de Staat van de Europese Unie
Bron, video en gesprek →Partijen door de tijd: JA21 (2025-11-12–heden) ·
Bijdragen bij de geselecteerde bron
Open de volledige bron →De heer Hoogeveen (JA21): Ik hoor het verhaal van mevrouw Becker aan. Ik denk dat het een interessant verhaal is voor de centrumrechtse kiezer. Maar dan moeten we ook even kijken naar de daden. Als we namelijk kijken naar de afgelopen jaren en de uitdagingen die collega Becker nu schetst, dan zien we dat de VVD de architect is geweest van heel veel van die problemen. Als we het hebben over de regeldruk voor onze ondernemers, als we het hebben over de CSRD, die groene rapportageverplichting, over de CSDDD, die verschrikkelijke "due diligence"-verplichtingen, dan is het toch de VVD die aan de wieg heeft gestaan van die problemen. Dus toch even een vraag om reflectie daarop.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Niet alles is de schuld van de VVD; dat kan ik wel bevestigen.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Maar de lijst is best wel lang. Kijk naar de problemen waar we nu voor staan en naar de gevolgen van de Green Deal die over Europa zijn uitgestort. Daar stond de VVD voor in. Ik kan me nog herinneren dat toen ik in het Europarlement zat, een VVD-rapporteur met beide handen in de lucht stond omdat hij de brandstofmotor had verboden, als rapporteur, met de steun van links en radicaal-links. En nu zegt de VVD ineens: o nee, nee, dat was toch niet zo heel verstandig. Ja, u was de aanjager van dat beleid. Ik vind het toch iets te veel een verkeerde voorstelling van zaken dat u echt heel erg vaak op de rem heeft getrapt. Zeker in het geval van het verbieden van de brandstofmotor drukte u het gaspedaal nog even in.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Daar ben ik het mee eens, hoor. Laten we niet te veel terugkijken; laten we ook vooruitkijken. De kern van de vragen die ik stel, is dat ik bang ben dat de VVD toch vaak net niet kritisch genoeg kijkt naar wat er uit Brussel op ons afkomt. Over groen en klimaat wordt dan nu niet meer gesproken, maar nu hebben we het over "de geopolitieke uitdagingen van de toekomst". Dan zie ik dat de VVD toch ook veel meebeweegt met voorstellen op Franse leest die nu in Europa op het bureau liggen: de Industrial Accelerator Act en extra handelstarieven op China. Kijk, dat is dus ook een kwestie van vooruitkijken. Uw partij, zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Becker, is ook een voorstander van vrijhandel. Denk dan ook mee en blijf ook kritisch denken in Brussel en Straatsburg.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Ik kan meedenken met het betoog van de heer Van der Lee. Ik ben het er niet mee eens, maar ik begrijp wel welke richting hij op wil. Maar wat ik nooit zo goed begrijp bij de heer Van der Lee is dat hij wel gewillig lijkt om meer geld te willen geven, gewoon om meer geld te geven. Als we kijken naar de rapporten over hoe het geld in het verleden is uitgegeven bij het coronaherstelfonds, als we kijken hoe bij het MFK geld is besteed ... Er zijn allerlei Rekenkamerrapporten. Gisteren zaten we nog bij een panel. Die geven allemaal aan: de huidige methodiek schiet tekort, de voorgenomen methodiek schiet tekort. Er is toch niks mis met een stukje rentmeesterschap ten aanzien van het Nederlandse belastinggeld dat naar Brussel gaat?
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Ik ben het er niet mee eens dat de Nederlandse regering zegt: we wachten het af en we fietsen pas op het allerlaatste moment in. Nee, de Nederlandse regering geeft duidelijkheid. Die zegt: tot hier en niet verder.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): "We gaan niet akkoord met de manier waarop Europese gelden nu worden ingericht." U wilt dat het geld gericht en effectief besteed wordt. In die Rekenkamerrapporten staan die "financing not linked to costs". De eerste reactie van de heer Van der Lee in het vorige debat was toen: zo heet wordt de soep vast niet gegeten. Nee, dat zijn duidelijke Rekenkamerrapporten. Die zeggen: Nederland, let op uw zaak. Ik stel de vraag nogmaals aan de heer Van der Lee. Hij lijkt geneigd te zeggen: meer effectiviteit is meer geld. Dan wil ik meneer Van der Lee toch meegeven: let u ook een beetje op de duiten.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Voorzitter, dank, en welkom aan de Europarlementariërs in dit huis. Dit is mijn vierde debat over de Staat van de Europese Unie. Twee keer zat ik achter in de zaal als assistent. Daarna was ik hier als Europarlementariër en vandaag als lid van de Kamer. Wat mij in al die jaren is opgevallen, en dat is vandaag ook weer een beetje het geval, is dat we het debat eigenlijk kunnen opdelen in drie standpunten. Links wil het liefst zo veel mogelijk naar de EU overhevelen en zo veel mogelijk federaliseren. Het midden houdt een wat obligaat enerzijds-anderzijdsverhaal. En op rechts zeggen we: ja, alles is weggegeven en het komt nooit meer goed. Ik wil dat vandaag eens omdraaien, want JA21 is niet tegen alles. De vraag is: hoe ziet de Europese Unie eruit als het aan ons ligt en wat is volgens ons de stip aan de horizon? Voorzitter. JA21 ziet een EU die geen politieke superstaat is, maar een geo-economische grootmacht. Een Europa dat naar buiten kijkt en handelt met iedereen die wil handelen: Zuid-Amerika, India, Indonesië, Australië, de Golfstaten, en ook China en de Verenigde Staten. Inzetten op verdere marktopening in plaats van op economische afsluiting, want handel is geen bedreiging. Handel is welvaart en de oorspronkelijke drijfveer achter Europese samenwerking. Daarom zien we ook een EU waarin de kapitaalmarktunie wordt vervolmaakt, waar ondernemers niet vastlopen in nationale barrières, tegenstrijdige regels en versnipperde financiële markten, maar waar geld vloeit naar ondernemers met de beste ideeën. Start-ups en scale-ups vertrekken niet langer meer naar Silicon Valley, maar komen naar Eindhoven, Dresden of Tallinn. Terwijl Europa economisch sterker wordt, wordt Brussel kleiner. De Europese Commissie is weer wat ze hoort te zijn: een uitvoerend secretariaat van de lidstaten. Het vetorecht op buitenlandbeleid blijft behouden, want soevereiniteit moet niet kunnen worden weggestemd. En de Europese begroting is fors afgeslankt. De miljardenverslindende landbouw- en cohesiefondsen worden hervormd en behoren tot het verleden. Daardoor kunnen de afdrachten van de lidstaten dalen. Ook financieel is Europa gezond door het Stabiliteits- en Groeipact in ere te herstellen en te handhaven. Lidstaten bezuinigen en hervormen, zoals Ierland ooit succesvol deed na de financiële crisis. Daardoor zijn de schulden, de begrotingstekorten en vooral de inflatie laag. Gemeenschappelijke schulden zijn daardoor niet nodig. Geen transferunie via de achterdeur, geen tijdelijke noodfondsen die permanent worden en lidstaten nemen weer zelf de verantwoordelijkheid. De regeldruk is drastisch verminderd. Wet- en regelgeving, die er met de beste bedoeling zijn gekomen, maar vooral bureaucratie creëren, zijn afgeschaft of vereenvoudigd. Het mkb heeft weer ademruimte. Ondernemers kunnen weer ondernemen en zijn niet langer bezig met compliance. En daardoor bloeit ook onze industrie. Europese fabrieken draaien op volle toeren, en niet omdat Europa de markt heeft afgeschermd, niet omdat ambtenaren hebben gezegd "dat zijn de kampioenen van de toekomst", maar juist omdat we onze economie hebben geopend. We zijn open for business. We hebben handelsbarrières weggenomen, regels geschrapt en energie betaalbaar gemaakt. Voorzitter. Een succesvolle gemeenschappelijke markt kan alleen bestaan met goed bewaakte gemeenschappelijke buitengrenzen. Daarom wordt illegale migratie gestopt. Tegelijkertijd blijft Europa open voor mensen die kennis, talent, ondernemerschap en vakmanschap komen brengen. En Oekraïne? Oekraïne blijft nauw verbonden met Europa. Wij steunen dit land financieel, militair en moreel. We helpen bij de wederopbouw en investeren in handel, infrastructuur en grondstoffenwinning. Maar wij erkennen ook de realiteit. Een land dat kampt met hardnekkige corruptie, armoede en een enorme wederopbouwopgave, is nog lang niet klaar voor toetreding, niet vandaag, niet morgen en niet over tien jaar. Voorzitter. Er wordt gezegd dat partijen als de mijne de EU van binnenuit kapot willen maken. Maar het vergezicht dat ik zojuist heb geschetst, is volgens mij precies wat heel veel Europeanen van de EU verwachten. De keuze is ook niet voor of tegen de EU. Dat is een oude discussie. De keuze is: kiezen wij voor een EU die zich overal mee bemoeit of kiezen wij voor een EU die de kerntaken goed uitvoert? Niet een Europa dat groot wil zijn in alles, als een reus op lemen voeten, maar een Europa dat groot is waar het moet en klein waar het kan. Dat is de EU waar JA21 voor staat. Voorzitter. Ik heb nog 40 seconden. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de premier. Kan hij reflecteren op het verhaal dat ik zojuist heb geschetst? En hoewel wij in dit huis flink van mening verschillen, denk ik ook dat het goed zou zijn om te werken aan hetgeen wat ons juist samenbrengt. Wim van de Camp is ooit begonnen met een oranjeoverleg. Ik denk dat er ook wel veel zaken zijn waar wij als Nederlanders het Nederlands belang kunnen dienen. Bijvoorbeeld Frankrijk en Italië doen dat heel succesvol. Zou dat niet iets zijn waar wij als Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen? Dank u wel.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Dank voor de vraag. Ik denk dat de Europese Commissie significant kleiner kan. Dat is ook volgens de verdragen zo. Iedere lidstaat hoeft helemaal niet een eigen Eurocommissaris te hebben. Met alle respect voor Wopke Hoekstra, maar dat is natuurlijk wel een beetje een flutportefeuille. Dat kan je makkelijk fuseren met andere portefeuilles. En het hoeft dus ook niet volgens de verdragen. Volgens mij is het uiteindelijk Ierland geweest dat erop stond dat iedere lidstaat z'n eigen Eurocommissaris kreeg. Wij van JA21 zeggen: dat zou een stuk kleiner kunnen.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Dat klopt. Tegelijkertijd zie je wel, als je bijvoorbeeld nu kijkt naar de onderhandelingen over het MFK, om dat even als voorbeeld te nemen, dat dat dan toch op basis van unanimiteit gaat. Daarover stond volgens mij zojuist in het FD een artikel waarin Nederland heel duidelijk zegt: hier liggen onze rode lijnen. Dus dat instrument kan je gewoon blijven inzetten. Er zijn op heel veel terreinen nog momenten waarop je rode lijnen kan trekken, je hakken in het zand kan zetten en kan bijsturen.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Dat klopt en daar ben ik ook tegen.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Dat is een goede vraag. Ik denk dat als je inzet op vrijhandel, je daarmee juist zorgt dat je competitief bent. Als je met landen handelt, neem bijvoorbeeld China, dan zegt u "dat is enorme staatssteun, dat is overcapaciteit". Maar ik zeg: dat is het land dat uiteindelijk onze energietransitie betaalt. Dan kunnen wij onze investeringen ergens anders aanwenden en daar weer competitief in zijn. En wat betreft degenen die onze industrie kapotmaken: dat zijn wij toch echt zelf geweest, met allerlei groene voorwaarden, belastingen op energie, ingewikkelde wet- en regelgeving. Ik denk juist: als je echt competitief wilt zijn, moet je dereguleren, moet je zorgen dat de kapitaalmarkt werkt, moet je niet naïef zijn, maar moet je toch echt je markt openhouden. De geschiedenis leert namelijk dat landen en continenten die dat doen, succesvol zijn.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Waar ik het mee eens ben, is dat je nooit afhankelijk moet zijn van te veel eenzijdige handelspartners. Dat was ook de kern van mijn betoog: je moet zo veel mogelijk diversifiëren. Als China terugtrekkende bewegingen maakt, als wij dat land proberen meer te openen door bijvoorbeeld betere handelsafspraken te maken, maar zij willen dat niet, dan moet je dus je handelsafspraken verschuiven. Dan kijken we naar India of naar Zuid-Amerika voor onze grondstoffen en dan kijken we misschien naar Afrikaanse landen die welwillender zijn om met ons te investeren, omdat China ook tegenvalt als investeringspartner. Juist inzetten op diversificatie is dus de sleutel tot succes voor de Europese economie.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Vrijhandel is wat mij betreft zo veel mogelijk een contract tussen bedrijven of tussen personen. Daar moet zo weinig mogelijk tussen zitten. Los daarvan zeg ik er wel bij dat er natuurlijk ook geopolitieke belangen liggen. Als je kijkt naar hoe Rusland over de schreef is gegaan en hoe we daar afhankelijk van zijn geweest, is het volkomen terecht dat we dat land gericht en effectief proberen te sanctioneren. Iran is hetzelfde verhaal, Noord-Korea ook. Dus ja, er spelen uiteraard altijd geopolitieke belangen. De vraag is alleen hoe je dat effectief en proportioneel doet, en wat ons betreft is dat zo weinig mogelijk.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Ik ben blij met deze vraag, want ik ben het er helemaal mee eens. Ik weet nog dat toen ik in het Europees Parlement zat, de minister van Buitenlandse Zaken een uitgebreide havenstrategie had uitgewerkt. Daar ben ik het ook heel erg mee eens. Als China hier haventerminals kan opkopen en voor zijn eigen belang kan inzetten, dan moeten wij dat daar ook kunnen doen. Als die wederkerigheid er niet is, dan moet je daar strategie op maken. Daar ben ik het helemaal mee eens.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): De premier zei zojuist dat hij een beetje schrok omdat Nederland zo klein werd gevonden. Als ik heel eerlijk ben, schrok ik een beetje van wat de premier zei, namelijk dat hij de EU zo klein vindt. "We slaan geen deuk in een pakje boter", zo citeer ik de premier. Nou, dat ben ik niet met hem eens. We hebben juist een Unie gebouwd waarmee we als een van de grootste interne markten ter wereld economische invloed uitoefenen. Ja, dan wordt nu gezegd dat we geen deuk in een pakje boter slaan omdat we op bepaalde buitenlandbesluiten niet met een gekwalificeerde meerderheid kunnen kiezen. Ziet de premier niet juist op dit fundamentele punt dat dit ook bij het opstellen van het Verdrag van Lissabon een noodrem was om in deze intergouvernementele Unie de eigen nationale belangen te blijven beschermen?
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Daar ben ik het geheel mee eens. Ik denk dat we juist slagkrachtig zijn op geo-economisch gebied, want we zijn een interne markt. We zijn een economisch machtsblok. We zijn geen federale superstaat. Ik weet dat de premier dat graag anders zou willen zien. Dat is juist het hele idee achter de Europese Unie: áls we gezamenlijk optreden in buitenlandbeleid, dan werken we naar consensus, zodat we kleine lidstaten niet kunnen overrulen bij iets wat hun nationale belang raakt. Ik denk dat daar echt het fundamentele verschil zit. Ziet de premier niet in dat er ook momenten zullen komen waarop ónze nationale belangen zullen worden geraakt en wij overruled zullen worden? Ziet hij daar geen gevaar in?
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Als we het dan in de praktijk invullen ... Vandaag zien we in de Financial Times een artikel over de External Action Service, die een diplomatieke dienst zou moeten zijn. Daarover gaan verhalen in officiële berichten dat die een zooitje is, dat de lidstaten daar helemaal niet tevreden over zijn, dat dit juist weer terug moet naar de Commissie dan wel de Raad. Zou de premier daarop kunnen reageren? Dat als we het dan proberen met een soort diplomatieke dienst, daar ook veel onvrede over bestaat, omdat je dan uiteindelijk een soort EU-standpunt krijgt waar heel veel lidstaten het niet mee eens zijn? Dus dat het dan uiteindelijk een zooitje wordt omdat je niet meer naar een consensus werkt.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Dank u, voorzitter.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Ik heb nog één vraag. Ik kon die in mijn betoog in de eerste termijn niet meer stellen vanwege tijdgebrek, maar ik wilde het toch nog even vragen. Het gaat over IJsland. We hadden het over toetreding. Er is in augustus een referendum in IJsland over toetreding. Visserij is daarbij een groot onderwerp. Ik zag dat Eurocommissaris Costas Kadis heeft gezegd dat carve-outs voor het gemeenschappelijk visserijbeleid voor IJsland mogelijk zouden zijn en dat dat ook onderdeel kan zijn van de onderhandelingen met het land. Mijn vraag is eigenlijk wat het standpunt van het kabinet daarin is. Zijn wij voor gelijke monniken, gelijke kappen in het gemeenschappelijke visserijbeleid? Het kan natuurlijk niet zo zijn dat als een land lid wordt van de Europese Unie, het in het gemeenschappelijke visserijbeleid, dat daar echt een fundamenteel onderdeel van is, wel de lusten maar niet de lasten deelt.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Ik denk dat het wel belangrijk is om het Nederlandse standpunt naar voren te brengen, aangezien er een campagne is in IJsland waarin als argument vanuit de Europese Commissie wordt gebruikt: ja, die flexibiliteit is mogelijk. Dan lijkt het mij wel goed als duidelijk is dat Nederland zegt: wij komen op voor onze eigen vissers en als een land lid wordt van de Europese Unie, doet het dus mee aan het gemeenschappelijke visserijbeleid met één markt, één regelboek en geen uitzonderingen.
Bron, video en gesprek →De heer Hoogeveen (JA21): Dan is het toch de Europese Commissie die zich bemoeit met deze campagne? Het is toch ongehoord dat de Europese Commissie zegt dat er mogelijkheden zijn om carve-outs te krijgen in het gemeenschappelijk visserijbeleid? Dat is nog nooit eerder gebeurd. Het lijkt me heel goed als de Nederlandse regering hier wél een standpunt over inneemt, aangezien de Commissie dat in het debat slingert.
Bron, video en gesprek →