Voorzitter. Voor mijn fractie is het belangrijk dat we goed zorgdragen voor mensen die dag en nacht klaarstaan voor onze veiligheid. De hulp bij PTSS zou niet afhankelijk moeten zijn van je beroepsgroep of je werkgever. Ook dat is al meerdere malen hier genoemd. Ook moet die hulp niet afhangen van de regio waar je werkt en of je beroeps of vrijwilliger bent. Daarom wil ik beginnen met grote complimenten aan de initiatiefnemers. Ik loop nu bijna drie jaar rond in deze Kamer. Het is heel makkelijk om ergens iets van te vinden, maar het is net wat meer werk om uiteindelijk zelf zo'n nota te gaan schrijven. Dus grote complimenten daarvoor, ook aan het team. We weten allemaal dat daarmee heel veel ondersteuning gepaard gaat. Mijn partij heeft eerder de motie van mevrouw Mutluer voor een nationaal PTSS-instituut meeondertekend omdat het wat ons betreft belangrijk is dat er wordt gewaarborgd dat de juiste hulp, kennis en expertise aanwezig zijn bij de behandeling van PTSS. Ik heb over deze nota nog wel een aantal vragen. Ik zal drie punten aanstippen. Eerst de preventie. Naast alle goede voorstellen voor behandeling en erkenning van PTSS is het belangrijk dat we ons inzetten om PTSS bij geüniformeerde beroepen te voorkomen. De politie maakt daarbij gebruik van een soort periodieke apk-keuring voor personeel. Ik ben benieuwd of we dit volgens de initiatiefnemers niet zouden moeten verbreden naar bijvoorbeeld andere geüniformeerde beroepen. Welke stappen zijn er volgens de initiatiefnemers nog te nemen bij de opleidingen van deze beroepen als je het hebt over preventie? Bij de Politieacademie wordt er bijvoorbeeld training gegeven om in stressvolle situaties de hartslag te verlagen en zo uiteindelijk eventueel PTSS te voorkomen. Kunnen we dit soort preventieve maatregelen ook niet bij opleidingen van andere geüniformeerde beroepen implementeren? Kunnen we de verschillende beroepsopleidingen hierbij uiteindelijk met elkaar in contact brengen om te zorgen dat zij van elkaar kunnen leren? Hoe kijken de indieners hiernaar? Maar wellicht ook: hoe kijkt de minister hiernaar? Zou hij hier nog een rol in kunnen spelen om dit nader tot elkaar te brengen? Voorzitter. Dan de cultuurverandering. Ik wil het graag hebben over iets essentieels wat ten grondslag ligt aan de bestrijding van PTSS, namelijk het creëren van een cultuur waarin agenten, brandweermensen, ambulancepersoneel, boa's, militairen en iedereen in een geüniformeerd beroep moet kunnen aangeven wanneer het niet goed gaat, zonder dat dit wordt gezien als een zwaktebod. Volgens mij zei mevrouw Coenradie dat ook al: wat als je nou niet bij je werkgever wil aankloppen; hoe gaan we daar uiteindelijk mee om? De werkdruk binnen deze beroepen is enorm. Dat weten we allemaal. Terwijl ingrijpende gebeurtenissen nog nauwelijks verwerkt zijn, dient zich vaak alweer de volgende melding aan. Met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel voor slachtoffers en nabestaanden is het natuurlijk ook lastig om zelf te verwerken. Het gaat om de mensen achter deze beroepen, die altijd doorgaan voor anderen, voor ons, ook wanneer eigen grenzen zijn bereikt. Ook daarom grote complimenten aan de indieners. Het laat zien dat dit een belangrijk onderwerp is. Leidinggevenden binnen organisaties spelen in mijn ogen uiteindelijk ook een sleutelrol. Zij kunnen afwijkend gedrag en mentale problemen tijdig signaleren en bespreekbaar maken. Maar dan moet het ook in de gereedschapskist van de leidinggevende zitten. Kan de minister hier bijvoorbeeld op reflecteren? Is het op die manier voldoende afgedekt, zijn er nog haken en ogen of zouden wij vanuit de Kamer iets kunnen voorstellen? En hoe denkt de minister over het inzetten van rolmodellen die hun eigen verhaal vertellen? Is daar nog ruimte voor? Zouden de indieners dat ook zien zitten? Hoe gaan we voorkomen dat regelingen rondom PTSS een papieren tijger worden doordat de regelingen op papier kloppen, maar in de uitvoering vaak wellicht niet helemaal aansluiten bij de realiteit? Graag een reactie van de minister. Tot slot. Wat de VVD betreft zouden de Douane en de DJI ook moeten worden aangesloten bij een uniforme aanpak van PTSS voor geüniformeerde beroepen. De psychosociale belasting bij bijvoorbeeld de DJI is hoog door de werkdruk, agressie en geweld. Een pi-medewerker krijgt dagelijks te maken met geweld, suïcides of andere ernstige incidenten. DJI-medewerkers vallen nu onder de cao Rijk. Zij maken gebruik van de reguliere bedrijfszorg. Maar het past bij hun baan en functie dat ze ook onder de landelijke PTSS-regeling zouden kunnen vallen. Dit is specifiek een vraag aan de indieners: hoe kijken zij daarnaar en hebben zij er bewust voor gekozen om de overige geüniformeerde beroepen hierbuiten te laten omdat dit een relatie heeft met de cao Rijk? Voorzitter, ik sluit af. Nogmaals dank aan de indieners. Ik ben benieuwd naar hun antwoorden, en ook naar de antwoorden van de minister, over de ruimte die er nog is. Ik kijk uit naar de antwoorden.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank voor de beantwoording. Ik denk dat het dekkingsvraagstuk belangrijk is, omdat we hier ook het debat voeren over het verbreden. Bijvoorbeeld bij boa's heb je natuurlijk heel veel particuliere werkgevers. Ik ben het eens met de analyse dat het, als we het op die manier bekijken, op termijn zorgt voor een strakkere Wet poortwachter en een strakkere zorgplicht. Maar er zijn natuurlijk ook geüniformeerde beroepen waar de kosten uiteindelijk alsnog indirect door de belastingbetaler worden betaald, om het maar even plat te slaan. We zullen dus onderscheid moeten maken naar wie we de rekening sturen, en dan gaat het uiteindelijk bijvoorbeeld wel af van de begroting JenV. Dus sec zeggen dat de werkgever daarvoor aan de lat staat ... Het wordt een politieke keuze hoe we de begroting inrichten. Maar hoe zien de indieners dat dan richting de private werkgevers? Hoe kunnen we dat onderscheid maken? En mag je dat onderscheid wettelijk wel maken? Hoe verreken je dat? Nogmaals, ik sta achter de analyse, maar ik heb nog wel wat vraagtekens bij de uitvoering.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Ik snap dat we aan de start staan van het al dan niet uitwerken van beleid. Ik denk dat de lasten relatief gezien mee zullen vallen hoor, maar we moeten ons er met z'n allen wel van bewust zijn dat die kosten niet verdwijnen. Hoe zien de indieners dat dan in relatie tot de private werkgevers? Stel je voor, het lukt ons uiteindelijk om te kwantificeren — het klinkt heel luguber, maar laten we het even politiek benaderen — wat het dan kost als ik bijvoorbeeld één medewerker aanmeld. Misschien meldt die werknemer zich ook zelf aan, vanuit het idee dat die dat niet via z'n werkgever wilt doen, maar liever direct naar dat instituut gaat. Dan komt er uiteindelijk toch een rekening die naar de private werkgever gaat? Hebben jullie al een eerste gedachterichting daarover? Of staan jullie open voor suggesties van ons? Nogmaals, ik vraag dit enkel met het idee dat dit niet moet stranden in de uitvoering, want het zou natuurlijk wel heel erg zonde zijn als het uiteindelijk ging stuklopen op een rekening.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Een snelle vraag aan mevrouw Van der Plas; ik snap de motie heel goed. Mevrouw Van der Plas heeft een vraag gesteld aan de minister, namelijk of er bezuinigd wordt op dit onderdeel. Daarvan is gezegd dat dit niet het geval is. Nu dient mevrouw Van der Plas een motie over de gevolgen van de bezuiniging. Ik ben dan benieuwd of zij de minister niet gelooft dat er niet wordt bezuinigd, of … Ik moet dat meenemen in mijn afweging of ik de motie steun.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank, voorzitter. Ook ik heb geen moties. Ik wil het in dezen graag laten bij de schrijvers van deze nota. Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Struijs. Ik ben ook blij dat de minister zeer bereid is om hiermee aan de slag te gaan, ondanks het feit dat het soms maar de vraag is wie de werkgever is, zoals bij de boa's. Ik hoop ook dat het lukt met het versplinterde netwerk als het gaat over werkgevers. Ik kijk heel erg uit naar de volgende stap. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →