Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (CD d.d. 03/09)
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) ·
Uitspraken in het geselecteerde debat
Open het volledige debat en de tijdlijn →De heer Hoogeveen (JA21): Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording, maar mijn fractie is verre van overtuigd. Wat je ook van het Israëlische nederzettingenbeleid vindt, de juridische onderbouwing voor dit nationale invoer- en handelsverbod is flinterdun. We zetten schaarse handhavingscapaciteit in voor een zeer kleine handelsstroom, waarvan we weten dat die via de Europese interne markt gewoon kan worden omzeild, terwijl de bewijsvoering problematisch is en Israël hier nooit aan gaat meewerken. Dat terwijl de Europese Commissie zegt dat het bestaande EU-beleid al in overeenstemming is met de relevante verplichtingen uit het IGH-advies. Het kabinet zegt dat het dit het liefst Europees wil regelen, maar heeft daarvoor geen meerderheid. Vervolgens wordt via een ruime interpretatie van de openbare orde alsnog een nationaal invoer- en handelsverbod ingevoerd. Wat resteert er dan, behalve een politiek signaal en verdere schade aan de relatie met de staat Israël, vraag ik aan de minister. De juridische vragen die vandaag zijn blijven liggen, verdienen wat mijn fractie betreft een onafhankelijke toets. Daarom dien ik de volgende motie in.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Nee. Wat ik zeg, is het volgende. Vanuit de Europese Commissie is het signaal gekomen dat onder het huidige ontmoedigingsbeleid al wordt voldaan aan het IGH-advies. Dat zegt de Europese Commissie zelf. Dan komt Nederland en zegt: wij willen invulling geven aan het internationaal recht. Dat kan best, maar dat moet via het gemeenschappelijk Europees handelsbeleid, via artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daar kun je uitzonderingen op aanvragen, maar dat is dan op basis van de openbare orde. Ik vraag mij ten zeerste af welk effect het importeren van producten uit de Westelijke Jordaanoever kan hebben op de openbare orde. Ik zie het niet, dus ik zou daarvan graag een toetsing willen zien: waar komt dat vandaan, hoe wordt dat geïnterpreteerd en welk precedent schept dat voor andere conflicten in de wereld?
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Zoals ik in mijn bijdrage al zei, vind ik dat geen serieus buitenlandbeleid. Als je al zoiets doet als dit, dan doe je dat denk ik in samenspraak met Europese partners. Dan zorg je er ook voor dat er een besluit wordt genomen dat conform de werking van de Europese Unie is en dat ook daadwerkelijk effect heeft, namelijk doordat je het vanuit de hele gemeenschappelijke markt doet. Dan zou het eventueel effect hebben. Wat de politieke vraag betreft: wij zijn het er als fractie überhaupt niet mee eens.
Bron, video en gesprek →