Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met het verbeteren van de bestrijding van heling, witwassen en de daaraan ten grondslag liggende vermogensdelicten (36036)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: VVD (2023-12-06–heden) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank, voorzitter. Het onderzoek Focus op heling heeft laten zien hoeveel schade diefstal en heling jaarlijks veroorzaken in Nederland. Volgens het rapport gaat het om 1,2 miljard euro schade per jaar, en daarbij te bedenken dat er jaarlijks ongeveer 364.000 diefstallen worden geregistreerd, maar nog geen 7.000 helingzaken. Dat laat zien hoe groot het probleem is waar we het vandaag over hebben. Wat de VVD betreft is het daarom goed dat we spreken over het wetsvoorstel en over hoe we het lastiger kunnen maken voor criminelen om gestolen goederen door te verkopen. Helemaal platgeslagen is dat waar we het vandaag over hebben. Als heling moeilijker wordt gemaakt, maken we diefstal ook een stuk minder aantrekkelijk. We hebben allemaal de brieven en reacties gelezen die zijn binnengekomen vanuit het veld, vanuit het land en vanuit bedrijven en organisaties die met deze nieuwe wet in aanraking zullen komen, van de kringloop tot aan de autobranche. De direct zichtbare rode draad door al deze zorgen over het wetsvoorstel in de huidige vorm is de uitvoering. Die uitvoering is op papier wellicht af te doen met "het is beter want het is digitaal", maar de mensen thuis, de ondernemers en de mensen van de stichting weten direct dat het risico op een papieren tijger toch wel groot is. Dat is beleid gemaakt met de beste intenties, maar waarbij de uitvoering wellicht ontzettend lastig is. De hoofdvraag in mijn bijdrage is dan ook: hoe zorgen we ervoor dat de extra bureaucratie die met dit wetsvoorstel wordt opgetuigd, uiteindelijk wel opweegt tegen de voordelen van de opsporing en bestrijding van criminaliteit? Wanneer we besluiten dat deze wel proportioneel is, hoe gaan we dan om met de zorgen vanuit het veld, bijvoorbeeld die van de kleine ondernemers? Een ander punt, gelinkt aan het punt dat ik zojuist heb willen maken, is de bestaande uitvoering. We tuigen namelijk een nieuw, landelijk instrument op, terwijl er al instrumenten bestaan om een groot gedeelte van deze risico's te ondervangen. In de ene gemeente wordt al enige tijd gewerkt met het DOR en in de andere nog niet. Ook tussen gemeentes bestaan er grote verschillen in verplichtingen, zoals of er al een RDW-registratie bestaat. De voertuigenbranche heeft aangegeven dat er met de RDW-registratie al een uitgebreide registratie bestaat om diefstal en doorverkoop van auto's tegen te gaan. Bij de verkoop van voertuigen gelden al een identificatieplicht, meerdere controles op de kentekens, de tenaamstellingscodes en noem maar op. Er bestaat dus al een instrument om diefstal van voertuigen tegen te gaan. Daarom vraag ik de minister: waarom wordt er voor deze sector alsnog een extra registratieplicht via het DOR opgezet? Waarom kan het bestaande systeem niet worden behouden om al die extra administratieve lasten achterwege te laten? Om die reden heb ik vandaag ook een amendement ingediend, om een uitzondering te maken voor de gekentekende voertuigen die al worden opgenomen in het RDW-register. Met het amendement zouden de opsporingsdiensten nog steeds gebruik moeten kunnen maken … Daarmee voorkomen we dat er tegelijkertijd ondernemers met onnodige extra administratieve lasten worden opgezadeld. Ik benadruk hierbij dat het amendement niet ziet op diefstalgevoelige voertuigonderdelen of voertuigen zonder kenteken. Daarvoor is het DOR wat ons betreft wel van meerwaarde. Voorzitter. Daarnaast wil ik ook stilstaan bij de kringloopsector — het is inmiddels al meerdere keren genoemd — en dan specifiek de niet-commerciële kringlopen, die grotendeels draaien op vrijwilligers. Ook die sector moeten we niet onnodig opzadelen met administratieve lasten die uiteindelijk nauwelijks bijdragen aan het bestrijden van criminaliteit. Daarom heeft de VVD ook het amendement van de SGP medeondertekend, om voor deze sector een uitzondering te maken. Voorzitter. Mijn laatste punt gaat over de verdere uitwerking via de algemene maatregel van bestuur. Mijn fractie vindt het ingewikkeld dat wij vandaag spreken over een wetsvoorstel, terwijl nog niet alle gevolgen duidelijk zijn in de praktijk. Zo is het nog niet volledig duidelijk welke categorieën wellicht zouden worden uitgezonderd. Ik wil voorkomen dat we hier over een jaar exact hetzelfde debat met z'n allen voeren over allerlei nieuwe categorieën en regels en de eventuele bijkomstige administratieve lastendruk, zonder dat daar eerst een goed gesprek over is gevoerd. Daarom heb ik de volgende vragen aan de minister. Welke gesprekken zijn er de afgelopen jaren precies gevoerd met de sectoren en brancheorganisaties over de categorieën en andere regels die mogelijk via de AMvB op hen af zouden kunnen komen? Kan de minister daar vandaag wellicht al iets meer inzicht in geven, zodat de Kamer ook beter kan beoordelen waar dit wetsvoorstel uiteindelijk in de praktijk toe leidt? Dan rond ik af met mijn laatste twee zinnen, als mevrouw Mutluer het goed vindt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Mijn fractie overweegt, gelet op alle onduidelijkheden bij verschillende sectoren, het amendement van de SP, die er nu niet is, te steunen en de AMvB voor te hangen bij de Kamer. Dat was mijn bijdrage. Ik kijk uit naar de beantwoording van de minister.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank, mevrouw Mutluer, zeg ik via de voorzitter. Ik heb gepoogd om dat de rode draad in mijn hele bijdrage te laten zijn: het spanningsveld dat mijn fractie ziet tussen het tegengaan van regeldruk en ... U kent mijn partij natuurlijk ook als de partij die mensen die zich schuldig maken aan bijvoorbeeld heling heel hard wil aanpakken. Ik denk dat dit voorstel laat zien dat het soms heel lastig is om beide te willen nastreven. Daarom hebben we zelf ook een amendement geschreven, waarin staat dat al bestaande instrumenten voor uitzonderingen kunnen zorgen. Ik ben ook benieuwd naar de antwoorden van de minister op de vragen die mevrouw Mutluer heeft gesteld. Ik heb zelf ook een hoop vragen gesteld. Ik denk dat we uiteindelijk, aan het einde van dit debat, moeten wegen in hoeverre dit het waard is. Ik hoop het wel. Ik hoop ook dat we kunnen zorgen voor die paar uitzonderingen, bijvoorbeeld voor organisaties die geen winstoogmerk hebben. Maar ik vind het heel lastig, vandaar al mijn vragen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Ik had net met een aantal collega's buiten de camera een gesprek hierover. Het gevaar is dat er, als wij met de beste intenties aan de slag gaan met amendementen, uiteindelijk wellicht een wet overblijft die niet meer zo goed werkt of in de praktijk een hele andere uitwerking heeft. Ik denk ook, gezien de woordvoerders die hier zitten en de inhoud hiervan, dat we met z'n allen moeten kijken of dit het nog waard is, of dit zin heeft. Ik poog hier, zonder de intentie van de wet te ondermijnen, te kijken of we uitzonderingen kunnen maken voor branches waar al systemen zijn, zodat wij hen in ieder geval niet met dubbele regelgeving opzadelen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Mevrouw Mutluer en ik kijken hier volgens mij hetzelfde naar. We hebben dezelfde zorgen over de handhaafbaarheid, de regeldruk en wat er overblijft van alle amendementen. Ik sta er niet zo geharnast in. Ik denk dat we goed moeten luisteren naar de beantwoording van de minister en dat we goed moeten kijken naar de amendementen die worden ingediend. Volgens mij moeten we elkaar straks aankijken en bedenken of dit zin heeft. Maar we delen precies dezelfde zorgen, dus volgens mij gaan we hier een goed debat over hebben.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Het is natuurlijk ook lastig, omdat je het over voertuigen met een kenteken, over onderdelen en over voertuigen zonder een kenteken hebt. Dat maakt dat het, ook in het debat dat wij hier met elkaar hebben, best wel lastig is om te begrijpen waar we het over hebben. Het DOR is bijvoorbeeld wel degelijk een aanvulling voor voertuigen zonder kenteken. Dat lukt niet bij de RDW. Wat ons betreft vullen die elkaar dus aan. De registratie bij de RDW is echter al zo omvangrijk dat de doorverkoop of heling van auto's met kenteken al tegengegaan kan worden. Laten we eerlijk zijn: dat is de grootste groep waar we het hier over hebben. Daarmee kunnen we de regeldruk verlagen. U stelt echter een terechte vraag, want het is inderdaad heel complex.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Ook hier zien we, denk ik, gelijk weer wat deze hele wet zo lastig maakt. Aan de ene kant zou ik namelijk graag blind willen instemmen met deze wet en de minister willen vragen om te werken aan de verschillende categorieën en om ons die te doen toekomen in de algemene maatregel van bestuur, maar dan hebben we geen idee of er naar de mening van mijn partij voldoende categorieën worden opgeschreven en hoe de uitvoering moet plaatsvinden. De oplossing daarvoor is wel dat wij hier met z'n allen nog een keer een debat voeren over de vraag of het doelmatig en voldoende is. Dat vind ik het spanningsveld. Daarom geef ik ook aan dat ik positief tegenover het amendement van Van Nispen sta. Ik denk dat we het nog een keer goed moeten bekijken. De antwoorden van de minister zullen daarin ook echt wel een grote en belangrijke rol spelen, want ook hij zal hierin een stap in onze richting moeten zetten met betrekking tot de vraag hoe we dit met z'n allen willen oplossen. Het is een spanningsveld waar ik nu, aan het begin van dit debat — dat hebben we hier niet zo vaak — nog niet zo geharnast in sta. Het kan dus heel goed zijn dat u mij op andere gedachten brengt tijdens dit debat.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Sorry, excuses.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Dat klopt. Deze wet stamt wel uit het jaar 2017, dus ik denk dat we inmiddels wel zijn ingehaald door de realiteit en door hoe de markt er vandaag de dag uitziet. Je kan dan twee dingen doen. Je kan zeggen: we gaan de hele wet niet meer bespreken. Nou, het heeft dus tien jaar geduurd voordat we die wet hier uiteindelijk wel gingen bespreken. Of je kijkt naar een tussenoplossing. Mij is ook in een interruptie gevraagd — volgens mij was u dat zelf, zeg ik via de voorzitter — of we niet te veel amendementen indienen en of er nog wat overblijft van de wet. Volgens mij is dat de balans die we hier vandaag met z'n allen moeten bespreken. Ik merk nu al dat we, volgens mij, hetzelfde doel nastreven. Dat gebeurt niet vaak, hè, voorzitter?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Ja.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Ik had wat andere woorden gekozen dan mevrouw Faber, maar volgens mij vinden we uiteindelijk grotendeels hetzelfde. Ik zou daar graag een heel klein beetje boven willen hangen. Per jaar hebben we namelijk 364.000 geregistreerde gevallen van diefstal en maar 7.000 geregistreerde gevallen van heling. Tegelijkertijd hoor ik mevrouw Faber ook heel terecht zeggen dat we grote tekorten hebben bij de politie. We zullen dus op zoek moeten naar wetten en manieren om hier wat aan te doen. Mevrouw Faber is tegen een hoop van wat we bespreken vanavond, maar wat zou voor de PVV dan een andere optie zijn om te zorgen dat we dit oplossen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank voor dit zeer uitgebreide antwoord. We zijn van "open grenzen" naar "stopheling.nl" gegaan. Ik wil toch nog heel even teruggaan. Ik ben namelijk op zoek en volgens mij is dat ook de toon waarop we dit debat hier voeren. Er zijn meerdere voorstellen ingediend, ook vanuit de Kamer, om het beter te maken. We hebben het over een aantal feiten, namelijk grote tekorten bij de politie. Ze gaan hopelijk niet achter een trimapparaat aan, zeg ik tegen de heer Van Dijk. Wat is het alternatief? Mijn vraag is heel simpel: wat is het alternatief om hieraan bij te dragen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor niet alleen de duidelijke beantwoording, maar ook de handreiking rond het door ons ingediende amendement om de onnodige regeldruk in de voertuigenbranche tegen te gaan. Ik benadruk nogmaals dat we aan dezelfde kant staan. We zijn echt op zoek naar een manier om te zorgen dat een branche die het al ontzettend zwaar heeft, het niet nog zwaarder krijgt. Ik wil graag herhalen dat het amendement dat we vandaag hebben ingediend, niet over diefstalgevoelige onderdelen gaat. Daar heeft de DOR namelijk meerwaarde. Het gaat alleen over voertuigen die al geregistreerd zijn bij de RDW. Ik zal de komende dagen met de mede-indieners nadenken over de suggestie om het specifiek te richten op Nederlandse voertuigen en het reeds ingediende amendement al dan niet aanpassen. Tot slot heb ik een oproep aan de minister. Wat mijn fractie betreft is het belangrijk dat we het Europese diefstalsignaleringssysteem, EUCARIS, breder gaan gebruiken in Europa. Zo wordt in heel Europa heling voorkomen, in plaats van alleen hier. Zou hij dit wellicht kunnen meenemen in het eerstvolgende gesprek of debat met zijn collega's in Europa? Dat was het. Dank u wel.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Martens-America (VVD): Prima.
Bron, video en gesprek →