Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–2025Aanhangsel van de HandelingenVragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door deregering gegeven antwoorden2671Vragen van de leden Paulusma en Sneller (beiden D66) aan de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport over medicinale cannabis (ingezonden3 juni 2025).Antwoord van Minister Danielle Jansen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport)(ontvangen 7 juli 2025).Vraag 1Hoe staat het met de implementatie van de tweede beleidsregel omtrentmedicinale cannabis, die oorspronkelijk per januari 2025 ingevoerd zouworden maar nu vertraagd is naar uiterlijk 1 januari 2026?Antwoord 1Ik verwacht deze beleidsregel zonder verdere vertraging in te kunnen voeren.Vraag 2Waarom zijn veldpartijen, ondanks hun relevante kennis en ervaring, tot opheden slechts beperkt betrokken bij de totstandkoming van het beleid en deaanstaande wetswijziging? Welke stappen onderneemt u om deze partijenalsnog actief en in een vroeg stadium te betrekken bij de beleidsvorming?Antwoord 2Veldpartijen hebben gelegenheid om input te leveren op nieuw beleid ennieuwe wetgeving bij de internetconsultaties van deze voorstellen. Ikorganiseer daarbij ook nog online bijeenkomsten rondom deze consultaties.Dat is gebeurd bij de implementatie van de beleidsregel die in september2024 in werking is getreden. Dat zal ook bij volgende beleids- en wetsvoor-stellen het geval zijn.Vraag 3Is er naar aanleiding van de beoogde internetconsultatie nog voldoende tijdom daadwerkelijk veranderingen aan te brengen in het voorgenomen beleidnaar aanleiding van eventuele feedback uit het veld of van belanghebbenden?Antwoord 3Ja. ah-tk-20242025-2671ISSN 0921 - 7398’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel1 Vraag 4Hoe ziet u de balans tussen tijdige uitvoering en betekenisvolle participatievan belanghebbenden?Antwoord 4Ik neem aan dat met participatie in dezen wordt bedoeld de mogelijkheid vanhet leveren van inbreng door veldpartijen aan beleids- en wetstrajecten.Betekenisvolle participatie is daarmee participatie die verbetering van beleids-en wetsvoorstellen kan bewerkstelligen. Daarvoor moet er, zoals door devraagstellers al wordt geïmpliceerd, voldoende tijd zijn voor mijn ministerieom zinvolle inbreng in voorstellen te verwerken. Ik geloof dat dit mogelijk is.Vraag 5Wat is het plan met betrekking tot eventuele nieuwe aanbestedingen, nu hetlopende aanbestedingstraject dat tot een tweede gecontracteerde teler hadmoeten leiden is beëindigd en Bureau Medicinale Cannabis (BMC) de wensheeft het contract met de overgebleven teler per 1 januari 2026 te beëindi-gen?Antwoord 5Het Ministerie van VWS is niet van plan over te gaan tot het uitzetten vannieuwe aanbestedingen. Zoals aangekondigd in de Kamerbrief van 21 febru-ari jl.1 zal de overeenkomst met de huidige gecontracteerde teler wordenbeëindigd. Levering aan de Nederlandse patiënt wordt daarna uit bestaandevoorraad gedaan tot aan de wetswijziging. Die voorraad wordt momenteelopgebouwd.Vraag 6Op welke wijze gaat u garanderen dat de beschikbaarheid van medicinalecannabis voor patiënten in Nederland en daarbuiten per 1 januari 2026 enverder is gewaarborgd? Wat zijn hiervoor de concrete plannen en maatrege-len?Antwoord 6Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 21 februari jl.2 zal de Nederlandsepatiënt worden voorzien van cannabis die het BMC nog in voorraad heeft. Ikvoorzie dat deze levering tot aan de wetswijziging kan worden voortgezet. Opdat moment kunnen marktpartijen deze levering overnemen.Het is niet aannemelijk, maar ook niet volledig uitgesloten dat de bestaandevoorraad niet meer in de vraag van Nederlandse patiënt kan voorzien. Voordit scenario heb ik plannen uitgewerkt. Het Ministerie van VWS zal danovergaan tot import van medicinale cannabis als «gereed product». Dit kandan aan apotheken en apotheekhoudend artsen worden geleverd. In ditscenario moet het Ministerie van VWS wel overgaan tot een aanbestedingvan «gereed product». Voor zover mogelijk is hiervoor alle benodigdedocumentatie gereed. Ook is een marktverkenning uitgevoerd.Of de voorraad medicinale cannabis is uitgeput voordat de wetswijziging isingevoerd, zal op tijd genoeg duidelijk zijn om tijdig alternatieve import terealiseren.Vraag 7Hoe verhoudt het voornemen om de levering van medicinale cannabis aanpatiënten in het buitenland door BMC in de loop van 2026 in zijn geheel testoppen, zich tot het belang van goede zorg voor deze patiënten?Antwoord 7Dat verhoudt zich goed tot elkaar. BMC voorziet slechts in een klein deel vande totale buitenlandse vraag naar medicinale cannabis. Het wegvallen van hetaanbod van BMC zal door andere marktpartijen goed kunnen wordenovergenomen. Daarbij komt ook nog dat BMC buitenlandse overheden op tijdheeft geïnformeerd over dit voornemen.1Kamerstuk 29 477, nr. 9242Kamerstuk 29 477, nr. 924Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel2 Aannemelijk daarbij is zelfs dat cannabisproducten die BMC bij haar huidigegecontracteerde teler laat telen op de markt beschikbaar blijven. Deze telerheeft op haar website aangegeven in een ander Europees land haarproducten te gaan produceren.Vraag 8U stelt dat om beschikbaarheidsproblemen per 2026 te voorkomen, medici-nale cannabis uit bestaande voorraden geleverd zal worden: in hoeverrebestaat nu al een voorraad, wie beheert die en hoe is deze voorraadopbouwjuridisch geregeld onder de Opiumwet?Antwoord 8Er is op dit moment sprake van een voorraad medicinale cannabis. Deze is inbeheer van het BMC. Deze voorraad wordt verder uitgebouwd. Daarbij is erook vriezercapaciteit beschikbaar, die de houdbaarheid van cannabis kanverlengen. Onder artikel 8i, vijfde lid, onder c, van de Opiumwet is deMinister van VWS onder meer bevoegd om medicinale cannabis («hennep,hasjiesj en hennepolie») aanwezig te hebben. Deze verantwoordelijkheid isgemachtigd aan het BMC.Vraag 9Hoe realistisch is het aanleggen van een werkbare en adequate voorraadmedicinale cannabis tot het moment van een wetswijziging in 2027,aangezien de vooralsnog aanbestede teler vrij specifieke hoeveelheden leverten er dus geen goede voorraad aangelegd zou kunnen worden?Antwoord 9Ik ben het niet met u eens dat er geen goede voorraad aangelegd zou kunnenworden. Het BMC kan goede inschattingen maken van de vraag van deNederlandse patiënt, omdat deze al jaren redelijk consistent is. Met kennisvan de historische vraag heeft BMC dus adequaat «vooruitbesteld».Vraag 10Deelt u de zorgen dat veel patiënten moeite hebben om de juiste vorm vanmedicinale cannabis te verkrijgen via de reguliere apotheekkanalen? Hoeweegt u dit in het licht van het recht op goede zorg?Antwoord 10Ik herken dit niet als breed gedragen signaal. Ik deel ook niet dat «recht opgoede zorg» voorziet in een (morele) plicht tot het beschikbaar stellen vannog meer variëteiten medicinale cannabis. Volgens artikel 8h en 8i van deOpiumwet is de Minister van VWS onder andere verantwoordelijk voor hetbeschikbaar maken van medicinale cannabis. Aan deze verantwoordelijkheid,gemandateerd aan het BMC, is invulling gegeven door de teelt van vijfvariëteiten te contracteren.In Nederland worden geneesmiddelen vanuit het basispakket vergoedwanneer voldaan is aan de stand van de wetenschap en praktijk. Dat betekentdat het geneesmiddel voldoende bewezen effectief is. Het ZorginstituutNederland heeft geconstateerd dat de resultaten van onderzoek onvoldoendezijn om van een bewezen werkzaamheid van de therapeutische toepassingvan medicinale cannabis te kunnen spreken3.Ik vind dat ik met het beschikbaar stellen van vijf variëteiten voldoendetegemoetkom aan mijn verantwoordelijkheid. Zeker kijkend naar degenoemde constatering van het Zorginstituut.Vraag 11Herkent u het signaal dat het voor patiënten soms eenvoudiger is om via delegale wietteelt aan cannabis te komen dan via de apotheek? Acht u ditwenselijk?3https://www.zorginstituutnederland.nl/publicaties/adviezen/2017/11/06/herbeoordeling-medicinale-cannabis-geen-verzekerde-zorgTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel3 Antwoord 11Ik kan dit signaal zonder verdere informatie niet goed op waarde schatten. Ikconstateer dat iedereen in Nederland medicinale cannabis na consultatie vaneen arts op voorschrift kan krijgen. De arts en apotheker kunnen adviseren enmonitoren tijdens het gebruik ervan. Dit is de enige wenselijke manierwaarop cannabis voor medicinale doeleinden kan worden verkregen engebruikt.Dat het in Nederland eenvoudiger is om cannabis zónder voorschrift uit hetrecreatieve circuit te halen is evident. Er is hiervoor geen betrokkenheid vanarts en apotheker nodig. Slechts één bezoek naar de coffeeshop volstaat. Erzijn mensen die deze cannabis naar eigen inzicht voor medicinale doeleindengebruiken. Ik vind dat onverstandig, maar dit staat hen vrij.Vraag 12Wat zijn uw plannen om deze scheve situatie, waarin patiënten mogelijktussen wal en schip vallen, te corrigeren?Antwoord 12Ik heb op dit moment geen plannen om deze situatie te verhelpen.Vraag 13Klopt het dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vier extrainspecteurs beschikbaar heeft aangesteld in dit dossier, nu er slechts zeerbeperkte uitbreiding van de ruimte voor activiteiten met medicinale cannabisin de open keten plaatsvindt en aanbestedingen zijn stilgelegd? Wat is danconcreet de taak en inzet van deze inspecteurs?Antwoord 13Dit is niet correct. De IGJ heeft 2025 nodig om de extra inspecteurs aan tetrekken en in te werken. Daarmee kunnen zij per 1 januari 2026 toezichthouden op de uitvoering van de aanstaande beleidsregel. Met deze beleidsre-gel worden aanvullende mogelijkheden geschept voor verhandeling via hetBMC van medicinale cannabis buiten de «gesloten keten».Vraag 14Wat is de stand van zaken ten aanzien van de vergoeding van medicinalecannabis via de zorgverzekering? Bent u voornemend te onderzoeken of ditverbeterd kan worden?Antwoord 14Het Zorginstituut heeft tot dusver geen aanleiding gezien haar advies aan tepassen. Zij kan dit doen als meer onderzoeksuitkomsten beschikbaar komendie de werkzaamheid van cannabis onderschrijven. Aanstaande beleids- enwetsvoorstellen zijn erop gestoeld veldpartijen meer ruimte te geven voorverhandeling van medicinale cannabis in de keten van geneesmiddelen enwerkzame stoffen. Indirect moet dit bijdragen aan een beter klimaat voorpartijen die in onderzoek en geneesmiddelenproductie met cannabis willeninvesteren.Ik zie voor het Ministerie van VWS geen rol weggelegd om actief in weten-schappelijke onderzoeken naar de werkzaamheid van cannabis te investeren.Vraag 15Wat is uw reflectie op hetgeen in het kader van de Verantwoordingsdag bij deVWS-begroting van 2024 naar voren is gebracht: «het agentschap CIBG heefteen bestaande overeenkomst voor medicinale cannabis onrechtmatigverlengd, dit heeft geleid tot € 14,5 miljoen aan fouten»?Antwoord 15Het is onwenselijk dat het Ministerie van VWS in strijd met de aanbestedings-regels opdrachten verleent of verlengt. Dat de opdracht voor medicinalecannabis uiteindelijk niet via de aanbesteding verstrekt kon worden komtdoor de voorgenomen wetswijziging, waaronder BMC geen opdrachten totteelt meer zal verlenen. Om na intrekking van de aanbesteding de productiete borgen tot het moment van wetswijziging is het contract met de huidigeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel4 teler tijdelijk verlengd. Met het beëindigen van het contract met de huidigeteler per januari 2026 komt een einde aan de onrechtmatige opdrachtverle-ning.Onder het voorgenomen wetsvoorstel wordt de rol van de overheid in detoeleveringsketen zo verkleind, dat van publieke aanbestedingen voor teeltgeen sprake meer zal zijn. Ook andere marktpartijen dan de huidige telerkunnen zich vanaf dat moment op de markt van apotheektoelevering gaanbegeven.Vraag 16Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het commissiedebatDrugsbeleid op 3 juli a.s.?Antwoord 16Het commissiedebat van 3 juli is door de Tweede Kamer tot nader ordeuitgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, Aanhangsel5
Bron, video en gesprek →Officieel Kamerprofiel
Daniëlle Jansen
71debatten
892bijdragen
254interrupties
90.620woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: Nieuw Sociaal Contract (2023-12-06–2025-06-18) ·