KamerkringInloggen
Anouschka Biekman

Officieel Kamerprofiel

Anouschka Biekman

D66 →
25debatten
513bijdragen
310interrupties
26.596woorden in uitspraken

Partijen door de tijd: D66 (2025-11-12–heden) ·

Bijdragen bij de geselecteerde bron

Open de volledige bron →
29 sep 2026 · Kamerstuk

37 035 IV Wijziging van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 29 september 2026 De vaste commissie voor Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden. De vragen zijn op 21 september 2026 voorgelegd aan de minister van Koninkrijksrelaties. Bij brief van 25 september 2026 zijn ze door de minister van Koninkrijksrelaties beantwoord. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Biekman Adjunct-griffier van de commissie, Manten Vraag 1: Vraag: Kunt u het toetsingskader risicoregelingen voor deze lening vóór de verstrekking met de Kamer delen en toelichten welke financiële risico’s zijn beoordeeld? (Kamerstuk 36800-IV-48.) Antwoord: Ja, het toetsingskader risicoregelingen zal conform het beleidskader direct na besluitvorming in de ministerraad met de Eerste en Tweede Kamer worden gedeeld. Dit is vóór de verstrekking van de lening. Een beoordeling van de risico’s vormt een onderdeel van het toetsingskader. Vraag 2: Vraag: Kunt u toelichten waaruit de resterende daling van € 603.000 bij Recherchecapaciteit bestaat, naast de overboeking van € 665.000 naar Justitie en Veiligheid? Heeft deze daling gevolgen voor het aantal rechercheurs of de uitvoering van onderzoeken? (blz. 4-5). Antwoord: Er zijn geen gevolgen voor het aantal rechercheurs of de uitvoering van onderzoeken door het Recherche Samenwerkingsteam (RST). De overboeking van BZK naar de begroting van het ministerie van JenV heeft bij Voorjaarsnota plaatsgevonden. De resterende middelen die initieel zijn begroot door RST op basis van geldende afspraken zijn gebruikt om de hoger uitgevallen uitzendvergoedingen voor het Openbaar Ministerie (OM) en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Gemeenschappelijk Hof) te dekken. Ook wordt een deel van het geld besteed aan de verbetering van de vreemdelingenbewaring op Sint Maarten. Dit versterkt de detentie keten als geheel.  Vraag 3: Vraag: Kunt u per investeringsproject de besteding, planning en uitbetalingsvoorwaarden verstrekken, inclusief de rente, looptijd en aflossing van de lening? Hoe is beoordeeld of de projecten volgens planning kunnen worden uitgevoerd? (Blz. 5) Antwoord: De lening wordt in één keer in zijn geheel verstrekt en wordt niet uitgesplitst naar projecten. De uitvoering is de verantwoordelijkheid van het land Curaçao. De rente zal, overeenkomstig artikel 16, zevende lid van de Rijkswet financieel toezicht (Rft), gelijk zijn aan het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen met desbetreffende looptijd. De vorm en looptijd worden besproken met Curaçao waarna de Kamer via het Toetsingskader Risicoregelingen wordt geïnformeerd. Vraag 4: Vraag: Waar is de investeringslening voor Curaçao voor bedoeld? Welk gedeelte is voor digitalisering, welk gedeelte voor wegen en welk gedeelte voor de zeekabel? Waarom wordt hier een éxtra lening voor verstrekt? Waaruit blijkt dat de huidige financiële positie van Curaçao hiervoor onvoldoende is? (Blz. 6) Antwoord: De lening is bedoeld voor de verbouwing van het stadhuis (XCG 14,5 mln.), aanschaf materiaal in het kader van het Lange termijnplan v.w.b. de Kustwacht (XCG 8,6 mln.), het onderhoud en beheren van wegeninfrastructuur (XCG 35,4 mln.), de verkaveling van terreinen en het bouwrijp maken van gronden Riffort & Colon (XCG 5 miljoen), participatie in de zeekabel CELIA (XCG 11,3 mln.) en de modernisering van de belastingdienst (XCG 6 mln.). Sommigen van deze projecten vergen investeringen in meerdere (begrotings)jaren waardoor Curaçao al eerder een lening heeft aangevraagd voor dezelfde projecten. Indien de begroting 2026 van Curaçao voldoet aan de normen van de Rft., is Nederland verplicht in te schrijven op een leenverzoek ter financiering van de kapitaaldienst van Curaçao. De liquiditeitspositie vormt geen criterium bij beoordeling van het leenverzoek. Vraag 5: Vraag: Onder welke voorwaarden moet deze lening worden terugbetaald? (Blz. 6) Antwoord: De lening moet altijd volledig worden terugbetaald conform de overeengekomen leenvoorwaarden. Voor terugbetaling kan worden gekozen voor een lineaire of annuïtaire aflossingsvorm, maar ook een aflossing aan het einde van de looptijd wordt wel toegepast. De vorm en looptijd worden afgestemd met Curaçao. De Kamer wordt daarover middels het Toetsingskader Risicoregelingen geïnformeerd. Vraag 6: Vraag: Welke substantiële essentiële informatie ontbreekt volgens het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) en wat is de impact daarvan op de lening? (Blz. 6) Antwoord: Het Cft geeft aan dat de rentelastnorm voor 2026 formeel niet getoetst kan worden. Op basis van beschikbare informatie en eigen berekening verwacht het Cft dat de rentelasten, ook na het aangaan van de lening, binnen de norm blijven. Daarom heeft dit geen impact op de lening. Verder is het leenbedrag lager dan eerder begroot en bij de toelichting is er volgens het Cft onduidelijkheid over de codering van de projecten. Vóór het verstrekken van de lening zal dit in de begroting moeten worden verwerkt. Vraag 7: Vraag: Welke gevolgen heeft het feit dat uit de stukken blijkt dat € 600.000 is overgemaakt voor extra personeel in de SZW-unit, terwijl nergens uit blijkt dat daadwerkelijk extra personeel is aangenomen, voor de dienstverlening, en waaraan is dit bedrag besteed indien het niet is ingezet voor personele capaciteit? (Blz. 7) Antwoord: Het ministerie van BZK dient jaarlijks een betaalverzoek in bij het ministerie van SZW. De € 0,6 mln. is dus de jaarlijkse SZW-bijdrage voor de dienstverlening van Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO CN) aan de SZW-unit in Caribisch Nederland, naast de € 1,3 mln. die SZW in het verleden structureel heeft overgeheveld naar de begroting van Koninkrijksrelaties (IV) voor de dienstverlening van het SSO CN. Dit jaar maakte BZK/KR abusievelijk budget naar SZW over, dit is middels de september suppletoire gecorrigeerd. Vraag 8: Vraag: Op welk actueel Cft-advies berust de voorgestelde investeringslening van € 39,6 mln. aan Curaçao? Hoe is bij de beoordeling rekening gehouden met de ontbrekende informatie voor de rentelastnorm? (Blz. 8) Antwoord: Op basis van het niet-openbare advies van 26 juni 2026 van het Cft aan de regering van Curaçao, maar ook in het gepubliceerde advies bij de vastgestelde begroting van 23 januari 2026 gaat het Cft in op de voorgenomen lening. Het Cft heeft op basis van beschikbare informatie en eigen berekeningen geoordeeld dat de rentelasten, ook na het aangaan van de voorgenomen lening, binnen de norm blijven.

Bron, video en gesprek →