Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2026–2027 36 924 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet) Nr. 11 MOTIE VAN HET LID CEDER C.S. Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 28 september 2026 De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat artikel 4:74, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht kredietbemiddelaars verbiedt een vergoeding voor bemiddeling bij de consument in rekening te brengen, bijvoorbeeld bij een aankoop via een «buy now, pay later»-aanbieder; overwegende dat een beperkte en vooraf kenbare vergoeding voor achteraf betalen consumenten kan stimuleren om bewuster af te wegen of gebruik van krediet voor de betreffende aankoop noodzakelijk en passend is, en daarmee kan bijdragen aan het voorkomen van schuldgewenning en overcreditering; verzoekt de regering om op grond van artikel 4:74, derde lid, een wijziging van lagere regelgeving voor te bereiden die het bedrijven met een betaalmogelijkheid via achteraf betalen toestaat om voor achteraf betalen een vergoeding te vragen, mits: – de vergoeding alleen de aantoonbare en rechtstreeks aan de betaalop- tie toe te rekenen kosten dekt en geen winstopslag heeft; – de consument kan kiezen om te betalen via een methode zonder vergoeding, en gaat over tot de orde van de dag. Ceder Van Eijk Hoogeveen kst-36924-11 ISSN 0921 - 7371 ’s-Gravenhage 2026 Tweede Kamer, vergaderjaar 2026–2027, 36 924, nr. 11 -- 1 of 1 --
Bron, video en gesprek →72debatten
712bijdragen
328interrupties
89.498woorden in uitspraken
Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) ·