Participatiewet
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: PVV (2023-12-06–heden) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Dank u, voorzitter. De Participatiewet is ooit ingevoerd met een helder uitgangspunt: wie kan werken, werkt, en wie dat niet kan, wordt beschermd. Dat klinkt simpel, maar de praktijk laat zien dat juist die helderheid de laatste tijd steeds verder is vertroebeld. Regels worden zachter, voorwaarden vager en handhaving gevoeliger. Ondertussen groeit de groep mensen die structureel langs de kant staan. Voorzitter. Ik begin kort met sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk. Voor mensen die echt niet meekunnen in het reguliere arbeidsproces zijn sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk geen luxe, maar een noodzaak. Dit zijn geen mensen die even moeten worden geprikkeld. Dit zijn mensen die structureel ondersteuning nodig hebben. Juist voor hen is stabiliteit, duidelijkheid en passend werk van belang. De PVV ziet sociaal ontwikkelbedrijven niet als parkeerplaatsen, maar als werkplekken met echte waarde. Werk geeft structuur, eigenwaarde en ritme. Dan moet het wel serieus werk zijn, geen eindeloze trajecten zonder perspectief. Wij zien dat gemeenten verschillend omgaan met het begrip "beschut werk". Er zijn grote regionale verschillen in toegang, in tempo en in begeleiding. Dat leidt tot willekeur. Dat moeten we niet willen. Erkent de minister dat de grote regionale verschillen in toegang tot beschut werk leiden tot rechtsongelijkheid? Zo ja, welke concrete stappen is hij bereid te zetten om die verschillen te verkleinen? Wij willen daarom dat beschut werk wordt ingezet voor wie het nodig heeft. Het moet snel, doelgericht en zonder bureaucratische drempels. We willen geen eindeloze indicatiestapelingen, maar handelen. Tegelijk willen we geen inflatie van beschut werk voor mensen die wél regulier inzetbaar zijn. Dus: bescherming waar nodig, geen afschuifmechanisme. Voorzitter. Dan een voor de PVV heel belangrijk punt. Mijn collega Mulder heeft hier vorige week tijdens de begroting nog een motie over ingediend. We hebben daar vanmiddag over gestemd. Helaas heeft de motie het net niet gehaald. Het gaat over de taaleis. Die is voor ons belangrijk. De taaleis is voorwaarde voor en handhaving bij de bijstand. Daar wil ik helder over zijn. Dit is voor de PVV geen bijzaak. Dit is de kern. Dit hebben wij ook altijd uitgedragen. Dat zullen we blijven doen. Wie bijstand ontvangt in Nederland, ontvangt geld van hardwerkende Nederlanders. Dat is geen recht zonder plichten. Dat is een wederkerige afspraak. Die afspraak is de afgelopen jaren structureel uitgehold. De taaleis is daar hét voorbeeld van. De wet is namelijk glashelder: wie langdurig in de bijstand zit, moet aantoonbaar moeite doen om de Nederlandse taal te leren. Dat is niet vrijblijvend, voor als het maar toevallig uitkomt, maar een voorwaarde. Toch zien we dat gemeenten er verschillend mee omgaan, wegkijken, uitzonderingen stapelen en sancties vermijden. Dan blijkt de taaleis gewoon een dode letter. Kan de minister aangeven hoeveel gemeenten op dit moment daadwerkelijk handhaven op de taaleis? Hoeveel sancties zijn daar het afgelopen jaar daadwerkelijk uit voortgekomen? Zonder taal geen werk, zonder taal geen integratie, zonder taal geen zelfstandigheid. Wie na jaren nog steeds weigert de taal te leren, weigert mee te doen, en wie weigert mee te doen, hoort niet onbeperkt op kosten van de samenleving te leven. Voorzitter. De Participatiewet is verworden tot een systeem waarin wantrouwen richting de belastingbetaler de norm is en wantrouwen richting de uitkeringsontvanger taboe. Dat is de wereld op z'n kop. De sollicitatieplicht wordt opgerekt, maar tegenprestaties verdwijnen. Sancties worden een laatste redmiddel in plaats van een normaal instrument. Zo ontstaat een cultuur waarin niet-werken meer lonend kan zijn dan werken. Dat ondermijnt niet alleen het draagvlak maar ook de rechtvaardigheid. Is de minister het met de PVV eens dat sancties een regulier en noodzakelijk onderdeel zijn van de Participatiewet? En zo ja, hoe gaat hij gemeenten actief aanspreken die structureel niet handhaven? Voorzitter. Dan nog de jongeren. Mevrouw Lahlah had het er ook al over. Jongeren in de bijstand zouden eigenlijk de absolute uitzondering moeten zijn. Toch zien we een groeiende groep jonge mensen, inmiddels inderdaad 42.000, vroegtijdig afhankelijk raken van een uitkering. Dat is funest — voor hun toekomst, voor hun arbeidsmoraal en voor de samenleving. Ik wil benadrukken wat mevrouw Lahlah zei: als je ziek bent of niet in staat om te werken, dan is dit vangnet uiteraard absoluut nodig. Maar als je dat wel kan, dan vindt de PVV dat jongeren maximaal moeten worden geactiveerd, met opleiding, werk, leerwerktrajecten et cetera. Geen comfortabele uitkering zonder harde verplichtingen. Wie jong is, kan leren. Wie kan leren, moet leren, en wie kan werken, moet werken. Welke concrete maatregelen gaat de minister nemen om te voorkomen dat jongeren langdurig in de bijstand blijven hangen? Is hij bereid de voorwaarden en verplichtingen voor deze groep aan te scherpen?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ja. We willen dat de minister harde keuzes gaat maken. Gaat hij gemeenten daadwerkelijk aanspreken op het niet-handhaven van de taaleis? Gaat hij accepteren dat sancties weer een normaal onderdeel worden van de bijstand? De Participatiewet moet weer worden waarvoor die bedoeld was: een springplank, geen hangmat, met bescherming voor wie die nodig heeft en duidelijke grenzen voor wie er misbruik van maakt.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ik heb ook een vraag aan de heer De Beer. Misschien komt u er nog op, maar vanmiddag heeft de VVD meegestemd met de motie van Edgar Mulder die de taaleis voor het verkrijgen van een uitkering in alle gemeenten wil handhaven. Wij willen dat daar echt keiharde sancties op komen. De motie was ontraden door uw eigen minister. Mijn vraag aan meneer De Beer is dus of hij het met de PVV eens is om dat op die manier uit te voeren.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Dan heb ik nog een vraag voor de heer De Beer. De PVV wil dat de grenzen gewoon dichtgaan. Wij zitten daar niet voor niks bovenop. U zegt dat 410.000 mensen een bijstandsuitkering hebben. Meer dan 51% van die mensen heeft een niet-westerse achtergrond. Als mensen de taal dus niet machtig zijn, en dat geldt voor een hoop van die mensen, dan hebben we een probleem. Zij komen gewoon niet aan de bak. Waarom is de VVD er dan nog steeds voor om die grenzen open te houden? Op deze manier krijgen we er alleen maar meer van die mensen bij. De aantallen zijn gigantisch. Ik vraag meneer De Beer dus waarom hij daarachter blijft staan en niet ook, net als de PVV, zegt: grenzen dicht, we stoppen ermee; we gaan er eerst eens voor zorgen dat iedereen die hier al is, aan de slag gaat en de taal gaat leren en we stoppen met het dweilen met de kraan open.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ik heb ook een vraag, want ik hoorde de minister zeggen dat de afremmende economie een van de oorzaken kan zijn of is. Ik vind overal wat van, maar je kan mij niet vertellen dat dat een reden kan zijn. Op dit moment zijn er echt talloze sectoren die staan te springen om mensen. Ze staan te springen om mensen! Overal worden tienduizenden mensen gevraagd. Ik denk dat er dan toch op een andere manier op ingezet moet worden om die jongeren op de een of andere manier te motiveren, te doceren of wat dan ook, zodat ze toch gewoon aan de slag gaan in de sectoren waar die vraag zo hoog is. Waarom komen ze daar dan niet terecht?
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Ik had heel specifiek gevraagd aan de minister of hij weet hoeveel gemeenten op dit moment daadwerkelijk de taaleis handhaven en hoeveel sancties daar daadwerkelijk uit zijn voortgekomen. Als de minister daar nu niet op kan antwoorden, dan begrijp ik dat, maar dan wil ik wel graag de toezegging dat we dat antwoord op de een of andere manier toch nog krijgen.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Het leidt natuurlijk ook tot rechtsongelijkheid als het in de ene gemeente wel en in de andere gemeente niet kan. Ik vroeg dan ook welke concrete stappen de minister eventueel bereid zou zijn te nemen om die verschillen te verkleinen. Ik hoor u ook heel snel iets over het UWV zeggen, maar daar zijn dus ook aantoonbare verschillen in hoe bepaalde dingen worden toegekend. In de ene regio hebben ze het veel beter op orde dan in de andere regio. Zou het dus niet eens slim zijn om daarnaar te kijken en de best practice eruit te pakken om daarmee die regionale verschillen op te lossen? Ik geef de minister nu wel een voorzetje, maar wat wil hij hier nou aan gaan doen? Dit is namelijk een oneerlijk verschil.
Bron, video en gesprek →Mevrouw Van Meetelen (PVV): Dank u, voorzitter. Dank aan de minister voor zijn antwoorden en voor zijn toezegging dat hij in de brief gaat meenemen welke gemeenten de taaleis al dan niet handhaven en op wat voor manier er misschien sancties worden uitgevoerd. We hoorden van heel veel brieven die óf in april, óf voor de zomer komen. Ik kijk daar allemaal naar uit, ook naar de brief die de minister samen met minister Sterk gaat opstellen over de mentale gezondheid. Ik hoorde verschillende dingen van de minister over jongeren uit de bijstand en aan het werk zien te krijgen. Daarop moeten we alles op alles zetten, want er zijn te veel jongeren in de bijstand. Nogmaals, dan bedoel ik niet de jongeren die niet in orde zijn, die ziek zijn, want daar hebben we alle begrip voor. Maar er zijn tienduizenden banen in sectoren die keihard staan te springen om mensen, en wij moeten alles op alles zetten om deze jongeren aan het werk of weer terug in de schoolbanken te zetten, ook als ze dat niet zo leuk vinden. We moeten dus wat minder pamperen en wat harder erop gaan zitten, want dit is geen goede tendens. Het gaat nu om 40.000 jongeren, maar voordat je het weet zijn het er 50.000 en dat gaat alleen maar toenemen. Daarop verwacht ik van de minister echt grote stappen. Dank u.
Bron, video en gesprek →